CConstaterende datEnkhuizen
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-12-02 Technische vragen EV! Vaststellen Visiedocument Mooi Gaan

gemeenteraad 16 december 2025, gemeente EnkhuizenBij agendapunt: Vaststellen Visiedocument Mooi gaan937 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen aan college van BenW Fractie

Enkhuizen Vooruit!

Opsteller Commissie

R. Zeegerman commissie Sociaal Domein, Financiën en Bedrijfsvoering 02-122025

Onderwerp

Vaststellen visiedocument Mooi Gaan

Agendapunt

6.

Datum aanvraag

02-12-2025

Inleiding: Tijdens de behandeling van bovenstaand agendapunt in de commissie van 2 december 2025 heeft de wethouder gevraagd een aantal gestelde vragen technisch te stellen. Bijgaand treft u deze vragen aan. Als lokale partij vinden wij het belangrijk dat nieuwe initiatieven zoals Mooi Gaan goed aansluiten bij de behoeften van onze inwoners én voldoen aan wettelijke kaders. We zien kansen in preventie en laagdrempelige ondersteuning, maar willen ook zeker weten dat transparantie, rechtmatigheid en financiële verantwoording op orde zijn. Dat is immers de taak van de gemeenteraad. Wij twijfelen niet aan de nut en noodzaak van een dergelijke algemene voorziening; Echter lijkt wat voorligt hierin te voorzien en direct een mogelijkheid te bieden om het ten uitvoer te brengen. Waarvoor dus ook een compliment voor het college en de ambtelijke staf te geven valt. Echter overvalt ons daarmee tevens ook hetgeen voorligt. Daarom hebben wij nog wel een aantal aanvullende vragen, welke in lijn zijn met eerder gestelde schriftelijke vragen van andere fracties, zodat we bij de raadsbehandeling samen zorgen voor een toekomstbestendig beleid en een betrouwbare uitvoering.

Vragen: Algemene vragen over relatie met andere stukken die voorliggen: Voor ons ligt een visie voor een subsidie ten behoeve van wijksteunpunten, welke ingezet wordt als algemene voorziening. Het andere agendapunt is de Visie sociaal domein. De WMO (wet) biedt de mogelijkheid om algemene voorzieningen in een beleidsplan op te nemen op de vraag of het nieuwe visie document gezien mag worden heeft de portefeuillehouder een voorzichtig bevestigend antwoord gegeven 1. Vraag: Is dit juist. En in dien dit het geval is waarom is er niet voor gekozen om dit op termijn onder een dergelijk beleidsplan te hangen en wordt dit als een separaat voorstel behandeld? Naar aanleiding van deze visie en de eerder gestelde vragen van CDA en SP eerder met betrekking tot resultaten van de aanbesteding en het verlies van lokale aanbieders komt bij ons

de volgende vraag naar voren: 2. Is er een risico dat deze steunpunten worden gebruikt of gezien als een verkapte manier om aanbieders die niet gegund zijn alsnog toe te laten? In eerder vastgestelde beleidsuitgangspunten voor de inmiddels afgeronde aanbesteding/inkoopprocedure is het uitgangspunt om strenger aan de poort te willen zijn, waarbij diverse aanbieders vermoedelijk zijn afgevallen om moverende redenen. 3. Hoe wordt geborgd dat de subsidieregeling niet leidt tot indirecte compensatie van aanbieders die eerder om deze moverende (of kwalitatieve) redenen niet gegund zijn? 4. Hoe verhouden deze steunpunten zich tot de oorspronkelijke doelstellingen uit vastgestelde beleidsuitgangspunten van de eerdergenoemde aanbesteding? Dan nog een aantal vragen over de rechtmatigheid en transparantie. Inhoudelijke vragen over de subsidieregeling: 5. Door toevoeging van een begroting veronderstellen wij dat er sprake is van een begrotingssubsidie, is deze veronderstelling juist? 6. Zo ja, Volgens recente uitspraak van de RvS inzake dat begrotingssubsidies onder de regels van verdeling van schaarse publieke middelen vallen en zijn hier tevens kamervragen over gesteld. Met als uitkomst ; “Wanneer er meer potentiële gegadigden zijn voor dezelfde subsidiemiddelen, moet mededingingsruimte worden geboden”.

Dit betekent dat overheden niet zomaar een subsidie kunnen toekennen zonder anderen de kans te geven om mee te dingen.Is hier rekening gehouden en hoe? En een vervolgvraag hieromtrent: 7. Welke juridische en procedurele waarborgen zijn ingebouwd om te voorkomen dat dit in strijd is met aanbestedingsregels en het gelijkheidsbeginsel? Verder aanvullende vragen: 8. Hoe wordt geborgd dat de kostenbesparing op maatwerkvoorzieningen daadwerkelijk gerealiseerd wordt? 9. In mei is €25.000 beschikbaar gesteld voor een onderzoek naar de resultaten van dagbesteding als algemene voorziening. Klopt het dat de raad hierover nog geen terugkoppeling heeft ontvangen? Wanneer wordt deze terugkoppeling verwacht? (zie onderstaande beslispunten uit het raadsbesluit met zaaknummer 262924 van destijds: “3. Een verkenning opstellen om dagbesteding als algemene voorziening op SED-niveau te verkennen en de resultaten hiervan in het vierde kwartaal van 2025 te delen met de gemeenteraad; 4. Een plan van aanpak op te stellen voor het opzetten van laagdrempelige steunpunten en deze in het derde kwartaal van 2025 te delen met de gemeenteraad. 5.

Een incidenteel budget van € 25.000,- beschikbaar te stellen voor de ontwikkeling van laagdrempelige steunpunten (projectleiding) en deze te dekken uit de financiële ruimte 2025.” ) Daarnaast nog een aantal vragen over de inhoudelijke tekst: Onder artikel 2.1 lid 1a staat het volgende:

“1. De laagdrempelige steunpunten richten zich op inwoners van alle leeftijden die: a. niet in aanmerking komen voor reguliere, geïndiceerde dagbesteding,” Echter zegt de WMO 2015 het volgende: algemene voorziening: aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning; En nader uitgewerkt wordt in 2.3.2 van dezelfde wet. 10. Dit lijkt tegenstrijdig met elkaar, begrijpen wij goed uit de stukken die voorliggen dat er toch eerst onderzoek (als bedoeld in de Wmo) gedaan wordt? 11. Zo niet, hoe moeten we dit dan tot elkaar zien? Onder Artikel 2.3 Activiteitenaanbod en werkwijze lid 1valt het volgende te lezen: “De steunpunten: a. Bieden een dag-structuur van maximaal 33 dagdelen van 3 uur per week;” Een dagdeel heeft blijkbaar 3 uur per dagdeel. Ook merken wij op dat er de mogelijkheid bestaat om meerdere dagdelen op een dag te nuttigen bijvoorbeeld 2. 12. Indien dit het geval is, wordt dan het gebruik voor de gebruiker gemaximeerd op een totaal van 33 dagdelen per jaar?

Antwoorden 1.

⃰ Dit vragenformulier z.s.m. toezenden aan griffie@enkhuizen.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16326315/2