CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bij RA21.0084 Nota van beantwoording zienswijzen (RIS.10397)

Commissie Wonen en Ruimte 6 december 2021, gemeente EmmenBij agendapunt: Bestemmingsplan Buitengebied Emmen, facetregeling geitenhouderijen + bijlagen RIS.10395 t/m RIS.10397988 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied Emmen, facetregeling geitenhouderijen” Het ontwerpbestemmingsplan ‘Buitengebied Emmen, facetregeling geitenhouderijen” met plandidentificatienummer, NL.IMRO.0114.2020020.B501 heeft vanaf 17 maart 2021 zes weken ter inzage gelegen voor het indienen van zienswijzen. Tijdens deze termijn zijn zienswijzen ingekomen. De zienswijze is ontvangen binnen de wettelijke termijn overeenkomstig afdeling 3.4 artikel 3:16 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), en zijn dus ontvankelijk. Zienswijzen zijn openbaar. Maar op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) moeten de namen en adressen van indieners, als het geen bedrijven of instellingen zijn, in vrij toegankelijke digitale documenten worden geanonimiseerd. Om kennis te nemen van de namen van de indieners van de zienswijzen is aan het raadsbesluit een appendix toegevoegd met naam en toenaam. Deze appendix maakt onderdeel uit van het raadsbesluit bij het bestemmingsplan maar zal niet digitaal bekend worden gemaakt. De appendix wordt geanonimiseerd voor documentversies die openbaar via internet toegankelijk zijn. Tabel indieners zienswijzen (geanonimiseerd):

1 2

Zaaknr. 213260-2020 213260-2020

Naam Provincie Drenthe Namens cliënt door Rombou

Adres Postbus 122 Postbus 432

Postcode 9400 AC 8000

Plaats ASSEN ZWOLLE

In deze Nota van beantwoording zijn de zienswijzen samengevat weergegeven (A). Daarna is op de zienswijze ingegaan (B). Vervolgens is aangegeven of de zienswijze wel of niet heeft geleid tot een aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan (C).

1. A1 B1 C1

Provincie Drenthe De provincie kan instemmen met het ontwerpbestemmingsplan. De opmerking wordt in dank aanvaard. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

2. A2.

Rombou Verzoek om het gebruik van de Kaasmakerij [N A W] (verder het bedrijf) aan te merken als geoorloofd gebruik en daartoe artikel 5.5.1 van de planregels aan te vullen met artikel sub: b. het houden van een grondgebonden geitenhouderij indien deze geitenhouderij voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerpplan een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het houden geiten had ingediend. Om bestaande inwerking zijnde bedrijven duidelijkheid te geven dat de bedrijfsvoering onder de nieuwe regels mag worden voortgezet is artikel 5.1 “geoorloofd gebruik” aan de planregels toegevoegd. Als peilmoment is gekozen voor het hebben van een omgevingsvergunning. Hierbij is niet voorzien dat bedrijven zich in een transitiefase kunnen bevinden en daarom (nog) niet de beschikking hebben over een omgevingsvergunning voor het houden van geiten. Het bedrijf is het enige bedrijf in de gemeente dat zich in deze transitiefase bevindt. Omdat het bedrijf niet beschikt over een omgevingsvergunning kan het bedrijf geen aanspraak maken op het artikel “geoorloofd gebruik”. Sinds najaar 2019 bevindt het bedrijf zich in een transitiefase van een traditioneel melkrundveebedrijf naar een kleinschalige biologische geitenhouderij met een kaasmakerij. Momenteel wordt al kaas gemaakt en geitenmelk verkocht.

Deze transitiefase vergt enige jaren temeer omdat het bedrijf heeft gekozen om het aantal geiten uit te breiden met eigen opfok. Op basis van de vigerende regels is het houden van het geiten op een grondgebonden wijze binnen de bestemming “agrarisch grondgebonden 1” toegestaan. Het voorliggende bestemmingsplan maakt aan deze mogelijkheid een einde. Na vaststelling is er dus geen mogelijkheid meer om een melkrundveehouderij te kunnen transformeren naar een geitenhouderij met kaasmakerij. Het bedrijf kan de ingang gezette transformatie ook niet afronden omdat ze voor terinzagelegging van het ontwerp niet beschikte over omgevingsvergunning. Dit zou betekenen dat de ingang gezette transitie niet kan worden afgerond.

B2.

Het bedrijf heeft voordat het ontwerp in maart 2021 ter inzage was gelegd aan de gemeente gemeld dat het bezig was met het opzetten van een kleinschalige geitenhouderij met een kaasmakerij. Dat dit niet heeft geleid tot een vergunning heeft te maken met veranderende regels. Dit zal hierna worden toegelicht. Het bedrijf heeft in februari 2020 en melding op grond van het Activiteitenbesluit bij de gemeente ingediend. In de zomer van 2020 is de melding aangevuld met een aanvraag omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM). De aanvraag is in januari 2021, op verzoek van de gemeente, nog aangevuld met een aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling. Op 1 januari 2021 is de Wet milieubeheer gewijzigd. Uit deze wijziging volgt o.a. dat als besloten wordt dat er een milieueffectrapportage moet worden gemaakt en deze niet bij de aanvraag om een omgevingsvergunning is overgelegd de aanvraag buiten behandeling wordt gelaten. Op 21 juli 2021 is besloten dat in het kader van de aanvraag om een omgevingsvergunning een milieueffectrapport moet worden opgesteld en de aanvraag om omgevingsvergunning dus wordt afgewezen. Het advies van de GGD is hierin sterk bepalend geweest. Dit betekent dat er geen aanvraag meer is een ook niet voldaan kan worden aan het verzoek van reclamant.

De GGD verwijst in het advies naar de landelijke onderzoeken naar het mogelijke verband tussen longontstekingen en Geitenhouderijen. Landelijk lopen er nu diverse onderzoek naar het mogelijke verband tussen longontstekingen en geitenhouderijen. De resultaten hiervan worden niet eerder dan in de loop van 2024 verwacht.

Het door ons gevraagde MER in het kader van de omgevingsvergunning vraagt niet om te onderzoeken of er een verband bestaat tussen geitenhouderijen en longontstekingen, want daarin voorzien de landelijke onderzoeken. Uitgaande van het bestaan van een gezondheidskundig effect, kan in het MER nader worden onderzocht welke maatregelen voor deze locatie, specifiek op bedrijfsniveau kunnen worden getroffen om potentiële negatieve effecten te voorkomen cq. te beperken.

C2.

.

Gezien bovenstaande zijn wij van mening dat er sprake is van dusdanige bijzondere omstandigheden om voor het enige bedrijf in de gemeente dat zich in de transitiefase bevindt, een uitzondering te maken op artikel 5.1.1 en een specifieke regeling voor het bedrijf te maken zodat het nieuwe bestemmingsplan geen beletsel vormt om de ingang gezette transitie, op wijze zoals in januari 2021 is aangevraagd af te ronden. Hiermee wil nadrukkelijk niet gezegd zijnde dat een omgevingsvergunning voor het bedrijf door ons zal worden verleend. Aan artikel 5.1.1. toevoegen sub b luidende: “het houden van een grondgebonden geitenhouderij en kaasmakerij [ Adres ] binnen de bestaande agrarische bebouwing, met een maximale omvang van 492 dierplaatsen voor geiten (waarvan 105 dierplaatsen voor opfokgeiten)”.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=f4671fca-824d-4cf0-a33f-ace6b30bfe35