Bijlage bij RA21.0068 - Bestemmingsplan 'Buitengebied, Weiteveen, Schoonebeekerveld-West' (RIS.10322)
Tekst van het document
Er worden geen effecten verwacht ter plaatse van de naastgelegen woningen gezien de autonome ontwikkelingen. Wel wordt als voorzorg een bouwkundige opname gedaan van een aantal locaties. De randen van het natuurgebied Bargerveen (SBVW) en naastliggende particuliere percelen: De aanleg van de zand- leemruggen voorkomt dat in natte perioden regenwater van het natuurgebied SBVW naar de lager gelegen particuliere percelen stroomt. Wateroverlast wegens afstromend water wordt dus voorkomen door de maatregelen. Met name de locaties waar lokaal het huidige oxidatie en inklinkingsproces plaatsvindt hebben hier profijt van. Het natuurgebied Bargerveen (SBVW):
30
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Weiteveen, Schoonebeekerveld-West (vastgesteld)
De aanleg van de zand- en leemruggen zorgt ervoor dat (een groter deel van de) bestaande natuur behouden wordt en zich kan ontwikkelen. Hiermee wordt de opgave van de BC behaald. Watertoetscriteria Het waterschap heeft een aantal criteria opgesteld waar zij inzicht in willen hebben en waaraan getoetst moet worden om te bepalen of er sprake is van nadelige gevolgen voor de waterhuishouding. Onderstaand wordt hierop ingegaan: 1. Veiligheid Er vindt in het gebied geen peilwijziging plaats. Er is dus geen aanleiding dat er onveilige situaties in het gebied op overstroming en of ruimte voor afvoer optreden. In het plangebied aan de natuurzijde van de zand-leemrug staat geen bebouwing en er wordt ook niet extra gebouwd waardoor de omgeving hinder kan krijgen van de inrichtingsmaatregelen. In het gebied is geen waterkering aanwezig. Ten aanzien van de veiligheid zal de ontwikkeling niet zorgen voor een toe- en/of afname hiervan. 2. Overlast Door het dempen van sloten, het verlagen en verhogen van het maaiveld, het aanleggen van zand-leemruggen wordt beoogd verdroging nu en in de toekomst te beperken- en tegen te gaan. Daarnaast wordt hiermee regenwater langer vastgehouden in het gebied. In de huidige situatie is sprake van wateroverlast als gevolg van piekafvoeren in extreme of langdurige neerslagsituatie.
Daar waar nog geen zand-leemruggen zijn gerealiseerd stroomt water over het maaiveld naar de naastliggende particuliere percelen. In 1998 en 2012 heeft dit geleid tot veel wateroverlast bij de aanliggende percelen. Doordat het veen in het Schoonebeekerveld-West door verdroging aan het verdwijnen is kan dit toenemen de komende decennia. Door het uitvoeren van de maatregelen wordt dit voorkomen. Ook overlast voor de omgeving zoals muggen zal niet aan de orde zijn. Muggen overbruggen geen grote afstanden. Lager gelegen percelen worden in het plan opgehoogd met gebiedseigen materiaal (veen) zodat er geen stilstaand open water ontstaat nabij de zand-leemrug. Rondom open water staat bos en/of wordt bos aangeplant hetgeen een barrière vormt voor de vliegen. Ten aanzien van het aspect overlast wordt geen effect verwacht. 3. Watervoorziening Het vasthouden van regenwater zal bijdragen aan het tegengaan van verdroging in drogere periodes hetgeen het gebied en de natuur ten goede komt. Er worden geen wijzigingen gedaan aan de oppervlaktewaterpeilen, de huidige streefpeilen blijven van kracht. In fase 1 blijft de afvoer plaatsvinden via de watergang in het midden van het gebied (W8) en de watergang in het zuiden van het gebied langs de Boôvenen. Daar wijzigt niets aan ten
31
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Weiteveen, Schoonebeekerveld-West (vastgesteld)
opzichte van de huidige situatie. De hoeveelheid afvoer blijft daarmee ook gelijk als aan de huidige situatie. In fase 2 is gepland om watergang W8 te dempen waarbij de exacte afwatering nader bepaald moet worden in combinatie met de water aan- en afvoer van overige delen in en aan de randen van het Bargerveen. De Bestuurscommissie is verantwoordelijk voor het uitwerken van deze maatregelen. 4. Bodemdaling en veenoxidatie Vanaf het begin van de vervening en bewoning in de omgeving van het Schoonebeekerveld hebben mensen ingrepen gepleegd in de waterhuishouding om te kunnen vervenen en om bewoning mogelijk te maken. Het Dommerskanaal en alle sloten zorgen voor afvoer van het overtollig water uit het veen. Een neveneffect hiervan is dat de oxidatie en klink van het veen daarmee in gang is gezet. Het effect van de verdroging van de afgelopen decennia is goed te zien in en nabij het SBVW. Waar vroeger tegen een veenwand werd aangekeken, ziet men nu een geleidelijk oplopend maaiveld. Dit is veroorzaakt door ontwatering en (veen)oxidatie. Zowel in het Bargerveen als in de bebouwde kom vindt oxidatie en inklinking al generaties lang plaats. De abrupte overgang van natuur naar de naastgelegen percelen is door voorgaande ontwikkeling steeds flauwer geworden.
Dit heeft als gevolg dat in natte perioden regenwater vanaf een groter deel van het Bargerveen naar de particuliere percelen stroomt. Wateroverlast zal, indien er niets gedaan wordt, mogelijk alleen maar toenemen in de percelen die naast het Schoonebeekerveld liggen. Het Bargerveen (SBVW) is ook aan het uitdrogen en in de autonome situatie zal de bestaande waardevolle natuur gaan verdwijnen. 5. Waterkwaliteit De maatregelen hebben geen nadelige gevolgen voor de waterkwaliteit temeer omdat er geen grote waterhuishoudkundige wijzigingen plaatsvinden. De inrichtingsmaatregelen zullen alleen maar positief bijdragen aan de waterkwaliteit doordat er meer water in het gebied kan blijven staan. In het plangebied vinden in de huidige situatie geen activiteiten plaats die tot vervuiling van de bodem of het grondwater kunnen leiden. 6. Verdroging De maatregelen zijn er mede op gericht om regenwater langer vast te houden en hiermee verdroging (o.a. van het nog aanwezige veen) te beperken en tegen te gaan. 7. Natte natuurgebieden Het tegengaan van verdroging en de aanleg, het uitbreiden en versterken van de natuur is doelstelling van het project waarmee het positief bijdraagt aan dit aspect. 8. Riolering
32
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Weiteveen, Schoonebeekerveld-West (vastgesteld)
Er wordt in het gebied geen riolering aangelegd. Dit toetsingsaspect is niet van toepassing. 9. Beheer- en onderhoud Voor het waterschap wijzigt er ten aanzien van het beheer en onderhoud van de watergangen niets. De greppels binnen het Schoonebeekerveld-West worden op gronden van Staatsbosbeheer gerealiseerd en worden ook door Staatsbosbeheer beheert. In fase 1 van de planuitwerking blijven de leggerwatergangen afwateren zoals dit in de huidige situatie ook het geval is. In fase 2 is gepland om watergang W8 te dempen waarbij de exacte afwatering nader bepaald moet worden in combinatie met de water aan- en afvoer van overige delen in en aan de randen van het Bargerveen. De Bestuurscommisie is verantwoordelijk voor het uitwerken van deze maatregelen. Conclusie Het regenwater wordt in het natuurgebied vastgehouden en er treedt minder wegzijging op. Derhalve lekt er minder water naar de omgeving waarmee de instandhoudingsdoelstellingen voor het N2000-gebied behaald kunnen worden. De aanleg van de zand- leemruggen kan zeer lokaal leiden tot een verlaging van de GLG, waardoor een minimale versnelling van het (autonome) oxidatieproces optreedt. Het eindresultaat (over meerdere decennia) is echter hetzelfde als in de autonome situatie. Er worden geen effecten verwacht ter plaatse van de naastgelegen woningen gezien de autonome ontwikkelingen.
Als voorzorg wordt een bouwkundige opname gedaan van een aantal locaties. Vanuit het aspect waterhuishouding zijn de uitstralingseffecten beperkt en vormt dus geen belemmering voor het realiseren van het plan. De Bestuurscommissie staat voor een zorgvuldige nazorgfase waar stakeholders terecht kunnen op het moment dat er situaties ontstaan die niet gewenst zijn en niet aansluiten bij de gestelde doelen. In de Bestuurscommissie wordt dit nader besproken. Advies Waterschap Vechtstromen: In deze waterparagraaf zijn de ruimtelijk relevante wateraspecten voldoende belicht en beschreven. De besproken aanvullingen zijn correct verwerkt. Ook is aangegeven welke zaken nog verder uitgewerkt moeten worden. Het waterschap adviseert de Bestuurscommissie Bargerveen om in overleg een nazorgcommissie op te richten voor een in overleg nader te bepalen periode. 4.5
Verkeer
Tijdens de uitvoeringsfase is een tijdelijke toename aan verkeersbewegingen. De beoogde ontwikkeling en functiewijziging voorziet niet in een verkeer aantrekkende werking. Voor het uitvoeren van de herstelmaatregelen is geen wegstremming noodzakelijk, bereikbaarheid blijft gegarandeerd. Voor de ontwikkeling bestaan vanuit het oogpunt van verkeer geen verzwarende of belemmerende gevolgen.
33
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Weiteveen, Schoonebeekerveld-West (vastgesteld)
4.6
Luchtkwaliteit
Het ruimtelijk initiatief draagt niet negatief bij aan de luchtkwaliteit van de omgeving, en is zelf niet gevoelig voor de bestaande luchtkwaliteit in het gebied. De herstelmaatregelen zijn er namelijk onder meer op gericht om de natuur bestendiger te maken tegen een overbelasting aan stikstof. Op langere termijn beoogt dit een positief effect op de luchtkwaliteit. In de uitvoeringsfase van de herstelmaatregelen waaronder de aanleg van de zand-leemkade vindt enkel tijdelijk een toename van stikstofuitstoot plaats als gevolg van enkele vervoersbewegingen. Vanuit het aspect luchtkwaliteit is er daarom een neutraal effect en vormt dus geen belemmering voor het realiseren van het plan. 4.7
Geluid
Tijdens de uitvoeringsfase is een tijdelijke toename van geluidsoverlast door de aanleg van de zand-leemkade. Tijdens de uitvoering is de aannemer verantwoordelijk voor de geluidsbelasting. Hij dient daarbij te voldoen aan het wettelijke kader met betrekking tot geluid, zoals vastgelegd in het Bouwbesluit. In de permanente fase heeft het voornemen geen invloed op de geluidemissie. Voor de ontwikkeling bestaan vanuit het oogpunt van geluidshinder geen verzwarende of belemmerende gevolgen. 4.8
Niet gesprongen conventionele explosieven
AVG Explosieven Opsporing Nederland heeft een vooronderzoek uitgevoerd, opgenomen als Bijlage 5 (01-05-2018). Dit onderzoek omvat projectlocatie Bargerveen; Zwartemeer, Weiteveen en Nieuw-Schoonebeek. Op basis van de beoordeelde feiten van het vooronderzoek is geconcludeerd dat er indicaties zijn voor de mogelijke aanwezigheid van CE. Voor de betreffende percelen op de locatie Schoonebeekerveld-West kan geconcludeerd worden dat deze locaties onverdacht zijn ten aanzien van niet gesprongen conventionele explosieven. Vanuit het aspect niet gesprongen conventionele explosieven is er daarom geen negatief effect en vormt dus geen belemmering voor het realiseren van het plan. 4.9
Externe veiligheid
Bij ruimtelijke plannen in combinatie met kwetsbare functies dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken. Met de voorgenomen ontwikkeling worden geen kwetsbare objecten gerealiseerd, waardoor toetsing aan het plaatsgebonden en groepsrisico niet van toepassing is. Bovendien zijn in de buurt van het besluitgebied geen risicovolle inrichtingen aanwezig. Onder de weg de Boôvenen is een buisleiding van de NAM aanwezig. Dit heeft geen invloed op de algehele werkzaamheden voor het Schoonebeekerveld-West, ter plaatse vinden geen graafwerkzaamheden plaats en wordt ook geen opstal gerealiseerd op de openbare weg. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het realiseren van het plan. 4.10
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Er is een m.e.r.-beoordeling opgesteld. In het rapport 'Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling' zijn de resultaten beschreven. Dit rapport is opgenomen als Bijlage 6 bij deze toelichting, het besluit als Bijlage 7 bij deze toelichting. De milieueffectrapportage-procedure (m.e.r.) is bedoeld om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming in te brengen. Een m.e.r. is altijd gekoppeld aan een plan en/of besluit (kolom 3 en/of 4), bijvoorbeeld een structuurvisie, vergunning of in dit geval herziening van het bestemminsplan. De wettelijke eisen ten aanzien van m.e.r. zijn vastgesteld in de Wet Milieubeheer en in het Besluit m.e.r.. In de Wet Milieubeheer en in het
34
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Weiteveen, Schoonebeekerveld-West (vastgesteld)
Besluit m.e.r. wordt een onderscheid gemaakt in activiteiten die m.e.r.-plichtig zijn (de zogenaamde bijlage C-activiteiten) en activiteiten die m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde bijlage D-activiteiten). De voorgenomen ontwikkeling voor het realiseren van een ecologische verbindingszone valt onder categorie D9 'Een landinrichtingsproject dan wel ene wijziging of uitbreiding daarvan.' Voor deze categorie D9 (landinrichtingsprojecten) uit de bijlage bij het Besluit m.e.r. geldt een ondergrens voor een m.e.r.-beoordelingsplicht. De activiteit die middels een wijziging in het bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt blijft ruim onder deze drempelwaarde van D9 zie kolom 'gevallen'). De activiteit beperkt zich tot een functiewijziging met een oppervlakte van circa 8 hectare (minder dan 125 hectare). Dit betekent dat er in dit geval geen m.e.r.-beoordeling, maar een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd dient te worden. In deze beoordeling is geconstateerd dat door de maatregelen er geen sprake is van nadelige milieugevolgen die verder onderzoek moeten worden. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het gezien de aard van de herstelmaatregelen en de zorgvuldigheid waarmee dit ingepast en gerealiseerd wordt, is uitgesloten dat het project belangrijke nadelige gevolgen met zich meebrengt voor het milieu.
De milieugevolgen zijn in de ruimtelijke onderbouwing voldoende in beeld gebracht. Aan de hand van deze uitkomst is er geen aanleiding de uitgebreide m.e.r.-procedure te doorlopen. Het bevoegd gezag, de gemeente Emmen, heeft het besluit genomen dat geen milieueffectrapport opgesteld hoeft te worden, omdat voldoende inzicht is verkregen in het feit dat met het plan geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten zijn.
35
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Weiteveen, Schoonebeekerveld-West (vastgesteld)
Hoofdstuk 5 5.1
Toelichting op de planregels en verbeelding
Algemeen
Het bestemmingsplan bestaat uit de plantoelichting, regels en verbeelding. De regels en verbeelding vormen het juridisch bindende gedeelte van een bestemmingsplan. De verbeelding en de regels moeten altijd in samenhang worden gebruikt. De plantoelichting is bedoeld om de verbeelding en de regels te verduidelijken en om gemaakte keuzes te verantwoorden aan de hand van ruimtelijk beleid.
Het bestemmingsplan "Buitengebied, Weiteveen, Schoonebeekerveld-West" dient rechtszeker, eenvoudig te begrijpen, goed toepasbaar en handhaafbaar te zijn voor de gebruiker. Met de indeling van het bestemmingsplan, zoals de naamgeving van de bestemmingen, opbouw van de regels en de weergave van op de verbeelding wordt aangesloten op landelijk geldende standaarden, onder meer Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (IMRO2012) en de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012). 5.2
Toelichting op de verbeelding
Voor de verbeelding wordt als ondergrond de basiskaart BGT gehanteerd. De ondergrond zal nooit een volledige weergave van de werkelijkheid zijn. De op de verbeelding aangegeven bebouwing moet dan ook als illustratief worden beschouwd. Alle gronden die binnen het plangebied vallen hebben een bestemming en/of aanduiding gekregen op de verbeelding. Deze bestemmingen en aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien in de regels hieraan een betekenis wordt gegeven. De begrenzingen van de bestemmingen volgen zoveel mogelijk geografische, topografische en/of kadastrale grenzen. Daar waar dat niet mogelijk bleek, is gekozen voor een meer praktische benadering. De schaal van de verbeelding kan met behulp van de computer door de gebruiker naar keuze worden ingesteld. 5.3
Toelichting op de regels
De regels zijn een juridische vertaling van het planologische -en ruimtelijk beleid van de gemeente, provincie en het rijk. De regels zijn een juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en bebouwing, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bebouwing. Bij het opstellen van de regels is geprobeerd om de regels zo beperkt mogelijk te houden door alleen te regelen wat nodig is. Gebruiksregels Per bestemming is aangegeven voor welk gebruik de gronden zijn bedoeld. Indien daar aanleiding voor aanleiding voor bestaat, wordt via de specifieke gebruiksregels expliciet aangegeven waarvoor de gronden niet zijn bedoeld en of waarvoor en op welke wijze de gronden wel gebruikt kunnen worden. Bouwregels In een groot aantal bestemmingen zijn bouwregels opgenomen. Met deze bouwregels worden de bouwmogelijkheden gereguleerd. Uitgangspunt bij het bouwen van hoofdgebouwen is dat hoofdgebouwen altijd binnen een bouwvlak worden gebouwd en voorgevels van deze hoofdgebouwen in de gevellijn. Dit betekend dat indien er vervangende bebouwing wordt geprojecteerd, deze in de gevellijn moet worden teruggebouwd. Verder
36
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Weiteveen, Schoonebeekerveld-West (vastgesteld)
worden in de bouwregels onder anderen regels ten aanzien maximale bebouwing , bouwhoogtes, dakhelling opgenomen. Flexibiliteit Soms is het gewenst om af te wijken van de gestelde regels. Hiervoor zijn in het bestemmingsplan flexibiliteitbepalingen opgenomen om op specifieke situaties in te kunnen spelen. De uitvoering van de flexibiliteitregelingen ligt bij het college van burgemeester en wethouders. Het toepassen van deze regelingen is geen automatisme. Voordat wordt besloten dat van de geldende regels in het bestemmingsplan kan worden afgeweken zal eerst bekeken worden wat de consequenties zijn van de afwijking op de leefomgeving. In het bestemmingsplan diverse flexibiliteitregelingen opgenomen, deze zijn: afwijken van de bouwregels; afwijken van de gebruiksregels; nadere eisen; algemene afwijkingsregels; wijzigingsbevoegdheden artikel 3.6 Wro. De afwijkingen van de bouw- of gebruiksregels maken afwijkingen van geringe aard mogelijk, waarbij de aan de grond toegekende bestemming gehandhaafd dient te blijven. Door het inwerkingtreden van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) worden verschillende vergunningen en besluiten, zoals de milieuvergunning, de omgevingsvergunning, afwijkingen van het bestemmingsplan en de kapvergunning gebundeld in een integrale omgevingsvergunning.
Toestemming van burgemeester en wethouders voor een afwijking van de bouw- of gebruiksregels kan zodoende worden verkregen door het aanvragen van een omgevingsvergunning. Met de nadere eisen kunnen ondergeschikte zaken aan gebouwen worden aangepast. Het gaat hierbij om zaken zoals het aanpassen van de vorm of de situering van een bouwwerk of de inrichting van een terrein. Met 'nadere eisen' kunnen geen ingrijpende veranderingen plaatsvinden in de bestemmingen. Bij toepassing van een afwijking en/of nadere eisen wordt het beoordelingskader gehanteerd zoals in de onderstaande tabel is weergegeven. Deze lijst geeft de afwegingscriteria aan die meegewogen moeten worden bij de afweging of een omgevingsvergunning wordt verleend en/ of het toepassen van de nadere eisen. Op deze wijze kunnen interpretatieproblemen worden vermeden en wordt aan gebruikers van de in het plangebied gelegen gronden zoveel mogelijk rechtszekerheid geboden. Het bestemmingsplan biedt mogelijkheden voor het afwijken van de nadere eisen, de uitvoering van deze flexibiliteitsbepalingen zal plaatsvinden via de omgevingsvergunning.
Bij toepassing van een afwijking en/of nadere eis mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan de volgende criteria:
37
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Weiteveen, Schoonebeekerveld-West (vastgesteld)
1. Woonsituatie Ten aanzien van de woonsituatie dient rekening gehouden te worden met het in stand houden en/ of garanderen van een goede woonsituatie, hierbij dient gelet te worden op: I de verkeersaantrekkende werking en de parkeerbehoefte; II. overlast door lawaai, stank en/of trillingen; III. de lichttoetreding/bezonning ten opzichte van (bebouwing op) aangrenzende gronden: i IV. het uitzicht; V. de aanwezigheid van voldoende privacy. 2. Straat- en bebouwingsbeeld In het belang van een verantwoorde, evenwichtige en samenhangende stedenbouwkundige en architectonische inpassing dient aandacht gegeven te worden aan: I. een goede verhouding tussen bouwmassa's en open ruimte, (landschappelijke inpassing); II. de verhouding tussen de hoogte breedte van gebouwen; III. gevelbeelden; IV. de samenhang van de bouwvorm met nabij gelegen bebouwing; V. de hoogtedifferentiatie; VI. de situering van gebouwen op het perceel; VII. de geleding van de gebouwen indien de oppervlakte meer dan 1.000 meter² bedraagt. 3. Culthuurhistorie I. cultuurhistorische waarden en archeologische waarden; 4. Verkeersveiligheid Ten waarborging van verkeersveiligheid dient rekening gehouden te worden met: I. v erkeersaantrekkende werking, toename van de verkeersintensiteit en de parkeerbehoefte; II. overlast door lawaai, stank en/of trillingen; III. benodigde uitzichthoeken van wegen; IV.
de aansluiting van in- en uitritten op de openbare weg; V. de gevolgen voor het zicht op de openbare weg en of fiets- en voetpaden; VI. de aanwezigheid van voldoende laad- en losruimte. 5. Sociale veiligheid Ter waarborging en ter voorkoming van een ruimtelijke situatie die onoverzichtelijk, onherkenbaar en niet-sociaal controleerbaar is dient rekening gehouden te worden: I. de mogelijkheden voor de verbetering van toezicht op en de overzichtelijkheid en toegankelijkheid van een sociaal onveilige plek; II. de mate waarin de toezicht op en de overzichtelijkheid en toegankelijkheid van een openbare ruimte wordt ingeperkt. 6. Brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding Ten aanzien van de brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding dient rekening gehouden te worden met de volgende aspecten: I. aanwezigheid van kwetsbare objecten; II. de aanwezigheid en routering van vluchtwegen; III. de bereikbaarheid van de bouwwerken; IV. de beschikbaarheid en bereikbaarheid van adequate blusmiddelen.
38
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Weiteveen, Schoonebeekerveld-West (vastgesteld)
7. Milieusituatie Ter waarborging en ter voorkoming van een milieukundig ongewenste situatie als gevolg van een ruimtelijke ingreep dient rekening gehouden te worden met: I. de mate van hinder voor de omliggende functies; II. de gevolgen voor de externe veiligheid; III. de gevolgen van de aanwezigheid van gevoelige functies voor de hinderlijke functies; IV. de gevolgen voor flora en fauna in relatie met de omgeving; V. de gevolgen voor de bodemkwaliteit; VI. de gevolgen voor de (grond)waterkwaliteit; VII. de situering van gebouwen ten opzichte van het water. 8. Gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen Ter voorkoming van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de zich daarop bevindende bouwwerken is het niet toegestaan op enig terrein zodanig te bouwen, dat daardoor op een aangrenzend terrein, waarvan de toestand op dat moment overeenkomt met het plan, een situatie zou ontstaan die niet meer overeenkomt met het plan of waardoor een reeds bestaande afwijking van het plan zou worden vergroot.
De bevoegdheid ex. artikel 3.6 Wro om het bestemmingsplan te wijzigen ligt eveneens bij burgemeester en wethouders. De wijzigingsbevoegdheid maakt een wijziging van een bestemming in een andere bestemming mogelijk. Voor de wijzigingsbevoegdheid geldt dat deze niet kan worden uitgevoerd, voordat onderzoek is uitgevoerd. Dit biedt de mogelijkheid om nader onderzoek zoveel mogelijk op de concrete situatie af te stemmen. Bescherming van waarden Om bepaalde natuurlijke, landschappelijke en/of cultuurhistorische en archeologische waarden te beschermen is in de volgende regels een omgevingsvergunningenstelsel opgenomen: 'Natuur - Veengebieden en Beekdalen', 'Waarde - Archeologie 4' en 'milieuzone - hydrologisch aandachtsgebied'' . Daardoor wordt de uitvoering van bepaalde activiteiten die niet altijd en overal in strijd met de onderkende waarden behoeven te zijn - aan bepaalde voorwaarden gebonden. Het stelsel biedt het college de mogelijkheid om de toelaatbaarheid van bepaalde activiteiten en gebruiksvormen per geval na te gaan en eventueel aan de uitvoering bepaalde eisen te stellen. Het moet daarbij gaan om activiteiten die op basis van de doeleindenomschrijving van het betreffende artikel mogelijk zijn, maar waarvoor een nadere afweging omtrent de toelaatbaarheid is gewenst. Normale onderhoudswerkzaamheden kunnen zonder vergunning uitgevoerd worden.
Daarom is bij alle omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden en aangegeven dat normale onderhoudswerkzaamheden niet onder de vergunningsplicht vallen. In de praktijk kan het lastig zijn om te bepalen of een bepaalde activiteit als "normaal onderhoud" kan worden aangemerkt. In ieder geval zal het bij "normale onderhouds- c.q. exploitatiewerkzaamheden" moeten gaan om werkzaamheden die ter plaatse regelmatig terugkeren, teneinde tot een goed beheer van de gronden te komen. Incidentele ingrepen zoals bijvoorbeeld de cultuurtechnische situatie kunnen niet onder normale onderhoudswerkzaamheden begrepen worden. Ook werkzaamheden die een onherstelbare aantasting betekenen van de aan een gebied toegekende waarde zullen niet als "normaal" beschouwd kunnen worden. Opzet regels
39
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Weiteveen, Schoonebeekerveld-West (vastgesteld)
De planregels van dit bestemmingsplan zijn opgedeeld in vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1. Inleidende regels; Hoofdstuk 2. Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3. Algemene regels; Hoofdstuk 4. Overgangs- en slotregels. De inhoud van de verschillende hoofdstukken wordt als volgt toegelicht:
5.3.1
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
In hoofdstuk 1 worden diverse begrippen welke in de planregels worden gehanteerd nader verklaard. Dit om mogelijke interpretatieproblemen te voorkomen. Daarnaast wordt aangegeven op welke wijze bepaalde afmetingen dienen te worden gemeten. Artikel 1 Begrippen De begripsbepalingen in artikel 1 zijn noodzakelijk bij de interpretatie van de regels. In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. De begrippen die hierin zijn opgenomen zijn terug te vinden in de bestemmingsbepalingen. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor zover geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normaal spraakgebruik. Met uitzondering van de eerste twee begrippen (plan en bestemmingsplan) zijn de begrippen alfabetisch gerangschikt. De begrippen zijn zoveel mogelijk gebaseerd op vaste jurisprudentie. In de loop der tijd hebben de meeste begrippen zich ontwikkeld tot een standaard, waarvan ook in dit bestemmingsplan gebruik is gemaakt. Artikel 2 Wijze van meten De bepalingen over de wijze van meten zijn in artikel 2 opgenomen. Dit artikel geeft aan hoe de hoogte- en andere maten die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden.
5.3.2
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
In hoofdstuk 2 worden artikelsgewijs de op de verbeelding aangegeven (dubbel)bestemmingen omschreven en wordt toegelicht op welke wijze de gronden en opstallen gebruikt mogen worden. Behalve bestemmingen en dubbelbestemmingen zijn binnen het bestemmingsplan aanduidingen te onderscheiden. Deze aanduidingen bevatten specificaties van bestemmingen en dubbelbestemmingen met betrekking tot gebruik of bouwen. Artikel 3 Natuur - Veengebieden en Beekdalen Deze gronden zijn onder meer bestemd voor natuurgebieden en het behoud en herstel van de landschappelijke waarden. Tevens is extensief recreatief medegebruik toegestaan. Bestaande recreatieve functies zoals fiets- en voetpaden maken deel uit van de bestemming. In de bestemming is een regeling opgenomen voor een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde. Hiermee kunnen o.a. nieuwe
40
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Weiteveen, Schoonebeekerveld-West (vastgesteld)
fietspaden een dergelijke worden aangelegd, en kunnen nieuwe sloten worden gegraven. De voorwaarden waaraan getoetst moet worden zijn in de planregels aangegeven.
Artikel 4 Waarde - Archeologie 4 Dit betreft een dubbelbestemming. Dubbelbestemmingen worden opgenomen als meerdere functies onafhankelijk van elkaar op dezelfde plaats voorkomen. In feite betreft het hier twee (of meer) afzonderlijke bestemmingen voor één (deel van een) gebied. Daar waar een dubbelbestemming is gelegen, geldt zowel de bepaling van de betreffende (hoofd)bestemming als de bepaling zoals gesteld in de dubbelbestemming. Aan een dubbelbestemming bestaat behoefte, wanneer een bestemming onvoldoende recht doet aan de functies/gebruiksdoelen die op de betrokken gronden toelaatbaar (moeten) zijn of wanneer ruimtelijk relevante belangen veilig moeten worden gesteld die niet of onvoldoende met een bestemming kunnen worden gewaarborgd. Dubbelbestemmingen hebben voorrang op de hoofdbestemmingen. Dit betekent dat bepalingen van bestemmingen alleen van toepassing zijn als deze niet strijdig zijn met bepalingen die horen bij dubbelbestemmingen. Door deze dubbelbestemmingen worden beperkingen opgelegd aan onderliggende (hoofd) bestemmingen. In de bestemmingsomschrijving van de dubbelbestemming worden niet alle doeleinden opnieuw genoemd maar alleen die waarvoor de dubbelbestemming is opgenomen.
Voor gronden binnen categorie 4 geldt dat archeologisch onderzoek nodig is om vast te stellen of er waarden aanwezig zijn en of deze behoudenswaardig zijn. Om de archeologische waarden te beschermen is in de regels een omgevingsvergunningenstelsel opgenomen. Daardoor wordt de uitvoering van bepaalde activiteiten aan bepaalde voorwaarden gebonden. Het stelsel biedt het college de mogelijkheid om de toelaatbaarheid van bepaalde activiteiten en gebruiksvormen per geval na te gaan en eventueel aan de uitvoering bepaalde eisen te stellen. Het moet daarbij gaan om activiteiten die op basis van de doeleindenomschrijving van het betreffende artikel mogelijk zijn, maar waarvoor een nadere afweging omtrent de toelaatbaarheid is gewenst. Voor terreinen binnen "Waarde Archeologie 4" is algemeen aanvaard dat een minimumoppervlak voor bodemverstoringen geldt van 1.000 m2 en een bouwvoordiepte van 30 cm (30 cm +10 cm principe). Binnen deze bestemming is tevens een wijzigingsbevoegdheid opgenomen, waarin overeenkomstig artikel 3.6 van de Wro Burgemeester en Wethouders de dubbelbestemming kunnen laten vervallen of alsnog aan de gronden de dubbelbestemming kunnen toekennen.
5.3.3
Hoofdstuk 3 Algemene regels
Hoofdstuk 3 van de regels bevat bepalingen die van toepassing zijn op meerdere bestemmingen, zodat het uit praktische overwegingen de voorkeur verdient deze in afzonderlijke artikelen onder te brengen.
Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Met dit artikel wordt voorkomen dat meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt. Dit is bijvoorbeeld mogelijk als (onderdelen van) bouwpercelen van eigenaars in maatvoering verschillen en wisselen. Door verwerving van een extra (bouw)perceel of een gedeelte daarvan, kunnen de gronden niet meegenomen worden met de berekening van de 41
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Weiteveen, Schoonebeekerveld-West (vastgesteld)
bouwmogelijkheden van het nieuwe perceel als de nieuw verworven gronden reeds meegenomen zijn bij de berekening van een eerdere bouwplannen. Het is dus niet toegestaan gronden twee keer in te zetten om een omgevingsvergunning te verkrijgen. Artikel 6 Algemene bouwregels In dit zijn regels opgenomen voor het bouwen van ondergeschikte bouwonderdelen. De genoemde onderdelen mogen de in de regels bepaalde maximale bouwhoogte overschrijden met de in artikel genoemde maten. Hiervoor is bewust gekozen omdat dit duidelijkheid en enige vrijheid aan ontwerpers biedt. Artikel 7 Algemene gebruiksregels Dit artikel bevat de parkeerregeling en laad- en losplaatsenregeling bij gebruik van gronden en bouwwerken. Deze regeling is overgenomen uit het Parapluplan Parkeernormen gemeente Emmen. Op basis van de huidige wet- en regelgeving kan op relatief eenvoudige wiijze het gebruik van een bestaand pand worden gewijzigd. Wijziging van het gebruik van een pand of gronden kan van (grote) invloed hebben op de parkeersituatie. Deze regeling bepaalt dat ingeval van wijziging van het gebruik de gemeente eisen kan stellen aan de parkeernormen en laad- en losplaatsen. De regeling is flexibel zodat per concreet geval kan worden bekeken of er sprake is van voldoende parkeergelenheid. en laad- en losplaasten.
Bij de bepaling van het "voldoende parkeergelegenheid" en "voldoende laad- en losplaatsen" dient de normering van de meest recente pakeervisie c.q -parkeernota te worden gehanteerd. Wanneer daarin uitgegaan wordt van brandbreedtes, dient te worden uitgegaan van de gemiddelde parkeernorm van het betreffende gebruik. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning kan hiervan gemotiveerd worden afgeweken. Dit geldt ook voor het aantal los- en laadplaatsen. Artikel 8 Algemene aanduidingsregels Binnen dit artikel zijn 2 gebiedsaanduidingen opgenomen. Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - hydrologisch aandachtsgebied' zijn de gronden, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de waterhuishouding van het natuurgebied Bargerveen.Binnen de milieuzone geldt een omgevingsvergunningenstelsel voor het wijzigen van het waterpeil, het aanleggen van drainage en/of het graven en/of dempen van sloten. Tevens is, met het oog op verdroging, het bebossen van gronden en boomteelt of fruitteelt gekoppeld aan een omgevingsvergunning. In het bestemmingsplan is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor wijzigen of verwijderen van de gebiedsaanduiding van de verbeelding indien daartoe als gevolg van wijziging in gebruik, regelgeving of vergunningverlening aanleiding toe bestaat.
Ter plaatse van de 'wetgevingzone - wijzigingsgebied 1' bestaat de mogelijkheid om nieuwe NAM-leidingen en nieuwe NAM-wegen aan te leggen.
Artikel 9 Algemene afwijkingsregels Afwijkingsregels zijn regels waardoor aan de bestemmingsbepalingen de nodige extra flexibiliteit wordt meegegeven. Toestemming voor afwijking gebeurt door het verlenen van een omgevingsvergunning. Het college van burgemeester en wethouders kan bijvoorbeeld een omgevingsvergunning verlenen voor het 10 % vergroten van de bouwmogelijkheden voor
42
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Weiteveen, Schoonebeekerveld-West (vastgesteld)
goot- en nokhoogte.
Artikel 10 Overige regels In dit artikel is opgenomen dat ingeval van een bouwactiviteit de gemeente eisen kan stellen aan de parkeernormen en laad- en losplaatsen. De regeling is flexibel zodat per concreet geval kan worden bekeken of er sprake is van voldoende parkeergelenheid en/flaad- en losplaatsen.
5.3.4
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
Dit hoofdstuk bestaat uit 2 artikelen, de eerste is het overgangsrecht ten aanzien van gebruik en bebouwing en de tweede de slotregel waarin de citeertitel van het bestemmingsplan wordt aangehaald. Artikel 11 Overgangsrecht regelt het overgangsrecht ten aanzien van legaal bestaand gebruik en legale bestaande bouwwerken die afwijken van de (nieuwe) bestemming. Het overgangsrecht beschermt de gevestigde belangen of rechten bij een nieuwe, van de bestaande situatie afwijkende regeling. Dit betekent dat bestaand gebruik en bestaande bouwwerken welke in strijd zijn met het nieuwe bestemmingsplan, maar reeds aanwezig was ten tijde van de voorgaande plannen, onder voorwaarden, mag worden voortgezet, met als doel het uiteindelijk beëindigen van de afwijkende situatie. Voorheen illegale bebouwing en illegaal gebruik worden met het overgangsrecht niet gelegaliseerd. Artikel 12 Slotregel is de Slotregel van het bestemmingsplan. In dit artikel wordt aangegeven op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald. In dit geval kunnen de regels van het bestemmingsplan aangehaald worden als "Regels van het bestemmingsplan Buitengebied, Weiteveen, Schoonebeekerveld-West". 5.4
Handhaving
In dit bestemmingsplan heeft actueel beleid zijn doorwerking in de regels gekregen. Hierdoor is het juridisch kader van het bestemmingsplan voor gemeente als publiek beter toepasbaar geworden. Van de gemeente mag verwacht worden dat opgetreden wordt als de regels van het bestemmingsplan niet worden nageleefd. Bestemmingsplannen zijn immers bindend voor overheid en publiek ter bescherming van een goede ruimtelijke kwaliteit en een veilige leefomgeving. Het college van de gemeente Emmen heeft het beleidsplan Vergunningverlening Toezicht en Handhaving (VTH) vastgesteld. Dit beleidsplan VTH beschrijft de visie en ambitie op het terrein van de gemeentelijke VTH-taken, waaronder ook valt het toepassen en naleven van de regels in het bestemmingsplan. Daarnaast geeft het beleidsplan VTH invulling aan de wettelijke plicht om vastgesteld VTH-beleid te hebben. Voor wat betreft handhaving kan de gemeente onmogelijk continu alles controleren. De gemeente vertrouwt erop dat inwoners en bedrijven de regels naleven en zij er alles aan doen om risico's en nadelige effecten voor de maatschappij te voorkomen. Risico's bepalen de inzet van de beschikbare capaciteit. Op basis van kennis en ervaring is vastgesteld welke bedrijfscategorieën en activiteiten het grootste risico vormen voor fysieke veiligheid, leefbaarheid, volksgezondheid, milieu en imago.
Deze uitgangspunten zijn gebruikt bij het opstellen van dit bestemmingsplan en worden ook toegepast bij de naleving van de regels van het bestemmingsplan.
43
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Weiteveen, Schoonebeekerveld-West (vastgesteld)
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Ten behoeve van de onderhavige ontwikkeling zijn er (digitale) presentaties gegeven op bewonersavonden van Weiteveen en (Nieuw-)Schoonebeek. Verder hebben er keukentafelgesprekken plaatsgevonden met belanghebbenden en wordt op reguliere basis middels bewonersbrieven, flyers en via de website gecommuniceerd met de omgeving.
In het kader van het wettelijke verplichte overleg op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het voorontwerp bestemmingsplan voorgelegd aan de gebruikelijke partners, waaronder de provincie Drenthe, waterschap Vechtstromen en overige organisaties. EOP Nieuw-Schoonebeek heeft één reactie gestuurd, welke zonder inhoudelijke inpassing beantwoord kon worden. Het waterschap heeft tevens een reactie verzonden, waarna paragraaf 4.4 Water inhoudelijk is gewijzigd.
Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 12 mei 2021 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn is een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan ingebracht. De zienswijze heeft niet geleidt tot aanpassing van het bestemmingsplan. De Nota van beantwoording zienswijze is als bijlage opgenomen in de toelichting. Bijlage 8 PM 6.2
Economische uitvoerbaarheid
Afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening verplicht de gemeente tot het verhalen van kosten bij grondexploitatie via een exploitatieplan, tenzij kostenverhaal anderszins is verzekerd. Dit exploitatieplan moet worden vastgesteld als er gronden worden betrokken waarop een bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening is voorzien. In afwijking hierop kan de gemeenteraad bij een besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd is. Het voorliggende plan betreft het initiatief van de provincie Drenthe. De kosten voor de uitvoering van het project, de aanschaf van de percelen en de treffen maatregelen ten behoeve van het beheer van het natuurgebied, zijn voor rekening van de initiatiefnemer en het vaststellen van een exploitatieplan is niet noodzakelijk. Wel zullen de gebruikelijke leges in rekening worden gebracht.
44
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Weiteveen, Schoonebeekerveld-West (vastgesteld)
Regels
45
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Weiteveen, Schoonebeekerveld-West (vastgesteld)
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan:
het bestemmingsplan Buitengebied, Weiteveen, Schoonebeekerveld-West met identificatienummer NL.IMRO.0114.2021004-B701 van de gemeente Emmen; 1.2
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3
aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4
aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5
ander(e) bouwwerk(en):
een bouwwerk, geen gebouw zijnde; 1.6
andere werk(en):
een werk, geen bouwwerk zijnde 1.7
bebouwing:
één of meer gebouwen en/ of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.8
bebouwingsgrens:
een op de verbeelding aangegeven grens die, door gebouwen niet mag worden overschreden, behoudens overschrijdingen die krachtens deze regels zijn toegestaan; 1.9
bestaand:
bestaand ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan; 1.10
bestaande bebouwing:
bebouwing aanwezig op de eerste dag van de terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan; 1.11
bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak; 1.12
bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.13
bodemingreep:
werken of werkzaamheden die een bodemverstorende werking kunnen hebben op het aanwezige (archeologische) bodemarchief; 1.14
boomteelt:
de teelt van heesters en/of bomen op open grond;
46
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Weiteveen, Schoonebeekerveld-West (vastgesteld)
1.15
bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.16
bouwgrens:
de grens van een bouwvlak; 1.17
bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.18
bouwperceelgrens:
een grens van een bouwperceel; 1.19
fruitteelt:
de teelt van fruit aan opgaande houtige gewassen op open grond; 1.20
gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.21
geometrische plaatsbepaling:
locatie van een ruimtelijk object, vastgelegd in een ruimtelijk referentiesysteem; 1.22
groenvoorziening:
een (openbaar)gebied, dat is ingericht als berm, park, groenstrook, beplantingsstrook, grasveld, plantsoen, sport- en speelveldjes en dergelijke, welke voor het gehele jaar of een groot deel van het jaar voor het publiek algemeen toegankelijk moet zijn; 1.23
landschappelijke waarden:
de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak (geomorfologisch, hydrologisch, ecologisch, cultuurhistorisch en landschappelijk-esthetische); 1.24
natuurlijke waarde:
de aan een gebied toegekende waarde gekenmerkt door geologische, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang; 1.25
nutsvoorzieningen/ of nutsbedrijven en semi-openbare nutsvoorzieningen:
voorzieningen ten dienste van openbare en semi-openbare nut, zoals transformatorgebouwen, telefooncentrales, telecommunicatie, alarmeringsystemen, riolering, rioolgemalen, waterzuivering, de levering van elektriciteit, gas, water en warmte, voorzieningen voor de waterhuishouding en naar aard van nutsvoorzieningen of daarmee gelijk te stellen overige voorzieningen; 1.26
perceelsgrens:
de lijn, welke de scheiding vormt tussen twee bouwpercelen of tussen een bouwperceel en een aangrenzend terrein; 1.27
recreatief medegebruik:
een recreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming;
47
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Weiteveen, Schoonebeekerveld-West (vastgesteld)
1.28
seizoen standplaatsen:
het vanaf een (vaste) aangewezen plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van seizoensproducten of het anderszins aanbieden van goederen en diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel; 1.29
standplaats:
het vanaf een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopenof afleveren van goederen of het anderszins aanbieden van goederen en diensten, gebruikmakendvan fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. Een standplaats is geen kiosk of een ander bouwwerk dat aard- en nagelvast is en waarvoor een bouwvergunning nodig is; 1.30
straat- en bebouwingsbeeld:
de waarde van een gebied in stedenbouwkundige zin, die wordt bepaald door de mate van samenhang in aanwezige bebouwing, daarbij in het bijzonder gelet op een goede verhouding tussen bouwmassa en open ruimte, een goede hoogte- en breedte verhouding tussen de bebouwing onderling en de samenhang in bouwvorm en ligging tussen bebouwing die ruimtelijk op elkaar georiënteerd is; 1.31
tijdelijke standplaats:
het vanaf een tijdelijke of vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen of het anderszins aanbieden of promoten van goederen, diensten en ideeën gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel; 1.32
vaste standplaats:
het vanaf een vaste aangewezen plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaatste koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen of het anderszins aanbieden van goederen en diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. Een standplaats is geen kiosk of een ander bouwwerk dat aard-en nagelvast is en waarvoor een bouwvergunning nodig is; 1.33
waterhuishoudkundige voorzieningen:
voorzieningen ten dienste van de waterhuishouding waaronder wadi's, waterlopen, waterpartijen, watergangen, dammen, sluizen, duikers, retentiebekkens, vijvers; 1.34
wro- zone- wijzigingsgebied:
de op de verbeelding blijkens de daarop voorkomende verklaring aangegeven gebieden, waarvoor aanvullende bepalingen gelden.
48
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Weiteveen, Schoonebeekerveld-West (vastgesteld)
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
de bebouwing op de verbeelding:
de op de verbeelding aangegeven (kadastrale) bebouwing wordt als illustratief beschouwd; 2.2
de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3
de goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.4
de inhoud van een bouwwerk:
tussen de bovenzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.5
de oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.6
het peil:
het peil overeenkomstig de bouwverordening, danwel indien geen peil overeenkomstig de bouwverordening is vast te stellen, de hoogte van het afgewerkte bouwterrein, indien in of op het water wordt gebouwd, dan het Normaal Amsterdams Peil of een ander plaatselijk waterpeil aan te houden.
49
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Weiteveen, Schoonebeekerveld-West (vastgesteld)
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Natuur - Veengebieden en Beekdalen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Natuur - Veengebieden en Beekdalen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. natuurgebieden; b. behoud en herstel van de landschappelijke en natuurlijke waarden; c. extensief recreatief medegebruik; d. water; e. groenvoorzieningen; f. fiets- en voetpaden; g. de realisatie en instandhouding van zandleemkades; met bijbehorende: h. andere bouwwerken; i. toegangswegen in- en uitritten; j. sport en speelgelegenheden; k. nutsvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen. 3.2
Bouwregels
3.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. de bouwhoogte van gebouwen mag maximaal 6 meter bedragen, danwel ten hoogste de bestaande bouwhoogte; c. de goothoogte van gebouwen mag maximaal 3 meter bedragen, danwel ten hoogste de bestaande goothoogte; 3.2.2 Andere bouwwerken Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van erf-en terreinafscheidingen mag maximaal 1 meter bedragen; b. de bouwhoogte van een ander bouwwerk mag maximaal 6 meter bedragen en maximaal 15 m² vloeroppervlak beslaan; 3.3
Nadere eisen
3.3.1 Bevoegdheid Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de gebouwen, wat betreft: a. de woonsituatie; b. het straat- en bebouwingsbeeld; c. cultuurhistorie; d. verkeersveiligheid; e. sociale veiligheid; f. brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding; g. milieusituatie; h. de gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen.
50
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Weiteveen, Schoonebeekerveld-West (vastgesteld)
3.4
Afwijken van de bouwregels
3.4.1 Bevoegdheid Burgemeester en Wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. artikel 3.2.1 onder a en toestaan dat gebouwen ten behoeve van beheer en onderhoud worden gerealiseerd, waarbij de volgende bepalingen gelden: 1. de oppervlakte van een gebouw bedraagt maximaal 50 m 2 ; 2. de hoogte van een gebouw bedraagt maximaal 3,5 m. b. artikel 3.2.2 onder a en toestaan dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen langs de openbare weg maximaal 2 meter mag bedragen; 3.4.2 Afweging a. De toepassing van de in artikel 3.4.1 genoemde afwijkingen is beperkt tot incidentele gevallen, waarbij het functioneren van de bestemming begrepen doeleinden en omliggende bestemmingen niet mag worden aangetast; b. In de afweging omtrent verlening van afwijking dient in ieder geval rekening worden gehouden met belangen uit agrarisch-, ruimtelijk-, landschappelijk-, cultuurhistorisch, verkeerstechnisch-, milieuhygiënisch, archeologisch- en ecologisch oogpunt, het functioneren van het watersysteem, de woonsituatie, het straat- en bebouwingsbeeld, mogelijke onevenredige aantasting van de leefbaarheid en gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken. c. De aspecten stedenbouwkundige structuur, landschap en cultuurhistorie worden beschreven in Bijlage 1 van de planregels "De Gemeente Emmen in het perspectief van het landschap".
Deze bijlage wordt betrokken bij de onder b genoemde afweging voor wat betreft de aspecten stedenbouw, landschap en cultuurhistorie; d. Indien de genoemde waarden en of belangen onevenredig worden geschaad wordt de afwijking niet verleend. e. Voorzover voor meerdere activiteiten een afwijking benodigd is en deze in één plan zijn ondergebracht, worden deze in zijn geheel in de beoordeling betrokken; 3.5
Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het bebossen van gronden; b. het gebruik van gronden en opstallen behoeve van vaste standplaatsen, tijdelijke standplaatsen of seizoenstandplaatsen. 3.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.6.1 Verboden werkzaamheden Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van Burgemeester en Wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. Het ophogen, ontgronden, egaliseren, ontginnen van de bodem; b. Het aanleggen, verbreden, of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheden; c. Het aanbrengen van overige oppervlakteverhardingen, met een oppervlakte van meer dan 100 m 2 ; d. Het aanleggen, verbreden, verdiepen, en dempen van sloten, wijken en andere wateren; e. Het aanbrengen of verwijderen van ondergrondse leidingen en daarmee verband houdende constructies; f. Het bebossen van gronden, met een oppervlakte van meer dan 1 hectare; 51
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Weiteveen, Schoonebeekerveld-West (vastgesteld)
3.6.2 Toegestane werkzaamheden Het verbod als bedoeld in artikel 3.6.1 is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden die: a. Noodzakelijk zijn in verband met het op de bestemming gerichte beheer of gebruik van de grond; b. Al in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; c. Mogen worden uitgevoerd krachtens een al verleende vergunning. d. Strekken ten uitvoering van de vastgestelde instandhoudingsdoeleinden en beheersdoelstellingen 3.6.3 Combinaties Voor zover voor meerdere werken en/of werkzaamheden vergunningen worden gevraagd en deze in één (inrichtings)plan zijn ondergebracht, wordt dit in zijn geheel in de beoordeling betrokken. 3.6.4 Toetsingscriteria Bij de afweging omtrent verlening van de vergunning wordt de landschappelijke waarde, zoals weergegeven in Bijlage 1van de planregels "De Gemeente Emmen in het perspectief van het landschap" betrokken.
3.6.5 Voorwaarden De artikel 3.6.1 bedoelde vergunning wordt niet verleend indien het werk of de werkzaamheid plaatsvindt met het oog op het ontwikkelen of versterken van natuurwaarden in een nieuw natuurgebied en door de uitvoering op directe of indirecte wijze aantoonbare afbreuk wordt of zou worden gedaan aan de agrarische bedrijfsvoering op aangrenzende of nabijgelegen percelen, dan wel aantoonbare schade of nadeel aan nabijgelegen agrarische bedrijven en/of de landbouwfunctie wordt of zou worden gedaan. 3.6.6 Weigering De in artikel 3.6.1 bedoelde vergunning wordt in ieder geval geweigerd wanneer de voorgenomen werken, of werkzaamheden de waarden van een gebied zodanig zullen aantasten of de mogelijkheden tot herstel daarvan zodanig zullen verkleinen, dat dit niet door het stellen van voorwaarden aan de vergunning kan worden voorkomen.
52
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Weiteveen, Schoonebeekerveld-West (vastgesteld)
Artikel 4 4.1
Waarde - Archeologie 4
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. terreinen van middelhoge of hoge archeologische verwachtingen. 4.2 Omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk 1. De aanvrager van een omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, die betrekking heeft op gronden, die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Waarde - Archeologie 4', legt een rapport over waarin de archeologische waarde, van het terrein dat mogelijk zal worden verstoord, in voldoende mate is vastgesteld. 2. Burgemeester en wethouders verlenen de vergunning indien naar hun oordeel uit het rapport als bedoeld in 4.2 onder 1 blijkt dat: a. er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; b. schade door de bouwactiviteiten kan worden voorkomen- of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de vergunning verbonden voorschriften. 3. In de situatie als bedoeld in het 4.2 onder 2b, kunnen B&W de volgende voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c.
de verplichting de uitvoering van de werken of werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door B&W bij de vergunning te stellen kwalificaties. In de voorschriften wordt geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de werkzaamheden of werken. 4. Artikel 4.2 onder 1 is niet van toepassing indien de aanvraag betrekking heeft op: a. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; b. een of meer bouwwerken waarvan de totale oppervlakte kleiner is dan 1000 m², waarbij het gaat om een totaal aan te verstoren bodemoppervlak binnen een plangebied of bouwvlak van een samenhangend project dat niet opgedeeld kan worden in deeluitwerkingen; c. een bouwwerk dat uitsluitend voor archeologisch onderzoek is bestemd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m. 5. Op een aanvraag die betrekking heeft op een terrein waarvoor reeds eerder een omgevingsvergunning is afgegeven zoals bedoeld in 4.2 onder 1, waaraan voorschriften zijn verbonden zoals bedoeld in het 4.2 onder 3, is 4.2 onder 4 sub b en c niet van toepassing.
Burgemeester en wethouders kunnen in een zodanig geval bepalen dat de aanvrager een nieuw rapport moet overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag mogelijk zal worden verstoord, in voldoende mate is vastgesteld. Artikel 4.2 onder 2 en 3 zijn van overeenkomstige toepassing.
53
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Weiteveen, Schoonebeekerveld-West (vastgesteld)
4.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.3.1 Verboden werkzaamheden Ongeacht het bepaalde in de regels bij andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemmingen, is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. bodemingrepen met een oppervlakte van meer dan 1000 m 2 en dieper dan 30 cm. 4.3.2 Toegestane werkzaamheden Het verbod als bedoeld in artikel 4.3.1 is niet van toepassing op: a. werken en/of werkzaamheden die drainage betreffen; b. werken en/of werkzaamheden die normaal onderhoud en beheer betreffen; c. bodemingrepen tot een diepte van ten hoogste 30 cm; d. bodemingrepen met een oppervlakte tot ten hoogste 1000 m 2 ; e. niet-bodemkerende werkzaamheden ten behoeve van het verbeteren van de verdichte bodemstructuur (niet-kerend woelen) tot ten hoogste 10 cm onder de bouwvoor (de zogenaamde woellaag); f. werken en/of werkzaamheden die al in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; g. werken en/of werkzaamheden die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning of een ontgrondingvergunning; h. werken en/of werkzaamheden die ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd.
4.3.3 Combinaties Voor zover voor meerdere werken en / of werkzaamheden vergunningen worden gevraagd en deze in één (inrichtings)plan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken. 4.3.4 Onderzoek De aanvrager van een omgevingsvergunning legt een rapport over waarin de archeologische waarde van het terrein is vastgesteld. Alvorens tot onderzoek over te gaan kan de archeologische deskundige advies worden gevraagd omtrent de noodzaak tot onderzoek. Indien deze schriftelijk heeft verklaard dat een onderzoek niet noodzakelijk is, vervalt de verplichting tot onderzoek. 4.3.5 Voorwaarden verlening De in artikel 4.3.1 bedoelde omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt verleend als: a. de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van B&W in voldoende mate is vastgesteld; b. er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; c. schade door de werkzaamheden of werken kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften; d. de archeologische deskundige aan B&W positief heeft geadviseerd omtrent het uitvoeren van de omgevingsvergunning.