Bijlage - Zienswijze provincie Drenthe Ontwerp Nota Ruimte
Tekst van het document
ER PB Thema: Ruimte & Wonen Thema: Zienswijze Nota Ruimte
Registreren Kenmerk
Opsteller: Martin Elfrink
Mandaat
Paraaf Themamanager
Datum
Paraaf directeur Paraaf
Datum Trefwoord Nota Ruimte
Afschrift aan Provinciale Staten van Drenthe Aanwijzingen voor verzending
Ingekomen Verzonden
Aan: Het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening T.a.v. de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Postbus 20011 2500 EA Den Haag
Assen, 2 december 2025 Ons kenmerk Behandeld door Martin Elfrink (0592) 36 5162 Uw kenmerk Onderwerp: Zienswijze op de ontwerp-Nota Ruimte
Geachte mevrouw Keijzer,
Hierbij bieden wij u onze zienswijze op uw conceptnota Ruimte aan. Hoewel we volledig hebben proberen te zijn in onze opmerkingen behouden wij ons het recht voor om ook na 15 december 2025 nog inhoudelijke reactie te geven, indien daartoe aanleiding ontstaat. In ieder geval gaan we ervan uit dat de
in deze brief benoemde opmerkingen op een juiste manier worden verwerkt en kijken met vertrouwen uit naar de definitieve Nota Ruimte.
1. Toekomstbestendige Nationale Ruimtelijke Ordening Het is van groot belang dat het Rijk de nationale regie op de ruimtelijke ordening herneemt. In een tijd waarin de grote transities voor wonen, energie, economie, landbouw, natuur en defensie elkaar raken, is een heldere landelijke en integraal gewogen koers onmisbaar. Hierbij werken we graag samen met het rijk, ieder vanuit zijn eigen rol en verantwoordelijkheid. De afgelopen jaren ingezette NOVEX-aanpak biedt hiervoor een goede basis. Als gezamenlijke overheden hebben we een grote verantwoordelijkheid om de Ruimtelijke Ordening in Nederland robuust en toekomstbestending op te pakken. Dat vraagt bestuurlijke moed en een heldere visie voor héél Nederland. Het gaat pas echt goed met Nederland, als het overal in Nederland goed gaat. Elke regio is uniek en kent haar eigen kansen en uitdagingen. Dit vraagt ook een andere manier van langjarige interdepartementale samenwerking en regionale betrokkenheid om beleid van Rijk, provincies en regio’s te combineren. Met wederkerige afspraken over gebiedsgerichte integrale financiering en een Regio Emmen Regio Emmen (gemeenten Emmen, Hoogeveen, Coevorden en Borger-Odoorn) heeft veel te bieden: een gebied waar economie, innovatie en leefkwaliteit samenkomen.
De komst van de Nedersaksenlijn versterkt deze positie verder en biedt kansen voor woningbouw, bereikbaarheid, (maak)industrie, onderwijs en duurzame groei. Met bovenregionale industrieterreinen, slimme maakindustrie, een uniek chemisch cluster en een moderne landbouwsector, beschikt Regio Emmen over alle bouwstenen voor brede welvaart. Door structureel en langjarig te investeren kan het Rijk samen met Drenthe laten zien dat het wél kan, juist in de regio. Maak daarom met Drenthe niet alleen in de Regio Groningen-Assen óók een noodzakelijke schaalsprong in Regio Emmen. Waarom Regio Emmen als Initieerregio? 1. De komst van de Nedersaksenlijn bevestigt de groeipotentie van Regio Emmen voor grootschalige woningbouw, innovatie, (maak)industrie en onderwijs. 2. Regio Emmen ligt centraal in Noordwest-Europa, aan de Europese corridor A37-E233 en strategisch tussen de kennispoorten Zwolle, Twente en Groningen. 3. De Rijksuniversiteit Groningen realiseert onderwijs en onderzoeksactiviteiten bij de Greenwise Campus in Emmen. Dit versterkt het regionale kennis- en innovatienetwerk. 4. Regio Emmen heeft één van de grootste industrieparken van Noord-Nederland, een uniek chemisch cluster, een innovatieve maakindustrie en een moderne landbouwsector, gecombineerd met ruimte, natuur, en leefbaarheid.
NOVEX Drenthe onderschrijft het belang van een toekomstbestendige ruimtelijke inrichting die bijdraagt aan brede welvaart, een gezond leefmilieu, veiligheid en economische vitaliteit. Met ons ruimtelijk voorstel in het kader van het nationale programma NOVEX, hebben we begin 2024 aangegeven welke opgaven we zien in Drenthe, welke stappen we zetten en wat we hiervoor van het Rijk nodig hebben, zowel qua keuzes als in beschikbaar instrumentarium. In aanloop naar het Ruimtelijk Arrangement Drenthe hebben we onze inzet op duurzame groei, innovatie (o.a. innovatieve landbouw, Astron, Greenwise Campus,
Veiligheidscampus Assen), woningbouw en toekomstbestendige landbouw in ons Drents bod; ‘Ruimte voor groei!’ nogmaals benadrukt. Waardering We waarderen dat het Rijk werkt aan een afwegingskader voor het onttrekken van landbouwgrond. De agrarische sector is in Drenthe een belangrijke werkgever en pijler van onze identiteit. Ook waarderen we dat het Rijk landschapskwaliteit weer nadrukkelijk erkent als drager van identiteit en richtinggevend principe. We zijn ook blij dat het Rijk aandacht heeft voor de snel veranderende geopolitieke werkelijkheid. Terecht zet de nota ruimte in op het beter beschermen van kritieke infrastructuur en een sterkere strategische autonomie, waaronder het borgen van voedselzekerheid en het inzetten op lokale economische (circulaire) ketens. Dit sluit mooi aan bij de ‘Drentse Agenda ‘Defensie en Veiligheid’ waarin we langs drie pijlers (fysiek, economisch, maatschappelijk) aangeven hoe we hier een belangrijke bijdrage aan kunnen leveren. Omgevingsvisie Drenthe 18 November jl. hebben wij onze concept-Omgevingsvisie Drenthe vrijgegeven voor informele consultatie.
Rekening houdend met veranderende condities door klimaatverandering in het water en bodemsysteem en met demografische veranderingen bewegen we naar ‘een toekomstbestendig landelijk gebied, een robuust sociaal economisch systeem voor een vitale samenleving en een mooi, schoon, gezond en veilig Drenthe’. Deze bewegingen zijn in lijn met gedachtegang van de Nota Ruimte. Voor deze drie ambities hebben wij strategische lange termijn doelen en kader stellende uitgangspunten geformuleerd en geven we richting aan de uitwerking (in bijvoorbeeld Omgevingswetprogramma’s). Het afwegingskader ‘Drents Kompas’, gebaseerd op vijf leidende principes (afspraak is afspraak, brede welvaart, water en bodem sturend, zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en behoud en ontwikkeling van omgevingskwaliteit, moet leiden tot transparante besluitvorming over de verdeling van de ruimte. Voor meer informatie verwijzen wij u naar: Concept-Omgevingsvisie brengt Drentse ambities samen voor 2050 | Provincie Drenthe
2. Algemene opmerkingen De Nota Ruimte gaat over de toekomst. In het hier en nu lopen we echter al tegen een aantal grote belemmeringen aan die onze huidige ambities dwarsbomen en vragen om een snelle oplossing. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om het creëren van stikstofruimte en zorgen voor energiebeschikbaarheid. De gebiedsgerichte aanpak van het Rijk sluit deels aan bij de Drentse ambities, maar enkele cruciale keuzes ontbreken of worden doorgeschoven. Sommige voorstellen wijken bovendien af van de lijn die provincies eerder in het NOVEX-programma hebben aangegeven. Ook laat het document de uitwerking van gemaakte keuzes grotendeels aan regionale overheden, juist op onderwerpen als klimaatadaptatie, energie, stikstof en demografie. Daarmee wordt het principe ‘afwenteling voorkomen’ onvoldoende gevolgd. Fundamentele vragen – zoals wat voor land we willen zijn, welke economie daarbij past en welk ruimtegebruik nodig is – blijven onbeantwoord. De ontwerp-Nota beschrijft vooral de huidige situatie en richt zich op de korte termijn, zonder een robuuste langetermijnvisie. Het beleid lijkt vooral gericht op het faciliteren van bestaande vraag, terwijl toekomstige knelpunten worden onderschat.
Hiermee blijven we vooral ‘sterker maken wat sterk is’ en minder ‘Sterker maken wat sterk moet zijn’ waardoor verschillen tussen regio’s juist worden versterkt in plaats van dat deze worden verkleind. Wij pleiten daarom voor een gebiedsgerichte benadering waarin recht wordt gedaan aan de potentie van elke regio, ook op de langere termijn. Daarnaast is klimaatbestendig groeien is een voorwaarde om wonen en werken op
lange termijn te laten renderen. Anticipeer daarom op de lange termijn richting 2100 (en niet 2050, zoals in de Nota Ruimte, dat is voor water onvoldoende). Water en bodem zijn wat ons betreft nog steeds richtinggevend voor locatiekeuze van nieuwe ontwikkelingen, en niet enkel principes om ‘rekening mee te houden’. Verzoek: - Neem het principe van ‘Niet afwentelen’ (in tijd en ruimte) sterker als uitgangspunt. - Spreek niet van ‘benutten van elke regio’ maar doe recht aan de potentie van elke regio en wees bereid daarin als Rijk te investeren. - Zorg in de definitieve Nota Ruimte voor een visie voor de lange termijn welke verder kijkt dan 2050 en zeker voor het thema water en bodem, nadrukkelijker richting 2100. - Neem het principe van ‘water en bodem sturend’ sterker als uitgangspunt bij verdere ontwikkeling van Nederland. Als provincie Drenthe onderschrijven we veel van de ruimtelijke ambities maar we willen ook benadrukken dat juist de uitvoering cruciaal is. Zonder definitieve en heldere keuzes gaat de uitvoering op termijn spaak lopen. We constateren tot onze spijt dat de ontwerp nota Ruimte niet vergezeld gaat van een goede uitvoeringsagenda en investeringsagenda met een overzicht van de beschikbare financiële middelen of een duidelijk beeld hoe deze financiering moet worden gedekt. De ‘rekening’ lijkt nu grotendeels bij de regio’s te worden neergelegd.
En zeker in Noord Nederland werkt een investeringslogica gebaseerd op landelijke criteria ook nog eens contraproductief. Iets wat we onlangs weer hebben ondervonden bij de toekenning van de WoMo-middelen. Verzoek: - Zorg vanuit het Rijk ook voor de juiste middelen en/of juridische borging om de beoogde opgaven ook daadwerkelijk gerealiseerd te krijgen, zeker ook in relatie tot de regionale overheden. De ontwerp-Nota Ruimte wordt gekenmerkt door een flink aantal illustratieve kaarten. Op zich vullen deze de beleidsteksten goed aan en versterken deze de beeldvorming. Echter merken wij op dat niet alle informatie consequent is doorgevoerd, informatie onvolledig of inmiddels of achterhaald is. Daarnaast zijn sommige kaarten erg moeilijk leesbaar door de grafische wirwar van stippen en lijntjes, met name ook de stapelkaarten. Verzoek: - Maak de kaarten in de definitieve Nota Ruimte leesbaarder en geef de informatie juist, volledig en consequent weer.
3. Belangrijkste specifieke aandachtspunten 1. Strategie voor verstedelijking. Onze grootste zorg betreft het VISTA-model voor de onderscheidende regio’s. De voorgestelde uitvoeringsstrategie richt zich te veel op het accommoderen van de huidige woningvraag en te weinig op de toekomstige ontwikkelpotentie van gebieden, zoals de clusters rond bestaande industrie. Bovendien geeft de strategie wel enige richting ten aanzien van woningbouw, maar blijft het onderbelicht hoe de verschillende strategieën tot meer werkgelegenheid moet gaan leiden. Wat houdt het ‘aanjagen’ en
‘stimuleren’ van economie concreet in? In de regio Groningen-Assen zijn bijvoorbeeld 28.000 extra arbeidsplaatsen nodig in het kader van de verstedelijkingsstrategie. We werken deze strategie dan ook graag gezamenlijk nader uit zodat deze ook past bij andere strategieën, ruimte claims én instrumenten, zoals bijvoorbeeld STOMP en PMiek. Juist vanuit het nabijheidsprincipe is een schaalsprong in verstedelijking nabij het industriecluster Emmen logisch. De Regio Emmen (M-regio) biedt een sterke combinatie van werkgelegenheid (waaronder industrie van nationaal belang), innovatie, leefkwaliteit en bereikbaarheid. Bovendien wordt de bereikbaarheid van de regio verder versterkt door ontwikkelingen zoals de Nedersaksenlijn, de verbinding Emmen–Rheine en de Duitse verdubbeling van de E233. Ook investeert de regio in onderwijs (Universiteit van het Noorden), de Greenwise Campus en de logistieke corridor (A28/A37, Railterminal Coevorden). De Nedersaksenlijn is hierbij een belangrijke katalysator voor brede welvaart en de groeipotentie van de regio. Daarom pleiten wij ervoor Regio Emmen als Initieerregio op te nemen in de VISTA-strategie. Daarnaast constateren we dat de begrenzing van onderscheidende regio’s niet altijd consequent is doorgevoerd.
Zo maakt zuidwest-Drenthe onmiskenbaar onderdeel uit van het NOVEX-gebied Regio Zwolle (L-regio), waarvoor de VISTA strategie wordt voorgesteld van ‘Stimuleren’. Het is ons dan ook volstrekt onduidelijk waarom, in tegenstelling tot Meppel, voor de gemeenten Westerveld, De Wolden en Hoogeveen de strategie ‘Versterken’ wordt voorgesteld. Ons inziens zou dit ook ‘Stimuleren’ moeten zijn. Zeker, omdat in zowel Meppel als Hoogeveen belangrijke regionaal grootschalige woningbouwlocaties zijn aangewezen, waaronder de stationslocaties in het kader van de NOVEX-Regio Zwolle. Wij ondersteunen tenslotte de strategie ‘Initiëren’ voor het NOVEX-gebied Regio Groningen-Assen (Lregio). Het is essentieel dat zowel de versterking van het bestaande spoor als de Lelylijn stevig in het beleid worden verankerd. De Nota Ruimte onderbelicht echter de potentie van de spoorlijn Groningen– Zwolle voor Drenthe en voor de stad Assen. Ook deze spoorverbinding is een belangrijke aanjager voor stedelijke groei. Tegelijk moet de economische versterking nu al gepaard gaan met extra woningbouw. Assen heeft de ambitie om 10.000 woningen toe te voegen, gekoppeld aan werkgelegenheid en campusontwikkeling (Veiligheidscampus). Hierover willen we nadere afspraken maken binnen de gebiedsgerichte NOVEX-aanpak Regio Groningen-Assen.
Hierbij gaan wij uit van een groter gevoel van verantwoordelijkheid bij het Rijk en het ter beschikkingstellen van meer middelen. Verzoek: - Wijs de Regio Emmen (zuidoost-Drenthe) in de definitieve Nota Ruimte aan als Initieerregio. - Wijs Zuidwest-Drenthe als geheel aan als Stimuleerregio overeenkomstig de begrenzing van het NOVEX-gebied Regio Zwolle. - Verwoord in de definitieve Nota Ruimte sterker de potentie van gebiedsontwikkeling langs de Nedersaksenlijn én bestaand spoor. - Zet nú al sterker in op (grootschalige) woningbouw en extra werkgelegenheid in de regio Groningen-Assen. - Pas in de tabel “conceptlijst regionaal grootschalige woningbouwlocaties”(pag. 302) de omschrijving van Hoogeveen aan naar: “verbinding stationsgebied-stadscentrumuitleglocatie”. - Geef concreet aan hoe extra inzet op economie tot extra werkgelegenheid moet gaan leiden. - Werk de VISTA-strategie samen met de provincies verder uit.
2. Grootschalige woningbouw Nederland moet in tien jaar 900.000 woningen bouwen. Drenthe kan hierbij extra bijdragen: zoals aangegeven in ons Drents Bod Ruimte voor Groei! zien wij mogelijkheden voor minimaal 45.000 nieuwe woningen, waaronder op een aantal (inbreidings-)locaties en -gebieden voor grootschalige woningbouw (o.a. in Assen en Emmen). Dit sluit aan bij de gezamenlijke ambities uit Perspectief 2050 voor Noordelijk Nederland. De ontwerp-Nota Ruimte onderkent deze potentie onvoldoende en richt zich vooral op bestaande grotere kernen. De aangewezen ‘regionaal grootschalige woningbouwlocaties’ missen een gedeeld gevoel van urgentie. De voorgestelde voorrang bij WBI-aanvragen zet bovendien kleinere, maar voor landelijke gemeenten belangrijke woningbouwprojecten op achterstand. Dit vergroot de kloof tussen stad en platteland en kan de afspraken uit de woondeals onder druk zetten. Wij pleiten daarom voor een invulling van het label die werkelijk recht doet aan de ontwikkelkansen van de locaties, inclusief aanvullende middelen voor grootschalige woningbouw. Juist ook vanuit het Deltaplan Noord-Nederland zetten wij in op deze (grootschalige) woningbouwlocaties in en nabij stationsomgevingen. Grootschalige woningbouw is echter niet altijd de beste oplossing. In veel wijken dalen inwoneraantallen door gezinsverdunning, waardoor leefbaarheid en voorzieningen onder druk staan.
Extra woningbouw binnen bestaande wijken is daarom essentieel. De bestaande voorraad is omvangrijk en vraagt om grote investeringen om deze toekomstbestendig te houden. Het is positief dat de ontwerp-Nota aandacht heeft voor herstructurering, maar de uitwerking ontbreekt. Daardoor blijft onduidelijk hoe deze opgave moet worden uitgevoerd, terwijl Noord-Nederland juist een extra inspanning moet leveren ten aanzien van wijkvernieuwing en bovendien relatief veel energiearmoede kent, zowel in steden als in kleinere kernen Verzoek: - Neem Assen en Emmen expliciet op als (toekomstige) grootschalige woningbouwlocaties in de nationale programmering. - Biedt ook buiten regiokernen ruimte voor significante toevoeging van extra woningen. Bijvoorbeeld nabij (toekomstige) stationsgebieden. - Zie de herstructereringsopgave ook als een nationale opgave. 3. Economie en transport De ontwerp-Nota Ruimte lijkt de REVisie van het ministerie van EZK vrijwel één op één te volgen, waardoor de economische agenda de ruimtelijke ordening domineert. We waarderen de aandacht voor het benutten, beschermen en uitbreiden van (milieu)ruimte en voor de stadseconomie, maar missen erkenning voor de rol van retail en mkb. Bovendien blijft onduidelijk welk economisch toekomstbeeld Nederland voor 2050 nastreeft, terwijl schaarste aan ruimte, arbeid, milieu en energie juist om duidelijke keuzes vraagt.
Door deze schaarsten ontstaat spanning tussen het accommoderen van de regionale en lokale vraag naar bedrijfslocaties en eventuele vestigingslocaties van nationale betekenis. Daarnaast vragen wij aandacht voor de Drentse campusontwikkelingen, zoals de Veiligheidscampus Assen, de Greenwise campus Emmen en de GAE-waterstofcampus. Deze innovatieplekken zijn cruciaal voor zowel het regionale als het nationale ecosysteem. Deze zien we graag ook op de betreffende kaarten weergegeven. Verder zien wij goederenvervoer en militaire mobiliteit als één robuust dual-use netwerk. In dat licht ontbreekt de noord-oostelijke corridor (A28/A37/E233 en de spoorassen Zwolle–Meppel–Assen– Groningen en Coevorden–Rheine) op de kaarten. Deze internationale transportcorridor is in huidig beleid (NOVI) wél prominent aanwezig (BK 2.3 en pag. 107). Bovendien wordt aan Duitse zijde volop geïnvesteerd in de verdubbeling van de E233 (Meppen–Cloppenburg) en de spoorverbinding Coevorden-Rheine. De verbindingen zijn essentieel voor het Drentse bedrijfsleven en voor logistieke én militaire doorvoer. Wij verzoeken het Rijk deze internationale civiel-militaire corridor opnieuw op te
nemen, gekoppeld aan Railterminal Coevorden en Port of Zwolle/Meppel. Dit borgt ketenweerbaarheid, modal shift en militaire doorvoercapaciteit in samenhang.
(NOVI, blz. 107)
Verzoek: • Neem ook de Drentse ontwikkelende campuslocaties mee in de Nota Ruimte, inclusief weergave op de betreffende kaarten. • Veranker Railterminal Coevorden en Port of Zwolle/Meppel als landelijke logistieke knooppunten in de Nota Ruimte en in de nationale programmering (inclusief hinder- en veiligheidscontouren, energieknooppunt-status). • Label Corridor Noordoost expliciet als multimodale ontwikkelcorridor (weg–spoor–water + energie) met prioriteit in investeringsvolgorde. • Borg de koppeling met TEN-T (incl. North Sea–Baltic) door Drentse corridors en hubs als feeder-routes te markeren in de Nota Ruimte en achterliggende kaarten. • Prioriteer projecten met dual-use waarde (civiel + militair), 4. Zoetwater aanvoer De ontwerp-Nota Ruimte stelt dat door regionaal meer water vast te houden en te bergen, vanuit het hoofdwatersysteem meer zoetwater beschikbaar blijft voor veranderende omstandigheden (hoofdstuk 6). Ook kiest het Rijk ervoor om niet te investeren in nieuwe technische maatregelen om water te brengen naar gebieden waar dat op termijn niet houdbaar is. Deze keuze is onvoldoende gemotiveerd omdat deze als vertrekpunt het afvoeren van water heeft en een reductieve benadering. Van het Rijk verwachten wij een meer deductieve benadering waarbij het door de delta laten stromen van het water het uitgangspunt is.
De keuze in de ontwerp-Nota Ruimte in de aanvoer van water via het hoofdwatersysteem pakt nadelig uit voor grote delen van Drenthe en druist in tegen het principe van het voorkomen van afwenteling. Zoals aangegeven in ons Ruimtelijk Voorstel en het Drents bod; Ruimte voor Groei!, zorgt de keileem in de Drentse ondergrond ervoor dat water slechts beperkt kan worden vastgehouden. De volledige wateropgave kan daardoor niet worden opgelost met vasthouden en bergen alleen. Bewustwording en aanpassingen vragen tijd en inzet van middelen. Maatregelen op land vragen daarbij meer ruimte dan maatregelen in het IJsselmeer. Het Waterschap Hunze en Aa's heeft aangegeven 14 keer het Zuidlaardermeer nodig te hebben wanneer aanvoer vanuit het IJsselmeer wegvalt. In onze landbouw- (zoals de Veenkoloniën) en natuurgebieden (waaronder Natura 2000gebieden) blijven we deels afhankelijk van het hoofdwatersysteem en goed peilbeheer. Voor dit peilbeheer blijven wij zeker tot 2050 in droge perioden deels afhankelijk van de waterbuffer in het
IJsselmeer en aanvoer over de IJssel en de Vecht. Daarbij is het tegengaan van bodemdaling in Drenthe een belangrijke opgave. Het is zorgelijk dat het Rijk veenoxidatie en bodemdaling in delen van de voormalige veenkoloniën niet als nationaal belang aanmerkt, terwijl dit elders wel gebeurt. Wij pleiten daarom opnieuw voor een nationale aanpak van de funderingsproblematiek door veenoxidatie, inclusief middelen voor herstel van gebouwen en infrastructuur. Verzoek: - Zorg voor gebiedsgerichte maatregelen die de sponswerking van het gebied vergroten om gebieden weerbaarder te maken tegen extreme droogte en neerslag. - Veranker in de definitieve Nota Ruimte de structurele aanvoer van zoetwater vanuit het IJsselmeer naar Noordoost-Nederland als nationaal belang. - Wijs ook delen van de veenkoloniën aan als gebied van nationaal belang in het tegengaan van veenoxidatie en bodemdaling.
4. Overige inhoudelijke aandachtspunten Defensie en rijksdiensten. Wij betreuren dat het Rijk de groeiende ruimtevraag van Defensie niet binnen bestaande terreinen heeft weten op te vangen en in Drenthe waardevolle landbouwgrond wil gebruiken. Hoewel we begrijpen dat de internationale veiligheidssituatie offers vraagt, verwachten we een betere onderbouwing van de uitbreiding van Oefenterrein De Haar, waarbij drie gezonde landbouwbedrijven moeten stoppen. Onder het motto zuinig omgaan met onze schaarse ruimte willen we graag met het Rijk in gesprek om te zoeken naar oplossingen waarbij de bedrijven behouden blijven en Defensie toch kan uitbreiden – bijvoorbeeld via agrarisch medegebruik van oefengebieden, militair medegebruik van landbouwgrond of betere benutting van bestaande terreinen. Tevens hebben wij in onze Agenda Defensie en Veiligheid een aantal kansen benoemd in Drenthe op het gebied van ruimte, economie en maatschappij. Zo zien wij onder meer ruimte voor defensie gerelateerde bedrijvigheid in Drenthe, dual use van onze infra en kansen voor toevoegen van extra rijksdiensten. Daar waar uiteindelijk bedrijven of inwoners gedwongen moeten worden uitgekocht vanwege een nieuwe ruimtevraag, vragen wij het Rijk om haar maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen en ruimhartige compensatie toe te passen.
Niet alleen voor de direct getroffenen maar ook voor de gemeenschappen in de directe omgeving van de ontwikkeling. Dit kan bijvoorbeeld door het vroegtijdig instellen van een gebiedsgericht (leefbaarheids)fonds. Verzoek: - Stel bij projecten van Nationaal Belang (zoals bijvoorbeeld Defensie of ondergrondse opslag) met grote impact op gemeenschappen, het instellen van een gebiedsgericht leefbaarheidsfonds als uitgangspunt. Energie-infrastructuur. In de ontwerp-Nota Ruimte wordt energie vooral gezien als onderdeel van industrie en bedrijvigheid. Ook voor wonen is echter meer nodig dan infrastructuur: ruimte voor netbewust bouwen, opslag en opwek. De huidige focus op infrastructuur is te eenzijdig. De Nota stelt terecht dat niet alles overal kan. Wij ondersteunen het clusteren van energie-intensieve functies op knooppunten, maar het vraagt instrumenten om daar landelijk én regionaal op te kunnen sturen – niet alleen via netverzwaring, maar ook via slimmer gebruik van het netwerk. Dat ontbreekt nu. De pMIEK biedt geen ruimtelijke sturing,
terwijl regionale overheden instrumenten nodig hebben om te kunnen sturen op energieknooppunten, bijvoorbeeld via een energietoets. De gewenste kwaliteitssprong in het energiesysteem maakt projecten toekomstbestendiger, maar ook complexer en duurder, zeker in bestaand bebouwd gebied. Dit vraagt om extra rijksmiddelen, zoals verbeterde subsidieregelingen en ondersteuning van gebiedsprocessen voor energiehubs. We zijn blij met de duidelijke rol die u schetst voor waterstof. Daarbij is het wel essentieel om ook lokale gebruikers te ontsluiten. Specifiek vragen we daarbij aandacht voor de ontwikkeling van regionale waterstofnetten in bijvoorbeeld Hoogeveen en Meppel. Het is belangrijk om de ontwikkeling van regionale waterstofnetten ook op te nemen in de Nota Ruimte. Positief zijn wij ook over de aandacht voor decentrale energiesystemen en energiehubs. Maar we missen de rol van energiecoöperaties en energiegemeenschappen. Die zijn essentieel voor regionaal maatwerk. Ook groengas en het warmtevraagstuk krijgen te weinig aandacht, terwijl juist kleine warmtenetten kansrijk zijn voor plattelandsgebieden. Specifiek vragen we aandacht voor de ontwikkeling van regionale warmtenetten, bijvoorbeeld via het inzetten van restwarmte.
Tot slot ontbreekt inzet op slim gebruik van het energiesysteem – beter balanceren van opwek en verbruik, netbewust ontwikkelen en regionale regie op energieknooppunten. Verzoek: - Geef meer aandacht aan ‘netbewust bouwen’. - Geef meer aandacht aan de infrastructuur voor de warmtetransitie, warmtenetten en de inzet van regionale warmtebronnen, waaronder die in de regio Wijster (inzet restwarmte tbv woningen Beilen, Hoogeveen, Assen). - Ontwikkel de juiste uitvoeringsinstrumentaria om de beleidsdoelstellingen ook daadwerkelijk te halen. - Zorg voor voldoende experimenteerruimte. - Neem de ontwikkeling van regionale waterstofnetten expliciet op in de Nota Ruimte waaronder die in Meppel en Hoogeveen. Ondergrond Het programma Duurzaam Gebruik Diepe Ondergrond ziet toe op de benodigde ruimte voor energie- en grondstoffenvoorziening in de diepe ondergrond, waaronder gas- en zoutwinning, geothermie en de opslag van waterstof. Hiermee neemt het Rijk meer de regie op de ruimtelijke ordening van de ondergrond. Dit verwelkomen wij. Wel vragen wij om meer aandacht voor de impact van deze activiteiten op de leefomgeving en veiligheidsgevoelens van onze inwoners. Gaswinning ligt gevoelig en ook nieuwe ontwikkelingen, zoals waterstofopslag in zoutcavernes, kan niet op voorhand op draagvlak rekenen.
In de Ontwerp-Nota Ruimte wordt genoemd dat er onderzoek gedaan gaat worden in hoeverre zoutcavernes en lege gasvelden wenselijk en afdoende zijn om te voorzien in de groeiende vraag naar opslag van waterstofgas (p. 268). Dit voornemen behoeft meer uitleg en een verwijzing naar de Nationale Agenda Ondergrondse Waterstofopslag. Ook wijzen wij u erop dat onze provincie in haar Strategie Bodem en Ondergrond (2021) al keuzes heeft gemaakt voor potentieel gebruik van zoutkoepels voor waterstofopslag in Drenthe en twee voorkeurslocaties gereserveerd heeft (nabij Hooghalen en Hoogeveen), mocht opslag in de toekomst in beeld komen. Het is dan ook opvallend dat in de ontwerpnota Ruimte op de kaarten die potentiële locaties voor waterstofopslag aangeven (p 148 en p.170) alle zoutcavernes in beeld zijn gebracht, Verzoek: - Benoem in de definitieve Nota Ruimte duidelijker dat aanvullende onderzoeken noodzakelijk zijn voor definitieve keuzes van eventuele waterstofopslag in de diepe ondergrond.
-
Geef op kaart met betrekking tot potentiële ondergrondse waterstofopslag (p. 170) enkel de door ons gereserveerde locaties weer.
Milieu De Nota Ruimte is (de opvolger van) de Nationale Omgevingsvisie in de zin van de Omgevingswet. Volgens de Omgevingswet moet deze gaan over de fysieke leefomgeving met onder meer opgenomen het Nationale milieubeleid. Wij constateren echter dat de ontwerp-Nota Ruimte op dit punt tekortschiet en weinig handvaten biedt hoe de kwaliteit van de leefomgeving verbeterd kan worden. In plaats van inzetten op ‘meer variatie’ en geen ‘nationale koppen’ zou de nota-ruimte wat ons betreft meer richting moeten geven hoe milieubelasting bij de bron wordt aangepakt. De 10 basisprincipes uit het Nationaal Milieukader worden in de ontwerp-Nota Ruimte bijvoorbeeld flink afgezwakt. Waar in de basisprincipes aangegeven is dat elke burger recht heeft op een veilig, schoon en functioneel milieu, is in de Nota aangegeven dat de leefomgevingskwaliteit mag variëren en een mogelijke toename van bestaande milieugebruiksruimte lijkt te bieden. Uiteraard beseffen we ons dat niet elke regio hetzelfde is en onderling verschillen qua kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Maar dat mag niet inhouden dat in de gebieden waar we nu ruim onder bepaalde normen zitten hier (ongewenst) plek is voor (zware) milieubelastende activiteiten. Voor ons is behoud (en versterken) van de bestaande leefomgevingskwaliteit het uitgangspunt, iets wat we ook hebben benoemd in onze provinciale milieustrategie.
We onderstrepen dit uitgangspunt als ondertekenaar van het Schone Lucht Akkoord (SLA). In het SLA staat onder andere opgenomen dat luchtemissies afkomstig van de industrie zo laag mogelijk worden vastgelegd in de te verlenen omgevingsvergunningen. Als overheid hebben we de plicht om zorg te dragen voor een gezonde leefomgeving en goede ruimtelijk ordening. Door het ministerie van I&W wordt daarom ook gewerkt aan een nieuw Nationaal Milieuprogramma. Het NMP doet richtinggevende uitspraken over de uitvoering van het milieubeleid tot 2050 om te komen tot een gezond, schoon en veilig leefmilieu. Het NMP heeft ook als doel om uitvoering te geven aan de ambities uit de Nota Ruimte. Het is opmerkelijk dat beide documenten inhoudelijk niet op elkaar aansluiten. Verzoek: - Respecteer de bestaande fysieke leefomgevingskwaliteit in gebieden en voorkom afwenteling van negatieve milieueffecten. - Neem de ruimtelijke doorvertaling van het Nationaal Milieubeleid als onlosmakelijk onderdeel op in de definitieve Nota Ruimte zodat wordt voldaan aan de vereisten in de Omgevingswet. Natuur: De ontwerp-Nota Ruimte gaat uit van het voldoen aan wettelijke natuuropgaven, zoals de Natuurherstelverordening.
Het toewerken naar de (inter-)nationale verplichtingen voor natuur vraagt echter om maatregelen binnen én buiten natuurgebieden en om uitbreiding van het areaal natuur, zoals ook blijkt uit de plan-MER. Toch beperkt de Nota natuuruitbreiding tot de bestaande NNN-opgave. De veronderstelling dat Drenthe met bestaande plannen kan volstaan om de in de Natuurherstelverordening gestelde VHR-doelen voor 2030, 2040 en 2050 te halen is onjuist. Uit verschillende studies volgt dat extra areaal natuur noodzakelijk is om te kunnen voldoen aan de natuurherstelverordening.1 Hierdoor passen de opgaven niet binnen de huidige kaders. Voor een langjarig plan als de Nota Ruimte is dat een tekortkoming. Ook ontbreekt een duidelijke aanpak voor de natuuropgave en de bijbehorende drukfactoren; veel wordt aan regio’s overgelaten. Bovendien wordt natuur te veel benaderd als economisch middel, terwijl zij ook intrinsieke waarde heeft. De ontwerp Nota Ruimte richt zich vooral op 1 Zie Landbouw- en Natuurverkenning | Planbureau voor de Leefomgeving.
Natura 2000-gebieden, maar een goed functionerend NNN alsmede het werken aan herstel van het landschap in lijn met de benadering vanuit de ‘basiskwaliteit natuur’ is essentieel om natuurkwaliteiten te behouden en gebieden met elkaar te verbinden. Tot slot worden maatregelen in de Nota Ruimte vooral multifunctioneel ingevuld, met o.a. kansen voor agrarisch natuurbeheer. Het belang van de beekdalen in relatie tot klimaatadaptatie en goede hydrologische condities voor de Natura 2000-gebieden en overige natuurgebieden (tegengaan verdroging, ontwikkeling gradiënten droog-nat) blijft daarmee onderbelicht, terwijl de hydrologische condities voor N2000 vanuit de KRW al in 2027 op orde moet zijn gebracht. Verzoek: - Zorg als Rijk voor een heldere aanpak van de natuuropgave door niet alleen te focussen op de wettelijke opgaven maar juist ook natuurontwikkeling in brede zin. - Zet naast het voldoen aan de bestaande opgaven voor natuur, in lijn met wat nodig is om aan de doelen van de VHR in 2030, 2040 en 2050 te voldoen, in op noodzakelijke uitbreiding van natuur en op het versterken van het landschap en de biodiversiteit. Landbouw Als gevolg van de snel veranderende geopolitieke werkelijkheid neemt de behoefte naar een sterkere strategische autonomie toe. Daarvoor is het van belang dat er voldoende landbouwareaal beschikbaar blijft voor het borgen van de voedselzekerheid.
In de ontwerp Nota Ruimte wordt een afwegingskader landbouwgrond benoemd. Verder wordt genoemd dat er een afwegingskader komt voor het onttrekken van landbouwgrond, waarbij (mede)overheden eerst naar de mogelijkheden kijken om functies te combineren of naar de mogelijkheid om grond met andere functies beschikbaar te stellen. Dit aangekondigde afwegingskader is bestuurlijk en juridisch nog niet geborgd. Daarmee blijft de bescherming van agrarische ruimte afhankelijk van overleg. Verzoek: - Kom in de definitieve Nota Ruimte, samen met de medeoverheden, met een meer uitgewerkt afwegingskader voor gebruik landbouwgrond. (Cultureel) Erfgoed en archeologie Volgens de Omgevingswet is het zorgvuldig en juist meenemen van erfgoed in ruimtelijke ontwikkelingen een wettelijke taak. Toch gebruikt de ontwerp-Nota Ruimte vooral passief taalgebruik en blijft de rol van erfgoed te vrijblijvend. Erfgoed wordt wel als nationaal belang genoemd, maar vaak slechts als aandachtspunt bij thema’s als water, energie en klimaat, terwijl het ook een intrinsieke waarde heeft en meer is dan een middel voor leefomgevingskwaliteit of economische profilering. Dit geldt ook voor archeologie: het wordt enerzijds gezien als inspiratiebron, maar anderzijds wordt gewaarschuwd tegen een ‘te statische’ benadering.
De nota spreekt over het verminderen van regeldruk, maar het blijft onduidelijk wat dit betekent voor bestaande provinciale en gemeentelijke regels. Positief is dat het Rijk erfgoedwaarden vroegtijdig wil betrekken bij ontwikkelingen, onder meer bij UNESCO Werelderfgoed Koloniën van Weldadigheid. Tegelijk vallen belangrijke categorieën nationaal erfgoed, zoals rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten, buiten de beleidsrichtingen. Ook UNESCO Global Geoparken ontbreken, waaronder De Hondsrug in Drenthe. We waarderen de aanwijzing van waardevolle cultuurlandschappen zoals de Drentsche Aa, Noordenveld en Veenhuizen. De Hondsrug, van grote cultuur- en geologisch historische waarde, verdient volgens ons eveneens een plek in de definitieve Nota Ruimte. Tot slot zijn we positief over het voornemen van het Rijk om onderzoek te doen naar het toekomstbestendig maken van post-65-wijken; wij denken graag mee.
Verzoek: - Zet erfgoed hoger op de prioriteiten ladder bij ruimtelijke afwegingen. - Waardeer de intrinsieke waarde van erfgoed sterker en de te maken beleidskeuzes - Neem UNESCO Global Geoparken, gezien de internationale status, afspraken en waardering, op in de definitieve Nota Ruimte. - Houdt rekening met het vastgestelde provinciaal en gemeentelijk beleid, zoals bijvoorbeeld op het gebied van archeologie. Mobiliteit. Wij waarderen de insteek om in lijn met het Kabinetsstandpunt, mobiliteits-, ruimtelijk en voorzieningenbeleid in samenhang, te bezien om de bereikbaarheid van wonen, werken en voorzieningen op peil te houden. We vragen daarom in de definitieve Nota Ruimte meer focus op de potentie van stationsomgevingen om brede welvaart te versterken, bijvoorbeeld via frequentieverhoging op de spoorlijn Zwolle-Groningen, de herontwikkeling bestaande stations langs het bestaand spoor, inclusief Beilen of de stationslocaties langs het traject van de toekomstige Nedersaksenlijn. Daarnaast ontbreekt aandacht voor regulier busvervoer, dat in Noord-Nederland de belangrijkste collectieve vervoersvorm is. De bus is flexibel, snel inzetbaar en goed te koppelen aan nieuwe woningbouw — in Drenthe zeggen we: bij een nieuwe uitleglocatie is de eerste paal een haltepaal. Ook mist de ontwerp-Nota Ruimte een visie op de bereikbaarheid van het buitengebied.
Veel inwoners hebben geen rijbewijs of auto. De stelling dat in landelijke gebieden de auto vanzelfsprekend de hoofdrol speelt, is te kort door de bocht. We weten immers dat 30% van de inwoners geen rijbewijs (o.a. ook onze jeugd) en 14% geen auto heeft. Concepten als deelmobiliteit zouden hier een oplossing kunnen zijn. In lijn met de veranderende veiligheidscontext missen wij tenslotte nationale kaders om militaire mobiliteit te integreren in de reguliere bereikbaarheid. Denk hierbij aan route-vrijwaring en redundantie of staging/marshalling-areas nabij knooppunten zoals Railterminal Coevorden en Port. Verzoek: - Veranker mobiliteit en bereikbaarheid nadrukkelijk als voorwaarde voor leefbaarheid en nabijheid, niet als sluitstuk. - Verwoord sterker de potentie van gebiedsontwikkeling langs het bestaande spoor ZwolleAssen-Groningen, en met name ook voor een kern als Beilen die buiten de NOVEX regio’s Zwolle of Groningen-Assen valt. - Neem de voor Drenthe belangrijke verbindingen uit de gebiedsgerichte uitwerking van het Toekomstperspectief Hoofdwegen op (A28, A37, N33, N34, N48 en de N381) - Maak de landelijke bereikbaarheid onderdeel van de Nationale bereikbaarheidsopgave zodat Elke Regio telt! - Benadruk het belang van het busvervoer in Nederland en stel als voorwaarde dat nieuwe wijken (en bedrijventerreinen) een goede OV-verbinding moeten krijgen.
Recreatie en Toerisme Binnen het thema wonen, werken en bereikbaarheid wordt groen/recreatie genoemd als een van de opgaven. De ontwerp-Nota Ruimte geeft echter onvoldoende invulling wat er wordt verstaan onder ‘Groen in en Rond de Stad’. Dit lijkt zich vooral toe te spitsen op de grotere kernen, waaronder Assen en Emmen. Onduidelijk is wat het rijk hier onder verstaat. Bovendien liggen ook bij kleinere kernen vergelijkbare, of juist andere, uitdagingen om de koppeling te leggen tussen wonen, groen en recreëren in de omgeving. Denk hierbij bijvoorbeeld aan barrièrewerking van infrastructuur. Recreatieve verbindingen zijn van belang. Wandel- en fietsnetwerken binnen en buiten de bebouwde kom moeten goed aansluiten. Voldoende recreatiemogelijkheden in de nabijheid dragen bij aan een aantrekkelijke
woonomgeving en behoud cruciale voorzieningen. Een beweegvriendelijke omgeving is bovendien een inclusieve leefomgeving die mensen faciliteert, stimuleert en uitdaagt om te bewegen, spelen, sporten en ontmoeten. Het is daarom van groot belang dit bij toekomstige (infrastructurele) ontwikkelingen mee te nemen. Verzoek: - Neem recreatie als randvoorwaarde mee bij ruimtelijke ontwikkelingen zoals woningbouw, bereikbaarheid, groenblauwe dooradering, etc. - Benadruk het ruimtelijke belang van toerisme voor het in stand houden van het voorzieningenniveau en verblijfseconomie. Radioastronomie Wij constateren dat de ontwerp-Nota Ruimte geen aandacht heeft voor het ruimtelijke effect van radiotelescopen. Radioastronomie is van groot belang voor Nederland en Drenthe, zowel voor de wetenschap waarin Nederland tot de top van de wereld behoort, als voor de economie waar intensief wordt samengewerkt met het bedrijfsleven en innovaties hun weg naar de markt vinden. De unieke infrastructuur van telescopen met buitenstations in Noord-Nederland en Europa is gevoelig voor elektromagnetische storing. Verzoek - Neem het ruimtelijke effect van radioastronomie meer specifiek in de Nota Ruimte op, met name in relatie tot de energietransitie opgave.
5. Tot slot In een tijd waarin de grote transities voor wonen, energie, economie, landbouw, natuur en defensie elkaar raken, is zoals gezegd een heldere integraal afgewogen landelijke koers onmisbaar. De afgelopen jaren zijn we met het programma Nationale Omgevingsvisie in Uitvoering (NOVEX) een intensief proces aangegaan met het Rijk om de opgaven in de ruimtelijke ordening gezamenlijk verder vorm te geven. Insteek was (en is wat ons betreft nog steeds) om de verschillende ruimtelijke knelpunten in beeld te brengen, in gezamenlijkheid de juiste integrale keuzes hiervoor te maken en toe te werken naar periodieke wederkerige afspraken in het ruimtelijke arrangement. Graag werken we dan ook samen verder naar het verder vervolmaken van het instrument ruimtelijk arrangement met daarin concrete, integraal gewogen en wederkerige afspraken. Hoewel we moeten constateren dat de eerder dit jaar gemaakte afspraken in het ruimtelijk arrangement niet de door ons gewenste scherpte en diepgang heeft gekregen, gaan we ervan uit dat dit een start is geweest van een blijvende samenwerking. Samenwerking in een maatschappij waarin ruimtelijke ordening heeft plaatsgemaakt voor de verantwoordelijkheid voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving is uitdagend en inspirerend.
Hoogachtend,
CdK
Bijlage: kaartopmerkingen Pag. 38-61
Kaart alle
42/43 (68-69) 78-79
Visie 2050
84-85
Toekomst-robuust hoofdwatersysteem Regionale systemen in Balans (Water) Regionale systemen in balans (bodem) Landbouw en natuur
90-91 118-119 92-93 120-121 114-115 126-127 130-131
Themakaart water en bodem
Clusteren glastuinbouw Robuust Natuursysteem
Opmerking • Opmerkingen op de latere kaarten (H5 ev.) werken tevens door op de vereenvoudigde kaarten in Hoofdstuk 4. • Opmerkingen op latere kaarten (H5 ev.) werken door in deze integrale visiekaart. • Grondwatergebieden ontbreken in de legenda. • Bedrijventerreinen vallen weg in Drenthe. Enkel industriecluster Emmen is zichtbaar. • De Drentse Hoofdvaart en de Hoogeveense vaart staan aangeduid als onderdeel van het Hoofdwatersysteem • Deze kaart is niet goed leesbaar door de gekozen grafische weergave. • Deze kaart is niet goed leesbaar door de gekozen grafische weergave. • Onduidelijk is wat de begrenzing is van de waardevolle cultuurlandschappen • Ook het 220kv netwerk is weergegeven. • •
132-133
148-149
Water en bodem voor landbouw en natuur Europese context voor economie en energie
•
•
• • • 150-151
Economie en energie
• •
•
•
Het ontbreekt in de legenda waarop Groen in en rond de stad is gebaseerd. Onduidelijk is wat de begrenzing is van de waardevolle cultuurlandschappen Deze kaart is niet goed leesbaar door de gekozen grafische weergave. Wij hebben in Drenthe 2 potentiële locaties aangewezen voor eventuele ondergrondse opslag van H2. We zien die graag overgenomen in de Nota Ruimte Olie- en gasvelden en gasopslagen op land zijn niet aangegeven De leesbaarheid van velden (wit) is slecht. Geef de feeders richting TEN-T/North Sea–Baltic via de Duitse knooppunten beter weer. Aansluiting Industriecluster Emmen op waterstofbackbone ontbreekt. Onduidelijk is waarom de omgeving Coevorden wel als te versterken industriesysteem is aangeduid en bijvoorbeeld Emmen en Hoogeveen niet. Ter hoogte van Zuidlaren en Assen zijn multimodale bedrijventerreinen met hoge milieucategorie aangegeven. Dat is onjuist. Naast de volwassen campussen zien we op deze kaart ook de in ontwikkeling zijnde campussen opgenomen. Oa. de
154-155
Bedrijventerreinen
•
•
158-159
Versterken regionale ecosystemen
•
• • • 162-163
170-171
Beschermen en doorontwikkelen corridors en overslagpunten
•
Benutten Noordzee voor economie en energie
•
•
• •
172-173
188-189
194-195
Water en bodem voor Economie en energie VISTA
•
Europese context wonen, werken en bereikbaarheid
•
•
• 196-197
bereikbaarheid
•
veiligheidscampus Assen en de Greenwise-campus Emmen. Buitenvaart (Hoogeveen) mist als bedrijventerrein met >200 hectare. bestaat uit verschillende plannamen in IBIS (Buitenvaart I, Buitenvaart II en Riegmeer). Gezamenlijk zo’n 250 hectares (bruto). De Wieken (Hoogeveen) mist als multimodale bedrijventerrein met >200 hectare. De Wieken heeft zo’n 350 hectare bruto en is ontsloten via het water. Onduidelijk is waarom de omgeving Coevorden wel als te versterken industriesysteem is aangeduid en bijvoorbeeld Emmen en Hoogeveen niet. Bestaand Windpark Coevorden is niet weergegeven De N34 ontbreekt als regionaal hoofdwegennet Veiligheidscampus Assen en Greenwise campus Emmen ontbreken als ontwikkelende campussen. We missen op deze kaart de spoorwegterminals (uitgebreid netwerk), zoals Coevorden. De waterstofbackbone is onjuist weergegeven richting Emmen (aansluiting ontbreekt) Wij hebben in Drenthe 2 potentiële locaties aangewezen voor eventuele ondergrondse opslag van H2.
We zien die graag overgenomen in de Nota Ruimte De waterstofbackbone is onjuist weergegeven richting Emmen (aansluiting ontbreekt) Gasopslagen in ondergrond ontbreken, terwijl deze de komende decennia nog wel een rol in onze energievoorziening zullen spelen We missen op deze kaart het innamepunt van oppervlaktewater voor drinkwater nabij de Punt (provincie Groningen) De begrenzing van de regio Zwolle is onjuist weergegeven. Geheel zuidwest Drenthe maakt hier onderdeel van uit (niet enkel Meppel) evenals de Noordoostpolder en de kop van Overijssel. Onduidelijk waar de begrenzing van de weergegeven dagelijkse stedelijke systemen op zijn gebaseerd. Op deze manier is Drenthe letterlijk een witte vlek. Assen is onderdeel van het DUS van Groningen Meppel en Hoogeveen van het DUS Zwolle en Emmen heeft een eigen (klein) DUS met o.a. Coevorden en Hoogeveen. We missen hier de corridor A28/A37/E233 zoals wel was opgenomen in de NOVI. We missen hier de corridor A28/A37/E233 zoals wel was opgenomen in de NOVI.
•
200-201
Nationaal netwerk
• • •
204-205
Onderscheidende regio’s
•
• 248 270
Waardevolle cultuurlandschappen energie
• • •
280
economie
• •
• 288
personenvervoer
•
• 290
goederen
• • •
Het dagelijkse systeem van Emmen is naast Stadskanaal ook verbonden met Coevorden, Hardenberg en Hoogeveen. Graag relaties weergeven. We missen hier de corridor A28/A37/E233 zoals wel was opgenomen in de NOVI. Begrenzing Nationaal park Drentsche Aa is onjuist De N34 ontbreekt als regionaal hoofdwegennet i.t.t. de N381 Het dagelijkse systeem van Emmen is naast Stadskanaal ook verbonden met Coevorden, Hardenberg en Hoogeveen. Graag relaties weergeven. Locaties universiteit van het noorden ontbreken op deze kaart. Onduidelijk is wat de exacte begrenzing is van de waardevolle cultuurlandschappen De waterstofbackbone is onjuist weergegeven richting Emmen (aansluiting ontbreekt) Emmen ontbreekt op deze kaart als onderdeel van het industriecluster Noord-Nederland Bestaand Windpark Coevorden is niet weergegeven Onduidelijk is waarom de omgeving Coevorden wel als te versterken industriesysteem is aangeduid en bijvoorbeeld Emmen en Hoogeveen niet. Emmen ontbreekt op deze kaart als onderdeel van het industriecluster Noord-Nederland De Nedersaksenlijn is meer dan enkel een stukje ontbrekend spoor aanleggen. Graag relatie GroningenEmmen-Twente beter weergeven Internationaal belang A28-A37-E233 beter weergeven op de kaart. Binnenhaven Meppel ontbreekt. De internationale spoorterminal Coevorden ontbreekt. We missen de feeders richting het TEN-T kernnet