CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 - Quickscan flora en fauna

Commissie Wonen en Ruimte 12 maart 2024, gemeente EmmenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Nieuw-Amsterdam, Vaart NZ 25 en 26'5.544 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

QuickScan en Voortoets voor de locatie Vaart NZ 25 en 26, Nieuw Amsterdam

Rapport: 2022-577 Datum: 11 juli 2022 Versie: 1.0

QuickScan en Voortoets voor de locatie Vaart NZ 25 en 26, Nieuw Amsterdam

Colofon © 2022

Tekst, samenstelling:

Fopma NatuurAdvies

Opdrachtgever:

Wijze van citeren:

Fopma NatuurAdvies, A, 2022. QuickScan en Voortoets voor de locatie Vaart NZ 25 en 26, Nieuw Amsterdam; Fopma NatuurAdvies, Rapport 2022577, Wapse.

Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van scanning, internet, druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven en Fopma NatuurAdvies. Ook mag het zonder een dergelijke toestemming niet worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Fopma NatuurAdvies is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Fopma NatuurAdvies. De opdrachtgever vrijwaart Fopma NatuurAdvies voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. De informatie in dit rapport is deels afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.

2

Inhoudsopgave 1

INLEIDING 1.1 ACHTERGROND 1.2 AANLEIDING 1.2.1 Soortbescherming 1.2.2 NatuurNetwerk Nederland 1.2.3 Gebiedsbescherming 1.3 PROBLEEMSTELLING / DOELSTELLING

2

SOORTBESCHERMING – WET NATUURBESCHERMING 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

3

LIGGING ONDERZOEKSGEBIED EN ONDERZOEKSOPZET

8

INVENTARISATIE NATUURWAARDEN

BEOORDELING WET NATUURBESCHERMING (SOORTEN) 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8

6 3

7 7 7 7 7 7

4.1 VOGELS (WNB § 3.1) 4.1.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen 4.1.2 Gegevens uit veldbezoek (vogels) 4.2 VLEERMUIZEN (WNB § 3.2) 4.2.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen 4.2.2 Gegevens uit veldbezoek (vleermuizen) 4.3 OVERIGE GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN 4.3.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen 4.3.2 Gegevens uit veldbezoeken (overige zoogdieren) 4.4 AMFIBIEËN, VISSEN EN REPTIELEN 4.4.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen 4.4.2 Gegevens uit veldbezoek (amfibieën, vissen en reptielen) 4.5 VLINDERS, LIBELLEN, JUFFERS EN INSECTEN 4.5.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen 4.5.2 Gegevens uit veldbezoek (vlinders, libellen, juffers en insecten) 4.6 VAATPLANTEN 4.6.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen 4.6.2 Gegevens uit veldbezoek (vaatplanten) 4.7 OVERIGE BESCHERMDE SOORTEN 4.7.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen 4.7.2 Gegevens uit veldbezoek 5

5 5 5 5 5 6

BESCHERMINGSREGIME SOORTEN VOGELRICHTLIJN BESCHERMINGSREGIME SOORTEN HABITATRICHTLIJN BESCHERMINGSREGIME ANDERE SOORTEN ZORGPLICHT OMGEVINGSVERORDENING DRENTHE

3.1 LIGGING ONDERZOEKSGEBIED 3.2 ONDERZOEKSMETHODE 3.2.1 Bronnenonderzoek 3.2.2 Veldbezoek 4

5

VOGELS VLEERMUIZEN OVERIGE GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN REPTIELEN, AMFIBIEËN EN VISSEN VLINDERS, LIBELLEN, JUFFERS EN INSECTEN VAATPLANTEN OVERIGE DIERSOORTEN AANBEVELINGEN VOOR NATUURINCLUSIEF INRICHTEN

NATUURNETWERK DRENTHE

8 8 8 9 10 10 10 10 10 10 11 11 11 12 12 12 12 12 12 12 12 12 12 13 13 13 14 14 14 14 14 14 15 15 15 16

7

NATURA 2000 GEBIEDEN (VOORTOETS GEBIEDSBESCHERMING)

17

8

CONCLUSIES

18

8.1 8.2 8.3 9

CONCLUSIE WET NATUURBESCHERMING (SOORTEN) CONCLUSIE NATUURNETWERK DRENTHE CONCLUSIE WET NATUURBESCHERMING (GEBIEDEN)

BRONNEN 9.1 9.2

LITERATUUR GERAADPLEEGDE WEBSITES

18 18 18 19 19 19

BIJLAGE 1

ALGEMENE VERBODSBEPALINGEN WNB

20

BIJLAGE 2

PROCES BEOORDELING ONTHEFFING WNB

21

BIJLAGE 3

JAARROND BESCHERMDE VOGELS

22

BIJLAGE 4

SAMENVATTING NDFF (1-1-2017 TOT 1-7-2022)

24

BIJLAGE 5

OMGEVINGSVERORDENING DRENTHE

25

BIJLAGE 6

ADVIEZEN NATUURINCLUSIEF BOUWEN

26

4

1

Inleiding

1.1

Achtergrond

Deze QuickScan en Voortoets is opgesteld ten behoeve van de sloop van de Christelijk gereformeerde kerk “Kruiskerk” op de locatie Vaart NZ 25 en 26. Op de locatie worden na de sloop twee nieuwe woningen gebouwd. In deze QuickScan wordt gekeken of er voor de realisering van de plannen nog een ontheffing (soorten) op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk is. Ook kan uitsluitsel gegeven worden of de gemeente bij een Omgevingsvergunning een verklaring van geen bedenkingen moet aanvragen. Het rapport kan tevens gebruikt worden bij de bestemmingsplanprocedure. In hoofdstuk 8 staan de conclusies van de QuickScan. De te toetsen activiteit betreft de sloop van de opstallen.

Figuur 1.

1.2

Kaart met ligging onderzoeksgebied zwarte kader en plangebied rode pijl. (Bron: NDFF).

Aanleiding

De aanleiding voor het maken van een QuickScan is de noodzaak en de wens om vooraf uit te sluiten dat door het project natuurwaarden aangetast kunnen worden.

1.2.1 Soortbescherming Realisatie van de voorgenomen plannen kan invloed hebben op de bepalingen in de Wet natuurbescherming. Deze wet regelt de bescherming van planten- en diersoorten in Nederland. Overtreding van de verbodsbepalingen (bijlage 1) ten aanzien van streng beschermde soorten vereist mogelijk een ontheffing (zie hoofdstukken 2 t/m 5 en 8).

1.2.2 NatuurNetwerk Nederland In hoofdstuk 6 en 8 van deze QuickScan wordt gekeken of er door de activiteit negatieve effecten zijn op de realisering van het NatuurNetwerk Nederland (NNN).

1.2.3 Gebiedsbescherming In deze QuickScan is tevens gekeken of er door de uitvoering van het voorgenomen plan sprake kan zijn van externe werking op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. De Natura 2000-gebieden vallen eveneens onder de Wet natuurbescherming. Bij effecten op Natura 2000-instandhoudingsdoelen is mogelijk een vergunning vereist (zie hoofdstuk 7 en 8). 5

1.3

Probleemstelling / doelstelling

De QuickScan geeft antwoord op onderstaande vragen: 1. Komen er natuurwaarden voor, waarvoor het noodzakelijk is om een soort specifiek onderzoek eventueel met mitigatieplan te laten uitvoeren om te beoordelen in hoeverre het project handelingen bevat die in strijd zijn met de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming (soortbescherming)? 2. Zijn er effecten op het NNN? 3. Zijn er mogelijke effecten op de Natura 2000-instandhoudingsdoelen waardoor er een passende beoordeling gemaakt moet worden (gebiedsbescherming/ Wet natuurbescherming)?

Figuur 2. 6

Foto’s bestaande situatie

2

Soortbescherming – Wet natuurbescherming

Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Voor het soortenbeleid deelt de Wet natuurbescherming de soorten in drie beschermingsregimes, namelijk vogels (EU-Vogelrichtlijn), soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn en nationaal beschermde soorten.

2.1

Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn

Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn). De lijst met jaarrond beschermde vogels in Overijssel staat in bijlage 3.

2.2

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn

Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. Het Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn is ten aanzien van verstoren strikter dan het Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn.

2.3

Beschermingsregime andere soorten

Dit zijn de in de bijlage van Wet natuurbescherming genoemde soorten. Het gaat hier om de bescherming van niet onder de bovenstaande twee categorieën vallende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland, vermeld in de bijlage van de Wet natuurbescherming (art. 3.10 – 3.11 Wet natuurbescherming). Voor de soorten opgenomen in deze bijlage geldt geen Europese verplichting tot bescherming. Deze soorten worden beschermd vanwege de breed in de maatschappij levende overtuiging dat deze dieren een bescherming behoeven. De andere in de bijlage opgenomen soorten worden om ecologische redenen beschermd. Hiermee geeft Nederland uitvoering aan de algemene verplichting van het Biodiversiteitsverdrag om de staat van instandhouding van dier- en plantsoorten te beschermen. Omdat er ook veel algemene soorten in staan genoemd is de verwachting dat er weer een verdeling komt van meer en minder strikt beschermde soorten. Deze kan echter per provincie verschillen (zie bijlage 5).

2.4

Zorgplicht

Onder de Wet natuurbescherming geldt een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren. De zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer werkzaamheden, die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten, in redelijkheid zo veel mogelijk nalaat of maatregelen neemt om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen.

2.5

Omgevingsverordening Drenthe

De provincie heeft een Omgevingsverordening opgesteld met daarin opgenomen hoe om te gaan met soortenbescherming. Artikel 4.3 behandeld de soortenvrijstelling bij ruimtelijke inrichting, bestendig beheer en onderhoud. ‘Het wordt niet wenselijk geacht dat voor zeer algemeen voorkomende soorten voor elke ruimtelijke ontwikkeling of ingreep in het kader van beheer en onderhoud een ontheffing moet worden aangevraagd. Om deze reden wordt voor bepaalde soorten vrijstelling verleend. De Wet natuurbescherming geeft aan Provinciale Staten de mogelijkheid om vrijstelling te verlenen van de verboden voor bepaalde soorten voor bepaalde belangen. Over het algemeen gebeurde dit voor soorten waarvan werd aangenomen dat ze veel voorkomen en de soort niet bedreigd was. Vanwege de voormalige vrijstelling was het voor deze soorten niet verboden om bijvoorbeeld hun verblijfplaatsen te vernielen als dit nodig is om een bestemmingsplan uit te voeren, bijvoorbeeld bij de bouw van een huis. Ook mocht een vliegveld, een dijk of een spoorweg worden onderhouden zonder dat daarvoor een ontheffing nodig was als deze soorten daar voorkomen. De reden voor het Rijk om deze vrijstelling in te voeren was dat veel weerstand bestond tegen het steeds moeten aanvragen van ontheffingen voor deze soorten. Dit terwijl van deze soorten werd aangenomen dat ze veel voorkwamen.

Met de invoering van de Wet natuurbescherming is deze bevoegdheid grotendeels gedecentraliseerd naar de provincies. Provinciale Staten hebben besloten deze voormalige vrijstelling voor zover mogelijk voort te zetten. In bijlage 5 van deze QuickScan staan de soorten vermeld welke op grond van de Omgevingsverordening vrijgesteld worden.

7

3

Ligging onderzoeksgebied en onderzoeksopzet

3.1

Ligging onderzoeksgebied

Het onderzoeksgebied voor de Wet natuurbescherming beperkt zich tot het perceel waarop de ingreep heeft plaatsgevonden en de directe omgeving (zie figuur 1). Voor de effecten op Natura 2000-gebieden is in hoofdstuk 7 ook gekeken naar het aspect externe werking.

3.2

Onderzoeksmethode

Deze QuickScan is gebaseerd op bronnenonderzoek en een bureauanalyse. Aan de hand van expert judgement door een ecoloog (Ir. A. Fopma van Fopma NatuurAdvies) is ingeschat wat de beschermde natuurwaarden zijn en de mogelijke effecten die zijn opgetreden.

3.2.1 Bronnenonderzoek Gekeken is naar de volgende bronnen: • Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF, zie ook bijlage 4). (Periode laatste 5 jaar) • Literatuur (zie hoofdstuk 8). Wat zit er in het NDFF? Er is gebruik gemaakt van de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF). Hiervoor hebben we de gevalideerde data 2014-2019 gebruikt (laatste 5 jaar). De omvang van het onderzoeksgebied is weergegeven in figuur 1. In de NDFF zit gevalideerde data van verschillende soortbeschermingsorganisaties en partners. Ook de data van Telmee.nl en waarneming.nl zit in de NDFF. Zo ook de eigen data van Fopma NatuurAdvies. Soortenorganisaties De soortenorganisaties zijn elk gespecialiseerd in een groep dieren of planten. Zij beheren databanken met verspreidings- en ecologische gegevens die door duizenden vrijwilligers verzameld zijn. Deze gegevens zijn ook beschikbaar in de Nationale Databank Flora en Fauna. De soortenorganisaties hebben in de loop der jaren een grote expertise opgebouwd met betrekking tot veldbiologisch onderzoek, de ecologie van de Nederlandse flora en fauna en het beheren en interpreteren van monitorings- en verspreidingsgegevens. • • • • • • • • • •

ANEMOON (Flora en fauna van de zee) Bryologische en Lichenologische Werkgroep (BLWG) (Mossen en korstmossen) De Vlinderstichting (Vlinders en libellen) EIS-Nederland (Ongewervelde dieren) FLORON (Planten) Nederlandse Mycologische Vereniging (NMV) (Paddenstoelen) RAVON (Reptielen, amfibieën en vissen) Sovon Vogelonderzoek Nederland (Vogels) TINEA (Micronachtvlinders) Zoogdiervereniging (Zoogdieren)

Partners Verschillende organisaties werken samen met de NDFF. Bijvoorbeeld door gegevens beschikbaar te stellen of andere kennis te delen. • • • • • • • • • •

8

Alterra (landelijke vegetatiedatabank) Instituut voor Biodiversiteit en Ecosystem Dynamica (IBED) Naturalis Biodiversity Center Natuurhistorisch Genootschap in Limburg Natuurbank Limburg Natuurnetwerk Netwerk Ecologische Monitoring (NEM) Regelink Ecologie & Landschap Stichting Natuurinformatie (waarneming.nl) Stichting Staring Advies

3.2.2 Veldbezoek Er heeft 1 veldbezoek op de planlocatie en de naaste omgeving plaatsgevonden. Datum: Tijdstip: Weersbeeld: Temperatuur:

13 juli 2022 Middag Licht bewolkt 29o Celsius

Tijdens het veldbezoek is gekeken naar de potenties van het plangebied voor beschermde diersoorten en de mogelijke functies. Op basis van expert judgement is een inschatting gemaakt wat de mogelijke effecten zijn van de ingreep op beschermde soorten.

9

4

Inventarisatie natuurwaarden

4.1

Vogels (Wnb § 3.1)

4.1.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In het onderzoeksgebied (figuur 1) zijn 42 waarnemingen van vogels geregistreerd, verdeeld over 24 soorten. Hierbij zijn 3 ‘jaarrond’ beschermde vogelsoorten. Tabel 1.

Waargenomen vogelsoorten in onderzoeksgebied in de periode 1-1-2017 tot 1-7-2022. Vet en cursief zijn de jaarrond beschermde soorten (zie bijlage 3) (Bron: NDFF) Vogelsoorten Blauwe reiger Houtduif Merel Boerenzwaluw Houtsnip Pimpelmees Bruine kiekendief Huismus Roek Geelgors Kauw Stadsduif Grasmus Knobbelzwaan Tjiftjaf Groene specht Kokmeeuw Vink Grote gele kwikstaart Koolmees Waterhoen Grote lijster Meerkoet Witte kwikstaart

Tabel 2.

Waarnemingen jaarrond beschermde vogelsoorten t.o.v. plangebied. (Wrn = aantal waarnemingen, Jaren = alleen met broedindicatie) Soort Wrn Jaren Locatie t.o.v. plangebied Grote gele kwikstaart 1 nvt Geen waarnemingen met broedindicatie. Huismus 5 nvt Geen waarnemingen met broedindicatie. Roek 2 nvt Geen waarnemingen met broedindicatie.

Er zijn geen waarnemingen van vogels in het plangebied in de NDFF.

4.1.2 Gegevens uit veldbezoek (vogels) Aangetroffen soorten Tijdens het veldbezoek zijn in het plangebied geen vogels aangetroffen. We vlogen er bij de buren enkele Vinken over en Merels. Het bouwperceel zelf heeft weinig tot geen geschikte nestlocaties.

4.2

Vleermuizen (Wnb § 3.2)

4.2.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) Op basis van landelijke verspreiding (Bron: Zoogdiervereniging), zijn de volgende soorten mogelijk: • Gewone dwergvleermuis • Ruige dwergvleermuis • Rosse vleermuis • Laatvlieger • Gewone grootoorvleermuis • Watervleermuis • Meervleermuis • Franjestaart • Baardvleermuis • Bechstein’s vleermuis (net buiten verspreidingsgebied) • Brandt’s vleermuis Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In de tabel staat een overzicht van de in het onderzoeksgebied waargenomen soorten. 10

Tabel 3.

Data NDFF in de periode 1-1-2017 tot 1-7-2022.

Soort Gewone dwergvleermuis

Status Wnb § 3.2

Tabel 4.

Waarnemingen beschermde soorten t.o.v. plangebied. (Wrn = aantal waarnemingen, Max_ind = maximaal aantal waargenomen individuen tijdens een waarneming) Soort Wrn Max_ind Jaren Locatie t.o.v. plangebied Gewone 1 1 2020 Verplaatsend exemplaar bij de dwergvleermuis Kastanjestraat 4 op ca. 600 meter ten ZW van planlocatie.

4.2.2 Gegevens uit veldbezoek (vleermuizen) Tijdens het veldbezoek is gekeken naar potentiële verblijfplaatsen en vliegroutes op basis van expert judgement. Verblijfplaatsen Gebouwen: Dak

-

Spouw -

Luiken Beplating:

Bomen:

Het dak is recent nog geheel vervangen. Buren geven aan dat dit ongeveer 4 jaar geleden is gebeurd. Naast de pannen, is er ook isolatiefolie aangebracht en zijn de zinken dakgoten ook vernieuwd. Aan de buitenzijde is het dak strak afgewerkt, zonder kieren. Voor vleermuizen is het nieuwe dak niet geschikt. Er is geen voor vleermuizen toegankelijke spouw aanwezig. De opening in spouw zit vlak boven de grond. Er zijn geen luiken aanwezig, waar vleermuizen achter zouden kunnen zitten. Er is geen beplating aangebracht waar vleermuizen achter zouden kunnen zitten.

Er staan geen bomen in het plangebied.

Vliegroutes Door de sloop en nieuwbouw wordt er geen vliegroute aangetast. Met name de Vaart en de beplanting langs de Vaart is voor vleermuizen aantrekkelijk als vliegroute.

4.3

Overige grondgebonden zoogdieren

4.3.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In de tabel staat een overzicht van de in het onderzoeksgebied waargenomen soorten. Tabel 5.

Data NDFF in de periode 1-1-2017 tot 1-7-2022.

Soort Egel

Status Wnb § 3.31

Mol

Onbeschermd

Otter

Wnb § 3.2

Vos

Wnb § 3.31

Tabel 6. Soort Otter

Waarnemingen beschermde soorten t.o.v. plangebied. (Wrn = aantal waarnemingen, Max_ind = maximaal aantal waargenomen individuen tijdens een waarneming) Wrn Max_ind Jaren Locatie t.o.v. plangebied 2 1 2020 Sporen langs treinspoor op ca. 550 ten WZW van planlocatie én waarneming van levend exemplaar in de Vaart op ca. 600 meter ten O van planlocatie.

1 Vrijgestelde soort op grond van de Omgevingsverordening Drenthe (zie bijlage 5).

11

4.3.2 Gegevens uit veldbezoeken (overige zoogdieren) Tijdens het veldbezoek zijn in het onderzoeksgebied geen grondgebonden zoogdieren waargenomen. Het terrein, voor zover niet verhard, is wel ‘geschikt’ voor zoogdieren, zoals de Egel, Huismuis, Bruine rat, Bosmuis etc.

4.4

Amfibieën, vissen en reptielen

4.4.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In de tabel staat een overzicht van de in het onderzoeksgebied waargenomen soorten. Tabel 7.

Data NDFF in de periode 1-1-2017 tot 1-7-2022.

Soort Bruine kikker

Status Wnb § 3.32

4.4.2 Gegevens uit veldbezoek (amfibieën, vissen en reptielen) Er is geen habitat aanwezig voor vissen, amfibieën of reptielen.

4.5

Vlinders, libellen, juffers en insecten

4.5.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In de tabel staat een overzicht van de in het onderzoeksgebied waargenomen soorten. Tabel 8. Data NDFF in de periode 1-1-2017 tot 1-7-2022. Dagvlinders Status Libellen Atalanta Azuurwaterjuffer Onbeschermd Citroenvlinder Onbeschermd Blauwe glazenmaker Dagpauwoog Onbeschermd Vuurjuffer Distelvlinder Onbeschermd Gehakkelde aurelia Onbeschermd Icarusblauwtje Onbeschermd Klein koolwitje Onbeschermd Oranjetipje Onbeschermd

Status Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd

Er zijn geen waarnemingen van dagvlinders, libellen of andere insecten in het plangebied in de NDFF.

4.5.2 Gegevens uit veldbezoek (vlinders, libellen, juffers en insecten) Er zijn tijdens het veldbezoek geen beschermde vlinders, libellen, of juffers waargenomen. Er vloogen wel een Atalanta voor de kerk. Er worden geen beschermde soorten op het perceel verwacht.

4.6

Vaatplanten

4.6.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In het onderzoeksgebied zijn geen beschermde soort op grond van de Wnb geregistreerd. Er zijn wel 58 waarnemingen van 51 onbeschermde soorten geregistreerd.

4.6.2 Gegevens uit veldbezoek (vaatplanten) Er zijn geen beschermde soorten aangetroffen in het plangebied. 2 Vrijgestelde soort op grond van de Omgevingsverordening Drenthe (zie bijlage 5).

12

4.7

Overige beschermde soorten

(Sprinkhanen, krekels, geleedpotigen, nachtvlinders, mossen, korstmossen, algen, wieren etc.)

4.7.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In het onderzoeksgebied zijn geen andere beschermde soorten op grond van de Wnb geregistreerd.

4.7.2 Gegevens uit veldbezoek Er zijn geen andere beschermde soorten aangetroffen.

13

5

Beoordeling Wet natuurbescherming (soorten)

5.1

Vogels

Effectenbeoordeling Er zijn geen effecten op soorten met jaarrond beschermde nesten en op soorten met jaarrond beschermd functioneel leefgebied te verwachten. Effecten op jaarrond beschermde soorten (Cat. 1 t/m 5) zijn uitgesloten. De sloop vindt plaats in een bebouwde omgeving met aangrenzende tuinen. De kans op verstoring van broedvogels in de directe omgeving is uiterst gering, maar niet nihil. Om deze reden wordt geadviseerd om het voorzorgbeginsel te hanteren. Periode werkzaamheden (voorzorgsbeginsel) Omdat geen ontheffingen worden verleend voor het verstoren van vogels en/of het vernielen van nesten wordt geadviseerd om het slopen en het bouwrijp maken voor het broedseizoen (globale richtlijn 3 15 maart 15 juli) uit te voeren of te beginnen na 15 juli. Voorkom het vestigen van broedvogels op het bouwperceel door het plaatsen van wapperende zakken of enkele linten. Op deze wijze zijn effecten op de andere vogels worden uitgesloten.

5.2

Vleermuizen

Effectenbeoordeling Verblijfplaatsen Door de recente renovatie van het dak zijn effecten op vleermuizen uitgesloten. Foerageergebied Er worden geen vliegroutes of foerageergebieden aangetast. Effecten op vleermuizen zijn uitgesloten.

5.3

Overige grondgebonden zoogdieren

Effectenbeoordeling Er zijn geen geregistreerde waarnemingen van grondgebonden zoogdieren in het plangebied. Er is ook geen geschikt habitat aanwezig. Negatieve effecten op zoogdieren zijn uitgesloten.

5.4

Reptielen, amfibieën en vissen

Er zijn geen geregistreerde waarnemingen van reptielen, amfibieën en vissen in het plangebied. Er is ook geen geschikt habitat aanwezig. Negatieve effecten op deze soortgroepen zijn uitgesloten.

5.5

Vlinders, libellen, juffers en insecten

Effectenbeoordeling Dagvlinders

3

Broedseizoen: Vogels worden met name beschermd tijdens het broedseizoen. Een belangrijke vraag is dus: Van wanneer tot wanneer duurt het broedseizoen? Vaak wordt als grove lijn gezegd dat het broedseizoen duurt van 15 maart tot en met 15 juli. Inderdaad broeden vogels met name in deze periode. De bescherming van vogels is echter niet gebaseerd op een datum, maar op het daadwerkelijke broedseizoen. Dat kan ook al voor 15 maart of na 15 juli zijn. Het broedseizoen begint niet pas wanneer de eieren gelegd zijn. Het broedseizoen gaat al van start met de paarvorming, territorium afbakenen en het bouwen van nesten. In deze tijdsspan worden vogels, hun nesten en eieren beschermd door de Wet natuurbescherming. Het nest mag niet verwijderd, verstoord of leeggehaald worden (Bron: Vogelbescherming Nederland). 14

Effecten op beschermde dagvlinders zijn vanwege het ontbreken van geschikt habitat op het erf uitgesloten. Libellen en juffers Effecten op beschermde libellen en juffers zijn vanwege het ontbreken van geschikt habitat op het erf uitgesloten.

5.6

Vaatplanten

Effectenbeoordeling In het gebied is geen geschikt habitat aanwezig voor beschermde soorten. Effecten op beschermde soorten kunnen worden uitgesloten.

5.7

Overige diersoorten

Effectenbeoordeling In het gebied zijn geen andere beschermde diersoorten aangetroffen.

5.8

Aanbevelingen voor natuurinclusief inrichten

Vanwege de achteruitgang van de biodiversiteit eisen provincies en gemeenten steeds vaker dat bij renovatie en nieuwbouw met natuur inclusief ontwerpt. Vogelbescherming Nederland en de Zoogdiervereniging hebben met steun van o.a. de Provincie Overijssel een toolbox ontwikkeld (www.bouwnatuurinclusief.nl). In dit geval is vooral gekeken naar de mogelijkheden om iets te doen met kleine zoogdieren. Het vrijblijvend advies is opgenomen in bijlage 6.

15

6

NatuurNetwerk Drenthe

Het NatuurNetwerk Drenthe (NND), waarvan de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) het belangrijkste onderdeel is, is een landelijk netwerk van natuur- en agrarische gebieden met een speciale natuurkwaliteit. Het netwerk bestaat zowel uit afzonderlijke natuurgebieden als uit verbindingszones die deze natuurgebieden met elkaar verbinden. Bovendien horen soms ook bermen, watergangen en kleine bosjes tot het netwerk, onderdelen die belangrijk zijn voor onze biodiversiteit. In totaal is het actuele Drentse natuurnetwerk ruim 70.000 hectare groot. Ongeveer 50.000 hectare is bestaande natuur zoals we dat al tientallen jaren kennen. De grote boswachterijen, de uitgestrekte heidevelden en de oude hoogveenkernen maken daar deel van uit. De 14 Natura 2000-gebieden (27.000 ha) vormen een belangrijk onderdeel van de bestaande natuur. Het behalen van Europese natuurdoelen voor deze gebieden vormen de belangrijkste natuuropgave voor de EHS. Bekende natuurgebieden die deel uitmaken van de NND zijn onder meer Nationaal Park Dwingelderveld, Nationaal Park Het Drents-Friese Wold, de grote boswachterijen in Midden-Drenthe, het hoogveenreservaat Bargerveen, de Drentse Aa, de Hunze en de Reest. Zoals uit onderstaande figuur blijkt ligt het plangebied niet binnen het NND. Derhalve zijn effecten op het NND uitgesloten.

Figuur 3.

16

Overzicht van plangebied (rode pijl) met ligging t.o.v. het NatuurNetwerk Drenthe (NND) (Bron: NDFF).

7

Natura 2000 gebieden (voortoets gebiedsbescherming)

Natura 2000 is een netwerk van Europese natuurgebieden. Het vormt de basis van het Europese natuurbeleid. Natura 2000 is gericht op de instandhouding en ontwikkeling van soorten en ecosystemen die voor Europa belangrijk zijn. Een voorbeeld is de Noordse woelmuis, die alleen nog maar in Nederland voorkomt. Uit onderstaande figuur blijkt dat het plangebied niet in de nabijheid van een Natura 2000 gebied ligt. Negatieve effecten op Natura 2000 gebieden zijn derhalve met zekerheid uitgesloten.

Figuur 4.

17

Ligging van het plangebied (rode pijl) ten opzichte van het Natura 2000-gebied (Bron: NDFF).

8

Conclusies

8.1

Conclusie Wet natuurbescherming (Soorten)

Als de aanbevelingen uit onderstaande tabel en hoofdstuk 5 worden uitgevoerd, dan kunnen effecten op beschermde soorten voorkomen worden en is er naar onze mening geen ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. In de tabel zijn de effecten samengevat. Wij adviseren wel om deze conclusie (het rapport) door het bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning (Gemeente Emmen) te laten bevestigen, als u nog een nieuwe Omgevingsvergunning nodig hebt. Het is eventueel ook raadzaam om het rapport voor te leggen ter beoordeling aan de provincie. Tabel 9.

Overzicht conclusies aangaande verstoring en de eventueel te nemen vervolgstappen.

Soortgroep

Ingreep verstorend

Nader onderzoek noodzakelijk

Wnbontheffing noodzakelijk

Nee, mits

Nee

Nee

Zie verder paragraaf 5.1 & 5.8

Jaarrond beschermd

Nee

Nee

Nee

Zie verder paragraaf 5.1 & 5.8

Verblijfplaatsen

Nee

Nee

Nee

Zie verder paragraaf 5.2 & 5.8

Vliegroutes

Nee

Nee

Nee

Zie verder paragraaf 5.2

Overige zoogdieren

Nee

Nee

Nee

Zie verder paragraaf 5.3 & 5.8

Amfibieën

Nee

Nee

Nee

Zie verder paragraaf 5.4

Reptielen

Nee

Nee

Nee

Zie verder paragraaf 5.4

Vissen

Nee

Nee

Nee

Zie verder paragraaf 5.4

Libellen en vlinders

Nee

Nee

Nee

Zie verder paragraaf 5.5

Vaatplanten

Nee

Nee

Nee

Zie verder paragraaf 5.6

Overige soortgroepen

Nee

Nee

Nee

Zie verder paragraaf 5.7

Vogels

Broedvogels

Bijzonderheden / opmerkingen

Vleermuizen

8.2

Conclusie NatuurNetwerk Drenthe

Er zijn geen effecten op de NND/EHS-gebieden te verwachten.

8.3

Conclusie Wet natuurbescherming (gebieden)

Er zijn geen effecten op de Natura 2000-gebieden te verwachten. Een vergunning op grond van Wet natuurbescherming is dan ook niet noodzakelijk.

18

9

Bronnen

9.1

Literatuur

• • • • • • • • •

9.2 • • • • • • • •

19

Bijlsma, R.G. (et al) 2001, Algemene en schaarse vogels van Nederland (Avifauna van Nederland 2) GMB uitgeverij/KNNV Uitgeverij, Haarlem/Utrecht. Dietz, C. (et al.) 2009, Vleermuizen; Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika, Tirion Natuur. Janssen A.M. & Schaminée H.J. 2003. Europese Natuur in Nederland; Habitattypen, KNNV Uitgeverij, Utrecht. Janssen A.M. & Schaminée H.J. 2008. Europese Natuur in Nederland; Soorten van de Habitatrichtlijn, KNNV Uitgeverij, Utrecht. Krijgsveld, K.L., Smits, R.R. & Winden J. van der 2008. Verstoringsgevoeligheid van vogels, Update literatuurstudie naar de reacties van vogels op recreatie, Bureau Waardenburg Rapport 08-173, Culemborg. Lange R. (et al.) 1994. Zoogdieren van West-Europa, KNNV Uitgeverij, Utrecht. Provincie Overijsel, 2019. Brochure: Soortenbescherming in Overijssel; Bunzing, egel, hermelijn en wezel. SOVON 1987, Atlas van de Nederlandse Vogels. SOVON Vogelonderzoek Nederland, 2002 Atlas van de Nederlandse Broedvogels 1998-2000, Nederlandse fauna 5, Naturalis, KNNV-uitgeverij Leiden.

Geraadpleegde websites www.sovonatlas.nl www.rijksoverheid.nl & www.synbiosys.alterra.nl www.natuurloket.nl www.overheid.nl www.uilen.org www.waarneming.nl www.zoogdieratlas.nl www.ndff.nl

[verspreidingsgegevens vogels] [natuurwetgeving / soortbescherming & gebiedsbescherming N2000 / EHS, profielendocument] [waarnemingen van flora en fauna] [actuele wetteksten] [vogelwaarnemingen en informatie / uileninformatie] [waarnemingen van flora en fauna] [waarnemingen zoogdieren]

BIJLAGE 1

Algemene verbodsbepalingen Wnb

§ 3.1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Artikel 3.1 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. § 3.2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Artikel 3.5 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4.

Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. § 3.3. Beschermingsregime andere soorten Artikel 3.10 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a) in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b) de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c) vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. 2.

Artikel 3.8, met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid, onderdeel b, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: a) in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daaropvolgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b) ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; c) ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; d) ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; e) in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; f) in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; g) in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of h. in het algemeen belang. 3.

De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden. 20

BIJLAGE 2

Proces beoordeling ontheffing Wnb

Verdere uitwerking van het schema op: http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/routeplanner.aspx?subj=routeplanner#initiatiefnemer

21

BIJLAGE 3

Jaarrond beschermde vogels

Categorieën: 1. Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rusten verblijfplaats. 2.

Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar.

3.

Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar.

4.

Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen.

5.

Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.

22

Nesten van vogelsoorten van categorie 1 t/m 4 zijn jaarrond beschermd, de nesten van soorten in categorie 5 zijn beschermd als er onvoldoende alternatieven zijn. Nederlandse naam

Categorie Nederlandse naam

Categorie

Blauwe reiger

5

Ruigpootuil

5

Boerenzwaluw

5

Spreeuw

5

Bonte vliegenvanger

5

Tapuit

5

Boomklever

5

Torenvalk

5

Boomkruiper

5

Zeearend

5

Bosuil

5

Zwarte kraai

5

Brilduiker

5

Zwarte mees

5

Draaihals

5

Zwarte roodstaart

5

Eidereend

5

Zwarte specht

5

Ekster

5

Huismus

2

Gekraagde roodstaart

5

Kerkuil

3

Glanskop

5

Oehoe

3

Grauwe vliegenvanger

5

Ooievaar

3

Groene specht

5

Ransuil

4

Grote bonte specht

5

Roek

2

Hop

5

Slechtvalk

3

Sperwer

4

Huiszwaluw

5

Steenuil

1

IJsvogel

5

Wespendief

4

Kleine bonte specht

5

Zwarte wouw

4

Kleine vliegenvanger

5

Boomvalk

4

Koolmees

5

Buizerd

4

Kortsnavelboomkruiper

5

Gierzwaluw

2

Oeverzwaluw

5

Grote gele kwikstaart

3

Pimpelmees Raaf

5 5

Havik

4

23

BIJLAGE 4

Samenvatting NDFF (1-1-2017 tot 1-7-2022)

Wnb - Vogelrichtlijn Grasmus Groene specht Tjiftjaf Wnb - Habitatrichtlijn Gewone dwergvleermuis Otter Wnb - andere soorten Bruine kikker Egel Vos (Alleen vogels met broedindicatie in deze tabel, overige vogels zie tabel 1)

24

BIJLAGE 5

Omgevingsverordening Drenthe

Soortenvrijstellingslijst voor ruimtelijke ingrepen en bestendig beheer De vrijstelling als bedoeld in artikel 4.3 lid 1 van de Omgevingsverordening betreft de volgende soorten: Aardmuis Microtus agrestis Bastaardkikker (oude naam: middelste groene Pelophylax klepton esculenta (oude naam: Rana kikker) esculenta) Bosmuis Apodemus sylvaticus Bruine kikker Rana temporaria Bunzing Mustela putorius Dwergmuis Micromys minutus Dwergspitsmuis Sorex minutus Egel Erinaceus europeus Gewone bosspitsmuis Sorex araneus Gewone pad Bufo bufo Haas Lepus europeus Hermelijn Mustela erminea Huisspitsmuis Crocidura russula Kleine watersalamander Lissotriton vulgaris (oude naam: Triturus vulgaris) Konijn Oryctolagus cuniculus Pelophylax ridibundus (oude naam: Rana ridiMeerkikker bunda) Ondergrondse woelmuis Pitymys subterraneus Ree Capreolus capreolus Rosse woelmuis Clethrionomys glareolus Tweekleurige bosspitsmuis Sorex coronatus Veldmuis Microtus arvalis Vos Vulpes vulpes Wezel Mustela nivalis Woelrat Arvicola terrestris

25

BIJLAGE 6

Adviezen natuurinclusief bouwen

Advies 1 Vleermuizen (gevel)

26

Advies 2 Vleermuizen (kast)

Vleermuis inbouwkast Type Schwegler 1FE .

(Veldshop.nl)

Of een externe kast.

Links: Type: Vleermuizenkast Beaumaris Maxi Rechts: Type: Vleermuis Zomergevelverblijf 1FQ

(Vivara.nl) (Veldshop.nl)

Bron: https://www.checklistgroenbouwen.nl/maatregelen/maatr-details/inbouwkast-voor-vleermuizen

27

Advies 3 Huismus Inbouw (Vivarapro.nl):

Losse nestkasten:

Type: Systeem-nestkast huismus eco 34 mm (Vivara.nl)

28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=fa02beae-81db-44c0-9cbf-6b26854eea77