CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 9 Quikscan flora en fauna

Commissie Wonen en Ruimte 11 april 2024, gemeente EmmenBij agendapunt: Bestemmingsplan Klazienaveen, Schoorstraat 2 & 4, Stellingstraat ZZ 54.887 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan Flora & Fauna Schoorstraat 4 7891 JW, Klazienaveen 1

Quickscan Flora & Fauna Schoorstraat 4 7891 JW, Klazienaveen

Alcedo Natuurprojecten heeft dit rapport opgesteld in opdracht van RooBeek Advies. Daarmee is dit rapport eigendom van bovengenoemde opdrachtgever. NietsFlora uit deze rapportage mag worden Quickscan & Fauna Schoorstraat 4 vermenigvuldigd Klazienaveen en/of openbaar gemaakt door middel van druk, microfilm, fotokopie, of welke 2 andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Alcedo Natuurprojecten. Het is ook niet toegestaan dit rapport zonder toestemming te gebruiken voor enig ander werk dan waarvoor dit product is ontwikkeld. Alcedo Natuurprojecten is niet aansprakelijk voor gevolgschade of schade welke voortvloeit uit toepassingen van resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Alcedo Natuurprojecten; opdrachtgever vrijwaart Alcedo Natuurprojecten van aanspraken van derden in verband met deze toepassing.

Colofon

Opdrachtgever:

RooBeek Advies Nautilusstraat 7b 7821 AG Emmen

Auteur:

Evert Ruiter

Opdrachtnemer:

Alcedo Natuurprojecten Cornelis Houtmanstraat 10 8023 EA Zwolle

Contactpersoon:

Evert Ruiter, info@alcedo-natuurprojecten.nl

Uitvoer onderzoek:

Evert Ruiter

Projectcode:

2023 - 046

Rapportcode:

2023 - 034

Datum:

05.10.2023

Status:

Versie 1

Te citeren als: Ruiter E.J. 2023. Quickscan Flora & Fauna Locatie Schoorstraat 4 Klazienaveen. Alcedo Natuurprojecten rapportnummer 2023 – 034. In opdracht van: RooBeek Advies

Quickscan Flora & Fauna Schoorstraat 4 Klazienaveen

3

Inhoudsopgave

1

2

3

4

5

INLEIDING........................................................................................................................................................................... 6 1.1

AANLEIDING EN VRAAG ............................................................................................................................................................. 6

1.2

DOEL ..................................................................................................................................................................................... 7

1.3

LEESWIJZER ............................................................................................................................................................................ 7

ONDERZOEKSMETHODIEK................................................................................................................................................... 8 2.1

ALGEMENE OPZET EN WERKWIJZE ............................................................................................................................................... 8

2.2

BRONNENONDERZOEK .............................................................................................................................................................. 8

2.3

ORIËNTEREND TERREINBEZOEK ................................................................................................................................................... 8

2.4

VOLLEDIGHEID VAN HET ONDERZOEK ........................................................................................................................................... 9

2.5

VERANTWOORDING ................................................................................................................................................................. 9

BESCHRIJVING LOCATIE EN INGREPEN............................................................................................................................... 10 3.1

BESCHRIJVING LOCATIE .......................................................................................................................................................... 10

3.2

BESCHRIJVING INGREEP ........................................................................................................................................................... 11

GEBIEDSBESCHERMING .................................................................................................................................................... 12 4.1

NATUURNETWERK NEDERLAND (NNN) ..................................................................................................................................... 12

4.2

NATURA 2000 (N2000) ........................................................................................................................................................ 14

RESULTATEN ..................................................................................................................................................................... 15 5.1

VELDBEZOEK ......................................................................................................................................................................... 15

5.2

FLORA ................................................................................................................................................................................. 15

5.3

GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN .............................................................................................................................................. 15

5.4. VLEERMUIZEN .............................................................................................................................................................................. 17

6

5.5.

VOGELS ............................................................................................................................................................................... 18

5.4

AMFIBIEËN, REPTIELEN EN VISSEN ............................................................................................................................................. 18

5.5

DAGVLINDERS, LIBELLEN EN OVERIGE ONGEWERVELDEN ............................................................................................................... 19

TOETSING AAN DE WNB ................................................................................................................................................... 20 6.1. SOORTBESCHERMING .................................................................................................................................................................... 20 6.2. GEBIEDSBESCHERMING .................................................................................................................................................................. 21

7

CONCLUSIES EN ADVIES .................................................................................................................................................... 22 7.1. CONCLUSIES................................................................................................................................................................................. 22 7.2. ADVIES ....................................................................................................................................................................................... 23

8

BRONVERMELDINGEN ...................................................................................................................................................... 24

BIJLAGE 1 | FOTO-OVERZICHT.................................................................................................................................................... 25

Quickscan Flora & Fauna Schoorstraat 4 Klazienaveen

4

BIJLAGE 2 | WETTELIJK KADER ................................................................................................................................................... 27

Quickscan Flora & Fauna Schoorstraat 4 Klazienaveen

5

1 Inleiding

1.1 Aanleiding en vraag Initiatiefnemer heeft aan de Schoorstraat 4 te Klazienaveen bestaande bebouwing afgebroken om ter plaatse nieuwe woningen te kunnen bouwen. Het afbreken van de bestaande bebouwing (een kinderdagverblijf) had feitelijk nog niet mogen gebeuren, omdat deze ingreep kan betekenen dat de bepalingen van de Wet Natuurbescherming in het geding komen. Om te bepalen wat de mogelijke gevolgen van de deze ingreep zijn, zou er voorafgaand aan de sloop een quickscan flora en fauna hebben moeten worden uitgevoerd. De resultaten van deze quickscan zouden dan bepalend hebben kunnen zijn voor aanvullend onderzoek op basis van het vleermuisprotocol 2021, kennisdocumenten of handreiking kleine marterachtigen. Met terugwerkende kracht vraagt de Gemeente Emmen nu alsnog om een quickscan flora en fauna. RooBeek Advies heeft het ecologisch adviesbureau Alcedo Natuurprojecten uit Zwolle verzocht deze quickscan uit te voeren. In deze rapportage wordt uiteengezet hoe de opdracht is uitgevoerd en wat de conclusies daarvan zijn.

Quickscan Flora & Fauna Schoorstraat 4 Klazienaveen

6

1.2 Doel Het doel van het onderzoek, de quickscan flora & fauna, is het controleren en onderzoeken van de locatie op de (potentiële) aanwezigheid van via de Wnb beschermde planten- en diersoorten alsmede het inschatten van de effecten van de voorgenomen plannen of ingreep op NNN en N2000 en het uitbrengen van advies ten aanzien van eventuele vervolgstappen. Het uitgevoerde onderzoek is samen te vatten in de volgende zes vragen: 1. Welke beschermde planten- of diersoorten, zoals genoemd in de Wnb zijn op de onderzochte locatie

aangetroffen

of

kunnen

er

op

basis

van

biotoopkenmerken

of

recente

verspreidingsgegevens er worden verwacht; 2. Wat zijn de effecten van de voorgenomen plannen of de voorgenomen ingreep op de gunstige staat van instandhouding van deze beschermde planten- of diersoorten; 3. Worden

bij

uitvoer

van

de

voorgenomen

plannen

of

de

voorgenomen

ingreep

verbodsbepalingen van de Wnb overtreden; 4. Zijn er op voorhand mogelijkheden om negatieve effecten op beschermde planten- en diersoorten te voorkomen; 5. Is aanvullend onderzoek op basis van het vleermuisprotocol, kennisdocumenten of handreiking kleine marterachtigen noodzakelijk; 6. Wat zijn te verwachten gevolgen/effecten van de voorgenomen plannen of de voorgenomen ingreep op NNN of N2000.

1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 1 wordt beschreven hoe dit onderzoek, het uitvoeren van een quickscan flora & fauna in het kader van soort- en gebiedsbescherming, tot stand is gekomen en de doelstelling vertaald naar onderzoeksvragen. In hoofdstuk 2 wordt de onderzoeksmethodiek besproken. Vervolgens wordt In hoofdstuk 3 een korte beschrijving gegeven van de onderzochte locatie en de voorgenomen ingreep. In hoofdstuk 4 volgt een effectentoetsing van deze ingreep op NNN en N2000. In hoofdstuk 5 volgt per soortgroep een beschrijving van wat er daadwerkelijk is aangetroffen en wat er kan worden verwacht op basis van biotoopkenmerken en recente verspreidingsgegevens. In hoofdstuk 6 een effectentoetsing uitgevoerd op beschermde soorten in het kader van de Wnb. Vervolgens worden de conclusies en aanbevelingen en de eventuele noodzaak tot nader onderzoek verwoord in hoofdstuk 7. Bronvermeldingen zijn aangegeven in hoofdstuk 8. De rapportage wordt besloten met bijlagen in de vom van een foto-impressie van de onderzochte locatie, (indien voorhanden) een beeld van de gewenste situatie en ten slotte een uiteenzetting van het wettelijk kader waarbinnen die onderzoek is uitgevoerd.

Quickscan Flora & Fauna Schoorstraat 4 Klazienaveen

7

2 Onderzoeksmethodiek

2.1 Algemene opzet en werkwijze Dit onderzoek betreft een quickscan flora en fauna. Op basis van een bureauonderzoek (NDFF, Google Earth, Google Streetview) is een inschatting gemaakt van de aanwezigheid of mogelijke aanwezigheid van beschermde planten- en diersoorten en de mogelijke nadelige effecten van de voorgenomen ingreep op deze soorten. Deze inschatting is gemaakt op basis van parate veldkennis van de onderzoeker met betrekking tot beschermde planten- en diersoorten. Naar aanleiding van de bevindingen is een oordeel gevormd van te verwachten negatieve effecten op de aanwezige en/of mogelijk aanwezige beschermde planten- en diersoorten. De mogelijk negatieve effecten zijn getoetst aan de Wnb.

2.2 Bronnenonderzoek Het bronnenonderzoek wordt doorgaans gebruikt als aanvulling op tijdens het veldonderzoek verzamelde waarnemingen en gaat uit van bestaande en beschikbare gegevens. Dit veldonderzoek heeft niet plaatsgevonden, omdat de bebouwing al is gesloopt. Er kon dus alleen gebruik worden gemaakt van het onder 2.1. genoemde bureauonderzoek. Voor een actueel overzicht van beschermde planten- en diersoorten die in de regio voorkomen kunnen verspreidingsgegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), internetmedia en diverse verspreidingsatlassen van relevante soortgroepen en verslagen van Particuliere Gegevens-beherende Organisaties (PGO’s) worden geraadpleegd.

2.3 Oriënterend terreinbezoek Het bezoek vindt overdag plaats onder geschikte weercondities. Tijdens dit bezoek is op basis van de opdrachtgever aangeleverde gegevens zoveel mogelijk concrete informatie verzameld met betrekking tot de aan- of afwezigheid van beschermde planten- en diersoorten, via zicht- en gehoorwaarnemingen, sporenonderzoek zoals de aanwezigheid van nesten, holen, uitwerpselen, uilenballen, veertjes, eischalen. Ook is de wijde omgeving van de te onderzoeken locatie of locatie bekeken en is er een inschatting gemaakt van hoe dieren deze en het omliggende terrein kunnen gebruiken als plaats om te foerageren,

erlangs

te

trekken,

er

te

rusten

of

het

anderszins

te

benutten.

NB: Bovenstaande is niet van toepassing op deze case.

Quickscan Flora & Fauna Schoorstraat 4 Klazienaveen

8

2.4 Volledigheid van het onderzoek Gedurende het veldonderzoek wordt een inschatting van het onderzoeksgebied gemaakt, maar met een dergelijk veldonderzoek is het nooit zeker dat alle aanwezige soorten ook daadwerkelijk waargenomen worden. Een ervaren veldbioloog kan wel een goede inschatting maken van de kans dat beschermde soorten een plangebied benutten. Dit deskundigheidsoordeel komt tot stand aan de hand van parate kennis van beschermde planten- en diersoorten, hun habitatvoorkeur, ecologie en op basis van vooronderzoek met betrekking tot de te onderzoeken locatie of locatie.

2.5 Verantwoording Bronnenonderzoek en rapportage: Evert Ruiter www.alcedo-natuurprojecten.nl info@alcedo-natuurprojecten.nl Alcedo Natuurprojecten maakt deel uit van Stichting ECO, ecologencollectief

Quickscan Flora & Fauna Schoorstraat 4 Klazienaveen

9

3 Beschrijving locatie en ingrepen

3.1

Beschrijving locatie

Figuur 1. Ligging van de planlocatie in Klazienaveen. Bron: Google Maps

De locatie Schoorstraat 4 is gelegen in Klazienaveen (gemeente Emmen). Het betreft een voormalig kinderdagverblijf. Het relatief lage gebouw was opgetrokken met een bakstenen muur met spouw zonder open stootvoegen, maar wel met lage ventilatieroosters, had 1 verdieping en een plat bitumen dak. Verder was er sprake van veel ramen en plaatwerk aan de buitenzijde. Er is dus geen sprake een pannendak. Voor een impressie van de planlocatie: zie fotobijlage op pagina 25.

Quickscan Flora & Fauna Schoorstraat 4 Klazienaveen

10

3.2 Beschrijving ingreep De voorgenomen ingreep is reeds deels uitgevoerd, te weten de sloop van de in figuur 2 omkaderde bebouwing. Ter plaatse zal nieuwe bebouwing verrijzen. Voor deze ingreep worden geen bomen gekapt.

Figuur 2: Overzicht van de onderzochte locatie. In geel kader = totale onderzoeksgebied. Bron: Google Maps

Quickscan Flora & Fauna Schoorstraat 4 Klazienaveen

11

4 Gebiedsbescherming

Binnen de kaders van een quickscan flora & fauna is het van belang om ook na te gaan of de te onderzoeken locatie binnen of in de nabijheid van de begrenzingen van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) of een Natura 2000 gebied ligt en wat het effect van de voorgenomen ingreep op deze gebieden zal zijn. Hierbij wordt een kritische afstand van 3 kilometer gehanteerd.

4.1 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS), is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het is een netwerk waarin de natuur voorrang heeft en daarom wordt beschermd. Daarmee wordt voorkomen dat natuurgebieden geïsoleerd komen te liggen en dieren en planten uitsterven en natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur en het is daarom van belang dit netwerk te bespreken in het kader van natuurbescherming. Het NNN moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen het aaneengesloten Pan-Europees Ecologisch Netwerk (PEEN) vormen. Sinds 1990 zijn de provincies en het Rijk drukdoende met de aanleg van verbindingszones tussen verschillende natuurgebieden om zo een duurzaam, samenhangend netwerk van gebieden te creëren. De NNN heeft als doel van bestaande en nieuwe natuur een goed werkend netwerk te maken. Het behoud, herstel en de ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN is hierbij het uitgangspunt. Net als bij de Wnb geldt hier het ‘nee-tenzij’-beginsel. Dit is 1 oktober 2012 vastgelegd in het Besluit Algemene Regelingen Ruimtelijke Ordening (BARRO).

Dit betekent dat er geen activiteiten plaats mogen vinden waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN in het geding komen, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang, tenzij er geen reële alternatieven zijn of tenzij negatieve effecten zo veel mogelijk beperkt worden en de overblijvende effecten worden gecompenseerd. Rijk en provincies hebben in 2011 met elkaar afgesproken dat natuurbeheer meer een regionale verantwoordelijkheid wordt. Dat is vastgelegd in het Natuurakkoord. Als gebiedsregisseurs van het landelijke gebied zetten de provincies zich in voor een versterking van de natuur. Zij dienen de begrenzing van het NNN vast te leggen in een provinciale verordening, waar ook de regels omtrent de inhoud van en de toelichting bij bestemmingsplannen in het belang van de realisatie, bescherming, instandhouding en verdere ontwikkeling van de beoogde natuurkwaliteit van het NNN worden beschreven. De provincies dienen hierbij ook de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN vast te Quickscan Flora & Fauna Schoorstraat 4 Klazienaveen

12

leggen. Dit zijn de huidige en potentiële waarden, gebaseerd op de natuurdoelen van het desbetreffende gebied. Per perceel worden deze doelen vaak in natuurdoeltypen en/of beheertypen vastgelegd. Effectenbeoordeling: De onderzochte locatie valt niet binnen de begrenzing van het NNN, maar ligt wel vlak in de buurt van het dichtstbijzijnde NNN-gebied. Zie figuur 3. De voorgenomen ingreep zal naar verwachting geen impact hebben op de kernwaarden van het NNN, omdat er in feite niet veel aan de huidige situatie veranderd.

Figuur 3. Ligging van onderzochte locatie (rode cirkel) ten opzichte van het NNN (groen). Bron: Provincie Drenthe

Quickscan Flora & Fauna Schoorstraat 4 Klazienaveen

13

4.2 Natura 2000 (N2000) Natura 2000 (N2000) is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In deze N2000gebieden worden bepaalde dieren, planten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit (= soortenrijkdom) te behouden. De biodiversiteit staat in Europa al jaren onder druk. Duurzame bescherming van flora en fauna is hard nodig. Planten en dieren trekken zich weinig aan van landsgrenzen en het is daarom belangrijk om natuurbescherming in Europees verband aan te pakken. In 1979 is de Vogelrichtlijn opgesteld en in 1992 de Habitatrichtlijn. Deze richtlijnen bestaan uit twee delen: soortenbescherming en gebiedsbescherming. Alle EU-lidstaten wijzen beschermde gebieden aan voor specifieke leefgebieden van planten- en diersoorten. De onder beide richtlijnen aangewezen beschermde gebieden vormen het N2000-netwerk. Effectenbeoordeling: De onderzochte locatie ligt op 2,41 kilometer afstand van N2000 gebied. Zie figuur 4. De voorgenomen ingreep, de bouw van een woning, aan- en afvoer van bouwmateriaal, heeft mogelijk een effect op de instandhoudingsdoelen van N2000. Het is daarom wellicht noodzakelijk om een Aeriuscalculatie te maken om te bepalen hoe groot de stikstofdepositie zal zijn. Ten aanzien van soortenbescherming (soorten van de habitatrichtlijn en vogelrichtlijn) zal het effect van de voorgenomen ingreep verwaarloosbaar klein zijn.

Figuur 4: Ligging van locatie ten opzichte van Natura 2000 gebied (lichtgroen). Bron: ArcGis.com

Quickscan Flora & Fauna Schoorstraat 4 Klazienaveen

14

5 Resultaten

In dit hoofdstuk wordt de aan- of afwezigheid van de onderzochte planten- en diersoorten in het onderzoeksgebied onderbouwd. Alleen relevante soorten worden nader toegelicht.

5.1 Veldbezoek Zoals eerder aangegeven is er geen veldbezoek aan de locatie gebracht. Dat was zinloos gezien het feit dat de bebouwing reeds is afgebroken. Op basis van nog bestaande beelden op Goolge Streetview kan echter een goed beeld worden gevormd van de voormalige bebouwing. Op deze wijze is voor zover mogelijk een beeld gevormd van de aanwezige planten- en diersoorten met een nadruk op de middels de Wnb beschermde soorten. In onderstaande tabel worden het tijdstip en de waarnemings-condities van het uitgevoerde veldbezoek weergegeven.

5.2 Flora Een groot deel van de directe omgeving is bestraat. Voorts is er sprake van een aangelegd gazon in een parkachtige setting. De flora ter plaatse bestaat uit planten die groeien in een aangelegd gazon. Het gaat daarbij om triviale soorten als madeliefje, paardenbloem en witte klaver. De aanwezigheid van via de Wnb beschermde flora kan worden uitgesloten. Effectenbeoordeling: Door de geplande ingreep zullen geen via de Wnb beschermde plantensoorten in het geding komen. Aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk.

5.3 Grondgebonden zoogdieren Op basis van bureauonderzoek, gegevens uit de NDFF en Google Streetview is onderzoek verricht naar de aard van de locatie als potentieel geschikt leefgebied voor deze soortgroep. Het gebouw zelf lijkt vanwege het ontbreken van een zolder ongeschikt als verblijfplaats van steenmarter. Het is niet uit te sluiten dat kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn, wezel), steenmarter en egel zo nu en dan de omgeving van de afgebroken locatie bezoeken, maar omdat buiten de bouwlocatie de omgeving niet

Quickscan Flora & Fauna Schoorstraat 4 Klazienaveen

15

zal worden aangetast, zal er voor deze soorten geen geschikt leefgebied verdwijnen. Overige soorten die ter plekke relevant zijn betreffen eekhoorn, veldmuis, huismuis, bosmuis en huisspitsmuis. Daarnaast komen er in een straal van 0 – 5 kilometer ook strenger beschermde soorten als das, boommarter en otter. Het kan echter worden uitgesloten dat deze soorten ter plaatse een vaste verblijfplaats hebben of dat er voor deze soorten onvervangbaar habitat verloren gaat. Effectenbeoordeling: Door de geplande ingreep zullen geen via de Wnb beschermde grondgebonden zoogdieren in het geding komen. Aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk.

Quickscan Flora & Fauna Schoorstraat 4 Klazienaveen

16

5.4. Vleermuizen Op basis van recente verspreidingsgegevens, gegevens uit de NDFF komen in de directe omgeving (straal van 0 – 1 kilometer) van de onderzochte locatie de volgende soorten vleermuizen voor: gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger en rosse vleermuis. Vaste verblijfplaatsen: Gezien de aard van de reeds afgebroken bebouwing kan worden gesteld dat deze ongeschikt was als vaste verblijfplaats voor vleermuizen. Het betrof een zeer laag gebouw zonder verdiepingen en zonder een pannendak. Er was weliswaar sprake van een spouwmuur, maar deze spouw was slechts toegankelijk via te lage openingen (ventilatiespleten). Zie fotobijlage. Er zullen geen bomen worden gekapt, dus onderzoek naar vaste verblijfplaatsen van vleermuizen in bomen is niet aan de orde. Foerageerplaatsen: De onderzochte locatie is geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. In de beslotenheid van het terrein met bomen en grasvelden zullen zeker vleermuizen voldoende insecten als prooi kunnen vinden. De voorgenomen ingreep heeft echter geen of bijna geen invloed op deze functie en dus ook niet op de duurzame instandhouding van de soorten. Vliegroutes: De onderzochte locatie is vanwege de lijnvormige structuren van de laanbeplanting -waarin de bebouwing is opgenomen - geschikt als (onderdeel van) een vliegroute voor vleermuizen.

Deze situatie zal vanwege de voorgenomen ingreep niet ingrijpend wijzigen en geen negatief effect hebben op deze functie.

Effectenbeoordeling: Door de voorgenomen ingreep: ● Zullen geen vaste of tijdelijke verblijfplaatsen van vleermuizen in het geding komen en door de bouw van een woning waar mogelijk ook vleermuiskasten zullen worden ingebouwd, zal deze functie alleen maar toenemen; ● Zal foerageergebied van vleermuizen niet ernstig worden aangetast; ● Zullen vliegroutes van vleermuizen niet verdwijnen en/of worden verstoord. Aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk.

Quickscan Flora & Fauna Schoorstraat 4 Klazienaveen

17

5.5.

Vogels

Jaarrond beschermde nestplaatsen Hiervoor geldt in principe hetzelfde als reeds onder 5.4. beschreven. De gesloopte bebouwing was, vanwege het ontbreken van een pannendak, invliegopeningen, enzovoorts ongeschikt voor vaste broedplaatsen van huismus en gierzwaluw. Er worden geen bomen gekapt, dus jaarrond beschermde nestplaatsen van vogels komen ook niet in het geding. Effectenbeoordeling: Door de voorgenomen ingreep zullen geen jaarrond beschermde nestplaatsen van worden verstoord.

5.4 Amfibieën, reptielen en vissen Er is op de onderzochte locatie geen sprake van aanwezigheid van geschikt waterbiotoop voor amfibieën en vissen. Ook is er geen geschikt landbiotoop voor amfibieën en reptielen aanwezig. Via de Wnb beschermde amfibieën-, reptielen – en vissensoorten komen in een straal van 0 – 5 kilometer weliswaar voor, maar de geplande ingreep zal niet ten koste gaan van onvervangbaar leefgebied voor deze soorten. Effectenbeoordeling: Door de voorgenomen ingreep zullen geen via de Wnb beschermde amfibieën, reptielen of vissen in het gedrang komen.

Quickscan Flora & Fauna Schoorstraat 4 Klazienaveen

18

5.5 Dagvlinders, libellen en overige ongewervelden Op basis van verspreidingsgegevens, biotoopkenmerken gecombineerd met een deskundigenoordeel kan een inschatting worden gemaakt voor wat betreft het (mogelijk) voorkomen van via de Wnb beschermde insectensoorten en overige ongewervelden. Hierop kan worden bepaald dat er ter plaatse geen via de Wnb beschermde insectensoorten voorkomen die zich er voortplanten of waarvan door de voorgenomen ingreep functioneel leefgebied zal worden aangetast. Effectenbeoordeling: Door de voorgenomen ingreep zullen geen via de Wnb beschermde dagvlindersoorten, libellensoorten en overige ongewervelden diersoorten in het gedrang komen.

Quickscan Flora & Fauna Schoorstraat 4 Klazienaveen

19

6 Toetsing aan de Wnb

6.1. Soortbescherming Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Artikel 3.1. lid 2 ‘het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eigen van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen’ en lid 4 en 5 ‘het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort’ •

Dit is niet van toepassing, omdat op basis van de resultaten van deze quickscan is aangetoond dat er geen jaarrond beschermde nestplaatsen van vogels in het geding komen.

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 •

Dit is niet van toepassing, omdat op basis van de resultaten van deze quickscan is vastgesteld dat de aanwezigheid van vaste verblijfplaatsen van vleermuizen kan worden uitgesloten;

•

Op basis van de resultaten van deze quickscan is niet vastgesteld dat er belangrijk of onvervangbaar foerageerbiotoop voor vleermuizen zal worden aangetast;

•

Op basis van de resultaten van deze quickscan is niet vastgesteld dat er belangrijke vliegroutes voor vleermuizen zullen worden aangetast;

•

Op basis van de resultaten van deze quickscan kan worden vastgesteld dat er door de voorgenomen ingreep geen overige habitatrichtlijnsoorten in het geding komen.

Beschermingsregie andere soorten § 3.3 Artikel 3.10 lid 1b ‘het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen’ •

Dit is niet van toepassing, omdat kan worden uitgesloten dat er ter plaatse vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen worden beschadigd of vernield.

Quickscan Flora & Fauna Schoorstraat 4 Klazienaveen

20

6.2. Gebiedsbescherming NNN De onderzochte locatie ligt niet binnen de begrenzing van het NNN. •

De voorgenomen ingreep heeft geen te verwachten nadelig effect op de instandhoudingsdoelen van het NNN.

N2000 De onderzochte locatie ligt op 2,41 kilometer afstand van N2000 gebied. •

De voorgenomen ingreep heeft mogelijk een negatief effect op de instandhoudingsdoelen van het N2000 gebied. Het laten van een Aerius-calculatie is noodzakelijk.

Quickscan Flora & Fauna Schoorstraat 4 Klazienaveen

21

7 Conclusies en advies

7.1. Conclusies Op basis van de onder 1.2. gestelde onderzoeksvragen kan het volgende worden geconcludeerd: 1. Welke beschermde planten- of diersoorten, zoals genoemd in de Wnb zijn op de onderzochte locatie aangetroffen of kunnen er op basis van biotoopkenmerken of recente verspreidingsgegevens er worden verwacht? Conclusie: Op de onderzochte locatie zijn geen beschermde planten- of diersoorten aangetroffen en deze worden er ook niet verwacht. 2. Wat zijn de effecten van de voorgenomen plannen of de voorgenomen ingreep op de gunstige staat van instandhouding van deze beschermde planten- of diersoorten? Conclusie: De geplande ingreep heeft geen grote impact op de gunstige staat van instandhouding van beschermde planten- of diersoorten. 3. Worden bij uitvoer van de voorgenomen plannen of de voorgenomen ingreep verbodsbepalingen van de Wnb overtreden? Conclusie: Er worden bij uitvoer van de voorgenomen plannen geen verbodsbepalingen van de Wnb overtreden. Aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk. 4. Zijn er op voorhand mogelijkheden om negatieve effecten op beschermde planten- en diersoorten te voorkomen; Conclusie: Zie conclusies en aanbevelingen. 5. Is aanvullend onderzoek op basis van het vleermuisprotocol, kennisdocumenten of handreiking kleine marterachtigen noodzakelijk; Conclusie: aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk.

Quickscan Flora & Fauna Schoorstraat 4 Klazienaveen

22

6. Wat zijn te verwachten gevolgen/effecten van de voorgenomen plannen of de voorgenomen ingreep op NNN of N2000. Conclusie: Er zijn mogelijk negatieve effecten te verwachten t.a.v. N2000. Het laten uitvoeren van een Aerius-calculatie wordt aanbevolen.

7.2. Advies Geadviseerd wordt om de nieuwbouw natuur-inclusief te maken door middel van het plaatsen van inbouwkasten voor vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen. Meer informatie over al het bovenstaande is te vinden op www.unitura.nl Daarnaast wordt geadviseerd om voor wat betreft de beplanting van de omgeving te kiezen voor inheems plantgoed. Informatie daarover is te vinden op https://www.cruydthoeck.nl/over-ons/de-heliant/

Quickscan Flora & Fauna Schoorstraat 4 Klazienaveen

23

8 Bronvermeldingen

Bronvermeldingen staan in dit document vermeld in de tekst of bij de figuren. Veel van de informatie aangaande (mogelijke) aan- of afwezigheid van planten- en diersoorten wordt tijdens het veldwerk van de quickscan vergaard. Ten behoeve van het verkrijgen van overige relevante informatie over de verspreiding van planten- en diersoorten in Nederland en/of een te onderzoeken locatie, en ook relevante en actuele informatie aangaande de Wnb, kennisdocumenten, te hanteren protocollen en soortgelijke

documentatie,

raadpleegt

Alcedo

Natuurprojecten

regelmatig

de

volgende

informatiebronnen: Literatuur: •

De meest recente verspreidingsatlassen van alle beschikbare soortgroepen in Nederland. Met name de serie verspreidingsatlassen Nederlandse Fauna;

•

De meest recente provinciale verspreidingsatlassen van vogels, paddenstoelen, libellen, dagvlinders, vissen en overige soortgroepen;

•

Veldgidsen van KNNV Uitgeverij. Alle soortgroepen;

•

Relevante artikelen uit De Levende Natuur;

•

Relevante artikelen uit vakbladen van SOVON, RAVON, FLORON, VZZ en overige PGO’s;

•

Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming (Sander Bouwens)

Websites en online tools: •

Arcgis

•

Bagviewer/Kadaster

•

Synbiosys.alterra

•

Waarneming.nl

•

Verspreidingsatlas.nl

•

Quickscanhulp.nl

•

Provinciale geoportalen

•

Google Maps

•

Google Earth

Quickscan Flora & Fauna Schoorstraat 4 Klazienaveen

24

Bijlage 1 | foto-overzicht

Quickscan Flora & Fauna Schoorstraat 4 Klazienaveen

25

Er zijn ventilatiespleten aanwezig in de spouw, maar deze zitten te laag om te dienen als invliegopening voor vleermuizen.

Quickscan Flora & Fauna Schoorstraat 4 Klazienaveen

26

Bijlage 2 | Wettelijk kader

Algemeen De bescherming van planten- en diersoorten is in Nederland geregeld in de Wet natuurbescherming (verder te noemen Wnb). Deze wet is op 1 januari 2017 in werking getreden en beschermt ruim 900 soorten in Nederland in het wild voorkomende planten- en diersoorten. Deze wet vervangt de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet en de Boswet. Doelstelling van de Wnb •

het beschermen en ontwikkelen van de natuur;

•

het behouden en herstellen van biologische diversiteit;

•

het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur en het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waardevolle landschappen.

De Wet natuurbescherming benoemt niet welke concrete activiteiten wel of niet zijn toegestaan. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten. Dit betekent in de praktijk dat het gaat om het effect van uw activiteiten op beschermde soorten. Heel vaak gaan activiteiten en werkzaamheden en de bescherming van soorten prima samen. Als u uw werk zo kunt inrichten dat u geen schade toebrengt aan beschermde soorten, dan hoeft u vooraf niets te regelen. Soms is het echter onvermijdelijk dat schade ontstaat aan beschermde dieren of planten. In die situaties is het nodig dat u vooraf bekijkt of hiervoor een vrijstelling geldt, of dat een ontheffing moet worden aangevraagd (‘nee-tenzij’-beginsel). Welke soorten worden beschermd? De Wnb kent drie categorieën van beschermde soorten: •

Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn;

•

Soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn;

•

Andere soorten waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven.

Zorgplicht In de Wnb is ook een zorgplicht vastgelegd. Deze plicht geldt te allen tijde en houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Deze plicht geldt voor iedereen en voor alle planten en dieren, beschermd of niet. De Memorie van Toelichting zegt het zo: “De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, en ook voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”.

Quickscan Flora & Fauna Schoorstraat 4 Klazienaveen

27

De verbodsbepalingen

Beschermingsregimes

Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb

Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb

Andere soorten § 3.3 Wnb

Artikel 3.1 lid 1

Artikel 3.5 lid 1

Artikel 3.10 lid 1a

Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.

Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen.

Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen.

Artikel 3.1 lid 2

Artikel 3.5 lid 2

Artikel 3.10 lid 1b

Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.

Het is verboden om dieren opzettelijk te verstoren.

Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen.

Artikel 3.1 lid 3

Artikel 3.5 lid 3

Artikel 3.10 lid 1c

Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben.

Het is verboden om eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.

Het is verboden planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Artikel 3.1 lid 4 en lid 5

Artikel 3.5 lid 4

Het is verboden vogels opzettelijk te verstoren, tenzij de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen.

Artikel 3.5 lid 5 Het is verboden planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Quickscan Flora & Fauna Schoorstraat 4 Klazienaveen

28

Beschermingsregimes De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn en een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Alle vogels, in totaal ruim 700 soorten, zijn (beschermd). Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten (flora, fauna en avifauna) beschermd. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: •

Er mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is.

•

Er moet tegenover een afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid.

•

De ingreep mag geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort.

Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode.

Quickscan Flora & Fauna Schoorstraat 4 Klazienaveen

29

Quickscan Flora & Fauna Schoorstraat 4 Klazienaveen

30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=71d8b29f-63d2-4a98-9621-b865396ef2d1