CConstaterende datEnkhuizen
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-12-05 beantw Technische vragen HEA cie 6-12

commissie Bestuur Openbare Orde en Veiligheid Erfgoed en Grondgebied 6 december 2022, gemeente EnkhuizenBij agendapunt: Pilot deelauto2.023 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen aan burgemeester en wethouders Zaaknr 768884 Fractie

HEA

Opsteller

Onderwerp

Erik Colombijn Bestuur Openbare Orde en Veiligheid Erfgoed en Grondgebied 06-12-2022 Verkeer en vervoer (parkeren)

Agendapunt

Pilot deelauto

Datum aanvraag

28-11-2022

Commissie

Inleiding: Het gebruik van deelauto’s in Enkhuizen daar is HEA groot voorstander van. Om te begrijpen of de voorgestelde pilot hiervoor de juiste weg is hebben wij de volgende vragen:

Vragen: 1. Volgens het raadsvoorstel staat in het PvE de tekst: “Alternatieve mobiliteitsconcepten, zoals de (elektrische) deelauto als onderdeel van de parkeeroplossing zijn mogelijk (= wens) (Dit onder voorbehoud van de uitkomst van de evaluatie van het parkeerregime).” In werkelijkheid staat in het PvE (bijlage bij agendapunt) de tekst: Parkeervolume kan beperkt worden door toepassing van deelauto’s/deelfietsen (wens, onder voorwaarden nader uit te werken). Kun u aangeven wat de reden is van dit verschil? 2. Kunt u aangeven wat de voorwaarden zijn die in de PvE worden bedoeld? 3. In het plan van de projectontwikkelaar wordt niet gesproken over een pilot. Wij lezen een uitgewerkt plan. De deelauto is onderdeel van de servicekosten en het beheer is uitbesteed. Wat gaat de pilot van de gemeente hier nog aan toevoegen? 4. Klopt het dat de raad akkoord moet gaan wanneer een VVE deelauto’s wil aanbieden? 5. In het P&VOP is een aanzet opgenomen voor de toepassing van deelauto’s. Graag ontvangen wij hiervan de tekst. 6. Zilverstraat Hoogstraat wordt pas in 2025 opgeleverd. De eerste resultaten van de pilot zijn dan ook niet voor 2026 te verwachten. Als het belang van deelauto’s in het P&VOP belangrijk wordt gevonden waarom wordt er dan niet reeds eerder een pilot opgezet? 7. Waarom wordt de derde deelauto voor omwonenden niet meegenomen in de pilot? 8.

De projectontwikkelaar denkt naast deelauto’s over deelfietsen en deelscooters. Moeten er voor deze laatste twee mobiliteitsoplossingen ook beleidsregels komen? En zijn die ook onderdeel van de pilot? Zo niet waarom niet? 9. Kunt u aangeven wat precies het parkeerprobleem is? Er worden namelijk meer p-plaatsen gerealiseerd dan de eis. 10. Financieel zijn er geen gevolgen. Kun u aangeven wie de pilot betaalt en wie het financiële risico loopt. 11. Wij lezen: “Voor het aspect deelauto alsook andere onderdelen dient het plan nog verder te worden uitgewerkt.” Welk plan wordt hier bedoeld, en wie is daar voor verantwoordelijk? En

aan welke andere onderdelen moeten wij denken? 12. Het gebruik van deelauto’s is niet nieuw. Kunt u op basis van andere voorbeelden aangeven aan welke beleidsregels (zie inleiding raadsvoorstel) wij bij benadering zouden moeten denken? 13. Wat is de consequentie voor het project Zilverstraat Hoogstraat wanneer de raad niet akkoord gaat met de pilot? 14. Wat is de consequentie voor het project Zilverstraat Hoogstraat wanneer de raad eerst een nadere uitwerking van de pilot wenst?

Antwoorden Voor de leesbaarheid is de vraag herhaald met daaronder het antwoord. Vraag 1: Volgens het raadsvoorstel staat in het PvE de tekst: “Alternatieve mobiliteitsconcepten, zoals de (elektrische) deelauto als onderdeel van de parkeeroplossing zijn mogelijk (= wens) (Dit onder voorbehoud van de uitkomst van de evaluatie van het parkeerregime).” In werkelijkheid staat in het PvE (bijlage bij agendapunt) de tekst: Parkeervolume kan beperkt worden door toepassing van deelauto’s/deelfietsen (wens, onder voorwaarden nader uit te werken). Kunt u aangeven wat de reden is van dit verschil? Antwoord: Bedoeld tekstfragment in het Ontwikkelkader staat onder het kopje ‘Parkeervolume’. Bedoelde tekst is geschreven uit oogpunt van c.q. toegespitst op het parkeervolume. Vraag 2: Kunt u aangeven wat de voorwaarden zijn die in de PvE worden bedoeld? Antwoord: Dat zijn de voorwaarden c.q. beleid die (mogelijkerwijs) voort (zouden) kunnen komen uit de evaluatie van het huidige parkeerregime, zijnde het Parkeer- en Verkeersontwikkelplan (P&VOP). Vraag 3: In het plan van de projectontwikkelaar wordt niet gesproken over een pilot. Wij lezen een uitgewerkt plan. De deelauto is onderdeel van de servicekosten en het beheer is uitbesteed. Wat gaat de pilot van de gemeente hier nog aan toevoegen? Antwoord: Het antwoord op deze vraag combineren wij met die van vraag 9.

Bij de behandeling van de vragen is gebleken dat de pilot omvangrijker is dan alleen het toepassen van deelauto’s. Wij maken meteen van de gelegenheid gebruik dit nader toe te lichten. Het vigerend parkeerbeleid voor planologische ontwikkelingen in de gemeente Enkhuizen heeft zijn basis in het ‘Paraplubestemmingsplan Enkhuizen’ (2017). Dit plan wijst de aan te houden parkeernormen van de CROW aan waarmee het aantal parkeerplaatsen kan worden

uitgerekend en zijn gerelateerd aan het te realiseren, functionele programma. Tijdens de voorbereiding van het Programma van Eisen en Wensen (PvE&W) voor de herontwikkeling van Zilver- Hoogstraat is advies gevraagd aan een verkeerskundig adviesbureau. Zij heeft twee adviezen opgesteld, namelijk: - Verkeersgeneratie en eenrichtingsverkeer Zilverstraat; - Quick Scan naar mobiliteitsalternatieven. Uit de Quick Scan blijkt dat er een lager autobezit is in Enkhuizen dan waar de CROW-normen op zijn gebaseerd en dat een reductie op de parkeernorm verantwoord is. Ook wordt ingespeeld op het toentertijd bekend zijnde concept-P&VOP. Volledigheidshalve zijn beide documenten bij deze beantwoording als bijlage toegevoegd. Beide documenten zijn (ook) meegestuurd bij de uitvraag op TenderNed. De inschrijvers, zo ook Henselmans Bouw en Ontwikkeling, hebben de bedoelde reductie toegepast voor het bepalen van het aantal vereiste parkeerplaatsen op eigen terrein. Deze toegepaste bepalingsmethodiek voor het aantal parkeerplaatsen op het eigen terrein sluit dus nauwkeuriger aan op de praktijksituatie qua autobezit. Ook levert dit naar ons oordeel een bijdrage aan het autoluwer maken van de binnenstad en speelt in op een ontwikkeling om, wanneer er behoefte is aan extra parkeerplaatsen, uit te wijken naar de randen van de binnenstad (bijv. rondom het station).

Wellicht ten overvloede merken wij op dat het vigerende parkeerbeleid van de gemeente Enkhuizen niet voorziet in bovenstaande reductie en evenmin in het concept ‘deelauto’ en de daarmee gepaard gaande reductie van parkeerplaatsen. Zoals in vraag 9 wordt opgemerkt, is in het bouwplan niet de ondergrens van deze bepalingsmethode toegepast maar is er een aantal ‘extra’ parkeerplaatsen ingepast. Deze bepalingsmethodiek in combinatie met het toepassen van deelauto’s maakt het een interessante pilot met het oog op het te ontwikkelen, toekomstig parkeerbeleid. De pilot maakt duidelijk welke beheers- en praktische aspecten bij deze handelwijze c.q. toepassing aan de orde komen. Tezamen met de in het raadsvoorstel genoemde aspecten kan vervolgens beleid worden ontwikkeld. Omdat het project SMC/Vijzeltuin qua functioneel programma van ongeveer een gelijke omvang is, doch een andere situatie/locatie, lijkt het ons nuttig die ook als pilot aan te merken om (eventueel) deze methodiek toe te kunnen passen en ervaring op te doen. Wij zijn van mening dat de pilot zeker bruikbare informatie kan opleveren voor de ontwikkeling van beleid. Wij realiseren ons dat de tekst van het voorgestelde besluit gepreciseerd moet worden.

Die zou als volgt kunnen luiden: ‘In te stemmen met het feit dat de projecten ‘Zilver- en Hoogstraat’ en SMC/Vijzeltuin’ als pilot worden aangewezen voor: - het toepassen van een parkeernorm die gebaseerd is op het autobezit in Enkhuizen overeenkomst het rapport: ‘Quick scan naar mobiliteitsalternatieven voor

-

-

locatieontwikkeling te Zilverstraat en Hoogstraat’ d.d. Oosterhaven van d.d. 28 april 2021’; het toepassen van (maximaal twee) deelauto’s in elk project waarmee een reductie kan plaatsvinden op het normatief vereiste aantal parkeerplekken (op basis van het functionele programma) van netto drie parkeerplekken per deelauto. De evaluatie van de pilot vindt plaats uiterlijk twee jaar na de oplevering c.q. ingebruikname van één van de twee projecten; de evaluatie dient als bouwsteen voor nader beleid.’

Vraag 4: Klopt het dat de raad akkoord moet gaan wanneer een VVE deelauto’s wil aanbieden? Antwoord: Neen, voor bestaande situaties én op eigen terrein is de VVE daar in beginsel vrij in. Wellicht ten overvloede merken wij op dat er daarbij geen strijd met het parkeerbeleid mag ontstaan (zie eerder vermelde artikel 40.3 Paraplubestemmingsplan). Vraag 5: In het P&VOP is een aanzet opgenomen voor de toepassing van deelauto’s. Graag ontvangen wij hiervan de tekst. Antwoord: Het raadsvoorstel is geschreven in de verwachting dat het P&VOP in dezelfde vergadering aan de orde zou komen en dus beschikbaar zou zijn. Het P&VOP wordt nu echter, vanwege precisering op onderdelen, in de vergadering van februari a.s. geagendeerd. Naar verwachting zal de tekst van de deelauto niet meer wijzigen maar dient wel in samenhang met de rest van het P&VOP gelezen te worden. Om een tekstfragment vrij te geven is daarom niet gewenst. De strekking van de concepttekst komt erop neer dat de verwachting is dat op langere termijn er meer deelauto’s zullen komen. Vraag 6: Zilverstraat Hoogstraat wordt pas in 2025 opgeleverd. De eerste resultaten van de pilot zijn dan ook niet voor 2026 te verwachten.

Als het belang van deelauto’s in het P&VOP belangrijk wordt gevonden waarom wordt er dan niet reeds eerder een pilot opgezet? Antwoord: Zilver- Hoogstraat betreft een voor Enkhuizen forse inbreidingslocatie en is voor de deelauto nu actueel. Het kan zijn dat op basis van het P&VOP eerder beleid ontwikkeld kan worden en/of een pilot gestart kan worden voor de toepassing van deelauto’s in andere situaties, bijvoorbeeld bij functiewijzigingen in bestaande panden (transformatie).

Vraag 7: Waarom wordt de derde deelauto voor omwonenden niet meegenomen in de pilot?

Antwoord: Die wordt wel meegenomen in de pilot, maar niet in de reductie van het aantal vereiste parkeerplaatsen. Die derde deelauto is als het ware bovennormatief, een extra voorziening. Vraag 8: De projectontwikkelaar denkt naast deelauto’s over deelfietsen en deelscooters. Moeten er voor deze laatste twee mobiliteitsoplossingen ook beleidsregels komen? En zijn die ook onderdeel van de pilot? Zo niet waarom niet? Antwoord: Het ligt er aan wat de impact is op de openbare ruimte. Als er initiatieven komen die een ruimtebeslag nodig hebben in de openbare ruimte dan zal daar beleid voor moeten worden ontwikkeld. Bij het voorgestane plan Zilver- Hoogstraat wordt het voorzien op eigen terrein en is het aanbod beperkt in aantal. Neemt niet weg dat wij de uitwerking zullen volgen alsook wat de ervaringen zijn in de gebruikssituatie. Dit wordt dus zijdelings meegepakt. Vraag 9: Kunt u aangeven wat precies het parkeerprobleem is? Er worden namelijk meer p-plaatsen gerealiseerd dan de eis. Antwoord: Zie de beantwoording van vraag 3. Vraag 10: Financieel zijn er geen gevolgen. Kun u aangeven wie de pilot betaalt en wie het financiële risico loopt. Antwoord: De ontwikkelaar realiseert het project voor eigen rekening en risico. De uitwerking van het plan gebeurt in samenspraak met de gemeente.

Deze begeleidingbeoordelingskosten (zogeheten gemeentelijke plankosten) zijn verwerkt in de verkoopsom. De evaluatie is onderdeel van een verdere uitwerking van het P&VOP. Vraag 11: Wij lezen: “Voor het aspect deelauto alsook andere onderdelen dient het plan nog verder te worden uitgewerkt.” Welk plan wordt hier bedoeld, en wie is daar voor verantwoordelijk? En aan welke andere onderdelen moeten wij denken? Antwoord: Onder het plan verstaan wij het nieuwbouwplan aan de Zilver- Hoogstraat. De ontwikkelaar is verantwoordelijk om het gehele project uit te werken op bestekniveau en de uiteindelijke realisatie.

Vraag 12: Het gebruik van deelauto’s is niet nieuw. Kunt u op basis van andere voorbeelden aangeven aan welke beleidsregels (zie inleiding raadsvoorstel) wij bij benadering zouden moeten denken?

Antwoord: Kortheidshalve wordt verwezen naar de beantwoording van vraag 3 en 8. Vraag 13: Wat is de consequentie voor het project Zilverstraat Hoogstraat wanneer de raad niet akkoord gaat met de pilot? Antwoord: Dan is er geen aanleiding om af te wijken van het vigerend parkeerbeleid met als gevolg dat er te weinig parkeerplaatsen voorzien zijn in dit plan. Dan zal de aanbesteding opnieuw moeten plaatsvinden. Vraag 14: Wat is de consequentie voor het project Zilverstraat Hoogstraat wanneer de raad eerst een nadere uitwerking van de pilot wenst? Antwoord: Bij de aanbesteding is een planning gevoegd waarvoor de gemeente Enkhuizen zich moet inspannen om die voor de ontwikkelaar waar te maken. Het éénzijdig vertragen van het proces zal enerzijds naar inschatting leiden tot vertragingsschade en anderzijds kan er geen aanbod worden gegeneerd op de vraag om woningen.

⃰ Dit vragenformulier z.s.m. toezenden aan griffie@gemeenteraad-enkhuizen.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12146736/2