Bijlage bij RA21.0015 - Samen werken aan een bereikbare regio (RIS.10082)
Tekst van het document
Noord-Nederland wil een vliegwiel in gang zetten, zodat er onder andere: • duurzaam mobiliteitsgedrag ontstaat • meer oplaadpunten langs de weg komen • verkoop en gebruik emissievrije voertuigen toeneemt • gebruik e-bike als alternatief voor vervuilende auto toeneemt • gebruik van trein en bus toeneemt (in combinatie met de fiets) voor de lange ritten • emissievrij een vanzelfsprekende situatie is
De aanpak is gericht op: • Verminderen: Minder autorijden, varen en vliegen leidt direct tot minder CO2 – en andere schadelijke uitstoot. Een vervoersbeweging die niet wordt gemaakt, hoef je ook niet te vergroenen. • Veranderen: Mobiliteit kan veranderen door ander gedrag en het verbeteren en ontwikkelen van faciliteiten voor duurzame alternatieven. • Vergroenen: Ondanks de inspanningen die voortkomen uit de aanpak ‘verminderen’ en ‘veranderen’ blijven er voertuigen nodig om mensen en goederen te verplaatsen. Die willen we zoveel mogelijk vergroenen. Mobiliteit raakt alles en iedereen. De overschakeling naar fossiel- en emissievrije mobiliteit is alleen mogelijk met de brede inzet van alle partijen, markt en overheid.
DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN
Er zijn door Planbureau voor de Leefomgeving verschillende studies gedaan naar de relatie tussen demografische ontwikkeling en de mobiliteitsbehoefte. Enkele noties hieruit: • In krimpgebieden kan krimp leiden tot stabilisatie of afname van de mobiliteit. Hoewel het draagvlak voor bepaalde voorzieningen zal afnemen door de krimp, kan dat voor zorgvoorzieningen en culturele en recreatieve voorzieningen toenemen door de vergrijzing (PBL, 2013). • Sociaal-economische factoren als de ontwikkeling van de koopkracht of de werkgelegenheid spelen een belangrijke rol bij de ontwikkeling van het autobezit in de toekomst. • De groei van de stedelijke bevolking in Nederland zorgt voor een toename van het aantal auto’s in de stad. Omdat in steden relatief veel jongeren gaan wonen zal die toename iets minder snel gaan. Jongeren hebben minder geld en hebben als ze studeren bovendien vaak goede alternatieven als gratis openbaar vervoer. Jongeren settelen ook steeds later en dat gaat gepaard met het uitstellen van het kopen van een auto. Bovendien hechten zij wellicht minder aan de auto als statussymbool. • Er komen steeds meer ouderen. Hoewel de ouderen van nu actiever en mobieler zijn en vaker een auto bezitten dan de ouderen van vroeger, is het autobezit onder 65+ers lager dan dat van mensen van middelbare leeftijd (PBL, 2017). • Daarnaast krimpt de bevolking in de werkende leeftijd.
Dit kan gevolgen hebben voor de arbeidsmarkt en leiden tot arbeidstekorten, bijvoorbeeld in de technische sectoren en in de zorg. Deze krimp kan leiden tot leegstand van kantoren en bedrijventerreinen, en doorwerken in het woon-werkverkeer (PBL, 2013).
25
VRIJE TIJD, RECREATIE EN TOERISME
De R&T sector neemt in Zuidoost Drenthe een belangrijke economische positie in. Met zo’n 9 miljoen overnachtingen en 27 miljoen dagtochten wordt bijna een half miljard euro aan bestedingen gegenereerd. Inmiddels is ruim 10 procent van de regionale werkgelegenheid gerelateerd aan de R&T-sector. Niet minder belangrijk is dat de sector veel voorzieningen met zich meebrengt die ook goed zijn voor de leefbaarheid van de regio. De meest recente prognoses van het Nederlands Bureau voor Toerisme (NBT) geven aan dat de sector tot 2030 een sterke groei te zien zal geven. Zo wordt de toename van het binnenlandse toerisme geraamd op 27 procent tot 2030. Voor Zuidoost Drenthe is dat een aantrekkelijk positief vooruitzicht aangezien de groei van deze sector, relatief arbeidsintensief en stuwend van karakter, veel banen met zich mee brengt. Een andere kant van het verhaal is dat deze groei gepaard zal gaan met een aanzienlijke toename van verkeersbewegingen. Dit niet alleen door de aankomsten en vertrekken bij de verblijfsaccommodaties maar vooral vanwege de dagtochten die tijdens het verblijf worden ondernomen. Nu kent Drenthe het voordeel dat relatief veel toeristen voor de provincie kiezen om te gaan fietsen. Veel gasten nemen hun fiets mee en de laatste jaren betreft dit steeds meer een e-bike. Deze ontwikkeling biedt de regionale R&T-sector de nodige kansen.
• Doordat op hogere leeftijd gefietst kan blijven worden, wordt de toeristische markt van Drenthe groter. • Doordat de actieradius van de e-bike toeneemt, komt de e-bike steeds meer in beeld als alternatief voor de auto. Gasten van het land van Bartje in Ees kunnen prima met de e-bike naar Wildlands in Emmen. Er is dus niet alleen sprake van winst op het terrein van economie maar ook op het gebied van duurzame mobiliteit. Om deze ontwikkeling te stimuleren kan de overheid er voor zorgdragen dat de infrastructuur zo goed mogelijk wordt aangepast aan de voorwaarden die het e-bikeverkeer stelt. Een van de belangrijkste is uiteraard dat veel fietspaden verbreed moeten worden. Belangrijk is tot slot te vermelden dat een goed regionaal e-bike stelsel ook de mobiliteit van de bewoners ten goede komt. Zowel voor scholieren als pendelaars zal het aantrekkelijk worden om per e-bike te reizen.
26
DE IMPACT VAN HET CORONAVIRUS OP MOBILITEIT
De verwachting is dat de coronacrisis langdurige effecten zal hebben op mobiliteit en logistiek, mede onder invloed van veranderende reizigersvoorkeuren en –activiteiten. Voorlopige onderzoeksresultaten laten zien dat mensen vaker vanuit huis zullen werken, minder gebruik zullen maken van het openbaar vervoer en meer zullen fietsen en lopen. Een andere verwachte verandering is dat het autogebruik uiteindelijk toeneemt, ook door de dalende benzineprijzen. We verwachten dus een verschuiving naar meer individuele vervoersmodaliteiten. Het idee dat het OV een risico vormt voor de volksgezondheid kan leiden tot ‘OVschaamte’. We verwachten ook minder interesse in gedeelde mobiliteit zoals carpoolen of autodelen. Tegelijkertijd zijn er kansen voor ‘ride hailing’, bedrijven zoals Uber, om hun marktaandeel te vergroten. En wat zal er gebeuren met de Nederlandse voorkeur voor het fysiek boodschappen doen en winkelen? Nederland loopt hier achter en zelfs tijdens de crisis lijkt het erop dat veel mensen liever niet online hun boodschappen doen. Tot slot kan de financiële levensvatbaarheid van sommige vervoersaanbieders, met name luchtvaartmaatschappijen, in gevaar komen. Omdat het openbaar vervoer een kritieke sociale infrastructuur is, wordt hiervoor overheidssteun verwacht. (bron: https://www.tudelft.nl/covid/exit-strategieen/de-impact-van-coronavirus-opmobiliteit-en-vice-versa/)
27