2025-12-02 Beantwoording Technische vragen D66 - Mooi Gaan
Tekst van het document
Technische vragen aan college van BenW Fractie
D66
Opsteller
Machteld Buit
Commissie
SFB 2 december 2025
Onderwerp
Mooi Gaan
Agendapunt
6
Datum aanvraag
28 november 2025
Inleiding: In de cie van 2 december 2025 staat het visiedocument Mooi Gaan op de agenda. Voordat ze Mooi Gaat heeft de fractie van D66 de volgende vragen:
Vragen: 1. De pilot heeft uiteindelijk geleid tot 4 aanbieders. In het raadsvoorstel geeft u aan dat u nu uitgaat van maximaal 6 aanbieders. Waarom kiest u voor zes? Hebben zich inmiddels meerdere aanbieders bij u gemeld? 2. Het is onze wens om als raadslid overzicht te houden welke voorzieningen er voor welke bewoners zijn met welk effect en tegen welke middelen. In een amendement bij de begroting 2026 is aangegeven dat we als raad het belangrijk om overzicht te houden en waar nodig keuzes te kunnen maken bij voorzieningen in het sociaal domein. In de verordening en andere stukken geeft u heel veel aan wat niet tot de doelgroep behoort. In de subsidieregeling geeft u een wat uitgebreidere beschrijving. Kunt u concreter aangeven wie tot de doelgroep behoren? Kunt u in uw monitoring aangeven hoeveel cliënten uit de genoemde doelgroep a t/m e horen? Op deze wijze krijgen we meer zicht bij wie welke ondersteuning werkt. 3. Kijkt u bij punt 7 monitoring en evaluatie ook naar de kwaliteit van leven van de inwoenrs en welke rol de Mooi Gaan hierin voor hem/haar speelt? Wat is het maatschappelijk effect bijvoorbeeld bij de omgang met verward gedrag, (psychisch)kwetsbare inwoners en zorg voor ouderen? Met welke regelmaat wordt hier naar gekeken? Welke terugkoppeling krijgen we hierover als raad? 4.
Daarnaast, als we dan toch Mooi Gaan, is het wenselijk om beleidsmatig te kijken wat de impact van deze voorziening is op ons beleid met betrekking tot (psychisch) kwetsbare inwoners en in ons WMO beleid in het omgaan met dementerende ouderen. Wat leren we hiervan voor deze beleidsterreinen. Op welke wijze wordt dit in de monitoring meegenomen? 5. In het voorstel wordt gesproken over uitbreiding naar Stede Broec en Drechterland. In het tweede kwartaal komt er een verkenning richting beide gemeenten. Kunt u iets meer achtergrond geven over deze verkenning? Praat u dan met uzelf als ambtenaar van de gemeente Enkhuizen met uzelf als ambtenaar van de gemeente Stede Broec en Drechterland? Wie worden bij deze verkenning betrokken? 6. U geeft aan de resultaten in de tweede helft van 2026 met de gemeenten in Westfriesland te delen. Wat voor soort resultaten moeten we dan aan denken? Is dat de pilot die al geweest is of is dit informatie komend uit de eerste rapportages van de aanbieders en de gesprekken met de consulenten van de gemeente?
7. In uw visiedocument geeft u op pagina 3 aan dat u in de toekomst meer vormen van dagbesteding willen laten vallen onder de algemene voorziening Mooi Gaan. Dat u alleen nog gespecialiseerde dagbesteding als maatwerkvoorziening is ingekocht. Wat zijn de wettelijke eisen hieromtrent? Welke ruimte biedt de wet ons hiervoor? 8. Bij de subsidiecriteria staat bij punt 3.1.f. niet tevens door de gemeente gefinancierd worden voor dezelfde activiteiten. Geldt dit ook voor financiering door centrumgemeente Hoorn of zorgverzekeraars? Heeft u zicht op deze financieringsbronnen? 9. In het projectplan Mooi Gaan staat bij nr 6 als eerste selectiecriteria de voorwaarde dat de aanbieders een actieve aanwezigheid hebben in de gemeente Enkhuizen. Betekent dit dat aanbieders buiten Enkhuizen niet mee kunnen doen? En als dit toch kan wat wordt dan gezien als actieve aanwezigheid? 10. In artikel 4.5 van de subsidieregeling wordt ingegaan op de hoogte van de subsidie. Hoeveel subsidie krijgen aanbieders van dagbesteding voor hun cliënten? 11. In het visiedocument geeft u aan dat de Baanbreker als aanbieder de dienst niet kan aanbieden tegen het tarief van 6,50 per uur zoals KPMG dat heeft berekend bij de regionale aanbesteding 2025.
Hoe hard is deze grens in de aanbestedingsprocedure? Is het wenselijk om hier in 2025 al over heen te gaan? Zo ja, wat is dan uw argumentatie om dit wel te doen? En heeft dit effect voor aanbestedingen? En heeft dit effect op de regionale samenwerking als u bij deze voorziening van deze regionale afspraak gaat afwijken? Heeft dit consequenties voor de samenwerking met de regio? 12. De aanbieder biedt elk half jaar een rapportage aan. In het visiedocument geeft u aan dat elke 4-6 maanden een consulent op zoek gaat bij de aanbieders. Gebeurt dit op een zodanige systematische en structurele wijze dat consulenten dit aan elkaar kunnen overdragen zodat er sprake is van continuïteit in deze werkwijze? 13. De participatieraad ziet een rol voor de stichting iedereen telt mee. Hoe kijkt u hier tegen aan? Antwoorden 1. Waarom kiest u voor maximaal zes aanbieders? Het maximum van zes aanbieders is vastgelegd in artikel 3.3 van de subsidieregeling. Dit aantal is gekozen om een balans te vinden tussen voldoende diversiteit in het aanbod en beheersbaarheid van de voorziening. In de huidige pilot Dagbesteding als Algemene Voorziening participeren vier deelnemers die lokaal opereren. Heel graag zouden wij zien dat zich ook aanbieders aanmelden die opereren in de regio en dat dit een goede aanleiding is om de voorziening uit te breiden richten SED en/of de regio Westfriesland.
Het stelt ons in staat om kwaliteit, samenwerking en monitoring goed te borgen. Bij een positief besluit door de gemeenteraad worden alle gecontracteerde aanbieders met een dagbestedingslokatie in Enkhuizen benaderd met de mogelijkheid om deel te nemen. 2. Wie behoren tot de doelgroep en hoe wordt dit gemonitord? De doelgroep is omschreven in artikel 2.1 van de subsidieregeling en nader toegelicht in het visiedocument. Het gaat om inwoners vanaf 18 jaar die: Niet in aanmerking komen voor reguliere, geïndiceerde dagbesteding; Wel gebaat zijn bij structuur, begeleiding of sociale participatie; Zelfstandig wonen en een lichte ondersteuningsbehoefte hebben. Concreet vallen hieronder: a. Personen met een lichte verstandelijke beperking b. Personen met (kwetsbare) psychische gezondheid c. Personen met beginnende dementie d. Ouderen met eenzaamheid en lichte ondersteuningsbehoefte e. Personen met een complexe achtergrond (zoals ex-verslaving of dakloosheid) Monitoring vindt plaats via kwartaal- en jaarrapportages (artikel 4.3 subsidieregeling), waarin aanbieders aantallen deelnemers per doelgroepcategorie opnemen. Dit geeft inzicht in wie welke ondersteuning ontvangt en met welk effect.
Omdat het een algemene voorziening betreft is het niet mogelijk om gericht te indiceren. Deze is namelijk toegankelijk met een korte, lichte toets door de aanbieder zelf. 3. Wordt gekeken naar kwaliteit van leven en maatschappelijk effect? Ja. In het visiedocument is opgenomen dat monitoring niet alleen kwantitatief is, maar ook kwalitatief. Er wordt gekeken naar: Zelfredzaamheid en participatie van inwoners; Ontlasting van mantelzorgers; Preventieve werking op doorstroom naar zwaardere zorg. Specifiek wordt aandacht besteed aan thema’s zoals omgang met verward gedrag, psychisch kwetsbare inwoners en zorg voor ouderen. Consulenten bezoeken elke 4-6 maanden de locaties (visiedocument, paragraaf 2.4) en koppelen bevindingen terug. De raad ontvangt hierover informatie via een jaarlijkse rapportage. Omdat er bij Mooi Gaan een professional betrokken is die de cliënten monitort kunnen wij hier in algemene zin naar kijken. Het is bij een algemene voorziening niet de bedoeling dat er een volledig cliëntdossier wordt opgebouwd. Wel gaan we kijken naar kwaliteit en kwantiteit. 4. Impact op beleid Wmo en psychisch kwetsbare inwoners De voorziening levert input voor beleidsontwikkeling.
In de monitoring wordt expliciet meegenomen: Welke doelgroep gebruikmaakt van Mooi Gaan; Welke doorstroom plaatsvindt naar Wmo-maatwerkvoorzieningen; Welke preventieve effecten optreden Specifiek wordt ook gekeken naar het afschalen van de maatwerkvoorzieningen richting Mooi Gaan. Deze gegevens worden gebruikt om beleid voor psychisch kwetsbare inwoners en dementerende ouderen verder te ontwikkelen (visiedocument, deel 3 en 4). 5. Achtergrond verkenning uitbreiding naar Stede Broec en Drechterland De verkenning in Q2 betreft een inhoudelijke en organisatorische analyse van de mogelijkheden om Mooi Gaan uit te breiden. Hierbij worden betrokken: Beleidsmedewerkers van de SED-organisatie (Enkhuizen, Stede Broec, Drechterland); Bestuurders van Stede Broec en Drechterland Lokale aanbieders van dagbesteding; Adviesraden en relevante maatschappelijke organisaties. Het gaat dus om een gezamenlijke verkenning met alle stakeholders. 6. Welke resultaten worden gedeeld in tweede helft 2026? Dit betreft: De eerste rapportages van aanbieders die gesubsidieerd zijn. Bevindingen uit consulentenbezoeken; Analyse van doorstroom en preventieve effecten; Lessen uit de pilot en structurele uitvoering. Deze informatie wordt gedeeld met alle Westfriese gemeenten om regionale afstemming te bevorderen.
Uit de eerste resultaten kunnen we zien hoeveel mensen gebruik maken van Mooi Gaan en of Mooi Gaan de instroming beperkt naar een maatwerkvoorziening Dagbesteding. Hiervan maken we gebruik van de cijfers rondom het gebruik van Mooi Gaan en de cijfers van de maatwerkvoorziening dagbesteding. Omdat we per 1 juli zijn overgegaan naar een andere inkoop waarbij dagbesteding een product is en niet meer verwerkt is in een arrangement is het mogelijk om cijfers te vergelijken. Er is echter een overgangstermijn van twee jaar. Pas in juli 2027 zijn alle indicaties van arrangementen overgezet naar producten in alle gemeenten. 7. Wettelijke ruimte voor dagbesteding als algemene voorziening De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015) biedt gemeenten ruimte om dagbesteding als algemene voorziening aan te bieden, mits: De voorziening bijdraagt aan zelfredzaamheid en participatie; Toegang laagdrempelig is en geen indicatie vereist. Specialistische dagbesteding blijft in onze visie een maatwerkvoorziening. (visiedocument, deel 3.2).
Wanneer we dagbesteding als algemene voorziening gaan inkopen en aanbieders moeten daarbij ook in een enkel geval een cliënt met een bijzondere ondersteuningsvraag kunnen plaatsen heeft dat gevolgen voor de prijs van een algemene voorziening. Het is beter om deze voorzieningen te blijven inkopen en hiervoor een op de cliënt gerichte indicatie af te geven. Er zijn hiervoor geen wettelijke bepalingen. 8. Dubbele financiering: geldt dit ook voor Hoorn en zorgverzekeraars? Ja. Artikel 3.1.f van de subsidieregeling bepaalt dat activiteiten niet tevens op een andere manier worden gefinancierd. Dit geldt ook voor financiering door de centrumgemeente Hoorn of zorgverzekeraars. Aanbieders moeten dit inzichtelijk maken in hun aanvraag. 9. Actieve aanwezigheid in Enkhuizen Artikel 3.1 vereist een toegankelijke locatie binnen of nabij Enkhuizen (straal van 5 km). Aanbieders buiten Enkhuizen kunnen deelnemen als zij aantoonbaar een actieve aanwezigheid hebben, bijvoorbeeld door een bestaande locatie of structurele samenwerking met lokale partners. Hiermee willen we voorkomen dat er veel kosten gemaakt moeten worden voor reisbewegingen wanneer cliënten de afstand zelf niet kunnen overbruggen. 10.
Hoogte van de subsidie Volgens artikel 3.2 van de voorgestelde subsidieregeling: Prestatievergoeding: €19,50 tot €24,00 per dagdeel per deelnemer; Basissubsidie: €5.000 per jaar per aanbieder; Maximaal 33 dagdelen per week per aanbieder. Anders dan bij de pilot dagbesteding als algemene voorziening krijgen de aanbieders nu een basisbedrag. Daarboven worden zij betaald voor daadwerkelijk geleverde dagdelen Mooi Gaan. De wet bepaalt echter dat de gemeente een reële prijs moet bieden voor een (algemene) voorziening. Uit het voorbereidende prijsonderzoek van KPMG bij de regionale aanbesteding kwam de prijs van € 6,50 naar voren, echter dit is vrij laag. Hiervoor moet de bezetting van 1:10 (professional:cliënten) maximaal gehaald worden en dat kan niet van te voren bekeken worden. Vandaar dat een kostprijsberekening voor de aanbieder deel uitmaakt van de subsidie-aanvraag wanneer een hoger bedrag gevraagd wordt. 11. Tariefgrens € 6,50 per uur en afwijking Het tarief van € 6,50 per uur is gebaseerd op het KPMG-kostprijsonderzoek zoals hierboven genoemd. In de praktijk wordt gerekend met € 8,00 per uur (visiedocument, deel 4). Afwijking is mogelijk mits onderbouwd. Dit heeft geen directe juridische consequenties voor regionale samenwerking. De kostprijs van € 8,00 is lager dan de huidige tarieven voor dagbesteding. 12. Systematische monitoring door consulenten Ja.
Consulenten bezoeken elke 4-6 maanden aanbieders en werken met een gestandaardiseerd format. Dit waarborgt continuïteit en overdraagbaarheid. Daarbij is het de bedoeling dat de consulenten op locatie eventueel een keukentafelgesprek kunnen voeren als de professional van Mooi Gaan hiervoor aanleiding ziet. Als een cliënt wekelijks Mooi Gaan bezoekt en de professional signaleert dat de problematiek van de cliënt mogelijk meer ondersteuning vraagt hoeft de cliënt zich niet aan te melden voor een gesprek, maar kan dit op locatie gebeuren. 13. Rol van Stichting Iedereen Telt Mee Het college staat positief tegenover samenwerking met maatschappelijke organisaties die bijdragen aan inclusie en participatie, mits dit past binnen de kaders van de subsidieregeling. Zij kunnen verwijzen naar de mogelijkheid van Mooi Gaan. De Participatieraad geeft alleen aan dat de Stichting Iedereen Telt Mee, die ook als algemene voorziening opereert, alleen op verwijzing toegankelijk is. Dit moet dan via een school, een huisarts of een andere maatschappelijke organisatie gebeuren. Een inwoner kan niet zelfstandig de stichting benaderen voor ondersteuning, zoals de voorziening bij Mooi GAan. Dit is alleen geen advies van de Participatieraad ten aanzien van Mooi Gaan, maar een ander (ongevraagd) advies.
Een onderzoek naar een drempelvrije toegang naar Stichting Iedereen Telt Mee (Stadsteam) valt buiten de scope van dit voorstel aan uw raad. Dit wordt meegenomen in het visieleertraject/brede toegang.
⃰ Dit vragenformulier z.s.m. toezenden aan griffie@enkhuizen.nl