Bijlage bij RA21.0028 - Geconsolideerde APV (RIS.10137)
Tekst van het document
Artikel 5:13
Beschadigen van waterstaatswerken
1.
Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Provinciale omgevingsverordening Drenthe.
AFDELING 4
COLLECTEREN
Artikel 5:14
Inzamelingen van geld of goederen
1.
Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden, dan wel in het openbaar leden of donateurs te werven als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. 2. Onder een inzameling als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan: het aanvaarden van geld of goederen bij het aanbieden van diensten of goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. 3. Het verbod geldt niet voor een inzameling of werving die wordt gehouden: a. in besloten kring, b. door een instelling die is ingedeeld in het door het college voor het betreffende kalenderjaar vastgestelde collecte- en wervingsrooster, mits de inzameling of werving overeenkomstig dat collecte- en wervingsrooster en met inachtneming van de door het college gegeven voorwaarden plaatsvindt; c. door een andere door het college aangewezen instelling. 4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
AFDELING 5
VENTEN
Artikel 5:15
Algemene begripsbepalingen
1.
In deze afdeling wordt verstaan onder: a. venten: het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis. 2. Onder venten wordt niet verstaan: a. het aan huis afleveren van goederen door of vanwege degene die dit doet ter exploitatie van zijn winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet; b. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g van de Gemeentewet of op snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5:21; c. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen op een standplaats als bedoeld in artikel 5:18.
Artikel 5:16
Venten
1.
Het is verboden te venten op door het college in het belang van de openbare orde aangewezen openbare plaatsen, dagen of uren. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde lid verbod. 3. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet, 4. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op het venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard. 5. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
AFDELING 6
STANDPLAATSEN
Artikel 5:17
Algemene begripsbepalingen
1.
In deze afdeling wordt onder standplaats verstaan het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. 2. Onder standplaats wordt niet verstaan: a. een vaste plaats op een jaarmarkt of een markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet; b. een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:11.
Artikel 5:18
Standplaatsen
1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. 2. Het verbod zoals genoemd in lid 1 is niet van toepassing op de locaties zoals opgenomen op de kaart ‘Bestemmingsplan Buitengebied gemeente Emmen’ met kenmerk: NL.IMRO.0114.20090720700. 3. Het college weigert de vergunning: a. wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheers-verordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de vergunning worden geweigerd als: a. de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; of b. een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang. 5. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 5:19
Toestemming rechthebbende
Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen.
AFDELING 7
SNUFFELMARKTEN
Artikel 5:20 Algemene begripsbepalingen 1.
In deze afdeling wordt onder snuffelmarkt verstaan een markt in een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf een standplaatsen. 2. Onder standplaats wordt niet verstaan: a. een vaste plaats op een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet; b. een evenement als bedoeld in artikel 2:11.
Artikel 5:21
Snuffelmarkten
1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een snuffelmarkt te organiseren. 2. Het verbod is niet van toepassing op ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet. 3. De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
AFDELING 8
VERBOD VUUR TE STOKEN
Artikel 5:22 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken 1. 2.
3. 4. 5. 6.
Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of op een andere wijze vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren, zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand; c. vuur voor koken, bakken en braden. Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de ontheffing ook worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. Het verbod geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of een Provinciale milieuverordening. Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
AFDELING 9
VERSTROOIING VAN AS
Artikel 5:23
Algemene begripsbepalingen
In deze afdeling wordt onder incidentele asverstrooiing verstaan : het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein.
Artikel 5:24
Verbod incidentele asverstrooiing
1.
Incidentele asverstrooiing is verboden op: a. verharde delen van de weg; b. gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen. 2. Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het eerste lid incidentele asverstrooiing plaatsvindt. 3. Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in uit het eerste lid, onder a. 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 5:25
Hinder of overlast
Incidentele asverstrooiing is verboden als daardoor hinder of overlast wordt veroorzaakt aan derden.
HOOFDSTUK 6 STRAF-, SLOT- en OVERGANGSBEPALINGEN AFDELING 1
STRAFBEPALINGEN
Artikel 6:1
Strafbepaling
1.
Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op grond van artikel 1:7 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie: artikelen 2:1, 2:2, 2:2a,2:3, 2:7, 2:8, 2:11, 2:13, 2:14, 2:17, 2:18, 2:19, 2:20, 2:21, 2:22, 2:23; 2:24a, 2:27, 2:29, 2:30, 2:31, 2:36, 2:37, 2:38, 2:39, 2:40, 2:41, 2:42, 2:43, 2:44, 2:45, 2:48, 2:49 lid 4, 5 en 6, 2:50, 3:10, 3:13, 3:14, 3:16, 3:30, 3:38, 3:39, 3:40, 3:41, 3:43, 3:44, 3:46, 3:47, 3:48, 4:3, 4:4, 4:6, 5:14, 5:16. 2. Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op grond van artikel 1:7 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie: artikelen 2:4, 2:5, 2:6, 2:15, 2:24, 2:25, 2:26, 2:28, 2:32, 2:33, 2:34, 2:35,3:41, 4:5, 4:8, 4:9, 5:2, 5:3, 5:4, 5:5, 5:6, 5:7, 5:8, 5:10, 5:11, 5:12, 5:13, 5:16, 5:18, 5:19, 5:21, 5:22, 5:24. 3. In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:6 en 2:7 als sprake is van een omgevingsvergunningplichtige activiteit en 2:8 eerste lid.
Artikel 6:2
Toezichthouders
1.
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast: a. de daartoe bevoegde gemeentelijke toezichthouders; b. de medewerkers van de Stichting Veiligheidszorg Drenthe, die daartoe als toezichthouder door het college of door de burgemeester zijn aangewezen. 2. Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen belasten met dit toezicht. 3. Onverminderd het eerste en tweede lid zijn de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 141, onder b, van het Wetboek van Strafvordering, eveneens belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften.
Artikel 6:3
Binnentreden woningen
1.
Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner. 2. Zij die belast zijn met de zorg voor de nakoming van een voorschrift van een door de burgemeester op grond van artikel 176 van de Gemeentewet vastgesteld algemeen verbindend voorschrift, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.
AFDELING 2
Artikel 6:4
SLOT – en OVERGANGSBEPALINGEN
Intrekking oude verordening
De ‘Algemene Plaatselijke Verordening 2017 (raadsbesluit van 19 oktober 2017, RA17.0076), inclusief de wijzigingsbesluiten van 26 april 2018 (RA.18.0038 en 27 september 2018 (RA18.0076) worden ingetrokken.
Artikel 6:5
Overgangsbepalingen
Besluiten, genomen krachtens de verordeningen bedoeld in artikel 6:4, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.
Artikel 6:6
Inwerkingtreding
De Algemene Plaatselijke Verordening 2021 treedt in werking op de dag na die waarop zij is afgekondigd.
Artikel 6:7
Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als Algemene Plaatselijke Verordening 2021. Vastgesteld in de openbare vergadering van 27 mei 2021, de griffier
de voorzitter
H.D. Werkman
H.F. van Oosterhout