Bijlage bij RA21.0033 - Bestemmingsplan "Nieuw-Amsterdam, woonschepen"- Toelichting (RIS.10165)
Tekst van het document
Ook is het mogelijk om andere bouwwerken zoals bruggen, dammen en of duikers aan te leggen, echter deze mogen de waterhuishouding niet belemmeren. Ligplaatsen voor woonboten ofwel drijvende bouwwerken,zijn alleen toegestaan indien met een aanduiding op de verbeelding de ligplaats is aangegeven. Aanduiding ligplaats In het plangebied komen 7 ligplaatsen voor. Deze ligplaatsen hebben elk een aanduiding gekregen. Binnen deze aanduiding is het mogelijk om een drijvend bouwwerk af te meren. Gelet op de brandveiligheid dient de afstand tussen drijvende bouwwerken minimaal 5 meter te bedragen. In de
26 steld)
bestemmingsplan "Nieuw-Amsterdam, woonschepen" (vastge
regels zijn de maximale maatvoeringen van een drijvend bouwwerk opgenomen.
5.3.3
Hoofdstuk3 Algemene regels
Hoofdstuk 3 van de regels bevat bepalingen die van toepassing zijn op meerdere bestemmingen, zodat het uit praktische overwegingen de voorkeur verdient deze in afzonderlijke artikelen onder te brengen. Artikel 6 Anti-dubbeltelregel Met dit artikel wordt voorkomen dat meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt. Dit is bijvoorbeeld mogelijk als (onderdelen van) bouwpercelen van eigenaars in maatvoering verschillen en wisselen. Door verwerving van een extra (bouw)perceel of een gedeelte daarvan, kunnen de gronden niet meegenomen worden met de berekening van de bouwmogelijkheden van het nieuwe perceel als de nieuw verworven gronden reeds meegenomen zijn bij de berekening van een eerdere bouwplannen. Het is dus niet toegestaan gronden twee keer in te zetten om een omgevingsvergunning te verkrijgen. Artikel 7 Algemene bouwregels In artikel 7 zijn regels opgenomen voor het bouwen van ondergeschikte bouwonderdelen. De genoemde onderdelen mogen de in de regels bepaalde maximale bouwhoogte overschrijden met de in artikel genoemde maten. Hiervoor is bewust gekozen omdat dit duidelijkheid en enige vrijheid aan ontwerpers biedt. Tevens wordt in dit artikel, artikel 9 lid 2 van de Woningwet buiten toepassing verklaard met uitzondering van een zestal onderwerpen dit o.a in verband met de bereikbaarheid, beheer en gebruik van het openbaar gebied.
Artikel 8 Algemene gebruiksregels Hier zijn algemene gebruiksregels opgenomen. Artikel 9 Algemene afwijkingsregels Afwijkingsregels zijn regels waardoor aan de bestemmingsbepalingen de nodige extra flexibiliteit wordt meegegeven. Toestemming voor afwijking gebeurt door het verlenen van een omgevingsvergunning. Het college van burgemeester en wethouders kan bijvoorbeeld een omgevingsvergunning verlenen voor het 10 % vergroten van de bouwmogelijkheden voor goot- en nokhoogte en het bouwen met een minder steile dakhelling. De omgevingsvergunningen mogen alleen gebruikt worden indien niet op grond van een andere bepaling in deze regels omgevingsvergunning kan worden verleend. Dit betekent dat niet 2 keer omgevingsvergunning kan worden verleend van eenzelfde bepalingen of dat bepalingen die extra bouwmogelijkheden geven niet cumulatief gebruikt mogen worden.
In de Wet verduidelijking voorschriften woonboten is geregeld dat een drijvend bouwwerk op basis van een eenmaal verleende omgevingsvergunning terug mag worden gelegd op de oude locatie als het drijvend bouwwerk tijdelijk voor werkzaamheden van zijn ligplaats moet wijken. Niet geregeld is hoe moet worden omgegaan met de plek waar het drijvende bouwwerk tijdelijk wordt neergelegd. Het is dan niet efficiënt om voor die situaties steeds van het bestemmingsplan af te moeten wijken. Om dat te voorkomen is een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid voor het college opgenomen. Door deze afwijkingsmogelijkheid kan, mits wordt voldaan aan de daarbij gestelde voorwaarden, met een reguliere omgevingsvergunning voor bepaalde tijd van het bestemmingsplan worden afgeweken voor een drijvend bouwwerk.
Artikel 10 Algemene wijzigingsregels Het bestemmingsplan bevat in een aantal gevallen een mogelijkheid tot het wijzigen van het plan op basis van de wijzigingsbevoegdheid op grond van artikel 3.6 Wro. De procedure van de wijzigingsbevoegdheid is geregeld in de Wro.
bestemmingsplan "Nieuw-Amsterdam, woonschepen" (vastgesteld) 27
5.3.4
Hoofdstuk4 overgangs- en slotregels
Het laatste hoofdstuk "Overgangs en slotregels" bevat in artikel 11 het overgangsrecht , zoals beschreven in het besluit Ruimtelijke Ordening. Artikel 12 is de slotregel. In dit artikel wordt aangegeven op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald. In dit geval kunnen de regels van het bestemmingsplan aangehaald worden als regels van het bestemmingsplan Nieuw-Amsterdam, woonschepen".
5.4
Handhaving
In dit bestemmingsplan heeft actueel beleid zijn doorwerking in de regels gekregen. Hierdoor is het juridisch kader van het bestemmingsplan voor gemeente als publiek beter toepasbaar geworden. Van de gemeente mag verwacht worden dat opgetreden wordt als de regels van het bestemmingsplan niet worden nageleefd. Bestemmingsplannen zijn immers bindend voor overheid en publiek ter bescherming van een goede ruimtelijke kwaliteit en een veilige leefomgeving. Het college van de gemeente Emmen heeft het beleidsplan Vergunningverlening Toezicht en Handhaving (VTH) vastgesteld. Dit beleidsplan VTH beschrijft de visie en ambitie op het terrein van de gemeentelijke VTH-taken, waaronder ook valt het toepassen en naleven van de regels in het bestemmingsplan. Daarnaast geeft het beleidsplan VTH invulling aan de wettelijke plicht om vastgesteld VTH-beleid te hebben. Voor wat betreft handhaving kan de gemeente onmogelijk continu alles controleren. De gemeente vertrouwt erop dat inwoners en bedrijven de regels naleven en zij er alles aan doen om risico's en nadelige effecten voor de maatschappij te voorkomen. Risico's bepalen de inzet van de beschikbare capaciteit. Op basis van kennis en ervaring is vastgesteld welke bedrijfscategorieën en activiteiten het grootste risico vormen voor fysieke veiligheid, leefbaarheid, volksgezondheid, milieu en imago.
Deze uitgangspunten zijn gebruikt bij het opstellen van dit bestemmingsplan en worden ook toegepast bij de naleving van de regels van het bestemmingsplan.
28 steld)
bestemmingsplan "Nieuw-Amsterdam, woonschepen" (vastge
Hoofdstuk 6
Maatschappelijke betrokkenheid
6.1
Overleg ex. artikel 3.1.1 Bro en zienswijzen
6.1.1
Overleg
Het college heeft het bestemmingsplan Nieuw-Amsterdam, woonschepen vrijgegeven voor overleg artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro), Het concept- ontwerpbestemmingsplan is voor overleg verzonden naar verschillende overlegpartners. De ontvangen adviezen en reacties zijn gebundeld in de Nota van Beantwoording behorende bij het bestemmingsplan Nieuw-Amsterdam, woonschepen (zie Bijlage 1). In deze nota is tevens het standpunt van het college van burgemeester en wethouders ten aanzien van de verschillende overlegreacties opgenomen. Waar de adviezen en reacties leidden tot aanpassingen van het bestemmingsplan, zijn de aanpassingen in het ontwerpbestemmingsplan verwerkt. Voor de inhoud van de overlegreacties en het standpunt van het college wordt verwezen naar voornoemde nota. De Nota van Beantwoording maakt deel uit van het bestemmingsplan Nieuw-Amsterdam, woonschepen. 6.1.2
Inloopbijeenkomst
Het college heeft het bestemmingsplan Nieuw-Amsterdam, woonschepen vrijgegeven voor het houden van een inloopbijeenkomst. In de maand november 2020 hebben de woonschepenbewoners via een contactpersoon uit hun midden kennis kunnen nemen van het bestemmingsplan Nieuw-Amsterdam, woonschepen en eventueel op het plan reageren. Diverse geïnteresseerden hebben het bestemmingsplan bekeken. Via het contactpersoon uit hun midden hebben wij de volgende reacties ontvangen: 1. aanpassen maatvoering van een drijvend bouwwerk. 2. afstanden tussen drijvende bouwwerken Deze reacties hebben wij als volgt beantwoord: ad 1. aanpassen maatvoering van een drijvend bouwwerk. Ten opzichte van het vorige bestemmingsplan zijn de bouwhoogte en breedte aangepast. Hiertoe zijn in artikel 5.2.1. van de regels. ad 2. afstanden tussen drijvende bouwwerken. Opgenomen zijn de wettelijke afstandsnormen zoals die nu ook gelden ean zijn opgenomen in het vigerende bestemmingsplan en in de verordening. Het nieuwe voorliggende plan voorziet niet in wijziging van de afstanden. Zoals bekend moeten de woonschepen worden voorzien van een aansluiting op de riolering. Hiervoor zal de wal opnieuw worden ingericht. Ook zal het Dommerskanaal moeten worden gebaggerd. Eventuele verplaatsing van boten is dus niet eerder aan de orde dan als deze werkzaamheden worden uitgevoerd.Op dit punt wordt het bestemmingsplan niet aangepast.
6.2
Zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan
Tegen het bestemmingsplan Nieuw-Amsterdam, woonschepen zijn drie zienswijzen ingediend. De beantwoording van de zienswijzen is opgenomen in de Nota van beantwoording zienswijzen, welke is opgenomen in bijlage @. De zienswijzen hebben @wel/ geen aanleiding gegeven tot het aanpassen van het ontwerpbestemmingsplan.
bestemmingsplan "Nieuw-Amsterdam, woonschepen" (vastgesteld) 29
Hoofdstuk 7
Economische uitvoerbaarheid
Per 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening in werking getreden. Afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening verplicht de gemeente tot het verhalen van kosten bij grondexploitatie via een exploitatieplan, tenzij kostenverhaal anderszins is verzekerd. De toepassing voor het afdwingbare kostenverhaal richt zich op bouwplannen. De definitie van wat onder een bouwplan wordt verstaan, is opgenomen in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Uit dit artikel blijkt dat onder een bouwplan o.a. wordt verstaan de bouw van een woning of de uitbreiding van een gebouw van 1000 m2 of meer. Het voorliggende bestemmingsplan Nieuw-Amsterdam, woonschepen betreft een actualisatie van diverse oude bestemmingsplannen. Uitgangspunt is dat bestaande bouwrechten door de gemeente worden gerespecteerd. In het bestemmingsplan zijn geen nieuwe bouwmogelijkheden opgenomen. Aan het bestemmingplan zijn behoudens het opstellen van het bestemmingsplan dan ook geen kosten verbonden. De kosten van het maken van het voorliggend bestemmingsplan worden in dit geval in z'n geheel gedekt uit het door de gemeenteraad beschikbaar gestelde gelden voor het actualisering van bestemmingsplannen. Het kostenverhaal is dus anderszins verzekerd, waardoor vaststelling van een exploitatieplan niet nodig is.
30 steld)
bestemmingsplan "Nieuw-Amsterdam, woonschepen" (vastge
Bijlagen bij de toelichting
bestemmingsplan "Nieuw-Amsterdam, woonschepen" (vastgesteld) 31
Bijlage 1 Nota van Beantwoording
32 steld)
bestemmingsplan "Nieuw-Amsterdam, woonschepen" (vastge
Nota van beantwoording behorende bij bestemmingsplan Nieuw-Amsterdam, woonschepen
Inhoudsopgave Inhoudsopgave .......................................................................................................................................... 2 1. 1. 2. 3. 2.
Overleg ex. artikel 3.1.1 Bro ............................................................................................................ 3 Provincie Drenthe ......................................................................................................................................................... 3 Veiligheidsregio Drenthe ........................................................................................................................................... 3 RUD Drenthe .................................................................................................................................................................. 3 Kopie reacties ................................................................................................................................ 4
1.
Overleg ex. artikel 3.1.1 Bro
In het kader van het artikel 3.1.1. Bro overleg is het bestemmingsplan “Nieuw-Amsterdam, woonschepen” naar de wettelijk verplichte en andere door de gemeente erkende overlegpartner verzonden. In dit geval is op 3 september 2019 provincie Drenthe, Waterschap Vechtstromen , EOP van Nieuw-Amsterdam/Veenoord, en de Veiligheidsregio Drenthe op de hoogte gebracht. In het kader van het overleg hebben wij een reactie terug ontvangen van Provincie Drenthe en de Veiligheidsregio.. Bij de beantwoording wordt onder A een samenvatting van de reactie gegeven. Onder B staat het gemeentelijke antwoord hierop en- indien van toepassing - onder C de eventuele doorvertaling ervan in het bestemmingsplan. 1. 1a 1b 1c
Provincie Drenthe De provincie geeft aan dat er geen provinciaal belang is gemoeid omdat sprake is van de in juridische zin omzetting van woonschepen in drijvende bouwwerken.. Het bestemmingsplan zal verder in procedure worden gebracht. Voor kennisgeving aangenomen.
2. Veiligheidsregio Drenthe 2a. Doordat sprake is van woonschepen dient gekeken te worden naar de afstand met de buisleiding (hogedruk aardgasleiding) te oosten en ten westen van het plangebied.. 2b De afstand die bij de hogedruk aardgasleiding aangehouden dient te worden is 125 meter. Deze 1%-letaliteitszone rondom de leiding is zodanig dat deze buiten het plangebied valt. Er is dan ook geen onevenredig risico voor de bewoners van de woonschepen annex drijvende bouwwerken. Ter verduidelijking zal e.e.a. in de toelichting worden opgenomen. 2c Paragraaf 4.3.1.2 is aangepast door toevoeging van een illustratie. 3a. 3b. 3c.
De VRD adviseert ter uitvoering van het bestemmingsplan enkele zaken nog toe te voegen De adviezen worden overgenomen. Paragraaf 4.3.1.5 Uitvoering bij inrichting en ontwikkeling is toegevoegd.
3. RUD Drenthe 4a. De buisleiding ligt op voldoende afstand, zodat er in kader van externe veiligheid geen opmerkingen zijn. 4b. De reactie geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 4c. Voor kennisgeving aangenomen.
2.
Kopie reacties
provinciehuis Westerbrink i. Assen postadres Postbus 122, 9400 ac Assen www.drenthe.nl 0592-36 5 5 5 5
Aan: Gemeente Emmen Postbus 30001 7800 RA EMMEN
provincieJ^renthe EMMEN 000104 24.10.2019 11:12
Assen, 23 oktober 2019 Ons kenmerk 201902782-00847252 Behandeld door mevrouw K.E. Blanke (0592) 36 58 97 Onderwerp: Nieuw-Amsterdam, woonschepen
Geacht college, In het kader van het overleg, zoals bedoeld in artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening, heeft u ons college om een reactie gevraagd over het voorontwerp-Bestemmingsplan “Nieuw-Amsterdam, woonschepen”.
Het plan voorziet n het opnieuw vastleggen van de 7 woonschepen als drijvende bouwwerken in het Dommerskanaal. Dit plan geeft ons geen reden tot het maken van opmerkingen. Indien het plan overeenkomstig dit voorontwerp in procedure wordt gebracht, mag u er vanuit gaan dat Gedeputeerde Staten geen reden zal zien om vanuit provinciaal belang in te grijpen in de verdere procedure.
Hiermee is, wat ons betreft, voldaan aan het vooroverleg als bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening. Hoogachtend, Gedeputeerde Staten van Drenthe, namens dezen,
mevrouw drs. J.R.M. Tolsma, Teammanager Ruimtelijke Ontwikkeling
A
Gemeente Emmen t.a.v. mevrouw Bruins Postbus 30001 7800 RA EMMEN
Veiligheidsregio Drenthe Postbus 402 9400 AK ASSEN brandweeradvies@vrd.nl www.vrd.nl
ons kenmerk U192449
uw kenmerk
datum 15 Oktober 2019
inlichten bij Gijs van den Hengel
telefoonnummer 06-52490041
email gijs.vandenhengel@vrd.nl
onderwerp Emmen, voorontwerpbestemmingsplan Nieuw-Amsterdam, woonschepen
Geachte mevrouw Bruins, Op 3 september stuurde u het verzoek om een advies uit te brengen op bovengenoemd bestemmingsplan. In deze brief vindt u mijn advies. De toetsing De toelichting op het bestemmingsplan paragraaf 4.3 bevat met name de externe veiligheid elementen. Op 1 punt na kunnen we hiermee instemmen. Het ene punt betreft de hogedrukaardgastransportleiding (verder als buisleiding) ten oosten van het plangebied. Buisleiding Vanwege de globale aanduiding van het “havengebied”, fig. 1-1 in de toelichting, is niet helder of de risico-contouren van de buisleiding over het plangebied vallen. Aannemelijk is van niet er vanuit gaande dat het gebied van de haven strekt tot de Hoogeveense vaart. Zie bijlage 1 voor contouren van de buisleiding. Aanvulling Het verzoek is om in het plan/toelichting nog een paragraaf of alinea op te nemen ten aanzien van “Inrichting en ontwikkeling”. Zie hiervoor tevens bijlage 1. Tot slot Heeft u nog vragen over deze brief, dan kunt u contact met mij opnemen. De contactgegevens vindt u bovenaan deze brief. Met vriendelijke groet, namens het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Drenthe, Team Risicobeheersing Bijlage:
-
Toelichting op onderdelen die van toepassing zijn Algemene tekst t.b.v. het bestemmingsplan
Bijlage 1 – Toelichting op onderdelen die van toepassing zijn Externe veiligheid 1. Buisleidingen
Inrichting en ontwikkeling 2. Bluswatervoorzieningen Bluswatervoorzieningen zijn in voldoende mate aanwezig. 3. Waarschuwings- en alarmeringssysteem De locatie / plangebied valt net buiten de dekking van het Waarschuwingsalarmeringsstelsel. De dichtstbijzijnde WAS-paal is gelokaliseerd in Zandpol. Dat het gebied buiten de dekking valt, komt overeen met de handleiding HAVOS. 4. Bereikbaarheid Het gebied heeft 2 toeritten en is daarmee voldoende bereikbaar. 5. Aandacht brandveiligheidsmaatregelen Wij adviseren u de bewoners of nieuwe initiatiefnemers te informeren over brandveiligheidsmaatregelen die men kan treffen. Denk hierbij aan de BIObiz factoren: - bouwkundige voorzieningen, bijv. een adequate steiger/loopplank - installatietechnische voorzieningen, bijv. woningrookmelders – woningsprinklers - organisatorische voorzieningen, bijv. vluchtplan voor de bewoners met een voldoende brede steiger/loopplank - brandweeropkomsttijd, vrij houden van wegen / zo min mogelijk verkeersbelemmerende maatregelen - inventaris, toepassen van moeilijk brandbaar materiaal - zelfredzaamheid van de aanwezigen, toepassen veilige vluchtroutes of naoberschap.
Bijlage 2 – Teksten ten behoeve van bestemmingsplan Vanuit Veiligheidsregio Drenthe (brandweer) is richting gegeven aan het beoogde veiligheidsniveau van (de gebouwen in) het plangebied van het betreffende bestemmingsplan. Hierbij is getoetst aan: bestaande regelgeving en normen voor (externe) veiligheid; bereikbaarheid; bluswatervoorziening; dekkingsplan; alarmsystemen die onderdeel zijn van de veiligheidsketen.
Algemeen Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), dat in oktober 2004 van kracht werd, verplicht het bevoegd gezag de externe veiligheid mee te wegen in het beleid. Het Bevi stelt grenzen aan het risico dat bedrijven mogen veroorzaken voor hun omgeving (het 'plaatsgebonden risico'). Zo moet er tussen risicovolle bedrijven en risicogevoelige objecten (bijvoorbeeld woningen, scholen) een bepaalde afstand blijven, om mensen in de omgeving te beschermen. Daarnaast gaat het besluit in op de kans op een ramp waarbij een groep mensen betrokken is (het 'groepsrisico'). Voor het groepsrisico geldt dat onderbouwing van het risico plaats dient te vinden als er besluiten genomen moeten worden die vermeld zijn in de artikelen 4 en 5 van het Bevi. Voor het vaststellen van het besluit dient het bestuur van Veiligheidsregio Drenthe in de gelegenheid gesteld te worden advies uit te brengen over het groepsrisico en de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval. Het Bevi dient te worden toegepast voorafgaande aan de vaststelling van een bestemmingsplan. Beoordeeld dient te worden of voor burgers het minimum beschermingsniveau gehandhaafd wordt. Een nadere concretisering van het besluit is opgenomen in de (ministeriële) "Regeling externe veiligheid inrichtingen" (Revi).
Hierin zijn onder andere de LPG-afstanden (Plaatsgebonden Risicocontouren) opgenomen. Basisnet Naast Bevi is per 1 april 2015 ook het Basisnet van kracht geworden. De Wet basisnet, het Bevt, de wijziging van het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen, de Regeling basisnet en de Beleidsregel voor de beoordeling van externe veiligheid bij tracébesluiten, zijn gelijktijdig in werking getreden. In het Basisnet zijn bepaalde zones langs spoor, weg en water vastgelegd (de zogenaamde basisnetafstand), waarbinnen geen nieuwe kwetsbare objecten meer mogen worden gebouwd, gezien de risico's van het vervoer van gevaarlijke stoffen. Woningen, scholen en zorginstellingen zijn voorbeelden van kwetsbare objecten, maar ook grotere hotels en grotere kantoorgebouwen worden aangemerkt als kwetsbare objecten. Het Basisnet garandeert omwonenden dat het risico niet hoger wordt dan de vastgestelde norm, door grenzen te stellen aan vervoer over en bebouwing langs de infrastructuur. In het Basisnet wordt onder andere gesproken over: veiligheidszones; plasbrandaandachtsgebieden (PAG). Deze begrippen worden hieronder verder toegelicht. Veiligheidszones Een veiligheidszone is de zone – gemeten vanaf het midden van de transportas – waarbinnen het plaatsgebonden risico meer bedraagt dan 10-6. Nieuwbouw van kwetsbare objecten binnen een veiligheidszone is niet toegestaan.
Veiligheidszones Drenthe: rijkswegen A28, A32 en A37: spoorlijn Zwolle–Emmen: spoorlijn Zwolle–Groningen: langs de N33:
geen geen varieert van 1 tot 6 meter varieert van 15 tot 20 meter
In het kader van de vergunningverlening spelen de veiligheidszones langs het spoor Zwolle– Groningen en langs de N33 zelden een rol, omdat binnen die korte afstand niet snel objecten zullen worden gerealiseerd. Voor plasbrandaandachtsgebieden ligt dat anders. Plasbrandaandachtsgebieden Een plasbrandaandachtsgebied is het gebied waarbinnen voor kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten rekening gehouden moet worden met de gevolgen van incidenten met brandbare vloeistoffen. Plasbranden vormen een bedreiging voor objecten die langs de transportas zijn gebouwd. Brandoverslag naar een gebouw als gevolg van een plasbrand is daarbij een aanwezig risico. Een plasbrandaandachtsgebied bedraagt 30 meter vanaf de rand van de weg of de buitenste spoorrails. Plasbrandaandachtsgebieden zijn in Drenthe te vinden langs: - rijksweg A28 - rijksweg N33 - spoorlijn Groningen–Zwolle Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) zijn op 1 januari 2011 in werking getreden. Het Bevb regelt o.a. welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. De normstelling is in lijn met het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi).
Handboek buisleiding in bestemmingsplannen VROM heeft het Handboek buisleidingen in bestemmingsplannen gepubliceerd, waarin praktische informatie en voorbeelden staan hoe buisleidingen in bestemmingsplannen opgenomen kunnen worden. Dit handboek dient als handleiding voor teksten in nieuwe bestemmingsplannen. Hogedrukaardgasleidingen Alle gegevens over hogedrukaardgasleidingen binnen de gemeente kunnen op de provinciale risicokaart worden gevonden. Er worden alleen externe veiligheidsafstanden vastgesteld voor hogedruk aardgasleidingen. Voor leidingen met een ontwerpdruk lager dan 16 bar is geen externe veiligheidsbeleid van kracht. Volgens het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), van kracht per 1 januari 2011, zijn gemeenten verplicht om bij het opstellen van bestemmingsplannen rekening te houden met het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Daarnaast dient in elk bestemmingsplan ruimte gereserveerd te worden voor onderhoud aan de leiding door een belemmerende strook op te nemen van minimaal 5 meter aan weerszijden van de leiding met een bouwverbod en een aanlegvergunningenstelsel. Conform het Bevb dient in de regels rekening gehouden te worden met de belemmerende strook van minimaal 5 meter aan weerszijden van de leiding waarbinnen tevens de PR 10-6 gelegen moet zijn.
Wet informatie uitwisseling ondergrondse netten (WION) Van belang bij Buisleidingen is ook de Wet informatie uitwisseling ondergrondse netten (WION), ook wel ‘Grondroerdersregeling’ (afspraken over graven), die per 1 juli 2010 officieel in werking is getreden. Plaatsgebonden risico De plaatsgebonden risicocontouren zijn weergegeven op de plankaart of dienen te worden weergegeven. Hieraan dienen planregels te worden verbonden. Met deze regels worden kwetsbare en/of beperkt kwetsbare objecten binnen de op de plankaart aangegeven plaatsgebonden risicocontouren 10-6/ per jaar uitgesloten en voldoet het bestemmingsplan aan de normstelling voor plaatsgebonden risicocontouren zoals die zijn opgenomen in het Bevi. Groepsrisico Is of wordt (door een extern bureau of de RUD) een groepsrisico berekend, dan stuurt de aanvrager van het adviesverzoek deze mee aan de VRD. Dit gebruikt de VRD bij het formuleren van te adviseren maatregelen.
Gegevens ten behoeve van nadere inrichting en ontwikkeling in het plangebied Zodra plannen ontwikkeld worden dient de brandweer in een vroeg stadium bij de plannen betrokken te worden om op basis van het beoogde veiligheidsniveau een advies te kunnen uitbrengen op de inrichting en ontwikkeling van het gebied. Hiervoor zijn de volgende zaken van belang: 1.
Bluswatervoorziening Voor het bestrijden van een brand is de brandweer afhankelijk van een goede bluswatervoorziening. Conform de Wet op de Veiligheidsregio’s moet een gemeente zorgen voor een openbare bluswatervoorziening. Bij locaties waar geen toereikende openbare bluswatervoorziening kan worden aangelegd, zal de eigenaar moeten zorgen voor een doeltreffende niet-openbare bluswatervoorziening in overleg met de brandweer. Vanaf 1 januari 2014 maakt de brandweer in Drenthe gebruik van tankautospuiten en tankwagens, aangevuld met vulpunten voor de tankwagens, als primaire bluswatervoorziening.
2. Waarschuwings- en alarmeringssysteem Op grond van de Wet op de veiligheidsregio’s (okt. 2010) is de Veiligheidsregio Drenthe, in geval van calamiteit, verantwoordelijk voor het waarschuwen en alarmeren van de bevolking door middel van het Waarschuwings- en alarmeringssysteem. Als gevolg van deze taak zijn binnen de gemeente sirenes geplaatst op een zodanige wijze dat een optimale dekking gerealiseerd is binnen de gemeente.
Waarschuwings- en Alarmeringssysteem (WAS) verdwijnt per 2020 De sirenes die elke eerste maandag van de maand precies om 12:00 uur overal in het land loeien als test, heeft de minister J&V van aangegeven voornemens te zijn deze te laten uitfaseren per 1 januari 2020. In de toekomst wordt bij grote rampen alarm geslagen via onder meer calamiteitenzenders, geluidswagens, NL-Alert en sociale media. Het voordeel van deze communicatiemiddelen is dat ze veel gerichter kunnen worden ingezet. “Daardoor weten mensen niet alleen wat er aan de hand is, maar ook wat ze op dat moment het beste kunnen doen'', aldus het ministerie. 3. Bereikbaarheid Het is belangrijk dat in geval van calamiteiten hulpverleningsdiensten direct ter plaatse kunnen komen en zonder beperkingen hulp kunnen verlenen. Om die reden dienen alle objecten in het plangebied via twee onafhankelijke wegen bereikbaar te zijn voor de hulpverleningsdiensten. 4. Opkomsttijd Het dekkingsplan van Veiligheidsregio Drenthe is vastgesteld in december 2013. Hierin staat beschreven dat het brandverloop tegenwoordig zo snel verloopt, dat drie zaken zeer belangrijk zijn om slachtoffers te voorkomen: 1. het voorkomen van brand 2. het ontdekken van brand 3. het vluchten bij brand Bij het vluchten bij brand heeft men een eigen verantwoordelijkheid of is men aangewezen op een BHV–organisatie.
De brandweer heeft in beginsel als taak het houden van een brandscheiding ter voorkoming van branduitbreiding en het beschermen van niet-zelfredzame personen achter die scheiding.
Verantwoording groepsrisico Bij een advies van de Veiligheidsregio op de verantwoording van het Groepsrisico, waarover het bevoegd gezag een besluit dient te nemen, neemt de Veiligheidsregio een aantal aspecten in haar beoordeling mee. Voor een extra toelichting op deze aspecten wordt verwezen naar de volgende website: http://www.ontwerpveiligeomgeving.nl/
De aspecten waarop beoordeeld kan worden en waar vervolgens maatregelen, ter beperking van het gevaar/risico of effect, voor voorgesteld worden, richten zich op: -
de Hulpverlening o
bereikbaarheid
o
bestrijdbaarheid
o
bluswatervoorzieningen
-
de Zelfredzaamheid i.c.m. vluchtmogelijkheden en kwetsbare groepen
-
Maatregelen ter beperking van het groepsrisico, bijv. verplaatsen bron – beperken populatiedichtheid
-
Maatregelen aan het gebouw of aan de bron
-
risicocommunicatie
Van: Henk Zwiers Verzonden: donderdag 5 september 2019 16:56 Aan: Bertina Bruins Onderwerp: RE: voorontwerpbestemmingsplan "Nieuw-Amsterdam, woonschepen"
Hallo Bertina, Ik heb geen bijzonderheden voor dit plan. Het plangebied ligt juist buiten het invloedsgebied van een hoge druk aardgastransportleiding van de Gasunie (A-605-01) Met vriendelijke groet, Henk Zwiers Adviseur externe veiligheid
Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe Team Advies Postbus 1017 t 0800 - 9102 9400 BA Assen m 06 11617942 bezoekadres www.ruddrenthe.nl adres Raadhuisplein 1 Emmen adres Westerbrink 1 Assen
Bijlage 2 Watertoets
bestemmingsplan "Nieuw-Amsterdam, woonschepen" (vastgesteld) 45
datum 24-7-2019 dossiercode 20190724-63-21065
Samenvatting van de watertoets (geen waterschapsbelang) In dit document vindt u een samenvatting van de door u ingevulde gegevens op de website www.dewatertoets.nl. De toets is uitgevoerd op een ruimtelijke ontwikkeling in het beheergebied van waterschap Vechtstromen. Voor algemene informatie over de watertoets van Vechtstromen kunt u ook terecht op de website van het waterschap www.vechtstromen.nl Mocht u specifieke vragen hebben naar aanleiding van deze toets dan kunt u ons bereiken via telefoonnummer 088- 220 3333. U kunt ook een email sturen naar info@vechtstromen.nl. Uit deze toets komt de procedure geen waterschapsbelang. Hieronder vindt u een samenvatting van de door u ingevulde gegevens.
_____________________________________________________________________________________________________________________ Gegevens aanvrager: Naam: Bertina Bruins Adres: Postbus 30001 30001 Postcode: 7800 RA Plaats: Emmen E-mail: b.bruins@emmen.nl Telefoon: 14 591
_____________________________________________________________________________________________________________________ Gegevens gemeente: Naam: Emmen E-mail: b.bruins@emmen.nl Telefoon: 14 0591
_____________________________________________________________________________________________________________________ Plan gegevens: Naam plan: woonschepen
Omschrijving van het plan: door nieuwe wet heten woonschepen nu drijvende bouwwerken
Plan adresgegevens: Adres: Dormmerskanaal NZ Postcode: 7833 ?? Plaats: Nieuw-Amsterdam Kadastraal: Emmen, AG 1669
_____________________________________________________________________________________________________________________ Ingevoerde plan gegevens:
_____________________________________________________________________________________________________________________ Geraakte kaartlagen: Heeft u een beperkingsgebied geraakt? nee
Het grootste deel van het door u ingetekende plangebied ligt in de gemeente Emmen.
_____________________________________________________________________________________________________________________ Toets vragen: 1) Gaat het om een ruimtelijk plan dat uitsluitend een functiewijziging van bestaande bebouwing inhoudt? ja 2) Worden in het plan meer dan 10 wooneenheden gerealiseerd? nee 3) Is er in of rondom het plangebied sprake van wateroverlast of grondwateroverlast? nee
_____________________________________________________________________________________________________________________
_____________________________________________________________________________________________________________________
Verklaring Dit document is een automatisch gegeneerd bestand op basis van de door u ingevulde gegevens. U bent akkoord gegaan met de door u ingevulde gegevens en u heeft verklaard alles naar waarheid te hebben ingevuld. Copyright Digitale Watertoets - http://www.dewatertoets.nl// Dit document is gegenereerd via de website http://www.dewatertoets.nl//. Het document mag alleen worden gebruikt ten behoeve van het plan, dat in dit document is omschreven. De informatie in dit document is houdbaar tot maximaal 1 jaar, gerekend vanaf de genoemde datum in dit document. www.dewatertoets.nl
datum 24-7-2019 dossiercode 20190724-63-21065 Geachte heer/mevrouw Bertina Bruins, U heeft een watertoets uitgevoerd op de website http://www.dewatertoets.nl//. Op basis van deze toets wordt in uw plan geen waterschapsbelangen geraakt. U volgt de procedure geen waterschapsbelang. Dit houdt in dat u direct door kunt gaan met de planvorming van uw plan en onderstaande tekst kunt opnemen in het plan. Paragraaf geen waterschapsbelang Deze paragraaf geen waterschapsbelang heeft betrekking op het plan woonschepen. Het plan betreft alleen een functieverandering van bestaande bebouwing en heeft geen invloed op de waterhuishouding. Met de voorgenomen ontwikkeling zijn geen waterbelangen gemoeid. De ontwikkeling heeft geen nieuwe lozingen op oppervlaktewater tot gevolg. In het gebied is geen sprake van (grond)wateroverlast. Het waterschap Vechtstromen heeft dan ook geen bezwaren tegen de voorgenomen ontwikkeling. Deze conclusie is getrokken naar aanleiding van een digitale watertoets. Het proces van de watertoets is goed doorlopen. Algemene info: In de procedurebepalingen van de Wro voor het bestemmingsplan is opgenomen dat de kennisgeving wordt toegezonden aan de instanties die bij het overleg zijn betrokken. De terinzagelegging van het bestemmingsplan kunt u zenden aan kennisgevingwro@vechtstromen.nl.
_____________________________________________________________________________________________________________________
Verklaring Dit document is een automatisch gegeneerd bestand op basis van de door u ingevulde gegevens. U bent akkoord gegaan met de door u ingevulde gegevens en u heeft verklaard alles naar waarheid te hebben ingevuld. Copyright Digitale Watertoets - http://www.dewatertoets.nl// Dit document is gegenereerd via de website http://www.dewatertoets.nl//. Het document mag alleen worden gebruikt ten behoeve van het plan, dat in dit document is omschreven. De informatie in dit document is houdbaar tot maximaal 1 jaar, gerekend vanaf de genoemde datum in dit document. www.dewatertoets.nl
Bijlage 3 Inrichtingsschets
50 steld)
bestemmingsplan "Nieuw-Amsterdam, woonschepen" (vastge
* IGOS *
file G:/S0387/Igosdata/I−B/groen/Buiten/Zandpol (11)/2007/11−5002−C01−inrwoonboten
52 steld)
bestemmingsplan "Nieuw-Amsterdam, woonschepen" (vastge
Regels
bestemmingsplan "Nieuw-Amsterdam, woonschepen" (vastgesteld) 53
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan:
het bestemmingsplan Nieuw-Amsterdam, woonschepen met identificatienummer NL.IMRO.0114.2019014-B701 van de gemeente Emmen; 1.2
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3
aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4
aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5
ander(e) bouwwerk(en):
een bouwwerk, geen gebouw zijnde; 1.6
andere werk(en):
een werk, geen bouwwerk zijnde; 1.7
artikel 1, lid 7, van de Woningwet
De bepaling zoals deze luidt op het moment van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan, te weten: “Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde is een schip dat wordt gebruikt voor verblijf en dat is bestemd en wordt gebruikt voor de vaart geen bouwwerk.” 1.8
bouwperceelgrens:
de grens van een bouwperceel; 1.9
bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.10
gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.11
bouwwerk:
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde verbonden is; 1.12
drijvend bouwwerk
Een bouwkundige constructie van enige omvang die drijft, die op de plaats van bestemming direct of indirect met de grond verbonden is en bedoeld is om ter plaatse te functioneren, met uitzondering van een schip als bedoeld in artikel 1, lid 7, van de Woningwet; 1.13
groenvoorziening:
een (openbaar)gebied, dat is ingericht als berm, park, groenstrook, beplantingsstrook, grasveld, plantsoen, sport- en speelveldjes en dergelijke, welke voor het gehele jaar of een groot deel van het jaar voor het publiek algemeen toegankelijk moet zijn; 54 steld)
bestemmingsplan "Nieuw-Amsterdam, woonschepen" (vastge
1.14
landschappelijke waarden:
de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak (geomorfologisch, hydrologisch, ecologisch, cultuurhistorisch en landschappelijk-esthetische); 1.15
overstek:
bouwdeel dat vooruitsteekt ten opzichte van het eronder gelegen deel; 1.16
perceelsgrens:
de lijn, welke de scheiding vormt tussen twee bouwpercelen of tussen een bouwperceel en een aangrenzend terrein; 1.17
straat- en bebouwingsbeeld:
de waarde van een gebied in stedenbouwkundige zin, die wordt bepaald door de mate van samenhang in aanwezige bebouwing, daarbij in het bijzonder gelet op een goede verhouding tussen bouwmassa en open ruimte, een goede hoogte- en breedteverhouding tussen de bebouwing onderling en de samenhang in bouwvorm en ligging tussen bebouwing die ruimtelijk op elkaar georiënteerd is; 1.18
woonschepenligplaats:
een gedeelte van het openbaar water, bestemt of geschikt om door een woonschip met bijbehorende voorzieningen (zaken zoals bijboot, steiger, loopplank) te worden ingenomen; 1.19
woonschip(schepen):
een zich op het water bevindend object, dat in hoofdzaak wordt gebezigd als, of te oordelen naar zijn constructie of inrichting uitsluitend in hoofdzaak bestemd is tot woning; 1.20
woning:
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden;
bestemmingsplan "Nieuw-Amsterdam, woonschepen" (vastgesteld) 55
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
de bebouwing op de verbeelding:
de op de verbeelding aangegeven (kadastrale) bebouwing wordt als illustratief beschouwd; 2.2
de hoogte van een drijvend bouwwerk
De afstand gemeten vanaf het peil tot het hoogste punt van het bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte onderdelen, zoals masten, schoorstenen, antennes, ophaalbruggen en naar de aard daarmee gelijk te stellen onderdelen, mits de maximale toegestane bouwhoogte voor de ondergeschikte onderdelen met niet meer dan een meter wordt overschreden. Deze beperking geldt niet voor masten. 2.3
de breedte van een drijvend bouwwerk
De afstand gemeten daar waar de constructie van het bouwwerk, inclusief loopranden, stootranden, dakranden, goten en vergelijkbare constructies, het breedst is. Ondergeschikte delen die buiten de constructie steken, zoals zwaarden, fenders en eenvoudige demontabele voorzieningen, worden niet meegerekend. 2.4
de lengte van een drijvend bouwwerk
De afstand gemeten daar waar de constructie van het bouwwerk, inclusief loopranden, stootranden, dakranden, goten en vergelijkbare constructies, het langst is. Ondergeschikte delen die buiten de constructie steken, zoals rondhouten, roerbladen en boegsprieten en eenvoudig demontabele voorzieningen, worden niet meegerekend. 2.5
de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.6
de dakhelling:
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.7
de goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.8
de oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.9
het peil:
het peil overeenkomstig de bouwverordening, dan wel indien geen peil overeenkomstig de bouwverordening is vast te stellen, de hoogte van het afgewerkte bouwterrein, indien in of op het water wordt gebouwd, dan het Normaal Amsterdams Peil of een ander plaatselijk waterpeil aan te houden;
56 steld)
bestemmingsplan "Nieuw-Amsterdam, woonschepen" (vastge
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor Groen aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groen(voorziening); b. water; met bijbehorende: c. andere bouwwerken; d. toegangswegen in- en uitritten. e. nutsvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen; 3.2
Bouwregels
Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. op of in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd; b. de bouwhoogte van een ander bouwwerk mag maximaal 3 meter bedragen met dien verstande dat de maximale bouwhoogte van een erf- en terreinafscheiding langs de openbare weg maximaal 1 meter bedraagt en de maximale bouwhoogte van lichtmasten en vlaggenmasten maximaal 5 meter mag bedragen; 3.3
Nadere eisen
3.3.1
Bevoegdheid
Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de gebouwen, wat betreft: a. b. c. d. e. f. g. h. 3.4
de woonsituatie; het straat- en bebouwingsbeeld; cultuurhistorie; verkeersveiligheid; sociale veiligheid; brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding; milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen. Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden voor buitenopslag; b. het gebruik van gronden voor parkeren in openbaar gebied; c. het verwijderen of vernielen van beeldbepalende bomen, groen of lanen;
bestemmingsplan "Nieuw-Amsterdam, woonschepen" (vastgesteld) 57
Artikel 4 4.1
Verkeer - Verblijfsgebied
Bestemmingsomschrijving
De voor Verkeer- Verblijfgebied aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woonstraten en wegen voor de ontsluiting van de aanliggende percelen; b. erven en pleinen; met bijbehorende: c. d. e. f. g. h.
andere bouwwerken; kunstwerken en waterwerken; fiets- en voetpaden; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen; nutsvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen;
4.2
Bouwregels
4.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d.
gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; het oppervlak van het gebouw mag niet meer dan 15 m2 te bedragen de goothoogte van een gebouw mag maximaal 3 meter bedragen; de bouwhoogte van een gebouw mag maximaal 6 meter bedragen;
4.2.2
Andere bouwwerken
Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van terrein- en/of erfafscheiding langs de openbare weg mag maximaal 1 meter bedragen; b. de bouwhoogte van kunstwerken van artistieke aard, lichtmasten, informatiesystemen, signaleringsborden mag maximaal 10 meter bedragen; c. de gezamenlijke oppervlakte van andere bouwwerken mag maximaal 50 m² bedragen; d. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken mag maximaal 5 meter bedragen; e. overkappingen mogen niet worden opgericht; 4.3
Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van de gebouwen als wonen;
58 steld)
bestemmingsplan "Nieuw-Amsterdam, woonschepen" (vastge
Artikel 5 5.1
Water
Bestemmingsomschrijving
De voor Water aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.
water; vaarweg; waterhuishoudkundige voorzieningen; watersport en waterrecreatie niet gemotoriseerd; oevers en beplanting; ligplaats voor één drijvende bouwwerk ter plaatse van de aanduiding ligplaats (lp);
met de bijbehorende: g. andere bouwwerken; h. kunstwerken en waterwerken; i. nutsvoorzieningen. 5.2
Bouwregels
5.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd; b. als hoofdgebouw mogen uitsluitend drijvende bouwwerken worden aangelegd binnen de aanduiding "ligplaats"; c. per aanduiding "ligplaats" mag ten hoogste 1 drijvend bouwwerk worden aangelegd. d. het aantal hoofdgebouwen bedraagt maximaal 7 drijvende bouwwerken; 5.2.2
Drijvende bouwwerken
Voor het aanleggen van drijvende bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d. e.
de bouwhoogte van een drijvend bouwwerk mag niet meer bedragen dan 6 meter, de maximale lengte van een drijvend bouwwerk mag niet meer bedragen dan 23 meter, de maximale breedte van een drijvend bouwwerk mag niet meer bedragen dan 6 meter, de maximale diepte van een drijvend bouwwerk mag niet meer dan 2 meter bedragen, De onderlinge afstand tussen de voor- en achterzijden van drijvende bouwwerken en/of schepen als bedoeld in artikel 1, lid 7, van de Woningwet bedraagt tenminste 5 meter.
5.3
Nadere eisen
5.3.1
Bevoegdheid
Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de gebouwen, wat betreft: a. b. c. d. e. f. g. h. 5.4
de woonsituatie; het straat- en bebouwingsbeeld; cultuurhistorie; verkeersveiligheid; sociale veiligheid; brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding; milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen. Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden en water buiten de aanduiding "ligplaats (lp)" als permanente ligplaats voor drijvende bouwwerken en varende schepen, met uitzondering van maximaal 1 bijboot per drijvend bestemmingsplan "Nieuw-Amsterdam, woonschepen" (vastgesteld) 59
bouwwerk, zoals bedoeld in de plaatselijke Woonschepenverordening en de provinciale omgevingsverordening;
60 steld)
bestemmingsplan "Nieuw-Amsterdam, woonschepen" (vastge
Hoofdstuk 3 Artikel 6
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
bestemmingsplan "Nieuw-Amsterdam, woonschepen" (vastgesteld) 61
Artikel 7 7.1
Algemene bouwregels
Ondergeschikte bouwonderdelen
a. Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen bouwvlakken of bestemmingsvlakken worden ondergeschikte bouwdelen, gevelversieringen, meeontworpen sierende elementen, ventilatiekanalen, installaties voor duurzame energie-en watervoorzienngen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de bouwgrens dan wel de maximale bouwhoogte niet meer dan maximaal 1 meter wordt overschreden; b. Vlaggenmasten en antennemasten, voorzover deze direct ten dienste staan van -en onderdeel uitmaken van een gebouw, mogen de toegestane maximale bouwhoogte met maximaal 1,5 meter overschrijden; c. Dakopbouwen, noodtrappen, luchtbehandeling- en liftinstallaties mogen niet hoger zijn dan 1,5 meter ten opzichte van de bouwhoogte van een gebouw, en mogen geen groter oppervlakte beslaan dan 15% van de vloeroppervlakte van de bovenste laag van het gebouw, waarop zij worden geplaatst;
62 steld)
bestemmingsplan "Nieuw-Amsterdam, woonschepen" (vastge
Artikel 8 8.1
Algemene gebruiksregels
Vormen van verboden gebruik ( onbebouwd)
Als een verboden gebruik wordt in ieder geval beschouwd een gebruik van gronden en/of water: a. als opslag-, stort-, lozings- of bergplaats van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen of producten, behoudens voor zover dat noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. als terrein voor het al dan niet voor de verkoop opslaan of opstellen van ongebruikte en/of gebruikte, dan wel geheel of gedeeltelijk uit gebruikte onderdelen samengestelde machines, voer-, vaar- of vliegtuigen c.q. onderdelen daarvan, die bruikbaar en niet aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken zijn, behoudens voor zover het betreft parkeren en overigens voor zover dat noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; c. als opslagplaats van materialen en voertuigen, behoudens voor zover dat noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond, of ten behoeve van bouw of andere tijdelijke werkzaamheden; d. het gebruik van gronden en bouwwerken voor een prostitutiebedrijf, seksinrichting en of tippelzone; voor het (doen) uitoefenen van straatprostitutie en of tippelzone. 8.2
Vormen van verboden gebruik ( gebouwen)
Als een verboden gebruik wordt in ieder geval beschouwd het gebruik: a. van gebouwen voor het verkopen of ten verkoop aanbieden van goederen als detailhandel, met uitzondering van het verkopen of ten verkoop aanbieden van: 1. goederen, waarvan de verkoop ondergeschikt deel uitmaakt van de normale dienstverlening behorende bij het op hetzelfde perceel uitgeoefende bedrijf; 2. agrarische producten afkomstig van en geteeld op het ter plaatse aanwezige agrarisch bedrijf; b. van niet voor bewoning bestemde gebouwen of ruimten, daaronder begrepen kampeermiddelen, voor permanente bewoning; c. het plaatsen van of geplaatst houden van onderkomens; d. van gebouwen ten behoeve van het (doen) exploiteren van een seksinrichting, een escortbedrijf of (het laten uitoefenen van) (raam)prostitutie
bestemmingsplan "Nieuw-Amsterdam, woonschepen" (vastgesteld) 63
Artikel 9 9.1
Algemene afwijkingsregels
Bevoegdheid
Indien niet op grond van een andere bepalingen in deze regels kan worden afgeweken, kunnen burgemeester en wethouders bij omgevingsvergunning afwijken van: a. in het plan genoemde goothoogten, bouwhoogten, oppervlakte- en inhoudsmaten, percentages en afstandseisen, waarbij een overschrijding is toegestaan tot maximaal 10% van de goothoogten, bouwhoogten, oppervlakte- en inhoudsmaten, percentages en afstandseisen; b. de regels en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, waarbij een overschrijding is toegestaan tot maximaal 3 meter, en deze noodzakelijk is in verband met de uitmeting van het terrein of uit een oogpunt van doelmatig gebruik van de gronden en/of de bebouwing c. de regels en het in geringe mate aanpassen van het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven, mits de afwijking in de situering maximaal 3.00 meter bedraagt; d. de regels voor het oprichten van niet voor bewoning bestemde bouwwerken ten behoeve van het openbaar net aangesloten nutsvoorzieningen, telecommunicatieverkeer, openbaar vervoer of het wegverkeer, kunstwerken van artistieke aard en omvang daarmee gelijk te stellen bouwwerken, met uitzondering van verkooppunten voor motorbrandstoffen, met dien verstande dat: 1. de bouwhoogte van een gebouw maximaal 3.00 meter mag bedragen; 2.
de oppervlakte van een gebouw maximaal 50 meter² mag bedragen; 3. de bouwhoogte van een ander bouwwerk maximaal 10.00 meter mag bedragen; e. het toestaan van erf- en terreinafscheiding langs de openbare weg met een maximaal bouwhoogte tot 1,5 meter; 9.2
Afweging
De toepassing van de in artikel 9.1 genoemde afwijkingen zijn beperkt tot die gevallen, waarbij het functioneren van de bestemming begrepen doeleinden en omliggende bestemmingen niet mag worden aangetast. In de afweging om af te wijken van het bestemmingsplan worden in ieder geval de woonsituatie, het straat- en bebouwingsbeeld, de cultuurhistorie, de verkeersveiligheid, de (sociale) veiligheid, brandveiligheid/ externe veiligheid en rampenbestrijding, de milieusituatie, de gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen in acht genomen. Tevens dient schriftelijk advies te worden ingewonnen bij de leidingbeheerder, indien daartoe noodzaak is. Indien de genoemde waarden en of belangen onevenredig worden geschaad of bij negatief advies van de leidingbeheerder kan de functiewijziging niet plaatsvinden. Indien de genoemde waarden en of belangen onevenredig worden geschaad wordt de omgevingsvergunning niet verleend. 9.3
Bevoegdheid
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in de regels van dit bestemmingsplan ten behoeve van drijvende bouwwerken en/of schepen in de zin van artikel 1, lid 7, van de Woningwet, met een tijdelijke omgevingsvergunning van het bestemmingsplan af te wijken, voor de bouw en het gebruik van de gronden als ligplaats ten behoeve van een drijvend bouwwerk of het gebruik als ligplaats ten behoeve van een schip mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden. a. Voor het drijvend bouwwerk is een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen verleend, dan wel moet deze op grond van artikel 8.2 Wabo geacht worden te zijn verleend; b. Het drijvend bouwwerk dient te worden verplaatst vanwege werkzaamheden aan het drijvend bouwwerk en/of werkzaamheden aan de kade/oever of in het water ter plaatse waar het drijvend bouwwerk is gelegen; c. Het college wint advies in over de tijdelijke locatie van het drijvend bouwwerk bij de vaarwegbeheerder en het Waterschap Vechtstromen, welk adviezen positief dienen te zijn om van de bevoegdheid om af te wijken gebruik te kunnen maken; d. Aan de omgevingsvergunning dient de voorwaarde te worden verbonden dat deze van rechtswege vervalt binnen een maand, nadat de werkzaamheden zijn afgerond die de verplaatsing noodzakelijk maakten. 64 steld)
bestemmingsplan "Nieuw-Amsterdam, woonschepen" (vastge
bestemmingsplan "Nieuw-Amsterdam, woonschepen" (vastgesteld) 65
Artikel 10 10.1
Algemene wijzigingsregels
Bevoegdheid
Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in de vorm van het aanbrengen van geringe veranderingen in de plaats, ligging en/of afmetingen van bestemmingsgrenzen, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. bestemmingsgrenzen mogen met niet meer dan 5 m worden verschoven; b. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden mogen niet onevenredig worden geschaad; c. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen mogen niet onevenredig worden geschaad. 10.2
Afweging
De wijziging dient het functioneren van omliggende bestemmingen niet aan te tasten. In de afweging om conform artikel 3.6 het bestemmingsplan te wijzigen dient in ieder geval de woonsituatie, het straat- en bebouwingsbeeld, de (sociale) veiligheid, brandveiligheid/ externe veiligheid en rampenbestrijding, milieusituatie, archeologie en cultuurhistorie, ecologie, water, verkeer(sveiligheid), agrarische belangen, ruimtelijke en landschappelijke inpassing, de gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen in acht genomen. Indien de genoemde waarden en of belangen onevenredig worden geschaad kan de wijziging niet plaatsvinden.
66 steld)
bestemmingsplan "Nieuw-Amsterdam, woonschepen" (vastge
Hoofdstuk 4 Artikel 11 11.1
Overgangs- en slotregels
overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. c. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 11.2
Overgangsrecht gebruik
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
bestemmingsplan "Nieuw-Amsterdam, woonschepen" (vastgesteld) 67
Artikel 12
slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Nieuw-Amsterdam, woonschepen .
68 steld)
bestemmingsplan "Nieuw-Amsterdam, woonschepen" (vastge