CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bij RA21.0028 - Was-wordt-tabel (overzicht wijzigingen gehele APV) (RIS.10136)

Commissie Bestuur, Middelen en Economie 12 mei 2021, gemeente EmmenBij agendapunt: Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Emmen 2021 + bijlagen RIS.10131 t/m RIS.101379.910 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Was Wordt Artikel 1:1 Begripsbepalingen, (sub c, sub f, Artikel 1:1 Begripsbepalingen, (sub c, sub f, sub i, sub j en sub k). sub i, sub j en sub k). c. Bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd c. Bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2:1 van de Wet algemene bepalingen artikel 2:1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of ten aanzien van een omgevingsrecht of ten aanzien van een verleende omgevingsvergunning. verleende omgevingsvergunning. f. Gebouw: hetgeen in artikel 1, eerste lid, f. Gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan onder c, van de Woningwet daaronder wordt in artikel 1, eerste lid, onder c, van de verstaan; Woningwet; i. Openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de i. Openbare plaats: hetgeen daaronder wordt Wet openbare manifestaties daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare verstaan; manifestaties; j. Rechthebbende: degene die over een zaak j. Rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit of persoonlijk recht; beperkt recht of persoonlijk recht; k. Weg: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b k.

Weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in van de Wegenverkeerswet daaronder wordt artikel 1, eerste lid, onder b van de verstaan. Wegenverkeerswet 1994. Toelichting: c. In dit onderdeel wordt in artikel 1:1 met het begrip ‘bevoegd gezag’ aangehaakt bij de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo). De verwijzing naar artikel 2.1 van de Wabo vervalt en er wordt volstaan met een verwijzing naar de Wabo. Dit omdat ook in artikel 2.2 van de Wabo omgevingsvergunningen zijn geregeld. f, i, j, k. Redactionele verbeteringen. Artikel 1:5 Termijnen, (lid 2) Artikel 1:5 Termijnen, (lid 2) 2. De aard van de vergunning of ontheffing 2. De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval tegen gelding voor verzet zich in ieder geval tegen gelding voor onbepaalde tijd indien het aantal vergunningen onbepaalde tijd als het aantal vergunningen of of ontheffingen is beperkt en het aantal ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke mogelijke aanvragers het aantal beschikbare aanvragers het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft. vergunningen of ontheffingen overtreft.

Toelichting: Redactionele verbetering Artikel 1:8 intrekken of wijziging van Artikel 1:8 intrekken of wijziging van vergunning of ontheffing vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing kan worden De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd: ingetrokken of gewijzigd als: a. indien ter verkrijging daarvan onjuiste of a. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. indien op grond van een verandering van de b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; c. indien de aan de vergunning of ontheffing c. de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; zijn of worden nagekomen; d. indien van de vergunning of ontheffing geen d.

van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of redelijke termijn; of e. indien de houder dit verzoekt. e. de houder dit verzoekt. Toelichting: Redactionele verbetering

Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden, (lid 5 en lid 6) 5. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid gestelde verbod. 6. Het bepaalde in de voorgaande leden is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.

Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden, (lid 5 en lid 6) 5. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het derde lid. 6. Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.

Toelichting: Redactionele verbeteringen. Artikel 2:2 (Verblijfsontzegging in een Artikel 2:2 (Gebiedsontzeggingen) aangewezen overlastgebied) Toelichting: Redactionele verbetering Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen (lid 2 onder d en lid 4) openbare plaatsen (lid 2 onder d en lid 4) 2 onder d: de plaats en, voor zover van 2 onder d: de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de plaats van toepassing de route. beëindiging; 4. Als het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, 4. Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk op de daaraan voorafgaande gedaan uiterlijk op de daaraan voorafgaande op werkdag vóór 12.00 uur de werkdag vóór 12.00 uur Toelichting: In het tweede lid, onder d, vervalt de verplichting niet alleen kennis te geven van de plaats van beëindiging. Deze maakt immers als eindpunt deel uit van de route, zodat reeds op grond daarvan kennis moet worden gegeven van het eindpunt en het niet noodzakelijk is dit expliciet te bepalen. Daarnaast redactionele verbetering. Artikel 2:4 Beperkingen aanbieden e.d. van Artikel 2:4 Beperkingen aanbieden e.d.

van geschreven of gedrukte stukken en geschreven of gedrukte stukken en afbeeldingen of het uitdelen van goederen om afbeeldingen of het uitdelen van goederen om niet, lid 2, lid 4, lid 6 niet, lid 2, lid 4, lid 6 2. Het college kan de werking van het verbod 2. Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. beperken tot bepaalde dagen en uren. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het 4. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. in het eerste lid gestelde verbod. 6. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de 6. Op de aanvraag om een ontheffing is Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet beschikking bij niet tijdig beslissen) van bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij toepassing. niet tijdig beslissen) van toepassing. Toelichting: Redactionele verbetering AFDELING 4 VERTONINGEN E.D. OP AFDELING 4 VERTONINGEN E.D. OP DE WEG DE WEG Toelichting: Redactionele verbetering Artikel 2:5 Straatartiest, (lid 2) Artikel 2:5 Straatartiest en dergelijke, (lid 2) 2. De burgemeester kan de werking van het 2. De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. verbod beperken tot bepaalde dagen en uren.

Toelichting: Redactionele verbetering Artikel 2:6 Het plaatsen van voorwerpen op Artikel 2:6 Het plaatsen van Voorwerpen op of of aan de weg, (leden 1 t/m 7) aan de weg, (leden 1 t/m 7) 1. Het is verboden de weg of een weggedeelte 1. Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, indien: publieke functie daarvan, als dat gebruik: a. het gebruik schade toebrengt of kan a. het gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel

een belemmering vormt of kan vormen voor een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of het beheer of onderhoud van de weg; of b. het gebruik niet voldoet aan redelijke eisen b. het gebruik niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. van welstand. 2. Het college kan in het belang van de 2. Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van terrassen, nadere regels stellen voor terrassen, uitstallingen en reclameborden. uitstallingen en reclameborden. 3. Het bevoegde bestuursorgaan kan 3. Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod in het ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid. eerste lid. 4. In afwijking van het derde lid kan het 4. De ontheffing wordt verleend als bevoegd gezag een omgevingsvergunning omgevingsvergunning door het bevoegd gezag verlenen voor het in het eerste lid bedoelde als het in het eerste lid bedoelde gebruik een gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene van de Wet algemene bepalingen bepalingen omgevingsrecht. omgevingsrecht. 5. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op: 5.

Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op: 6. Het verbod in het eerste lid is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt 6. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien voorzien door de Wet beheer door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, of de Wegenverkeerswet 1994, of de provinciale provinciale verordening. verordening. 7. Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is 7. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. niet tijdig beslissen) van toepassing. Toelichting: Redactionele verbeteringen en aanpassing van lid 4. Dit lid bepaalde dat in afwijking van de ontheffingsbepaling (vierde lid) het bevoegde gezag een omgevingsvergunning kan verlenen als sprake is van voorwerpen bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, onder j en k, van de Wabo. Op grond van die bepalingen geldt de ontheffing echter al als omgevingsvergunning.

Artikel 2:7 (Omgevings)vergunning voor het Artikel 2:7 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg, (lid 1,lid 2 onder a, lid 3, lid 5) weg, (lid 1,lid 2 onder a, lid 3, lid 5) 1. Het is verboden zonder of in afwijking van 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg aan te leggen, de een vergunning van het bevoegde verharding daarvan op te breken, in een weg te bestuursorgaan een weg aan te leggen, de graven of te spitten, aard of breedte van de verharding daarvan op te breken, in een weg te wegverharding te veranderen of anderszins graven of te spitten, aard of breedte van de verandering te brengen in de wijze van aanleg wegverharding te veranderen of anderszins van een weg. verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. 2. De vergunning wordt verleend a. als omgevingsvergunning door het bevoegd 2. De vergunning wordt verleend gezag, indien de activiteiten zijn verboden bij a. als omgevingsvergunning door het bevoegd een bestemmingsplan, beheersverordening, gezag, als de activiteiten zijn verboden bij een exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; 3. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam publieke 3.

Het verbod in het eerste lid is niet van taken worden verricht. toepassing voor zover in opdracht van een 5. Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is bestuursorgaan of openbaar lichaam paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet werkzaamheden worden verricht. bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij 5. Op de aanvraag om een vergunning is niet tijdig beslissen) van toepassing. paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet

bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Toelichting: Redactionele verbetering Artikel 2:8 Maken of veranderen van een Artikel 2:8 Maken of veranderen van een uitweg, (lid 1 aanhef en onder a, lid 4 en lid 6). uitweg, (lid 1 aanhef en onder a, lid 4 en lid 6). 1. Het is verboden een uitweg te maken naar de 1. Het is verboden een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg indien: uitweg naar de weg als: a. degene die voornemens is een uitweg te a. daarvan niet van tevoren melding is gedaan maken naar de weg of verandering te brengen aan het college, onder indiening van een in een bestaande uitweg naar de weg daarvan situatieschets van de gewenste uitweg en een niet van tevoren melding heeft gedaan aan het foto van de bestaande situatie; of college, onder indiening van een situatieschets 4. De uitweg kan worden aangelegd als het (incl. een goede maatvoering) van de gewenste college niet binnen acht weken na ontvangst uitweg en een foto van de bestaande situatie; van de melding heeft beslist dat de gewenste uitweg wordt verboden. 4. De uitweg kan worden aangelegd indien het college niet binnen vier weken na ontvangst 6.

Het verbod in het eerste lid is niet van van de melding heeft beslist dat de gewenste toepassing op situaties waarin wordt voorzien uitweg wordt verboden. door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de waterschapskeur of de provinciale 6. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien omgevingsverordening. door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of de provinciale omgevingsverordening. Toelichting: Redactionele verbeteringen. In lid 4 is het termijn aangepast van vier naar acht weken. Dit heeft ermee te maken dat het in de praktijk niet haalbaar is om een dergelijke beoordeling te geven binnen het termijn van vier weken. Artikel 2:11 Rookverbod in bossen en Artikel 2:11 Rookverbod in bossen en natuurgebieden, (lid 2 en lid 3). natuurgebieden, (lid 2 en lid 3). 2. De verboden in het eerste lid zijn niet van 2. De verboden in het eerste lid zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3, van het door artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van Strafrecht. Wetboek van Strafrecht. 3. De verboden zijn voorts niet van toepassing 3. Het verbod in het eerste lid, onder a, is voor zover het roken plaatsvindt in gebouwen voorts niet van toepassing voor zover het roken en aangrenzende erven.

plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende erven. Toelichting: Redactionele verbeteringen Artikel 2:12 Begripsbepaling, (lid 1 onder a, b Artikel 2:12 Begripsbepaling, (lid 1 onder a, b en f. Lid 2 onder c). en f. Lid 2 onder c). a. bioscoopvoorstellingen; Lid 1 b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste a. bioscoop- en theatervoorstellingen; lid, onder h, van de Gemeentewet en artikel b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste 5:22 van deze verordening; lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet en artikel 5:22; f. activiteiten als bedoeld in artikel 2:5 van deze verordening. f. activiteiten als bedoeld in artikel 2:5 van deze verordening. c. een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van deze verordening, op g. sportwedstrijden, niet zijnde de weg; vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid, onder f. Lid 2 c. een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van deze verordening, op de weg; f. een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s.

4. In deze afdeling wordt onder klein evenement verstaan een eendaags evenement waarbij: a. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan tweehonderd personen; b. het evenement niet langer duurt dan tot 00.00 uur; c. geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of na 23.00 uur; d. het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten; e. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 10 m2 per object; f. er een organisator is; g. de organisator uiterlijk tien werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester; en h. er geen alcoholhoudende drank wordt verkocht.

Toelichting:  

Juiste verwijzing naar artikel 160 Gemeentewet. In dit onderdeel wordt in eerste lid, onder a, ‘bioscoopvoorstellingen’ vervangen door ‘bioscoop- en theatervoorstellingen’ en wordt onderdeel g ingevoegd. Daarmee worden sportwedstrijden niet als een evenement aangemerkt, tenzij het om een door de burgemeester aangewezen vechtsportevenement gaat, waarmee gedoeld wordt op zogenaamde full contact-vechtsportevenementen of -gala’s.  In het tweede lid wordt onderdeel f toegevoegd, waarmee de burgemeester de bevoegdheid krijgt categorieën vechtsportwedstrijden of – gala’s aan te wijzen en onder het begrip ‘evenement’ worden gebracht.  Voor kleine evenementen geldt geen vergunningsplicht, maar een meldingsplicht. Aan kleine evenementen wordt in artikel 2:13 een aantal eisen gesteld. Deze betreffen in feite een definitie van het begrip klein evenement. Ingevolge artikel 2:12, tweede lid, onder e, werd een straatfeest of buurtbarbecue op één dag kennelijk aangemerkt als klein evenement door de toevoeging van deze woorden tussen haakjes. Die toevoeging is in onderdeel e geschrapt en in het derde lid is nu een definitie van klein evenement opgenomen, waarbij geldt dat het een eendaags evenement is aangevuld met genoemde eisen.

 Voor door de burgemeester aangewezen categorieën van vechtsportevenementen of gala’s is geregeld dat als deze als klein evenement aangemerkt moeten worden, de uitzondering op de vergunningplicht zoals neergelegd in artikel 2:13, vijfde lid, niet van toepassing is. Daarvoor kan dus niet volstaan worden met een melding, maar dient een vergunning aangevraagd te worden. De organisator van een vechtsportevenement of -gala of de aanvrager van de vergunning mag niet van slecht levensgedrag zijn. Het zijn van slecht levensgedrag kan – naast de algemene weigeringsgronden uit artikel 1:6 – aanleiding zijn de vergunning te weigeren.  Tot slot zijn technische wijzigingen aangebracht. Artikel 2:13 Evenementen, (lid 2, 4, 5 en 9) Artikel 2:13 Evenementen, (lid 2, 4 onder d, 5 7, 9 en 11). 2. Bij de indiening van de vergunningaanvraag 2. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd. aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan 5. Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, indien: op grond van artikel 2:1, eerste lid van het

a. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan tweehonderd personen; b. het evenement niet langer duurt dan tot 00.00 uur; c. geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of na 23.00 uur; d. het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten; e. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 10 m2 per object; f. er een organisator is; g. de organisator uiterlijk tien werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester; en h.er geen alcoholhoudende drank wordt verkocht. 6. De burgemeester kan binnen tien dagen na ontvangst van de melding besluiten een klein evenement te verbieden, indien er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 7. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994. 9. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. Lid 4 onder d: de organisator of de aanvrager van de vergunning in enig opzicht van slecht levensgedrag is. 5. Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, als de organisator uiterlijk tien werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester. a. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan tweehonderd personen; b. het evenement niet langer duurt dan tot 00.00 uur; c. geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of na 23.00 uur; d. het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten; e. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 10 m2 per object; f. er een organisator is; g. de organisator uiterlijk tien werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester; en h.er geen alcoholhoudende drank wordt verkocht. 6. De burgemeester kan binnen tien dagen na ontvangst van de melding besluiten een klein evenement te verbieden, als er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 7.

Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994. 9. Het derde lid is niet van toepassing op een krachtens artikel 2:12, tweede lid, aanhef en onder f, aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s. 10. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, aanhef en onder f, weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning van slecht levensgedrag is. 11. Op de aanvraag om een vergunning is. paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Toelichting:  In artikel 2:13, tweede lid, opgenomen dat het aanleveren van de gegevens die op grond van artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik overige plaatsen in het kader van een aanvraag om een evenementenvergunning verstrekt moeten worden, alleen nodig is als

de aanvrager van de evenementenvergunning ingevolge artikel 2:1, eerste lid, van dat Besluit voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten doen.  Door de meldingsplicht voor kleine evenementen niet van toepassing te verklaren op daartoe aangewezen categorieën full-contact vechtsportwedstrijden of -gala’s, geldt voor deze evenementen altijd een vergunningplicht op grond van het eerste lid.  In het vijfde lid vervallen de onderdelen a tot en met f voor het laatste onderdeel. Dit is opgenomen in artikel 2:12 lid 4.  Op grond van het tiende lid kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning van slecht levensgedrag is.  Tot slot zijn technische wijzigingen voorgesteld. Artikel 2:24 Hinderlijk gedrag op openbare Artikel 2:24 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen, (lid 1 onder a en onder b). plaatsen, (lid 1 onder a en onder b). a. te klimmen of zich te bevinden op een beeld, a. te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of toiletgelegenheid, voertuig, hek, heining of andere afsluiting, verkeersmeubilair of andere afsluiting, verkeersmeubilair of daarvoor niet bestemd straatmeubilair; daarvoor niet bestemd straatmeubilair; b. zich op te houden op een wijze die voor b.

zich op te houden op een wijze die aan andere gebruikers of omwonenden onnodig andere gebruikers of bewoners en gebruikers overlast of hinder veroorzaakt. van nabij die openbare plaats gelegen 3. Het verbod geldt niet voor in het daarin woningen en gebouwen onnodig overlast of geregelde onderwerp wordt voorzien door de hinder berokkent; artikelen 424, 426bis of 431 van het Wetboek 3. Het verbod geldt niet voor in het daarin van Strafrecht of artikel 5 van de geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het Wetboek van Wegenverkeerswet 1994. Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. Toelichting: Redactionele verbeteringen Artikel 2:25 Verboden gedrag bij of in gebouwen, (lid 1 onder a en b). 1. Het is verboden: a. zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te houden; b. zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een gebouw te zitten of te liggen. Toelichting: Redactionele verbeteringen Artikel 2:27 Betreden gesloten woning of lokaal, (lid 3) 3. Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk is.

Artikel 2:25 Verboden gedrag bij of in gebouwen, (lid 1 onder a en b). 1. Het is verboden zonder redelijk doel: a. zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te houden; b. zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een gebouw te zitten of te liggen. Artikel 2:27 Betreden gesloten woning of lokaal, (lid 3) 3. Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal of een daarbij behorend erf wegens dringende reden noodzakelijk is.

Toelichting: Redactionele verbeteringen Artikel 2:28 Bedelarij Artikel 2:28 Bedelarij Het is verboden op een openbare plaats dan Het is verboden op een openbare plaats dan wel bij of in een voor het publiek toegankelijk wel bij of in een voor het publiek toegankelijk ruimte, zoals een portaal of een overdekte ruimte, zoals een portaal of een overdekte winkelpassage te bedelen om geld of andere winkelpassage te bedelen om geld of andere zaken. zaken. Toelichting: Vervallen van begrip ‘in een voor het publiek toegankelijk gebouw’. Voor zover het verblijf daarin door de gerechtigde niet aan een doel is gebonden. Op grond hiervan zijn bijvoorbeeld stadions, postkantoren, warenhuizen, restaurants, musea, ziekenhuizen en kerken geen ‘openbare plaatsen’. Zij moeten zelf dat reguleren. Artikel 2:29 Plakken en kalken, (lid 3) Artikel 2:29 Plakken en kalken, (lid 3)

3. Het in tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing als gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift. Toelichting: Redactionele verbeteringen Artikel 2:31 Vervoer inbrekerswerktuigen en hulpmiddelen voor diefstal, (lid 3). 3. Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de in dat lid bedoelde voorwerp niet bestemd is voor de in dat lid bedoelde handelingen Toelichting: Redactionele verbeteringen Artikel 2:32 Overlast van fiets of bromfiets (lid 2 en lid 3) 2. Fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan. 3. Fietsen of bromfietsen langer dan een door het college vastgestelde periode onafgebroken te laten staan.

3. Het verbod, bedoeld in het tweede lid, is niet van toepassing voor zover gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift. Artikel 2:31 Vervoer inbrekerswerktuigen en hulpmiddelen voor diefstal, (lid 3). 3. De in het eerste en tweede lid gestelde verboden zijn niet van toepassing als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de in dat lid bedoelde voorwerpen niet bestemd zijn voor de in dat lid bedoelde handelingen Artikel 2:32 Overlast van fiets of bromfiets (lid 2 en lid 3) 2. Het is verboden fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan. 3. Het is verboden op door het college aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen langer dan een door het college vastgestelde periode onafgebroken te laten staan.

Toelichting: per abuis is er geen verbodsbepaling opgenomen bij deze leden. Dit is hersteld. Artikel 2:35 (Verontreiniging door honden), Artikel 2:35 (Verontreiniging door honden), lid 3. lid 3. 3. Het bepaalde in het eerste lid is niet van 3. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen toepassing op door het college aangewezen plaatsen. plaatsen. Toelichting: Redactionele verbetering Artikel 2:34 Loslopende honden, (lid 1 onder Artikel 2:34 Loslopende honden, (lid 1 onder b) b) b. In een recreatiegebied of binnen de b. In een recreatiegebied of binnen de bebouwde kom op een weg indien de hond niet bebouwde kom op een openbare plaats indien is aangelijnd de hond niet is aangelijnd Toelichting: Volgens het huidige onderdeel b geldt een verbod voor honden op de weg indien ze niet aangelijnd. Dus op andere openbare plaatsen dan de weg mag een hond niet aangelijnd lopen, behalve op een krachtens onderdeel a genoemde plaats/aangewezen plaats. De wijziging breidt het verbod voor niet-aangelijnde honden uit tot andere plaatsen binnen de bebouwde kom dan de weg, zoals parken en plantsoenen of andere voor publiek openstaande plaatsen. Dat past ook beter bij de uitzondering in het tweede lid, waar wordt gesproken over ‘aangewezen plaatsen’. Artikel 2:36 Gevaarlijke honden, (lid 1, lid 4 Artikel 2:36 Gevaarlijke honden, (lid 1, lid 4 en lid 5).

en lid 5). 1. Indien de burgemeester een hond in verband 1. Als de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder van die hond een kan hij de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of loopt opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein van op een openbare plaats of op het terrein van een ander. een ander. 4. Onverminderd artikel 2:34, eerste lid, 4. Onverminderd artikel 2:34, eerste lid, aanhef en onder c, dient een hond als bedoeld aanhef en onder c, dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een door in het eerste lid voorzien te zijn van een door de de bevoegde minister op aanvraag verstrekt bevoegde minister die het aangaat op aanvraag uniek identificatienummer door middel van verstrekt uniek identificatienummer door een microchip die met een chipreader middel van een microchip die met een afleesbaar is. chipreader afleesbaar is.

5. In aanvulling op het in lid 1 bepaalde geldt dat de burgemeester de eigenaar of houder van die hond kan opdragen bij de hond een gedragstest (risico-assessment) te laten afnemen om zicht te krijgen op het karakter en het gedrag van de hond.

5. In aanvulling op het in lid 1 bepaalde geldt

dat de burgemeester de eigenaar of houder van de hond kan opdragen bij de hond een gedragstest (risico-assessment) te laten afnemen bij een door de burgemeester aangewezen deskundige om zicht te krijgen op het karakter en het gedrag van de hond. De kosten van deze gedragstest zijn voor rekening van de eigenaar. Toelichting: In beslagname van een gevaarlijke hond door de burgemeester is een uiting van bestuursdwang (APV in combinatie met Awb). Uitgangspunt bij toepassing van bestuursdwang is dat de kosten altijd op de veroorzaker wordt verhaald. Artikel 2:38 Houden van hinderlijke of Artikel 2:38 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren, (lid 1 onder c en lid 3). schadelijke dieren, (lid 1 onder c en lid 3). c. aanwezig te hebben in een groter aantal dan c. aanwezig te hebben in een groter aantal dan in die aanwijzing is aangegeven; in het aanwijzingsbesluit is aangegeven; 3. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de 3. Op de aanvraag om een ontheffing is Algemene wet bestuursrecht (positieve paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van bestuursrecht (positieve beschikking bij niet toepassing. tijdig beslissen) niet van toepassing.

Toelichting: Redactionele verbetering en schrappen van lid 3 nu ingevolge artikel 4:20a, eerste lid, van de Awb, geldt de lex silencio positivo immers alleen als dit bij wettelijk voorschrift is bepaald. Artikel 3.12 Weigeringsgronden, (lid 1) Artikel 3.12 Weigeringsgronden, (lid 1) 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 3:4 1. In afwijking van het bepaalde in artikel 3:4 kan de burgemeester de vergunning geheel of kan de burgemeester de vergunning slechts gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn worden aangenomen dat de openbare orde of oordeel moet worden aangenomen dat: de woon- en leefsituatie in de omgeving van de a. de woon- of leefsituatie in de omgeving van openbare inrichting op een ontoelaatbare wijze de openbare inrichting of de openbare orde op nadelig worden beïnvloed. ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; of b. de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is. Toelichting: De toegevoegde weigeringsgrond is aan de gemeentelijke praktijk ontleend. Uit jurisprudentie van de Afdeling volgt dat ‘slecht levensgedrag’ een voldoende duidelijke weigeringsgrond is. Wel is het noodzakelijk dat de burgemeester beleidsregels vaststelt, waaruit voldoende duidelijk blijkt hoe hij deze weigeringsgrond invult. In de toelichting op dit artikel vermelden wij de jurisprudentie.

Artikel 3.14 Verboden gedragingen, (onder Artikel 3.14 Verboden gedragingen, (onder b). b). b. zich te bevinden na sluitingstijd, tenzij het b. zich te bevinden na sluitingstijd of personeel betreft, of gedurende de tijd dat de gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artike 3:13, eerste lid; artikel 3:13, eerste lid; Toelichting: Redactionele verbetering. Artikel 3.16 Aanwezigheidsvergunning voor Artikel 3.16 Aanwezigheidsvergunning voor speelautomaten, (lid 3) speelautomaten, (lid 3) 3. 3. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet 3. Op de aanvraag om een vergunning is bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet niet tijdig beslissen) niet van toepassing. bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Toelichting: Redactionele verbetering Artikel 3:20 Weigeringsgronden (lid 1 en 2) Artikel 3:20 Weigeringsgronden (lid 1 en 2) 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 3:4 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 3:4 wordt de vergunning geweigerd indien: weigert de burgemeester de vergunning als: 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 3:4 Lid 1 onder f. de woon- en leefsituatie in de kan de burgemeester de vergunning geheel of omgeving van de speelautomatenhal, of het

gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelautomatenhal, of het karakter van de winkelstraat/ -buurt, of de openbare orde op een ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed.

karakter van de winkelstraat/ -buurt, of de openbare orde op een ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 3:4 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelautomatenhal, of het karakter van de winkelstraat/ -buurt, of de openbare orde op een ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed. Toelichting: In de aanhef van lid 1 wordt een redactionele verbetering toegepast. de uitzondering die opgenomen was onder lid 2 kan geplaatst worden onder de bestaande opsomming van lid 1. Artikel 3:30 Vergunning, (lid 4) Artikel 3:30 Vergunning, (lid 4) 4. Een vergunning wordt voor één 4. Een vergunning kan mede voor een seksinrichting verleend. seksinrichting worden verleend. Toelichting: Een seksinrichting is een onderdeel van een seksbedrijf, dus een vergunningplichtig seksbedrijf (activiteit of activiteiten) kan meer dan een seksinrichting (locatie) omvatten. Ter verduidelijking hebben we ‘één’ vervangen door ‘een’. Artikel 3:33 Weigeringsgronden, (aanhef en Artikel 3:33 Weigeringsgronden, (aanhef en lid 1). lid 1). 1. Een vergunning wordt geweigerd als: 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 wordt een b. de exploitant of de beheerder is ontzet uit het ouderlijk gezag of de voogdij; vergunning geweigerd als: h.

de exploitant of beheerder minder dan vijf b. de exploitant of de beheerder is ontzet uit jaar geleden voor de dag dat de vergunning het ouderlijk gezag of de voogdij; wordt aangevraagd, wegens een misdrijf h. g. de exploitant of beheerder minder dan onherroepelijk is veroordeeld tot een vijf jaar voorafgaand aan geleden voor de dag onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van meer dan dat de vergunning wordt aangevraagd, wegens zes maanden; een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van meer i. de exploitant of beheerder minder dan vijf jaar geleden voor de dag dat de vergunning dan zes maanden; wordt aangevraagd, bij meer dan één i. h.

de exploitant of beheerder minder dan vijf rechterlijke uitspraak of strafbeschikking jaar voorafgaand aan geleden voor de dag dat onherroepelijk veroordeeld is tot een de vergunning wordt aangevraagd, bij meer dan één rechterlijke uitspraak of onvoorwaardelijke geldboete van 500,- euro of strafbeschikking onherroepelijk veroordeeld is meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van het tot een onvoorwaardelijke geldboete van 500,Wetboek van Strafrecht , wegens dan wel mede euro of meer of tot een andere hoofdstraf als wegens overtreding van: bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht , wegens dan wel mede wegens overtreding van: Toelichting: De in het eerste lid genoemde weigeringsgronden dienen als aanvulling op de algemene weigeringsgronden van artikel 1:6. Dat is in de aanhef tot uitdrukking gebracht. In het eerste lid is onderdeel b geschrapt en zijn de overige onderdelen verletterd. Door de inwerkingtreding van de Wet herziening kinderbeschermingsmaatregel (Stb. 2014/131) is niet langer sprake van ontheffing of ontzetting uit het ouderlijk gezag of de voogdij, maar van beëindiging van ouderlijk gezag of voogdij. Artikel 3:7, eerste lid, onder b, is daarom geschrapt. Beëindiging van het ouderlijk gezag is veel ruimer dan de zeer beperkte groep ontzette ouders.

(Voor de Drank- en Horecawet was één van de weigeringsgronden destijds ook dat degene die de vergunning aanvraagt niet uit het ouderlijk gezag mag zijn gezet. Dit vereiste is in 2015 vervallen.) Artikel 3:34 Eisen met betrekking tot Artikel 3:34 Eisen met betrekking tot vergunning, (lid 1 onder b, e, f, en h) vergunning, (lid 1 onder b, e, f, en h) b. indien van toepassing, de beheerder; b. voor zover van toepassing, de beheerder;

f. indien van toepassing, het adres van de onder dat seksbedrijf vallende seksinrichting waarvoor de vergunning mede is verleend; h. de geldigheidsduur van de vergunning;

f. voor zover van toepassing, het adres van de onder dat seksbedrijf vallende seksinrichting waarvoor de vergunning mede is verleend; h. voor zover van toepassing, de geldigheidsduur van de vergunning;

Toelichting: Redactionele verbetering. Artikel 3:44 Straatprostitutie Artikel 3:44 Straatprostitutie Het is verboden zich op of aan de weg of op, Het is verboden op of aan de weg of op, aan of aan of in een andere vanaf de weg zichtbare in een andere vanaf de weg zichtbare plaats, plaats, niet zijnde een seksinrichting waarvoor niet zijnde een seksinrichting waarvoor een een vergunning is verleend, op te houden met vergunning is verleend, zich op te houden met het kennelijke doel zich beschikbaar te stellen het kennelijke doel prostitutie of het verrichten voor prostitutie of op of aan de weg ontuchtige van seksuele handelingen in het kader van handelingen te verrichten als dit kennelijk prostitutie. geschiedt in het kader van prostitutie. Toelichting: Redactionele verbeteringen. Artikel 4:1 Algemene begripsbepaling Artikel 4:1 Algemene begripsbepaling In deze afdeling wordt verstaan onder: In deze afdeling wordt verstaan onder: a. Besluit: het Activiteitenbesluit milieubeheer; a. collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal b. Inrichting: inrichting type A of type B als inrichtingen is verbonden; bedoeld in het Besluit; b. gevoelige gebouwen: hetgeen daaronder c. Houder van inrichting: degene die als wordt verstaan in artikel 1.1.

van het eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of Activiteitenbesluit milieubeheer; anderszins een inrichting drijft; c. gevoelige terreinen: hetgeen daaronder d. Collectieve festiviteit: festiviteit die niet wordt verstaan in artikel 1.1. van het specifiek aan één of een klein aantal Activiteitenbesluit milieubeheer; inrichtingen is verbonden; d. houder van een inrichting: degene die als e. Incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of die gebonden is aan één of een klein aantal anderszins een inrichting drijft; inrichtingen; e. incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit f. Geluidsgevoelige gebouwen: woningen en die gebonden is aan één of een klein aantal gebouwen die op de grond van dit artikel 1 van inrichtingen; de Wet geluidhinder worden aangemerkt als f. inrichting: hetgeen daaronder wordt geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, met dien verstande dat de van gebouwen behorende bij de betreffende artikelen 4:2 tot en met 4:5 uitsluitend van inrichting; toepassing zijn op inrichtingen type A of g. Geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit grond van artikel 1 van e Wet geluidhinder milieubeheer; worden aangemerkt als geluidsgevoelige g.

onversterkte muziek: muziek die niet terreinen met uitzondering van terreinen elektronisch is versterkt. behorende bij de betreffende inrichting; Toelichting: in alfabetische volgorde geplaats en redactionele verbeteringen. Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten, (lid 1 en lid 3). festiviteiten, (lid 1 en lid 3). 1. De geluidsnormen bedoeld in de artikelen 1. De geluidsnormen bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het 2.17 en 2.20 van het Besluit gelden niet voor Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5 door het college aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve dagen of dagdelen. festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen 3. Het college kan, wanneer een collectieve dagen of dagdelen. festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, 3. Als een collectieve festiviteit redelijkerwijs een festiviteit terstond als collectieve festiviteit niet te voorzien was, kan het college een als bedoeld in het eerste lid aanwijzen. festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen. Toelichting: Redactionele verbeteringen

Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten, (lid 1, 2, 3 en 5). 1. Het is in een inrichting toegestaan maximaal 12 incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de waarden als bedoeld in de artikelen 2.17 en 2.20 van het Besluit niet van toepassing zijn mits de houder van de inrichting tenminste drie weken voor aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld. 2. Het college stelt een formulier vast voor het doen van een kennisgeving. 3. De kennisgeving wordt geacht eerst dan te zijn gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld. 5. Dit artikel is niet van toepassing op horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen met maatwerkvoorschriften in het kader van het 12 dagen criterium zoals bedoeld in artikel 2.20, lid 6 van het Besluit.

Toelichting: Redactionele verbeteringen Artikel 4:4 Overige geluidshinder (lid 6) 6. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Toelichting: Redactionele verbetering. Artikel 5.1 Algemene begripsbepalingen, (onder a en b). a. voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1 onder al, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen; b. Parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1 onder ac, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990).

Artikel 4:3 Melding incidentele festiviteiten, (lid 1, 2, 3 en 5). 1. Het is een inrichting toegestaan op maximaal 12 dagen of dagdelen per kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden waarbij de geluidsnormen, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5, niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college. 2. Het college stelt een formulier vast voor het doen van de melding. 3. De melding is gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld. 5. Dit artikel is niet van toepassing op horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen met maatwerkvoorschriften in het kader van het 12 dagen criterium zoals bedoeld in artikel 2.20, lid 6 van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Artikel 4:4 Overige geluidshinder (lid 6) 6. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 5.1 Algemene begripsbepalingen, (onder a en b). a.

voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), met uitzondering van kleine wagens, zoals kruiwagens en kinderwagens en rolstoelen; b. Parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan parkeren als bedoeld in artikel 1 onder ac, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990).

Toelichting: a. De definitie in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (hierna: RVV 1990) eindigt op wagens. De uitzondering maakt duidelijk dat kleine wagens geen voertuig zijn. Rolstoelen zijn een uitzondering op gehandicaptenvoertuigen zoals genoemd in de definitie in het RVV 1990. b. Redactionele verbeteringen. Artikel 5:2 Parkeren voertuigen van Artikel 5:2 Voertuigen van autobedrijf en autobedrijf e.d., (titel en lid 5) dergelijke (titel en lid )5 5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de 5. Op de aanvraag om een ontheffing is Algemene wet bestuursrecht (positieve paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij toepassing. niet tijdig beslissen) niet van toepassing Toelichting: Redactionele verbetering Artikel 5:4 Kampeermiddelen e.a. (titel en lid Artikel 5:4 Kampeermiddelen en andere 5) voertuigen (titel en lid 5) 5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de 5. Op de aanvraag om een ontheffing is Algemene wet bestuursrecht (positieve paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet

beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Toelichting: Redactionele verbetering Artikel 5:5 Parkeren reclamevoertuigen, (lid 2 en 3) 2. Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen. 3. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Toelichting: Redactionele verbetering Artikel 5:6 Parkeren van grote voertuigen (lid 3 t/m lid 6) 3. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08:00 uur tot 18:00 uur. 4. De verboden in het eerste en tweede lid zijn voorts niet van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden. 5. Het college kan van de in het eerste lid gestelde verboden ontheffing verlenen. 6. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Toelichting: Redactionele verbetering Artikel 5:7 Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen (titel en lid 2) 2. Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.

Toelichting: Redactionele verbeteringen Artikel 5:8 Parkeren in groenvoorziening (titel en lid 2 onder b) 2. Dit verbod is niet van toepassing: a. op de weg; b. op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden door of vanwege de overheid; c. op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn bestemd. Toelichting: Redactionele verbeteringen Artikel 5:14 Inzamelingen van geld of goederen (lid 1 t/m 4) 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden.

bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing Artikel 5:5 Reclamevoertuigen, (lid 2 en 3) 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod 3. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing Artikel 5:6 (Grote voertuigen), lid 6 3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden. 4. Het tweede lid is voorts niet van toepassing op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08:00 tot 18:00 uur. 5. Het college kan ontheffing verlenen van de verboden. 6. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing Artikel 5:7 Uitzichtbelemmerende voertuigen (titel en lid 2) 2. Het verbod is niet van toepassing gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.

Artikel 5:8 Groenvoorziening (titel en lid 2 onder b) 2. Dit verbod is niet van toepassing op: a. de weg; b. voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam; c. voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn bestemd. Artikel 5:14 Inzamelingen van geld of goederen (lid 4) 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden, dan wel in het openbaar leden of

2. Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan: het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. 3. Het verbod geldt niet voor een inzameling die wordt gehouden: a. in besloten kring, b. door een instelling met een CBF keurmerk, c. door een andere door het college aangewezen instelling. 4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

donateurs te werven als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. 2. Onder een inzameling als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan het aanvaarden van geld of goederen bij het aanbieden van diensten of goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. 3. Het verbod geldt niet voor een inzameling of werving die wordt gehouden: a. in besloten kring; b. door een instelling die is ingedeeld in het door het college voor het betreffende kalenderjaar vastgestelde collecte- en wervingsrooster, mits de inzameling of werving overeenkomstig dat collecte- en wervingsrooster en met inachtneming van de door het college gegeven voorwaarden plaatsvindt; c. door een andere, door het college aangewezen instelling. 4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Toelichting: In het eerste lid wordt toegevoegd dat het verboden is zonder vergunning van het college in het openbaar leden of donateurs te werven als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. In het tweede lid wordt een aantal tekstuele aanpassingen gedaan. In het derde lid wordt geregeld dat het verbod niet geldt voor een inzameling of werving die wordt gehouden door een instelling die is ingedeeld in het door het college voor het betreffende kalenderjaar vastgestelde collecte- en wervingsrooster, mits de inzameling of werving overeenkomstig dat collecte- en wervingsrooster en met inachtneming van de door het college gegeven voorwaarden plaatsvindt. Artikel 5:15 Algemene begripsbepalingen, Artikel 5:15 Algemene begripsbepalingen, (tweede lid onder b). (tweede lid onder b). b. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren b.

het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen op jaarmarkten en markten als van goederen dan wel het aanbieden van bedoeld in artikel 160, eerste lid onder h van de diensten op jaarmarkten en markten als Gemeentewet of op snuffelmarkten als bedoeld bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en in artikel 5:21; onder g, van de Gemeentewet of op snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5:21; Toelichting: Correctie van de verwijzing naar artikel 160 Gemeentewet. Artikel 5:16 Venten ( lid 1 lid 5) Artikel 5:16 Venten, (lid 5) 1. Het is verboden te venten: a. op door het college in het belang van de 1. Het is verboden te venten op door het college openbare orde aangewezen openbare plaatsen; in het belang van de openbare orde of aangewezen openbare plaatsen, dagen of uren.

b. op door het college in het belang van de 5. Op de aanvraag om een ontheffing is openbare orde aangewezen dagen en uren. paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij 5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Toelichting: Redactionele verbetering Artikel 5:17 Definitie (lid 1 en lid 2 onder a). Artikel 5:17 Definitie (lid 1 en lid 2 onder a). 1. In deze afdeling wordt verstaan onder: 1. In deze afdeling wordt onder standplaats verstaan het vanaf een vaste plaats op een a. standplaats: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats openbare en in de openlucht gelegen plaats te te koop aanbieden, verkopen of afleveren van koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. wagen of een tafel. Lid 2 onder a. Een vaste plaats op een Lid 2 onder a.

een vaste plaats op een jaarmarkt of een markt als bedoeld in artikel jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet; Gemeentewet; Toelichting: Correctie van de verwijzing naar artikel 160 Gemeentewet Artikel 5:18 Standplaatsen (lid 4 en 5) Artikel 5:18 Standplaatsen (lid 4 en 5) 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de vergunning worden geweigerd als: kan de vergunning worden geweigerd: a. indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij a. de standplaats hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; of redelijke eisen van welstand; b. een kwantitatieve of territoriale beperking b. indien als gevolg van bijzondere als gevolg van bijzondere omstandigheden in omstandigheden in de gemeente of in een deel de gemeente of in een deel van de gemeente van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is noodzakelijk is in verband met een dwingende dat door het verlenen van de vergunning voor reden van algemeen belang. een standplaats voor het verkopen van 5. Op de aanvraag om een vergunning is goederen een redelijk verzorgingsniveau voor paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet de consument ter plaatse in gevaar komt.

bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij 5. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van niet tijdig beslissen) niet van toepassing. de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Toelichting: Redactionele verbetering. Artikel 5:20 Algemene begripsbepalingen (lid Artikel 5:20 Definitie, (lid 2 onder a). 2 onder a) 1. In deze afdeling wordt verstaan onder: 1. In deze afdeling wordt onder snuffelmarkt verstaan een markt in een voor het publiek a. snuffelmarkt: een markt in een voor het publiek toegankelijk gebouw waar toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk hoofdzakelijk tweedehands en incourante tweedehands en incourante goederen worden goederen worden verhandeld of diensten verhandeld of diensten worden aangeboden worden aangeboden vanaf een standplaats. vanaf standplaatsen. Lid 2 onder a. Een vaste plaats op een Lid 2 onder a. een vaste plaats op een jaarmarkt of een markt als bedoeld in artikel jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet; Gemeentewet; Toelichting: Correctie van de verwijzing naar artikel 160 Gemeentewet Artikel 5:21 Snuffelmarkten (lid 2) Artikel 5:21 Snuffelmarkten (lid 2) 2. Het verbod geldt niet voor ruimten die 2.

Het verbod is niet van toepassing op ruimten uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en die uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet. van de Winkeltijdenwet. Toelichting: Redactionele verbetering.

Artikel 5:23 Algemene begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder: a. incidentele asverstrooiing: het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein. Toelichting: Redactionele verbeteringen Artikel 5:24 Verbod incidentele asverstrooiing (lid 3 en 4) 3. Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod uit het eerste lid onder a. 4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Toelichting: Redactionele verbetering. Artikel 6:1 Strafbepaling, (lid1 en 3) 1. 3. In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:6, vierde lid, 2:7, tweede lid en 2:8 eerste lid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=9222d005-d9af-4434-b053-587dd691b79a