CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6: RHDHV Bijlage 3 NAM - Overkoepelende Risico Analyse Schoonebeek

Commissie Wonen en Ruimte 13 maart 2023, gemeente EmmenBij agendapunt: Bestuurlijke reflectie gebiedsproces Schoonebeek (gevoelen raad ovv college) (39990-2022)13.177 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De kans op aardbevingen wordt verder teruggedrongen door uitsluitend gebruik te maken van putten die niet in of nabij (gekarteerde geologische) breuken staan. In 2020 werd een mechanische breuk geconstateerd in de casing van waterinjectieput ROW-2 (Ref 21). Mogelijk is deze veroorzaakt door beweging langs een kleine geologische breuk die op de 3D seismische interpretatie op een afstand van ca 50 meter ligt (Ref 2). Deze put is definitief buiten gebruik genomen. Threat: cold water leading to thermal stresses and inducing seismicity Barrier: legacy shows no seismicity related to cold water injection in the Netherlands

Een derde factor die mogelijk van belang is, is het temperatuurverschil tussen het injectiewater en de reservoirtemperatuur. Als dit temperatuurverschil groot is, zou het koude water mogelijk tot spanningssituaties in het reservoir kunnen leiden, wat breuken instabiel zou kunnen maken Vanwege de diepere ligging van het Schoonebeek Zechstein reservoir is het temperatuurverschil daar groter dan in Twente. In Ref 19 is daarom verder gekeken naar het effect van temperatuur op de mogelijke verklaring van bevingen in het verleden door waterinjectie. Uit de studie blijkt dat de zone van afkoeling beperkt blijft en dat de kleine bevingen die zijn waargenomen in zuidoost Drenthe verklaard kunnen worden door de gasproductie en niet door de waterinjectie. Threat: poor understanding of physics and input parameters Barrier: install improved seismic and accelerometer network Barrier: calibrate model with best available information and actual data measured when an event occurred (Ref 9)

Het begrip van de bovengenoemde bedreigingen en de effectiviteit van de genoemde barrières is afhankelijk van de voorspelende waarde van modellen. Daarom is rond Schoonebeek een uitgebreid seismisch monitoring netwerk geïnstalleerd door de installatie van 7 additionele seismometers. De minimale sterkte van de bevingen die door dit netwerk kan worden geregistreerd ligt tussen de M=0,5 en M=1,0. Eventuele lichte trillingen die niet tot schade leiden kunnen wel gebruik worden om modellen te kalibreren. Met betere modellen kunnen de andere barrières verder versterkt worden zodat de kans op een top even met een hogere magnitude verder gereduceerd wordt.

4.4 Mogelijke gevolgen en mitigerende maatregelen Consequence: damage to buildings and environment; safety Mitigation: Maintain protocol ('traffic light'-system) defining actions to be taken in time when event with a certain magnitude is detected.

EP Document.Nummer:

EP202210201607

Page 19 of 31

Mitigation: adjust injection volume into wells/reservoirs that show high reservoir pressure or reservoir pressure increase. In case an event with M > 3 is measured, water injection will be stopped in the most near-by well(s) and way forward will be discussed and agreed with Authorities

Eventuele metingen met het geofoonnetwerk zijn gekoppeld aan het seismisch risico beheers systeem. Dit risico management plan koppelt mogelijke observaties (lees: geregistreerde bevingen) aan beschermende maatregelen. Afhankelijk va de sterkte van de aardbeving zullen modellen worden geactualiseerd, kan injectiesnelheid worden teruggenomen, of kunnen injectieputten stilgelegd worden. Voor de waterinjectie in Schoonebeek is een seismisch risicobeheersplan geschreven (Ref 20). Mogelijke schade wordt afgehandeld via de onafhankelijke commissie mijnbouwschade4.

4.5 Onafhankelijke expert reviews Het NAM rapport over aardbevingsrisico (Ref 4) is door SodM onderworpen aan een onafhankelijke review van de US Geological survey (Ref 10). Conclusie review Dr William L. Ellsworth, U. S. Geological Survey m.b.t. het aardbevingsrapport: “It should be possible to safely dispose of wastewater in the depleted gas fields of the Twente, but this must be done with monitoring and safeguards in place” Dr. Ellsworth doet ook een observatie: “Should even such small earthquakes occur (ML 0.5-1.0), they would be a clear indication that conditions in the reservoir were not what was assumed…”. Daarnaast heeft TNO op verzoek van het ministerie van economische zaken een additionele verificatie uitgevoerd (Ref 15). Conclusies van TNO m.b.t. aardbevingen: “Het eventueel optreden van geïnduceerde aardbevingen ten gevolge van waterinjectie in de drie gedepleteerde gasvelden in Twente is niet uit te sluiten op basis van de huidige analyse, maar TNO-AGE acht dit niet waarschijnlijk. Seismische monitoring van de waterinjectie, gericht op het waarnemen van kleine aardbevingen (magnitudes tussen de 0,5 en 1,0), waarbij geen schade optreedt, is zodoende van belang om de analyse te staven.

Als tegen de verwachting in toch dergelijke bevingen zouden worden geregistreerd, moeten aanvullende maatregelen (waaronder additioneel onderzoek) worden genomen” NAM heeft deze aanbevelingen over genomen in de seismische risicobeheersplannen die gelden voor Schoonebeek en Twente.

4 https://www.commissiemijnbouwschade.nl/

EP Document.Nummer:

EP202210201607

Page 20 of 31

5 Vrijkomen van water als gevolg van verminderde putintegriteit 5.1 Top event Putlekkage Tijdens water injectie

5.2 Bow-tie analyse Bij waterinjectie van productiewater wordt gebruik gemaakt van bestaande putten, en NAM is voornemens nieuwe waterinjectie putten te gaan boren. Om het risico van putlekkage in kaart te brengen is er een bow-tie analyse gedaan. Appendix 3 laat de bow-tie analyse zien van de mogelijke oorzaken en gevolgen die van toepassing kunnen zijn bij een scenario met put-lekkage tijdens waterinjectie. De oorzaken en gevolgen die specifiek betrekking hebben op het oplossen van steenzout ten gevolge van een put-lekkage zijn in deze analyse buiten beschouwing gelaten omdat deze risico’s in een aparte analyse beschouwd zijn (Hoofdstuk 3 en Appendix 1). Naast de mogelijke oorzaken en gevolgen zijn de barrières en beschermende maatregelen beschreven waardoor de risico’s van put-lekkage tijdens waterinjectie geminimaliseerd worden. In deze risico analyse wordt uitgegaan van een generieke put configuratie.

5.3 Mogelijke oorzaken en barrières Barrière: Lekkage naar de ondergrond wordt voorkomen door een of meerdere metalen buiswanden van de vaste putconstructie.

Waterinjectie geschiedt via putten die zijn opgebouwd uit meerdere metalen buizen die door cement op hun plaats worden gehouden. Binnen deze vaste put-constructie bevindt zich een vervangbare injectiebuis waardoor het water daadwerkelijk geïnjecteerd wordt. Aan de onderkant van de injectiebuis verzorgt de productiepacker een afdichting tussen de injectiebuis en de vaste putconstructie. De productiepacker bevindt zich vlak boven het injectiereservoir. Door het injectiereservoir zit typisch 1 metalen buis die eveneens door cement op zijn plaats wordt gehouden. In deze buis zijn gaten geschoten (perforaties) om verbinding met het injectiereservoir te krijgen. Door de putconstructie zoals hierboven beschreven wordt het grondwater in de ondiepe ondergrond door 3 of 4 metalen buiswanden gescheiden van het injectiewater. Figuur 5 toont een schematische weergave van een typische putconfiguratie voor een kandidaat put voor waterinjectie. Lekkende afsluiter Lekkende wellhead Lekkende injectiebuis door corrosive Lekkende productiepacker, SPM of SSD Casing lekkage (i.e. squeezing salt of tectonische breuk activiteit) Liner/casing lekkage onder de productie packer door corrosie

In de bow-tie analyse zijn de initiële dreigingen gedefinieerd als een lekkage van een van de onderdelen in het primaire injectiedomein (rode stippellijn in Figuur 5). Van boven tot onder wordt er onderscheid gemaakt in lekkages van afsluiters, de wellhead, de productiebuis, de productiepacker, de vaste putconstructie onder de productiepacker en de afsluitende laag van het injectiereservoir. Deze dreigingen zijn beschreven in de linkerkant van de bow-tie.

EP Document.Nummer:

EP202210201607

Page 21 of 31

Figuur 5: Schematische weergave van een typische putconstructie

Het converteren van een gasproductieput naar een waterinjectieput heeft geen grote invloed op het soort risico’s en daaraan verbonden beheersmaatregelen. De beheersingsmaatregelen voor deze risico’s zijn daarom veelal hetzelfde als voor NAM’s bestaande productie- en injectieputten. Alle (waterinjectie)putten zijn geconstrueerd volgens interne standaarden en worden zodanig geopereerd dat de putintegriteit gewaarborgd wordt. De door NAM gehanteerde standaarden zijn consistent met en in vele gevallen zelfs strenger dan de geldende wettelijke voorschriften en richtlijnen. Barrière: Jaarlijkse inspectie en onderhoud (WIT) Barrière: 2 Jaarlijkse inspectie en onderhoud (SIT) Barrière: In de X-mastree en wellhead worden meerdere barrières gehanteerd, waardoor het falen van een bariere niet leidt tot een externe lekkage

Bovengrondse lekkages bij de put worden voorkomen door regelmatige inspecties en onderhoud aan de afsluiters en aan de wellhead. Daarbij is het ontwerp zodanig dat er altijd meerdere barrières bestaan (bijvoorbeeld dubbele afdichtingen) zodat het falen van 1 afdichting niet kan leiden tot een externe lekkage. Barrière: Het binnentreden van zuurstof kan worden voorkomen door gebruik van bijvoorbeeld injectiekleppen Barrière: Gebruik van corrosie inhibitie

Bij het boren van een nieuwe injectieput kan de materiaalkeuze worden afgestemd op corrosie. De conversie van gasproductieput naar waterinjectieput houdt in dat de materialen blootgesteld worden aan andere vloeistoffen en operationele condities. Dit heeft met name consequenties voor risico’s die gerelateerd zijn aan corrosie. Om de kans op corrosie te minimaliseren zullen maatregelen getroffen moeten worden om de hoeveelheid opgeloste zuurstof in het injectiewater te minimaliseren en het intreden van zuurstof in de put zo veel mogelijk te voorkomen (zoals bijvoorbeeld het gebruik van injectiekleppen). Daarnaast is het monitoren van corrosie een belangrijke maatregel die helpt om de risico’s op putlekkage verder te beperken.

EP Document.Nummer:

EP202210201607

Page 22 of 31

Barrière: Gebruik van corrosie inhibitie Barrière: Frequent monitoren van corrosie voordat een lekkage optreed (calliper)

Ondergrondse putlekkage wordt voorkomen door het minimaliseren van de kans op corrosie (bijvoorbeeld door het beperken van het binnendringen van zuurstof). Ook door regelmatige inspecties van de injectiebuis en de productiecasing onder de productiepacker wordt de kans op een ondergrondse lekkage geminimaliseerd. Als er onverhoopt toch een lekkage van de injectiebuis optreedt, dan wordt een lekkage van productiewater naar de ondergrond voorkomen door de eerdergenoemde meerwandige constructie van de put. Pas als er meerdere barrières tegelijkertijd falen kan dit leiden tot een externe putlekkage. Lekkage door scheurvorming in het afsluitende gesteente van het injectiereservoir. Zie linkerzijde bow-tie "loss of containment due to salt dissolution"

Lekkage door scheurvorming in het afsluitende gesteente van het injectiereservoir wordt voorkomen door met een gecontroleerde dynamische injectiedruk rond de put in het reservoir te werken. De druk waarbij mogelijke scheurvorming in de afsluitende laag boven het reservoir kan optreden wordt berekend aan de hand van geomechanische eigenschappen van het gesteente. Op basis daarvan wordt de maximale dynamische injectiedruk berekend. Om veilige operaties te garanderen wordt een lagere maximaal toegestane druk bepaald door een ruime veiligheidsmarge aan te nemen. Deze maximale ondergrondse injectiedruk wordt vervolgens vertaald naar een maximale bovengrondse injectiedruk. Een beveiliging in het pompsysteem zal ervoor zorgen dat de pomp automatisch afslaat mocht deze maximale injectiedruk overschreden worden. Indien er onverwacht toch een scheur door het afsluitende anhydriet ontstaat komt het injectiewater in contact met het Zechstein haliet, wat kan leiden tot het oplossen van zout. Dit scenario is verder uitgewerkt in hoofdstuk 3 en de bijbehorende bow-tie in appendix 1. Liner/casing lekkage onder de productie packer (i.e. squeezing salts, interbed slip) Zie linkerzijde bow-tie "loss of containment due to salt dissolution"

Tijdens reparatiewerkzaamheden aan put ROW-2 in 2021 is geconstateerd dat de buitenbuis ter hoogte van het bovenste van de twee injectiereservoirs is gescheurd. Hierbij is de binnenbuis intact gebleven en is er geen injectiewater gelekt. Er is geen gevaar geweest voor mens en milieu. Wel is gebleken dat het monitoring systeem onvoldoende was toegerust om het defect te detecteren. Daarom is het monitoring system verder aangescherpt om sneller en nauwkeuriger interventies te kunnen doen na afwijkingen in metingen. Dit behelst het continu handhaven van positieve druk op de ringruimte tussen binnen- en buitenverbuizing. Verlies van deze druk initieert een alarm en onderzoek naar oorzaak. Tevens wordt jaarlijks het vloeistofniveau in annulaire ruimte tussen binnen- en buitenbuis gemeten. Deze verbeteringen zijn vastgelegd in het water injectie management plan (Ref 14).

Casing lekkage (interne corrosie) Barrière: Lage pH annulus vloeistof (thermodynamische bescherming)

Wintershall-DEA opereert het Emlichheim olieveld, de zuidelijke extensie van het Schoonebeek veld in Duitsland. Medio 2019 werd bekend dat Wintershall-DEA via één van hun water injectie putten (EMLH 132), in het ergste geval tot zo’n 220.000 m3 injectiewater had verloren in de ondiepe biosfeer. Deze lekkage werd veroorzaakt door gaten in de binnen- en buitenverbuizing die langere tijd onopgemerkt zijn gebleven. NAM houdt zich aan de beheersmaatregelen van de water injectie putten die zijn overeengekomen met SodM en zijn vastgelegd in Ref. 14. Vergeleken met het beheer van WintershallDEA ten tijde van voor de 2019 lekkage hanteert NAM een aantal maatregelen die een lekkage in de ondiepe ondergrond in NAM injectieputten zeer onwaarschijnlijk maken. Zo wordt een annulus vloeistof met een lage Ph gebruikt om corrosie te voorkomen, worden jaarlijks metingen verricht aan de integriteit van de binnenbuis, en worden puttten uit voorzorg buiten gebruik genomen wanneer een onregelmatigheid aangetroffen wordt in de metingen.

Casing lekkage (i.e. squeezing salt of tectonische breuk activiteit) Barrière: Materiaal keuze (i.e. MUST casing standaard sinds 1979)

Tijdens abandonment werkzaamheden op de Schoonebeek-447 put (SCH-447) in maart 2021 bleken zowel de casing (buitenste buis) als ook de tubing (binnenste buis; opvoer serie van olie) in de put dermate vervormd te zijn dat er geen diepere toegang in de put mogelijk was. Schoonebeek-447 is sinds 2012 uit productie. NAM heeft een onderzoek naar de oorzaak uitgevoerd middels een zogenoemde EP Document.Nummer:

EP202210201607

Page 23 of 31

‘Root Cause Analysis (RCA)’ (Ref 21). Algemeen kan worden geconcludeerd dat het bij SCH-447 gaat om vervorming van de casing en tubing ter hoogte van het geologisch aanwezige natuurlijke zout in de bodem (‘Röt-zoutpakket’) op een diepte van circa 2km. Deze vervorming is hoogst-waarschijnlijk op die diepte ontstaan door zoutvloei. Zoutvloei is een langzaam proces onder invloed van temperatuur en geologische drukverschillen. Door vloei van het zout tegen de buitenkant van de casing heeft het de buitenbuis van SCH-447 plaatselijk ingedrukt en uiteindelijk ook de tubing. De krachten tengevolge van deze beweging zijn in later geboorde putten gemitigeerd door de toepassing van dubbele en/of zwaardere verbuizing; alle putten in de nabijheid van SCH-447 dateren van na 1974 en zijn met een dubbele buitenbuis uitgevoerd en sinds 1979 voorzien van extra versterkte casing (‘Must casing’) ter hoogte van het Röt-zoutpakket.

5.4 Mogelijke gevolgen en mitigerende maatregelen Consequentie: Verontreiniging van grondwater en oppervlakte water

Als er een externe putlekkage optreedt, dat wil zeggen een lekkage door de buitenste barrière, kan er injectiewater in de ondergrond komen of op de injectielocatie. Er wordt hierbij onderscheid gemaakt tussen verontreiniging van oppervlaktewater, verontreiniging van de biosfeer (<500 meter diep) en lekkage in de diepe ondergrond. Mitigatie: Kleine lekkages worden opgevangen op locatie (putkelder en hoekbak) zodat oppervlakte water niet direct wordt verontreinigd. Door locatie bezoeken van operators kunnen lekkages tijdig worden opgemerkt.

Verontreiniging van oppervlaktewater kan optreden door een lekkage aan het oppervlak. Zoals eerder beschreven, wordt een bovengrondse lekkage bij de put door meerdere barrières voorkomen. Mocht er onverhoopt toch een lekkage ontstaan, dan word deze in eerste instantie opgevangen door de putkelder, en vervolgens in een gesloten systeem van afwateringsgoten die uitkomen op een verzamel reservoir (de hoekbak) op locatie. De locatie vloer is vloeistofkerend wat lekkage door de vloer heen voorkomt. Door frequente locatie-bezoeken van operators kunnen bovengrondse lekkages tijdig worden opgemerkt, voordat verontreiniging van de omgeving buiten de locatie kan optreden. Mitigatie: Grondwaterstroming is relatief traag. In de omgeving van iedere putlocatie staan peilbuizen waar het grondwater gemonitord wordt. Indien een verontreiniging gevonden wordt, kan sanering plaatsvinden.

Voor het geval dat er onverhoopt toch injectiewater buiten de locatie terecht komt wordt het grondwater gemonitord met peilbuizen. Grondwaterstroming is relatief traag, in de regel een paar meter per jaar. Lokaal zijn hogere snelheden wel mogelijk. De verspreiding zal zodoende pas na een aantal jaren wat grotere afmetingen hebben. Hoe sneller de verontreiniging wordt ontdekt, des te effectiever kan de verontreiniging worden gesaneerd. In de omgeving van iedere putlocatie bevinden zich peilbuizen waar het grondwater gemonitord wordt. Indien een verontreiniging gevonden wordt, kan sanering plaatsvinden. Mitigatie: Annulaire drukken worden actief gemonitord zodat een eventuele lekkage wordt geïdentificeerd. Als een onacceptabele putintegriteit wordt geobserveerd wordt de put ingesloten en gerepareerd of zelfs vroegtijdig verlaten.

Voor ondergrondse lekkages geldt dat door de dubbelwandige constructie van de put, waarbij de druk tussen de verschillende verbuizingen (de annuli) gemonitord wordt, interne lekkages vroegtijdig opgemerkt kunnen worden. Alle annulaire drukken worden gemonitord. Als een interne lekkage opgemerkt wordt zal de waterinjectie van de betreffende put tijdelijk of permanent gestopt worden. Indien er ondanks alles toch een externe lekkage boven de productiepacker ontstaat, dan kan het water uiteindelijk in de biosfeer terecht komen. Dit scenario is verder uitgewerkt in hoofdstuk 3 en de bijbehorende bow-tie in appendix 1. Zie rechterzijde bow-tie "loss of containment due to salt dissolution"

Mogelijke lekkages beneden de productiepacker kunnen niet opgemerkt worden door middel van veranderende annulaire drukken. Daarom worden voor alle putten inspectieprogramma’s vastgesteld die er in voorzien dat de conditie van de ondergrondse verbuizingen regelmatig gecontroleerd worden. Hierdoor wordt de mogelijke afname van de kwaliteit en conditie van de diepe verbuizingen vroegtijdig vastgesteld en kunnen lekkages voorkomen worden. Indien er onverwacht toch een lekkage beneden de productiepacker ontstaat, dan komt het injectiewater in contact met het Zechstein haliet, wat kan leiden tot het oplossen van zout. Ook dit scenario is verder uitgewerkt in hoofdstuk 3 en de bijbehorende bow-tie in appendix 1. EP Document.Nummer:

EP202210201607

Page 24 of 31

Monitoring De frequentie van monitoring activiteiten is opgenomen in het Water Injectie Management Plan. Selectie van putten en materialen Bij het gebruik van bestaande gasproductieputten die worden geconverteerd voor waterinjectie in Schoonebeek zal putintegriteit meegenomen worden als selectiecriterium. De integriteit wordt gecontroleerd door middel van metingen en analyse. Vervangbare onderdelen kunnen worden aangepast voor waterinjectie, echter de bestaande casing/liner kan niet worden vervangen. Voor de start van waterinjectie zal de operating envelope van de put opnieuw bepaald worden voor de nieuwe injectiecondities. Als een put een (beheerst) integriteitsprobleem heeft, zal het risico onder de nieuwe omstandigheden (injectie) opnieuw in kaart gebracht moeten worden, voordat de waterinjectie gestart wordt. Voor nieuw te boren waterinjectie putten kan het ontwerp worden geoptimaliseerd voor de gebruiksperiode (i.e. cement, materiaalkeuze).

EP Document.Nummer:

EP202210201607

Page 25 of 31

6 Conclusies Ten behoeve van de herontwikkeling van het Schoonebeek olieveld is in 2009 een risicoanalyse als onderdeel van de Milieu Effect Rapportage (MER) uitgevoerd. In de MER is aandacht besteed aan het mogelijk oplossen van de afdekkende steenzoutlaag indien deze laag in aanraking zou komen met het injectiewater wat zou kunnen leiden tot het vrijkomen van injectie water en/of bodemdaling. Ook is aandacht besteed aan effecten van bodembewegingen (daling en trillingen) indien water geïnjecteerd wordt. De MER concludeert dat deze zoutlagen niet of nauwelijks zullen oplossen in het injectiewater en dat er geen bodemdaling of trillingen als gevolg van waterinjectie worden verwacht, zolang de gemiddelde reservoir druk beneden de oorspronkelijke reservoirdruk blijft. Om hierover aanvullend inzicht te verkrijgen is op verzoek van Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) in 2015 een uitgebreidere set onderzoeken gedaan. SodM heeft vervolgens de onderzoeksrapporten laten beoordelen door internationale experts van de US Geological Survey en de universiteiten van Clausthal en Parijs (ParisTech). Deze hebben de conclusies van NAM bevestigd. SodM stelt dat er een groot aantal aanwijzingen is dat waterinjectie in de ondergrond van Twente veilig en verantwoord kan gebeuren.

Daarnaast heeft TNO in 2016 op verzoek van het ministerie van economische zaken een additionele verificatie uitgevoerd m.b.t. het risico op zoutoplossing en aardbevingen. TNO kan zich vinden in de onderzoeksresultaten van NAM. Latere gebeurtenissen bij put ROW-2 (gebroken buitenbuis) en ROW-4 (meet onregelmatigheid die wijst op beperkte aantasting van Haliet) hebben niet geleid tot verspreiding van stoffen in de biosfeer of tot enig gevaar voor mens en milieu. Echter, de voorvallen hebben wel geleid tot een actualisatie van deze overkoepelende risico analyse en tot verbeteringen in het monitoring systeem vastgelegd in het Water Injectie Management Plan. Resumerend laat de risicoanalyse zien dat de beheersmaatregelen vastgelegd in de vergunning en in het Waterinjectie Management Plan (update 2022) goed werken en dat alle waarborgen voor een veilig en verantwoord opereren van de waterinjectieputten aanwezig zijn. Dit houdt in dat preventie van grondwatervervuiling door het in de ondergrond ongecontroleerd vrijkomen van injectiewater alsmede lokale/regionale bodemdaling als gevolg van zoutoplossing op een goede manier preventief geborgd worden. Er zijn verschillende beheersmaatregelen geïmplementeerd die vroegtijdige detectie van eventuele problemen ten doel hebben en de mogelijkheid van verdere escalatie beogen te minimaliseren.

Ook de risicoanalyse rond de effecten van een door waterinjectie geïnduceerde aardbeving laat zien dat de waarborgen voor een veilig en verantwoord opereren van de waterinjectie aanwezig zijn. Een uitgebreide analyse van de belangrijkste parameters die zouden kunnen leiden tot een verhoogd bevingsrisico hebben aangetoond dat dit risico als laag ingeschat wordt. Dit is in lijn is met de observatie dat gedurende de 10 jaar van waterinjectie in Twente geen enkele beving is geregistreerd. In zuidoost Drenthe zijn voelbare aardbevingen geweest als gevolg van gasproductie, Echter, gedurende meer dan 10 jaar water injectie in de velden Schoonebeek, Coevorden en Dalen zijn geen aardbevingen geregistreerd die gerelateerd kunnen worden aan water injectie. Mocht zich onverhoopt toch een beving voordoen dan zal deze gedetecteerd worden door het seismische monitoring netwerk. Het seismische risicobeheersplan beschrijft de acties die genomen zullen worden in het onwaarschijnlijke geval van een beving met het doel om effecten te minimaliseren.

EP Document.Nummer:

EP202210201607

Page 26 of 31

7 Referenties 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11.

12. 13. 14. 15. 16. 17. 18.

19. 20. 21. 22. 23. 24.

25. 26. 27. 28.

Halite dissolution modelling of water injection into Carbonate gas reservoirs with a Halite seal. Report EP201310203080, NAM 2014 (2016 revisie). Geology description of Twente Gas Fields: Tubbergen, Tubbergen-Mander and RossumWeerselo. Report EP201310201845, NAM 2014 (2016 revisie). Subsidence caused by Halite dissolution due to water injection into depleted Carbonate gas reservoirs encased in Halite. Report: EP201310204177, NAM 2014 (2016 revisie). Threat assessment for induced seismicity in the Twente water disposal fields, Report: EP201502207168, NAM 2015 (2016 revisie). Waterinjectie Management Plan, Report: EP201308203212, NAM Injectie van productiewater bij olie- en gaswinning, Kamerbrief Minister van Economische Zaken, DGETM-EM / 15020314, Maart 27 2015 Technical evaluation of Twente water injection wells ROW3, ROW4, ROW7, ROW9, TUB7 and TUB10 3 years after start of injection EP201410210164, NAM 2015 Literature review on Injection-Related Induced Seismicity and its relevance to Nitrogen Injection. Report TNO 2014 R11761. TNO 2014 Seismisch risicobeheersplan - Waterinjectie Twente velden. NAM rapport EP202009204124, NAM 2021. Reviews NAM rapporten m.b.t. ‘Risico’s zoutoplossing’ en ‘Seismic threat analysis’. SodM, juni 2016.

https://www.sodm.nl/documenten/publicaties/2016/06/23/7-evaluatie-reviews-waterinjectie Herafweging verwerking productiewater Schoonebeek, Tussenrapport alternatievenafweging. Royal Haskoning DHV. Juni 2016. Referentie: I&BBD9591-100-100R001F02. http://www.nam.nl/techniek-en-innovatie/waterinjectie-in-twente/evaluatie-onderzoek.html Geochemical compatibility Of Schoonebeek oil field production water with Zechstein reservoirs. NAM, Dec 2016. EP201611200959 Zoback, M.D. (2012) Managing the Seismic Risk Posed by Wastewater Disposal. ARMA eNEWSLETTER SPRING 2012, Volume 1, Issue 2 Spring 2012. Waterinjectie Management Plan - Waterinjectie Twente. EP202205201100 May 2022. Waterinjectie in Twentse gasvelden. Report AGE 16-10.104. TNO AGE 2016 Technical evaluation of Twente water injection wells TUM1, TUM2, TUM3, ROW2, ROW3, ROW4 and ROW5 6 years after start of injection. EP201701214429 NAM 2017 Note for file: seismic threat assessment for the potential injection and storage of produced water in the Drenthe Zechstein Carbonate reservoirs. NAM, November 2016. EP201611202382 Balen, R.T. van, Houtgast, R.F. & Cloetingh, S.A.P.L. (2005). Neotectonics of the Netherlands. Quaternary Science Reviews, 24, 439-454. doi: 10.1016/j.quascirev.2004.01.011 NAM (2022) seismic threat assessment for schoonebeek-zechstein water injection.

NAM rapport EP202204200931 NAM (2022) Seismisch risicobeheersplan - Waterinjectie Schoonebeek-Zechstein. NAM rapport EP202204200929 Subsurface Scenarios for ROW-2 Casing Shear. NAM rapport EP202111204310 Onderzoek SCH-447 Incident - Root Cause Analysis. NAM rapport EP202204201376 Description and analysis of field cases of injection in The Netherlands, TNO-rapport 2015 R10906, 5 november 2015 Geomechanical modelling of the effects of (nitrogen) injection on fault stability in a reservoir, representative for a typical Rotliegend reservoir in the northern part of The Netherlands, TNOrapport 2015 R11259, 11 November 2015 Norg UGS fault reactivation study and implications for seismic threat, NAM rapport EP201610208045, October 2016. Groningen Pressure Maintenance Study - Progress Report, February 2016. ROW-4 onderzoek, NAM Report EP202207200487, Juli 2022 Beoordeling aanvullend onderzoek ROW-4 en overkoepelende risicoanalyse waterinjectie Twente, SodM brief aan NAM, 22192785, 26 september 2022

EP Document.Nummer:

EP202210201607

Page 27 of 31

8 Appendices Appendix 1 Bow-tie analyse voor zoutoplossing

EP Document.Nummer:

EP202210201607

Page 28 of 31

EP Document.Nummer:

EP202210201607

Page 29 of 31

Appendix 2. Bow-tie voor geïnduceerde seismiek

EP Document.Nummer:

EP202210201607

Page 30 of 31

Appendix 3. Bow-tie voor putlekkage tijdens waterinjectie (exclusief zoutoplossingsrisico’s)

EP Document.Nummer:

EP202210201607

Page 31 of 31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=39c63247-437d-4360-add1-062edda4163d