Bijlage bij RA21.0068 - Nota van beantwoording zienswijze (RIS.10321)
Tekst van het document
Nota van beantwoording zienswijze bestemmingsplan ‘Buitengebied, Weiteveen, Schoonebeekerveld-West’ Het ontwerpbestemmingsplan ‘Buitengebied, Weiteveen, Schoonebeekerveld-West’ met planidentificatienummer ‘NL.IMRO.0114. 2021004-W501’ heeft vanaf 12 mei 2021 zes weken ter inzage gelegen voor het indienen van zienswijzen. Tijdens deze termijn is één zienswijze ingekomen. De zienswijze is ontvangen binnen de wettelijke termijn overeenkomstig afdeling 3.4 artikel 3:16 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), en is dus ontvankelijk. Zienswijzen zijn openbaar. Maar op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) moeten de namen en adressen van indieners, als het geen bedrijven of instellingen zijn, in vrij toegankelijke digitale documenten worden geanonimiseerd. Om kennis te nemen van de namen van de indieners van de zienswijzen is aan het raadsbesluit een appendix toegevoegd met naam en toenaam. Deze appendix maakt onderdeel uit van het raadsbesluit bij het bestemmingsplan maar zal niet digitaal bekend worden gemaakt. De appendix wordt geanonimiseerd voor documentversies die openbaar via internet toegankelijk zijn. Tabel indiener zienswijze (geanonimiseerd):
1
Zaaknr. 4469-2021
Naam geanonimiseerd
Adres
Postcode
Plaats
In deze Nota van beantwoording zijn de zienswijzen samengevat weergegeven (A). Daarna is op de zienswijze ingegaan (B). Vervolgens is aangegeven of de zienswijze wel of niet heeft geleid tot een aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan (C). 1. A1
B1
Anoniem De gemachtigde van de indiener van de zienswijze geeft aan: Cliënten dreigen door de komst van de leemrug hun vrije uitzicht te verliezen. Nu hebben cliënten een ruim uitzicht over het natuur- en veengebied. Cliënten hebben na uitvoering van dit plan en de komst van de leemrug alleen nog zicht op de dijk. De leemdijk krijgt een hoogte van 18.20 +NAP terwijl het huidige nivo 16.26 +NAP is. Cliënten kijken tegen een dijk aan van 2 meter hoog (zonder gras) en er is nog een discussie om er ook nog een wandelpad op te maken. Er is een strook van 100 meter bos gekapt voor een dijk van 2 meter breed. Om het uitzicht zoveel mogelijk te houden is aanpassing van het plan noodzakelijk. Het bestemmingsplan ‘Buitengebied, Weiteveen, Schoonebeekerveld-West’ wijzigt de bestemming van een beperkt aantal percelen grond die nu een agrarische- of woonbestemming hebben in de bestemming ‘Natuur – Veengebieden en Beekdalen’. Het dichtst bij zijnde perceel in het bestemmingsplan, is het perceel dat over een breedte van 40 meter aan de zuidzijde grenst aan het perceel van uw client. Dit perceel is kadastraal bekend als SNB00 X 467 en heeft nu de bestemming ‘Agrarisch met waarden - Kleinschalige Veenontginningen’. Het Schoonebeekerveld West maakt onderdeel uit van het Natura 2000 gebied Bargerveen.
De zand-leemruggen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het in 2017 vastgestelde ‘Natura 2000 - beheerplan Bargerveen’ om natuur in het Schoonebekerveld-West in stand te kunnen houden en deze goed te kunnen beheren. Over (de noodzaak voor) de maatregelen is uitvoerig gecommuniceerd met omwonenden, onder andere door informatiebrieven, digitale presentaties en keukentafelgesprekken. De door u genoemde leemrug is niet een rechtstreeks gevolg van dit bestemmingsplan. Voor de omgevingsvergunningplichtige onderdelen van de werkzaamheden die nodig zijn voor het uitvoeren van het beheerplan is op 29 maart 2021 een omgevingsvergunning verleend (zaak 35278-2021). U heeft namens uw client een bezwaarschrift tegen deze vergunning ingediend. Dit wordt behandeld in een separate procedure. Daar kunnen wij niet op vooruit lopen. Voor wat betreft de wijziging van de bestemming ‘Agrarisch met waarden - Kleinschalige Veenontginningen’ naar de bestemming ‘Natuur - Veengebieden en Beekdalen’ zien wij geen
C1 A2
B2
C2 A3
B3
reden om het bestemmingsplan aan te passen. De natuurbestemming is in overeenstemming met de status Natura 2000 gebied en de wens van de eigenaar Staatsbosbeheer. En de gronden worden niet meer agrarisch gebruikt. Overigens maakt ook de huidige agrarische bestemming al behoud en herstel van de landschappelijke en natuurlijke waarden en extensief recreatief medegebruik mogelijk. Ook dit is geen reden om de bestemming niet te wijzigen. De zienswijze leidt niet tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan. Door de komst van de leemrug is inkijk in de woning/ op het perceel van cliënten mogelijk Ter plaatse van de bomen komt een dijk met wellicht een voetpad. De voetgangers kunnen derhalve vanaf het voetpad op het perceel en in de woning van cliënten kijken. De inkijk maakt een enorme inbreuk op hun privacy. Om privacy en uitzicht te bewaren, is een maximale hoogte van de leemdijk van 50 cm boven het maaiveld nodig, dienen de bestaande wandelpaden behouden te blijven en geen nieuwe aangelegd te worden. Tevens verzoeken cliënten om in de vergunning een verbod voor wandelpaden op en langs de leemdijken die langs erfgrenzen van de buren van SBB in het Schoonebeekerveld west wonen voor nu en de toekomst op te nemen. Extensief recreatief medegebruik, zoals wandelen is een toegestane functie binnen een natuurbestemming.
Wij vinden het belangrijk dat natuurgebieden ook toegankelijk zijn voor het publiek zodat de natuur beleeft kan worden. Een algemene beperking van extensief recreatief medegebruik binnen de bestemming ‘Natuur - Veengebieden en Beekdalen’ ligt dan ook niet in de rede. Overigens is, zoals bij het vorige punt ook aangegeven, extensief recreatief medegebruik ook op grond van de huidige agrarische bestemming toegestaan. U geeft aan dat er wellicht een nieuw wandelpad komt op de zand-leemrug en dat daarmee inkijk in de woning/op het perceel van uw client mogelijk is. Een nieuw wandelpad is ons niet bekend en blijkt niet uit de tekeningen bij de aanvraag om een omgevingsvergunning (zaak 35278-2021). Zoals hierboven aangegeven wordt uw bezwaarschrift met betrekking tot de omgevingsvergunning van 29 maart 2021 in een separate procedure behandeld. De zienswijze leidt niet tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan. De komst van de leemrug leidt tot verdrogingsschade Volgens cliënten zal er sprake zijn van verdroging van zijn tuingrond. Het grondwater en oppervlaktewater wordt op zijn grens door de komst van de leemrug tegengehouden. Het water stroomt echter al eeuwen via zijn tuin. De dijk houdt het water vast op maaiveld niveau en word 2 meter hoog ten opzichte van het maaiveld.
Aangezien het water wordt tegengehouden, droogt het veen in de tuin uit, waardoor de tuin gaat verzakken. Het hoogteverschil tussen de tuin van cliënten en leemdijk wordt hierdoor alleen maar groter. Het is evident dat de verzakking van de tuin tevens leidt tot schade aan de woning die gedateerd is van 1930. De fundaties van de woning zullen afbrokkelen. Hierdoor zal op termijn het huis onbewoonbaar kunnen worden voor de net getaxeerde woning van €380.000,00 en volgend jaar na verbouwing een geschatte waarden van €500.000,00. Noch in de toelichting, noch in de bijlagen behorende bij dit plan blijkt dat de gemeente en/of de projectontwikkelaar rekening heeft gehouden met eventuele uitdroging van het veen van gronden van omwonenden waaronder cliënten. Oxidatie van het veen is een groot probleem en (onder andere) een bedreiging voor het Natura 2000 gebied Bargerveen. Het is een proces dat langzaam maar gestaag door gaat en leid tot verdroging van het veen. Zonder maatregelen zal al het nog aanwezige veen en de bijbehorende natuur verdwijnen. Om dit te voorkomen zijn in het ‘Natura 2000 beheerplan Bargerveen’ maatregelen opgenomen om zoveel mogelijk (regen)water vast te houden. Hiervoor is het noodzakelijk dat de zand-leem ruggen aangelegd worden. Per saldo wordt door de maatregelen juist voorkomen dat grote hoeveelheden CO2 vrijkomen.
Overigens is, het treffen van maatregelen ter bescherming van natuur en landschap, waaronder ook het aanleggen van leemkade valt, op grond van de huidige bestemming toegestaan. De betrokken belangen van de maatregelen ter bescherming van het Bargerveen wegen zwaarder dan mogelijke nadelige gevolgen voor reclamant. De stelling dat er zonder meer sprake is van schade omdat de fundering zal gaan afbrokkelen is niet onderbouwd met een wetenschappelijk rapport.
C3 A4
B4 C4 A5
B5
C5
Uit overwegingen van zorgvuldigheid is uitgebreid onderzoek gedaan naar de effecten van de maatregelen op de omgeving. Ook heeft ten aanzien van mogelijk optredende schade een opname (nulmeting) plaatsgevonden op een aantal locaties, waaronder die van uw client. De hydrologische analyse is opgenomen in bijlage 4 bij de toelichting van het bestemmingsplan. Het rapport is opgesteld door een ter zake deskundig bureau. Niet aannemelijk is gemaakt dat het rapport onjuist is of uitgaat van onjuiste gegevens. Er is geen tegenonderzoek ingediend. Voor de conclusies verwijzen wij naar het rapport. De rapportage geeft aan dat er meer veenoxidatie zal plaatsvinden in de directe omgeving van de leemkade maar dat dit ook zonder ingreep het geval zal zijn zij het met een langzamer tempo. Het eind effect van de leemkade verschilt niet met die van de autonome ontwikkeling. Het rapport geeft hiermee geen aanleiding om de wijziging van de bestemming niet door te voeren. De zienswijze leidt niet tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan. Cliënten vrezen voor oxidatie van het veen en daarmee het inklinken van het zelfde veen als gevolg van het afgraven en ophogen. Bij het afgraven en ophogen komt extra lucht bij het veen, waardoor het veen gaat Oxideren. Oxideren is het proces waarbij veen verteerd en er veel CO2 vrijkomt.
Aangezien nieuw veen een laag creëert van 1 cm in de 100 jaar wordt er per saldo dus meer schade aangericht in korte tijd dan waar de natuur zeer lang over doet om te herstellen. Door de oxidatie van het veen zullen tonnen extra CO2 vrijkomen in de lucht. Dit zal dan ook niet ten goede komen aan de lokale gezondheid. Zie B3. De zienswijze leidt niet tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan. U kunt planschade voorkomen door een aanpassing van het plan Een goede ruimtelijke ordening vraagt dat u het nadeel voor omwonenden zo klein mogelijk houdt. Ook daarom vragen wij u andere mogelijke locaties te zoeken, waar geen of minder planschade is. Zoals bij B1 aangegeven vinden wij de bestemming ‘Natuur - Veengebieden en Beekdalen’ een passende bestemming voor de betrokken percelen. Waarbij wij nogmaals aangeven dat de huidige agrarische bestemming ook al behoud en herstel van de landschappelijke en natuurlijke waarden en extensief recreatief medegebruik mogelijk maakt. Indien uw client van mening dat er sprake is van schade die rechtstreeks verband houdt met de uitvoering van het bestemmingsplan kan hiertoe een afzonderlijk verzoek worden ingediend. Dat verzoek zal dan worden beoordeeld. De zienswijze leidt niet tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan.