CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage RA21.0054 - Bestemmingsplan Erica Hertenbaan 1 - toelichting + regels (RIS.10300)

Commissie Wonen en Ruimte 13 september 2021, gemeente EmmenBij agendapunt: Bestemmingsplan 'Erica, Hertenbaan 1' + bijlagen RIS.10300 en RIS.1030126.517 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Adres Plaats Gemeente Topografisch overzicht Coördinaten Kadastrale aanduiding Eigendomssituatie Oppervlakte onderzoekslocatie (onderzochte deel van de locatie, plangebied) Algemene omschrijving Bebouwing en bouwjaar (Kadaster BAG) Terreinverharding Ondergrondse infrastructuur Archeologische waarden

Geplande herinrichting bijzonderheden: -

maart ’21

Hertenbaan Erica Emmen Zie bijlage 1 X = 259,548 Y= 525,668 Gemeente Emmen, sectie G nr. 12993 Niet onderzocht 1.474 m2. De onderzoekslocatie betreft een braakliggend perceel. Voor de locatie is geen bouwjaar vermeld. De locatie is onverhard. Geen informatie, bij grondwerk dient een KLICmelding gedaan te worden. De locatie heeft op basis van de archeologische waardenkaart (IKAW) de vermelding “middelhoge trefkans”. woningbouw.

6

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Hertenbaan G, nr. 12993 te Erica

afbakening onderzoekslocatie Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte onderzoekslocatie, zoals weergegeven in bijlage 2. Figuur 1. onderzoekslocatie

bodemgebruik In de onderstaande Tabel 3 is de beschikbare informatie weergegeven over het historisch, huidig en toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. Tabel 3: beschrijving bodemgebruik

Omschrijving

Gebruik

Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties

Onderzoekslocatie Historisch (op basis van topografische kaarten, Topotijdreis) Huidig

Geen. Op kaarten vanaf 1904 tot heden wordt locatie als onbebouwd weergegeven. In het velden was de locatie onderdeel van de tuin van de Verlengde Vaart Z.z. 101. Dit perceel is in 1975 bebouwd. braakliggend perceel.

Geen.

Toekomstig

wonen met tuin.

Geen.

Directe omgeving (<25 m) Historisch (op Op kaarten vanaf 1904 is in de directe omgeving van basis van de locatie enige bebouwing te herkennen. topografische kaarten, Topotijdreis) Huidig en Noordzijde: naast gelegen woning met tuin (Verl. toekomstig Vaart Z.z. 102). Oostzijde: Hertenbaan en achtergelegen tuinen van woningen aan de Verl. Vaart Z.z. Zuidzijde: Achtergelegen woning met tuin (Hertenbaan 2). Westzijde: aangrenzende tuin van Verl. Vaart Z.z. 101.

maart ’21

Geen.

Tankstation.

7

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Hertenbaan G, nr. 12993 te Erica

bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreigende activiteiten en calamiteiten In Tabel 4 staat een overzicht weergegeven van de potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten op basis van de beschikbare informatie. Tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten

Gebruik

Bouwvergunning Milieuvergunning Handelsregister Aanwezigheid brandstoftanks

Aanwezigheid asbest

De onderzoekslocatie, het beoogde plangebied, betreft een braakliggend terrein. Op basis van topografische kaarten was de locatie in het verleden onderdeel van de tuin van Verl. Vaart Z.z. 101. Er is geen informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie. Voor de onderzoekslocatie zijn in het verleden geenbouwvergunningen verleend. Niet bekend. De locatie wordt niet vermeld in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Er is geen informatie omtrent de eventuele aanwezigheid of voormalige aanwezigheid van boven- of ondergrondse brandstoftanks op de onderzoekslocatie, t.p.v. het plangebied. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat boven- en ondergrondse brandstoftanks in het verleden geplaatst zijn zonder melding, de aanwezigheid van dergelijke tanks blijkt niet uit de verkregen informatie. Op basis van de asbestdakenkaart van de gemeente Emmen bevinden zich in de directe omgeving van de onderzoekslocatie geen asbestverdachte daken.

Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem t.p.v. het plangebied. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend. Ophogingen/dempingen/stortingen Er is geen andere informatie omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen/ sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel). Er is geen informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie. PFAS-verdachtheid Op of nabij de onderzoekslocatie bevinden zich geen locaties die de bodem verdacht maken voor PFAS en GenX verbindingen als gevolg van puntbronnen. De kans op verontreiniging met PFAS in de grond t.p.v. de onderzoekslocatie t.g.v. puntbronnen wordt gering geacht. De bovengrond, diepere geroerde bodemlagen en de waterbodem zijn op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS als gevolg van atmosferische depositie. Verwacht wordt dat de bodem van de onderzoekslocatie diffuus onverdacht is voor PFAS en onverdacht is op GenX. Niet gesprongen explosieven Geen informatie, in Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven. De (potentiële) aanwezigheid van niet

maart ’21

8

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Hertenbaan G, nr. 12993 te Erica

Verdachte activiteiten < 25 m

gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen va niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente. -

voorgaande bodemonderzoeken in Tabel 5 is een overzicht van voorgaande bodemonderzoeken en informatie van de bodemkwaliteitskaart weergegeven. Tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart

voorgaande bodemonderzoeken Onderzoekslocatie

-

Omgeving <25 m

verkennend onderzoek Verl. Vaart Z.z. 101, Erica Sigma Bouw & Milieu, 12-M6060, d.d. 09 maart 2012

- bovengrond: PAK > T, kwik, lood, zink > AW - ondergrond: - grondwater: barium, koper > S aanvullend onderzoek Verlengde Vaart Z.z. 101 Sigma Bouw & Milieu, 12-M6060-10-1, d/d/ 11 mei 2012 - het matig verhoogd gehalte PAK is in de individuele monster niet meer gemeten. De afzonderlijke monsters bevatten lichte verhogingen PAK. Vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan informatie bodemkwaliteitskaart

maart ’21

-

-

9

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Hertenbaan G, nr. 12993 te Erica

bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 9.7 m+NAP. In Tabel 6. staat de geohydrologische opbouw weergegeven. Tabel 6: geohydrologische opbouw

diepte m-mv 0-6,25 6,12-31,25 31,25-48,25 48,25-60,25

beschrijving

formatie

zand, zeer fijn-matig fijn zand, zeer fijn-matig fijn zand uiterst grof, grindig zand, zeer fijn-matig fijn, grindig

Boxtel Peelo Appelscha, laagpakket van Weerdinge Oosterhout, laagpakket van Lievelde

De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainagepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen. (financieel-) juridische situatie In Tabel 7 zijn de financieel- juridische aspecten weergegeven. Tabel 7: financieel/juridische aspecten

kadastrale gegevens opdrachtgever/ belanghebbende rechtspersonen

Gemeente Emmen, sectie G nr. 12993 -

In het kader van onderhavig bodemonderzoek is behoudens de opgenomen kadastrale gegevens geen nadere financieel juridische informatie verzameld. Het uitvoeren van een daadwerkelijke juridische toets maakt geen deel uit van onderhavig bodemonderzoek.

maart ’21

10

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Hertenbaan G, nr. 12993 te Erica

2.1

Hypothese en onderzoeksstrategie

Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan blijken dat de onderzoekslocatie, vooraf, als “verdacht” of “onverdacht” wordt aangemerkt. Op basis van de historische informatie uit het vooronderzoek blijkt dat de locatie geruime tijd in gebruik is geweest als tuin. T.a.v. het plangebied is geen andere informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) of evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende calamiteiten. De onderzoekslocatie, het beoogde plangebied is als milieuhygiënisch "onverdacht" aangemerkt. Op basis van deze hypothese is het bodemonderzoek t.p.v. de onderzoekslocatie uitgevoerd conform de bijbehorende onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.1, strategie voor een onverdachte locatie (ONV-NL) (literatuur 1). In Tabel 8 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. Tabel 8: gehanteerde onderzoeksstrategie

mogelijke verontreiniging (deel)locatie

grond

grondwater

onderzoeksstrategie

-

-

ONV-NL

NEN-5740+A1 plangebied (ca. 1.474 m2) Op basis van bekende informatie zijn geen gegevens bekend dat op de locatie sprake zou kunnen zijn van een bodemverontreiniging met asbest. Op voorhand is geen concrete informatie bekend waaruit blijkt dat t.p.v. de onderzoekslocatie asbesthoudend materiaal in de bodem aanwezig is. Er is in dit onderzoek vooralsnog geen onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in grond uitgevoerd. Het opgeboorde monstermateriaal op de onderzoekslocatie is in dit onderzoek visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Opgemerkt dient te worden dat asbestanalyses geen deel uitmaken van uitgevoerde analyses in het kader van de NEN-5740+A1. Onderhavig onderzoek betreft geen asbest onderzoek in bodem volgens NEN-5707+C2 of NEN-5897+C2. Er bestaat echter altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. in de bodem terecht gekomen is of is begraven. Alleen een verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 of onderzoek asbest in puin volgens NEN-5897+C2 kan een uitspraak doen over de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem. Tevens dient opgemerkt te worden dat aanwezig puinmateriaal en/of (half)verhardingsmaterialen niet chemisch-analytisch zijn onderzocht.

maart ’21

11

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Hertenbaan G, nr. 12993 te Erica

3

VELDONDERZOEK

In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1

Uitvoering van het veldonderzoek

Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001 en 2002. Het onderzoeksprogramma is ruimtelijk weergegeven in bijlage 2. In deze bijlage zijn alle geplaatste boringen geprojecteerd. Het uitvoeren van boringen, het plaatsen van de peilbuis en het nemen van grondmonsters heeft plaatsgevonden op 27 januari 2020. Het bemonsteren van het grondwater is (conform NEN-5740+A1) ruim een week na plaatsing van de peilbuizen op 04 februari 2021 uitgevoerd. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door en onder toezicht van dhr. M. van Wuykhuyse geregistreerde veldwerkers van Sigma Bouw & Milieu te Emmen. Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 5. Voorafgaand aan het plaatsen van boringen is een locatie-inspectie gehouden. De onderzoekslocatie betreft een braakliggend perceel. Recent zijn er bomen op de locatie gerooid. Voor het overige zijn op de onderzoekslocatie geen bijzonderheden waargenomen. Alle geplaatste boringen zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. Het veldwerkprogramma staat weergegeven in Tabel 9.

Tabel 9: veldwerkprogramma

Onderdeel

Aantal

Diepte (m-mv)

Nummers

6

0,5

3 t/m 8

1

2

2

1

3,0

1

2

Onderzoekslocatie ( 1.474 m ) Boringen Peilbuis

De geplaatste peilbuis is opgebouwd uit 1 meter HDPE peilfilter omstort met filtergrind. Het filtergrind zorgt voor een goede instroming van het grondwater in het filter, daarnaast voorkomt het dat het filter dichtslibt. Het peilfilter bevindt zich 0,5 meter beneden het grondwaterniveau. Boven het peilfilter bevindt zich blinde HDPE opzetbuis, omstort met bentoniet (zwelklei). De zwelklei dient ervoor te zorgen dat toestroming vanuit de bovengrond wordt voorkomen. De peilbuis is geplaatst conform de eisen uit het protocol 2001.

maart ’21

12

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Hertenbaan G, nr. 12993 te Erica

monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0,5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters t.b.v. analyse op vluchtige aromaten zijn m.b.v. een steekbus bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grondwater Om een representatief grondwatermonster te verkrijgen is de peilbuis, na plaatsing en voor monstername, grondig (3 maal de inhoud van het peilfilter) afgepompt. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand t.o.v. het maaiveld ingemeten. Grondwatermonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2002 en NEN-5744 (literatuur 11). Tijdens de monstername van het grondwater is in het veld de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EGV) bepaald. 3.2

Resultaten van het veldonderzoek

bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In Tabel 10 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. Tabel 10: lokale bodemopbouw

bodemlaag m-mv 0,00-0,40 0,40-0,80 0,80-1,10 1,10-1,50 1,50-3,00

hoofdbestanddeel

toevoeging

kleur

zand zand veen zand zand

zwak siltig zwak siltig mineraalarm zwak siltig zwak siltig

donker grijs-bruin licht beige-grijs donker bruin donker grijs-bruin licht beige-geel

Veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn in weergegeven in Tabel 11. Tabel 11: veldwaarnemingen grondwater

Peilbuis filtertraject grondwaterstand voorpompen pH EGV troebelheid m-mv m-mv liter geleidingsvermogen (NTU) µS/cm 1 2,0-3,0 1,10 6 6,1 350 8,6

maart ’21

13

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Hertenbaan G, nr. 12993 te Erica

Zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde monstermateriaal geen bodemvreemde afwijkingen waargenomen welke duiden op een vorm van bodemverontreiniging. grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen. asbest Tijdens de locatie-inspectie is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbest op het maaiveld, hierbij is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem/puin geen onderdeel uitmaakt van het onderhavige onderzoek dat volgens NEN-5740+A1 is uitgevoerd. Het onderhavige onderzoek kan daarom geen uitspraak doen over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem op de onderhavige locatie. Opgemerkt dient te worden dat geen asbestanalyses van grond en/of puin e.d. hebben plaatsgevonden. Asbestanalyses maken geen deel uit van verkennend bodemonderzoek in het kader van de NEN-5740+A1.

Tevens wordt opgemerkt dat de zintuiglijke beoordeling op asbest en de locatie-inspectie niet opgevat dient te worden als een onderzoek uitgevoerd op basis van NEN-5707+C2 (asbestonderzoek in grond) en/of NEN-5897+C2 (monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN-5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. De chemische samenstelling van eventueel aanwezig verhardingsmateriaal is niet in dit onderzoek onderzocht.

maart ’21

14

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Hertenbaan G, nr. 12993 te Erica

4

CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK

In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van Omegam. Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Omegam is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I&W. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. 4.1

Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek

grond Teneinde in het kader van het verkennend bodemonderzoek een indruk te krijgen van de algemene kwaliteit van de grond zijn de grondmonsters, welke tijdens het veldonderzoek zijn genomen, in het laboratorium met elkaar gemengd tot grondmengmonsters. Van het totaal aantal genomen grondmonsters op de locatie zijn twee grond(meng)monsters samengesteld en geanalyseerd. grondwater Uit de geplaatste peilbuis is een grondwatermonster genomen en geanalyseerd. In onderstaande Tabel 12 wordt de samenstelling van de grondmengmonsters, grondwatermonsters, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. Tabel 12: analyseschema

Monstercode boringnummer(s) grond 1 (MM1) 2 (MM2)

diepte (m-mv) zintuigelijke waarnemingen

analysepakket

1 t/m 6 1+2

0,0-0,5 1,2-2,0

-

NEN-grond(*)+AS3000 NEN-grond(*)+AS3000

1

2,0-3,0

-

NEN-grondw.(**)+AS3000

Grondwater 1 (peilbuis)

verklaring van de gebruikte afkortingen en codes:(1) * NEN-grond = Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorbehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC’s, droge stof, organische stof en lutum; **NEN-water = Standaard Pakket Grondwater omvat AS3000 voorbehandeling zware metalen, vluchtige aromaten (incl. naftaleen), chloorhoudende oplosmiddelen, chloorbenzenen, minerale olie, styreen en bromoform; Zware metalen = barium (Ba)/cadmium (Cd)/Cobalt(Co)/koper (Cu)/lood (Pb)/nikkel (Ni)/zink (Zn)/Molybdeen (Mo)/kwik(Hg); Vluchtige aromaten = Benzeen (B), Tolueen (T), Ethylbenzeen (E), Xylenen (X), Naftaleen (N) Styreen (S) (BTEXNS); PCB = Polychloorbifenylen; PAK = Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen; VOH = Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen. Bromoform = Tribroommethaan

maart ’21

15

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Hertenbaan G, nr. 12993 te Erica

4.2

Toetsingscriteria

Om de kwaliteit van de bodem en de mate van verontreiniging te kunnen beoordelen, zijn de analyseresultaten van grondmonsters getoetst aan de geldende toetsingswaarden; 1) de achtergrondwaarde (AW-2000) zoals opgenomen in bijlage B van “de Regeling Bodemkwaliteit” 2) de interventiewaarde zoals opgenomen in tabel 1 van “de Circulaire Bodemsanering”, De toetsing van de meetresultaten is uitgevoerd middels BoToVa, de Bodem Toets Validatie Service van de overheid voor grond, grondwater en waterbodem, waarbij de toetsmodules T12 en T13 zijn gehanteerd. BoTova gaat uit van het wettelijk kader dat per 1 juli 2013 van kracht is. In de BoToVa toetsing worden de meetwaarden gecorrigeerd/teruggerekend voor de “standaard bodem” (humus=10% en lutum=25%). Generiek toetsingskader Voor de beoordeling van de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters wordt gebruik gemaakt van de achtergrondwaarden grond zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit, de streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering. Achtergrondwaarde (AW-2000): De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft de kwaliteit weer die 'van nature' voorkomt in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen.

De achtergrondwaarden zijn opgenomen in het Besluit Bodemkwaliteit en zijn gebaseerd op het onderzoek ‘Achtergrondwaarden 2000’. Hierin zijn gehalten vastgesteld van een groot aantal stoffen in bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland. De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. Bij overschrijding van de achtergrondwaarde is er sprake van bodemverontreiniging. Tussenwaarde/bodemindex-waarde >0,5:; De gemiddelde waarde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde (S+I)/2, hierna te noemen 'tussenwaarde'(T), wordt gehanteerd om aan te geven dat bij overschrijding de kans aanwezig is dat er sprake is van een ernstige verontreiniging, ofwel dat nader onderzoek noodzakelijk is. De tussenwaarde heeft geen wettelijke status maar is een indicatieniveau voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek. De tussenwaarde geeft het concentratieniveau aan waarboven onder bepaalde omstandigheden risico’s voor mens en milieu aan de orde kunnen zijn. De tussenwaarde is zodoende een indicatiewaarde voor nader onderzoek. Bij overschrijding van de T-waarde of bodemindex waarde (>0,5) dient aanvullend/nader bodemonderzoek in overweging genomen te worden. Een nader onderzoek wordt uitgevoerd indien er een vermoeden bestaat dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging.

Interventiewaarde: De interventiewaarde (I) geeft aan dat bij overschrijding van deze waarde de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant en dier ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Is er sprake van een ernstige bodemverontreiniging en wordt de interventiewaarde in meer dan 25 m3 grond of 100 m3 grondwater (bodemvolume) overschreden, dan kan er noodzaak zijn tot sanering. De saneringsurgentie wordt bepaald door blootstellingsrisico's van mens, dier en plant en de verspreidingsrisico's van de betreffende stoffen (actuele risico’s). De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico's voor de volksgezondheid en het milieu (onderzoek RIVM). Bij de beoordeling van bodemverontreiniging aan de hand van de genoemde toetsingswaarden spelen nog een aantal aspecten een rol. Rekening dient te worden gehouden met het feit dat de mobiliteit van stoffen in de bodem en daardoor de verspreiding van stoffen afhankelijk is van diverse bodemkenmerken. Daarnaast speelt de bestemming en het gebruik van de locatie in de huidige situatie alsmede de toekomstige situatie, een grote rol bij de beoordeling van de risico's voor het milieu.

maart ’21

16

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Hertenbaan G, nr. 12993 te Erica

4.3

Analyseresultaten en interpretatie

In deze paragraaf zijn de resultaten van de chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters, gerelateerd aan toetsingswaarden, weergegeven in tabelvorm. Na elke tabel worden de onderzoeksresultaten besproken. In bijlage 4 zijn van alle uitgevoerde analyses de analysecertificaten van Omegam opgenomen. 4.3.1

Milieuhygiënische kwaliteit grond

boven- en ondergrond (0,0-2,0 m-mv) In Tabel 13 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. Tabel 13: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project Certificaten Toetsing Toetsversie

OPID 25202104#21-M9709-Hertenbaan G 12993 Erica 1144734 T.12 - Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb BoToVa 3-1-2000

Parameters

Toetsing

Analyse Eenheid Lutum/Humus Organische stof % (m/m ds) Lutum % (m/m ds) Droogrest droge stof % Metalen ICP-AES barium (Ba) mg/kg ds cadmium (Cd) mg/kg ds kobalt (Co) mg/kg ds koper (Cu) mg/kg ds kwik (Hg) (niet vluchtig) mg/kg ds lood (Pb) mg/kg ds molybdeen (Mo) mg/kg ds nikkel (Ni) mg/kg ds zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie minerale olie (florisil clean-up) mg/kg ds Polycyclische koolwaterstoffen naftaleen mg/kg ds fenantreen mg/kg ds anthraceen mg/kg ds fluoranteen mg/kg ds benzo(a)antraceen mg/kg ds chryseen mg/kg ds benzo(k)fluoranteen mg/kg ds benzo(a)pyreen mg/kg ds benzo(ghi)peryleen mg/kg ds indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg ds Sommaties som PAK (10) mg/kg ds Polychloorbifenylen PCB - 28 mg/kg ds PCB - 52 mg/kg ds PCB - 101 mg/kg ds PCB - 118 mg/kg ds PCB - 138 mg/kg ds PCB - 153 mg/kg ds PCB - 180 mg/kg ds Sommaties som PCBs (7) mg/kg ds

AW

Legenda @ x AW(IND) x AW(WO) N.B.

Toetsdatum: 1 maart 2021 09:11

T

Monster 6610722 Monster 6610723 1, 01: 10-50, 02: 0-40, 03: 0-40, 04: 0-50, 05: 0-50, 06: 0-40, 07: 2, 01: 0-40, 150-200, 08: 0-50 02: 120-170, 02: 170-200 Max. Bodemindex 0,229 Max. Bodemindex 0,004 Toetsoordeel Overschrijding Achtergr.w. Toetsoordeel Voldoet aan Achtergr.w. Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index

I

8,2 6,2

10 25

74,1

74,1

0 0

0,9 1

10 25

0 0

@

0

80,4

80,4

@

0

190 0,6 15 40 0,15 50 1,5 35 140

555 6,8 102,5 115 18,075 290 95,75 67,5 430

920 13 190 190 36 530 190 100 720

78 0,55 3,3 15 0,1 120 < 1.5 10 130

200 0,7 7,9 23 0,13 160 < 1.0 22 220

@ 1.2 AW(WO) 3.2 AW(WO) 1.6 AW(IND)

0,014 0,008 0 0 0 0,229 0 0 0,138

< 20 < 0.2 <3 <5 < 0.05 < 10 < 1.5 <4 < 20

< 54 < 0.24 < 7.4 < 7.2 < 0.05 < 11 < 1.0 <8 < 33

@ -

0 0 0 0 0 0 0 0 0

190

2595

5000

140

170

-

0

< 35

< 120

-

0

< 0.05 0,17 0,08 0,7 0,45 0,54 0,4 0,48 0,38 0,37

< 0.035 0,17 0,08 0,7 0,45 0,54 0,4 0,48 0,38 0,37

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

< 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05

< 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035

3,6

3,6

0,055

0,35

< 0.35

< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001

< 0.00085 < 0.00085 < 0.00085 < 0.00085 < 0.00085 < 0.00085 < 0.00085

0 0 0 0 0 0 0

< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001

< 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035

0,005

< 0.0060

0

0,005

< 0.024

1,5

0,02

20,75

0,51

40

1

2.4 AW(WO)

-

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -

0 0 0 0 0 0 0 0

-

0,004

Geen toetsoordeel mogelijk x maal Achtergrondwaarde (Industrie) x maal Achtergrondwaarde (Wonen) <= Achtergrondwaarde De vermelde tussenwaarde is door MijnLab berekend en is niet afkomstig uit BoToVa

maart ’21

17

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Hertenbaan G, nr. 12993 te Erica

interpretatie onderzoeksresultaten grond In Tabel 14 staat een samenvatting weergegeven van de toetsresultaten van de onderzochte mengmonsters. Tabel 14: samenvatting toetsresultaten per mengmonster

Mengmonster 1 (MM1)

Boringen 1 t/m 8

Diepte 0-0,5

2 (MM2)

1+2

1,2-2,0

Legenda >AW

overschrijding achtergrondwaarde (bodemindex =<0,5)

>T

Zintuigelijk >AW cadmium, lood, zink, PAK -

>T -

>I -

Indicatieve toetsing Bbk* Industrie*

-

-

AW*

>I

overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5) overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)

Bbk

besluit bodemkwaliteit

*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond

bovengrond (0-0,5 m-mv) Bovengrondmengmonster MM1 (boring 1 t/m 8) bevat een verhoogd gehalte cadmium, lood, zink (zware metalen) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) t.o.v. de achtergrondwaarde. De verhoogd gemeten gehalten cadmium, lood, zink en PAK in het bovengrond-mengmonster MM1 zijn niet te relateren aan zintuiglijk waargenomen bijmengingen in het bodemmateriaal. ondergrond (1,2-2,0 m-mv) Ondergrondmengmonster MM2 (boring 1+2) bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde.

maart ’21

18

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Hertenbaan G, nr. 12993 te Erica

Algemeen In gebieden welke reeds langere tijd door de mens in gebruik zijn (o.a. langdurige bewoning of menselijk gebruik) worden vaker verhoogde gehalten aan o.a. zware metalen en PAK’s in de grond gemeten. In algemene zin wordt opgemerkt dat antropogene beïnvloeding van een locatie in de meeste gevallen een negatief effect heeft op de kwaliteit van de bodem. Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) ontstaan bij de onvolledige verbranding van koolstofbevattende materialen. Het zijn teerachtige stoffen die ontstaan bij de onvolledige verbranding van koolstofhoudende materialen als hout, fossiele brandstoffen, tabak of levensmiddelen. De aanwezigheid van PAK’s in de bodem zijn vaak het gevolg van de aanwezigheid van teerhoudende of koolstofhoudende stoffen, zoals bv. koolas, verbrandingsresten of teerresten. PCB’s zijn meer dan 100 jaar geleden ontdekt. De productie en het commerciële gebruik van deze stoffen begon rond 1929. In Nederland is productie en gebruik van PCB’s sinds 1998 verboden. PCB’s zijn vanwege hun eigenschappen (bestand tegen hoge temperatuur en druk, vrijwel onbrandbaar, goed oplosbaar in olie en vet) in veel producten toegepast.

Voorbeelden hiervan zijn de toepassing ervan in condensatoren, transformatoren, hydraulische-of warmtegeleidingssystemen, koelvloeistof, smeermiddel en weekmaker in kunststoffen, in verf, inkt, lak, kit, lijm, koolstofvrij kopieerpapier, (organochloor)bestrijdingsmiddelen (die vooral zijn toegepast als insecticiden) etc. Tegenwoordig zijn PCB’s vooral nog aanwezig in transformatoren die gefabriceerd zijn voor ca. 1980. PCB's (polychloorbifenylen) staan al tientallen jaren in de belangstelling als bedreiging voor de volksgezondheid. Dat danken ze aan een slechte afbreekbaarheid, een neiging tot stapelen in dierlijk (en dus ook humaan) vetweefsel en uiteenlopende toxische eigenschappen. Verspreiding van persistente verontreinigingen gaat hoofdzakelijk via de lucht, ze komen vervolgens terecht op gewassen, de bodem en in water. Door hun lipofiele eigenschappen (vetoplosbaar) treedt vervolgens stapeling op in met name dierlijk vetweefsel. In het milieu hechten PCB's zich in sterke mate aan grond en slib. PCB’s zijn geen natuurlijk voorkomende stoffen. De aanwezigheid van PCB's in het milieu is met name het gevolg van industriële productie en het gebruik van PCB's van ongeveer 1929 tot 1980.

Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter vanuit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000). Op basis van de circulaire bodemsanering 2009 zijn de toetsingswaarden voor barium (zware metalen) tijdelijk ingetrokken. Indien er op een locatie sprake is van een antropogene bron kan het gemeten gehalte barium indicatief worden getoetst aan de voormalige interventiewaarde.

maart ’21

19

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Hertenbaan G, nr. 12993 te Erica

4.3.2 Milieuhygiënische kwaliteit grondwater In Tabel 15 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. Tabel 15: gemeten gehaltes (µg/l) in grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project Certificaten Toetsing Toetsversie

OPID 25390950#21-M9709-Hertenbaan G 12993 Erica 1149308 T.13 - Beoordeling kwaliteit van grondwater volgens Wbb BoToVa 2-1-2000

Parameters

Toetsing

Analyse Eenheid Metalen ICP-MS (opgelost) barium (Ba) µg/l cadmium (Cd) µg/l kobalt (Co) µg/l koper (Cu) µg/l Kwik (Hg) (ni et vl uchtig) µg/l lood (Pb) µg/l molybdeen (Mo) µg/l nikkel (Ni ) µg/l zi nk (Zn) µg/l Minerale olie minerale olie (florisil clean-up) µg/l Vluchtige aromaten benzeen µg/l ethylbenzeen µg/l naftaleen µg/l o-xyleen µg/l styreen µg/l tolueen µg/l xyleen (som m+p) µg/l Sommaties aromaten som xyl enen µg/l Vluchtige chlooralifaten 1,1,1-trichloorethaan µg/l 1,1,2-trichloorethaan µg/l 1,1-di chl oorethaan µg/l 1,1-di chl ooretheen µg/l 1,1-di chl oorpropaan µg/l 1,2-di chl oorethaan µg/l 1,2-di chl oorpropaan µg/l 1,3-di chl oorpropaan µg/l cis-1,2-di chl ooretheen µg/l dichloormethaan µg/l monochlooretheen (vinylchloride) µg/l tetrachlooretheen µg/l tetrachloormethaan µg/l trans-1,2-dichl ooretheen µg/l trichlooretheen µg/l trichloormethaan µg/l Sommaties som C+T di chlooretheen µg/l som dichloorpropanen µg/l Vluchtige gehalogeneerde alifaten - divers tribroommethaan (bromoform)µg/l

S

Legenda @ N.B.

maart ’21

T

Toetsdatum: 1 maart 2021 09:12 Monster 6624511 1, 01-1: 200-300 Max. Bodemindex 0,026 Toetsoordeel Vol doet aan Streefwaarde Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index

I

50 0,4 20 15 0,05 15 5 15 65

337,5 3,2 60 45 0,175 45 152,5 45 432,5

625 6 100 75 0,3 75 300 75 800

47 < 0.2 4 3,7 < 0.05 <2 <2 5,3 56

-

0 0 0 0 0 0 0 0 0

50

325

600

< 50

-

0

0,2 4 0,01

15,1 77 35,005

30 150 70

-

6 7

153 503,5

300 1000

< 0.2 < 0.2 < 0.02 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.2

0 0 0 0 0 0 0

0,2

35,1

70

0,2

-

0

0,01 0,01 7 0,01

150,005 65,005 453,5 5,005

300 130 900 10

-

7

203,5

400

0,01 0,01 0,01 0,01

500,005 2,505 20,005 5,005

1000 5 40 10

24 6

262 203

500 400

< 0.1 < 0.1 < 0.2 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.1 < 0.1 < 0.1 < 0.2 < 0.2

-

0 0 0 0,006 0 0 0 0 0 0 0,026 0,002 0,006 0 0 0

0,01 0,8

10,005 40,4

20 80

0,1 0,4

-

0,007 0

630

< 0.2

@

0

-

-

-

Geen toetsoordeel mogelijk <= Streefwaarde De vermelde tussenwaarde is door MijnLab berekend en is niet afkomstig uit BoToVa

20

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Hertenbaan G, nr. 12993 te Erica

interpretatie resultaten grondwater In Tabel 16 staat een samenvatting weergegeven van de toetsresultaten van het onderzochte grondwatermonster. Tabel 16: samenvatting toetsresultaten per grondwatermonster Grondwatermonster

Diepte filter

Zintuigelijk

>S

>T

>I

Pb1

2,0-3,0

-

-

-

-

Legenda >S

overschrijding streefwaarde (bodemindex <=0,5)

>T

overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)

>I

overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)

peilbuis 1 (2,0-3,0 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de streefwaarde en/of detectiewaarde.

Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter van uit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000), e.e.a. geldt voor de gecorrigeerde som 1,2dichlooretheen, gecorrigeerde som dichloorpropaan en som xylenen.

maart ’21

21

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Hertenbaan G, nr. 12993 te Erica

5

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend milieukundig bodemonderzoek worden de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. zintuiglijke waarnemingen Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde bodemmateriaal geen afwijkingen waargenomen. Een samenvatting van de onderzoeksresultaten staat weergegeven in Tabel 17. Tabel 17: samenvatting onderzoeksresultaten

Mengmonster

Boringen

Diepte

Zintuigelijk

>AW of >S

>T

>I

Indicatieve toetsing Bbk*

Grond 1 (MM1)

1 t/m 8

0-0,5

-

-

-

Industrie*

2 (MM2)

1+2

1,2-2,0

-

cadmium, lood, zink, PAK -

-

-

AW*

Grondwater Pb1

1

2,0-3,0

-

-

-

-

n.v.t.

Legenda >AW / >S

overschrijding achtergrondwaarde/streefwaarde (bodemindex =<0,5)

>T

overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)

>I

overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)

*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond

grond bovengrond (0-0,5 m-mv) Bovengrondmengmonster MM1 (boring 1 t/m 8) bevat een verhoogd gehalte cadmium, lood, zink (zware metalen) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) t.o.v. de achtergrondwaarde. De verhoogd gemeten gehalten cadmium, lood, zink en PAK in het bovengrond-mengmonster MM1 zijn niet te relateren aan zintuiglijk waargenomen bijmengingen in het bodemmateriaal. De verhoogd gemeten gehalten cadmium, lood, zink en PAK in het bovengrond-mengmonster MM1 overschrijden de tussenwaarde (indicatiewaarde voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) niet en geven daardoor uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding tot het instellen van aanvullend onderzoek. ondergrond (1,2-2,0 m-mv) Ondergrondmengmonster MM2 (boring 1+2) bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. grondwater peilbuis 1 (2,0-3,0 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de streefwaarde en/of detectiewaarde.

maart ’21

22

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Hertenbaan G, nr. 12993 te Erica

toetsing hypothese Op basis van de vooraf gestelde hypothese is de onderzoekslocatie in eerste aanleg als milieuhygiënisch verdacht aangemerkt. In Tabel 18 is de noodzaak tot vervolgonderzoek beoordeeld aan de hand van de onderzoeksresultaten. Tabel 18: Noodzaak vervolgonderzoek Locatie

Hypothese

Correct?

Verkennend onderzoek met nieuwe hypothese?

Nader onderzoek?

Hertenbaan

onverdacht

nee, verhoogde gehalten aangetoond

nee, onderzoeksinspanning voldoende

nee, er zijn geen matig tot sterk verhoogde gehalten in de grond en/of grondwater gemeten.

Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de locatie niet vrij is van bodemverontreiniging. De bovengrond ter plaatse van de onderzoekslocatie bevat plaatselijk verontreinigingen t.o.v. de achtergrondwaarde. De plaatselijk verhoogd gemeten chemische verontreinigingen overschrijden de tussenwaarde en/of de bodemindex >0.5 niet en geven daardoor geen aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek. De vooraf gehanteerde hypothese is gezien de doelstelling van het onderzoek alsmede de bekende onderzoeksresultaten voldoende om conclusies te verbinden betreffende de kwaliteit van de bodem t.p.v. de onderzoekslocatie. Opgemerkt wordt dat de conclusies betrekking hebben op de chemische gesteldheid van de bodem (excl. asbest). Een asbestonderzoek in grond of puin conform de NEN 5707+C1 resp. NEN 5897 maakt geen onderdeel uit van de scope van onderhavig onderzoek. Op basis van dit onderzoek dat volgens NEN-5740+A1 is uitgevoerd kan geen uitspraak worden gedaan omtrent de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal in de bodem of puin. Indien een formele uitspraak over het voorkomen van asbest in de bodem gewenst is dient een asbestonderzoek uit gevoerd te worden conform de NEN 5707+C1 of NEN 5897.

maart ’21

23

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Hertenbaan G, nr. 12993 te Erica

Afwijkingen in de werkzaamheden Er hebben bij de uitvoering van veldwerkzaamheden geen afwijkingen plaatsgevonden t.o.v. het geldende protocol BRL SIKB 2001. Er hebben bij de uitvoering van analysewerkzaamheden geen afwijkingen plaatsgevonden t.o.v. de geldende protocollen AS3000 en/of overige geldende analysemethoden. Aanbevelingen Indien de grond ontgraven gaat worden, bijvoorbeeld ten behoeve van bouwwerkzaamheden, is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Middels het Besluit is het mogelijk om door het lokaal bevoegd gezag lokale maximale bodemgebruikswaarden vast te stellen, of om deze bodemgebruikswaarden te conformeren aan de maximale waarden uit het (landelijke) generieke model. Indien grond van het eigen terrein moet worden afgevoerd zal deze verwerkt dienen te worden conform de eisen van het Besluit Bodemkwaliteit. De mogelijkheden hiertoe kunnen worden vastgesteld na overleg met de betrokken overheidsinstanties. Volledige duidelijkheid omtrent de bodemkwaliteitsklasse van vrijkomende grond wordt pas verkregen op basis van een partijkeuring conform het Besluit Bodemkwaliteit. Opgemerkt dient te worden dat de vertaalslag van verkennend bodemonderzoek naar hergebruik van grond volgens het Besluit Bodemkwaliteit, veelal, niet mogelijk is.

In de meeste gevallen zijn aanvullende gegevens noodzakelijk, het bevoegd gezag (de gemeente waarin de grond wordt toegepast) kan hier uitsluitsel over geven. Op 8 juli jl. heeft het Ministerie van Infrastructuur en Milieu een tijdelijk handelingskader vastgesteld voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie. Vanaf 8 juli 2019 is het verplicht om onderzoek naar de stofgroep PFAS uit te voeren bij o.a. partijkeuringen in het kader van afvoer van grond. In dit verkennend bodemonderzoek is geen onderzoek uitgevoerd naar PFAS stoffen in de bodem. De in dit onderzoek opgenomen indicatieve toetsing aan het Besluit Bodemkwaliteit is excl. onderzoek naar PFAS-stoffen, onderzoek naar deze verbindingen is bij definitieve beoordeling van evt. hergebruiksmogelijkheden van evt. af te voeren grond alsnog nodig. Indien het noodzakelijk is dat er grond afgevoerd moet worden van de locatie zal er een melding grondverzet gedaan moeten worden via het landelijk meldpunt: www.meldpuntbodemkwaliteit.nl. Opgemerkt wordt dat evt. afvoer van grond met de bodemkwaliteitsklasse “wonen”, “industrie” en “niet toepasbare grond” meer kosten met zich meebrengt dan de afvoer van schone grond “achtergrondwaarde”. Mocht grondwater onttrokken worden t.b.v. bemaling, dient bekeken te worden in hoeverre de grondwaterkwaliteit de lozingsnormen overschrijdt.

maart ’21

24

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Hertenbaan G, nr. 12993 te Erica

Algemeen/opmerkingen/betrouwbaarheid/uitsluitingen Het onderhavige onderzoek heeft betrekking gehad op het perceel gelegen aan de Hertenbaan G, nr. 12993 te Erica (zie bijlage 2). Op basis van het onderhavige onderzoek kan alleen een uitspraak worden gedaan omtrent de bodemkwaliteit van het onderzochte terreindeel, zie bijlage 2. Op basis van het onderhavige onderzoek kan geen uitspraak worden gedaan: omtrent de bodemkwaliteit van niet onderzochte terreindelen, de bodemkwaliteit van niet bekende verdachte terreindelen, de bodemkwaliteit onder gebouwen en/of gesloten verharding, de bodemkwaliteit van niet verkende bodemlagen, de milieuhygiënische kwaliteit van het diepere grondwater etc. Daarnaast kan op basis van dit onderzoek geen uitspraak worden gedaan omtrent de eventuele aanwezigheid van asbest in de bodem/puin. Indien echter een formele uitspraak over het voorkomen van asbest in de bodem gewenst is dient een asbestonderzoek uit gevoerd te worden conform de NEN 5707+C2 of NEN 5897+C2. Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. In algemene zin wordt opgemerkt dat bij analyse van mengmonsters de gehalten in de individuele deelmonsters van een mengmonster zowel hoger als lager kunnen zijn dan de aangetoonde gehalten in het betreffende mengmonster.

Er kan in gevallen waarbij sprake is van ruime overschrijdingen van de achtergrondwaarde, gemeten in een mengmonster, niet worden uitgesloten dat individuele deelmonsters gehalten boven de tussen- of interventiewaarde bevatten. T.a.v. historische (bodem) informatie van de locatie wordt opgemerkt dat de geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Voor het verkrijgen van historische informatie is Sigma Bouw & Milieu afhankelijk van deze bronnen, waardoor Sigma Bouw & Milieu niet kan instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie. Het kan voorkomen dat niet alle bronnen zijn geraadpleegd, doordat ze niet voorhanden waren. Hierdoor kan informatie ontbreken. Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving en methoden. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het, conform de geldende richtlijnen, steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem d.m.v. een representatief geacht aantal monsters, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is om garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Een verkennend bodemonderzoek geeft nooit volledige zekerheid omtrent de toestand van de bodem ter plaatse van een locatie.

Het onderzoek dient geïnterpreteerd worden als een inschatting van de verontreinigingssituatie op een bepaald moment. Het is echter op basis van dit onderzoek nooit uit te sluiten dat er lokaal afwijkingen in de bodem voorkomen. Het kan op basis van dit onderzoek niet uitgesloten worden dat zich op de locatie verontreiniging bevindt welke in dit onderzoek niet is aangetroffen/ontdekt. Het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek is dan ook indicatief en een momentopname. De resultaten van het onderzoek kunnen minder representatief worden naarmate de tijd verstrijkt. Eventuele toekomstige activiteiten, calamiteiten, sloopwerkzaamheden, bouwrijp maken en/of aanvoer van grond van elders, kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden. Tijdens werkzaamheden in de bodem dient men alert te blijven op waarneembare bijzonderheden, die kunnen duiden op eventuele verontreinigingen Het onderzoek is gebaseerd op informatie van derden en het verrichten van een beperkt aantal boringen en analyses, conform de geldende richtlijnen. Hierdoor is het mogelijk dat niet alle informatie is verkregen, dan wel dat niet alle afwijkingen in de bodem zijn geconstateerd.

Sigma Bouw & Milieu aanvaardt derhalve op generlei wijze aansprakelijkheid voor de gevolgen/schade dan wel enige andere indirecte incidentele of gevolgschade welke voortvloeien uit beslissingen welke worden genomen op basis van de onderzoeksresultaten van het onderhavige onderzoek als in de praktijk blijkt dat de verontreinigingssituatie anders is dan in dit onderzoek vermeld.

maart ’21

25

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Hertenbaan G, nr. 12993 te Erica

LITERTUURLIJST 1. Bodemonderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek volgens de Nederlandse norm, NEN 5740+A1 (NNI, april 2016). 2. Boringen zijn geplaatst volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2001 (vigerende versie). 3. Grondmonsters zijn genomen volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2001 (vigerende versie), grondwatermonsters zijn genomen volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2002 (vigerende versie). 4. De conservering van monsters in het veld is uitgevoerd volgens de eisen uit de SIKBprotocollen 2001 en 2002 (vigerende versie). 5. Regeling Bodemkwaliteit” (zie vigerende versies op www.wetten.overheid.nl of www.rwsleefomgeving.nl) 6. Circulaire Bodemsanering (zie vigerende versies op www.wetten.overheid.nl of www.rwsleefomgeving.nl) 7. Classificatie van onverharde grondmonsters, NEN 5104, september 1989. 8. Geologische overzichtskaarten van Nederland, Rijks Geologische Dienst, 1995. 9. Grondwaterstromingsstelsels in Nederland, Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, 1989. 10. Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader bodemonderzoek, NEN 5725, (oktober 2017). 11. Bodem-Monsterneming van grondwater, NEN 5744, (NNI maart 2011). 12. NEN 5707+C2; Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond; uitgifte december 2017.

maart ’21

26

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Hertenbaan G, nr. 12993 te Erica

COLOFON opdrachtgever project omvang rapport datum projectleider

: : : : :

Auteur Ing. A.D.M. van Wuykhuyse

maart ’21

Wesseling Bouwadvies Hertenbaan G, nr. 12993 te Erica 27 blz. 01 maart 2021 ing. A.D.M. van Wuykhuyse

Paraaf

Gecontroleerd door ing. M.J.A. van Wuykhuyse

Paraaf

Datum

Status

01 maart 2021

definitief

27

BIJLAGE 1 TOPOGRAFISCH OVERZICHT jB axIJi F

Adviesgroepen:  Bouw  Milieu

Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 Fax (0591) 65 93 25 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl

Situatie rond 1905

Situatie rond 1940

Situatie rond 1975

Situatie rond 1985

Situatie rond 2000

Asbestdakenkaart gemeente Emmen

Foto 1. Hertenbaan, Ercia

Foto 2. Hertenbaan, Erica

01

1

braak, m aaiveld

0

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, edelm an

1

-40

50

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht grijs, beige, edelm an -80

100

2

veen, m ineraalarm , donker bruin, edelm an

3

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker grijs, bruin, edelm an

4

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, edelm an

-110

150

200

-150

200

250

300

300

-300

t ype p e ilb u is m e t 1 f ilt e r dat um 2 7 -0 1 -2 0 2 1 boorm eest er M . va n W u yk h u yse

02

braak, m aaiveld

0

0 1

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, edelm an

2

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, bruin, edelm an

3

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker grijs, bruin, edelm an

4

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, edelm an

-40

50

-80 100

-120 150

5 200

-200

t ype g r on d b or in g dat um 2 7 -0 1 -2 0 2 1 boorm eest er M . va n W u yk h u yse

03

braak, m aaiveld

0

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, edelm an

1

-40 50

t ype g r on d b or in g dat um 2 7 -0 1 -2 0 2 1 boorm eest er M . va n W u yk h u yse

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, edelm an -50

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

H e r t e n b a a n G 1 2 9 9 3 , Er ica 2 1 -M 9 7 0 9 N EN 5 1 0 4

04

braak, m aaiveld

0

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, edelm an

1 50

-50

t ype g r on d b or in g dat um 2 7 -0 1 -2 0 2 1 boorm eest er M . va n W u yk h u yse

05

braak, m aaiveld

0

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, edelm an

1 50

-50

t ype g r on d b or in g dat um 2 7 -0 1 -2 0 2 1 boorm eest er M . va n W u yk h u yse

06

braak, m aaiveld

0

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, edelm an

1

-40 50

t ype g r on d b or in g dat um 2 7 -0 1 -2 0 2 1 boorm eest er M . va n W u yk h u yse

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, edelm an -50

07

braak, m aaiveld

0

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, edelm an

1

-40 50

t ype g r on d b or in g dat um 2 7 -0 1 -2 0 2 1 boorm eest er M . va n W u yk h u yse

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, edelm an -50

08

braak, m aaiveld

0

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, edelm an

1 50

-50

t ype g r on d b or in g dat um 2 7 -0 1 -2 0 2 1 boorm eest er M . va n W u yk h u yse

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

H e r t e n b a a n G 1 2 9 9 3 , Er ica 2 1 -M 9 7 0 9 N EN 5 1 0 4

PEILBUIS

BORIN G

OLIE OP W ATER REACTIE

num m er

bodem m onst er, geroerd

Geen casing

Zwak

Mat ig

St erk

Uit erst

bodem laag

GEUR IN TEN ISTEIT

bent oniet

grondwat erst and t ijdens boren

bodem m onst er, ongeroerd

filt ergrind

Geen Zeer zwak

Zwak

Mat ig

St erk

bodem laag filt ert raject grondwat erst and

links= cm -m aaiveld recht s= cm + NAP

GRON D SOORTEN

M ATE V AN BIJM EN GIN G

GRIND, grindig (G,g)

zwak - (0-5%)

ZAND, zandig (Z,z)

m at ig - (5-15%)

LEEM, silt ig (L,s)

st erk - (15-50%)

KLEI, kleiig (K,k)

uit erst - (> 50%)

VEEN, hum eus (V,h)

slib

V ERH ARD IN GEN

GRAD ATIE Z AN D

asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag

uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-210 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-420 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )

OV ERIG

GRAD ATIE GRIN D

bodem vreem de best andsdelen aanwezig

f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )

wat er

BESCH RIJV IN G BOD EM LAAG pid = fot o ionisat ie det ect or bv = bodem vocht ow = olie op wat er

Zeer st erk

BIJLAGE 4 ANALYSECERTIFICATEN

Sigma Bouw en Milieu T.a.v. de heer M. van Wuijkhuijse Phileas Foggstraat 153 7825 AW EMMEN

Uw kenmerk : 21-M9709-Hertenbaan G 12993 Erica Ons kenmerk : Project 1149308 (betreft gewijzigd rapport) Validatieref. : 1149308_certificaat_v2 Opdrachtverificatiecode : IYRX-SWOP-KIIR-IMEI Wijziging : Project- en/of monsteromschrijving online gewijzigd door opdrachtgever Bijlage(n) : 2 tabel(len) + 2 bijlage(n)

Amsterdam, 1 maart 2021 Hierbij zend ik u de resultaten van het laboratoriumonderzoek dat op uw verzoek is uitgevoerd in de door u aangeboden monsters. De resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters, zoals die door u voor analyse ter beschikking werden gesteld. Het onderzoek is, met uitzondering van eventueel uitbesteed onderzoek, uitgevoerd door Eurofins Omegam volgens de methoden zoals ze zijn vastgelegd in het geldende accreditatie-certificaat L086 en/of in de bundel "Analysevoorschriften Eurofins Omegam". De in dit onderzoek uitgevoerde onderzoeksmethoden van de geaccrediteerde analyses zijn in een aparte bijlage als onderdeel van dit analyse-certificaat opgenomen. De methoden zijn, voor zover mogelijk, ontleend aan de accreditatieprogramma's/schema's en NEN- EN- en/of ISO-voorschriften. Ik wijs u erop dat het analyse-certificaat alleen in zijn geheel mag worden gereproduceerd. Ik vertrouw erop uw opdracht volledig en naar tevredenheid te hebben uitgevoerd. Heeft u naar aanleiding van deze rapportage nog vragen, dan verzoek ik u contact op te nemen met onze klantenservice. Hoogachtend, namens Eurofins Omegam,

Ing. J. Tukker Manager productie

Op dit certificaat zijn onze algemene voorwaarden van toepassing. Dit analyse-certificaat mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd.

Eurofins Omegam B.V. H.J.E. Wenckebachweg 120 NL-1114 AD Amsterdam-Duivendrecht Nederland

T +31-(0)20-597 66 80 CSOmegam@eurofins.com www.eurofins.nl

IBAN NL 16 BNPA 0227667980 BIC BNPANL2A BTW nr. NL8139.67.132.B01 KvK nr. 34215654

Tabel 1 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever

: 1149308 : 21-M9709-Hertenbaan G 12993 Erica : Sigma Bouw en Milieu

Uw Monsterreferenties 6624511 = 1, 01-1: 200-300

Opgegeven bemonsteringsdatum Ontvangstdatum opdracht Startdatum Monstercode Uw Matrix

: : : : :

10/02/2021 10/02/2021 10/02/2021 6624511 Grondwater

Anorganische parameters - metalen Metalen ICP-MS (opgelost): S barium (Ba) µg/l S cadmium (Cd) µg/l S kobalt (Co) µg/l S koper (Cu) µg/l S Kwik (Hg) (niet vluchtig) µg/l S lood (Pb) µg/l S molybdeen (Mo) µg/l S nikkel (Ni) µg/l S zink (Zn) µg/l

47 < 0,2 4,0 3,7 < 0,05 <2 <2 5,3 56

Organische parameters - niet aromatisch S minerale olie (florisil clean-up) µg/l

< 50

Organische parameters - aromatisch Vluchtige aromaten: S benzeen µg/l S ethylbenzeen µg/l S naftaleen µg/l S o-xyleen µg/l S styreen µg/l S tolueen µg/l S xyleen (som m+p) µg/l S som xylenen µg/l

< 0,2 < 0,2 < 0,02 < 0,1 < 0,2 < 0,2 < 0,2 0,2

Organische parameters - gehalogeneerd Vluchtige chlooralifaten: S 1,1,1-trichloorethaan µg/l S 1,1,2-trichloorethaan µg/l S 1,1-dichloorethaan µg/l S 1,1-dichlooretheen µg/l S 1,1-dichloorpropaan µg/l S 1,2-dichloorethaan µg/l S 1,2-dichloorpropaan µg/l S 1,3-dichloorpropaan µg/l S cis-1,2-dichlooretheen µg/l S dichloormethaan µg/l S monochlooretheen (vinylchloride) µg/l S tetrachlooretheen µg/l S tetrachloormethaan µg/l S trans-1,2-dichlooretheen µg/l S trichlooretheen µg/l S trichloormethaan µg/l S som C+T dichlooretheen µg/l S som dichloorpropanen µg/l Vluchtige gehalogeneerde alifaten - divers: S tribroommethaan (bromoform) µg/l

< 0,1 < 0,1 < 0,2 < 0,1 < 0,2 < 0,2 < 0,2 < 0,2 < 0,1 < 0,2 < 0,2 < 0,1 < 0,1 < 0,1 < 0,2 < 0,2 0,1 0,4 < 0,2

Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. - De met een 'Q' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (registratienummer L086). - De met een 'S' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (L086) en op basis van het schema AS 3000 erkend. Opdrachtverificatiecode: IYRX-SWOP-KIIR-IMEI

Ref.: 1149308_certificaat_v2

Tabel 2 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever

: 1149308 : 21-M9709-Hertenbaan G 12993 Erica : Sigma Bouw en Milieu

Opmerkingen m.b.t. analyses Opmerking(en) algemeen De volgende informatie is indien van toepassing verstrekt door de opdrachtgever: Project omschrijving, Monsterreferentie(s), Opgegeven bemonsteringsdatum, Matrix, Monsterdiepte, Potnr (Barcode), Veldgegevens, Veldwaarnemingen en Bemonsteringsdata. De opgegeven bemonsteringsdatum kan van invloed zijn op de geldigheid van de resultaten. Sommatie van concentraties voor groepsparameters De sommatie is uitgevoerd volgens AS3000 paragraaf 2.5.2 en bijlage 3.

Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: IYRX-SWOP-KIIR-IMEI

Ref.: 1149308_certificaat_v2

Bijlage 1 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever

: 1149308 : 21-M9709-Hertenbaan G 12993 Erica : Sigma Bouw en Milieu

Barcodeschema's Monstercode Uw referentie

uw monsterref.

uw diepte

uw barcode

6624511

1 1

2.00-3.00 2.00-3.00

0380317YA 0800966070

1, 01-1: 200-300

Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: IYRX-SWOP-KIIR-IMEI

Ref.: 1149308_certificaat_v2

Bijlage 2 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever

: 1149308 : 21-M9709-Hertenbaan G 12993 Erica : Sigma Bouw en Milieu

Analysemethoden in Grondwater (AS3000) AS3000 In dit analysecertificaat zijn de met 'S' gemerkte analyses uitgevoerd volgens de analysemethoden beschreven in het "Accreditatieschema Laboratoriumanalyses voor grond-, waterbodem- en grondwateronderzoek (AS SIKB 3000)". Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd volgens de onderstaande analysemethoden. Deze analyses zijn vastgelegd in het geldende accreditatie-certificaat met bijbehorende verrichtingenlijst L086 van Eurofins Omegam BV. Barium (Ba) Cadmium (Cd) Kobalt (Co) Koper (Cu) Kwik (Hg) (niet vluchtig) Lood (Pb) Molybdeen (Mo) Nikkel (Ni) Zink (Zn) Minerale olie (florisil clean-up) Aromaten (BTEXXN) Styreen Chlooralifaten Vinylchloride

: Conform AS3110 prestatieblad 3 en gelijkwaardig aan NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en gelijkwaardig aan NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en gelijkwaardig aan NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en gelijkwaardig aan NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en gelijkwaardig aan NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en gelijkwaardig aan NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en gelijkwaardig aan NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en gelijkwaardig aan NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en gelijkwaardig aan NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 5 : Conform AS3130 prestatieblad 1 : Conform AS3130 prestatieblad 1 : Conform AS3130 prestatieblad 1 : Conform AS3130 prestatieblad 1

Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: IYRX-SWOP-KIIR-IMEI

Ref.: 1149308_certificaat_v2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=296597d0-2b2b-4d79-a1e1-3e59a77e57cd