CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bij RA21.0034 - Bestemmingsplan, toelichting en regels (RIS.10168)

Commissie Wonen en Ruimte 7 juni 2021, gemeente EmmenBij agendapunt: Bestemmingsplan "Emmer-Compascuum, rand Koppelwijk/Maatschappijweg" + bijlagen RIS.10168 en RIS.1016918.240 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Hoofdstuk2 bestemmingsregels

In hoofdstuk 2 worden artikelsgewijs de op de verbeelding aangegeven bestemmingen omschreven en wordt toegelicht op welke wijze de gronden en opstallen gebruikt mogen worden. Behalve bestemmingen en dubbelbestemmingen zijn binnen het bestemmingsplan aanduidingen te onderscheiden. Deze aanduidingen bevatten specificaties van bestemmingen en dubbelbestemmingen met betrekking tot gebruik of bouwen. 5.3.2.1 Groen Artikel 3 Groen De op de verbeelding voor "Groen" aangewezen gronden zijn bestemd voor openbare groenvoorziening, bos, (erf)toegangswegen, fietsstroken, voetpaden, voorziening ten behoeve van de waterhuishouding en nutsvoorzieningen. Voorzieningen ten behoeve van sport- en speelgelegenheden en andere bouwwerken mogen binnen deze bestemming opgericht worden. Binnen de bestemming groen is geen bouwmogelijkheid opgenomen. Het is niet mogelijk om parkeergelegenheden in het groen te realiseren. 5.3.2.2 Tuin Artikel 4 Tuin De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen. zie bestemmingsomschrijving in de regels. Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen worden gebouwd. Voor erfafscheidingen gelden specifieke hoogtematen, overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen maximaal 3 m hoog zijn op basis van het bestemmingsplan.

5.3.2.3 Verkeer Artikel 5 Verkeer - Verblijfsgebied De voor Verkeer - Verblijfsgebied aangewezen gronden zijn bestemd voor woonstraten en wegen ten behoeve van de ontsluiting van de aanliggende erven en percelen, toegangswegen en inritconstructies zie bestemmingsomschrijving in de regels. Binnen deze bestemming is het aanleggen van voet- en fietspaden, straten, erven en pleinen, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen, sport en speelgelegenheden, nutsvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen eveneens mogelijk. Gebouwen mogen niet worden opgericht binnen deze bestemmingen, wel zijn andere bouwwerken ten dienste van de bestemming en het oprichten van een antennemast met installatieruimte ter plaatse van de aanduiding zend-/ontvangstinstallatie mogelijk. bestemmingsplan "Emmer-Compascuum, rand Koppelwijk/Maatschappijweg" (vastgesteld) 25

De voor Verkeer - Verblijfsgebied autoboxen aangewezen gronden zijn uitsluitend bestemd voor garageboxen, autoboxen of autostalling. De autoboxen mogen uitsluiten binnen de aangegeven bouwvlakken gerealiseerd worden. Binnen deze bestemming mag niet worden gewoond. 5.3.2.4 Wonen Binnen de bestemming Wonen wordt de mogelijkheid geboden voor de bouw van woningen en de realisatie van daarbij behorende voorzieningen. Dit laatste is tevens bedoeld om ondergeschikte, aan de woonfunctie grenzende voorzieningen (bijvoorbeeld groenvoorzieningen of toegangswegen), waarvan de feitelijke begrenzing niet exact blijkt samen te vallen met de bestemmingsgrens, onder de woonbestemming te brengen. In het bestemmingsplan mag het aantal woningen niet worden vermeerderd, tenzij dit met een aanduiding op de verbeelding anders word aangegeven. Voor de verschillende woonvormen in het plangebied zijn verschillende bestemmingen opgenomen. Voor alle woonvormen geldt dat het hoofdgebouw in het bouwvlak gerealiseerd dient te worden. Het bouwvlak van het hoofdgebouw is per woning op basis van stedenbouwkundige uitgangspunten bepaald. Als uitgangspunt voor de totale bebouwing op het bouwperceel geldt dat het perceel niet meer dan 50% bebouwd mag worden. Daar waar binnen de specifieke bestemming Wonen nog een onderscheidt gemaakt moet worden wordt gebruik gemaakt van specifieke woonbestemmingen.

Bijbehorende bouwwerken dienen ondergeschikt aan het hoofdgebouw te zijn en mogen in het bouwvlak maar ook op het zij- en achtererf gebouwd worden. Voor het te bouwen m² aan bijbehorende bouwwerken geldt een maximum dat is aangegeven binnen de regels.Voor alle woonvormen geldt dat wonen in bijbehorende bouwwerken niet is toegestaan. Naast bijbehorende bouwwerken kunnen tevens andere bouwwerken zoals bijvoorbeeld een dierenverblijf of een overkapping worden gerealiseerd. Voor deze andere bouwwerken geldt dat overkappingen niet voor de voorgevel mogen worden opgericht. In de woonbestemmingen zijn afwijkingen van de bouwregels opgenomen om het bestemmingsplan flexibeler te maken. Naast algemene afwijkingen (o.a. vergroten van de bouwmogelijkheden voor gooten nokhoogte, bouwen van bijbehorende bouwwerken in de voorgevel van het hoofdgebouw, bouwen van het hoofdgebouw maximaal 5 meter achter de gevellijn en het bouwen met een minder steile dakhelling) zijn er ook specifieke afwijkingsmogelijkheden opgenomen.

Artikel 6 Wonen - Vrijstaand of Wonen - Twee - aaneen Alle vrijstaande woningen in het plangebied hebben de bestemming Wonen-Vrijstaand gekregen. Bij vrijstaande woningen geldt dat maximaal 75 m² bijbehorende bouwwerken gerealiseerd mogen worden mits niet meer dan 50% van het bouwperceel wordt bebouwd (inclusief de ruimte die gebruikt wordt voor de woning). Bij Wonen - Vrijstaand of Wonen - Twee - aaneen gaat het om grondgebonden twee- onder- één kap woningen dan wel grondgebonden woningen die door middel van een garage, berging of bijbehorend bouwwerk aan elkaar geschakeld zijn. Voor Wonen - Twee aaneen geldt dat maximaal 50 m² bijbehorende bouwwerken gerealiseerd mogen worden mits niet meer dan 50% van het bouwperceel wordt bebouwd (inclusief de ruimte die gebruikt wordt voor de woning).

5.3.3

Hoofdstuk3 Algemene regels

Hoofdstuk 3 van de regels bevat bepalingen die van toepassing zijn op meerdere bestemmingen, zodat het uit praktische overwegingen de voorkeur verdient deze in afzonderlijke artikelen onder te brengen. Artikel 7 Anti-dubbeltelregel Met dit artikel wordt voorkomen dat meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt. Dit is bijvoorbeeld mogelijk als (onderdelen van) bouwpercelen van eigenaars in maatvoering verschillen en wisselen. Door verwerving van een extra (bouw)perceel of een gedeelte daarvan, kunnen de gronden niet meegenomen worden met de berekening van de bouwmogelijkheden van het nieuwe perceel als de nieuw verworven gronden reeds meegenomen zijn bij de berekening van een eerdere bouwplannen. Het 26 atschappijweg" (vastgesteld)

bestemmingsplan "Emmer-Compascuum, rand Koppelwijk/Ma

is dus niet toegestaan gronden twee keer in te zetten om een omgevingsvergunning te verkrijgen. Artikel 8 Algemene bouwregels In artikel 8 zijn regels opgenomen voor het bouwen van ondergeschikte bouwonderdelen. De genoemde onderdelen mogen de in de regels bepaalde maximale bouwhoogte overschrijden met de in artikel genoemde maten. Hiervoor is bewust gekozen omdat dit duidelijkheid en enige vrijheid aan ontwerpers biedt. Tevens wordt in dit artikel, artikel 9 lid 2 van de Woningwet buiten toepassing verklaard met uitzondering van een zestal onderwerpen dit o.a in verband met de bereikbaarheid, beheer en gebruik van het openbaar gebied.

Artikel 10 Algemene afwijkingsregels Afwijkingsregels zijn regels waardoor aan de bestemmingsbepalingen de nodige extra flexibiliteit wordt meegegeven. Toestemming voor afwijking gebeurt door het verlenen van een omgevingsvergunning. Het college van burgemeester en wethouders kan bijvoorbeeld een omgevingsvergunning verlenen voor het 10 % vergroten van de bouwmogelijkheden voor goot- en nokhoogte, het bouwen van bijgebouwen in de voorgevel van het hoofdgebouw, het bouwen van het hoofdgebouw maximaal 5 meter achter de gevellijn en het bouwen met een minder steile dakhelling. Daarnaast zijn ten aanzien van het gebruik afwijkingsmogelijkheden opgenomen voor de uitoefening van een aan huis gebonden kleinschalige beroeps- of bedrijfsactiviteiten voor alle woningen of het uitoefenen van bed en breakfast. De omgevingsvergunningen mogen alleen gebruikt worden indien niet op grond van een andere bepaling in deze regels omgevingsvergunning kan worden verleend. Dit betekent dat niet 2 keer omgevingsvergunning kan worden verleend van eenzelfde bepalingen of dat bepalingen die extra bouwmogelijkheden geven niet cumulatief gebruikt mogen worden. Artikel 11 Algemene wijzigingsregels Het bestemmingsplan bevat in een aantal gevallen een mogelijkheid tot het wijzigen van het plan op basis van de wijzigingsbevoegdheid op grond van artikel 3.6 Wro.

De procedure van de wijzigingsbevoegdheid is geregeld in de Wro.

5.3.4

Hoofdstuk4 overgangs- en slotregels

Het laatste hoofdstuk "Overgangs en slotregels" bevat in artikel 12 het overgangsrecht , zoals beschreven in het besluit Ruimtelijke Ordening. Artikel 13 is de slotregel. In dit artikel wordt aangegeven op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald. In dit geval kunnen de regels van het bestemmingsplan aangehaald worden als regels van het bestemmingsplan Emmer-Compascuum, rand Koppelwijk/Maatschappijweg".

bestemmingsplan "Emmer-Compascuum, rand Koppelwijk/Maatschappijweg" (vastgesteld) 27

Hoofdstuk 6

Maatschappelijke betrokkenheid

6.1

Overleg ex. artikel 3.1.1 Bro en zienswijzen

6.1.1

Overleg

Het college heeft het bestemmingsplan Emmer-Compascuum, rand Koppelwijk/Maatschappijweg vrijgegeven voor overleg artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro), Het conceptontwerpbestemmingsplan is voor overleg verzonden naar verschillende overlegpartners. De ontvangen adviezen en reacties zijn gebundeld in de Nota van Beantwoording (leeg) behorende bij het bestemmingsplan Emmer-Compascuum, rand Koppelwijk/Maatschappijweg (zie Bijlage 1). In deze nota is tevens het standpunt van het college van burgemeester en wethouders ten aanzien van de verschillende overlegreacties opgenomen. Waar de adviezen en reacties leidden tot aanpassingen van het bestemmingsplan, zijn de aanpassingen in het ontwerpbestemmingsplan verwerkt. Voor de inhoud van de overlegreacties en het standpunt van het college wordt verwezen naar voornoemde nota. De Nota van Beantwoording maakt deel uit van het bestemmingsplan Emmer-Compascuum, rand Koppelwijk/Maatschappijweg

6.2

Zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan

Het ontwerpbestemmigsplan Emmer-Compascuum, rand Koppelwijk/Maatschappijweg heeft vanaf 24 februari 2021 gedurende 6 weken voor eenieder ter inzage gelegen. Tegen het bestemmingsplan zijn geen inhoudelijke zienswijzen ingediend. Alleen provincie Drenthe en de Veiligheidsregio Drenthe hebben een positieve zienswijze ingediend. Er zijn geen aanpassing aan het ontwerpbestemmingsplan doorgevoerd.

28 atschappijweg" (vastgesteld)

bestemmingsplan "Emmer-Compascuum, rand Koppelwijk/Ma

Hoofdstuk 7

Economische uitvoerbaarheid

Het voorliggende bestemmingsplan Emmer-Compascuum, rand Koppelwijk/Maatschappijweg betreft een actualisatie van diverse oude bestemmingsplannen. Uitgangspunt is dat bestaande bouwrechten door de gemeente worden gerespecteerd. In het bestemmingsplan zijn geen nieuwe bouwmogelijkheden opgenomen. Aan het bestemmingplan zijn behoudens het opstellen van het bestemmingsplan dan ook geen kosten verbonden. De kosten van het maken van het voorliggend bestemmingsplan worden in dit geval in z'n geheel gedekt uit het door de gemeenteraad beschikbaar gestelde gelden voor het actualisering van bestemmingsplannen. Het kostenverhaal is dus anderszins verzekerd, waardoor vaststelling van een exploitatieplan niet nodig is. De vaststelling van een exploitatieplan is zodoende niet nodig, aangezien het kostenverhaal nu anderszins verzekerd is.

bestemmingsplan "Emmer-Compascuum, rand Koppelwijk/Maatschappijweg" (vastgesteld) 29

30 atschappijweg" (vastgesteld)

bestemmingsplan "Emmer-Compascuum, rand Koppelwijk/Ma

Bijlagen bij de toelichting

bestemmingsplan "Emmer-Compascuum, rand Koppelwijk/Maatschappijweg" (vastgesteld) 31

Bijlage 1 Nota van Beantwoording (leeg)

32 atschappijweg" (vastgesteld)

bestemmingsplan "Emmer-Compascuum, rand Koppelwijk/Ma

Inhoudsopgave .......................................................................................................................................... 2 1. 1. 2. 3. 2.

Overleg ex. artikel 3.1.1 Bro ............................................................................................................ 3 Provincie Drenthe ......................................................................................................................................................... 3 VRD (brandweer).......................................................................................................................................................... 3 Waterschap Hunze en Aa’s ........................................................................................................................................ 3 Kopie reacties ................................................................................................................................ 4

In het kader van het artikel 3.1.1. Bro overleg is het bestemmingsplan “Emmer-Compascuum, rand Koppelwijk/Maatschappijweg’ naar de wettelijk verplichte en andere door de gemeente erkende overlegpartners verzonden. In dit geval is op 10 december 2020 provincie Drenthe, Waterschap Hunze en Aa’s , EOP van Emmer-Compascuum, RUD Drenthe en de Veiligheidsregio Drenthe (brandweer) op de hoogte gebracht. In het kader van het overleg hebben wij een reactie terug ontvangen van Provincie Drenthe, het waterschap en de brandweer. De RUD Drenthe gaf aan geen opmerkingen op het plan te hebben. Bij de beantwoording wordt onder A een samenvatting van de reactie gegeven. Onder B staat het gemeentelijke antwoord hierop en- indien van toepassing - onder C de eventuele doorvertaling ervan in het bestemmingsplan.

1. Provincie Drenthe 1a

1b 1c

De provincie geeft aan dat er geen provinciaal belang is gemoeid omdat sprake is van de herstructurering van woningen in het bestaand stedelijk gebied, waarmee dus een klein herstructureringsproject kan worden uitgevoerd binnen de gemeentelijke woonvisie. Het bestemmingsplan zal verder in procedure worden gebracht. Voor kennisgeving aangenomen.

2. VRD (brandweer) 2a. De VRD kan instemmen met het bestemmingsplan, mits een uitleg wordt gegeven van de mogelijke aanrijmogelijkheden voor de brandweer in de toelichting. 2b In paragraaf 4.3.3 is aangegeven dat de wijk Koppelwijk/Maatschappijweg van twee kanten bereikbaar is. Doordat de wijk niet af is, zijn het tijdelijke routes. Maar te zijner tijd is er naast vanaf Hoofdkanaal-Koppelwijk OZ straks vanaf Bertus Kerkhofstraat een aansluiting op de Patrijs. Nu is er ook een tijdelijke aansluiting op de Kwartel. 2c Paragraaf 4.3.3 wordt aangepast. 3. Waterschap Hunze en Aa’s 3a. De tijd tussen het indienen van een watertoets en het vragen om een reactie in kader van het vooroverleg is erg kort geweest. Derhalve wordt verwezen naar de uitgangspuntennotitie. 3b Sommige projecten komen in een flow, waardoor de tijd inderdaad ietwat kort is. Niettemin dank voor het toezenden van de inhoudelijke reactie. 3c Voor kennisgeving aangenomen. 4a. 4b 4c

De uitgangspuntennotitie geeft aan dat het gaat om een normale procedure. Er zijn geen specifieke overlegpunten. Het voorgenomen plan om een ander type woningen in de wijk Koppelwijk/Maatschappijweg te bouwen en een blok woningen weg te bestemmen is eveneens qua wateraspecten voor de directe omgeving een verbetering. De uitgangspuntennotitie is opgenomen in de bijlage van het bestemmingsplan.

provinciehuis Westerbrink i, Assen postadres Postbus 122, 9400 ac Assen

provincieT^rcn the

www.drenthe.nl O59i-}6 55

000091

18.01.2021 11:02 Aan: Gemeente Emmen Postbus 30001 7800 RA EMMEN < ■ > ii»

Assen, 14 januari 2021 Ons kenmerk 202003781-00919669 Behandeld door mevrouw K.E. Blanke (0592) 36 58 97 Onderwerp: Bestemmingsplan Rand Koppelwijk, Maatschappijweg Emmer-Compascuum

Geacht college, In het kader van het overleg, zoals bedoeld in artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening, heeft u ons college om een reactie gevraagd over het voorontwerp-Bestemmingsplan Emmer-Compascuum, rand Koppelwijk/Maatschappijweg. Het plan omvat verschillende wijzigingen: een strook agrarische grond wordt bij tuinen getrokken, er wordt een groene ruimte opgenomen (in plaats van de toegestane bebouwing) en er wordt de mogelijkheid gegeven een ander type woning te bouwen dan nu is toegestaan.

Deze wijzigingen geven ons geen aanleiding om opmerkingen te geven op het voorontwerpbestemmingsplan. Indien het plan overeenkomstig dit voorontwerp in procedure wordt gebracht, mag u er daarom vanuit gaan dat Gedeputeerde Staten geen reden zal zien om vanuit provinciaal belang in te grijpen in de verdere procedure.

Hiermee is, wat ons betreft, voldaan aan het vooroverleg als bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening.

Hoogachtend, Gedeputeerde Staten van Drenthe, namens dezen.

J. de Boer, Teammanager Ruimte, Energie en Wonen

w

Gemeente Emmen t.a.v. mevrouw Bruins Postbus 30001 7800 RA EMMEN

Veiligheidsregio Drenthe Postbus 402 9400 AK ASSEN brandweeradvies@vrd.nl www.vrd.nl

ons kenmerk U201814

uw kenmerk

datum 17 December 2020

inlichten bij Gijs van den Hengel

telefoonnummer 06-52490041

email gijs.vandenhengel@vrd.nl

onderwerp bestemmingsplan “Emmer-Compascuum, rand Koppelwijk/Maatschappijweg”

Geachte mevrouw Bruins, Op 9 december stuurde u het verzoek om een advies uit te brengen op bovengenoemd bestemmingsplan. In deze brief vindt u mijn advies. De toetsing Met de inhoud van paragraaf 4.3 Fysieke veiligheid zijn wij als Veiligheidsregio content mee. Echter, de gebiedsontsluiting roept enige vragen op die om duidelijkheid wensen. Het gebied dient via 2 onafhankelijke wegen bereikbaar te zijn. Via de Koppelwijk OZ is de Kwartel te bereiken. Dat is 1 route. De tweede route via de J. Abelnstraat is onduidelijk hoe deze uitgevoerd is. In figuur 1.3 lijkt via de J. Abelnstraat vervolgd door de Bertus Kerkhostraat de Patrijs bereikbaar . Via de Patrijs en de Fazant kan dan aangesloten worden op de Kwartel en deze wegen lijken voor een brandweervoertuig (vrachtwagen) te gebruiken. Op figuur 1.1 is niet duidelijk of de Patrijs inderdaad via de Bertus Kerkhofstraat bereikbaar is. Google maps, ©2020, lijkt weer te geven dat via de J. Abelnstraat de Kwartel rechtstreeks bereikbaar is! Tevens dat de Patrijs NIET via de Bertus Kerkhofstraat bereikbaar is. Ik verzoek u derhalve een duidelijke wegenstructuur weer te geven hoe momenteel, en zo mogelijk in de toekomst, de wegenstructuur waarover een brandweervoertuig kan rijden, eruit ziet. Tot slot Heeft u nog vragen over deze brief, dan kunt u contact met mij opnemen. De contactgegevens vindt u bovenaan deze brief.

Met vriendelijke groet, namens het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Drenthe,

Team Risicobeheersing

watertoets

3 december 2020

dossiercode 20201203-33-24950

waterschap

6 januari 2021

kenmerk IN20-Z29280

bestemmingsplan Emmer-Compascuum, rand Koppelwijk/Maatschappijweg

Uitgangspuntennotitie Watertoets normale procedure Via de digitale watertoets is het Waterschap op de hoogte gesteld van dit plan. De aanmelding heeft ertoe geleid dat de normale procedure wordt doorlopen. Dit houdt in dat het waterschap een uitgangspuntennotitie levert. Deze uitgangspuntennotitie moet gebruikt worden bij het opstellen van de waterparagraaf. De uitgewerkte waterparagraaf moet voorgelegd worden aan de beleidsmedewerker planvorming. Plannaam zoals aangemeld bij de digitale watertoets bestemmingsplan Emmer-Compascuum, rand Koppelwijk/Maatschappijweg

Wijzigingen in verhard oppervlak Diverse zaken: - Er komt in plaats van vrijstaande woningen een groen veld voor speelveld annex parkje - De 12 twee-onder-een-kapwoningen worden veranderd in vrijstaand of twee-onder-eenkap, per saldo blijft het aantal woningen gelijk of worden minder - De strook grond aan de rand van de woonwijk wordt bestemd als tuin of groen. Fysieke watersysteemveranderingen nee Vuilwater-, en hemelwaterbehandeling blijft hetzelfde

Contactgegevens: Planindiener: gemeente Emmen postbus 30 001 7800 RA Emmen

Gemeente Emmen: nw B.M. Bruins 14 591 b.bruins@emmen.nl

b.bruins@emmen.nl

Inhoud: 1. Specifieke en aanvullende uitgangspunten 2. Inleiding 3. Waterveiligheid 4. Waterkwantiteit 5. Waterkwaliteit 6. Aanvullende belangen Waterschap 7. Verdere betrokkenheid waterschap 8. Bronnenlijst

Waterschap Hunze en Aa's: Wilfried Heijnen (0598) 69 3402 w.heijnen@hunzeenaas.nl

1 Specifieke en aanvullende uitgangspunten Er zijn geen aanvullende opmerkingen op het gewijzigde bestemmingsplan.

Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) De hoge grondwaterstanden die in het plangebied (deels) voorkomen, kunnen de toepasbaarheid van infiltratiemaatregelen beperken.

2 Inleiding Waterschappen zijn verantwoordelijk voor het waarborgen van waterveiligheid en het voorkomen van wateroverlast en watertekort (waterkwantiteit). Daarnaast zorgen waterschappen voor het verbeteren van de waterkwaliteit van het oppervlaktewater, zowel chemisch als ecologisch. Het is van belang dat deze taken zowel nu als in de toekomst gewaarborgd blijven. Om dit te kunnen doen worden ruimtelijke plannen en ontwikkelingen getoetst op hun impact op het goed blijven functioneren van het watersysteem. Waterschap Hunze en Aa's streeft ernaar om de impact van dergelijke plannen en ontwikkelingen zoveel mogelijk waterneutraal te houden en waar mogelijk positieve ontwikkelingen te stimuleren. Op grond van het Besluit Ruimtelijke Ordening (Art.12), moeten ruimtelijke plannen zijn voorzien van een waterparagraaf. Om deze waterparagraaf te kunnen opstellen moet de waterbeheerder worden geraadpleegd door middel van de Watertoets, door; vroegtijdige betrokkenheid, meedenken, informeren, adviseren en het afwegen van belangen (vooroverleg). Tot en met de uiteindelijke

vaststelling van het ruimtelijk plan (voorontwerp, ontwerp en vaststelling) blijft de waterbeheerder betrokken bij het planproces. In de waterparagraaf (+ bijlage) moet door het waterschap afgegeven advies zijn verwoord. Bij het afwijken van het wateradvies, dient er door de gemeente een onderbouwing te zijn opgenomen die tot het afwijken van het wateradvies heeft geleid. In de definitieve uitgangspuntennotitie (onderdeel 1) zijn plan specifieke en aanvullende uitgangspunten (adviezen) opgenomen voor dit plan. De verdere opbouw van dit document bestaat uit 5 thema`s; waterveiligheid, waterkwantiteit, waterkwaliteit, aanvullende belangen waterschap en gerelateerde belangen van derden. Per thema is voor dit plan relevante informatie opgenomen en zijn uitgangspunten opgesteld. Ten slotte is de verdere gewenste betrokkenheid van het waterschap bij het vervolg van het planproces beschreven.

3 Waterveiligheid Waterveiligheid betreft het voorkomen, zo mogelijk uitsluiten, van levensbedreigende overstromingsrisico's voor mens en dier en het voorkomen van schade aan have en goed. Risico's die met name zullen optreden bij het doorbreken van een zeekering (primaire kering) of boezemkade (secundaire kering). Binnen dit thema zijn, indien van toepassing, alle waterschapsbelangen beschreven die vanwege de waterveiligheid extra bescherming genieten of anderzijds van belang zijn voor de waterveiligheid.

4 Waterkwantiteit Het waterschap heeft als taak de zorg voor voldoende water in droge perioden als de afvoer in perioden van overvloed. Een vergrote kans op wateroverlast of watertekort dient dus voorkomen te worden. Binnen dit thema zijn, indien van toepassing, de voor dit plan gerelateerde belangen beschreven die in meer of mindere mate de waterkwantiteit beïnvloeden. Wateroverlast vanuit het oppervlaktewater moet in ieder geval zoveel mogelijk voorkomen worden. Overtollig grond- en hemelwater dat tot afvoer komt volgt de trits ; ''vasthouden, bergen, afvoeren''. Hoofdwatergang Binnen het plangebied zijn hoofdwatergangen van het waterschap aanwezig. Aan weerszijden van alle hoofdwatergangen ligt een beschermingszone van 5 meter breed, gerekend vanaf de insteek talud. Een zone van 4 meter vanaf de insteek langs hoofdwatergangen moet vrij blijven (onderhoudspad/maaipad) van ieder obstakel, zoals: heggen, afrastering, bomen, schuttingen, opstallen en/of verharde paden. Zoals is vastgesteld in de Keur van het waterschap, geldt voor maatregelen binnen deze beschermingszone (en voor maatregelen in de hoofdwatergang zelf) een meldingsplicht (Algemene Regels) en is veelal een watervergunning vereist. Grondwaterstand en ontwateringsdiepte Om grondwateroverlast te voorkomen is een minimale ontwateringsdiepte (de afstand tussen het maaiveld en de grondwaterstand) nodig.

In het plangebied is de Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) (plaatselijk) relatief hoog, waardoor de kans op overlast toeneemt. De voor het plan noodzakelijke ontwateringsnorm wordt mogelijk niet in het hele plangebied gehaald. Voor

primaire wegen is de ontwateringsnorm 1,0 m-mv, voor woningen met kruipruimtes, industrieterreinen en secundaire wegen is dit 0,7 m-mv, voor tuinen en plantsoenen is dit 0,5 m-mv, en voor woningen zonder kruipruimte is de norm 0,3 m-mv. Mocht de beoogde functie van het ingediende plan overlast kunnen ondervinden door onvoldoende ontwateringsdiepte, is het te adviseren om hier rekening mee te houden in het ontwerp en bij de inrichting.

5 Waterkwaliteit Om de waterkwaliteit te waarborgen heeft het waterschap de zorg voor het realiseren van schoon en ecologisch gezond water, waarin systeem-specifieke dieren en planten voorkomen. In de eerste plaats is dit van belang voor de grotere beken, kanalen en meren waarvoor binnen de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) doelen en maatregelen zijn opgesteld voor aangewezen waterlichamen. Daarnaast is een goede waterkwaliteit van belang voor het recreatief medegebruik als zwemmen en kanoën en voor het stelsel van kleinere watergangen voor water aan- en afvoer. In dit thema zijn, indien van toepassing, alle voor dit plan specifieke waterschapsbelangen beschreven die impact hebben op de waterkwaliteit. Vervuiling van het oppervlaktewater moet in ieder geval zoveel mogelijk voorkomen worden. Om deze reden vraagt het waterschap op de toepassing van uitlogende materialen zoveel mogelijk te beperken en om vervuiling door bedrijfsmatige activiteiten te voorkomen. Afstromend hemelwater dat vervuild is geraakt moet zo veel mogelijk gescheiden worden afgevoerd, of moet worden gezuiverd. Dit volgt de trits ; ''schoonhouden, scheiden, zuiveren''.

6 Aanvullende waterschapsbelangen Onder dit thema zijn, indien van toepassing, een aantal onderwerpen opgenomen die mogelijk een belang raakt voor het waterschap of die van gerelateerde partners. Dit betreft enerzijds locatie specifieke eigenschappen die in een toekomstige situatie de effecten op het waterbeheer kunnen vergroten. Anderzijds kunnen ook watergerelateerde gebiedseigenschappen zijn opgenomen buiten de jurisdictie van het waterschap, maar die wel indirect de belangen van het waterbeheer raken.

7 Verdere betrokkenheid waterschap Voor alle voor dit plan relevante watergerelateerde onderwerpen zijn in dit document uitgangspunten opgenomen. Voor de verdere procedurele afhandeling van het ruimtelijk plan (voorontwerp en ontwerp), is het van belang om het waterschap te blijven informeren en te betrekken en hierin rekening te houden met deze uitgangspunten. In de waterparagraaf dient worden aangegeven op welke wijze invulling zal worden gegeven aan de belangen met betrekking tot het waterbeheer. Het waterschap kan altijd geraadpleegd worden voor overleg en nadere uitleg.

8 Bronnen Keur waterschap Hunze en Aa s. Waterschap Hunze en Aa s, Veendam (2010) Beheerprogramma 2016-2021. Waterschap Hunze en Aa s, Veendam (2016)

www.dewatertoets.nl

Bertina Bruins Van: Verzonden: Aan: Onderwerp:

Henk Zwiers maandag 21 december 2020 11:45 Bertina Bruins RE: bestemmingsplan “Emmer-Compascuum, rand Koppelwijk/Maatschappijweg”

Hallo Bertina, Externe veiligheid is niet relevant voor dit plan. Geen opmerkingen dus. Met vriendelijke groet, Henk Zwiers Adviseur externe veiligheid

Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe Team Advies (Werkdagen RUD ma t/m do) Postbus 1017 t 0800 - 9102 9400 BA Assen m 06 11617942 bezoekadres www.ruddrenthe.nl adres Raadhuisplein 1 Emmen adres Westerbrink 1 Assen Van: Bertina Bruins Verzonden: donderdag 17 december 2020 04:45 Aan: 'post@drenthe.nl' ; 'Waterschap Hunze en Aa's Veendam' ; 'info@dorpsbelangenec.nl' ; Henk Zwiers ; 'Gijs van den Hengel' CC: 'Karina Blanke' Onderwerp: RE: bestemmingsplan “Emmer-Compascuum, rand Koppelwijk/Maatschappijweg” Geachte heer/ mevrouw, Helaas is door een landelijk technisch probleem het bestemmingsplan niet zichtbaar op ruimtelijkeplannen.nl Daarom stuur ik u bij deze de bestanden omtrent het bestemmingsplan “Emmer-Compascuum, rand Koppelwijk/Maatschappijweg”. Met vriendelijke groet, mw B.M. Bruins Van: Bertina Bruins Verzonden: woensdag 9 december 2020 14:10 Aan: 'post@drenthe.nl' <post@drenthe.nl>; 'Waterschap Hunze en Aa's Veendam' <waterschap@hunzeenaas.nl>; 'info@dorpsbelangenec.nl' <info@dorpsbelangenec.nl>; Henk Zwiers <h.zwiers@ruddrenthe.nl>; 'Gijs van den Hengel' <Gijs.vandenHengel@vrd.nl> CC: Jantje Kort <J.Kort@emmen.nl> Onderwerp: bestemmingsplan “Emmer-Compascuum, rand Koppelwijk/Maatschappijweg”

Geachte heer, mevrouw, In het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening laten wij u weten dat vanaf vrijdag 10 december het conceptontwerpbestemmingsplan “Emmer-Compascuum, rand Koppelwijk/Maatschappijweg” te vinden is op www.ruimtelijkeplannen.nl . Uw reactie met betrekking tot het concept- ontwerpbestemmingsplan zien wij graag binnen 8 weken met belangstelling tegemoet. Indien u binnen deze termijn niet heeft gereageerd gaan wij er vanuit dat u zich kunt vinden in het conceptontwerpbestemmingsplan. Het conceptontwerpbestemmingsplan “Emmer-Compascuum, rand Koppelwijk/Maatschappijweg” heeft het nummer “IMRO.0114.202031 -B301”. 1

Met vriendelijke groet, Mw B.M. Bruins Team Ontwikkeling, gemeente Emmen tel. 0591-685339.

2

Bijlage 2 Uitgangspuntennotitie watertoets

bestemmingsplan "Emmer-Compascuum, rand Koppelwijk/Maatschappijweg" (vastgesteld) 47

watertoets

3 december 2020

dossiercode 20201203-33-24950

waterschap

6 januari 2021

kenmerk IN20-Z29280

bestemmingsplan Emmer-Compascuum, rand Koppelwijk/Maatschappijweg

Uitgangspuntennotitie Watertoets normale procedure Via de digitale watertoets is het Waterschap op de hoogte gesteld van dit plan. De aanmelding heeft ertoe geleid dat de normale procedure wordt doorlopen. Dit houdt in dat het waterschap een uitgangspuntennotitie levert. Deze uitgangspuntennotitie moet gebruikt worden bij het opstellen van de waterparagraaf. De uitgewerkte waterparagraaf moet voorgelegd worden aan de beleidsmedewerker planvorming. Plannaam zoals aangemeld bij de digitale watertoets bestemmingsplan Emmer-Compascuum, rand Koppelwijk/Maatschappijweg

Wijzigingen in verhard oppervlak Diverse zaken: - Er komt in plaats van vrijstaande woningen een groen veld voor speelveld annex parkje - De 12 twee-onder-een-kapwoningen worden veranderd in vrijstaand of twee-onder-eenkap, per saldo blijft het aantal woningen gelijk of worden minder - De strook grond aan de rand van de woonwijk wordt bestemd als tuin of groen. Fysieke watersysteemveranderingen nee Vuilwater-, en hemelwaterbehandeling blijft hetzelfde

Contactgegevens: Planindiener: gemeente Emmen postbus 30 001 7800 RA Emmen

Gemeente Emmen: nw B.M. Bruins 14 591 b.bruins@emmen.nl

b.bruins@emmen.nl

Inhoud: 1. Specifieke en aanvullende uitgangspunten 2. Inleiding 3. Waterveiligheid 4. Waterkwantiteit 5. Waterkwaliteit 6. Aanvullende belangen Waterschap 7. Verdere betrokkenheid waterschap 8. Bronnenlijst

Waterschap Hunze en Aa's: Wilfried Heijnen (0598) 69 3402 w.heijnen@hunzeenaas.nl

1 Specifieke en aanvullende uitgangspunten Er zijn geen aanvullende opmerkingen op het gewijzigde bestemmingsplan.

Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) De hoge grondwaterstanden die in het plangebied (deels) voorkomen, kunnen de toepasbaarheid van infiltratiemaatregelen beperken.

2 Inleiding Waterschappen zijn verantwoordelijk voor het waarborgen van waterveiligheid en het voorkomen van wateroverlast en watertekort (waterkwantiteit). Daarnaast zorgen waterschappen voor het verbeteren van de waterkwaliteit van het oppervlaktewater, zowel chemisch als ecologisch. Het is van belang dat deze taken zowel nu als in de toekomst gewaarborgd blijven. Om dit te kunnen doen worden ruimtelijke plannen en ontwikkelingen getoetst op hun impact op het goed blijven functioneren van het watersysteem. Waterschap Hunze en Aa's streeft ernaar om de impact van dergelijke plannen en ontwikkelingen zoveel mogelijk waterneutraal te houden en waar mogelijk positieve ontwikkelingen te stimuleren. Op grond van het Besluit Ruimtelijke Ordening (Art.12), moeten ruimtelijke plannen zijn voorzien van een waterparagraaf. Om deze waterparagraaf te kunnen opstellen moet de waterbeheerder worden geraadpleegd door middel van de Watertoets, door; vroegtijdige betrokkenheid, meedenken, informeren, adviseren en het afwegen van belangen (vooroverleg). Tot en met de uiteindelijke

vaststelling van het ruimtelijk plan (voorontwerp, ontwerp en vaststelling) blijft de waterbeheerder betrokken bij het planproces. In de waterparagraaf (+ bijlage) moet door het waterschap afgegeven advies zijn verwoord. Bij het afwijken van het wateradvies, dient er door de gemeente een onderbouwing te zijn opgenomen die tot het afwijken van het wateradvies heeft geleid. In de definitieve uitgangspuntennotitie (onderdeel 1) zijn plan specifieke en aanvullende uitgangspunten (adviezen) opgenomen voor dit plan. De verdere opbouw van dit document bestaat uit 5 thema`s; waterveiligheid, waterkwantiteit, waterkwaliteit, aanvullende belangen waterschap en gerelateerde belangen van derden. Per thema is voor dit plan relevante informatie opgenomen en zijn uitgangspunten opgesteld. Ten slotte is de verdere gewenste betrokkenheid van het waterschap bij het vervolg van het planproces beschreven.

3 Waterveiligheid Waterveiligheid betreft het voorkomen, zo mogelijk uitsluiten, van levensbedreigende overstromingsrisico's voor mens en dier en het voorkomen van schade aan have en goed. Risico's die met name zullen optreden bij het doorbreken van een zeekering (primaire kering) of boezemkade (secundaire kering). Binnen dit thema zijn, indien van toepassing, alle waterschapsbelangen beschreven die vanwege de waterveiligheid extra bescherming genieten of anderzijds van belang zijn voor de waterveiligheid.

4 Waterkwantiteit Het waterschap heeft als taak de zorg voor voldoende water in droge perioden als de afvoer in perioden van overvloed. Een vergrote kans op wateroverlast of watertekort dient dus voorkomen te worden. Binnen dit thema zijn, indien van toepassing, de voor dit plan gerelateerde belangen beschreven die in meer of mindere mate de waterkwantiteit beïnvloeden. Wateroverlast vanuit het oppervlaktewater moet in ieder geval zoveel mogelijk voorkomen worden. Overtollig grond- en hemelwater dat tot afvoer komt volgt de trits ; ''vasthouden, bergen, afvoeren''. Hoofdwatergang Binnen het plangebied zijn hoofdwatergangen van het waterschap aanwezig. Aan weerszijden van alle hoofdwatergangen ligt een beschermingszone van 5 meter breed, gerekend vanaf de insteek talud. Een zone van 4 meter vanaf de insteek langs hoofdwatergangen moet vrij blijven (onderhoudspad/maaipad) van ieder obstakel, zoals: heggen, afrastering, bomen, schuttingen, opstallen en/of verharde paden. Zoals is vastgesteld in de Keur van het waterschap, geldt voor maatregelen binnen deze beschermingszone (en voor maatregelen in de hoofdwatergang zelf) een meldingsplicht (Algemene Regels) en is veelal een watervergunning vereist. Grondwaterstand en ontwateringsdiepte Om grondwateroverlast te voorkomen is een minimale ontwateringsdiepte (de afstand tussen het maaiveld en de grondwaterstand) nodig.

In het plangebied is de Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) (plaatselijk) relatief hoog, waardoor de kans op overlast toeneemt. De voor het plan noodzakelijke ontwateringsnorm wordt mogelijk niet in het hele plangebied gehaald. Voor

primaire wegen is de ontwateringsnorm 1,0 m-mv, voor woningen met kruipruimtes, industrieterreinen en secundaire wegen is dit 0,7 m-mv, voor tuinen en plantsoenen is dit 0,5 m-mv, en voor woningen zonder kruipruimte is de norm 0,3 m-mv. Mocht de beoogde functie van het ingediende plan overlast kunnen ondervinden door onvoldoende ontwateringsdiepte, is het te adviseren om hier rekening mee te houden in het ontwerp en bij de inrichting.

5 Waterkwaliteit Om de waterkwaliteit te waarborgen heeft het waterschap de zorg voor het realiseren van schoon en ecologisch gezond water, waarin systeem-specifieke dieren en planten voorkomen. In de eerste plaats is dit van belang voor de grotere beken, kanalen en meren waarvoor binnen de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) doelen en maatregelen zijn opgesteld voor aangewezen waterlichamen. Daarnaast is een goede waterkwaliteit van belang voor het recreatief medegebruik als zwemmen en kanoën en voor het stelsel van kleinere watergangen voor water aan- en afvoer. In dit thema zijn, indien van toepassing, alle voor dit plan specifieke waterschapsbelangen beschreven die impact hebben op de waterkwaliteit. Vervuiling van het oppervlaktewater moet in ieder geval zoveel mogelijk voorkomen worden. Om deze reden vraagt het waterschap op de toepassing van uitlogende materialen zoveel mogelijk te beperken en om vervuiling door bedrijfsmatige activiteiten te voorkomen. Afstromend hemelwater dat vervuild is geraakt moet zo veel mogelijk gescheiden worden afgevoerd, of moet worden gezuiverd. Dit volgt de trits ; ''schoonhouden, scheiden, zuiveren''.

6 Aanvullende waterschapsbelangen Onder dit thema zijn, indien van toepassing, een aantal onderwerpen opgenomen die mogelijk een belang raakt voor het waterschap of die van gerelateerde partners. Dit betreft enerzijds locatie specifieke eigenschappen die in een toekomstige situatie de effecten op het waterbeheer kunnen vergroten. Anderzijds kunnen ook watergerelateerde gebiedseigenschappen zijn opgenomen buiten de jurisdictie van het waterschap, maar die wel indirect de belangen van het waterbeheer raken.

7 Verdere betrokkenheid waterschap Voor alle voor dit plan relevante watergerelateerde onderwerpen zijn in dit document uitgangspunten opgenomen. Voor de verdere procedurele afhandeling van het ruimtelijk plan (voorontwerp en ontwerp), is het van belang om het waterschap te blijven informeren en te betrekken en hierin rekening te houden met deze uitgangspunten. In de waterparagraaf dient worden aangegeven op welke wijze invulling zal worden gegeven aan de belangen met betrekking tot het waterbeheer. Het waterschap kan altijd geraadpleegd worden voor overleg en nadere uitleg.

8 Bronnen Keur waterschap Hunze en Aa s. Waterschap Hunze en Aa s, Veendam (2010) Beheerprogramma 2016-2021. Waterschap Hunze en Aa s, Veendam (2016)

www.dewatertoets.nl

54 atschappijweg" (vastgesteld)

bestemmingsplan "Emmer-Compascuum, rand Koppelwijk/Ma

Regels

bestemmingsplan "Emmer-Compascuum, rand Koppelwijk/Maatschappijweg" (vastgesteld) 55

Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1

Inleidende regels

Begrippen

plan:

het bestemmingsplan Emmer-Compascuum, rand Koppelwijk/Maatschappijweg met identificatienummer NL.IMRO.0114.2020031-B701 van de gemeente Emmen; 1.2

bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3

aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4

aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5

ander(e) bouwwerk(en):

een bouwwerk, geen gebouw zijnde; 1.6

andere werk(en):

een werk, geen bouwwerk zijnde; 1.7

bebouwing:

één of meer gebouwen en/ of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.8

bestaand:

bestaand ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan; 1.9

bestaande bebouwing:

bebouwing aanwezig op de eerste dag van de terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan; 1.10

bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak; 1.11

bestemmingsplan

De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels; 1.12

bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.13

bijbehorend bouwwerk:

uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.14

bijgebouw:

een gebouw dat in bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan het op het zelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw, zoals een bijbehorend bouwwerk, aan- of uitbouw en aangebouwd en/of vrijstaand bijgebouw;

56 atschappijweg" (vastgesteld)

bestemmingsplan "Emmer-Compascuum, rand Koppelwijk/Ma

1.15

bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.16

bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.17

bouwwerk:

een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde verbonden is; 1.18

gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.19

geometrische plaatsbepaling:

locatie van een ruimtelijk object, vastgelegd in een ruimtelijk referentiesysteem; 1.20

groenvoorziening:

een (openbaar)gebied, dat is ingericht als berm, park, groenstrook, beplantingsstrook, grasveld, plantsoen, sport- en speelveldjes en dergelijke, welke voor het gehele jaar of een groot deel van het jaar voor het publiek algemeen toegankelijk moet zijn; 1.21

hoofdgebouw:

gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst;

bestemmingsplan "Emmer-Compascuum, rand Koppelwijk/Maatschappijweg" (vastgesteld) 57

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

de afstand tot de zij- c.q. achtererfscheiding:

de kortste afstand gemeten tussen een bouwwerk en de zij- c.q. achtererfscheiding; 2.2

de bebouwing op de verbeelding:

de op de verbeelding aangegeven (kadastrale) bebouwing wordt als illustratief beschouwd; 2.3

bebouwingspercentage:

een op de verbeelding of in de regels aangegeven percentage, dat de grootte aangeeft van het deel van het bouwvlak, dat ten hoogste mag worden bebouwd; 2.4

de bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5

de dakhelling:

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.6

de goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.7

de hoogte van een windturbine:

vanaf het peil tot aan de as van de windturbine; 2.8

de inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.9

de oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.10

het peil:

het peil overeenkomstig de bouwverordening, danwel indien geen peil overeenkomstig de bouwverordening is vast te stellen, de hoogte van het afgewerkte bouwterrein, indien in of op het water wordt gebouwd, dan het Normaal Amsterdams Peil of een ander plaatselijk waterpeil aan te houden;

58 atschappijweg" (vastgesteld)

bestemmingsplan "Emmer-Compascuum, rand Koppelwijk/Ma

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Groen

Bestemmingsomschrijving

De voor Groen aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groen(voorziening); b. water; met bijbehorende: c. d. e. f. g.

andere bouwwerken; sport- en speelgelegenheden; fiets- en voetpaden; toegangswegen in- en uitritten. nutsvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen;

3.2

Bouwregels

Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. op of in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd; b. de bouwhoogte van een ander bouwwerk mag maximaal 3 meter bedragen met dien verstande dat de maximale bouwhoogte van een erf- en terreinafscheiding langs de openbare weg maximaal 1 meter bedraagt en de maximale bouwhoogte van lichtmasten en vlaggenmasten maximaal 5 meter mag bedragen; 3.3

Nadere eisen

3.3.1

Bevoegdheid

Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de gebouwen, wat betreft: a. b. c. d. e. f. g. h.

de woonsituatie; het straat- en bebouwingsbeeld; cultuurhistorie; verkeersveiligheid; sociale veiligheid; brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding; milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen.

3.4

Afwijken van de bouwregels

3.4.1

Bevoegdheid

Burgemeester en Wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: i.

artikel 3.2 onder b. en toestaan dat de bouwhoogte van een erf- en terreinafscheiding langs de openbare weg maximaal 3 meter mag bedragen;

3.4.2

Afweging

De toepassing van de in artikel 3.4 lid 1 genoemde afwijking is beperkt tot incidentele gevallen, waarbij het functioneren van de bestemming begrepen doeleinden en omliggende bestemmingen niet mag worden aangetast. In de afweging om omgevingsvergunning te verlenen worden in ieder geval de woonsituatie, het straat- en bebouwingsbeeld, de cultuurhistorie, de verkeersveiligheid, de (sociale) veiligheid, brandveiligheid/ externe veiligheid en rampenbestrijding, de milieusituatie, de gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen in acht genomen. Indien de genoemde waarden en of belangen onevenredig worden geschaad wordt de omgevingsvergunning niet verleend; bestemmingsplan "Emmer-Compascuum, rand Koppelwijk/Maatschappijweg" (vastgesteld) 59

3.5

Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden voor buitenopslag; b. het gebruik van gronden voor parkeren in openbaar gebied;

60 atschappijweg" (vastgesteld)

bestemmingsplan "Emmer-Compascuum, rand Koppelwijk/Ma

Artikel 4 4.1

Tuin

Bestemmingsomschrijving

De voor Tuin aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuin; met bijbehorende: b. andere bouwwerken; 4.2

Bouwregels

4.2.1

Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd; 4.2.2

Andere bouwwerken

Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. binnen de bestemming Tuin mogen geen overkapping worden gerealiseerd; b. de bouwhoogte van een ander bouwwerk, anders dan een overkapping, mag voor de gevellijn maximaal 1 meter en achter de voorgevel maximaal 3 meter bedragen met dien verstande dat: 1. de maximale bouwhoogte van een erf- en terreinafscheiding voor de gevellijn maximaal 1 meter bedraagt en achter de gevellijn maximaal 2 meter 2. de maximale bouwhoogte van vlaggenmasten maximaal 5 meter mag bedragen; 3. een luifel aan het hoofdgebouw maximaal 1,5 meter voor de gevellijn uit mag steken;

bestemmingsplan "Emmer-Compascuum, rand Koppelwijk/Maatschappijweg" (vastgesteld) 61

Artikel 5 5.1

Verkeer - Verblijfsgebied

Bestemmingsomschrijving

De voor Verkeer- Verblijfgebied aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woonstraten en wegen voor de ontsluiting van de aanliggende percelen; b. erven en pleinen; c. standplaatsen met bijbehorende: d. e. f. g. h. i. j.

andere bouwwerken; kunstwerken en waterwerken; sport- en speelgelegenheden; fiets- en voetpaden; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen; nutsvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen;

5.2

Bouwregels

5.2.1

Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd; 5.2.2

Andere bouwwerken

Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van terrein- en/of erfafscheiding langs de openbare weg mag maximaal 1 meter bedragen; b. de bouwhoogte van kunstwerken van artistieke aard, lichtmasten, informatiesystemen, signaleringsborden mag maximaal 10 meter bedragen; c. de gezamenlijke oppervlakte van bouwwerken mag maximaal 50 m² bedragen; d. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken mag maximaal 5 meter bedragen; e. overkappingen mogen niet worden opgericht;

62 atschappijweg" (vastgesteld)

bestemmingsplan "Emmer-Compascuum, rand Koppelwijk/Ma

Artikel 6 6.1

Wonen - Vrijstaand of Wonen - Twee aaneen 2

Bestemmingsomschrijving

De voor Wonen-Vrijstaand of Wonen-Twee aaneen 2 aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. vrijstaande woningen en/of twee-onder-één kapwoningen (twee aaneen); b. bijgebouwen; c. tuin en erven; met bijbehorende: d. andere bouwwerken; e. toegangswegen in- en uitritten; f. nutsvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen; 6.2

Bouwregels

6.2.1

Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. als hoofdgebouw mogen uitsluitend een vrijstaande woning of twee-onder-één kap woning worden gebouwd; b. het aantal hoofdgebouwen met de bestemming Wonen - Vrijstaand of Wonen - Twee aaneen 2 mag niet meer bedragen dan het aantal dat op de verbeelding per bouwvlak is aangegeven; c. gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd; d. de afstand van een zij- en achtergevel van een gebouw tot een zij- en achtererfscheiding mag niet minder dan 3 meter bedragen, tenzij de hoogte ervan niet meer dan 3 meter bedraagt; e. 40% van het bouwperceel mag worden bebouwd bij een vrijstaande woning, met een maximum van 200m²; f. 50% van het bouwperceel mag worden bebouwd bij een twee-onder-één kap met een maximum van 200m²; g. de voorgevel van het hoofdgebouw dient in de gevellijn te worden opgericht, danwel op de bestaande locatie indien de huidige voorgevel achter de gevellijn is opgericht; h. ter plaatse van de maatvoeringaanduiding bouwhoogte mag de bouwhoogte van het (hoofd)gebouw niet meer bedragen dan is aangegeven, danwel de bestaande bouwhoogte indien geen of een andere dan de bestaande bouwhoogte is aangegeven; i.

ter plaatse van de maatvoeringaanduiding goothoogte mag de goothoogte van het (hoofd)gebouw niet meer bedragen dan is aangegeven, danwel de bestaande goothoogte indien geen of een andere dan de bestaande goothoogte is aangegeven; 6.2.2

Bijgebouwen

Voor het bouwen van vrijstaande bijgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. de goothoogte van een vrijstaand bijgebouw mag maximaal 3 meter bedragen; b. de bouwhoogte van een vrijstaand bijgebouw mag maximaal 6 meter bedragen; c. bijgebouwen dienen minimaal 3 meter achter de gevellijn van het hoofdgebouw te worden opgericht, danwel indien sprake is van een kleinere afstand, de reeds bestaande afstand; 6.2.3

Andere bouwwerken

Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. andere bouwwerken dienen minimaal 3 meter achter de gevellijn te worden opgericht, danwel indien sprake is van een kleinere afstand, de reeds bestaande afstand; b. de bouwhoogte van een ander bouwwerk mag maximaal 6 meter bedragen; c. in afwijking van het bepaalde in 6.2.3 onder a en b mag een erf- en terreinafscheiding voor de gevellijn opgericht worden mits de bouwhoogte van de erf- en terreinafscheidingen gelegen langs een openbare weg en/ of langs het gedeelte van het zijerf, dat loopt vanaf de openbare weg tot aan de voorgevel van het (hoofd)gebouw, maximaal 1 meter bedraagt, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de gevellijn maximaal 2 meter mag bedragen.

bestemmingsplan "Emmer-Compascuum, rand Koppelwijk/Maatschappijweg" (vastgesteld) 63

6.3

Nadere eisen

6.3.1

Bevoegdheid

Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de gebouwen, wat betreft: a. b. c. d. e. f. g. h.

de woonsituatie; het straat- en bebouwingsbeeld; cultuurhistorie; verkeersveiligheid; sociale veiligheid; brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding; milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen.

6.4

Afwijken van de bouwregels

6.4.1

Bevoegdheid

Burgemeester en Wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. artikel 6.2.1 onder e en f en toestaan dat maximaal 30 meter² aan extra gebouwen mogen worden opgericht voor noodzakelijke voorzieningen in het licht van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) uitsluitend op grond van - en vertoon van een medische indicatie; b. artikel 6.2.2 onder c en toestaan dat bijgebouwen vanaf de voorgevel van het hoofdgebouw mogen worden opgericht. c. artikel 6.2.3 onder c en toestaan dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen langs de openbare weg maximaal 1.5 meter mag meter bedragen. 6.4.2

Beperking

De toepassing van de in artikel 6.4.1 genoemde afwijkingen is beperkt tot incidentele gevallen, waarbij het functioneren van de bestemming begrepen doeleinden en omliggende bestemmingen niet mag worden aangetast. In de afweging om een omgevingsvergunning te verlenen worden in ieder geval de woonsituatie, het straat- en bebouwingsbeeld, de cultuurhistorie, de verkeersveiligheid, de (sociale) veiligheid, brandveiligheid/ externe veiligheid en rampenbestrijding, de milieusituatie, de gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen in acht genomen. Indien de genoemde waarden en of belangen onevenredig worden geschaad wordt de omgevingsvergunning niet verleend; 6.5

Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van een vrijstaand bijgebouw als woning; 6.6

Afwijken van de gebruiksregels

6.6.1

Bevoegdheid

Burgemeester en Wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. artikel 6.1 en toestaan dat een deel van de woning voor de uitoefening van een aan huis gebonden kleinschalige beroeps- of bedrijfsactiviteiten gebruikt mag worden, waarbij de volgende bepalingen gelden: b. de verblijfsruimten moeten blijven voldoen aan het Bouwbesluit en de bouwverordening; c. de woonfunctie moet in overwegende mate gehandhaafd blijven en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden mogen niet onevenredig worden aangetast; d. de woonfunctie moet in ruimtelijke zin en visuele zin primair blijven; e. de beroeps- of bedrijfsactiviteit wordt uitgeoefend door in ieder geval één van de bewoners van de woning; f. maximaal 40% van het te bebouwen vloeroppervlak mag gebruikt worden voor huisverbonden activiteiten met een maximum van 50 meter²; g. detailhandel mag niet plaatsvinden behoudens een beperkte verkoop in het klein in direct verband met het aan huis verbonden beroep/ en bedrijf; 64 atschappijweg" (vastgesteld)

bestemmingsplan "Emmer-Compascuum, rand Koppelwijk/Ma

h. er mogen geen reclameborden groter dan 0,5 meter² bij of aan de woning worden geplaatst; i. er geen onevenredige parkeerdruk voor de omgeving optreedt; 6.6.2

Beperking

De toepassing van de in artikel 6.6.1 genoemde afwijkingen is beperkt tot incidentele gevallen, waarbij het functioneren van de bestemming begrepen doeleinden en omliggende bestemmingen niet mag worden aangetast. In de afweging om een omgevingsvergunning te verlenen worden in ieder geval de woonsituatie, het straat- en bebouwingsbeeld, de cultuurhistorie, de verkeersveiligheid, de (sociale) veiligheid, brandveiligheid/ externe veiligheid en rampenbestrijding, de milieusituatie, de gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen in acht genomen. Indien de genoemde waarden en of belangen onevenredig worden geschaad wordt de omgevingsvergunning niet verleend;

bestemmingsplan "Emmer-Compascuum, rand Koppelwijk/Maatschappijweg" (vastgesteld) 65

Hoofdstuk 3 Artikel 7

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

66 atschappijweg" (vastgesteld)

bestemmingsplan "Emmer-Compascuum, rand Koppelwijk/Ma

Artikel 8 8.1

Algemene bouwregels

Ondergeschikte bouwonderdelen

a. Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen bouwvlakken of bestemmingsvlakken worden ondergeschikte bouwdelen, gevelversieringen, meeontworpen sierende elementen, ventilatiekanalen, installaties voor duurzame energie-en watervoorzienngen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de bouwgrens dan wel de maximale bouwhoogte niet meer dan maximaal 1 meter wordt overschreden; b. Vlaggenmasten en antennemasten, voorzover deze direct ten dienste staan van -en onderdeel uitmaken van een gebouw, mogen de toegestane maximale bouwhoogte met maximaal 1,5 meter overschrijden; c. Dakopbouwen, noodtrappen, luchtbehandeling- en liftinstallaties mogen niet hoger zijn dan 1,5 meter ten opzichte van de bouwhoogte van een gebouw, en mogen geen groter oppervlakte beslaan dan 15% van de vloeroppervlakte van de bovenste laag van het gebouw, waarop zij worden geplaatst;

bestemmingsplan "Emmer-Compascuum, rand Koppelwijk/Maatschappijweg" (vastgesteld) 67

Artikel 9 9.1

Algemene gebruiksregels

Vormen van verboden gebruik ( onbebouwd)

Als een verboden gebruik wordt in ieder geval beschouwd een gebruik van gronden en/of water: a. als opslag-, stort-, lozings- of bergplaats van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen of producten, behoudens voor zover dat noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. als terrein voor het al dan niet voor de verkoop opslaan of opstellen van ongebruikte en/of gebruikte, dan wel geheel of gedeeltelijk uit gebruikte onderdelen samengestelde machines, voer-, vaar- of vliegtuigen c.q. onderdelen daarvan, die bruikbaar en niet aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken zijn, behoudens voor zover het betreft parkeren en overigens voor zover dat noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; c. als opslagplaats van materialen en voertuigen, behoudens voor zover dat noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond, of ten behoeve van bouw of andere tijdelijke werkzaamheden; d. het gebruik van gronden en bouwwerken voor een prostitutiebedrijf, seksinrichting en of tippelzone; voor het (doen) uitoefenen van straatprostitutie en of tippelzone. 9.2

Vormen van verboden gebruik ( gebouwen)

Als een verboden gebruik wordt in ieder geval beschouwd het gebruik: a. van gebouwen voor het verkopen of ten verkoop aanbieden van goederen als detailhandel, met uitzondering van het verkopen of ten verkoop aanbieden van: 1. goederen, waarvan de verkoop ondergeschikt deel uitmaakt van de normale dienstverlening behorende bij het op hetzelfde perceel uitgeoefende bedrijf; 2. agrarische producten afkomstig van en geteeld op het ter plaatse aanwezige agrarisch bedrijf; b. van niet voor bewoning bestemde gebouwen of ruimten, daaronder begrepen kampeermiddelen, voor permanente bewoning; c. het plaatsen van of geplaatst houden van onderkomens; d. van gebouwen ten behoeve van het (doen) exploiteren van een seksinrichting, een escortbedrijf of (het laten uitoefenen van) (raam)prostitutie

68 atschappijweg" (vastgesteld)

bestemmingsplan "Emmer-Compascuum, rand Koppelwijk/Ma

Artikel 10 10.1

Algemene afwijkingsregels

Bevoegdheid

Indien niet op grond van een andere bepalingen in deze regels kan worden afgeweken, kunnen burgemeester en wethouders bij omgevingsvergunning afwijken van: a. in het plan genoemde goothoogten, bouwhoogten, oppervlakte- en inhoudsmaten, percentages en afstandseisen, waarbij een overschrijding is toegestaan tot maximaal 10% van de goothoogten, bouwhoogten, oppervlakte- en inhoudsmaten, percentages en afstandseisen; b. de regels en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, waarbij een overschrijding is toegestaan tot maximaal 3m, en deze noodzakelijk is in verband met de uitmeting van het terrein of uit een oogpunt van doelmatig gebruik van de gronden en/of de bebouwing c. de regels en het in geringe mate aanpassen van het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven, mits de afwijking in de situering maximaal 3.00 meter bedraagt; d. de regels voor het oprichten van niet voor bewoning bestemde bouwwerken ten behoeve van het openbaar net aangesloten nutsvoorzieningen, telecommunicatieverkeer, openbaar vervoer of het wegverkeer, kunstwerken van artistieke aard en omvang daarmee gelijk te stellen bouwwerken, met uitzondering van verkooppunten voor motorbrandstoffen, met dien verstande dat: 1. de bouwhoogte van een gebouw maximaal 3.00 meter mag bedragen; 2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=234fa87c-56a4-482b-8cf7-cf585d09e439