2025-09-18 Beantwoording technische vragen SP- Hertenkamp
Tekst van het document
Technische vragen aan college van BenW Fractie
SP
Opsteller
M. Keesman
Commissie
boeg/sfb
Onderwerp
hertenkamp
Agendapunt
6
Datum aanvraag
17-9-25
Inleiding: Naar aanleiding van de commissiebehandeling heb ik nog een technische vraag die ik wil stellen. Het hertenkamp krijgt al jaren incidentele subsidie waarvan nu wordt voorgesteld om dit om te zetten in een structurele subsidie.
Vragen: 1. Heeft de gemeente juridische verplichtingen bij het afschaffen van subsidie en zo ja, welke zijn dat? Oftewel zijn er afbouwschema's die we dan hanteren en hoe zien die eruit?
Antwoorden 1. In de Algemene wet bestuursrecht gaat hoofdstuk 4, titel 4.2. over subsidies. Vanuit de wetgever is hierin bepaald hoe omgegaan moet worden met subsidies. Onder subsidie wordt verstaan: de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten. In de situatie van Het Hertenkamp is artikel 4:51, lid 1 van belang. “Indien aan een subsidieontvanger voor drie of meer achtereenvolgende jaren subsidie is verstrekt voor dezelfde of in hoofdzaak dezelfde voortdurende activiteiten, geschiedt gehele of gedeeltelijke weigering van de subsidie voor een daarop aansluitend tijdvak op de grond, dat veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten zich tegen voortzetting of ongewijzigde voortzetting van de subsidie verzetten, slechts met inachtneming van een redelijke termijn”. Aan Het Hertenkamp wordt sinds 2021 een subsidie verleend voor de exploitatie. Als de raad besluit om de subsidie geheel of gedeeltelijk te weigeren voor 2026 en verder, dan kan dit slechts met inachtneming van een redelijke termijn. Ook moet duidelijk gemotiveerd worden dat er sprake is van veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten die zich tegen voortzetting of ongewijzigde voorzetting van de subsidie verzetten.
De algemene beginselen van behoorlijk bestuur moeten worden nageleefd. Specifiek in deze situatie het zorgvuldigheidsbeginsel, motiveringsbeginsel en het rechtzekerheidsbeginsel. Uit jurisprudentie wordt het begrip “redelijke termijn” gekoppeld aan de rechtszekerheid van de
subsidieontvanger. Als een subsidieontvanger meerdere jaren (bijvoorbeeld drie jaar of langer) een subsidie heeft ontvangen, mag hij er in beginsel op vertrouwen dat dit ook in de toekomst zo blijft, tenzij de overheid tijdig en duidelijk aangeeft dat er wijzigingen of een beëindiging komen. “Redelijke termijn” betekent dat de subsidieontvanger voldoende gelegenheid moet hebben om zich voor te bereiden op de beëindiging of weigering, bijvoorbeeld door organisatorische veranderingen, het zoeken naar alternatieve financiering, aanpassen van contracten, personeelszaken etc. Vaak wordt bij langdurige subsidies een afbouwregeling of overgangsregeling van 1 tot 3 jaar redelijk geacht. ⃰ Dit vragenformulier z.s.m. toezenden aan griffie@enkhuizen.nl