17. Amendement PvdA - verordening kwijtschelding 2025
Tekst van het document
Amendement PvdA – HEA - SP Samenvatting/strekking: wijziging ontwerp-Verordening Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Enkhuizen 2025. Agendapunt 17. Overeenkomstig artikel 35 van het Reglement van Orde dienen ondergetekenden het volgende wijzigingsvoorstel in: De Raad van de gemeente Enkhuizen, in vergadering bijeen op 2 juli 2024; besluit de volgende tekst van de concept-Verordening Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Enkhuizen 2025: Artikel 1 Toepassing Deze verordening is van toepassing op: een verzoek om kwijtschelding van gemeentelijke belastingen en heffingen verschuldigd door een natuurlijk persoon die geen bedrijf of zelfstandig beroep uitoefent. te wijzigen in: Artikel 1 Toepassing Deze verordening is van toepassing op: een verzoek om kwijtschelding van gemeentelijke belastingen en heffingen verschuldigd door een natuurlijk persoon. en gaat over tot de orde van de dag. De indieners, J. Sandstra PvdA
F. Jans HEA
M.A. Keesman SP
Toelichting: In het voorstel d.d. 28 mei 2024 tot vaststelling van de Kwijtscheldingsverordening stelt het college voor de mogelijkheid van kwijtschelding van privé belastingschulden aan ondernemers, die in de tot nu toe geldende verordening is opgenomen, te schrappen. Als motief daarvoor stelt het college dat het verlenen van kwijtschelding aan ondernemers onbedoeld als financiële steun voor bedrijven kan functioneren, hetgeen de markteconomie kan verstoren. Door het nietverstrekken van kwijtschelding aan ondernemers worden “gelijke kansen voor alle ondernemingen” niet verstoord, aldus het college. Dat laatste is natuurlijk een drogredenering. Door het wel verstrekken van kwijtschelding aan ondernemers worden gelijke kansen voor alle ondernemingen immers evenmin verstoord. Het gaat niet om het al of niet verstrekken van kwijtschelding, maar om het al of niet gelijk behandelen. Verlenen van kwijtschelding aan ondernemers zou de marktconcurrentie pas verstoren als de mogelijkheid van kwijtschelding voor sommige ondernemers wel, maar voor andere niet zou worden opengesteld. Verder is niet in te zien waarom burgers die hun inkomen halen uit hun eigen bedrijf (zolang het geen BV is tenminste) anders zou moeten worden behandeld dan burgers die hun geld verdienen uit, bijvoorbeeld, een baan in loondienst.
De aanhef van punt 5 van het voorstel van het college: Kwijtschelding van privé belastingschulden voor ondernemers op grond van dezelfde systematiek als voor particulieren, doet vermoeden dat het college ondernemers als een ander soort burgers beschouwt dan particulieren, en zij een andere behandeling verdienen. Dat klopt niet. Een natuurlijk persoon die een bedrijf of zelfstandig beroep uitoefent is nog steeds een natuurlijk persoon, onderworpen aan precies hetzelfde belastingsysteem als zijn buurman die geen bedrijf of zelfstandig beroep uitoefent. Het maken van een uitzondering voor ondernemers komt dus neer op discriminatie, en is in ieder geval in strijd met het voorschrift in artikel 1 van de Grondwet: Allen die zich in Nederland bevinden worden in gelijke gevallen gelijk behandeld.