Bijlage bij RA21.0065 - Best.plan buitengebied Klazienaveen, Oude Dordsedijk, Toelichting en Regels (RIS.10317)
Tekst van het document
cultuurhistorische waarden en archeologische waarden;
4. Verkeersveiligheid Ten waarborging van verkeersveiligheid dient rekening gehouden te worden met: i. verkeersaantrekkende werking, toename van de verkeersintensiteit en de parkeerbehoefte; ii. overlast door lawaai, stank en/of trillingen; iii. benodigde uitzichthoeken van wegen; iv. de aansluiting van in- en uitritten op de openbare weg; v. de gevolgen voor het zicht op de openbare weg en of fiets- en voetpaden; vi. de aanwezigheid van voldoende laad- en losruimte. 5. Sociale veiligheid Ter waarborging en ter voorkoming van een ruimtelijke situatie die onoverzichtelijk, onherkenbaar en niet-sociaal controleerbaar is dient rekening gehouden te worden: i. de mogelijkheden voor de verbetering van toezicht op en de overzichtelijkheid en toegankelijkheid van een sociaal onveilige plek; ii. de mate waarin de toezicht op en de overzichtelijkheid en toegankelijkheid van een openbare ruimte wordt ingeperkt. 6. Brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding Ten aanzien van de brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding dient rekening gehouden te worden met de volgende aspecten: i. aanwezigheid van kwetsbare objecten; ii. de aanwezigheid en routering van vluchtwegen; iii. de bereikbaarheid van de bouwwerken; de beschikbaarheid en bereikbaarheid van adequate blusmiddelen. 7.
Milieusituatie: Ter waarborging en ter voorkoming van een milieukundig ongewenste situatie als gevolg van een ruimtelijke ingreep dient rekening gehouden te worden met: i. de mate van hinder voor de omliggende functies; ii. de gevolgen voor de externe veiligheid; iii. de gevolgen van de aanwezigheid van gevoelige functies voor de hinderlijke functies; iv. de gevolgen voor flora en fauna in relatie met de omgeving; v. de gevolgen voor de bodemkwaliteit; vi. de gevolgen voor de (grond)waterkwaliteit; vii. de situering van gebouwen ten opzichte van het water. 8. Gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen
28
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Emmen, Klazienaveen, Dordsedijk tussen 429 en 431 (ontwerp)
Ter voorkoming van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de zich daarop bevindende bouwwerken is het niet toegestaan op enig terrein zodanig te bouwen, dat daardoor op een aangrenzend terrein, waarvan de toestand op dat moment overeenkomt met het plan, een situatie zou ontstaan die niet meer overeenkomt met het plan of waardoor een reeds bestaande afwijking van het plan zou worden vergroot. Figuur 6.1: Beoordelingscriteria afwijkingen en nader eisen De bevoegdheid ex. artikel 3.6 Wro om het bestemmingsplan te wijzigen ligt eveneens bij burgemeester en wethouders. De wijzigingsbevoegdheid maakt een wijziging van een bestemming in een andere bestemming mogelijk. Voor de wijzigingsbevoegdheid geldt dat deze niet kan worden uitgevoerd, voordat onderzoek is uitgevoerd. Dit biedt de mogelijkheid om nader onderzoek zoveel mogelijk op de concrete situatie af te stemmen.
Bescherming van waarden Om bepaalde natuurlijke, landschappelijke en/ of cultuurhistorische/ archeologische waarden te beschermen is in de volgende regel een omgevingsvergunningenstelsel opgenomen: 'Waarde - Archeologie Verwachtingswaarde 4'. Daardoor wordt de uitvoering van bepaalde activiteiten - die niet altijd en overal in strijd met de onderkende waarden behoeven te zijn aan bepaalde voorwaarden gebonden. Het stelsel biedt het college de mogelijkheid om de toelaatbaarheid van bepaalde activiteiten en gebruiksvormen per geval na te gaan en eventueel aan de uitvoering bepaalde eisen te stellen. Het moet daarbij gaan om activiteiten die op basis van de doeleindenomschrijving van het betreffende artikel mogelijk zijn, maar waarvoor een nadere afweging omtrent de toelaatbaarheid is gewenst. Normale onderhoudswerkzaamheden kunnen zonder vergunning uitgevoerd worden. Daarom is bij alle Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden en aangegeven dat normale onderhoudswerkzaamheden niet onder de vergunningsplicht vallen. In de praktijk kan het lastig zijn om te bepalen of een bepaalde activiteit als "normaal onderhoud" kan worden aangemerkt. In ieder geval zal het bij "normale onderhouds- c.q.
exploitatiewerkzaamheden" moeten gaan om werkzaamheden die ter plaatse regelmatig terugkeren, teneinde tot een goed beheer van de gronden te komen. Incidentele ingrepen zoals bijvoorbeeld de cultuurtechnische situatie kunnen niet onder normale onderhoudswerkzaamheden begrepen worden. Ook werkzaamheden die een onherstelbare aantasting betekenen van de aan een gebied toegekende waarde zullen niet als "normaal" beschouwd kunnen worden.
Opzet regels De planregels van dit bestemmingsplan zijn opgedeeld in vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1. Inleidende regels; Hoofdstuk 2. Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3. Algemene regels; Hoofdstuk 4. Overgangs - en slotregels. De inhoud van de verschillende hoofdstukken wordt als volgt toegelicht: 5.3.1
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
In hoofdstuk 1 worden diverse begrippen welke in de planregels worden gehanteerd nader verklaard. Dit om mogelijke interpretatieproblemen te voorkomen. Daarnaast wordt aangegeven op welke wijze bepaalde afmetingen dienen te worden gemeten. Artikel 1 Begrippen
29
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Emmen, Klazienaveen, Dordsedijk tussen 429 en 431 (ontwerp)
De begripsbepalingen in artikel 1 zijn noodzakelijk bij de interpretatie van de regels. In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. De begrippen die hierin zijn opgenomen zijn terug te vinden in de bestemmingsbepalingen. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor zover geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normaal spraakgebruik. Met uitzondering van de eerste twee begrippen (plan en bestemmingsplan) zijn de begrippen alfabetisch gerangschikt. De begrippen zijn zoveel mogelijk gebaseerd op vaste jurisprudentie. In de loop der tijd hebben de meeste begrippen zich ontwikkeld tot een standaard, waarvan ook in dit bestemmingsplan gebruik is gemaakt. Artikel 2 Wijze van meten De bepalingen over de wijze van meten zijn in artikel 2 opgenomen. Dit artikel geeft aan hoe de hoogte- en andere maten die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden. 5.3.2
Hoofdstuk 2 bestemmingsregels
In hoofdstuk 2 worden artikelsgewijs de op de verbeelding aangegeven bestemmingen omschreven en wordt toegelicht op welke wijze de gronden en opstallen gebruikt mogen worden. Behalve bestemmingen en dubbelbestemmingen zijn binnen het bestemmingsplan aanduidingen te onderscheiden. Deze aanduidingen bevatten specificaties van bestemmingen en dubbelbestemmingen met betrekking tot gebruik of bouwen. 5.3.2.1 Agrarisch met waarden - kleinschalige veenontginningen Agrarisch met waarden (Gebiedsbestemmingen) Op basis van landschappelijke gebiedskenmerken zijn de agrarisch gronden verdeeld in drie deelgebieden: Agrarisch met waarden - Esdorpenlandschap Agrarisch met waarden Grootschalige Veenontginningen Agrarisch met waarden - Kleinschalige Veenontginningen Het betreffen hier de gronden in het buitengebied met in hoofdzaak onbebouwde gronden. De “gebiedsbestemmingen” zijn vrij globaal van karakter. Binnen de gebiedsbestemmingen komen belangrijke landschappelijke waarden voor, zoals houtwallen, die moeten worden beschermd. Hiervoor is in deze bestemmingen voorzien in een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken. Vanwege de globaliteit en flexibiliteit zijn niet alle elementen in de planregels opgenomen maar maken ze deel uit van de gebiedsbestemmingen.
Denk hierbij aan bijvoorbeeld de volgende elementen: Landbouwkundige elementen (een ontsluitingsweg van een agrarisch bedrijf); Recreatieve elementen (een wandelpad of een picknickplaats); Landschappelijke elementen zoals houtwallen en laanbeplanting Waterlopen binnen agrarische gronden met in hoofdzaak een landbouwkundige functie. Het gaat hier om zaken die in hoofdzaak of zelfs uitsluitend dienst doen ten behoeve van de basisfuncties van een gebied. Uiteraard zullen de bestaande elementen worden gehandhaafd. Door de globale opzet kunnen ook nieuwe elementen worden ingepast, voor zover ze passen binnen de betreffende bestemming. Een gericht omgevingsvergunningenbeleid voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden voorzien daarin. 5.3.2.2 Tuin De voor Tuin aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen. Op deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd. Tevens mogen geen erf- en terreinafscheidingen worden gebouwd. De bestemming wordt vooral toegepast om voortuinen bij woningen te bestemmen. In de bestemming is een afwijkingsbepaling opgenomen die de bouw van erkers mogelijk kunnen maken bij aangrenzende hoofdgebouwen.
30
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Emmen, Klazienaveen, Dordsedijk tussen 429 en 431 (ontwerp)
5.3.2.3 Wonen - Vrijstaand Binnen de bestemming Wonen – Vrijstaand is een vrijstaande woning, bijbehorende bouwwerken en de daarbij behorende voorzieningen toegestaan. Dit laatste is tevens bedoeld om ondergeschikte, aan de woonfunctie grenzende voorzieningen (bijvoorbeeld groenvoorzieningen of toegangswegen), waarvan de feitelijke begrenzing niet exact blijkt samen te vallen met de bestemmingsgrens, onder de woonbestemming te brengen. De gezamenlijke oppervlakte van een woning inclusief bijbehorende bouwwerken bedraagt ten hoogste 250 m2. De voorgevel van de woning dient in de gevellijn te worden opgericht. De dakhelling van een woning mag niet minder dan 35 graden bedragen. De bouwhoogte van het hoofdgebouw mag maximaal 10 meter bedragen. De goothoogte van het hoofdgebouw mag maximaal 6 meter bedragen. In afwijking van deze bouwregels mag ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding op de kavel aan de Zuidersloot de bouwhoogte van de woning maximaal 9 meter bedragen. De goothoogte van de woning mag maximaal 3,5 meter bedragen. In de bestemming zijn afwijkingen van de bouwregels opgenomen om het bestemmingsplan flexibeler te maken. In de woonbestemmingen zijn afwijkingen van de bouwregels opgenomen om het bestemmingsplan flexibeler te maken. Naast algemene afwijkingen (o.a.
vergroten van de bouwmogelijkheden voor goot- en nokhoogte, bouwen van bijbehorende bouwwerken in de voorgevel van het hoofdgebouw, bouwen van het hoofdgebouw maximaal 5 meter achter de gevellijn en het bouwen met een minder steile dakhelling) zijn er ook specifieke afwijkingsmogelijkheden opgenomen.
5.3.3
Dubbelbestemmingen
Dubbelbestemmingen worden opgenomen als meerdere functies onafhankelijk van elkaar op dezelfde plaats voorkomen. Daar waar een dubbelbestemming is gelegen, geldt zowel de bepaling van de betreffende (hoofd)bestemming als de bepaling zoals gesteld in de dubbelbestemming. Bijna het hele plangebied heeft de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’. Hiermee wordt het gebiedsbeschermingsregime voor archeologie gecontinueerd.
5.3.4
Hoofdstuk 3 Algemene regels
Hoofdstuk 3 van de regels bevat bepalingen die van toepassing zijn op meerdere bestemmingen, zodat het uit praktische overwegingen de voorkeur verdient deze in afzonderlijke artikelen onder te brengen.
Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Met dit artikel wordt voorkomen dat meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt. Dit is bijvoorbeeld mogelijk als (onderdelen van) bouwpercelen van eigenaars in maatvoering verschillen en wisselen. Door verwerving van een extra (bouw)perceel of een gedeelte daarvan, kunnen de gronden niet meegenomen worden met de berekening van de bouwmogelijkheden van het nieuwe perceel als de nieuw verworven gronden reeds meegenomen zijn bij de berekening van een eerdere bouwplannen. Het is dus niet toegestaan gronden twee keer in te zetten om een omgevingsvergunning te verkrijgen.
Artikel 6 Algemene bouwregels 31
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Emmen, Klazienaveen, Dordsedijk tussen 429 en 431 (ontwerp)
In dit artikel zijn regels opgenomen voor het bouwen van ondergeschikte bouwonderdelen. De genoemde onderdelen mogen de in de regels bepaalde maximale bouwhoogte overschrijden met de in artikel genoemde maten. Hiervoor is bewust gekozen omdat dit duidelijkheid en enige vrijheid aan ontwerpers biedt.
Artikel 7 Algemene afwijkingsregels Afwijkingsregels zijn regels waardoor aan de bestemmingsbepalingen de nodige extra flexibiliteit wordt meegegeven. Toestemming voor afwijking gebeurt door het verlenen van een omgevingsvergunning. Het college van burgemeester en wethouders kan bijvoorbeeld een omgevingsvergunning verlenen voor het 10% vergroten van de bouwmogelijkheden voor goot- en nokhoogte en het bouwen van bijbehorende bouwwerken in de voorgevel van het hoofdgebouw. Daarnaast kan afgeweken worden van het bestemmingsplan om op medische indicatie te bouwen op- of achter de gevellijn en specifiek voor het oprichten van 30m² bebouwing voor noodzakelijke voorzieningen in het licht van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). Daarnaast zijn ten aanzien van het gebruik afwijkingsmogelijkheden opgenomen voor de uitoefening van een aan huis gebonden kleinschalige beroeps- of bedrijfsactiviteiten voor alle woningen of het uitoefenen van bed and breakfast. De omgevingsvergunningen mogen alleen gebruikt worden indien niet op grond van een andere bepaling in deze regels omgevingsvergunning kan worden verleend. Dit betekent dat niet twee keer omgevingsvergunning kan worden verleend van eenzelfde bepaling of dat bepalingen die extra bouwmogelijkheden geven niet cumulatief gebruikt mogen worden.
Artikel 8 Algemene wijzigingsregels Het bestemmingsplan bevat in een aantal gevallen een mogelijkheid tot het wijzigen van het plan op basis van de wijzigingsbevoegdheid op grond van artikel 3.6 Wro. De procedure van de wijzigingsbevoegdheid is geregeld in de Wro.
5.3.5
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
"Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels" bestaat uit 2 artikelen, de eerste is het overgangsrecht ten aanzien van gebruik en bebouwing en de tweede de slotregel waarin de citeertitel van het bestemmingsplan wordt aangehaald. Artikel 12 - Overgangsrecht: regelt het overgangsrecht ten aanzien van legaal bestaand gebruik en legale bestaande bouwwerken die afwijken van de (nieuwe) bestemming. Het overgangsrecht beschermt de gevestigde belangen of rechten bij een nieuwe, van de bestaande situatie afwijkende regeling. Dit betekent dat bestaand gebruik en bestaande bouwwerken welke in strijd zijn met het nieuwe bestemmingsplan, maar reeds aanwezig was ten tijde van de voorgaande plannen, onder voorwaarden, mag worden voortgezet, met als doel het uiteindelijk beëindigen van de afwijkende situatie. Voorheen illegale bebouwing en illegaal gebruik worden met het overgangsrecht niet gelegaliseerd.
Artikel 13- Slotregel: In dit artikel wordt aangegeven op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald. In dit geval kunnen de regels van het bestemmingsplan aangehaald worden als "Regels van het bestemmingsplan Buitengebied Emmen, Klazienaveen, Dordsedijk tussen 429 en 431".
32
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Emmen, Klazienaveen, Dordsedijk tussen 429 en 431 (ontwerp)
5.4
Handhaving
In dit bestemmingsplan heeft actueel beleid zijn doorwerking in de regels gekregen. Hierdoor is het juridisch kader van het bestemmingsplan voor gemeente als publiek beter toepasbaar geworden. Van de gemeente mag verwacht worden dat opgetreden wordt als de regels van het bestemmingsplan niet worden nageleefd. Bestemmingsplannen zijn immers bindend voor overheid en publiek ter bescherming van een goede ruimtelijke kwaliteit en een veilige leefomgeving. Het college van de gemeente Emmen heeft het beleidsplan Vergunningverlening Toezicht en Handhaving (VTH) vastgesteld. Dit beleidsplan VTH beschrijft de visie en ambitie op het terrein van de gemeentelijke VTH-taken, waaronder ook valt het toepassen en naleven van de regels in het bestemmingsplan. Daarnaast geeft het beleidsplan VTH invulling aan de wettelijke plicht om vastgesteld VTH-beleid te hebben. Voor wat betreft handhaving kan de gemeente onmogelijk continu alles controleren. De gemeente vertrouwt erop dat inwoners en bedrijven de regels naleven en zij er alles aan doen om risico's en nadelige effecten voor de maatschappij te voorkomen. Risico's bepalen de inzet van de beschikbare capaciteit. Op basis van kennis en ervaring is vastgesteld welke bedrijfscategorieën en activiteiten het grootste risico vormen voor fysieke veiligheid, leefbaarheid, volksgezondheid, milieu en imago.
Deze uitgangspunten zijn gebruikt bij het opstellen van dit bestemmingsplan en worden ook toegepast bij de naleving van de regels van het bestemmingsplan.
33
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Emmen, Klazienaveen, Dordsedijk tussen 429 en 431 (ontwerp)
Hoofdstuk 6
6.1
Maatschappelijke betrokkenheid
Overleg ex. artikel 3.1.1 Bro
Het voorontwerpbestemmingsplan is op 4 maart 2021 verzonden naar de overlegpartners met het verzoek om binnen 8 weken te reageren op het plan. De provincie Drenthe heeft in die periode aangegeven dat het plan geen aanleiding geeft tot opmerkingen en dat de verdere bestemmingsplanprocedure vervolgd kan worden. De veiligheidsregio gaf een redactionele opmerking t.a.v. het landelijke Waarschuwings- en alarmeringssysteem. Deze opmerking is verwerkt, maar had geen inhoudelijke gevolgen voor het bestemmingsplan. De reacties zijn opgenomen in de bijlage bij de toelichting De overige overlegpartners hebben niet gereageerd. Het plan schaadt geen belangen van onze wettelijke overlegpartners
6.2
Zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan
Het ontwerpbestemmingsplan wordt zes weken ter inzage gelegd, in deze periode kan iedereen een zienswijze indienen. Tegen het bestemmingsplan Buitengebied Emmen, Klazienaveen, Dordsedijk tussen 429 en 431 zijn geen zienswijzen ingediend. De provincie heeft aangegeven akkoord te zijn met het bestemmingsplan.
34
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Emmen, Klazienaveen, Dordsedijk tussen 429 en 431 (ontwerp)
Hoofdstuk 7
Economische uitvoerbaarheid
Per 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening in werking getreden. Afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening verplicht de gemeente tot het verhalen van kosten bij grondexploitatie via een exploitatieplan, tenzij kostenverhaal anderszins is verzekerd. De toepassing voor het afdwingbare kostenverhaal richt zich op bouwplannen. De definitie van wat onder een bouwplan wordt verstaan, is opgenomen in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Uit dit artikel blijkt dat onder een bouwplan o.a. wordt verstaan de bouw van een woning of de uitbreiding van een gebouw van 1.000 m2 of meer. De kosten van het maken van het voorliggend bestemmingsplan worden in dit geval gedekt op grond van de legesverordening. Kosten voor de onderzoeken zijn voor rekening van initiatiefnemer. Daarnaast is een planschadeovereenkomst afgesloten.
35
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Emmen, Klazienaveen, Dordsedijk tussen 429 en 431 (ontwerp)
36
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Emmen, Klazienaveen, Dordsedijk tussen 429 en 431 (ontwerp)
Bijlagen bij de toelichting
37
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Emmen, Klazienaveen, Dordsedijk tussen 429 en 431 (ontwerp)
Bijlage 1 Bijlage 1 bodemonderzoek
38
Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 Fax (0591) 65 93 25 www.sigma-bm.nl E-mail info@sigma-bm.nl
november ’20
Onderwerp:
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Dordsedijk naast nr. 431 te Klazienaveen
Projectnummer:
20-M953
Opdrachtgever:
Ontwerp & Bouwkundig Adviesburo Wesseling
Datum:
2 november 2020
0
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Dordsedijk naast nr. 431 te Klazienaveen
onderwerp
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Dordsedijk naast nr. 431 te Klazienaveen
datum
maandag 2 november 2020
projectnummer
20-M9533
in opdracht van
Ontwerp & Bouwkundig Adviesburo Wesseling Rietstengel 8 7765 CE Weiteveen
uitgevoerd door
Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen tel: (0591) 659128 fax:(0591) 659325
Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen”
Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000 protocollen 2001, 2002 en 2018”
Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Milieukundige begeleiding (water)bodemsaneringen en nazorg SIKB 6000, protocol 6001: Milieukundige begeleiding landbodemsanering met conventionele methoden”
(het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001 en 2002)
Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Bouw & Milieu.
november ’20
1
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Dordsedijk naast nr. 431 te Klazienaveen
Inhoudsopgave 1
2
INLEIDING ...................................................................................................................................3 1.1
Algemeen ............................................................................................................................3
1.2
Aanleiding van het bodemonderzoek ...................................................................................3
1.3
Doel van het onderzoek .......................................................................................................3
1.4
Referentiekader van het onderzoek .....................................................................................4
1.5
Opbouw van het rapport ......................................................................................................4
VOORONDERZOEK ....................................................................................................................5 2.1
3
4
5
Hypothese en onderzoeksstrategie .................................................................................... 10
VELDONDERZOEK ................................................................................................................... 12 3.1
Uitvoering van het veldonderzoek ...................................................................................... 12
3.2
Resultaten van het veldonderzoek ..................................................................................... 13
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK.................................................................................. 15 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek .................................................... 15
4.2
Toetsingscriteria ................................................................................................................ 16
4.3
Analyseresultaten en interpretatie ...................................................................................... 17
4.3.1
Milieuhygiënische kwaliteit grond ................................................................................... 17
4.3.2
Milieuhygiënische kwaliteit grondwater ........................................................................... 20
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ....................................................................................... 22
LITERTUURLIJST ............................................................................................................................ 27 COLOFON ........................................................................................................................................ 28
Bijlagen 1. Topografisch overzicht 1A.Historisch topografisch overzicht 2. Onderzoekslocatie met boorplan (1:500) 3. Beschrijvingen inspectiegaten/boringen/foto’s 4. Analysecertificaten 5. Onafhankelijkheidsverklaring
november ’20
2
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Dordsedijk naast nr. 431 te Klazienaveen
1
INLEIDING
1.1
Algemeen
In opdracht van Ontwerp & Bouwkundig Adviesburo Wesseling is in september/oktober 2020 door Sigma Bouw & Milieu een verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 uitgevoerd op een deel van een perceel gelegen aan de Dordsedijk naast nr. 431 te Klazienaveen (gemeente Emmen). De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO). Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s.
De veldwerkzaamheden van Sigma Bouw & Milieu zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd en erkend door het ministerie van I&W. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters) en 2002 (het nemen van grondwatermonsters) van toepassing. Sigma Bouw & Milieu verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein.
1.2
Aanleiding van het bodemonderzoek
Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt de geplande herontwikkeling van de onderzoekslocatie.
1.3
Doel van het onderzoek
Het verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging als gevolg van het bluswater op de locatie. Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt.
november ’20
3
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Dordsedijk naast nr. 431 te Klazienaveen
1.4
Referentiekader van het onderzoek
Teneinde de kwaliteit van de grond op de onderhavige locatie juist in te schatten is de onderzoeksopzet van het bodemonderzoek gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5740+A1 (literatuur 1). 1.5
Opbouw van het rapport
In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: vooronderzoek, (hoofdstuk 2) veldonderzoek, (hoofdstuk 3) chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4) conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).
november ’20
4
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Dordsedijk naast nr. 431 te Klazienaveen
2
VOORONDERZOEK
Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. De uitwerking van het vooronderzoek is gebaseerd op de onderzoeksnorm NEN 5725, strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (literatuur 9). In de NEN-5725 (2017) zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in Tabel 1. Tabel 1: onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek
Onderzoeksaspecten 1. Locatiegegevens
Aanleiding tot vooronderzoek Eigendomssituatie
A 0
B 0
C
D
3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit
F
G
✓
Hoogteligging 2. Bodemopbouw en geohydrologie Bodemopbouw
E
✓
✓
✓
✓
✓
✓
Antropogene lagen in de bodem
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
Geohydrologie
✓
✓
Geval van ernstige bodemverontreiniging?
✓
✓
✓
✓
✓
✓
Kwaliteit o.b.v. BKK
✓
0
✓
✓
✓
✓
✓
O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
0
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓ 0
✓
✓
✓
✓
✓
4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval Voormalig Huidig
✓
Toekomstig Asbestverdacht?
✓
✓
✓
✓
5. Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel
november ’20
5
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Dordsedijk naast nr. 431 te Klazienaveen
aanleiding vooronderzoek Het onderhavige bodemonderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek in het kader van de geplande herontwikkeling van de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A, conform paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725 (2017). geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de gemeente Emmen mail RUD voorgaand onderzoek; • informatie verstrekt door de opdrachtgever/eigenaar; • informatie bodemloket.nl; • informatie van de bodematlas van de Provincie Drenthe; • www.topotijdreis.nl; • Kadaster/BAG Viewer; • grondwaterkaart van Nederland; • ahn.nl; • Dinoloket.nl; • handelsbestand van de Kamer van Koophandel; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden. Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader uitgewerkt. locatiegegevens In Tabel 2 is een overzicht van de basisinformatie/locatiegegevens weergegeven. Tabel 2: overzicht basisinformatie
Adres Plaats Gemeente Topografisch overzicht Coördinaten Kadastrale aanduiding Eigendomssituatie Oppervlakte onderzoekslocatie (onderzochte deel van de locatie, plangebied) Algemene omschrijving Bebouwing en bouwjaar (Kadaster BAG) Terreinverharding Ondergrondse infrastructuur Archeologische waarden
Geplande herinrichting bijzonderheden: -
november ’20
Dordsedijk naast 431 Klazienaveen Emmen Zie bijlage 1 X = 262,853 Y= 526,050 Gemeente Emmen, sectie AF nr. 1149 Niet onderzocht 2.240 m2. De onderzoekslocatie betreft een werktuigenberging met grasveld en verhard erf. Voor de bebouwing op de onderzoekslocatie is het bouwjaar 1930 opgenomen. Het verharde buitenterrein en de werktuigenberging zijn verhard met klinkers. Geen informatie, bij grondwerk dient een KLICmelding gedaan te worden. De locatie heeft op basis van de archeologische waardenkaart (IKAW) de vermelding “middelhoge verwachting”. Niet bekend.
6
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Dordsedijk naast nr. 431 te Klazienaveen
afbakening onderzoekslocatie Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte onderzoekslocatie, zoals weergegeven in bijlage 2. Figuur 1. onderzoekslocatie.
bodemgebruik In de onderstaande Tabel 3 is de beschikbare informatie weergegeven over het historisch, huidig en toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. Tabel 3: beschrijving bodemgebruik
Omschrijving
Gebruik
Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties
Onderzoekslocatie Historisch (op basis van topografische kaarten, Topotijdreis) Huidig
Op kaarten voor 1906 is de locatie onderdeel van Geen. een heideveld/vervening. Op kaarten tussen 1906 en 1975 is op of nabij de onderzoeklocatie reeds sprake van bebouwing. Op kaarten na 1975 wordt de berging/stal aangegeven. Woning met tuin Geen.
Toekomstig
Wonen met tuin.
Directe omgeving (<25 m) Historisch (op Op kaarten vanaf 1906 is op of nabij de basis van onderzoekslocatie reeds bebouwing te herkennen. topografische kaarten, Topotijdreis) Huidig en Noordzijde: naastgelegen woning (nr. 431). toekomstig West- en oostzijde: achtergelegen agrarische percelen. Zuidzijde: naastgelegen woning (nr. 429).
november ’20
Geen. Geen.
Geen
7
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Dordsedijk naast nr. 431 te Klazienaveen
bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreigende activiteiten en calamiteiten In Tabel 4 staat een overzicht weergegeven van de potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten op basis van de beschikbare informatie. Tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten
Gebruik
De onderzoekslocatie betreft een werktuigenberging met grasveld en erf. In het verleden is de locatie gebruikt als geiten melk- en fokbedrijf. Achter het voormalige woonhuis aan de noordzijde van de locatie was sprake van reparatiewerkzaamheden aan auto’s (locatie activiteiten onbekend). Bij een controle in 1998 is geconstateerd dat er diverse afvalstoffen werden gestort en opgeslagen.
Bouwvergunning
Er is geen andere informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie. Voor de onderzoekslocatie zijn bouwvergunningen verleend.
Milieuvergunning
Niet bekend.
Handelsregister
De locatie wordt niet vermeld in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Op basis van het Registeronderzoek wordt melding gemaakt van een bovengrondse tank (ligging onbekend). Tijdens de locatie-inspectie zijn in de werktuigenberging twee tanks in lekbak waargenomen. Volgens de eigenaar betreffen dit lege tanks die in opslag liggen.
Aanwezigheid brandstoftanks
Er is geen informatie omtrent de eventuele aanwezigheid of voormalige aanwezigheid van boven- of ondergrondse brandstoftanks op de onderzoekslocatie t.p.v. het plangebied.
Aanwezigheid asbest
Er bestaat altijd de mogelijkheid dat boven- en ondergrondse brandstoftanks in het verleden geplaatst zijn zonder melding, de aanwezigheid van dergelijke tanks blijkt niet uit de verkregen informatie. Op basis van de asbestdakenkaart van de gemeente Emmen is het dak van de werktuigenberging asbestverdacht.
Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem t.p.v. het plangebied. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend. Ophogingen/dempingen/stortingen Er is geen informatie omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen/ sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel). Er is geen informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie. PFAS-verdachtheid Op of nabij de onderzoekslocatie bevinden zich geen locaties die de bodem verdacht maken voor PFAS en GenX verbindingen als gevolg van puntbronnen. De kans op verontreiniging met PFAS in de grond t.p.v. de onderzoekslocatie t.g.v. puntbronnen wordt gering geacht. De bovengrond, diepere geroerde bodemlagen en de november ’20
8
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Dordsedijk naast nr. 431 te Klazienaveen
Niet gesprongen explosieven
Verdachte activiteiten < 25 m
waterbodem zijn op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS als gevolg van atmosferische depositie. Verwacht wordt dat de bodem van de onderzoekslocatie diffuus onverdacht is voor PFAS en onverdacht is op GenX. Geen informatie, in Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven. De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen va niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente. Niet bekend.
voorgaande bodemonderzoeken in Tabel 5 is een overzicht van voorgaande bodemonderzoeken en informatie van de bodemkwaliteitskaart weergegeven. Tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart
voorgaande bodemonderzoeken Onderzoekslocatie
historisch onderzoek Register Project 05012, HO nr. 2462, d.d. 27-09-2005 Uit het onderzoek blijken de volgende verdachte terreindelen: - bovengrondse gasolietank 1.200 liter (ligging onbekend); - reparatie-inrichting (locatie onbekend); - stortplaats afvalstoffen (locatie onbekend). Verkennend onderzoek Dordsedijk 431, Klazienaveen Sigma Bouw & Milieu, 14-M7172, d.d. 23-01-2015 bovengrond: cadmium > AW ondergrond: cadmium > AW grondwater: barium, koper, nikkel, zink, naftaleen > S
Omgeving <25 m
-
Vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan informatie bodemkwaliteitskaart
Niet bekend.
november ’20
-
9
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Dordsedijk naast nr. 431 te Klazienaveen
bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 19 m+NAP. In Tabel 6 staat de geohydrologische opbouw weergegeven. Tabel 6: geohydrologische opbouw
diepte m-mv 0-0,8 0,8-5 5-29 29-40
beschrijving
formatie
zand zand, zeer fijn - matig fijn zand, uiterst fijn- zeer fijn zand, fijne categorie – matig fijn
antropogeen Boxtel Peelo Urk, laagpakket van Veenhuizen
De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainagepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen. (financieel-) juridische situatie In Tabel 7 zijn de financieel- juridische aspecten weergegeven. Tabel 7: financieel/juridische aspecten
kadastrale gegevens opdrachtgever/ belanghebbende rechtspersonen
Gemeente Emmen, sectie AF nr. 1149 -
In het kader van onderhavig bodemonderzoek is behoudens de opgenomen kadastrale gegevens geen nadere financieel juridische informatie verzameld. Het uitvoeren van een daadwerkelijke juridische toets maakt geen deel uit van onderhavig bodemonderzoek.
2.1
Hypothese en onderzoeksstrategie
Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan blijken dat de onderzoekslocatie, vooraf, als “verdacht” of “onverdacht” wordt aangemerkt. Op basis van de historische informatie uit het vooronderzoek blijkt dat op de locatie geruime tijd in gebruik is geweest als veestal/werktuigen berging. Op basis van een eerder verricht historisch onderzoek zijn de volgende terreindelen als verdacht aangemerkt: - bovengrondse gasolietank 1.200 liter (ligging onbekend); - reparatie-inrichting (locatie onbekend) deze locatie ligt vermoedelijk buiten het onderhavig onderzoeksgebied; - stortplaats afvalstoffen (locatie onbekend). T.a.v. het plangebied is geen andere informatie beschikbaar omtrent evt. andere (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) of evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende calamiteiten.
november ’20
10
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Dordsedijk naast nr. 431 te Klazienaveen
De onderzoekslocatie, het beoogde plangebied, is in eerste aanleg als milieuhygiënisch "verdacht" aangemerkt. Op basis van deze hypothese is het bodemonderzoek t.p.v. de onderzoekslocatie uitgevoerd conform de bijbehorende onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.6, strategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming (VED-HE-NL) (literatuur 1). In Tabel 8 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. Tabel 8: gehanteerde onderzoeksstrategie
mogelijke verontreiniging (deel)locatie
grond
grondwater
onderzoeksstrategie
zware metalen, minerale olie
-
VED-HE-NL
NEN-5740+A1 onderzoeksgebied (ca. 2.240 m2)
ONV-NL (ondergrond en grondwater)
Op basis van bekende informatie zijn geen gegevens bekend dat op de locatie sprake zou kunnen zijn van een bodemverontreiniging met asbest. Op voorhand is geen concrete informatie bekend waaruit blijkt dat t.p.v. de onderzoekslocatie asbesthoudend materiaal in de bodem aanwezig is. Er is in dit onderzoek vooralsnog geen onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in grond uitgevoerd. Het opgeboorde monstermateriaal op de onderzoekslocatie is in dit onderzoek visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Opgemerkt dient te worden dat asbestanalyses geen deel uitmaken van uitgevoerde analyses in het kader van de NEN-5740+A1. Onderhavig onderzoek betreft geen asbest onderzoek in bodem volgens NEN-5707+C2 of NEN-5897+C2. Er bestaat echter altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. in de bodem terecht gekomen is of is begraven. Alleen een verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 of onderzoek asbest in puin volgens NEN-5897+C2 kan een uitspraak doen over de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem. Tevens dient opgemerkt te worden dat aanwezig puinmateriaal en/of (half)verhardingsmaterialen niet chemisch-analytisch zijn onderzocht.
november ’20
11
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Dordsedijk naast nr. 431 te Klazienaveen
3
VELDONDERZOEK
In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1
Uitvoering van het veldonderzoek
Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001 en 2002. Het onderzoeksprogramma is ruimtelijk weergegeven in bijlage 2. In deze bijlage zijn alle geplaatste boringen geprojecteerd. Het uitvoeren van boringen, het plaatsen van de peilbuis en het nemen van grondmonsters heeft plaatsgevonden op 17 september 2020. Het bemonsteren van het grondwater is (conform NEN-5740+A1) ruim een week na plaatsing van de peilbuis op 01 oktober 2020 uitgevoerd De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door en onder toezicht van dhr. M. van Wuykhuyse geregistreerde veldwerkers van Sigma Bouw & Milieu te Emmen. Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 5. Voorafgaand aan het plaatsen van boringen is een locatie-inspectie gehouden. De loods/schuur op de locatie wordt gebruikt voor de stalling van materieel. Inpandig zijn op de bestrating plaatselijk olievlekken waargenomen. In de loods zijn twee bovengrondse tanks in lekbak en enkele lege vaten aanwezig. Volgens de eigenaar betreft het opslag. Aan de achterzijde van de loods is de bodem plaatselijk verhard met gebroken asfalt/baksteenpuin. Het dak van de schuur/loods is voorzien van asbestverdacht plaatmateriaal.
De schuur is aan de zuidzijde niet voorzien van een goot, zodat evt. emissie (erosie) van asbestvezels (door weersinvloeden) naar de onderliggende onverharde bodem (druppelzone) niet wordt voorkomen. Voor het overige zijn op basis van de locatie-inspectie zijn geen bijzonderheden waargenomen. Alle geplaatste boringen zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. Het veldwerkprogramma staat weergegeven in Tabel 9. Tabel 9: veldwerkprogramma
Onderdeel
Aantal
Diepte (m-mv)
Nummers
4
0,5
5 t/m 19
1
2
2 t/m 4
1
4,5
1
2
Onderzoekslocatie (2.240 m ) Boringen Peilbuis
De geplaatste peilbuis is opgebouwd uit 1 meter HDPE peilfilter omstort met filtergrind. Het filtergrind zorgt voor een goede instroming van het grondwater in het filter, daarnaast voorkomt het dat het filter dichtslibt. Het peilfilter bevindt zich 0,5 meter beneden het grondwaterniveau. Boven het peilfilter bevindt zich blinde HDPE opzetbuis, omstort met bentoniet (zwelklei). De zwelklei dient ervoor te zorgen dat toestroming vanuit de bovengrond wordt voorkomen. De peilbuis is geplaatst conform de eisen uit het protocol 2001.
november ’20
12
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Dordsedijk naast nr. 431 te Klazienaveen
monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0,5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters t.b.v. analyse op vluchtige aromaten zijn m.b.v. een steekbus bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grondwater Om een representatief grondwatermonster te verkrijgen is de peilbuis, na plaatsing en voor monstername, grondig (3 maal de inhoud van het peilfilter) afgepompt. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand t.o.v. het maaiveld ingemeten. Grondwatermonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2002 en NEN-5744 (literatuur 11). Tijdens de monstername van het grondwater is in het veld de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EGV) bepaald. 3.2
Resultaten van het veldonderzoek
bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In Tabel 10 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. Tabel 10: lokale bodemopbouw
bodemlaag m-mv 0,0-0,1 0,1-0,5 0,5-1,0 1,0-2,0 2,0-2,4 2,4-3,1 3,1-4,5
hoofdbestanddeel
toevoeging
kleur
klinker Zand Zand Veen Zand Leem Zand
zwak siltig zwak siltig mineraalarm zwak siltig, zwak grindig sterk zandig zwak siltig
licht beige-geel licht grijs donker bruin licht oranje-bruin licht-grijs licht grijs
Veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn in weergegeven in Tabel 11. Tabel 11: veldwaarnemingen grondwater
Peilbuis filtertraject grondwaterstand voorpompen pH EGV troebelheid m-mv m-mv liter geleidingsvermogen (NTU) µS/cm 1 3,5-4,5 3,30 6 5,2 1.880 8,8
november ’20
13
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Dordsedijk naast nr. 431 te Klazienaveen
Zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. In het opgeboorde materiaal van boring 16, ter plaatse van een olievlek op de bestrating, is zintuiglijke een lichte olie geur/olie-waterreactie waargenomen. In het opgeboorde materiaal van de overige boringen zijn op basis van zintuiglijke waarnemingen geen bodemvreemde afwijkingen waargenomen welke duiden op een vorm van bodemverontreiniging. grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen. asbest Tijdens de locatie-inspectie is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbest op het maaiveld, hierbij is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het opgeboorde monstermateriaal (grond) is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Op basis van zintuiglijke waarnemingen van het opgeboorde monstermateriaal is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen (indicatieve waarneming). Hierbij wordt opgemerkt dat in dit onderzoek handboringen zijn uitgevoerd met een 5 cm edelman boor de trefkans op het aantreffen van asbesthoudend materiaal (t.g.v. verdringing van materiaal) is kleiner dan bij het graven van inspectiegaten volgens NEN-5707+C2.
Bij het graven van proefgaten of proefsleuven ontstaat een beter beeld van eventueel aanwezig bodemvreemd materiaal. Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem/puin geen onderdeel uitmaakt van het onderhavige onderzoek dat volgens NEN-5740+A1 is uitgevoerd. Het onderhavige onderzoek kan daarom geen uitspraak doen over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem op de onderhavige locatie. Opgemerkt dient te worden dat geen asbestanalyses van grond en/of puin e.d. hebben plaatsgevonden. Asbestanalyses maken geen deel uit van verkennend bodemonderzoek in het kader van de NEN-5740+A1. Tevens wordt opgemerkt dat de zintuiglijke beoordeling op asbest en de locatie-inspectie niet opgevat dient te worden als een onderzoek uitgevoerd op basis van NEN-5707+C2 (asbestonderzoek in grond) en/of NEN-5897+C2 (monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN-5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. De chemische samenstelling van eventueel aanwezig verhardingsmateriaal is niet in dit onderzoek onderzocht.
november ’20
14
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Dordsedijk naast nr. 431 te Klazienaveen
4
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK
In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van Omegam. Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Omegam is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I&W. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek
grond Teneinde in het kader van het verkennend bodemonderzoek een indruk te krijgen van de algemene kwaliteit van de grond zijn de grondmonsters, welke tijdens het veldonderzoek zijn genomen, in het laboratorium met elkaar gemengd tot grondmengmonsters. Van het totaal aantal genomen grondmonsters op de locatie zijn vijf grond(meng)monsters samengesteld en geanalyseerd. grondwater Uit de geplaatste peilbuis is een grondwatermonster genomen en geanalyseerd. In onderstaande Tabel 12 wordt de samenstelling van de grondmengmonsters, grondwatermonsters, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. Tabel 12: analyseschema
Monstercode boringnummer(s)
diepte (m-mv) zintuigelijke waarnemingen
analysepakket
grond 1 (MM1) 2 (MM2) 3 (MM3) 4 (MM4) 5 (M5)
2+15+17+18 5+7+19 5+7+19 5+7+19 5+7+19
0,1-0,6 0,2-0,5 0-0,5 0,4-2,0 0,1-0,3
-
NEN-grond(*)+AS3000 NEN-grond(*)+AS3000 NEN-grond(*)+AS3000 NEN-grond(*)+AS3000 min. olie+arom.+AS3000
Grondwater 1 (peilbuis)
1
3,5-4,5
-
NEN-grondwater(**)
verklaring van de gebruikte afkortingen en codes:(1) * NEN-grond = Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorbehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC’s, droge stof, organische stof en lutum; **NEN-water = Standaard Pakket Grondwater omvat AS3000 voorbehandeling zware metalen, vluchtige aromaten (incl. naftaleen), chloorhoudende oplosmiddelen, chloorbenzenen, minerale olie, styreen en bromoform; Zware metalen = barium (Ba)/cadmium (Cd)/Cobalt(Co)/koper (Cu)/lood (Pb)/nikkel (Ni)/zink (Zn)/Molybdeen (Mo)/kwik(Hg); Vluchtige aromaten = Benzeen (B), Tolueen (T), Ethylbenzeen (E), Xylenen (X), Naftaleen (N) Styreen (S) (BTEXNS); PCB = Polychloorbifenylen; PAK = Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen; VOH = Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen. Bromoform = Tribroommethaan
november ’20
15
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Dordsedijk naast nr. 431 te Klazienaveen
4.2
Toetsingscriteria
Om de kwaliteit van de bodem en de mate van verontreiniging te kunnen beoordelen, zijn de analyseresultaten van grondmonsters getoetst aan de geldende toetsingswaarden; 1) de achtergrondwaarde (AW-2000) zoals opgenomen in bijlage B van “de Regeling Bodemkwaliteit” 2) de interventiewaarde zoals opgenomen in tabel 1 van “de Circulaire Bodemsanering”, De toetsing van de meetresultaten is uitgevoerd middels BoToVa, de Bodem Toets Validatie Service van de overheid voor grond, grondwater en waterbodem, waarbij de toetsmodules T12 en T13 zijn gehanteerd. BoTova gaat uit van het wettelijk kader dat per 1 juli 2013 van kracht is. In de BoToVa toetsing worden de meetwaarden gecorrigeerd/teruggerekend voor de “standaard bodem” (humus=10% en lutum=25%). Generiek toetsingskader Voor de beoordeling van de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters wordt gebruik gemaakt van de achtergrondwaarden grond zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit, de streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering. Achtergrondwaarde (AW-2000): De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft de kwaliteit weer die 'van nature' voorkomt in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen.
De achtergrondwaarden zijn opgenomen in het Besluit Bodemkwaliteit en zijn gebaseerd op het onderzoek ‘Achtergrondwaarden 2000’. Hierin zijn gehalten vastgesteld van een groot aantal stoffen in bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland. De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. Bij overschrijding van de achtergrondwaarde is er sprake van bodemverontreiniging. Tussenwaarde/bodemindex-waarde >0,5:; De gemiddelde waarde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde (S+I)/2, hierna te noemen 'tussenwaarde'(T), wordt gehanteerd om aan te geven dat bij overschrijding de kans aanwezig is dat er sprake is van een ernstige verontreiniging, ofwel dat nader onderzoek noodzakelijk is. De tussenwaarde heeft geen wettelijke status maar is een indicatieniveau voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek. De tussenwaarde geeft het concentratieniveau aan waarboven onder bepaalde omstandigheden risico’s voor mens en milieu aan de orde kunnen zijn. De tussenwaarde is zodoende een indicatiewaarde voor nader onderzoek. Bij overschrijding van de T-waarde of bodemindex waarde (>0,5) dient aanvullend/nader bodemonderzoek in overweging genomen te worden. Een nader onderzoek wordt uitgevoerd indien er een vermoeden bestaat dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging.
Interventiewaarde: De interventiewaarde (I) geeft aan dat bij overschrijding van deze waarde de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant en dier ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Is er sprake van een ernstige bodemverontreiniging en wordt de interventiewaarde in meer dan 25 m3 grond of 100 m3 grondwater (bodemvolume) overschreden, dan kan er noodzaak zijn tot sanering. De saneringsurgentie wordt bepaald door blootstellingsrisico's van mens, dier en plant en de verspreidingsrisico's van de betreffende stoffen (actuele risico’s). De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico's voor de volksgezondheid en het milieu (onderzoek RIVM). Bij de beoordeling van bodemverontreiniging aan de hand van de genoemde toetsingswaarden spelen nog een aantal aspecten een rol. Rekening dient te worden gehouden met het feit dat de mobiliteit van stoffen in de bodem en daardoor de verspreiding van stoffen afhankelijk is van diverse bodemkenmerken. Daarnaast speelt de bestemming en het gebruik van de locatie in de huidige situatie alsmede de toekomstige situatie, een grote rol bij de beoordeling van de risico's voor het milieu.
november ’20
16
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Dordsedijk naast nr. 431 te Klazienaveen
4.3
Analyseresultaten en interpretatie
In deze paragraaf zijn de resultaten van de chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters, gerelateerd aan toetsingswaarden, weergegeven in tabelvorm. Na elke tabel worden de onderzoeksresultaten besproken. In bijlage 4 zijn van alle uitgevoerde analyses de analysecertificaten van Omegam opgenomen. 4.3.1
Milieuhygiënische kwaliteit grond
boven- en ondergrond (0,0-2,0 m-mv) In Tabel 13 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. Tabel 13: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project OPID 22783727#20-M9533-Dordsedijk naast 431 Klazi Certificaten 1088890 Toetsing T.12 - Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb Toetsversie BoToVa 3.0.0 Toetsdatum: 30 oktober 2020 10:00 Parameters
Toetsing
Analyse Eenheid AW T I Lutum/Humus Organische stof % (m/m ds) Lutum % (m/m ds) Droogrest droge stof % Metalen ICP-AES barium (Ba) mg/kg ds 190 555 920 cadmium (Cd) mg/kg ds 0,6 6,8 13 kobalt (Co) mg/kg ds 15 102,5 190 koper (Cu) mg/kg ds 40 115 190 kwik (Hg) (niet vluchtig) mg/kg ds 0,15 18,075 36 lood (Pb) mg/kg ds 50 290 530 molybdeen (Mo) mg/kg ds 1,5 95,75 190 nikkel (Ni) mg/kg ds 35 67,5 100 zink (Zn) mg/kg ds 140 430 720 Minerale olie minerale olie (florisil clean-up) mg/kg ds 190 2595 5000 Polycyclische koolwaterstoffen naftaleen mg/kg ds fenantreen mg/kg ds anthraceen mg/kg ds fluoranteen mg/kg ds benzo(a)antraceen mg/kg ds chryseen mg/kg ds benzo(k)fluoranteen mg/kg ds benzo(a)pyreen mg/kg ds benzo(ghi)peryleen mg/kg ds indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg ds Sommaties som PAK (10) mg/kg ds 1,5 20,75 40 Polychloorbifenylen Sommaties som PCBs (7) mg/kg ds 0,02 0,51 1
november ’20
Monster 6454939 Monster 6454940 Monster 6454941 Monster 6454942 1, 02: 10-60, 15: 10-50, 17: 10-50, 18: 10-50 2, 07: 30-50, 05: 20-50, 19: 35-50 3, 12: 20-50, 13: 20-50, 14: 0-50 4, 01: 50-100, 02: 60-110, 03: 40-90, 04: 50-200 Max. Bodemindex 1,104 Max. Bodemindex 1,52 Max. Bodemindex 0 Max. Bodemindex 0,004 Toetsoordeel Toetsoordeel Toetsoordeel Toetsoordeel Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index 0,5 4,3
10 25
0 0
1,4 1,2
10 25
89,1
89,1
< 20 < 0.2 <3 <5 < 0.05 < 10 < 1.5 <4 < 20
0 0
13,2 1
10 25
@
0
90,8
90,8
< 42 < 0.23 < 5.9 < 6.7 < 0.05 < 11 < 1.0 <7 < 30
@ -
0 0 0 0 0 0 0 0 0
26 < 0.2 <3 5,5 < 0.05 15 < 1.5 5 39
1100
5500
1.1 I
1,104
< 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05
< 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035
0,35
< 0.35
0,005
< 0.024
0 0
1,2 1
10 25
@
0
74,4
74,4
100 < 0.24 < 7.4 11 < 0.05 24 < 1.0 15 93
@ -
0 0 0 0 0 0 0 0 0
< 20 < 0.2 <3 6 < 0.05 14 < 1.5 <4 37
1500
7500
1.5 I
1,52
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
0,2 0,11 0,06 0,27 0,1 0,17 0,08 0,1 0,08 0,07
0,2 0,11 0,06 0,27 0,1 0,17 0,08 0,1 0,08 0,07
-
0
1,2
1,2