2026-02-05 Beantwoording Technische vragen SP - Vuilstort Westwoud
Tekst van het document
Technische vragen (overeenkomstig artikel 40 van het Reglement van Orde)
Onderwerp: Zienswijzen principebesluit voormalige vuilstort te Westwoud Agendapunt en datum bijbehorende raadsvergadering: 6. (8), 3 februari 2026 Naam indiener(s) en fractie(s): M. Keesman (SP) Vragen P 15. Ten aanzien van het normale gebruik als golfbaan wordt aanvullend onderzoek niet noodzakelijk geacht. Indien substantieel graafwerk in de bovenste meter van de deklaag gaat plaatsvinden overweeg dan aanvullend onderzoek naar de kwaliteit van de deklaag op de graaflocatie inclusief asbest en PFAS. Voor graafwerk dieper dan de bovenste meter geldt deze aanbeveling voor het volledige pakket parameters P 16. Laat een einddocument monitoring opstellen met een volledig overzicht van alle meetreeksen en met voor alle in het verleden onderzochte parameters inclusief PFAS een volledige onderbouwing waarom de monitoring van het grondwater hierop beëindigd kan worden. Neem in dit document ook waarden op voor de beoordeling van watermonsters van de VOPO-pompen en de persleiding, waarbij aangenomen moet worden dat de huidige stabiele situatie mogelijk niet meer stabiel is en er aanleiding is om toch opnieuw grondwater te gaan bemonsteren. P 16. Laat een voorlopige risicobeoordeling op PFAS uitvoeren die bestaat uit de volgende stappen: o Opstellen conceptueel model (“praatplaat”), gericht op bron -> pad -> receptor relaties en kennishiaten voor PFAS op en rondom deze locatie.
o Inventarisatie theoretisch mogelijke blootstellingsroutes. o Identificatie relevante blootstellingsroutes en uitsluitbare blootstellingsroutes. o Toetsing relevante blootstellingsroutes aan risicogrenzen. Op basis van de uitslag van de voorlopige risicobeoordeling kan vervolgens beter onderbouwd en gecommuniceerd worden dat wel/geen sprake is van onaanvaardbaar risico ten aanzien van PFAS. Uit de samenvatting: Het advies is om een einddocument op te stellen met een volledig overzicht van alle meetreeksen en een onderbouwing voor het beëindigen van de
Antwoorden Bodemzorg heeft aangegeven de aanbeveling over te nemen. Dit maakt onderdeel uit van de afkoop en wordt eveneens in de tekst van het afkoopvoorstel opgenomen.
Bodemzorg heeft aangegeven de aanbeveling over te nemen. Dit maakt onderdeel uit van de afkoop en wordt eveneens in de tekst van het afkoopvoorstel opgenomen.
Bodemzorg heeft aangegeven de aanbeveling over te nemen. Dit maakt onderdeel uit van de afkoop en wordt eveneens in de tekst van het afkoopvoorstel opgenomen. Inmiddels hebben het ABWF en Bodemzorg de eerste stappen gezet voor het opstellen van het conceptueel model. In de definitieve versie van het afkoopvoorstel zal dit model ook meegenomen worden.
Bodemzorg heeft aangegeven de aanbeveling over te nemen. Dit maakt onderdeel uit van de afkoop en wordt eveneens in de tekst van het afkoopvoorstel opgenomen.
grondwatermonitoring, inclusief PFAS. Aanbevolen wordt om een voorlopige risicobeoordeling op PFAS uit te voeren. Deze omvat de volgende stappen: o Een conceptueel model gebaseerd op bron->pad->receptor; o inventarisatie van blootstellingsroutes; o toetsing relevante blootstellingsroutes aan risicogrenzen. Hierdoor kan beter onderbouwd en gecommuniceerd worden of er sprake is van risico’s als gevolg van PFAS. Sec. Opinion deel 1 p 9. In berekening van doelvermogen wordt voor de onvoorziene kosten vaak een percentage tussen 5 en 10% aangehouden. De combinatie van financieel en algemeen is daarmee in lijn. • In voorgaande paragraaf is reeds aangegeven dat een risicobedrag voor niet voorzienbare risico’s niet gebruikelijk is. • De onvoorziene kosten in percentage zijn genomen over de geplande werkzaamheden, inclusief het risico. Dit lijkt risico op risico te zijn. Voorgesteld wordt om de percentages financieel en algemeen onvoorzien over de NCW van de werkzaamheden te berekenen.
Bodemzorg heeft aangegeven de aanbeveling over te nemen. Dit maakt onderdeel uit van de afkoop en wordt eveneens in de tekst van het afkoopvoorstel opgenomen. Inmiddels hebben het ABWF en Bodemzorg de eerste stappen gezet voor het opstellen van het conceptueel model. In de definitieve versie van het afkoopvoorstel zal dit model ook meegenomen worden. Bodemzorg heeft een reactie gegeven op het betreffende onderdeel van de second opinion in haar brief van 14 oktober 2025 (bijlage 3 bij het raadsvoorstel). Hierin schrijft zij het volgende: Een verduidelijking van de risicotoeslag in de berekening van de afkoopsom is gewenst. In de second opinion wordt opgemerkt dat het niet gebruikelijk is bij nazorg van stortplaatsen om een risicobedrag op te nemen voor niet voorzienbare risico’s omdat dit algemene bedrijfsrisico’s betreffen. Deze risicoparameter heeft zoals omschreven, betrekking op onder andere verhoogde handelstarieven, schade door stormen of overstromingen en circulaire opgaven. Voor Bodemzorg geldt dat het overnemen van de nazorg van stortplaats Westwoud een grote uitbreiding van de bestaande portefeuille zal zijn. Dit gegeven en de verantwoordelijkheid richting de omgeving, zorgen ervoor dat het belang van het goed verlopen van het beheer zeer groot is.
Anders gezegd; het is voor Bodemzorg essentieel dat al het benodigde beheer van de stortplaats, hoe groot ook door onvoorziene omstandigheden, zal worden uitgevoerd. Dit is de onderbouwing van het toevoegen van de risicoparagraaf. Sweco constateert terecht dat de onvoorziene kosten in percentage zijn genomen over de geplande werkzaamheden, inclusief de mogelijke werkzaamheden waarvan nog onzeker is of deze moeten worden uitgevoerd, zoals de aanleg van een waterzuivering. Dit is onze gebruikelijke werkwijze bij het overnemen van de nazorg van locaties, waarvan wij inmiddels 48 locaties via afkoop in beheer hebben. Hierbij merken wij op dat de vergelijking wordt gemaakt met het nazorgplan en de gebruikelijke werkwijze van nazorgplannen, alsof sprake is van een stortplaats in de WM wetgeving. Bij dergelijke stortplaatsen is al sprake van langjarig beheer met dezelfde werkwijze en is het gebruikelijk dat een boven- en
onderafdichting aanwezig zijn. Voor stortplaats Westwoud bestaan deze gebruikelijke zekerheden niet en is het beheer dat de komende 30 jaar nodig is nog voor een veel groter deel onzeker. De door Sweco gemaakte vergelijking gaat dus maar gedeeltelijk op. Wij zien hierin dan ook geen aanleiding om onze werkwijze voor deze locatie aan te passen.
Sec. Opinion deel 1 p 10. In berekening van doelvermogen wordt voor de onvoorziene kosten vaak een percentage tussen 5 en 10% aangehouden. De combinatie van financieel en algemeen is daarmee in lijn. • In voorgaande paragraaf is reeds aangegeven dat een risicobedrag voor niet voorzienbare risico’s niet gebruikelijk is. • De onvoorziene kosten in percentage zijn genomen over de geplande werkzaamheden, inclusief het risico. Dit lijkt risico op risico te zijn. Voorgesteld wordt om de percentages financieel en algemeen onvoorzien over de NCW van de werkzaamheden te berekenen.
In de raadsbrief van het ABWF (bijlage 1b) geeft het ABWF aan zich te kunnen vinden in de reactie van Bodemzorg en de voorgestelde lijn ten aanzien van de rentepercentages en risico’s te volgen. Zie voorgaand antwoord.