CConstaterende datEnkhuizen
Koppel je AI →
Document · PDF

1 A. Jaarstukken VRNHN 2021

commissie Grondgebied 8 juni 2022, gemeente EnkhuizenBij agendapunt: Veiligheidsregio NHN29.198 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

(bedragen x €1.000)

2021 Begroting na wijziging

Primaire begroting Baten Lasten Saldo baten minus lasten Bijdragen gemeenten Gerealiseerde resultaat programma

Rekening

629 843 -214

730 1.276 -546

1.296 1.507 -211

-

-

-

-214

-546

-211

Het gerealiseerde resultaat ter grootte van € 211.000 is € 335.000 voordeliger dan begroot. Een meer gedetailleerd overzicht van baten en lasten en een analyse van het verschil tussen de rekening 2021 en de begroting na wijziging is opgenomen in de toelichting op de programmarekening onder 3.3.3.

2.7 Programma dekkingsmiddelen taakvelden VR 2.7.1 2.7.2 2.7.3

Wat wilden we bereiken Wat hebben we gerealiseerd Wat heeft het opgeleverd

2.7.1. Wat wilden we bereiken De bedoeling is om met de bijdragen van de gemeenten en de vergoeding die wordt verkregen uit de BDUR, naast de te genereren specifieke opbrengsten op de verschillende programma’s, een solide dekking op de lange termijn te creëren voor de activiteiten van de veiligheidsregio.

2.7.2 Wat hebben we gerealiseerd De activiteiten die de veiligheidsregio heeft ondernomen, zijn beschreven in de programma’s.

DOC-P&C: Jaarstukken 2021

Pagina 32

2.7.3 Wat heeft het opgeleverd Overzicht baten dekkingsmiddelen taakvelden VR

(bedragen x €1.000) Primaire begroting

2021 Begroting na wijziging

Rekening

Baten Lasten Saldo baten minus lasten

5.831 5.831

6.068 6.068

6.080 6.080

Bijdragen gemeenten

44.438

44.529

44.529

Gerealiseerde resultaat programma

50.269

50.597

50.609

Het gerealiseerde resultaat van € 50.609.000 positief is nagenoeg gelijk aan de begroting na wijziging. Een meer gedetailleerd overzicht van de baten is opgenomen in de toelichting op de programmarekening onder 3.3.3.

DOC-P&C: Jaarstukken 2021

Pagina 33

Paragrafen

2.8 Bedrijfsvoering / Overhead 2.8.1 2.8.2 2.8.3

Wat wilden we bereiken Wat hebben we gerealiseerd Wat heeft het gekost

2.8.1 Wat wilden we bereiken Inleiding Het BBV is veranderd op het punt van de toerekening van overhead aan programma’s: de overhead wordt voortaan apart gepresenteerd en niet meer toegerekend aan de verschillende programma’s. Feitelijk betreft het hier niet alleen baten en lasten die betrekking hebben op bedrijfsvoering, maar ook de lasten van de overhead van de verschillende programma’s. Onder overhead wordt verstaan het geheel van functies gericht op de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Belangrijkste wijziging is dat alle hiërarchische leidinggevenden in het primaire proces en de managementondersteuning van deze leidinggevenden tot de overhead behoren. Daarnaast worden uiteraard ook alle centrale baten en lasten van bedrijfsvoering ondergebracht binnen overhead.

Doel De ondersteuning die Bedrijfsvoering verleent bij het verwezenlijken van de programma’s is van cruciaal belang en zorgt in verband daarmee voor een rechtmatig, doelmatig en doeltreffend beheer en beleid. Het gaat hierbij om het ondersteunen en het scheppen van de voorwaarden voor een adequate uitvoering van de primaire processen binnen de gestelde financiële kaders. Daarnaast wordt er gestreefd naar een lerende organisatie en een prettig werkklimaat voor de medewerkers.

2.8.2 Wat hebben we gerealiseerd Bedrijfsvoering omvat de volgende teams (na organisatieverandering per oktober 2021: Team Communicatie & Business Intelligence, Team Facilitair, Huisvesting & Inkoop, Team Financiën & Kwaliteit, Team HRM en Team Informatiebeheer & ICT. Vanuit deze teams is het onderstaande gerealiseerd op de bestuurlijke uitgangspunten.

Speerpunt organisatie breed

Bereikt dat

2021-2

Veilig leven (campagne laat ouderen

de campagne laat ouderen niet vallen of stikken is bij 3 gemeenten

2022-3

niet vallen of stikken)

geïmplementeerd.

Automatisering en informatiebeveiliging

verbeteringen van de automatisering en informatiebeveiliging conform

V

planning zijn uitgevoerd. Informatiebeheer

de verbeteringen van informatiebeheer conform planning zijn uitgevoerd.

Door Corona is de campagne Veilig Leven vertraagd en konden in 2021 geen nieuwe gemeenten aansluiten. Wel zijn uitgebreide acties geweest in diverse gemeenten. In 2022 is de verwachting dat 4 nieuwe gemeenten gaan aansluiten. DOC-P&C: Jaarstukken 2021

Pagina 34

V

2.8.3 Wat heeft het gekost Overzicht baten en lasten Bedrijfsvoering / Overhead

(bedragen x €1.000)

2021 Begroting na wijziging

Primaire begroting Baten Lasten Saldo baten minus lasten Bijdragen gemeenten Gerealiseerde resultaat overhead Aandeel overhead andere programma's/Ambu Resultaat overhead excl. aandeel ov. progr./Ambu

Rekening

221 15.388 -15.167

2.852 19.067 -16.215

2.727 18.576 -15.849

-

-

-

-15.167

-16.215

-15.849

1.132

1.516

1.499

-14.035

-14.699

-14.350

Het gerealiseerde resultaat exclusief aandeel ambulancezorg ter grootte van € 14.350.000 is € 349.000 voordeliger dan begroot. Een meer gedetailleerd overzicht van baten en lasten en een analyse van het verschil tussen de rekening 2021 en de begroting na wijziging is opgenomen in de toelichting op de programmarekening onder 3.3.3.

DOC-P&C: Jaarstukken 2021

Pagina 35

2.9 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 2.9.1 2.9.2 2.9.3 2.9.4 2.9.5 2.9.6

Inleiding Beschikbare weerstandscapaciteit Financiële risico’s Benodigde weerstandscapaciteit Verzekeringen en voorzieningen Kengetallen financiële positie

2.9.1 Inleiding Het weerstandsvermogen is te definiëren als het vermogen om niet-structurele financiële risico’s op te kunnen vangen ten einde de taken van de organisatie te kunnen voortzetten. Het weerstandsvermogen is van belang voor het bepalen van de gezondheid van de financiële positie van de organisatie. Op grond van artikel 29 van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Noord Holland Noord dragen de gemeenten bij in de lasten van deze organisatie voor zover zij niet worden bestreden uit de opbrengsten van andere vergoedingen. De 16 deelnemende gemeenten (na fusie Heerhugowaard en Langedijk op 1 januari 2022) vormen dus als het ware de weerstandscapaciteit. Op basis van de uitgangspunten gemeenschappelijke regelingen is een beperkte algemene reserve toegestaan. Als richtlijn geldt maximaal 2,5% van de exploitatielasten. Dit komt op basis van de jaarstukken 2021 (€ 65.233.000 lasten voor VR NHN) neer op een bedrag van (afgerond) € 1.631.000. Bij zwaarwegende argumenten is afwijking van deze richtlijn mogelijk. Daarnaast bestaat binnen de organisatie de Ambulancezorg die niet door de gemeentelijke bijdrage wordt gefinancierd, maar door bijdragen van de zorgverzekeraars (Nza).

Door de verbeterde financiering in het algemeen en verruiming van vergoedingen voor de huisvesting in het bijzonder, is het mogelijk om voor dit bedrijfsonderdeel een aparte algemene reserve op te bouwen. Hierdoor wordt ook richting de Nza duidelijker zichtbaar dat geld afkomstig van de zorgverzekeraars ook daadwerkelijk alleen wordt ingezet voor de Ambulancezorg. Deze algemene reserve kent vooralsnog geen beperkingen. Beide algemene reserves maken onderdeel uit van de beschikbare weerstandscapaciteit.

2.9.2 Beschikbare weerstandscapaciteit

x €1.000 Algemene reserve Bestemmingsreserves Gerealiseerde resultaat Totaal reserves

Saldo 1-1-2021 Toevoeging 1.910 452 2.893 39 3.425 3.145 8.228 3.636

Onttrekking 451 451

Bestemming resultaat -3.425 -3.425

Saldo 31-12-2021 1.911 2.932 3.145 7.988

Correcties Bestemmingsreserves Bestemde gelden Veiligheidsregio Gerealiseerd resultaat Vrij te bestemmen resultaat Veiligheidsregio Beschikbare weerstandscapaciteit

DOC-P&C: Jaarstukken 2021

-2.932 -2.252 2.804

Pagina 36

2.9.3 Financiële risico’s Een risico is een onzekere gebeurtenis waaruit financiële gevolgen kunnen voort vloeien, maar waarbij niet duidelijk is of de gebeurtenis zich gaat voordoen en hoe groot de financiële gevolgen zullen zijn. Op het moment dat de financiële gevolgen inzichtelijk zijn, worden deze gedekt in de begroting. De mate van risico’s zijn opgenomen in 5 klassen. Klasse 1. 2. 3. 4. 5.

% 10% 25% 50% 75% 95%

Waarschijnlijkheid Zeer klein Klein Middel Groot Zeer Groot

Toelichting Onwaarschijnlijk, kans 1 keer in de 10 jaar. Niet waarschijnlijk, kans 1 keer in de 4 jaar. Kan beide kanten op, kans 1 keer in de 2 jaar. Waarschijnlijk, kan komend jaar voorkomen Zeer waarschijnlijk, zal zich komend jaar voordoen.

De volgende risico’s worden onderkend. Hierbij maken wij de kanttekening dat de gegeven opsomming van risico’s niet limitatief is. Risico 1. Brandweervrijwilligers van rechtswege overgaan in een arbeidsovereenkomst. 2. BTW plicht over activiteiten van de Meldkamer NoordHolland aan VRNHN

Oorzaak Europese wet-en regelgeving

Gevolg Mogelijk verplichting tot betaling minimum loon, pensioen, betaling bij ziekte, etc. BTW regelgeving Per jaar € 350.000 BTW over de activiteiten van de Meldkamer NoordHolland aan VRNHN vanaf start 1 mei 2019 3. Langdurige uitval Ziektie / ongeval Hoger dan begrote inhuur nodig om weggevallen capaciteit op te vangen 4. IT-dreigingen (bijv. IT-beveiliging is Dataverlies en virus, cyberaanval enz.) onvoldoende tegen alle datalekken IT-dreigingen

Klasse / Financiële Weerstands% impact capaciteit 3 / 50% € 1.200.000 € 600.000

3 / 50%

€

875.000

€

437.500

4 / 75%

€

200.000

€

150.000

3 / 50%

€

200.000

€

100.000

Niet kunnen Hoger dan geraamde aantrekken van inhuur derden verpleegkundigen ambulancezorg 6. Materiële en personele Materiële en personele Ongedekte uitgaven (niet schade bij omvangrijke schade bij omvangrijke begroot) incidenten incidenten

2 / 25%

€

200.000

€

50.000

2 / 25%

€

200.000

€

50.000

7. Aanbestedingsclaim

1 / 10%

€

200.000

€

20.000

5. Tekort ambulanceverpleegkundigen

Totaal

Niet rechtmatig uitvoeren van een aanbesteding

Toewijzen van een aanbestedingsclaim

€ 1.407.500

Risico 1. Brandweervrijwilligers van rechtswege overgaan in een arbeidsovereenkomst Eind 2018 concludeert Pels Rijcken (kantoor landsadvocaat) dat er een reëel risico bestaat dat elementen in de rechtspositie van de brandweervrijwilligers in strijd zijn met de normen uit de Europese en internationale wet- en regelgeving. Onderzoek wijst uit dat er geen mogelijkheid is om binnen de bestaande juridische kaders de huidige vrijwilligheid bij de brandweer te behouden. Op 14 juni 2019 hebben het Veiligheidsberaad en de minister van J&V besloten tot de oprichting van een denktank. De denktank heeft een denkrichting uitgewerkt en voorgelegd aan het Veiligheidsberaad en minister van J&V op 9 december 2019. Het uitgangspunt van de denkrichting is een werkbaar en fundamenteel onderscheid (differentiatie van verplichte beschikbaarheid, werkinhoud/volume en opleiding) tussen vrijwilligers en beroepsmedewerkers, dat tegelijkertijd geen afbreuk doet aan het niveau en kwaliteit van DOC-P&C: Jaarstukken 2021

Pagina 37

de brandweerzorg. In februari 2021 is het definitieve rapport ‘Inzicht in consequenties denkrichting’ taakdifferentiatie in het Veiligheidsberaad behandeld en besproken met de minister van JenV. Burgemeesters Kolff en Depla hebben hun rapport over taakdifferentiatie opgeleverd, waartoe zij in 2018 de opdracht kregen van het Veiligheidsberaad. In het rapport wordt een oplossing geboden om de rechtspositie van brandweervrijwilligers in lijn met Europese wetgeving te brengen, die stelt dat bij gelijk werk gelijke arbeidsvoorwaarden en gelijke betaling geldt, maar ook om het vrijwilligersstelsel te behouden. In het rapport wordt voorgesteld om aan de hand van vier bouwstenen een fundamenteel onderscheid te maken tussen brandweervrijwilligers en beroepsmedewerkers. Deze bouwstenen zijn verplichte beschikbaarheid (kazerneren/consigneren), aantal repressieve taken, type taken en vakbekwaam worden en blijven. Het Veiligheidsberaad heeft kennis genomen van het rapport en heeft uitgesproken de komende jaren aan de slag te willen gaan met de implementatie van bouwsteen 1, mits de benodigde financiële middelen vanuit het rijk komen en een aantal knelpunten opgelost wordt.

Bouwsteen 1 betreft het opheffen van kazernering en consignatie en stelt dat wanneer er bij een inzet geen sprake is van vrije instroom, maar een medewerker móet opkomen, er gelijke arbeidsvoorwaarden en betaling zou moeten zijn. Dit zal betekenen dat vrijwillige brandweermensen straks niet meer geconsigneerd zijn, maar aangesteld kunnen worden met een deeltijd beroepsaanstelling. Het Veiligheidsberaad is niet akkoord met alle bouwstenen, maar er is draagvlak om te starten met de implementatie van bouwsteen 1. Het veiligheidsberaad en minister JenV hebben op 21 juni 2021 de nieuwe stuurgroep ‘toekomst bestendig brandweerstelsel’ de opdracht gegeven voor de implementatie van de eerste bouwsteen en onderzoek te doen naar andere wenselijke thema’s om toe te werken naar een toekomstbestendig brandweerstelsel.

Risico 2. BTW-plicht over activiteiten van de Meldkamer Noord-Holland aan VRNHN Uit recent onderzoek is gebleken dat er sprake kan zijn van BTW-plicht over de activiteiten die de Meldkamer Noord-Holland verricht voor de veiligheidsregio’s. De wijze waarop de samenwerking en de verdeling van de kosten is ingericht, voldoet in ieder geval niet aan de constructie “Kosten voor Gemene Rekening” (KGR) waardoor BTW-druk kan worden voorkomen. Op dit moment wordt onderzocht hoe de onderlinge verrekening alsnog passend kan worden gemaakt onder het regime KGR en hoe we het gesprek kunnen aangaan met de belastingdienst over dit item. Daarnaast worden andere mogelijkheden onderzocht indien de constructie KGR door de belastingdienst wordt afgewezen. Het risico wat de VRNHN in deze loopt is circa € 350.000 extra BTW-druk op jaarbasis. De meldkamer bestaat in de huidige vorm vanaf mei 2019. Indien er een BTW-plicht is, zal de veiligheidsregio in gesprek gaan met het ministerie van J&V voor de compensatie van de BTW last.

2.9.4 Benodigde weerstandscapaciteit Op basis van de risico-inventarisatie bedraagt de benodigde weerstandscapaciteit € 1.407.500. De ratio weerstandsvermogen versus weerstandscapaciteit bedraagt op basis van de aanwezige buffer € 2.804.000 / € 1.407.500 * 100% = 199%. Dit houdt in dat de Veiligheidsregio in staat is om de onderkende risico’s financieel te dragen.

2.9.5 Verzekeringen en voorzieningen Het verzekeringspakket voorziet in het afdekken van de meest gangbare risico’s op personeel en materieel gebied. Daarnaast heeft de veiligheidsregio nog een aantal voorzieningen getroffen voor toekomstige verplichtingen. In de toelichting op de balans worden deze nader toegelicht. DOC-P&C: Jaarstukken 2021

Pagina 38

2.9.6 Kengetallen financiële positie Overzicht kengetallen 2021 2021 Kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte

begroting (bijgesteld) 0,79 0,79

jaarrekening 0,33 0,33

0,06

0,17

0,00%

3,75%

Toelichting kengetallen •

• •

Netto schuldquote: netto schuld gedeeld door de inkomsten exploitatie (excl. mutaties reserves) Onder netto schuld wordt verstaan de langlopende en kortlopende schulden minus de langlopende en kortlopende vorderingen en uitzettingen. Solvabiliteitsratio: verhouding eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen (eigen vermogen en vreemd vermogen). Structurele exploitatieruimte: saldo van de structurele baten en lasten en saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten (excl. mutaties reserves), uitgedrukt als percentage.

Duiding kengetallen • •

•

Netto schuldquote: algemeen wordt ratio van 1 of lager gekwantificeerd als voldoende. Meerjarig voldoet VR NHN aan deze norm. Solvabiliteit: algemeen wordt een ratio van 1 of hoger gekwantificeerd als voldoende. Bij VR NHN is de ratio beduidend lager wat wordt veroorzaakt door: o een relatief laag eigen vermogen; als gevolg van een restrictie van maximaal 2,5% van de totale lasten; o een omvangrijke leningenportefeuille als gevolg van de overname van roerende en onroerende goederen van gemeenten in het kader van de regionalisering in 2014. Structurele exploitatieruimte: deze begroting is gebaseerd op structurele baten en lasten. De structurele exploitatieruimte is nihil, waardoor de ratio laag is.

DOC-P&C: Jaarstukken 2021

Pagina 39

2.10 Onderhoud kapitaalgoederen 2.10.1 Wat wilden we bereiken 2.10.2 Wat hebben we gerealiseerd 2.10.3 Wat heeft het gekost

2.10.1 Wat wilden we bereiken Doel Veiligheidsregio Noord-Holland Noord is een organisatie die sterk afhankelijk is van de inzet van haar materieel. Uitval kan niet worden gepermitteerd. Het is daarom noodzakelijk om het risico van deze uitval zoveel mogelijk te beperken door garanties en zekerheden te stellen. Eén van de zekerheden wordt ontleend aan het meerjarig in beeld brengen van de onderhoudskosten die gepaard gaan met het operationeel houden van de onderhoudsobjecten. Er mag geen sprake zijn van achterstallig onderhoud. Een andere zekerheid is het weten wanneer het materieel vervangen moet worden. Hiervoor beschikt de Veiligheidsregio over een actueel MJIP (Meerjareninvesteringsplan) waarin alle nu bekende toekomstige investeringen zijn opgenomen. De veiligheidsregio beschikt over diverse soorten kapitaalgoederen die jaarlijks moeten worden onderhouden om het voorzieningenniveau op peil te houden. Dit betreffen o.a. panden, voertuigen en kantoorautomatisering. VR NHN heeft in 2021 diverse panden in eigendom. Naast de panden die worden gebruikt ten behoeve van ambulancezorg, heeft de veiligheidsregio ook nog diverse brandweerkazernes. Deze kazernes zijn gekocht van de gemeenten in 2013 om btw heffing bij de gemeenten te voorkomen. Het pand voor de centrale huisvesting in Alkmaar (Hoofdkantoor) en het pand voor de ambulancedienst op Texel worden gehuurd.

De brandweerkazernes die niet in eigendom zijn, worden om niet gehuurd van de gemeenten.

2.10.2 Wat hebben we gerealiseerd Gebouwen ambulancedienst In 2019 heeft op basis van de in 2018 uitgevoerde (interne) analyse op de staat van de gebouwen een extern onderzoek plaatsgevonden. Daaruit is naar voren gekomen dat de ambulancevoorzieningen in Hoogkarspel en Den Helder niet langer geschikt zijn voor hun functie en extra ruimte beschikbaar moet komen voor het overdekt stallen van ambulances. Uit onderzoek naar meerdere oplossingsvarianten is de conclusie getrokken dat nieuwbouw voor beide locaties de voorkeur geniet boven een grootschalige renovatie. Het rapport is vertaald in een notitie voor het Lokaal Overleg van maart 2020 waarin de probleemstelling vertaald is naar een advies het beschikbare budget huisvesting te verhogen. In het najaar 2020 is de extra budgetaanvraag gehonoreerd en vindt structurele ophoging plaats. In 2021 is begonnen met de planvorming voor de nieuwbouw.

Brandweerkazernes Voor de kazernes zijn in 2013 de volgende uitgangpunten afgesproken met de gemeenten en zijn/worden als zodanig uitgevoerd: 1. Kazernes blijven in eigendom van de gemeenten; 2. Kazernes < 10 jaar zijn in eigendom overgedragen aan VR NHN (per 31-12-2013) in het kader van de btw problematiek. Gemeenten hebben recht van 1e koop na afloop van de btw compensatie termijn van 10 jaar;

DOC-P&C: Jaarstukken 2021

Pagina 40

3. De jaarlijkse exploitatielasten komen voor rekening van de gemeenten die zijn betrokken bij de overdracht; 4. Overige kazernes worden door de gemeenten om niet in bruikleen gegeven aan VR; 5. Huisvestingslasten maken geen onderdeel uit van de begroting van de VR; 6. Het beheer en onderhoud is een gemeentelijke taak en wordt geborgd in de overeenkomsten voor beheer en onderhoud tussen gemeenten en VR; 7. Gemeenten berekenen hun facilitaire kosten (schoonmaak, alarmopvolging, e.d.) door aan VR; 8. Roerende goederen zijn om niet of tegen de geldende boekwaarde door VR overgenomen. Onderhoud, reparatie en vervanging is voor rekening van VR. Het onderzoek, in meerdere jaren uitgevoerd in 2017-2018 naar de toekomstbestendigheid van de bestuurlijke afspraken omtrent de huisvesting van de brandweer heeft niet geleid tot aanpassing van de in 2013 gemaakte afspraken. Het onderzoek heeft geleid tot een verbeterde attentie bij gemeenten dat de huisvesting van de brandweer een verantwoordelijkheid is van gemeenten en Veiligheidsregio samen. Binnen de bestuurlijke uitgangspunten kunnen de knelpunten worden opgelost hetgeen in de praktijk ook daadwerkelijk gebeurt. In meerdere kazernes zijn verbeteringen aangebracht met betrekking tot arbeidshygiëne en er vindt een betere afstemming plaats op de uitvoering van het meerjarenonderhoudsplan.

Een aantal gemeenten zijn daadwerkelijk gestart met of er zijn de plannen in voorbereiding voor het vervangen van veelal verouderde brandweerkazernes. In hoeverre de ontwikkeling van het brandweerdekkingsplan naar een brandweerzorgplan effect gaat hebben op deze vervangingen is momenteel nog niet uitgekristalliseerd.

Centrale huisvesting de Hertog Het gebouw aan de Hertog Aalbrechtweg 22 te Alkmaar wordt samen met de GGD Hollands Noorden als hoofdlocatie gebruikt. VR NHN is huurder. Voor het medegebruik door de GGD HN is een overeenkomst voor gemene rekening opgesteld die is goedgekeurd door de Belastingdienst. Op basis hiervan worden de huisvestingskosten op basis van een verdeelsleutel verdeeld tussen de GGD HN en VR NHN zonder dat dit tot extra btw-druk leidt. Met de verhuurder van het pand is een SLA afgesproken waarin het beheer en onderhoud van het pand geregeld is.

Ambulancematerieel In 2021 zijn op beperkte schaal verbindingsmiddelen en toughbooks aangeschaft.

Brandweermaterieel De brandweer beschikt over up-to-date materieel en materiaal. Voertuigen en inventaris worden op basis van het MJIP vervangen. Bij iedere vervanging wordt gekeken of er een technische noodzaak is om te gaan vervangen. Het aantal aanbestedingstrajecten is klein. Voor reguliere brandweermaterialen zijn er inkoopovereenkomsten beschikbaar en waar nodig worden deze inkoopovereenkomsten rechtmatig verlengd. Op die manier wordt zo efficiënt mogelijk met de beschikbare middelen om gegaan. De grootste (vervangings-)investeringen in 2021 betreffen een specialistisch blusvoertuig (€ 1.000.000), 7 piketauto’s (€ 492.000) en 3 tankautospuiten (€ 1.060.000).

Persoonlijke beschermingsmiddelen Brandweer •

•

Het scenario van de vervanging van het nieuwe operationele uniform is uitgewerkt. Los van mogelijke beïnvloeding door corona op de productie en daardoor uitlevering staat de veiligheidsregio gepland in het 2e halfjaar 2022 en in 2023 om de nieuwe uniformen in gebruik te nemen. In het kader van arbeidshygiëne en arbeidsomstandigheden is in 2021 een project gestart om per regio een wagen uit te rusten met verschillende zaken (zoals bluspakken, gelaatsmaskers en ademluchtcilinders) die bij langdurige inzet als ondersteunend kan worden ingezet. Implementatie zal worden afgerond in 2022.

DOC-P&C: Jaarstukken 2021

Pagina 41

Kantoorautomatisering De VR beschikt over een visie op informatiegestuurd werken die op hoofdlijnen de richting voor de toekomst weergeeft. Met de acties in het jaarplan is verder invulling gegeven aan deze visie. Voor de VR is een architectuur opgesteld die gericht is op de huidige ontwikkelingen binnen de regio en op landelijk niveau. Het risicobewustzijn van werken bij de veiligheidsregio is toegenomen. Dit vertaalt zich in het veilige gebruik van ICT-voorzieningen, geen datalekken en grip op persoonsgegevens. Om toegang te krijgen tot de werkomgeving is de toegangscontrole uitgebreid met een authenticator-procedure. In 2021 is begonnen met het regio-breed vervangen van de laptops. Dit wordt in 2022 afgerond.

2.10.3 Wat heeft het gekost Gebouwen Ambulancedienst De kosten van groot onderhoud worden ten laste van de voorziening groot onderhoud gebracht. De jaarlijkse onderhoudskosten die op dagelijkse basis worden gemaakt, zijn opgenomen in de exploitatie. De voorziening groot onderhoud is in 2021 gegroeid tot een bedrag van € 416.000. In 2021 is geen onderhoud uitgevoerd ten laste van de voorziening vanwege de geplande en uitgevoerde nieuwbouw. Er heeft besluitvorming plaats gevonden over de huisvesting in Den Helder en Hoogkarspel. Hiervoor zijn plannen ontwikkeld en wordt verder gewerkt aan de realisering daarvan. Het herschrijven van het onderhoudsplan naar de nieuwe situatie wordt aansluitend op de realisatie van de nieuwe posten uitgevoerd. Aansluitend wordt de voorziening aangepast aan de dan berekende noodzakelijke hoogte en worden de nieuwe dotaties voor de komende jaren berekend. Het verloop van de voorziening groot onderhoud is als volgt: x €1.000 Voorziening groot onderhoud gebouw Totaal

Saldo 1-1-2021 Toevoeging 359 57 359 57

Onttrekking

Vrijval

-

-

Saldo 31-12-2021 416 416

Brandweerkazernes In 2013 zijn er vanwege fiscale redenen een aantal kazernes van verschillende gemeenten gekocht. De afschrijvingslasten, rente en het onderhoud komen voor rekening van de verkopende gemeenten. In 2021 zijn de kazernes Alkmaar-centrum en Hem terug verkocht aan de gemeenten.

Ambulancematerieel Aan onderhoud van de ambulances is € 207.000 uitgegeven. Begroot was € 224.000.

Brandweermaterieel Het onderhoud van het brandweermaterieel (o.a. voertuigen, kleding, ademlucht, klein gereedschap) is per team uitgevoerd. In totaal is aan onderhoud € 1.638.000 uitgegeven. Begroot was € 1.869.000.

ICT / Kantoorautomatisering De organisatie brede exploitatiebudgetten voor ICT / kantoorautomatisering waren op € 2.001.000 begroot. Er is voor € 2.056.000 aan kosten gemaakt.

DOC-P&C: Jaarstukken 2021

Pagina 42

2.11 Financiering 2.11.1 2.11.2 2.11.3 2.11.4

Inleiding Evaluatie treasury activiteiten Toerekening rentelasten naar taakvelden EMU saldo

2.11.1 Inleiding Op 27 november 2015 is door het algemeen bestuur het treasurystatuut 2015 vastgesteld. In dit statuut zijn de uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten van de treasuryfunctie vastgelegd. Het statuut is gebaseerd op de voorschriften zoals vastgelegd in de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet fido) inclusief de daarmee samenhangende wet- en regelgeving. De belangrijkste punten uit dit statuut zijn: • Aantrekken van langlopende geldleningen geschiedt door een offerte aan te vragen bij tenminste twee financiële instellingen; • Uitzetten van tijdelijke overtollige financiële middelen vindt uitsluitend plaats bij het Agentschap van het Ministerie van Financiën (schatkistbankieren). Middelen tot de schatkistlimiet mogen worden uitgezet bij financiële ondernemingen die ten minste over een A-rating beschikken en gevestigd zijn in Nederland, of een andere EU lidstaat die beschikt over tenminste een AA rating; • De organisatie maakt geen gebruik van derivaten. • In het treasurystatuut is opgenomen dat jaarlijks een evaluatie van de uitvoering van de gedane treasury activiteiten plaatsvindt in de paragraaf ‘Financiering’.

2.11.2 Evaluatie treasury activiteiten Kasgeldlimiet (kortlopende geldleningen) Ter beperking van het renterisico heeft de wetgever de hoogte van de netto vlottende schuld voor gemeenschappelijke regelingen op een maximum gezet van 8,2% van de begrote lasten, de kasgeldlimiet. Voor 2021 is deze berekend op € 5,6 miljoen1. In 2021 is een kortlopende geldlening aangetrokken ter overbrugging van een tijdelijke liquiditeitstekort. De kasgeldlimiet is in 2021 niet overschreden.

Schatkistlimiet Vanaf december 2013 is het schatkistbankieren van toepassing. Dit betekent dat overtollige geldmiddelen boven de schatkistlimiet verplicht moeten worden aangehouden in de schatkist. Dit voorkomt dat decentrale overheden hun middelen kunnen uitzetten bij derden (zoals buitenlandse banken) en draagt bij aan het verlagen van het EMU saldo van de totale Nederlandse overheid. Voor 2021 is de schatkistlimiet berekend op € 513.0002 tot 1 juli. Vanaf 1 juli is het bedrag berekend op € 1.376.000 door veranderde wetgeving. De schatkistlimiet is in 2021 niet overschreden.

1 Op basis van begrotingstotaal lasten € 68.813.000 (primair)

De limiet wordt berekend als 0,75% van het begrotingstotaal (primair), met een ondergrens van € 250.000. M.i.v. 1 juli 2021 is de limiet verhoogd tot 2%, met een ondergrens van € 1.000.000. 2

DOC-P&C: Jaarstukken 2021

Pagina 43

Het volgende overzicht geeft een beeld van de uitkomsten op kwartaalbasis. Bedrag schatkistlimiet

x €1.000 Kwartaal 1 513

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Ruimte onder het drempelbedrag Overschrijding van het drempelbedrag

Kwartaal 2 513

Kwartaal 3 1.376

Kwartaal 4 1.376

207

206

239

221

306

307

1.137

1.155

Renterisiconorm Ter beperking van het renterisico heeft de wetgever de renterisiconorm gemaximaliseerd op 20% van het begrotingstotaal. Dit betekent dat het totaal van herfinancieringen en renteherzieningen op de vaste schuld in enig jaar beperkt is tot 20% van het begrotingstotaal. Voor 2021 is de renterisiconorm berekend op € 14,0 mln. In 2021 zijn 2 geldleningen volledig afgelost vanwege de terug verkoop van brandweerkazernes (Alkmaar-centrum en Hem). De renterisiconorm is in 2021 niet overschreden.

Financieringen (kort-/langlopende geldleningen) Om de financieringsbehoefte te kunnen bepalen maken we gebruik van een gedetailleerde liquiditeitsbegroting. Deze wordt minimaal 1 keer per week bijgewerkt. Verwachte tijdelijke tekorten worden opgeheven door het aantrekken van kasgeldleningen (kortgeld). De ervaring leert dat tijdelijke tekorten in liquide middelen bij VR NHN veelal optreden aan het einde van ieder kwartaal. In 2021 is voor € 4,8 miljoen geïnvesteerd in nieuwe bedrijfsmiddelen. Hiervoor zijn geen aanvullende leningen aangetrokken.

Leningenportefeuille In 2021 zijn enkele langlopende leningen afgelost. Zie voor een overzicht bijlage 5.4 bij de jaarrekening.

2.11.3 Toerekening rentelasten naar taakvelden In onderstaand overzicht wordt inzicht gegeven in de rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop de rente wordt toegerekend aan investeringen en projecten. De rente van geldleningen die zijn aangetrokken voor de aankoop van materieel / kazernes wordt bij VR NHN gezien als projectfinanciering.

Omschrijving Externe financiering kort en lang Rentelasten Rentebaten Saldo rentelasten en rentebaten

2021 Bedragen x €1 -/+/+

287.836 3.160 284.677

Doorberekening rente aan grondexploitatie Toerekening rente van projectfinanciering aan het betreffende taakveld Toerekening rentebaten van specifieke projectfinanciering aan het betreffende taakveld Aan taakveld toe te rekenen extrene rente

-/-/+/+

Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen Totaal aan taakveld toe te rekenen rente

+/+ +/+

0 0 149.259

7.1 Volksgezondheid 1.1 Crisisbeheersing en Brandweer 0.4 Overhead De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

-/-/-/-/-

17.524 128.814 6.081 152.419

Renteresultaat op het taakveld Treasury

135.417 149.259

3.160

De positieve uitkomst wordt vooral veroorzaakt door ontvangen rente op een kortlopende kasgeldlening. DOC-P&C: Jaarstukken 2021

Pagina 44

2.11.4 EMU saldo Onderstaand het berekend EMU saldo 2021.

Omschrijving

2021 x € 1000,Volgens realisatie tot en met dec. 2021

1

Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)

3.185

2

Afschrijvingen ten laste van de exploitatie

13.154

3

Dotaties aan voorzieningen ten laste van de exploitatie minus vrijval van voorzieningen ten bate van de exploitatie

57

4

Bruto investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd

4.792

5

Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, geen betrekking hebbende op bouwgrondexploitatie en niet verantwoord op de exploitatie

6

Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa: Baten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs), voor zover niet op exploitatie verantwoord

7

Aankoop van grond en uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d., alleen transacties met derden niet op de exploitatie verantwoord

8

Baten bouwgrondexploitatie: Baten voor zover niet al op de exploitatie verantwoord

9

Lasten op balanspost Voorzieningen voor zover deze transacties met derden betreffen

10

Lasten i.v.m. transacties met derden, die niet via de onder vraag 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht

11 a b

Verkoop van effecten: Gaat u effecten verkopen? (ja/nee) Zo ja wat is bij verkoop de verwachte boekwinst op de exploitatie?

ja

nee

Berekend EMU-saldo

11.604

DOC-P&C: Jaarstukken 2021

Pagina 45

2.12 Verbonden partijen 2.12.1 2.12.2 2.12.3 2.12.4 2.12.5 2.12.6 2.12.7

Inleiding Relevante ontwikkelingen Opbrengsten en kosten deelnemingen in relatie tot de begroting Invulling aandeelhouders- en commissarisrol Visie op verbonden partijen Beleidsvoornemens deelnemingen Eigen vermogen en resultaat RAV

2.12.1 Inleiding Een verbonden partij is een privaat- dan wel publiekrechtelijke organisatie waarin VR NHN een bestuurlijk én een financieel belang heeft. Een financieel belang is aanwezig wanneer een ter beschikking gesteld bedrag niet verhaalbaar is bij faillissement dan wel als financiële aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt (artikel 1 BBV). Bestuurlijk belang is aanwezig indien er zeggenschap bestaat uit hoofde van stemrecht dan wel vertegenwoordiging in het bestuur van de organisatie. In deze paragraaf wordt ingegaan op de visie op verbonden partijen in relatie tot de realisatie van de doelstellingen van de veiligheidsregio. Ook wordt de realisatie van de beleidsvoornemens met betrekking tot de verbonden partijen beschreven. Tevens is opgenomen of en zo ja welke risico’s en problemen ten aanzien van de verbonden partijen zijn te onderkennen.

2.12.2 Relevante ontwikkelingen Vereniging Ambulancezorg Regio Noord-Holland Noord in coöperatief verband U.A. (RAV NHN) (vestigingsplaats Alkmaar) De RAV NHN is per 10 februari 2010 opgericht met als doel het hebben en exploiteren van een vergunning tot het uitvoeren van ambulancevervoer. Per 1 januari 2013 beschikt de RAV NHN over deze vergunning. RAV NHN kent twee leden: Ambulancezorg Noord-Holland Noord (= VR NHN) en Witte Kruis Ambulancezorg. De centrale administratie wordt uitgevoerd door VR NHN en de controlfunctie door WK. Het secretariaat van de RAV wordt door VR NHN gevoerd. Verder gebruiken beide partners één automatiseringspakket waarin de ambulanceritten worden geregistreerd. De ambulanceritten worden door VR NHN gefactureerd. De partners behouden afzonderlijk de verantwoordelijkheden over het debiteurenbeheer. Beide partners staan bij de zorgverzekeraars bekend als één wettelijk gemachtigde uitvoerende en verantwoordelijke zelfstandige organisatie (coöperatie) die beschikt over één gezamenlijke bankrekening en spaarrekening. De Meldkamer is via een SLA verbonden aan de RAV. Op 1 januari 2021 is de Wet ambulancevoorzieningen (Wav) in werking getreden. De nieuwe wet ambulancezorg geeft zekerheid aan de RAV over haar positie. Om de continuïteit te kunnen waarborgen wil de minister de huidige positie van de RAV’s intact houden.

In de nieuwe wet is opgenomen dat: “Er per veiligheidsregio een monopolist is, die niet alleen het alleenrecht heeft om spoedeisende ambulancezorg te leveren, maar ook de plicht heeft om deze zorg te leveren.” De Nederlandse Zorgautoriteit, de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) gaan gezamenlijk toezicht houden op de naleving van de Wav. De zorgverzekeraars maken met de RAV jaarlijks afspraken over het budget en de daarvoor te leveren kwaliteit en prestaties. DOC-P&C: Jaarstukken 2021

Pagina 46

Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) (Vestigingsplaats Arnhem) Het IFV is een bij wet opgerichte zelfstandig bestuursorgaan (ZBO). De positie van het IFV is vastgelegd in de Wet veiligheidsregio’s. Het IFV ondersteunt de veiligheidsregio’s bij het versterken van de brandweerzorg en de aanpak op het terrein van de rampenbestrijding en crisisbeheersing. Per 7 maart 2022 is de naam gewijzigd in het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid: NIPV. Coöperatie Brandweerschool Noord-Holland U.A. De regio’s Kennemerland, Noord-Holland Noord en Zaanstreek-Waterland hebben hun krachten op het gebied van vakbekwaam worden gebundeld. Sinds het formele ondertekeningmoment op 11 juli 2019 is er één gezamenlijk opleidingsinstituut: de Brandweerschool Noord-Holland (BWS NH). BWS NH zet in op kwalitatief goed onderwijs, het innoveren van brandweeronderwijs, het voldoen aan landelijk gestelde kwaliteitscriteria en het onderhouden en ontwikkelen van les- en leerstof. Voorlopig richt BWS NH zich in hoofdzaak op de opleidingen basisbrandweerzorg, aangevuld met de opleidingen brandweerchauffeur en instructeur. De landelijke (en verplichte) audit Kwaliteit Aanbieders Brandweeronderwijs (KAB) is uitgevoerd op 21 november 2019. De Brandweerschool heeft deze exercitie met goed gevolg doorlopen. Daarmee mag zij voor de komende drie jaar brandweeronderwijs verzorgen conform de landelijke standaarden.

In januari 2020 heeft met goed gevolg een audit plaats gevonden ten behoeve van een accreditatie voor het CrKBO (Centraal Register Kort Beroepsonderwijs). Inschrijving heeft in februari 2020 plaats gevonden.

2.12.3 Opbrengsten en kosten deelnemingen in relatie tot de begroting Vereniging Ambulancezorg Regio Noord-Holland Noord in coöperatief verband U.A. (RAV NHN) Het aandeel VR NHN in de kosten van de RAV NHN maakt onderdeel uit van het programma Ambulancezorg. Instituut Fysieke Veiligheid Alle veiligheidsregio’s dragen financieel bij aan het IFV. Deze bijdrage wordt rechtstreeks in mindering gebracht op de BDUR-gelden. Coöperatie Brandweerschool Noord-Holland U.A. De kosten van opleiden, en dus ook van de BWS NH, zijn opgenomen binnen het programma Brandweer.

2.12.4 Invulling aandeelhouders- en commissarisrol Vereniging Ambulancezorg Regio Noord-Holland Noord in coöperatief verband U.A. (RAV NHN) De bestuurdersrol is statutair vastgelegd. Twee bestuurders vormen het bestuur. Het voorzitterschap rouleert jaarlijks volgens een vast schema tussen beide bestuurders. Voor 2021 was de directeur ambulancezorg VRNHN de bestuursvoorzitter, voor 2022 wordt dit de directeur WK. De algemene directeuren van de beide zelfstandige organisaties en de twee bestuurders vormen samen de Algemene Ledenvergadering (ALV).

DOC-P&C: Jaarstukken 2021

Pagina 47

Instituut Fysieke Veiligheid De voorzitters van de veiligheidsregio’s, verenigd in het Veiligheidsberaad, vormen het algemeen bestuur van het IFV. De bestuursvoorzitter van VR NHN is lid van het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur benoemt uit zijn midden een voorzitter en een dagelijks bestuur. De voorzitter van het IFV is tevens voorzitter van het dagelijks bestuur. Het bestuur beslist bij meerderheid van stemmen. Coöperatie Brandweerschool Noord-Holland U.A. Het bestuur wordt gevormd door de directeuren van de veiligheidsregio’s. Daarnaast kent de coöperatie een algemene ledenvergadering.

2.12.5 Visie op verbonden partijen Een verbonden partij is voor de veiligheidsregio een instrument om de overgenomen maatschappelijke doelstellingen voor de aangesloten gemeenten te behalen. Bij het aansturen van een verbonden partij is het in ieder geval van belang dat: • Afspraken over taken, bevoegdheden, verantwoordelijkheden, financieel en juridisch beleid worden vastgelegd (bijvoorbeeld in overeenkomsten of statuten); • Afspraken worden gemaakt over de frequentie en inhoud van de verantwoordingsinformatie; • De veiligheidsregio zich realiseert dat andere partijen die betrokken zijn bij de verbonden partij andere belangen kunnen hebben naast het gezamenlijk belang.

2.12.6 Beleidsvoornemens deelnemingen Vereniging Ambulancezorg Regio Noord-Holland Noord in coöperatief verband U.A. (RAV NHN) Er zijn bij de RAV NHN geen grote beleidsvoornemens te onderkennen. Het afgelopen jaar is het ingezette beleid voortgezet. Instituut Fysieke Veiligheid De beleidsvoornemens voor de veiligheidsregio’s liggen op het terrein van: - beleids- en bestuursondersteuning van de ambtelijke en bestuurlijke top - kennis ontwikkelen, makelen en borgen voor de professional in het veld - opleidingen, trainingen en oefeningen voor vakbekwaam worden en blijven faciliteren en verzorgen - talent- en leiderschapsontwikkeling bevorderen - materieel voor de veiligheidsregio's verwerven, beheren en organisatorisch inbedden - projectmanagement en (organisatie)advies Coöperatie Brandweerschool Noord-Holland U.A. De coöperatie zet in de eerste jaren van haar bestaan in op het verder uitrollen van haar activiteiten en het verzorgen van kwalitatief goed onderwijs. Daarnaast wordt getracht schaalvoordelen te behalen door het bundelen van de opleidingsactiviteiten. In 2021 heeft evaluatie plaats gevonden. Op basis van de rapportage wordt in 2022 bezien welke aangedragen verbeterpunten kunnen worden gerealiseerd.

DOC-P&C: Jaarstukken 2021

Pagina 48

2.12.7 Eigen vermogen en resultaat RAV Uit de (concept) jaarstukken 2021 RAV blijkt dat zowel het eigen vermogen per 31 december 2021 als het exploitatiesaldo 2021 € 0 bedraagt.

Overzicht RAV Deel-

Nominaal

neming

belang

%

Bestuurlijk belang

Publiek doel

Wijziging in

Financieel belang

2021

RAV

€ 0 in

In 2021 was de directeur

Het leveren

In 2021

Uitgangspunt is dat

NHN

2016 is

Ambulancezorg

van

hebben zich

de vergoeding

het

bestuursvoorzitter. De

ambulance-

geen

/bevoorschotting aan

werkkapi-

directeuren van WK en

zorg voor de

wijzigingen

de vervoerder alleen

taal terug-

VR NHN zijn beide

gemeenten

in het beleid

plaats kan vinden als

gestort

tekeningsbevoegd voor

in Noord-

voor

deze ook voor de

aan de

het sluiten van

Holland-

gedaan.

coöperatie de

leden)

overeenkomsten

Noord

50%

Balans met

Balans met

VR NHN

VR NHN

ultimo 2020

ultimo 2021

(x 1.000)

(x 1.000)

Te verrekenen RAV 2.641 D

afgesproken cashflow heeft gegenereerd.

DOC-P&C: Jaarstukken 2021

Pagina 49

3.332 D

2.13 Vennootschapsbelasting 2.13.1 Inleiding 2.13.2 Wat wilden we bereiken in 2021 2.13.3 Wat gaan we nog doen

2.13.1 Inleiding Overheidsondernemingen zijn vanaf 1 januari 2016 in principe belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (VpB). Hiermee is voor de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord (VRNHN) de noodzaak ontstaan om voor al haar activiteiten te beoordelen of zij daarbij een onderneming drijft. Gebleken is dat voor de jaren 2016 tot en met 2018 alle activiteiten ofwel onder een vrijstelling vielen, ofwel verlieslatend zijn en daarmee geen sprake is van een onderneming in de zin van de Vennootschapsbelasting. Over genoemde jaren hebben we dan ook een nihil-aangifte ingediend en inmiddels ook een definitieve (nihil-) aanslag ontvangen.

2.13.2 Wat wilden we bereiken in 2021 In 2021 is de definitieve nihil-aanslag over 2018 ontvangen. Tevens hebben we over 2019 een voorlopige aanslag aangevraagd. Hiermee beperken we het risico op het moeten betalen van belastingrente. In lijn met het toenmalig advies van onze fiscaal adviseur is begonnen met het verzamelen van informatie om een fiscale openingsbalans op te stellen. Analyse van onder andere die gegevens heeft een aangepast advies opgeleverd: betoog bij de Belastingdienst dat een batig saldo bij de activiteit Ambulancezorg niet als (vrij-besteedbare) winst moet worden beschouwd, maar slechts een budgetrestant is dat in een komend boekjaar voor de zorg ingezet moet worden. Om hiervoor dossier op te bouwen is voor de aangiftejaren 2019 en 2020 (aanvullend) uitstel aangevraagd en verkregen.

2.13.3 Wat gaan we nog doen In de komende maanden zal het dossier compleet gemaakt worden en contact met de Belastingdienst opgenomen worden om onze zienswijze met hen te delen en duidelijk te krijgen hoe de Belastingdienst onze activiteit Ambulancezorg voor de Vennootschapsbelasting kwalificeert. Met die duidelijkheid zullen we dan de VpB-dossiers over de jaren 2019, 2020 en ook 2021 opbouwen en op basis daarvan aangiftes indienen.

DOC-P&C: Jaarstukken 2021

Pagina 50

2.14 Covid-19, de coronapandemie 2.14.1 Inleiding 2.14.2 Declaraties

2.14.1 Inleiding Zoals in het Dagboek van ons dagelijks werk (Bestrijding coronavirus) te lezen is, heeft de coronapandemie nog een duidelijke weerslag gehad op de activiteiten van de veiligheidsregio. Toen iedereen dacht dat we door de zomer heen eindelijk verlost leken te raken van de pandemie, doken de volgende varianten in de herfst op die aanscherping van maatregelen en uiteindelijk een lockdown tot gevolg hadden. De veiligheidsregio bleef daarom, net als in 2020, actief als ondersteuner van de gemeenten. In september werd daarnaast een extra maatregel afgekondigd ten aanzien van controle op het verkrijgen van toegang bij horeca, theaters, bioscopen, musea en evenementen. De toegangscontrole kon worden uitgevoerd door middel van een app waarin met een QR-code duidelijk werd of iemand was gevaccineerd tegen, negatief getest op, of hersteld van corona. De hiervoor door het rijk beschikbaar gestelde financiële middelen werden via de veiligheidsregio’s door verdeeld naar de gemeenten. Zowel gemeenten als veiligheidsregio’s moeten dit verantwoorden via de SiSa-staat. Voor het kantoorpersoneel bleef thuiswerken de norm. Ook zijn er (nog steeds) strakke protocollen over hoe de medewerkers op de beste manier zichzelf en anderen kunnen beschermen. Dit is vooral van belang voor het ambulance- en brandweerpersoneel tijdens uitrukken.

Persoonlijke contacten zijn tot een minimum beperkt: alle teambuildingsactiviteiten en diverse recepties en bijeenkomsten zijn wederom afgezegd. Gelukkig was de invloed op het opleiden en oefenen verwaarloosbaar klein te noemen.

2.14.2 Declaraties In de lijn van 2020 De verschillende activiteiten veroorzaakten kosten die de organisatie normaliter niet maakt. Deze extra kosten kunnen worden gedeclareerd bij het ministerie VWS (veiligheidsregio) en de zorgverzekeraars (ambulancezorg). De betreffende uitgaven zijn gedaan onder verantwoordelijkheid van de directie. De declaraties die zijn opgesteld betreffen de kosten die voor externe gerichte activiteiten zijn gemaakt. Dit betreffen met name kosten voor juridisch advies en ondersteuning, extra kosten voor coördinerende activiteiten, kosten voor de extern gerichte communicatie, kosten voor de noodlocatie in Heiloo en persoonlijke beschermingsmiddelen bij uitrukken van ambulance en brandweer. De kosten die gemaakt zijn voor interne zaken worden door de veiligheidsregio zelf gedragen. Hier moet gedacht worden aan (hand)reinigingsmiddelen en bewegwijzering binnen de kantoorpanden. De totale kosten bedragen € 960.051. Het VR-deel is € 925.147 en het ambulancedeel is € 34.904. De declaraties dienen conform een voorgeschreven format te worden gedeclareerd. De declaratie inzake het ambulancedeel wordt door de RAV NHN gedaan namens het Witte Kruis en Ambulancezorg. Het te declareren bedrag van de Ambulancezorg bedraagt € 34.904. Dit bedrag wordt door de RAV meegenomen in de eindafrekening met de zorgverzekeraars over 2021 DOC-P&C: Jaarstukken 2021

Pagina 51

De declaratie gericht aan het ministerie VWS voor het VR-deel ziet er als volgt uit: Kostensoort Coronahotels/centra Inkoop en distributie PBM Overige specifieke meerkosten Bedrijfsvoering Subtotaal Overige meerkosten Minder opbrengsten Totale kosten 2021

€ €

Opgave kosten 2021 23.689,18 29.508,48

€ € € € €

871.949,54 871.949,54 925.147,20

Het te declareren bedrag is op de balans opgenomen onder de post ‘Nog te ontvangen bijdragen van het Rijk’. Declaratie CoronaToegangsBewijzen-controle De zogeheten CTB-gelden zijn per 24 september als specifieke uitkering ter beschikking gesteld aan de veiligheidsregio’s, dit omdat de Minister van Justitie en Veiligheid van mening was dat de veiligheidsregio’s dit het beste konden coördineren. Veiligheidsregio Noord-Holland Noord kreeg een bedrag van € 1.715.000 ter beschikking. Op basis van een door de gemeenten overeengekomen verdeelsleutel werd dit geld ter beschikking gesteld aan de gemeenten. Door verschillende veiligheidsregio’s is daarop een declaratiemodel ontwikkeld die als grondslag heeft gediend voor uitbetaling van bestede gelden. Feitelijk waren de gemeenten zelf verantwoordelijk voor een juiste en goede besteding binnen de door de Minister afgegeven (algemene) richtlijnen. De VRNHN draagt voor haar werkgebied de verantwoordelijkheid voor de verstrekking van de subsidie. Zowel de gemeenten als VRNHN moeten dit verantwoorden op de SiSastaat. Begin februari 2022 hebben alle gemeenten op goede wijze de declaraties ingediend en zijn de gedeclareerde bedragen tot een totaalbedrag van € 879.671 door VRNHN uitbetaald.

DOC-P&C: Jaarstukken 2021

Pagina 52

3. Jaarrekening 3.1 3.2 3.3

3.4 3.5

Balans per 31 december 2021 Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening over het begrotingsjaar Toelichtingen: 3.3.1 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling 3.3.2 Toelichting op de balans 3.3.3 Toelichting op het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening over 2021 3.3.4 Analyse begrotingsafwijkingen en -rechtmatigheid Sisa-bijlage Financiële overzicht naar taakvelden

DOC-P&C: Jaarstukken 2021

Pagina 53

3.1 Balans per 31 december 2021 (bedragen x €1.000) ACTIVA

31 december 2021

31 december 2020

Vaste activa Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut Financiële vaste activa Overige langlopende leningen Totaal vaste activa

36.838

45.249

-

-

36.838

45.249

Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd k orter dan één jaar Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige vorderingen

1.818

1.645

1.042 91

4.168 54 2.951

Liquide middelen Kassaldi Banksaldi

1 202

5.867 2 223

203 Overlopende activa Nog te ontvangen bijdragen van het Rijk Nog te ontvangen bijdragen van overige overheid Overige vorderingen

2.046 4.196

225 794 150 4.200

6.242

5.144

Totaal vlottende activa

9.396

11.236

TOTAAL ACTIVA

46.234

56.485

DOC-P&C: Jaarstukken 2021

Pagina 54

(bedragen x €1.000) PASSIVA

31 december 2021

31 december 2020

Vaste passiva Eigen vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserves Gerealiseerde resultaat

1.911 2.932 3.145

1.910 2.893 3.425 7.988

Voorzieningen Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's Egalisatievoorzieningen

416

8.228 359

416 Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Binnenlandse banken en overige financiële instellingen Openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet financiering decentrale overheden

27.959

39.625

-

Totaal vaste passiva

359

495 27.959

40.120

36.363

48.707

Vlottende passiva Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd k orter dan één jaar Overige kasgeldleningen Opgenomen gelden uit 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige schulden

-

-

-

5.479

5.450 5.450

Overlopende passiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend boekjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume Van EU, Rijk en provincies ontvangen voorschotbedragen die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren Overige vooruitontvangen bedragen ten bate van volgende begrotingsjaren

5.479

3.333

2.066

1.013

139

75

94 4.421

2.299

Totaal vlottende passiva

9.871

7.778

TOTAAL PASSIVA

46.234

56.485

DOC-P&C: Jaarstukken 2021

Pagina 55

3.2 Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening over het begrotingsjaar Inleiding In overeenstemming met het besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten bestaat de resultatenrekening uit het overzicht van de gerealiseerde baten en lasten per programma zonder toegerekende overhead. De Veiligheidsregio kent zeven programma’s. Begroting 2021 (primair en na wijziging) In de vergadering van het algemeen bestuur d.d. 3 juli 2020 is de primaire begroting voor het jaar 2021 vastgesteld. De kolom 'Begroting 2021 na wijziging' betreft de begroting zoals vastgesteld op 3 december 2021 door het algemeen bestuur naar aanleiding van de 2e bestuursrapportage 2021. Te bestemmen resultaat Het te bestemmen voordelig resultaat van € 3.145.000 is als volgt opgebouwd: Bedragen x € 1.000 Programma's Programma Ambulancezorg Programma Brandweer Programma GHOR Programma Meldkamer Programma Risico- en crisisbeheersing Programma Zorg- en Veiligheidshuis Programma Dekkingsmiddelen taakvelden VR Saldi programma's Algemene dekkingsmiddelen (treasury) Overhead Heffing Vpb Onvoorzien Saldo van baten en lasten, resultaat voor bestemming Toevoegingen/onttrekkingen aan reserves per progr.: Programma Ambulancezorg Programma Brandweer Programma Meldkamer Programma Risico- en crisisbeheersing Overhead Resultaat na bestemming

Primaire begroting 2021 Begroting na wijziging 2021 Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo 13.965 12.802 1.163 17.161 15.326 1.835 2.098 32.911 -30.813 10.116 40.429 -30.313 21 1.255 -1.234 83 1.389 -1.306 1.499 2.811 -1.312 1.664 2.875 -1.211 2.459 -2.459 2.604 -2.604 629 843 -214 730 1.276 -546 50.269 - 50.269 50.597 - 50.597 68.481 53.081 15.400 80.351 63.899 16.452 221 15.388 -15.167 2.852 19.067 -16.215 5 -5 344 -344 344 -344 68.702 68.813 -111 83.203 83.315 -112

Rekening 2021 Baten Lasten Saldo 19.015 16.555 2.460 11.206 40.269 -29.063 97 1.234 -1.137 1.704 2.706 -1.002 2.417 -2.417 1.296 1.507 -211 50.609 - 50.609 83.927 64.688 19.239 18 15 3 2.727 18.576 -15.849 208 -208 86.672 83.487 3.185

111 11 24 68.848

86.672

31 4 68.848

-31 111 -4 11 24 -

163 182 85 83.633

287 4 83.606

-287 163 -4 182 85 27

32 8 83.527

-32 -8 3.145

De gedetailleerde toelichting op het overzicht van baten en lasten en een analyse tussen de rekening 2021 en de begroting na wijziging is opgenomen in de toelichting op de programmarekening onder 3.3.3.

DOC-P&C: Jaarstukken 2021

Pagina 56

3.3 Toelichtingen 3.3.1 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Ter vergelijking opgenomen cijfers De vergelijkende cijfers van de balans per 31 december 2020 zijn overgenomen uit de jaarrekening 2020, vastgesteld door het algemeen bestuur op 9 juli 2021.

Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het BBV geeft. De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarde. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken en dergelijke. Op basis van de verslaggevingsrichtlijnen RJZ zijn voor de programma’s ambulancezorg en meldkamer voorzieningen getroffen met betrekking tot arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume. Voor de overige programma’s van de VR is dit conform de BBV-richtlijnen niet het geval.

Toelichtingen en analyses op financiële overzichten en uitkomsten Conform het vastgestelde controleprotocol voor het verslagjaar 2021 zullen mutaties of afwijkingen van individuele posten die groter zijn dan de norm van €50.000, en voor zover dit noodzakelijk wordt geacht, nader worden toegelicht c.q. geanalyseerd.

Grondslagen voor waardering van de balans Vaste activa Materiële vaste activa De door de VR opgestelde ‘Nota activabeleid 2018’, door het algemeen bestuur vastgesteld in haar vergadering van 23 februari 2018, is van toepassing op het verslagjaar. De materiële vaste activa zijn investeringen met een economisch nut. Deze worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht. In die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. De materiële vaste activa worden lineair afgeschreven over de verwachte economische levensduur, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde. Met afschrijven over de materiële vaste activa wordt begonnen in het jaar, volgend op het jaar waarin de investering is verworven of in gebruik is genomen. Verworven activa met een verkrijgings- of vervaardigingsprijs van minder dan € 15.000 worden niet geactiveerd. DOC-P&C: Jaarstukken 2021

Pagina 57

Voor wat betreft de investeringen Ambulancezorg en Meldkamer wordt aangesloten bij de vergoedingenstructuur van de NZA. Vanaf 2015 is een ondergrens van € 2.500 van toepassing bij het programma ambulancezorg. Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven. Bij de waardering is in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde indien deze naar verwachting duurzaam is. Dergelijke afwaarderingen worden teruggenomen als ze niet langer noodzakelijk blijken. De afschrijvingstermijn van tweedehands aangeschafte activa wordt bepaald aan de hand van de verwachte restant levensduur. De gehanteerde afschrijvingstermijnen bedragen (op hoofdlijnen) in jaren: Categorie

Termijn

Gebouwen - gebouwen

40-50

- aanpassing gebouwen

10-20

- componenten van gebouwen

8-20

- inrichting en aankleding van gebouwen

10-15

Voertuigen Dienstvoertuigen / piketvoertuigen

5-9

Brand- en rampbestrijdingsvoertuigen

9-20

Ambulancevoertuigen

6

Overige bedrijfsmiddelen Verbindingsmiddelen

3-6

Persoonlijke beschermingsmiddelen

5-10

Overige brandveiligheidsmiddelen

5-20

Voorzieningen ICT

3-10

Financiële vaste activa Leningen u/g zijn opgenomen tegen nominale waarde. Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De vorderingen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt bepaald op basis van de geschatte inningskansen. De uitzettingen in ’s Rijks schatkist en de overige vorderingen zijn tegen de nominale waarde opgenomen. Liquide middelen en overlopende activa Deze activa worden tegen de nominale waarde opgenomen.

DOC-P&C: Jaarstukken 2021

Pagina 58

Passiva Eigen vermogen Het eigen vermogen is gewaardeerd tegen de nominale waarde. Voorzieningen Voorzieningen zijn gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. De onderhoudsegalisatievoorzieningen stoelen op een meerjarenraming van het uit te voeren groot onderhoud aan een deel van de kapitaalgoederen, waarbij rekening is gehouden met de kwaliteitseisen die ter zake geformuleerd zijn (zie ook par. 2.9 Onderhoud kapitaalgoederen). Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Vaste schulden zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde verminderd met de in het verslagjaar gedane aflossingen. Vlottende passiva De vlottende passiva zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde.

Grondslagen voor resultaatbepaling programmarekening Algemeen De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten worden opgenomen voor zover zij op balansdatum als gerealiseerd kunnen worden beschouwd. Lasten en risico's die hun oorsprong vinden in het verslagjaar en ten tijde van het opstellen van de jaarrekening bekend zijn, worden in het betreffende verslagjaar verwerkt. De lasten van de programma’s zijn inclusief BTW. Doorbetaling wettelijk budget NZa door RAV NHN De RAV NHN ontvangt sinds 2013 het wettelijk budget NZa. De RAV betaalt deze door aan haar leden voor hun aandeel hierin. De post NZa bestaat uit het Wettelijk budget aanvaardbare kosten. De ritprijs en het budget aanvaardbare kosten worden vastgesteld door de Nederlandse Zorgautoriteit in overleg met de zorgverzekeraars.

Overige grondslagen Wet Normering bezoldiging Topfuctionarissen Voor de uitvoering van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen in de (semi)publieke sector (WNT) heeft de gemeenschappelijke regeling zich gehouden aan de Beleidsregel toepassing WNT. Vennootschapsbelasting Bij het bepalen van de aangifte vennootschapsbelasting wordt rekening gehouden met de voorgeschreven fiscale grondslagen.

DOC-P&C: Jaarstukken 2021

Pagina 59

3.3.2 Toelichting op de balans Materiële vaste activa De materiële vaste activa betreffen allemaal investeringen met een economisch nut. Het verloop in het boekjaar was als volgt: Boekwaarde x €1.000 1-1-2021 Gronden en terreinen 1.252 Bedrijfsgebouwen 11.449 Vervoermiddelen 20.282 Machines, apparaten en installaties 1.291 Overige materiële vaste activa 10.975 Totaal 45.249

Desinvest./ Duurzame waardeverm. 188 6.165 3.278 64 916 1.475 189 4.753 7.522

Investeringen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11546301/1