Bijlage bij RA21.0067 - Nota van beantw. zienswijzen best. Emmen, aardgas- en waterstofleiding (RIS.10319)
Tekst van het document
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI – Emmtec’ Het ontwerpbestemmingsplan ‘Emmen, aardgas- en waterstofleiding GZI – Emmtec’ met planidentificatienummer ‘NL.IMRO.0114. 2019012-B501’ heeft vanaf 19 mei 2021 zes weken ter inzage gelegen voor het indienen van zienswijzen. Tijdens deze termijn zijn 5 zienswijzen ingekomen. De zienswijzen zijn ontvangen binnen de wettelijke termijn overeenkomstig afdeling 3.4 artikel 3:16 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en zijn dus ontvankelijk. Zienswijzen zijn openbaar. Maar op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) moeten de namen en adressen van indieners, als het geen bedrijven of instellingen zijn, in vrij toegankelijke digitale documenten worden geanonimiseerd. Om kennis te nemen van de namen van de indieners van de zienswijzen is aan het raadsbesluit een appendix toegevoegd met naam en toenaam. Deze appendix maakt onderdeel uit van het raadsbesluit bij het bestemmingsplan maar zal niet digitaal bekend worden gemaakt. De appendix wordt geanonimiseerd voor documentversies die openbaar via internet toegankelijk zijn. Tabel indieners zienswijzen (geanonimiseerd):
1
Zaaknr. 97398-2019
2 3 3 4
97398-2019 97398-2019 97398-2019 97398-2019
Naam Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe Veiligheidsregio Drenthe Provincie Drenthe Tennet geanonimiseerd
Adres Postbus 1017
Postcode 9400 BA
Plaats ASSEN
Postbus 402 Postbus 122 Postbus 718
9400 AK 9400 AC 6800 AS
ASSEN ASSEN ARNHEM
In deze Nota van beantwoording zijn de zienswijzen samengevat weergegeven (A). Daarna is op de zienswijze ingegaan (B). Vervolgens is aangegeven of de zienswijze wel of niet heeft geleid tot een aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan (C).
1. A1
B1
C1 2. A2.
B2.
C2. 3. A3.
Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe (RUD) De RUD vraagt of rekening is gehouden met de ligging van de bestaande bouwvlakken in de omgeving? Verder wordt opgemerkt dat de belemmeringenstrook aan weerszijden van beide leidingen 5 meter is uit van uit het hart gemeten. Liggen op een deel van het tracé de leidingen boven elkaar? Dit blijkt niet uit de toelichting. Er is rekening gehouden met de bestaande bouwvlakken. De leidingen met bijbehorende belemmeringenstroken c.q. dubbelbestemmingen liggen hier deels boven elkaar om ter plaatse van de Jules Verneweg de relatief krappe bocht te kunnen maken zonder de omliggende bebouwing te belemmeren. De toelichting van het bestemmingsplan wordt op dit punt aangevuld. De toelichting van het bestemmingsplan wordt aangevuld. De zienswijze leidt niet tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan. Veiligheidsregio Drenthe (VRD) De Veiligheidsregio Drenthe heeft een uitgebreide reactie waarbij ook wordt gereageerd op de Reactienota vooroverleg. De volgende maatregelen worden geadviseerd: 1. Uitsluiten (zeer) kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties binnen het invloedsgebied van de buisleidingen. 2. Gestalte geven aan risicocommunicatie. 3. Geen toename van het groepsrisico toe te staan bij (nieuwe of verandering) ontwikkelingen binnen het invloedsgebied. 4. Bereikbaar houden van het Bargermeerkanaal voor de hulpdiensten / brandweer 5.
Contact opnemen met GHOR/GGD betreffende capaciteit gezondheidszorg en slachtoffers/gewonden. 6. Voorbereidingen (plannen) met politie treffen t.a.v. afzetten Bargermeer Noord industrieterrein. 7. In het bestemmingsplan / omgevingsplan opnemen dat nieuwe bouwwerken/gebouwen bouwkundige brandwerende maatregelen dienen te treffen om de zelfredzaamheid te vergroten. Een voorbeeld hiervoor is opgenomen in het Bbl artikel 4.90 t/m 4.96. Tevens is misschien de mogelijkheid aanwezig om het voorschriftengebied in het aandachtsgebied op te nemen in het bestemmingsplan. Ad 1, 3; Het bestemmingsplan is getoetst aan de huidige wettelijke regelgeving zoals vastgelegd in het Bevi en Revi. Niet is aangeven dat het bestemmingsplan niet aan deze wettelijke bepalingen voldoet. Bij toekomstige ontwikkelingen dient rekening worden gehouden met de aanwezigheid van de nieuwe leidingen. Bij toekomstige (bouw)ontwikkelingen worden ook maatregelen ter vergroting van zelfredzaamheid meegenomen. Ad 2, 5 en 6; Met betrekking tot de leidingen zal de Gasunie de hulpdiensten vooraf informeren over relevante handelingen tijdens de aanleg en ingebruikname. Daarbij zal Gasunie bij de inrichting van werkterreinen ter plaatse van de in- en uittredepunten van de boringen ermee rekening houden dat het bedrijventerrein goed bereikbaar blijft. Externe veiligheid krijgt een belangrijke plaats in de Omgevingswet.
In het kader van het opstellen van de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan willen we graag met de VRD bekijken hoe we gezamenlijk invulling kunnen geven aan het aspect risicocommunicatie. Ad 4; Het bestemmingsplan wijzigt de bereikbaarheid van het Bargermeerkanaal voor de hulpdiensten / brandweer niet. Het onderhavige bestemmingsplan biedt geen bouwmogelijkheden, ter plaatse van de dubbelbestemmingen Leiding – Gas 1 en 2 geldt een bouwverbod. Ad 7; In de zienswijze wordt verwezen naar Besluit bouwwerken Leefomgeving. Dit besluit maakt deel uit van de nog in werking te treden Omgevingswet. We kunnen nu onder Wet ruimtelijke ordening niet toetsen aan en het van toepassing verklaren van nog inwerking te treden wet- en regelgeving. Het aangeven van aandachtsgebieden is dan ook niet mogelijk. De zienswijze leidt niet tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan. Provincie Drenthe De Provincie Drenthe geeft aan dat het provinciaal belang op een voldoende wijze in het plan is opgenomen.
B3. C3.
De reactie wordt voor kennisgeving aangenomen. De zienswijze leidt niet tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan.
4. A4.
Tennet Tennet geeft aan dat binnen het plangebied van het bestemmingsplan zich een bovengrondse en een ondergrondse 110.000 Volt hoogspanningsverbinding bevindt. TenneT wijst er op dat ze bij wet verantwoordelijk is voor het beheer, de werking, veiligheid en leveringszekerheid. Door deze rol had Tennet in de vooroverlegfase in het kader van artikel 3.1.1 van de Bro geconsulteerd moeten worden over het plan. Een toetsing aan de NEN3650-serie, meer specifiek de NEN3654 is noodzakelijk. Dit moet alsnog gebeuren. In paragraaf 5.3.4. van de plantoelichting is aangegeven dat de regels van de dubbelbestemmingen voor de leidingen voorrang hebben op die van de hoogspanningsverbindingen. Het is niet wenselijk dat de dubbelbestemming van de hoogspanningsverbinding ondergeschikt wordt gemaakt aan die van de nieuwe buisleidingen. Tennet geeft terecht aan dat de bovengrondse en een ondergrondse 110.000 Volt hoogspanningsverbinding het plangebied kruist en dat zij daarom in geconsulteerd moet worden. Inmiddels heeft op 1 september 2021 een overleg plaatsgevonden tussen de Gasunie en Tennet met betrekking tot de toetsing aan de NEN normen. Aan de normen kan worden voldaan. De technische uitvoerbaarheid is gewaarborgd. De tekst in paragraaf 5.3.4. van de plantoelichting heeft betrekking op voorrangsregeling voor de dubbelbestemmingen die in artikel 16.1 is opgenomen.
Gezien de afstemming die heeft plaatsgevonden tussen Tennet en de Gasunie en de regulering die geldt voor de enkelbestemmingen (onder andere een bouwverbod) is de veiligheid voldoende gewaarborgd. Op verzoek van de Gasunie, in overleg met u, kan de regeling in artikel 16.1, en het laatste zinsdeel van de artikelen 8.1 sub a en 9.1 sub a vervallen. De zienswijze leidt tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan.
B4.
C4. 5. A3.
B3.
C3.
Anoniem De indiener geeft aan zich zorgen te maken over de plannen, omdat de hoge drukleidingen waarschijnlijk dicht bij bewoonde buurten en een omgeving met veel openbaar(verkeers) publiek komt. Indiener vindt dit zeer onverstandig en onverantwoord qua veiligheid en betrouwbaarheid. Vraagt zich af wat er kan gebeuren bij calamiteiten, ongelukken, breuken ten gevolge van grondverzakkingen (denk aan Nw Amsterdam gemeente Emmen), roering in de grond, graafwerkzaamheden etc. De indiener verzoekt om het plan te herzien. In het kader van het bestemmingsplan is de veiligheid onderzocht. Het gaat hier om transportleidingen die diep onder de grond komen te liggen, vaak op 8 tot 10 meter diepte. Om het gevaar in te schatten, ook in relatie tot omliggende bewoning, is zowel voor de aardgasleiding als de waterstofleiding een risicoanalyse gemaakt (kwantitatieve risicoanalyse (QRA)). Deze zijn als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen. Deze risicoanalyses gaan in op het zogenaamde plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Geconcludeerd wordt dat de risico’s binnen de normen blijven (oriëntatiewaarde). De zienswijze leidt niet tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan.