CConstaterende datEnkhuizen
Koppel je AI →
Document · PDF

* 1.2 bijlage bij aanbiedingsbrief Kaderstellend besluit in de Raden (uitkomsten besluitvorming fase 3)

commissie Sociaal Domein, Financiën en Bedrijfsvoering 13 februari 2024, gemeente EnkhuizenBij agendapunt: Zienswijze wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen1.046 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BIJLAGE .. UITKOMSTEN BESLUITVORMING FASE 3 KADERSTELLEND BESLUIT Wgr Raadsbesluiten van alle gemeenten op voorstel kaderstellend besluit – een overzicht Met uitzondering van Heiloo, Alkmaar, Texel en Enkhuizen hebben alle raden in de periode van 25 september tot en met 7 november 2023 besloten volgens kaderstellend besluit. Hieronder zijn de afwijkende besluiten opgenomen. De Provincie NH (deelnemer in de GR ODNHN) heeft ervoor gekozen om het kaderstellend besluit in deze fase niet aan te bieden aan Provinciale Staten. Dit gebeurt in de fase van zienswijzen op de gewijzigde regelingen. In de vier eerdergenoemde gemeenten heeft het amendement betrekking op het evaluatieartikel. Enkhuizen heeft daarnaast een amendement aangenomen op het artikel dat betrekking heeft op de uittreding. De gemeenten buiten Noord-Holland Noord, die deelnemen in de gemeenschappelijke regelingen Cocensus en VVI1, hebben het kaderstellend besluit ter informatie ontvangen. Bij navraag is gebleken, dat deze ingekomen stukken niet onder de aandacht zijn gebracht van de betreffende raden. Cocensus biedt de gewijzigde regeling separaat aan, vanwege een meerderheid van gemeenten buiten NHN.

Heiloo Amendement Heiloo (hieronder uitgeschreven) Aan het raadsbesluit wordt toegevoegd: Met dien verstande dat de kadertekst van artikel 11A (evaluatie GR) wordt gewijzigd in de tekst, zoals die als voorbeeld van een evaluatiebepaling is opgenomen op blz. 19 van bijlage 1 (Concept Kaderstellend besluit wijziging Wgr) en dan luidt: Artikel 11a : Evaluatie gemeenschappelijke regeling 1. Een evaluatie vindt minimaal 1 keer per 4 jaar plaats en heeft pas doorgang als de evaluatie en het betreffende onderwerp met een meerderheid van stemmen, uitgebracht door de deelnemers, wordt aangenomen. 2. Het dagelijks bestuur van de regeling zorgt er voor dat 1 jaar vóór het tijdstip waarop een evaluatie zal plaatsvinden een signaal uit gaat naar de deelnemers van de regeling, met daarbij een procesbeschrijving over het aandragen van de onderwerpen en, wanneer een stemverhouding ontbreekt, het stemmen daarover. 3. Wanneer met een evaluatie wordt ingestemd draagt het (dagelijks) bestuur zorg voor de uitvoering van de evaluatie. 4. De uitvoering van de evaluatie begint met een procesbeschrijving met daarin een beschrijving van het onderwerp, de manier waarop de evaluatie wordt uitgevoerd en binnen welke termijn. De procesbeschrijving vermeldt ook of de evaluatie extra kosten voor de deelnemers tot gevolg heeft. 5.

Als de evaluatie conclusies en aanbevelingen bevat, dan verwerkt het (dagelijks) bestuur deze in een voorstel hoe hieraan gevolg wordt gegeven. 6. De gevolgen als bedoeld in het vorige lid, kunnen aanleiding zijn om te betrekken in de daarop volgende evaluatieperiode.

1

En ook de gemeenten die deelnemen in de GR RAUM en Waddeneiland (welke buiten de scope van de opdracht vallen).

Texel > Amendement gelijk aan Heiloo Document Texel - Amendement - Ook een kader voor evaluatie - iBabs RIS (bestuurlijkeinformatie.nl) Alkmaar > Amendement gelijk aan Heiloo. Raadsbesluit Alkmaar, inclusief amendement Enkhuizen Amendement evaluatie Voor de Veiligheidsregio, GGD, Omgevingsdienst, WerkSaam en de SED een evaluatietermijn van eens in de 4 jaar opnemen (en dus de tekst die Heiloo, Alkmaar en Texel voorstellen voor alle GR voor de hierboven genoemde GR op te nemen en de andere GR daarin meer vrij te laten). Amendement overbruggingsperiode De overbruggingstermijn bij uittreding terugbrengen van 5 naar maximaal 3 jaar. Ook heeft Enkhuizen een motie ingediend die betrekking heeft op de GR SED-organisatie. Analyse regietafel amendement evaluatie  Er zijn 3 gemeenten die evaluatiepassage in alle GR willen verplichten en 1 gemeente die dit voor een deel van de gemeenten wil verplichten.  De gemeenschappelijke regelingen voor welke de raad van Enkhuizen een andere tekst acceptabel vindt zijn allen GR-en die alleen deelnemers hebben in het werkgebied van WestFriesland. De raden van Texel, Heiloo en Alkmaar zijn voor die GR dus geen partij.  Voor zover bekend nemen veel gemeenschappelijke regelingen de voorbeeldtekst over. In het directeurenoverleg op 2 november heeft de directeur van RHCA aangegeven deze tekst te zwaar te vinden voor zijn GR.

Van andere directeuren zijn dergelijke signalen (nog) niet ontvangen.  Op basis van de analyse van de gewijzigde gemeenschappelijke regelingen worden de gemeenten die het amendement evaluatie hebben ingediend gehoord. De ingediende amendementen behoeven in onze optiek derhalve in deze fase geen bestuurlijke afstemming. Analyse regietafel amendement overbruggingsperiode bij uittreden  16 van de 17 raden die hebben beslist over het voorstel kunnen zich vinden in het kaderstellend besluit ten aanzien van uittreden. 1 raad wil de overbruggingsperiode voor alle gemeenschappelijke regelingen verkorten van 5 naar 3 jaar.  Van het kaderstellend besluit hebben de artikelen 8 en 9 betrekking op het amendement. Onder artikel 9 voorwaarden uittreding (pag. 2). Huidige tekst  De uittreedsom wordt berekend aan de hand van de directe reële schade, berekend over een overbruggingsperiode van 5 jaar. Nieuwe tekst  De uittreedsom wordt berekend aan de hand van de directe reële schade, berekend over een overbruggingsperiode van maximaal 3 jaar. Toelichting:  De termijn van 5 jaar lijkt op een boete voor uittreden en is vooral in het voordeel van de deelnemende partijen in de GR. De reële schade zou naar ons inziens ook in een periode van 3 jaar afgewikkeld moeten kunnen worden.

Reactie regietafel:  De overbruggingsperiode van 5 jaar is afgeleid uit de jurisprudentie. Deze termijn is gekoppeld aan de gangbare beleidscyclus en wordt gezien als een redelijke periode waarbinnen de GR en de achterblijvende deelnemers voldoende gelegenheid hebben om de (financiële) gevolgen van het uittreden op te vangen en de bedrijfsvoering aan te passen. Denk bijvoorbeeld aan het wijzigen van beleid en het takenpakket of het opzeggen en wijzigen van lopende overeenkomsten.  In de concept-bepaling is ook opgenomen dat het bestuur van de GR én de uittredende deelnemer zich zullen inspannen om de nadelige gevolgen van de uittreding (en dus de reële schade), zo veel mogelijk te beperken. Dit kan door bijv. het overnemen van personeel of andere verplichtingen van de GR door de uittredende deelnemer.  Het principe van de reële schade-bepaling betekent dat de uittredende deelnemer niet meer betaalt dan strikt noodzakelijk. Daarmee wordt aangegeven dat de uittredingssom geen boete is waardoor uittreding praktisch onmogelijk is. Indien, in het individuele geval, wordt geconstateerd dat een GR zich binnen een kortere periode dan 5 jaar kan aanpassen en er na bijv. 3 jaar geen reële schade meer is voor de GR, dit tot uiting zal komen in de hoogte van de uittreedsom. Daarom is in de bepaling ook opgenomen dat er “in beginsel” een afbouwperiode van 5 jaar wordt gehanteerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13801894/2