2025-05-19 Beantwoording technische vragen D66- Evaluatie pilot algemene voorziening dagbesteding
Tekst van het document
Technische vragen aan college van BenW Fractie
D66
Opsteller
Machteld Buit
Commissie
Raad
Onderwerp
Evaluatie pilot algemene voorziening dagbesteding
Agendapunt
11
Datum aanvraag
18 mei 2025
Inleiding: Na het terugluisteren van de bijeenkomst en het doorlezen van de stukken heb ik nog een aantal vragen ter verduidelijking.
Vragen: 1. In In het rapport onderzoeksrapport dagbesteding Hertenkamp, waar het onderzoek van BMC naar verwijst staat dat het uitgangspunt toen was bij de nieuwe inkoopstrategie dagbesteding als algemene voorziening wordt ingekocht. Kunt u aangeven of dit uitgangspunt is toegepast. M.a.w. Op welke wijze is de dagbesteding in de nieuwe aanbesteding ingekocht? Heeft dit nog effect op de toekomstige werkwijze met de huidige aanbieders? 2. In de cie werd aangegeven dat u de term dagbesteding niet meer kunt gebruiken? Is dit een jurdische reden of is dit omdat het tussenstap is naar dagbesteding als algemene voorzieningen in meerdere gemeenten? 3. De samenwerking met minimaal de andere twee gemeenten in de SED wordt door de onderzoeker gesteld als randvoorwaarde. Kunt u dit toelichten? Betekent dat als zij niet meedoen het advies eigenlijk is om niet op deze manier door te gaan? 4. En mocht deze samenwerking met andere gemeenten niet doorgaan. Wat zijn dat de mogelijke consequenties voor de eventuele laagdrempelige steunpunten die u tot die tijd wil gaan inrichten? 5. In het rapport staat dat het aanbieden van dagbesteding als algemene voorziening op de langere termijn een duidelijke afbakening (type en doelgroep) en inrichting (positie in lokale en regionaal stelsel en bekostigingsvorm).
Is dit wat u in de verkenning in 2025 even meeneemt? Wat betekent dit voor de doorgang van de werkwijze waarmee in deze pilot is begonnen? 6. In het voorstel staat de resultaten van het rapport van BMC naar de pilot positief waren. U geeft aan dat alle gestelde doelen gehaald waren. Ik lees en hoorde dat de pilot eigenlijk niet te evalueren was vanwege een gebrek aan eenduidige indicatoren. De instructies voor dataverzameling zijn als onduidelijk ervaren. Het effect op de cliënten werd als positief ervaren. Hoe gaat u om met data en verantwoording door aanbieders in de fase van laagdrempelig steunpunt en in de afstemming met andere gemeenten? 7. Wat gaat u met de aanbevelingen/randvoorwaarden doen uit her rapport zoals genoemd
op pagina 6 en meer uitgebreid vanaf pagina 35?
Antwoorden 1. Dagbesteding is via een SAS-aanbesteding ingekocht, waarbij een beperkt aantal aanbieders een leveringsgarantie hebben gekregen. Gedurende het lopende contract (maximaal 8 jaar) mag de gemeente geen vergelijkbare producten via een andere route aanbieden. Wel is in de contracten opgenomen dat gemeenten met 6 maanden opzegtermijn kunnen uitstappen om dagbesteding op een andere manier te organiseren, zoals via een algemene voorziening. Bij opzegging moet Enkhuizen alle vormen van dagbesteding als algemene voorziening aanbieden, niet alleen de ontwikkelgerichte vorm die in de pilot is aangeboden. Zonder samenwerking met andere gemeenten loopt Enkhuizen het risico dat het aanbod niet volledig dekkend georganiseerd kan worden. 2. Het raadsvoorstel bestaat uit twee onderdelen: een haalbaarheidsonderzoek naar dagbesteding als algemene voorziening op SED-niveau en het opstellen van een projectplan voor het ontwikkelen van een laagdrempelige steunpunten. Tijdens de pilot bestonden tijdelijk twee vormen van dagbesteding naast elkaar (ingekochte dagbesteding en algemene voorziening dagbesteding). Dit mag onder de nieuwe inkoop niet meer. Bij invoering van dagbesteding in de vorm van een algemene voorziening worden de huidige contracten opgezegd en komen er nieuwe afspraken. De laagdrempelige inlooppunten zijn bedoeld voor mensen met bijvoorbeeld eenzaamheid of drempelvrees.
Dit aanbod krijgt andere tarieven en kwaliteitseisen dan dagbesteding moet de behoefte aan zwaardere, duurdere zorg verminderen of uitstellen. Juridisch moet het onderscheid tussen beide duidelijk zijn. Alleen nieuwe producten steunpunten mogen nog buiten de bestaande contracten worden aangeboden. Een laagdrempelige steunpunt is een voorbeeld van een ‘nieuw product’ dat mag bestaan naast de huidige ingekochte dagbesteding. 3. Het advies uit het evaluatierapport is om dagbesteding als algemene voorziening op minimaal SED-niveau aan te bieden. Dit zorgt voor een professioneler aanbod, lagere kosten per cliënt en efficiëntere inzet van zorg. Een gezamenlijk aanbod geeft cliënten meer keuze en garandeert een dekkend zorglandschap. Inwoners van Enkhuizen maken immers ook gebruik van aanbieders in andere gemeenten. Uiteraard is samenwerking met andere West-Friese gemeenten dan Stede Broec en Drechterland ook denkbaar. Voor het voorstel met betrekking tot laagdrempelige steunpunten is geen regionale samenwerking vereist en kan ook laagdrempelige zorg geboden worden. 4. De ontwikkeling van laagdrempelige steunpunten staat los van de ontwikkeling van een algemene voorziening. Dit voorstel is om een variant in te zetten als laagdrempelige voorziening en zonder beschikking kan worden geboden aan inwoners die dat willen en nodig hebben.
Dit kan bestaan naast dagbesteding als ingekocht product én als dagbesteding als algemene voorziening. Eventueel succes van samenwerking met gemeenten om ons heen heeft hier geen invloed op. 5. In de verkenning moet worden onderzocht of de voorzieningen aanbesteed moeten worden of via een andere route kunnen worden geregeld. Omdat het om een kleiner contract gaat dan bij regionale inkoop, kan dit anders worden vormgegeven. Ook moet gekeken worden of Enkhuizen zelfstandig een dekkend zorgaanbod kan organiseren en of aanbieders het aanbod apart willen aanbieden voor alleen Enkhuizense cliënten. Verder moet duidelijk worden hoe de monitoring wordt ingericht en welke uitvoeringskosten daarbij komen kijken. Aparte uitvoering vraagt ook om aparte beoordeling door toezichthouders, vanwege afwijkende afspraken ten opzichte van de rest van de SED-regio. 6. De pilot had de volgende doelen: flexibiliteit voor aanbieders, meer zekerheid voor cliënten en
minder bureaucratie – en deze zijn behaald. Tijdens de evaluatie kwamen extra (kwantitatieve) vragen op, zoals of er minder indicaties zijn afgegeven en of de kosten lager zijn bij een algemene voorziening (amendement Zegerman). Door het oude inkoopsysteem en de arrangementensystematiek ontbraken echter meetbare indicatoren om hier goed op te evalueren. In de nieuwe plannen voor een algemene voorziening en steunpunten worden daarom duidelijke indicatoren afgesproken met aanbieders, om betere evaluatie en verdere kwaliteitsverbetering mogelijk te maken. 7. De overige aanbevelingen nemen we mee in het ontwerp van laagdrempelige steunpunten en in de ontwikkeling van de regionale algemene voorziening.
⃰ Dit vragenformulier z.s.m. toezenden aan griffie@enkhuizen.nl