Buitengebied Nieuw-Weerdinge, mast 92_Bijlagen_Bijlage 2 Ecologisch onderzoek
Tekst van het document
Natuurtoets Netversterking Noordoost Nederland 110kV Locatie 3) Aanpassing masten 092-152-094
projectnummer 479579 definitief revisie 00 13 december 2022
Natuurtoets Netversterking Noordoost Nederland 110kV Locatie 3) Aanpassing masten 092-152-094 projectnummer 479579 documentnummer 479579-NT-L3-01 definitief revisie 00 13 december 2022
Auteur AW
Opdrachtgever TenneT TSO B.V. Utrechtseweg 310 6812 AR ARNHEM
Antea Group is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus
De informatie in voorliggende rapportage is (deels) afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.
Gecontroleerd PdH
datum December 2022
beschrijving definitief
vrijgave R.S.R
Inhoudsopgave
Blz.
1
Inleiding
1
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding & planvoornemen Scope Doel Leeswijzer
1 1 5 5
2
Effectbeschrijving en -beoordeling
6
2.1 2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.3.4 2.3.5 2.3.6 2.4 2.5 2.6 2.7
Gebiedsbeschrijving: resultaat terreinbezoek Effectbepaling voornemen Soortbescherming Afbakening relevante soortgroepen Vogels Zoogdieren – vleermuizen Zoogdieren – overige zoogdieren Amfibieën Zorgplicht Natura 2000 NNN en natuur buiten NNN Overig provinciaal beleid Drenthe Beschermde houtopstanden Wnb
6 7 8 8 8 11 12 18 19 19 20 22 23
3
Conclusie & advies
24
3.1 3.1.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Soortbescherming Zorgplicht Natura 2000 NNN en natuur buiten NNN Overig provinciaal beleid Beschermde houtopstanden Wnb
24 26 26 27 27 27
Literatuurlijst Bijlage 1 Wettelijk kader Bijlage 2 Methodiek natuurtoets
28
Natuurtoets Netversterking Noordoost Nederland 110kV projectnummer 479579 13 december 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.
1
Inleiding
1.1
Aanleiding & planvoornemen Om capaciteitsknelpunten in het huidige elektriciteitsnet op te lossen en in de toekomst te voorkomen, gaat TenneT het hoogspanningsnet in onder andere Groningen en Drenthe verzwaren. Onderdeel van deze netversterking vormt het versterken van de bestaande 110kVverbinding ‘Zwolle-Meeden’ tussen masten 097 en 201. Dit om te zorgen voor een goede aan- en afvoer van elektriciteit van het (verstopte) onderliggende 110kV-hoogspanningsnet op het hoofdnet (380kV). Aanpassing en/of verzwaring van verschillende masten, opstijgpunten en verbindingen op dit deel van het tracé is daarom nodig. In opdracht van TenneT TSO B.V. voert Antea Group diverse veld- en bodemonderzoeken uit ten behoeve voor het project Netversterking Noordoost Nederland 110kV (NNON). Dit rapport omvat de resultaten van de natuurtoets. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met beschermde planten- en diersoorten en met beschermde gebieden. Er dient onderzocht te worden of het voornemen effect heeft op beschermde soorten, beschermde gebieden of beschermde houtopstanden (Wet natuurbescherming (Wnb), Natuurnetwerk Nederland (NNN) en overig (provinciaal) beleid). Ontwikkelingen mogen niet zonder meer plaatsvinden indien deze negatieve gevolgen hebben op beschermde natuurwaarden (soorten, gebieden en/of houtopstanden).
Er is daarom inzicht gewenst in de aanwezige beschermde natuurwaarden en de mogelijke effecten die op deze beschermde natuurwaarden kunnen optreden door de ontwikkeling. Dit wordt verkend in deze natuurtoets. Daarnaast worden kansen voor het verbeteren van natuurwaarden genoemd.
1.2
Scope De scope van het project is verdeeld in de volgende vijf locaties, afgebeeld in figuur 1.1: • Locatie 1: 1. Aanpassen bestaande inlussing mast 097 • Locatie 2: 2a. Aanpassen mast 146 2b. Verzwaring verbinding (kabeltracé) mast 146 naar EMW110 • Locatie 3: 3a. Aanpassen mast 152 en aanpassen opstijgpunten mast 092 en 094 3b. Verkabeling (kabeltracé) mast 092 – 152 – 094 • Locatie 4: 4a. Uitbreiding station MSKZ110 4b. Amoveren mast 1 (portaal) 4c. Verkabeling (kabeltracé) mast 181 naar station MSKZ110 4d. Aanpassing mast 181 4e. Verkabeling (kabeltracé) mast 181 – station MSK 110 • Locatie 5: 5a. Locatie mast 081 en 201. Er worden opstijgpunten voor de elektriciteitskabels gerealiseerd. 5b. Realiseren nieuw kabeltracé mast 201 naar mast 081
Blad 1 van 28
Natuurtoets Netversterking Noordoost Nederland 110kV projectnummer 479579 13 december 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.
Voorliggend rapport heeft betrekking op locatie 3 (masten 092-152-094). De ligging van deze locatie is afgebeeld in figuur 1.2 en 1.3. De locatie is gelegen in de gemeente Emmen (provincie Drenthe). Voor deze locatie zijn de volgende onderdelen en werkzaamheden voorzien: • 3a. Aanpassen mast 152 en locatie mast 092 en 094 • 3b. Verkabeling (kabeltracé) mast 092 – 152 – 094 Het is nog niet bekend wanneer de werkzaamheden worden uitgevoerd. Op deze locatie hoeven geen bomen/struiken gekapt te worden. Ook hoeven geen watergangen gedempt te worden.
Blad 2 van 28
Natuurtoets Netversterking Noordoost Nederland 110kV projectnummer 479579 13 december 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.
Figuur 1.1. Regionale ligging van de planlocaties binnen het project Netversterking Noordoost-Nederland. Bron achtergrond: ESRI luchtfoto, 2021.
Blad 3 van 28
Natuurtoets Netversterking Noordoost Nederland 110kV projectnummer 479579 13 december 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.
Figuur 1.2. Gedetailleerde ligging van het plangebied. Bron achtergrond: ESRI, Luchtfoto
Figuur 1.3. Gedetailleerde ligging van het plangebied. Bron achtergrond: ESRI, Topo RD.
Blad 4 van 28
Natuurtoets Netversterking Noordoost Nederland 110kV projectnummer 479579 13 december 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.
1.3
Doel Het doel van de natuurtoets is om een goed eerste beeld te krijgen van de (beschermde) natuurwaarden die in het plangebied en de (directe) omgeving aanwezig (kunnen) zijn. Dit gebeurt door het uitvoeren van een bureaustudie en oriënterend terreinbezoek. Op basis hiervan wordt getoetst of in het kader van de Wnb als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling negatieve effecten kunnen optreden. Daarnaast wordt ingegaan op de eventuele vervolgstappen die noodzakelijk zijn.
1.4
Leeswijzer De natuurtoets is als volgt opgebouwd: - Hoofdstuk 1 beschrijft de aanleiding van de natuurtoets en voorgenomen ontwikkeling; - Hoofdstuk 2 beschrijft het gebied en toetst de (in de omgeving) aanwezige beschermde soorten, beschermde gebieden en beschermde houtopstanden aan de natuurwetgeving en overige beleidskaders. - Hoofdstuk 3 bevat de conclusies en advies over de te nemen vervolgstappen. In bijlage 1 wordt het wettelijk kader beschreven. In bijlage 2 wordt de methodiek van voorliggende natuurtoets beschreven.
Blad 5 van 28
Natuurtoets Netversterking Noordoost Nederland 110kV projectnummer 479579 13 december 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.
2
Effectbeschrijving en -beoordeling In paragraaf 2.1 wordt allereerst een gebiedsbeschrijving van het plangebied gegeven. Vervolgens wordt in paragraaf 2.2 de effectbepaling van het plan gegeven. In paragraaf 2.3 t/m paragraaf 2.7 wordt respectievelijk ingegaan op de aanwezigheid van en toetsing aan de Wnb van beschermde soorten, Natura 2000-gebieden, NNN, overig provinciaal beleid van de provincie Drenthe en beschermde houtopstanden. Indien blijkt dat een onderdeel van paragraaf 2.3 t/m paragraaf 2.7 niet relevant is voor voorliggend planvoornemen, vindt er geen toetsing van het voornemen aan de Wnb (of ander relevant beleidskader) van dat onderdeel plaats.
2.1
Gebiedsbeschrijving: resultaat terreinbezoek Op 7 oktober 2022 is vanaf circa 15:00 uur een oriënterend terreinbezoek uitgevoerd door een deskundig ecoloog van Antea Group bij geheel bewolkt weer, windkracht 5 bft en een temperatuur van circa 13°C (KNMI, 2022). Tijdens het terreinbezoek is het plangebied te voet geïnspecteerd. Hierbij is het perceel met de mast visueel bekeken en zijn de hoogspanningsmasten en wateren in het plangebied met een verrijkeker geïnspecteerd op onder andere aanwezigheid van broedvogelnesten. Daarnaast zijn de wateren bemonsterd met een RAVON-schepnet. Het plangebied ligt op circa 2 km ten noorden van Emmen en bestaat uit drie mastlocaties en een hoogspanningstracé tussen deze masten. Het tracé loopt grotendeels door landbouwgebied en kruist de provinciale weg N391. De noordelijke mast staat op circa 200 m ten noorden van de Woldweg. De mast staat direct naast een watergang in een maïsperceel. Een tijdelijke werkweg naar deze mast komt te liggen in een graslandperceel en het maïsperceel en sluit aan op de Woldweg. De middelste mast staat tussen de provinciale weg N391 en de Woldweg op een stuk grond met lage kruidenrijke vegetatie en grassen. Via een verhard pad is deze locatie verbonden met de Woldweg. Dit pad zal als tijdelijke werkweg fungeren.
Rondom deze mast bevindt zich een grondwal welke enkele meters hoger ligt dan het terrein waarop de mast staat. Achter deze grondwal is ruigte aanwezig bestaande uit struiken en bomen. Ten noorden van deze ruigte zijn twee plassen gelegen welke omzoomd zijn met bomen en struiken. De meest zuidelijke mast staat ten westen van de Weerdinger-Erfscheidenveen in een maïsperceel. In het maisperceel is een tijdelijke werkweg voorzien. In figuur 2.1 is een impressie gegeven van het plangebied.
Blad 6 van 28
Natuurtoets Netversterking Noordoost Nederland 110kV projectnummer 479579 13 december 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.
Noordelijke mast 092 met locatie tijdelijke werkweg door landbouwperceel
Toegangsweg naar mast 152 welke fungeert als tijdelijke werkweg
Grondwal en bosschage naast mast 152
Plas ten noorden van mast 152
Zuidelijke mast 094 in maïsperceel
Locatie toegangsweg naar mast 094
Figuur 2.1. Impressie van het plangebied.
2.2
Effectbepaling voornemen De volgende activiteiten vinden plaats als gevolg van het planvoornemen die een effect kunnen hebben op (het leefgebied van) (beschermde) soorten en beschermde gebieden: - Er worden rijplaten in landbouwpercelen aangebracht om de werkterreinen te kunnen bereiken;
Blad 7 van 28
Natuurtoets Netversterking Noordoost Nederland 110kV projectnummer 479579 13 december 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.
-
2.3
Er worden graafwerkzaamheden in de bodem ter plaatse van de werkputten uitgevoerd waardoor de vegetatie wordt aangetast; Er wordt mogelijk (tijdelijke) verlichting geplaatst; Er is sprake van geluidsverstoring/optische verstoring gedurende de werkzaamheden.
Soortbescherming In de onderstaande paragrafen worden per soortgroep de resultaten van het bureauonderzoek en het oriënterend terreinbezoek beschreven. Indien soortgroepen op basis van het oriënterend terreinbezoek op voorhand kunnen worden uitgesloten vanwege het ontbreken van geschikt biotoop, zijn deze soortgroepen vermeld in paragraaf 2.3.1. Op basis van het bureauonderzoek en het oriënterend terreinbezoek wordt ingegaan op de mogelijk effecten die als gevolg van het planvoornemen op mogelijk aanwezige beschermde soorten kunnen optreden. Indien negatieve effecten op beschermde soorten niet zijn uit te sluiten, wordt geadviseerd over de te nemen vervolgstappen.
2.3.1
Afbakening relevante soortgroepen Aangezien het plangebied in agrarisch gebied gelegen is en het verspreidingsgebied van beschermde soorten reptielen, vissen en insecten niet tot aan het plangebied loopt kunnen deze soortgroepen op voorhand worden uitgesloten. Aanwezigheid van de overige soortgroepen kan niet op voorhand worden uitgesloten. Het gaat om broedvogels, vleermuizen, overige zoogdieren en amfibieën. Deze soortgroepen worden in de hiernavolgende paragrafen nader beschouwd.
2.3.2
Vogels Soorten met een jaarrond beschermd nest (categorie 1 t/m 4) In de onderstaande tabel zijn de waarnemingen van vogels met een jaarrond beschermd nest in de directe omgeving van het plangebied weergegeven. Tabel 2.1. Overzicht van waargenomen vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest in de omgeving van het plangebied (met een straal van 1 km) die in het NDFF door derden zijn ingevoerd (NDFF, 2017-2022).
Soort Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Havik Huismus Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk
Categorie 4 4 2 4 2 3 4 2 3
Zoals blijkt uit de bureaustudie is een aantal vogelsoorten waargenomen in de omgeving van het plangebied waarvan de broedplaatsen jaarrond beschermd zijn en waar bij verwijdering of aantasting van de vaste rust- en verblijfplaats, alsook bij wezenlijke aantasting van de functionele leefomgeving, altijd ontheffing moet worden aangevraagd. Dit zijn boombroedende soorten
Blad 8 van 28
Natuurtoets Netversterking Noordoost Nederland 110kV projectnummer 479579 13 december 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.
(zoals buizerd en ransuil), gebouwbroedende soorten (zoals huismus en gierzwaluw) en overige soorten (zoals kerkuil en ooievaar). Tijdens het terreinbezoek zijn in (de omgeving van) het plangebied geen soorten met jaarrond beschermde nesten waargenomen. Jaarrond beschermde nesten zijn ook niet aangetroffen. Echter door het dichte bladerdek van de bomen kan de aanwezigheid ervan niet uitgesloten worden. Op circa 65 m van de zuidelijke mast staan twee schuren waarin de huismus kan broeden. Aangezien soorten als de huismus goed zijn aangepast aan menselijke verstoringsbronnen is extra verstoring door de werkzaamheden op voorhand uitgesloten. Bovendien is de afstand van het plangebied tot de schuren en het bijbehorende erf relatief groot. Verder staan in de omgeving van het plangebied geen gebouwen waarin jaarrond beschermde soorten zoals huismus en gierzwaluw kunnen broeden. Daarnaast zijn tijdens het terreinbezoek geen nestplaatsen in de hoogspanningsmasten gevonden, bijvoorbeeld van slechtvalk of ooievaar. Jaarrond beschermde soorten vallen onder de bescherming van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1), welke is verwerkt in de Wnb. Indien er jaarrond nesten aanwezig zijn, kunnen broedgevallen worden verstoord gedurende het broedseizoen. Dit is in overtreding met de gestelde verbodsbepalingen uit de Wnb.
Ook aantasting van essentiële onderdelen van de functionele leefomgeving van vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest is in overtreding met de Wnb. Het broedseizoen loopt van circa maart t/m juli, maar kan bij sommige soorten eerder starten en/of later eindigen (zoals bij roek en boomvalk). Indien de werkzaamheden in het broedseizoen (circa maart t/m juli) worden uitgevoerd dient gecontroleerd te worden of in de bomen rondom het plangebied potentiële jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn. De controle op boomnesten dient plaats te vinden in het bladloze seizoen tussen circa december en maart. Indien nesten worden gevonden is nader onderzoek naar het gebruik ervan nodig. In onderstaand kader zijn de vervolgstappen samengevat. Vervolgstappen jaarrond beschermde broedvogels: • Uitvoeren werkzaamheden buiten het broedseizoen (circa maart t/m juli); • Indien dit niet mogelijk is controle aanwezigheid potentiële jaarrond beschermde nesten in bladloze seizoen (circa december t/m maart); • Indien nesten aanwezig zijn uitvoeren nader onderzoek. Hierbij zijn 2 tot 4 bezoeken noodzakelijk gedurende maart t/m half mei (BIJ12, 2017b). Hiervan is tenminste één bezoek nodig in juli/augustus voor laat broedende soorten, zoals wespendief en boomvalk.
Soorten met een mogelijk jaarrond beschermd nest (categorie 5) In tabel 2.2 zijn de waarnemingen van vogels met een mogelijk jaarrond beschermd nest in de directe omgeving van het plangebied weergegeven.
Blad 9 van 28
Natuurtoets Netversterking Noordoost Nederland 110kV projectnummer 479579 13 december 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.
Tabel 2.2. Overzicht van waargenomen vogelsoorten met een mogelijk jaarrond beschermd nest in de omgeving van het plangebied (met een straal van 1 km) die in het NDFF door derden zijn ingevoerd (NDFF, 2017-2022).
Soort Blauwe reiger Boerenzwaluw Boomklever Boomkruiper Ekster Gekraagde roodstaart Groene specht Grote bonte specht Huiszwaluw IJsvogel Koolmees Pimpelmees Spreeuw Tapuit Torenvalk Zwarte kraai Zwarte roodstaart
Categorie 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5
Tijdens het terreinbezoek zijn enkele categorie 5-soorten waargenomen (zwarte kraai en koolmees). Nesten van de categorie 5 vogelsoorten zijn alleen jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Dit laatste is op het plangebied niet van toepassing. Er zijn geen categorie 5 soorten te verwachten die zeldzaam zijn in de omgeving of onvoldoende nestgelegenheid hebben in de omgeving. Derhalve zijn er geen zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden die jaarronde bescherming rechtvaardigen. De categorie 5-soorten vallen daarmee onder de bescherming van algemene broedvogels. Algemene broedvogels Tijdens het terreinbezoek zijn enkele algemene broedvogels waargenomen, zoals roodborst, winterkoning en merel. Het plangebied en de omgeving ervan bestaat landbouwpercelen (grasen maïsland), bomen en struiken, twee plassen en kavelsloten. De landbouwpercelen bieden broedgelegenheid aan grondbroeders, zoals graspieper, kievit en scholekster. In de bosschages en bomen kunnen struweelvogels zoals roodborst, merel en winterkoning broeden. In de watergangen kunnen watervogels zoals waterhoen en meerkoet broeden. Alle in gebruik zijnde nesten van vogelsoorten in Nederland zijn beschermd onder de Wnb (artikel 3.1).
Indien nesten aanwezig zijn mogen deze tijdens de broedperiode (en wanneer deze in gebruik zijn) niet verwijderd of verstoord worden. Met de meeste broedvogels kan echter in het algemeen relatief eenvoudig rekening worden werkzaamheden niet uit te voeren in het
Blad 10 van 28
Natuurtoets Netversterking Noordoost Nederland 110kV projectnummer 479579 13 december 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.
broedseizoen (circa maart tot en met juli1) en indien concrete broedgevallen aanwezig zijn. Op deze wijze zijn geen belemmeringen vanuit de Wnb aan de orde. Indien het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen om te werken dan dient het plangebied en de nabije omgeving (waar de werkzaamheden plaatsvinden) vóór het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden voor (broed)vogels. Gezien de hoeveelheid bomen en struiken binnen de invloedssfeer van het plangebied bij mast 152 is ongeschikt maken voorafgaand aan het broedseizoen hier praktisch niet haalbaar. Overwogen kan worden daarom de werkzaamheden voor het broedseizoen te starten en te continueren in het broedseizoen. Dit is alleen toegestaan als de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten in de omgeving van het plangebied is uitgesloten. Mocht dit laatste niet mogelijk zijn dan dient vooraf aan de werkzaamheden het plangebied gecontroleerd te worden op de aanwezigheid van broedvogels door een deskundig ecoloog. Indien vastgesteld wordt dat sprake is van actuele broedgevallen binnen het plangebied, kunnen locatiespecifieke maatregelen worden voorgesteld en/of wordt het plangebied niet vrijgegeven en dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden totdat het nest niet meer in gebruik is.
Vervolgstappen algemene broedvogels • Bij voorkeur werken buiten het broedseizoen (maart t/m juli); • Starten werkzaamheden voorafgaande aan broedseizoen en continueren in broedseizoen (niet toegestaan bij aanwezigheid jaarrond beschermde nesten); • Indien bovenstaande niet mogelijk is dient een controle op broedgevallen plaats te vinden.
2.3.3
Zoogdieren – vleermuizen In de NDFF zijn geen waarnemingen van vleermuizen gedaan in de wijde omgeving van het plangebied (2 km). De omgeving van het plangebied bestaat echter wel uit geschikt biotoop. Er is namelijk sprake van bomen, bosschages en diverse watergangen in de omgeving. Aangenomen wordt daarom dat er wel leefgebied aanwezig is voor vleermuizen, maar dat het lage aantal waarnemingen een gevolg is van een lage onderzoeksinspanning. Voor vleermuizen zijn drie functies van het leefgebied te onderscheiden die van groot belang zijn. Dit zijn verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebied. Foerageergebieden en vliegroutes zijn alleen beschermd als deze van essentieel belang zijn voor het functioneren van de verblijfplaats, zogenaamde essentiële foerageergebieden en essentiële vliegroutes. Deze drie onderdelen (verblijfplaatsen, essentiële vliegroutes en essentieel foerageergebied) worden hieronder nader beschouwd. Verblijfplaatsen Vleermuizen kunnen hun verblijfplaats in gebouwen of bomen (of beide) hebben. Gebouwbewonende vleermuizen verblijven met name in spouwmuren, onder dakbetimmering, achter boeiborden of op zolders. Boombewonende vleermuizen verblijven in gaten, holen of scheuren van voornamelijk grote bomen. 1
Voor het broedseizoen wordt in het kader van de wet geen standaardperiode gehanteerd. Het broedseizoen is afhankelijk van klimatologische omstandigheden; dit houdt in dat het seizoen eerder dan wel later van start kan gaan en eerder dan wel later kan eindigen. Van belang is of er broedgevallen aanwezig zijn.
Blad 11 van 28
Natuurtoets Netversterking Noordoost Nederland 110kV projectnummer 479579 13 december 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.
In de omgeving van het plangebied staat een boerderij op een afstand van circa 50 m. Andere bebouwing in de omgeving van het plangebied ontbreekt. Daarnaast staan er verschillende bomen in de omgeving. In de boerderij kunnen verblijfplaatsen van gebouw bewonende soorten aanwezig zijn en in de bomen kunnen verblijfplaatsen van boombewonende soorten aanwezig zijn. De bomen en de boerderij worden niet fysiek aangetast en daarmee blijven ook eventuele verblijfplaatsen intact. Wel kan sprake zijn van verstoring door gebruik van bouwverlichting. Indien bouwverlichting wordt gebruikt op het werkterrein dient deze gedurende de actieve periode van vleermuizen (circa april t/m oktober) uitsluitend op het werkterrein te worden gericht. Er mag geen lichtuitstraling naar de omgeving optreden. De genoemde periode kan langer dan wel korter duren afhankelijk van de weersomstandigheden, zoals de temperatuur. Vervolgstappen verblijfplaatsen vleermuizen: Lichtuitstraling voorkomen gedurende actieve periode (circa april t/m oktober) door verlichting uitsluitend te richting op werkterrein. Essentiële vliegroutes Vliegroutes van vleermuizen betreffen (vaak) lijnvormige elementen in het landschap die als verbinding tussen verblijfplaatsen en foerageergebied fungeren. In het plangebied en de omgeving ervan zijn geen lijnvormige elementen aanwezig die kunnen dienen als (essentiële) vliegroute.
De aanwezigheid van (essentiële) vliegroutes kan worden uitgesloten. Essentieel foerageergebied Foerageergebied van vleermuizen betreft locaties waar vleermuizen hun voedsel verzamelen. Dit kunnen uiteenlopende gebieden zijn. In het plangebied is marginaal geschikt foerageergebied aanwezig voor vleermuizen, vanwege het geringe oppervlak van het plangebied. Daarbij is geen sprake van unieke beplanting en/of structuren die enkel in het plangebied aanwezig zijn. In de omgeving van het plangebied is meer en geschikter foerageergebied aanwezig in de vorm van watergangen en enkele bosschages.
2.3.4
Zoogdieren – overige zoogdieren In de onderstaande tabel zijn de waarnemingen van overige soorten zoogdieren in de directe omgeving van het plangebied weergegeven.
Blad 12 van 28
Natuurtoets Netversterking Noordoost Nederland 110kV projectnummer 479579 13 december 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.
Tabel 2.4 Overzicht van waargenomen zoogdieren in de omgeving van het plangebied (met een straal van 1 km) (NDFF, 2017-2022).
Soort Bever Egel Haas Otter Ree Steenmarter Wolf
Beschermingsregime HR Wnb (artikel 3.5) (artikel 3.10) X
Vrijgestelde zoogdieren Wnb (artikel 3.10)
X X X X X X
Bever Bevers komen voor in het overgangsgebied tussen land en water zoals moerassen, beken, rivieren en meren. De bever heeft een voorkeur voor rivieren en meren omzoomd door (broek)bossen met bomen als wilg en populier. Er is geen voorkeur voor stromend of stilstaand water, maar een waterdiepte van minimaal 50 cm is een vereiste. In ondiep stromend water worden dammen gebouwd om de gewenste waterstand te krijgen. Doorgaans worden geen dammen gebouwd in watergangen breder dan 5 meter (Zoogdiervereniging, 2022). Op circa 30 m ten noorden van mast 152 in het plangebied zijn sporen van de bever aangetroffen ten tijde van het terreinbezoek. Het betreft twee omver geknaagde berken (zie figuur 2.2). Een burcht is niet aangetroffen, maar vermoedelijk is wel een hol aanwezig in de zuidelijke oever onder de vegetatie bij de plas op circa 25 m van het werkterrein (zie figuur 2.3). Het werkterrein is middels een grondwal gescheiden van deze plas. Uit waarnemingen blijkt ook dat de bever in en rondom deze plas diverse keren is waargenomen (NDFF, 2017-2022). Er zijn sporen gevonden in de omgeving van het plangebied (onder andere een sleepspoor op de oever) en op de provinciale weg N391 is een exemplaar aangereden. Op basis van het terreinbezoek is ingeschat waar het essentiële leefgebied van de bever is gelegen ten opzichte van het plangebied (zie figuur 2.4).
Het plangebied zelf bestaat uit laag kruidenrijk grasland en een verharde toegangsweg en vormt hierdoor geen essentieel leefgebied voor de bever. Verwacht wordt dat de plassen en de bosschages buiten het plangebied wel essentieel leefgebied vormen voor de bever. Deze zijn deels van het plangebied gescheiden door een grondwal. Het is echter niet uitgesloten dat de bever incidenteel het werkterrein doorkruist gezien de nabije ligging van de plas ten opzichte van het plangebied. Verstoring door de werkzaamheden op aanwezige bevers dient te worden voorkomen. Daarom dienen de werkzaamheden overdag uitgevoerd te worden tussen 1 uur na zonsopkomst en 1 uur voor zonsondergang, aangezien de bever ’s nachts het meest actief is. Daarnaast dient het werkterrein ter hoogte van mast 152 afgerasterd te worden met een hekwerk om te voorkomen dat bevers het werkterrein betreden. Hierbij kan men gebruik maken van bijvoorbeeld worteldoek gespannen over een bouwhek wat wordt ingegraven in de grond of van een fijnmazig gaas. Deze maatregel dient van tevoren afgestemd te worden met het bevoegd gezag (provincie Drenthe) omdat het een streng beschermde soort betreft (bescherming habitatrichtlijn). Tevens dient de maatregel te worden opgenomen in een ecologisch werkprotocol.
Blad 13 van 28
Natuurtoets Netversterking Noordoost Nederland 110kV projectnummer 479579 13 december 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.
Indien bovengenoemde maatregelen niet opgevolgd kunnen worden is een ontheffing benodigd voor de werkzaamheden. Vervolgstappen leefgebied bever: • Overdag werken tussen 1 uur na zonsopkomst en 1 uur voor zonsondergang; • Afrasteren werkterrein en toegangsweg ter hoogte van mast 152 met een hekwerk, zodat bevers niet onverhoopt op het werkterrein komen. Hierbij gebruik maken van bijvoorbeeld worteldoek gespannen over een bouwhek en ingegraven in de grond of een hek met fijnmazig gaas; Deze maatregel dient van tevoren afgestemd te worden met het bevoegd gezag en moet worden vastgelegd in een ecologisch werkprotocol. • Indien bovenstaande niet mogelijk blijkt dient ontheffing aangevraagd te worden.
Figuur 2.2. Vraatsporen bever aan berken langs plas
Blad 14 van 28
Natuurtoets Netversterking Noordoost Nederland 110kV projectnummer 479579 13 december 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.
Figuur 2.3. Vermoedelijke locatie van het beverhol in de begroeide oever (zwart omcirkeld) met uitstekende tak.
Blad 15 van 28
Natuurtoets Netversterking Noordoost Nederland 110kV projectnummer 479579 13 december 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.
Figuur 2.4 Verwacht essentieel leefgebied van de bever ten opzichte van ligging werkterrein (blauw omkaderd).
Otter In Nederland is de otter in de tachtiger jaren uitgestorven en ook in andere landen is de otter in aantal afgenomen. Momenteel komt de otter weer voor in Noordwest-Overijssel, Friesland, Gelderland en langs de Overijsselse Vecht. De otter leeft in oeverzones met voldoende dekking en rust van allerlei soorten stromende wateren, zoals meren, plassen, rivieren, kanalen, beken en moerassen. Maar ook in kustzones, rotskusten en estuaria. Ze leven in schoon en zoet water, waar voldoende voedsel, dekking en rust is. In brakke en zoute wateren (in Europa) komen ze alleen voor als er zoet water in de omgeving is, omdat ze dat nodig hebben voor het schoonhouden van hun pels en als drinkwater (Zoogdiervereniging, 2022). In de omgeving van het plangebied zijn drie waarnemingen van de otter gedaan (NDFF, 20172022). De waarnemingen zijn afkomstig uit watergangen ten oosten van het plangebied welke in verbinding staan met de plassen ten noorden van het plangebied. Aannemelijk is dat de otter daardoor ook gebruik maakt van de plassen ten noorden van het plangebied bij mast 152. Bovendien zijn de plassen geschikt als leefgebied aangezien op de oevers bosschages en rietkragen aanwezig zijn waar gefoerageerd kan worden en schuilplaatsen aanwezig kunnen zijn.
Blad 16 van 28
Natuurtoets Netversterking Noordoost Nederland 110kV projectnummer 479579 13 december 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.
Het plangebied zelf bestaat uit laag kruidenrijk grasland en een verharde toegangsweg. Dit is ongeschikt als leefgebied voor de otter. Verstoring van otters door de werkzaamheden dient te worden voorkomen. Hiervoor kunnen vergelijkbaar maatregelen als bij de bever genomen worden. De genoemde maatregelen dienen opgenomen te worden in een ecologisch werkprotocol en te worden afgestemd met bevoegd gezag omdat het een streng beschermde soort betreft (bescherming habitatrichtlijn). Indien bovengenoemde maatregelen niet opgevolgd kunnen worden is nader onderzoek naar het voorkomen en gebruik van (de omgeving van) het werkterrein door de otter noodzakelijk. Vervolgstappen leefgebied otter: • Overdag werken tussen 1 uur na zonsopkomst en 1 uur voor zonsondergang. • Afrasteren werkterrein en toegangsweg (zie maatregel bij bever); • Indien bovenstaande niet mogelijk nader onderzoek uitvoeren door het plaatsen van wildcamera’s bij de plassen en/of het zoeken naar sporen gedurende twee inventarisatierondes in de wintermaanden. Steenmarter De steenmarter dankt zijn naam aan zijn voorkeur voor steenachtige biotopen en schuilplaatsen, zoals steengroeven, rotsige hellingen en gebouwen. De steenmarter komt vooral voor in parklandschap, maar ook in volkomen bosloze gebieden, steengroeven en rotsige hellingen.
Hij is vooral te vinden in de nabijheid van dorpen en boerderijen en tegenwoordig zelfs in grote steden (de steenmarter is een ‘cultuurvolger’). Hij heeft een voorkeur voor gebieden met kleinschalige landbouw, met oude schuren, heggen en geriefhoutbosjes. Daarbij is de aanwezigheid van elementen zoals groenstroken, heggen, bosjes, greppels en bermen van belang, omdat de steenmarter daar zijn voedsel zoekt (Zoogdiervereniging, 2022). In het plangebied zelf is geen sprake van potentiële verblijfplaatsen, zoals bosschages, gebouwen of grote holen in de grond. Deze kunnen wel aanwezig zijn in de bosschages ten zuiden van de plassen. Deze blijven echter intact gedurende de werkzaamheden. Gezien de kleine omvang van het plangebied en het ontbreken van opgaande structuren in het plangebied zoals struiken of heggen betreft het plangebied ook geen essentieel foerageergebied voor steenmarters. Wolf Wolven leven in heel verschillende leefgebieden, van toendra en steppen tot aan bos- en cultuurlandschap. Bij voorkeur leeft de wolf in uitgestrekte open bossen en afgelegen moerasgebieden. De soort is echter een ‘cultuurvolger’ en heeft geleerd te overleven in gebieden waar ook mensen wonen. Deze gebieden bieden namelijk vaak veel dekking en er leven veel reeën.
De wolf heeft een grote behoefte aan drinkwater (omdat hij dagelijks lange afstanden loopt) en komt dus weinig voor in droge landschappen (Zoogdiervereniging, 2022). Gezien de kleine omvang van het plangebied en de ligging van het plangebied in een grotendeels open landbouwgebied is er geen sprake van essentieel leefgebied van de wolf. Vrijgestelde soorten zoogdieren in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen Het plangebied betreft een lage kruidenrijke vegetatie en een verharde toegangsweg. Er is binnen het plangebied biotoop aanwezig voor algemeen voorkomende (vrijgestelde) zoogdieren zoals muizen (bijvoorbeeld veldmuis en aardmuis), haas, mol, ree en konijn. Door de
Blad 17 van 28
Natuurtoets Netversterking Noordoost Nederland 110kV projectnummer 479579 13 december 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.
voorgenomen werkzaamheden kunnen negatieve effecten op deze soorten optreden. Binnen de provincie Drenthe geldt een vrijstelling voor deze algemene soorten bij ruimtelijke ontwikkelingen. Wel is voor deze soorten de zorgplicht van toepassing. Dit houdt in de negatieve effecten zo veel als mogelijk dienen te worden voorkomen dan wel beperkt. In paragraaf 2.3.6 wordt nader ingegaan op maatregelen die in het kader van de zorgplicht genomen kunnen worden.
2.3.5
Amfibieën In de onderstaande tabel zijn de waarnemingen van amfibieën in de directe omgeving van het plangebied weergegeven. Tabel 2.5 Overzicht van waargenomen amfibieën in de omgeving van het plangebied (met een straal van 1 km) (NDFF, 2017-2022).
Soort Groene kikker onbekend
Beschermingsregime HR Wnb (artikel 3.5) (artikel 3.10) X
Vrijgestelde amfibieën Wnb (artikel 3.10)
Uit de bureaustudie komen enkele waarnemingen van groene kikkers naar voren (NDFF). Het is niet bekend of het hier gaat om de beschermde poelkikker. Op circa 1,7 km ten zuidwesten van het plangebied zijn echter waarnemingen van poelkikkers bekend (NDFF). Daarom wordt de soort meegenomen in voorliggende toetsing. Poelkikker De poelkikker is een zon- en warmteminnende soort met een voorkeur voor onbeschaduwde wateren. De oeverzone moet bij voorkeur goed begroeid zijn. Het is een kritische soort, die houdt van voedselarm en schoon water. Hij heeft een voorkeur voor zwak zure, stilstaande wateren in bos- en heidegebieden op de hogere zandgronden. Hij komt voor in vennen, poelen en watergangen in hoogveengebieden en in de uiterwaarden (RAVON, 2022). De plassen ten noorden van het plangebied bij mast 152 zijn geschikt als leefgebied van de poelkikker. Het is echter onbekend of de soort hier voorkomt. Er worden geen werkzaamheden in deze plassen of de oevers ervan verricht waardoor voortplantings- en overwinteringshabitat intact blijft. Het werkterrein zelf vormt geen geschikt overwinteringsgebied aangezien er sprake is regelmatige betreding van het terrein (de mastlocatie en de toegangsweg). Overwinteringsgebied is naar verwachting aanwezig in de oevers langs de plassen waar ook bosschages aanwezig zijn.
Het is echter niet uitgesloten dat de poelkikker gedurende de trekperiode op het werkterrein terecht komt. Daarom wordt geadviseerd de werkzaamheden buiten actieve periode uit te voeren. Deze loopt van circa maart t/m september. Een andere optie is het afrasteren van het werkterrein middels een raster, bijvoorbeeld met een worteldoek. Dit worteldoek dient tenminste 50 cm hoog en 10 cm ingegraven te worden in de bodem (BIJ12, 2017). Indien ook dit niet mogelijk is dient nader onderzoek naar de poelkikker te worden uitgevoerd in het plangebied.
Blad 18 van 28
Natuurtoets Netversterking Noordoost Nederland 110kV projectnummer 479579 13 december 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.
Vervolgstappen leefgebied poelkikker • Werken buiten de actieve periode (loopt van circa maart t/m september) en niet in de oevers van de plassen werken; • Indien bovenstaande niet mogelijk is dient het werkterrein afgerasterd te worden (kan gecombineerd worden met de afrastering voor bever en otter); • Indien dit niet mogelijk is dient nader onderzoek uitgevoerd te worden naar aanwezigheid poelkikker. Hiervoor zijn twee veldbezoeken in mei en juni nodig waarbij geluisterd wordt naar kooractiviteit.
2.3.6
Zorgplicht In het plangebied kunnen landzoogdieren (zoals muizen, haas en konijn), amfibieën (zoals bruine kikker en kleine watersalamander), planten en insecten voorkomen. Deze soorten zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht voor de Wnb in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. Wel geldt voor deze soorten, net als alle overige in het wild levende dieren en planten, de zorgplicht (zie bijlage 1). Dit houdt in dat tijdens de werkzaamheden zo veel mogelijk negatieve effecten op aanwezige natuurwaarden dienen te worden voorkomen dan wel te worden beperkt. De initiatiefnemer/uitvoerder is verantwoordelijk voor een adequate naleving van de algemene zorgplicht tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. Door het uitvoeren van een aantal zorgplicht gerelateerde maatregelen, wordt voldaan aan de zorgplicht en kan de gunstige staat van instandhouding van de betreffende soorten worden gegarandeerd. Maatregelen waaraan gedacht kan worden bij de invulling van de zorgplicht bij voorliggend planvoornemen zijn weergegeven in tabel 2.11. Tabel 2.4. Voorbeelden van zorgplicht gerelateerde maatregelen voor soorten
Soort(groep) Grondgebonden zoogdieren (alle soorten) Amfibieën Insecten en planten
2.4
Maatregel • Stapvoets rijden en één richting opwerken. • Maaiwerkzaamheden op een hoogte van minimaal 10 cm uitvoeren; • Stapvoets rijden en één richting opwerken; • Niet werken in vorstperioden in of langs het water. • Niet meer vegetatie maaien dan nodig voor de inrichting van het werkterrein.
Natura 2000 Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is het Bargerveen en ligt op 14 km ten zuidoosten van het plangebied (zie figuur 2.5). Dit gebied is aangewezen op basis van de habitatrichtlijn en de vogelrichtlijn. Binnen een straal van 20 km liggen geen andere Natura 2000-gebieden.
Blad 19 van 28
Natuurtoets Netversterking Noordoost Nederland 110kV projectnummer 479579 13 december 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.
Bargerveen
Figuur 2.5. Ligging Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied (zwart omcirkeld). Bron: Ministerie van Landbouw, natuur en voedselkwaliteit.
Bij voorliggend planvoornemen is er enkel sprake van een realisatiefase. Er is daardoor hoogstens sprake van tijdelijke effecten. De Natura 2000-gebieden liggen buiten het invloedsgebied van alle storingsfactoren, zoals bijvoorbeeld verdroging of geluid- en lichtverstoring, met uitzondering van verzuring en vermesting. Gezien de afstand tot stikstofgevoelige habitattypen in de Natura 2000-gebieden en de voorgenomen werkzaamheden zijn effecten als gevolg van vermesting en verzuring door stikstofdepositie tijdens (enkel) de realisatiefase niet op voorhand uit te sluiten. De voorgenomen activiteiten als gevolg van het planvoornemen zijn bij de inwerkingtreding van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering per 1-7-2021 voor wat betreft stikstofdepositie vrijgesteld van de Wnb-vergunningplicht. Per 2-11-2022 is dit besluit door de Hoge raad echter vernietigd. Daarom is nu voor de werkzaamheden een stikstofdepositieberekening in de nieuwste versie van AERIUS benodigd en dient de uitkomst beoordeeld te worden. Deze berekening zal uitgevoerd worden door Antea Group.
2.5
NNN en natuur buiten NNN In het plangebied is geen NNN-gebied aanwezig. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied bevindt zich op circa 2.400 meter ten zuidwesten van het plangebied (zie figuur 2.6).
Blad 20 van 28
Natuurtoets Netversterking Noordoost Nederland 110kV projectnummer 479579 13 december 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.
De dichtstbijzijnde gebieden met een natuurbeheertype liggen buiten NNN op circa 30 m van het plangebied (zie figuur 2.6). Het gaat om verschillende gebieden met het natuurbeheertype ‘droog bos met productie’ (N16.03). Deze zijn weergegeven in figuur 2.7. Aangezien er geen sprake is van beleid omtrent externe werking in de provincie Drenthe zijn vervolgstappen niet aan de orde.
Figuur 2.6. Ligging van het plangebied (zwart omcirkeld) ten opzichte van het NNN. Bron: Website provincie Drenthe
Blad 21 van 28
Natuurtoets Netversterking Noordoost Nederland 110kV projectnummer 479579 13 december 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.
Figuur 2.7. Aangewezen natuurbeheertypen in omgeving van het plangebied. Bron data: Website provincie Drenthe
2.6
Overig provinciaal beleid Drenthe Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) In het natuurbeheerplan van de provincie Drenthe is beleid opgenomen voor het ANLb (Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer). In de hele provincie zijn hiervoor zogenaamde zoekgebieden aangewezen waarbinnen een agrariër subsidie kan aanvragen voor beheermaatregelen, bijvoorbeeld voor het realiseren van bloemrijke akkerranden. Het plangebied is deels gelegen in het zoekgebied voor open akkerland (zie figuur 2.8). Onbekend is op de percelen ANLb van toepassing is en daarmee beheersmaatregelen uitgevoerd worden. Indien dit het geval is mogen de werkzaamheden niet in strijd zijn met de doelen van het beheer. Geadviseerd wordt om bij het agrarische collectief van Drenthe (Agrarische Natuur Drenthe) dan wel de eigenaren van de percelen waarin het plangebied is gelegen te verifiëren of ANLb op het perceel van toepassing is. In dat geval zijn mogelijk maatregelen benodigd.
Blad 22 van 28
Natuurtoets Netversterking Noordoost Nederland 110kV projectnummer 479579 13 december 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.
Legenda HS Kabels - mantelbuis HS Kabels - gestuurde boring kabeltracés Bouwwegen werkterreinen A11 Open grasland A12 Open akkerland A15 Dooradering
Figuur 2.8: Ligging zoekgebied open akkerland ten opzichte van het plangebied. Bron data: Website provincie Drenthe
2.7
Beschermde houtopstanden Wnb In (de directe omgeving van) het plangebied zijn geen bomen aanwezig. Effecten op potentieel beschermde houtopstandenzijn daarom niet relevant voor voorliggend planvoornemen.
Blad 23 van 28
Natuurtoets Netversterking Noordoost Nederland 110kV projectnummer 479579 13 december 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.
3
Conclusie & advies In dit hoofdstuk is per onderdeel de conclusie en het advies gegeven dat voortkomt uit de uitgevoerde natuurtoets.
3.1
Soortbescherming In de omgeving van het plangebied is geschikt biotoop aangetroffen voor beschermde soorten (Wnb) waarvoor geen algemene vrijstelling geldt. Het gaat om soorten uit de volgende soortgroepen: algemene broedvogels, jaarrond beschermde broedvogels, otter, bever en poelkikker. In tabel 3.1 zijn de conclusies ten aanzien van deze beschermde soorten opgenomen. De onderbouwing van de conclusies zijn beschreven in paragraaf 2.3 van voorliggende natuurtoets. Voor de overige soort(groep)en is beoordeeld dat vervolgstappen niet aan de orde zijn. Voor deze soorten en vrijgestelde soorten geldt wel de zorgplicht. Tabel 3.1 Overzicht conclusies en vervolgstappen soortbescherming.
Soort(groep)
Vogels met een jaarrond beschermd nest in bomen
Vogels (algemene broedvogels)
Zoogdieren (diverse soorten vleermuizen) verblijfplaatsen
Zoogdieren (bever)
Zoogdieren (otter)
Essentieel leefgebied in (directe omgeving van) plangebied? Ja, mogelijk nesten in bomen rondom het plangebied
Nader onderzoek nodig? Ja, indien in broedseizoen gewerkt wordt. Zie tabel 3.2
Maatregelen?
Ontheffing Wnb aan de orde?
Ja zie tabel 3.3 of (in tweede instantie) tabel 3.2
Ja, nestgelegenheid in o.a. bosschages, bomen en landbouwpercelen. Holtes in bomen nabij het plangebied geschikt als verblijfplaats voor boombewonende vleermuizen Leefgebied aanwezig in plassen ten noorden van plangebied.
Nee
Ja, zie tabel 3.3
Nee, mits de maatregelen uit tabel 3.3 worden opgevolgd. Nee
Nee
Ja, zie tabel 3.3
Nee, mits de maatregelen uit tabel 3.3 worden opgevolgd.
Ja, indien maatregelen niet opgevolgd kunnen worden. Zie tabel 3.2
Ja zie tabel 3.3 of (in tweede instantie) tabel 3.2
Nee, mits de maatregelen uit tabel 3.3 worden opgevolgd.
Leefgebied aanwezig in plassen ten noorden van plangebied.
Ja, indien maatregelen niet opgevolgd kunnen worden. Zie tabel 3.2
Ja zie tabel 3.3 of (in tweede instantie) tabel 3.2
Nee, mits de maatregelen uit tabel 3.3 worden opgevolgd.
Blad 24 van 28
Natuurtoets Netversterking Noordoost Nederland 110kV projectnummer 479579 13 december 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.
Soort(groep)
Amfibieën (poelkikker)
Essentieel leefgebied in (directe omgeving van) plangebied? Mogelijk leefgebied aanwezig in plassen ten noorden van plangebied.
Nader onderzoek nodig? Ja, indien maatregelen niet opgevolgd kunnen worden. Zie tabel 3.2
Maatregelen?
Ontheffing Wnb aan de orde?
Ja zie tabel 3.3 of (in tweede instantie) tabel 3.2
Nee, mits de maatregelen uit tabel 3.3 worden opgevolgd.
In tabel 3.1 is aangegeven dat er nader onderzoek nodig is indien maatregelen zoals beschreven in tabel 3.3 niet kunnen worden opgevolgd. Het gaat om vogels met jaarrond beschermde nesten in bomen, zoogdieren (otter en bever) en amfibieën (poelkikker). De beschrijving van dit nader onderzoek wordt in tabel 3.2 uiteengezet. Tabel 3.2 Beschrijving nader onderzoek
Soort Vogels met een jaarrond beschermd nest in bomen
Zoogdieren (otter)
Amfibieën (poelkikker)
Onderzoeksmethode • Controle op jaarrond beschermde nesten in het bladloze seizoen (circa december t/m maart). • Wanneer nesten aanwezig zijn uitvoeren nader onderzoek. Hierbij zijn 2 tot 4 bezoeken noodzakelijk gedurende maart t/m half mei (BIJ12, 2017b). Hiervan is tenminste één bezoek nodig in juli/augustus voor laat broedende soorten, zoals wespendief en boomvalk. • Nader onderzoek door het plaatsen van wildcamera’s bij de plassen en/of het zoeken naar sporen gedurende twee inventarisatierondes in de wintermaanden. • Twee veldbezoeken in mei en juni waarbij geluisterd wordt naar kooractiviteit.
In tabel 3.1 is aangegeven dat een overtreding van de Wnb voor een aantal soorten op voorhand kan worden voorkomen door het treffen van maatregelen. Deze maatregelen zijn in tabel 3.3 uiteengezet. Door het nemen van deze maatregelen worden negatieve effecten voorkomen en zijn geen vervolgstappen noodzakelijk. Tabel 3.3. Beschrijving maatregelen om overtreding van de Wnb te voorkomen.
Soort(groep) Vogels met een jaarrond beschermd nest in bomen
Algemene broedvogels
Maatregelen • Uitvoeren werkzaamheden buiten het broedseizoen (circa maart t/m juli); • Indien dit niet mogelijk is controle aanwezigheid potentiële jaarrond beschermde nesten in bladloze seizoen (circa december t/m maart); • Indien nesten gevonden worden uitvoeren nader onderzoek naar gebruik ervan (zie tabel 3.2). • Werken buiten het broedseizoen (circa maart t/m juli).
Blad 25 van 28
Natuurtoets Netversterking Noordoost Nederland 110kV projectnummer 479579 13 december 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.
Vleermuizen
•
Zoogdieren (bever en otter)
• •
Amfibieën (poelkikker)
• •
3.1.1
Lichtuitstraling voorkomen gedurende actieve periode (circa april t/m oktober) door verlichting uitsluitend te richting op werkterrein. Overdag werken tussen 1 uur na zonsopkomst en 1 uur voor zonsondergang; Afrasteren werkterrein en toegangsweg ter hoogte van mast 152 met een hekwerk, zodat bevers niet onverhoopt op het werkterrein komen. Hierbij gebruik maken van bijvoorbeeld worteldoek gespannen over een bouwhek en ingegraven in de grond of een hek met fijnmazig gaas. Deze maatregel dient van tevoren afgestemd te worden met het bevoegd gezag en moet worden vastgelegd in een ecologisch werkprotocol. Werken buiten de actieve periode (circa maart t/m september) en niet in de oevers van de plassen werken. Alternatief is het afrasteren van het werkterrein met worteldoek (zie hoofdstuk 2.3.5). Dit kan gecombineerd worden met afrastering voor bever en otter.
Zorgplicht Uit paragraaf 2.3.6 blijkt dat er in het plangebied soort(groep)en aanwezig (kunnen) zijn waarmee rekening dient te worden gehouden in het kader van de zorgplicht voor soorten. Maatregelen waaraan gedacht kan worden bij de invulling van de zorgplicht bij voorliggend planvoornemen zijn weergegeven in tabel 3.4. Tabel 3.4. Voorbeelden van zorgplicht gerelateerde maatregelen voor soorten.
Soort(groep) Grondgebonden zoogdieren (alle soorten) Amfibieën
Insecten en planten
3.2
Maatregel • Stapvoets rijden en één richting opwerken. • Maaiwerkzaamheden op een hoogte van minimaal 10 cm uitvoeren • Stapvoets rijden en één richting opwerken. • Maaiwerkzaamheden op een hoogte van minimaal 10 cm uitvoeren • Niet werken in vorstperioden • Niet meer vegetatie maaien dan nodig voor de inrichting van het werkterrein.
Natura 2000 In tabel 3.5 zijn de conclusies ten aanzien van beschermde Natura 2000-gebieden opgenomen. De onderbouwing van de conclusie is beschreven in paragraaf 2.4 van voorliggende natuurtoets.
Blad 26 van 28
Natuurtoets Netversterking Noordoost Nederland 110kV projectnummer 479579 13 december 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.
Tabel 3.5. Conclusies Natura 2000-gebieden.
Zijn er Natura 2000-gebieden aanwezig waarop effecten kunnen optreden? Treden er negatieve effecten op of zijn deze te verwachten? Zijn er vervolgstappen aan de orde?
Wnb-vergunning of akkoord van de provincie noodzakelijk?
3.3
Natura 2000 Ja, Bargerveen op 14 km afstand van plangebied. Ja, er kan sprake zijn van verzuring en vermesting door stikstofdepositie. Ja, stikstofdepositieberekening met nieuwste versie van AERIUS wordt uitgevoerd door Antea Group. Besluit voor tijdelijke vrijstelling bouwprojecten op 2-11-2022 vernietigd door Hoge raad. Nader te bepalen o.b.v. uitkomsten stikstofdepositieberkeningen
NNN en natuur buiten NNN In tabel 3.6 zijn de conclusies ten aanzien van beschermde NNN-gebieden en natuur buiten NNN opgenomen. De onderbouwing van de conclusie is beschreven in paragraaf 2.5 van voorliggende natuurtoets. Tabel 3.6. Conclusies NNN-gebieden.
Op welke afstand van het plangebied ligt het dichtstbijzijnde NNN-gebied? Is er sprake van toetsing van externe werking in de betreffende provincie? Is er sprake van aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden of is dit te verwachten? Zijn er vervolgstappen aan de orde? Afstemming met het bevoegd gezag aan de orde?
3.4
NNN Circa 30 meter (natuur buiten NNN) en circa 2.400 m (NNN) Nee Nee, aangezien de provincie Drenthe geen externe werking kent. Nee Nee
Overig provinciaal beleid Het plangebied is deels gelegen binnen het zoekgebied voor open akkerland (zie figuur 2.8). Geadviseerd wordt om bij het agrarische collectief van Drenthe (Agrarisch Natuur Drenthe) dan wel de eigenaren van de percelen waarin het plangebied is gelegen te verifiëren of ANLb op het perceel van toepassing is. In dat geval zijn mogelijk maatregelen benodigd.
3.5
Beschermde houtopstanden Wnb Er is bij voorliggend planvoornemen geen sprake van aantasting van onder de Wnb beschermde houtopstanden. Er zijn voor wat de Wnb betreft geen vervolgstappen aan de orde.
Blad 27 van 28
Natuurtoets Netversterking Noordoost Nederland 110kV projectnummer 479579 13 december 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.
Literatuurlijst BIJ12, 2017a. Kennisdocument bever (Castor fiber). Versie 1.0, juli 2017. BIJ12, 2017b. Kennisdocument buizerd (Buteo buteo). Versie 1.0, juli 2017. BIJ12, 2017c. Kennisdocument poelkikker (Rana lessonae). Versie 1.0, juli 2017. Rijksdienst voor ondernemend Nederland, 2021. Indicatieve lijst jaarrond beschermde vogelnesten. Overig Provincie Drenthe NDFF Street Smart www.floron.nl www.ravon.nl www.verspreidingsatlas.nl www.vlinderstichting.nl www.zoogdiervereniging.nl
Blad 28 van 28
Natuurtoets Netversterking Noordoost Nederland 110kV projectnummer 479579 13 december 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.
Bijlage 1 Wettelijk kader
Natuurtoets Netversterking Noordoost Nederland 110kV projectnummer 479579 13 december 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.
Bijlage 1 Wettelijk kader In deze bijlage staat een beschrijving van de relevante wet- en regelgeving en het beleidskader. Het betreft de Wet natuurbescherming (Wnb). Naast bescherming vanuit de Wnb, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Het betreft het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (hierna NNN). De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen). Wnb - Algemeen De Wnb is op 1 januari 2017 in werking getreden. De Wnb beschermt: • De Natura 2000-gebieden die aangewezen zijn in het kader van het Europees natuurbeleid (gebiedsbescherming) • De planten- en diersoorten (onderdeel soortbescherming) • Bos en houtopstanden (onderdeel houtopstanden). Veel verantwoordelijkheden en bevoegdheden liggen bij de provincies. Er zijn hierop wel uitzonderingen waarvoor het ministerie van LNV bevoegd gezag is. Dit betreft onder andere de aanleg en uitbreiding van hoofdwegen, landelijke spoorwegen, hoofdvaarwegen, primaire waterkeringen, militaire terreinen en oefengebieden, militaire luchthavens, Schiphol en overige burgerluchthavens, het landelijke gastransportnet, hoogspanningsverbindingen van tenminste 220 kV, activiteiten van buitenlandse mogendheden en activiteiten namens een lid van het Koninklijk Huis.
LNV is ook bevoegd gezag voor ruimtelijke ingrepen in de Exclusieve Economische Zone (EEZ) en voor Windenergie op zee (kavelbesluiten). Gemeenten hebben een loketfunctie. Het is mogelijk om een natuurvergunning ‘aan te haken’ bij de omgevingsvergunning, maar dit hoeft niet. De Wnb richt zicht op bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden. Wnb - Soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. Het gaat om de volgende drie categorieën: 1) soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1 e.v. Wnb); 2) soorten van de Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern en Verdrag van Bonn (artikel 3.5 e.v. Wnb); 3) ‘andere soorten’(onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’) (artikel 3.10 e.v. Wnb).
Natuurtoets Netversterking Noordoost Nederland 110kV projectnummer 479579 13 december 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.
Soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1 e.v. Wnb) Het beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn is vastgelegd in artikel 3.1 e.v. 1. 2. 3. 4. 5.
Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Het is mogelijk om ontheffing aan te vragen voor de overtreding van de verbodsbepalingen. De ontheffing kan worden verleend indien voldaan wordt aan de volgende criteria: - Er is geen andere bevredigende oplossing (alternatievenafweging); - Aanwezigheid geldig wettelijk belang conform Vogelrichtlijn. Een geldig wettelijk belang voor deze categorie soorten is o.a. belang 1: ‘in het belang van de volksgezondheid of openbare veiligheid’ (dit is dus strenger dan voor soorten van de Habitatrichtlijn en de andere soorten); - Er is geen verslechtering van de staat van instandhouding van de desbetreffende soort. Soorten van de Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern en/of Bonn (artikel 3.5 e.v. Wnb) Deze categorie bestaat uit Europees beschermde soorten. De verbodsbepalingen zijn vastgelegd in artikel 3.5 e.v.: 1.
2. 3. 4. 5.
Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Onder de Wnb is het mogelijk om voor streng beschermde soorten zoals opgenomen in artikel 3.5 bij ruimtelijke ontwikkelingen te werken volgens een door de Minister goedgekeurde gedragscode. Hierbij geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen uit artikel 3.5. Naast het werken volgens een goedgekeurde gedragscode kan voor soorten zoals opgenomen in artikel 3.5 van de Wnb bij overtreding van de verbodsbepalingen een ontheffing worden aangevraagd. De ontheffing kan worden verleend indien voldaan wordt aan de volgende criteria: - Er is geen andere bevredigende oplossing (alternatievenafweging); - Aanwezigheid geldig wettelijk belang conform Habitatrichtlijn.
Natuurtoets Netversterking Noordoost Nederland 110kV projectnummer 479579 13 december 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.
-
Een geldig wettelijk belang voor deze categorie soorten is o.a. belang 3: ‘in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten’; Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan.
Andere soorten (artikel 3.10 e.v. Wnb) De categorie ‘andere soorten’ bestaat uit soorten zoals opgenomen in bijlage A en B van de wettekst. Dit zijn nationaal beschermde soorten. De verbodsbepalingen zijn vastgelegd in artikel 3.10 e.v.. Het is verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Voor deze soorten geldt een vrijstelling wanneer aantoonbaar gewerkt wordt volgens een door de Minister van LNV goedgekeurde gedragscode. Daarnaast geldt ook vrijstelling bij ruimtelijke projecten voor soorten die staan op besluit vrijgestelde soorten. Het hangt per provincie af welke soort is vrijgesteld van de verbodsbepalingen in artikel 3.10, ook de grond waarvoor een vrijstelling geldt kan ook variëren tussen provincies. Wel dient rekening te worden gehouden met de zorgplicht (artikel 1.11 Wnb). Deze zorgplicht is verder in deze bijlage nog toegelicht.
Indien de ‘andere soorten’ niet zijn vrijgesteld en daarmee het voornemen de gestelde verboden in artikel 3.10 overtreedt, dient een ontheffing aangevraagd te worden bij de provincie waarin het voornemen plaatsvindt. Naast het werken volgens een goedgekeurde gedragscode kan voor soorten uit de categorie ‘andere soorten’ van de Wnb bij overtreding van de verbodsbepalingen een ontheffing worden aangevraagd. De ontheffing kan worden verleend indien voldaan wordt aan de volgende criteria: - Er is geen andere bevredigende oplossing (alternatievenafweging); - Aanwezigheid geldig wettelijk belang. Een geldig wettelijk belang voor deze categorie soorten is o.a. belang h ‘in het algemeen belang’; - Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan.
Natuurtoets Netversterking Noordoost Nederland 110kV projectnummer 479579 13 december 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.
Samenvatting gronden waarop een ontheffing verleend mag worden per categorie beschermde soorten (artikel 3.1, 3.5 en 3.10). Artikel 3.1 Artikel 3.5 Artikel 3.10 Soorten van de Ontheffingsgronden Soorten van de Andere Habitatrichtlijn, Vogelrichtlijn soorten Bonn & Bern Er bestaat geen andere bevredigende 1 Ja Ja Ja oplossing Leiden niet tot verslechtering van de staat van 2 Ja Ja Ja instandhouding volksgezondheid en openbare veiligheid Ja Ja Ja veiligheid van luchtverkeer Ja Nee Ja ter voorkoming van schade aan gewassen, Ja Ja Ja vee, bossen, visserij ter bescherming van Flora en Fauna Ja Ja Ja voor onderzoek, onderwijs, uitzetten en Ja Ja Ja herinvoeren van soorten / teelt dwingende reden van groot openbaar belang, 3 met inbegrip van sociale of economische aard Nee Ja Ja en met inbegrip van voor milieuwezenlijke gunstige effecten ruimtelijke inrichting of ontwikkeling Nee Nee Ja schade en overlast, ter beperking omvang populatie, ter bestrijding van lijden en ziekte, bestendig beheer en onderhoud (ook Nee Nee Ja natuurbeheer), algemeen belang, bestendig gebruik