Raadsvoorstel - Herstelbesluit bestemmingsplan “Emmen, Delftlanden 3.0” n.a.v. tussenuitspraak Raad van State
Tekst van het document
Raadsvoorstel Jaar
Zaaknummer
2026
160180-2026
Onderwerp: Herstelbesluit bestemmingsplan “Emmen, Delftlanden 3.0” n.a.v. tussenuitspraak Raad van State
Portefeuillehouder: A. Jakobs
Team: Ruimtelijke ontwikkeling M. Meijerink, telefoonnummer 140591
Aan de gemeenteraad Voorgesteld besluit 1. Het bestemmingsplan “Emmen, Delftlanden 3.0” gewijzigd vast te stellen, door de volgende planregel aan hoofdstuk 3 Algemene regels toe te voegen, en te koppelen aan de genoemde bijlage: Artikel 27.2 Voorwaardelijke verplichting compartimentskering 1. Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken binnen het plangebied overeenkomstig de bestemming, indien de compartimentskering, zijnde het verhoogde wandelpad zoals aangeduid op de kaart in bijlage 1, aan de westzijde niet tot een hoogte van tenminste 15 m + NAP is gesloten; 2. De compartimentskering, bedoeld in lid 1, moet vóór ingebruikname van de gronden en bouwwerken waarop deze regel betrekking heeft zijn gesloten en vervolgens gesloten worden gehouden. Bijlage(n) 1. Kaart compartimentskering; 2. Tussenuitspraak Raad van State d.d. 22 april 2026; 3. Oorspronkelijk raadsbesluit d.d. 24 oktober 2024. Stuk(ken) ter inzage Collegebesluit d.d. 12 mei 2026 en de daarbij behorende stukken.
Gemeente Emmen, blad 2-4
jaar
Zaaknummer
2026
160180-2026
1. Inleiding: Op 24 oktober 2024 heeft uw raad het bestemmingsplan “Emmen, Delftlanden 3.0” vastgesteld. Tegen dit vaststellingsbesluit is beroep ingesteld. Omwonenden hebben over diverse onderwerpen beroepsgronden ingediend, welke op 2 maart 2026 op zitting bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Raad van State) aan de orde zijn gekomen. Voor wat betreft het aspect waterhuishouding is een aantal omwonenden van mening dat er sprake is van wateroverlast, en dat de wateroverlast verder zal toenemen als gevolg van het plan. De Raad van State heeft in haar (tussen)uitspraak van 22 april 2026 geoordeeld dat het bestemmingsplan niet hoeft te voorzien in een oplossing voor eventuele bestaande wateroverlast, maar dat het plan de situatie niet mag verslechteren. Mede op basis van de watertoets heeft de Raad van State vastgesteld dat de waterbergingscapaciteit afhankelijk is van het aansluiten van de compartimentskering op de bestaande maaiveldhoogte van minimaal 15 m +NAP, maar dat de compartimentskering aan de westzijde nog niet gesloten is. Nu het sluiten van de compartimentskering niet is geborgd in het plan, heeft de Raad van State geconcludeerd dat niet met zekerheid kan worden gesteld dat het plan niet leidt tot een onaanvaardbare verslechtering van de waterhuishoudkundige situatie in het plangebied, waaronder de percelen van omwonenden.
Om die reden heeft de Raad van State uw raad opgedragen om binnen 16 weken na verzending van de uitspraak (eveneens 22 april 2026) dat gebrek in het besluit te herstellen. Wij willen uw raad dan ook voorstellen om aan het bestemmingsplan “Emmen, Delftlanden 3.0” een planregel toe te voegen waarmee het sluiten van de compartimentskering wordt geborgd. Dit herstelbesluit ziet uitsluitend op het aspect waterhuishouding. De andere betogen van omwonenden zijn niet geslaagd. 2. Beoogd effect: Door toevoeging van de voorgestelde regel aan het op 24 oktober 2024 vastgestelde bestemmingsplan “Emmen, Delftlanden 3.0”, wordt het sluiten van de compartimentskering geborgd, en kan de beroepsprocedure bij de Raad van State worden afgehandeld. 3. Argumenten: 1.1 De Raad van State heeft uw raad op grond van artikel 8:51d Awb opgedragen een herstelbesluit te nemen In artikel 8:51d van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is geregeld dat indien de bestuursrechter in hoogste aanleg uitspraak doet, hij een bestuursorgaan kan opdragen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen. De Raad van State heeft derhalve de bevoegdheid om uw raad op te dragen een herstelbesluit te nemen.
1.2 Het herstelbesluit hoeft niet te worden voorbereid met afdeling 3:4 Awb Deze herstelopdracht via artikel 8:51d Awb (de zogeheten bestuurlijke lus) hoeft uw raad niet opnieuw met afdeling 3:4 Awb (de uniforme openbare voorbereidingsprocedure) voor te bereiden. Dit is in rechtsoverweging 25 van de (tussen)uitspraak van de Raad van State bevestigd. De gedachte achter artikel 8:51 d Awb is een spoedige geschilbeslechting. 1.3 De voorgestelde planregel borgt dat de waterhuishoudkundige situatie in het plangebied niet onaanvaardbaar verslechterd De Raad van State heeft geconstateerd dat niet met zekerheid kan worden gesteld dat het plan niet leidt
Gemeente Emmen, blad 3-4
tot een onaanvaardbare verslechtering van de waterhuishoudkundige situatie in het plangebied, waaronder de percelen van omwonenden, omdat het sluiten van de compartimentskering niet is geborgd in het plan. Het sluiten van de compartimentskering wordt wel in de toelichting van het plan genoemd. In de waterparagraaf (4.6) wordt hierover gezegd: “Uit de watertoets volgt dat er reeds voldoende waterberging in het plangebied aanwezig blijkt te zijn om de toename aan hemelwater in het plangebied te kunnen bergen. Om aan deze waterbergingscapaciteit te komen dient de compartimentskering (tevens verhoogde wandelpad) die is aangelegd rondom de overstromingsvlakte aan de noordzijde ervan te worden aangesloten op de bestaande maaiveldhoogte van minimaal +15,0 m NAP. Hierdoor is er geen direct contact tussen de waterberging en de Sleenerstroom tot aan de benodigde bergingshoogte.” Echter, zonder borging in de planregels, kan sluiting van de compartimentskering (en de instandhouding ervan) niet worden afgedwongen. 4. Kanttekeningen: 1.1 Er is een alternatieve mogelijkheid om aan de opdracht van de Raad van State te voldoen In de tweede alinea van rechtsoverweging 24 heeft de Raad van State aangegeven dat uw raad het gebrek dient te herstellen.
De Raad van State heeft ook aangegeven hoe het gebrek kan worden hersteld: “Dit kan de raad doen door, met inachtneming van overweging 16.3, alsnog deugdelijk te motiveren dat de waterbergingscapaciteit in het plangebied toereikend is om de toename aan hemelwater op te vangen. Als dit nodig is met het oog op een goede ruimtelijke ordening, moet de raad alsnog een regel in het plan opnemen waarin de aansluiting van de compartimentskering op maaiveldhoogte wordt verzekerd.” In de Watertoets is aangegeven dat bij de beoordeling van de waterbergingscapaciteit rekening is gehouden met het sluiten van de compartimentskering aan de westzijde. Dit is ook zo besproken met het betrokken Waterschap en op die manier in de toelichting bij het bestemmingsplan opgenomen. Er is voor ons geen reden om onderzoek te willen doen naar de waterbergingscapaciteit zonder sluiting van de compartimentskering. Dat zou afwijken van de initiële bedoeling en bovendien nieuwe gesprekken met het Waterschap vereisen. Nu de Raad van State heeft geoordeeld dat het plan nu onvoldoende zekerheid geeft dat de compartimentskering daadwerkelijk gesloten wordt, achten wij borging in de planregels de beste en snelste oplossing. 5.
Financiën: In de einduitspraak wordt beslist over de vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht voor de omwonenden (appellanten) die het aspect waterberging als beroepsgrond hebben aangedragen. Voor de overige appellanten hoeft uw raad de gemaakte proceskosten en betaalde griffierechten niet te vergoeden, omdat de beroepen ongegrond zijn verklaard. 6. Uitvoering: Uw raad dient de Raad van State en de betrokken appellanten de uitkomst meedelen, en het gewijzigde bestemmingsplan bekend te maken. Na vaststelling door uw raad en bekendmaking, kan gedurende zes weken tegen het herstelbesluit beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Een concept-besluit is bijgevoegd. Emmen, d.d. 12 mei 2026. Burgemeester en wethouders van Emmen, de gemeentesecretaris,
de burgemeester,
N.A. Plantinga
H.F. van Oosterhout
Gemeente Emmen, blad 4-4
Jaar
Zaaknummer
2026
160180-2026
Raadsbesluit De raad van de gemeente Emmen; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 12 mei 2026, gelet op het bepaalde in - artikel 8:51d Awb overwegende dat - de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in haar tussenuitspraak van 22 april 2026 de opdracht heeft gegeven om op grond van artikel 8:51d Awb het geconstateerde gebrek te herstellen; - toevoeging van deze planregel zorgt voor het beste en snelste herstel van het geconstateerde gebrek; besluit: 1.
Het bestemmingsplan “Emmen, Delftlanden 3.0” gewijzigd vast te stellen, door de volgende planregel aan hoofdstuk 3 Algemene regels toe te voegen, en te koppelen aan de genoemde bijlage: Artikel 27.2 Voorwaardelijke verplichting compartimentskering 1. Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken binnen het plangebied overeenkomstig de bestemming, indien de compartimentskering, zijnde het verhoogde wandelpad zoals aangeduid op de kaart in bijlage 1, aan de westzijde niet tot een hoogte van tenminste 15 m + NAP is gesloten; 2. De compartimentskering, bedoeld in lid 1, moet vóór ingebruikname van de gronden en bouwwerken waarop deze regel betrekking heeft zijn gesloten en vervolgens gesloten worden gehouden.
Vastgesteld in de openbare vergadering van 25 juni 2026. de griffier,
de voorzitter,
S. Engelen
H.F. van Oosterhout