Bijlage bij RA21.0091 - Toelichting belasting- en tarievenverordening 2022 (RIS.10440)
Tekst van het document
RIS.10440 Bijlage I Toelichting bij de belasting- en tarievenverordeningen 2022 Voor het opstellen van de verordeningen voor 2021 is gebruik gemaakt van de externe expertise van een specialist op het gebied van verordeningen, leges en tariefberekeningen. De verordeningen zijn zoveel mogelijk in overeenstemming gebracht met de modelverordeningen van de VNG. Niet alle verordeningen waren al gelijk te maken, maar er is zoveel mogelijk eenheid gemaakt, waarbij de tarieven zoveel mogelijk als tabellen achter de verordeningen zijn geplaatst. Ook zijn er in het proces extra controlemomenten ingebouwd, zodat de kans op onvolledigheden geminimaliseerd is. Voor de verordeningen van 2022 hebben we deze lijn voort kunnen zetten. Veelal hoefden door alle inspanningen van vorig jaar slechts tarieven aangepast te worden, maar er is ook weer juridische ondersteuning gezocht bij aanpassingen ten opzichte van 2021. WOZ-waardes woningen Een heel belangrijke kanttekening om vooraf te plaatsen is de beschikbaarheid van WOZ-taxatiewaardes. Vanaf 2022 is het voor alle gemeenten verplicht om de woningen te waarderen op basis van de gebruiksoppervlakte, in plaats van de gebruikelijke inhoud.
In de afgelopen jaren is landelijk flink ingezet op deze omrekening, maar doordat dit zo massaal gedaan moest worden, heeft dit geresulteerd in een vertraging van de opleveringen van de taxaties door de taxatiebureaus. Wij hebben daardoor nog niet alle waardes beschikbaar en zijn voor de berekening van deze tarieven uitgegaan van berekende waardestijgingen ten opzichte van vorig jaar. In de maand november zullen de waardes beschikbaar komen en gecontroleerd worden, waardoor meer specifieke berekeningen van de tarieven voor OZB en rioolheffing dan pas plaats kunnen vinden. De in deze verordeningen vermelde tarieven kunnen daardoor nog aangepast moeten worden. Dit kan gebeuren via een wijzigingsverordening. Verordeningen A. Onroerendezaakbelastingen De begrote opbrengst is als basis gebruikt bij de tariefvaststelling. Daarbij is uitgegaan van de recente besluitvorming rond de begroting, waarin rekening is gehouden met areaaluitbreiding in de opbrengsten OZB maar de kosten voor de gemiddelde woning ongeveer gelijk blijven. De tarieven zijn daarnaast aangepast aan de voorlopige uitkomsten van de herwaardering met waardepeildatum 1 januari 2021. De gemiddelde waardestijging van woningen is in het afgelopen jaar berekend op ongeveer 9%, waardoor de tarieven voor OZB woningen zullen dalen met een vergelijkbaar percentage.
De 9% waardestijging en een lager tarief resulteren in een ongeveer gelijkblijven van de OZB voor de eigenaar van een gemiddelde woning. Daarbij moet worden opgemerkt dat het woningtarief ook van toepassing is op een aantal specifieke categorieën objecten en niet alleen op woningen in de beperkte zin van het woord. Dan gaat het ook over garageboxen, recreatiewoningen, een deel van de verzorgingsen verpleegtehuizen en woonwagens. Bij de niet-woningen is sprake van een kleine waardestijging (1%). Het is niet zinvol te spreken over een gemiddelde niet-woning of de algemene waardeontwikkeling daarvan, omdat onder deze categorie bijvoorbeeld winkels, agrarische bedrijven, tuinbouwbedrijven, horeca, scholen, industriepanden, deel van de verzorgings- en verpleegtehuizen, ziekenhuizen etc. vallen. Deze categorie is dusdanig divers samengesteld dat de waardeverandering in totaal verschillende richtingen gaat. Wel hebben de ontwikkelingen (waaronder corona) invloed op de mate waarin de verschillende categorieën zich qua waarde ontwikkelen. Horeca en recreatie ontwikkelen zich bijvoorbeeld anders dan de supermarkten en winkels. Verder is nog van belang dat bij de zogenaamde gebruikersheffingen (OZB gebruik bij niet-woningen, rioolgebruik bij woningen en niet-woningen en afvalstoffenheffing) de leegstand een rol speelt.
Daar waar geen gebruiker is, kunnen deze heffingen ook niet worden opgelegd. Bij de vaststelling van de tarieven wordt daarom rekening gehouden met de op dat moment geconstateerde leegstand. Gecombineerd met de voorlopige uitkomsten van de herwaardering dienen de tarieven als volgt te worden vastgesteld: o Voor eigenaren van woningen: 0,1702 % (was 0,1852 %) van de WOZ-waarde; o Voor eigenaren niet-woningen: 0,3492 % (was 0,3506 %) en o Voor gebruikers van niet-woningen: 0,2888 % (was 0,2910 %) 1
B. Roerende woon- en bedrijfsruimtebelasting. Voor deze belasting geldt dat de inhoud van de verordening vrijwel gelijk is aan die van de OZB en dit resulteert dus in dezelfde tarieven. C. Rioolheffing Ook voor het bepalen van de rioolheffing wordt gebruik gemaakt van de begrote bedragen voor 2022. Deze begroting is gebaseerd op het huidige Gemeentelijk rioleringsplan, waarin 2,2% stijging is berekend. Ook in dit geval is rekening gehouden met de (voorlopige) ontwikkeling van de WOZ-waarde van de categorieën woningen en niet-woningen en het uitgangspunt dat dit maximaal kostendekkend mag zijn. Bij de rioolheffing wordt als eis gesteld dat er direct of indirect sprake is van een aansluiting op het gemeentelijk riool. Dat betekent dat bepaalde categorieën zoals bouwkavels, woningen in aanbouw, hoogspanningsmasten e.d. niet worden aangeslagen. Daarom is de heffingsgrondslag enigszins afwijkend van die voor OZB en is daarmee ook de tariefverandering anders. Door de VNG is een nieuwe modelverordening opgesteld om ook andere percelen in de heffing te gaan betrekken, met daarbij het advies om dit pas na de verkiezingen te verwerken vanwege de verstrekkendheid van deze wijzigingen. Wij hebben dit advies ter harte genomen. Bij de niet-woningen geldt hierbij ook nog het effect van de aftopping van de aanslag.
Boven een WOZwaarde van € 2.500.000 wordt geen rioolheffing geheven, dus de heffingsgrondslag is voor deze categorie nog weer lager. Tenslotte zijn bepaalde objecten niet aangesloten op het riool omdat ze zelf hun rioolwater zuiveren. Dit geldt bijvoorbeeld voor het Emmtec-terrein en Wildlands. Na correctie wegens de waardeverandering van het onroerend goed en rekening houdend met leegstand resulteren de volgende tarieven: o Voor eigenaren van woningen: 0,0525% (was 0,0560%) van de WOZ-waarde; o Voor gebruikers van woningen: 0,0362% (was 0,0386%); o Voor eigenaren niet-woningen: 0,0866% (was 0,0857%) en o Voor gebruikers van niet-woningen: 0,0611% (was 0,0605%). D. Afvalstoffenheffing Per 2022 wordt een nieuw systeem ingevoerd voor de afvalstoffenheffing, namelijk diftar: de inwoners van de gemeente betalen voortaan naast een vast tarief van € 220 een bedrag per lediging van de grijze container of aanbieding van een vuilniszak in de ondergrondse container. Hiermee wordt het scheiden van afval gestimuleerd en wordt geprobeerd meer bewustzijn te creëren over de kosten die afval met zich meebrengt. Het totale pakket van invoering van diftar is een samenwerking geweest tussen het team verantwoordelijk voor afval en Belastingen. Vanwege deze wijzigingen is een geheel nieuwe verordening opgesteld, waarbij ook juridische ondersteuning is geweest.
De afvalstoffenheffing mag maximaal kostendekkend zijn. Naar deze kostendekkendheid heeft recentelijk een onderzoek plaatsgevonden. Meerdere factoren hebben invloed op de vaststelling van het tarief, en dat zijn vooral de kosten en het aantal huishoudens dat de heffing betaalt. De kosten betreffen vooral de kosten van AREA, samen met andere toe te rekenen kosten. De kosten van de kwijtschelding, voor zover die betrekking hebben op de afvalstoffenheffing, zijn vanaf 2020 al volledig opgenomen in het tarief. Het tarief is vooralsnog iets meer dan kostendekkend, vanwege de risico’s die deze overgang met zich meebrengt. Een eventuele meeropbrengst zal in de voorziening gestort worden. Algemeen Generiek zijn de meeste van onderstaande rechten (inclusief leges) met 2,5% verhoogd. E. Verordening en tarieventabel Begrafenisrechten De tarieven zijn alle met 2,5% verhoogd en daarna afgerond op hele euro’s. F. Tarievenverordening Reinigingsrechten, Openbare werken en Geo-Informatie De tarieven zijn, voor zover niet op andere wijze voorgeschreven, met 2,5% verhoogd. 2
G. Legesverordening en legestarieven De leges zijn in zijn algemeenheid verhoogd met 2,5%. Daar waar op grond van wettelijke bepalingen de maximale tarieven door het Rijk worden vastgesteld, zijn deze zo opgenomen. Al door het Rijk vastgestelde tarieven zijn niet opgenomen. De nieuwe maximumtarieven zijn geïndexeerd. Deze nieuwe (maximum)tarieven zijn vastgesteld door de Rijksministerraad, maar wachten nog op advies van de Raad van State. De verwachting is dat deze niet meer wijzigen. Voor de bouwleges geldt dat deze zijn gerelateerd aan de bouwkosten. Omdat de bouwkosten al inflatievolgend zijn, is er al sprake van een inflatievolgende heffing en is een verhoging van de percentages niet gewenst. Dit zou tot een dubbeling leiden. Daar waar sprake is van absolute bedragen zijn deze met 2,5% verhoogd. H. Precariobelasting In de paragraaf lokale heffingen bij de begroting 2022 is op dit onderwerp ingegaan. Door de relatie met de nog vast te stellen Horecavisie wordt de precariobelasting voor terrassen in 2022 nog niet ingevoerd. Zeker vanwege de huidige coronacrisis is een nieuw vast te stellen Horecavisie niet op korte termijn te verwachten. Omdat het de bedoeling is dat de opbrengst van deze belasting in een Evenementenfonds zal worden gestort, heeft uitstel van de invoering geen gevolgen voor de gemeentebegroting.
De precariobelasting is sinds 2014 beperkt tot een heffing op olietransportleidingen. Dit betreft uiteraard een weinig dynamisch geheel, sinds de heropening van het olieveld is de opbrengst een stabiele factor. De opbrengst is ongeveer € 25.000 per jaar. I. Toeristenbelasting Tijdens de begrotingbehandeling is besloten het tarief met € 0,05 te verhogen naar € 1,55 per persoon per nacht. J. Verordening marktgelden. De tarieven zijn voor 2022 gelijk gebleven aan 2021. K. Parkeerbelastingverordening en -tarieventabel De Parkeerbelastingverordening is geactualiseerd op de ontwikkelingen van belparkeren. De tarieven voor de open en gesloten terreinen zijn verhoogd met 1,5%. Dit wordt gerealiseerd door de parkeertijd te verkorten. Het tarief voor de naheffingsaanslag (de "boete") is verhoogd naar het landelijke, bij ministerieel besluit vastgestelde, maximum van €66,50 (was € 65,30). L. Reclamebelasting Op basis van de WOZ-waarde wordt bepaald in welke klasse een bedrijf valt en wat dus het te betalen tarief is. Deze vaste bedragen zijn ongewijzigd gebleven; bij een gewijzigde WOZ-waarde is het wel mogelijk dat een bedrijf in een andere tariefklasse valt. Sporttarieven Met de verordening tarieven gemeentelijke sportvoorzieningen stelt de raad de tarieven als basis voor privaatrechtelijke overeenkomsten vast. De inkomsten voor sport zijn in de begroting verhoogd met 1%.
De tarieven zijn daarom ook grotendeels met ditzelfde percentage aangepast.
3