CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 NIEUW Toelichting bestemmingsplan

Commissie Wonen en Ruimte 11 april 2024, gemeente EmmenBij agendapunt: Bestemmingsplan 'Buitengebied Nieuw-Weerdinge, Mast 92'14.195 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

31

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw-Weerdinge, mast 92 (vastgesteld)

Conclusie Wanneer de genoemde maatregelen in het kader van soortenbescherming worden opgevolgd is geen aanvullend onderzoek nodig en is er geen Wnb ontheffing nodig. Uit het stikstof onderzoek blijkt dar er geen depositie plaatsvind op Natura-2000 gebieden. Het aspect ecologie geen belemmering voor het planvoornemen.

4.6

Stikstofdepositie

Gelet op de Wet natuurbescherming en de Beleidsregels natuurbescherming van de provincie Drenthe mag een plan alleen worden vastgesteld indien er geen significante gevolgen zijn voor een Natura 2000-gebied. Stikstofemissie wordt veroorzaakt door verkeer, mobiele werktuigen, het houden van vee, mest, etc. Als gevolg daarvan kan stikstofdepositie plaatsvinden op grote afstand van de bron. Projecten waarbij tijdens de uitvoering meer dan 0,00 mol/ha/jaar stikstofdepositie plaatsvindt op een Natura 2000-gebied zijn natuurvergunningplichtig. Projecten waarbij het gebruik resulteert in een toename van meer dan 0,00 mol/ha/jaar stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied is niet toegestaan. Om te bepalen wat de toename door het gebruik is, wordt het toekomstige plan vergeleken met de feitelijke, legale, planologische situatie van het huidige plan. Onderzoek Er is een stikstofdepositie onderzoek opgesteld door Antea Group.In het rapport 'Stikstofdepositie-onderzoek, Netversterking Noordoost Nederland 110kV, locatie 3, aanpassen masten en lijnverbindnig gemeente Emmen, d.d.22 februari 2024' zijn de resultaten hiervan beschreven. Dit rapport is als bijlage Bijlage 3 aan deze toelichting toegevoegd. Onderstaand zijn de conclusies weergegeven van dit onderzoek.

Met behulp van het rekenprogramma AERIUS Calculator (versie 2023.1) is de mogelijke toename van stikstofdepositie in beeld gebracht. Dit heeft de volgende resultaten opgeleverd: Realisatiefase: 0,00 mol/ha/jaar. Uit de AERIUS-berekening blijkt dat de voornemens niet leiden tot een stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol/ha/jaar op omliggende Natura 2000-gebieden. Ter controle zijn er rekenpunten geplaatst op Duitse Natura 2000-gebieden welke zich binnen een straal van 25 km van het projectgebied bevinden. In het doorgerekende model is er geen sprake van stikstofdepositie op deze Natura 2000-gebieden. Het AERIUS-model voor het project is toegevoegd als bijlage bij het stikstof onderzoek (met als kenmerk Ropgfq1Zq25a). . In de gebruiksfase is er geen sprake van stikstofuitstoot. Er zijn geen machines aanwezig 32

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw-Weerdinge, mast 92 (vastgesteld)

die uitstoot geven daarom is een berekening naar de gebruiksfase ook niet nodig.

Conclusie Uit het opgestelde AERIUS-model blijkt dat de beoogde ontwikkeling niet leidt tot een stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jaar op enig Natura 2000-gebied. Significante effecten op Natura-2000 gebieden zijn daarmee uitgesloten. Stikstofdepositie staat vergunningverlening derhalve niet in de weg. 4.7

Geluid

Bij het opstellen van een bestemmingsplan dient het aspect geluid beoordeeld te worden. Bij het aspect geluid gaat het om het ruimtelijk mogelijk maken van geluidsbron (zoals wijzigingen aan een weg, spoorweg of industrie) enerzijds, en aan bestemmingen die een zekere mate van rust nodig hebben (zoals woningen, scholen en ziekenhuizen) anderzijds. Ruimtelijke plannen moeten voldoen aan de wet- en regelgeving die is opgenomen in de Wet geluidhinder (Wgh), de Wet milieubeheer (Wm) en onderliggende besluiten en regelingen. Realisatiefase Tijdens de realisatiefase van de voorgenomen ontwikkeling vinden de nodige werkzaamheden plaats. De werkzaamheden zelf en het materieel om de werkzaamheden uit te voeren veroorzaken een tijdelijke geluidsbelasting voor de omgeving. Het dichtstbijzijnde woonadres is voor de werklocaties bij mast 094, op ruim 100 meter afstand. Dit betekent dat de effecten beperkt zullen zijn. De Wet geluidshinder bevat geen regels voor dergelijke tijdelijke situaties. Voor bouwen zijn regels voor deze tijdelijke situaties opgenomen in het Bouwbesluit 2012 (art. 8.3) en voor overige activiteiten in de APV (art. 4:6). Tijdens de realisatie werkzaamheden dient aan deze regels voldaan te worden. Gebruiksfase De voorgenomen ontwikkeling is geen geluidgevoelige functie in de zin van de Wgh en veroorzaakt geen geluidshinder.

Akoestisch onderzoek naar deze verbinding en opstijgpunten is daarom niet noodzakelijk. Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied.

4.8

Luchtkwaliteit

Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (Wm). In titel 5.2 van de wet zijn de bepalingen ten behoeve van luchtkwaliteit opgenomen. Op 15 november 2007 is het onderdeel luchtkwaliteit van de Wm in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en op welke wijze overschrijdingen van de luchtkwaliteit dienen te worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. De Minister van Infrastructuur en Milieu heeft overeenkomstig artikel 5.12 van de Wm het NSL vastgesteld. Op 1 augustus 2009 is het NSL vervolgens in werking getreden. Projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van

33

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw-Weerdinge, mast 92 (vastgesteld)

invloed zijn op de luchtkwaliteit, hoeven niet meer te worden getoetst aan de hiervoor geldende grenswaarden. De beoordelingscriteria of er voor een project sprake is van nibm, zijn vastgelegd in het “Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)”. In dit Besluit is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma, een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 µg/m3 NO2 of PM10) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd.

Het bestemmingsplan voorziet in een planologische regeling voor een opstijgpunt. In het plangebied liggen de huidige concentraties van NO2, PM10 en PM2,5 ruim onder de wettelijke grenswaarden. Er worden geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt die leiden tot een substantiële toename van verkeer. De werkzaamheden ten behoeve van de aanleg genereren tijdelijk extra verkeer. In de gebruiksfase zijn bovengenoemde functies onbemand en vinden enkel beperkt verkeersbewegingen plaats voor toezicht en onderhoud. De mast stoot zelf geen stoffen uit die de luchtkwaliteit negatief kunnen beïnvloeden. Het project beïnvloedt dan ook niet in betekenende mate de luchtkwaliteit in de zin van het besluit NIBM. Aan de wettelijke grenswaarden wordt voldaan.

Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het planvoornemen

4.9

Water

Het opnemen van een waterparagraaf in een bestemmingsplan is wettelijk verankerd in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en het overleg met het waterschap wordt gevoerd op basis van artikel 3.1.1 Bro. In die paragraaf dient te worden uiteengezet wat voor gevolgen het plan in kwestie heeft voor de waterhuishouding, dat wil zeggen het grondwater en het oppervlaktewater. Het waterbeleid, zoals opgenomen in het Nationaal Waterplan 2016-2021 geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Het kabinet zet hiermee in op een robuust en toekomstgericht inrichten van het watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart.

Onderzoek Er is een watertoets opgesteld door Antea Group. In het rapport 'Netversterking Noordoost Nederland 110kV, gemeente Emmen, Watertoets, d.d. 23 juni 2023'zijn de resultaten hiervan beschreven. Dit rapport is als bijlage Bijlage 6 aan deze toelichting toegevoegd. Onderstaand zijn de conclusies weergegeven van dit onderzoek. Verhard oppervlak In de huidige situatie is het plangebied grotendeels onverhard. Ter plaatse van de mastvoeten is een betonnen fundering aanwezig, verder is het in en rondom de mast onverhard. In de toekomstige situatie zal de hoeveelheid verharding toenemen door de te plaatsen opstijgpunten. Er zullen in totaal 3 opstijgpunten geplaatst worden met een betonnen fundering en mogelijk wat half-verharding er omheen. De opstijgpunten zullen een oppervlak krijgen wat ongeveer gelijk is aan het huidige mast oppervlak. Dit zal leiden tot een geschatte toename in verhard oppervlak van 300 m².

34

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw-Weerdinge, mast 92 (vastgesteld)

Tabel 4.7: Geschat oppervlak hoogspanningsmasten Mast

Oppervlakte mast (m²)

Mast 092

70

Mast 152

180

Mast 094

50

Total verhard oppervlak

300

Aangezien het plangebied niet binnen de bebouwde kom, binnen uitbreidingsplannen en in glastuinbouwgebied ligt en er minder dan 1.500 m² verharding wordt gerealiseerd wordt waterberging niet noodzakelijk geacht. Waterhuishouding Er worden geen problemen met de waterhuishouding voorzien bij de aanleg van de opstijgpunten en hoogspanningskabels. De kabels zullen met een gestuurde boring geplaatst worden, hiervoor is geen bemaling nodig. Afhankelijk van de grondwaterstand moet er mogelijk wel bemalen worden voor de aanleg van de opstijgpunten. Hiervoor kan indien nodig een bemalingsadvies worden opgesteld. Oppervlaktewater Het geplande tracé zal een aantal sloten en een oppervlaktewatergang kruisen. Doordat de kabels op voldoende diepte onder de watergangen door worden gelegd (dieper dan 20 meter) worden geen negatieve effecten verwacht op het oppervlaktewater door de aanleg van de hoogspanningskabels. Waterveiligheid Het plangebied bevindt zich niet binnen een waterkering of de beschermingszone daarvan, hiermee worden dan ook geen problemen voorzien. Ook is er geen overstromingsgevaar in het gebied waar rekening mee moet worden gehouden. Klimaatadaptatie Bij het aanleggen van de opstijgpunten kan gekozen worden voor half verharding of onverhard oppervlak rondom het opstijgpunt.

Door gebruik te maken van halfverharding, zoals grindpaden of poreuze materialen, kan water infiltreren in de bodem en de grondwaterstand verhogen. Dit helpt bij het voorkomen van overstromingen en zorgt voor een natuurlijke afvoer van regenwater. Onverharding, zoals graslanden of natuurlijke vegetatie, helpt ook bij waterabsorptie en draagt bij aan het verminderen van hitte-eilanden. Door slim gebruik te maken van deze technieken kunnen we de veerkracht van het buitengebied en de hoogspanningslocaties vergroten in het licht van klimaatverandering. Conclusie De waterhuishouding in en rond het gebied zal niet verslechteren door de aanleg van de ondergrondse verkabeling en de drie nieuwe opstijgpunten. Vanuit het aspect water is het plan uitvoerbaar.

4.10

Kabels en leidingen

De ongestoorde ligging van planologisch relevante leidingen en hoogspannings- verbindingen dient te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen en verbindingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden.

35

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw-Weerdinge, mast 92 (vastgesteld)

De leidingen en verbindingen zijn te verdelen in drie typen: 1. buisleidingen met een externe veiligheidszone; 2. bovengrondse hoogspanningslijnen; 3. overige leidingen. De eerste twee type leidingen zijn in ieder geval planologisch relevant. Voor de overige leidingen bepalen bevoegd gezag en leidingbeheerders of deze planologisch relevant zijn. Voorbeelden van planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd: gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen en goederen; - aardgas met een diameter groter of gelijk aan 18 inch; defensiebrandstoffen; warmte en afvalwater, ruwwater of halffabricaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18 inch. TenneT, initiatiefnemer van het voornemen waarvoor dit bestemmingsplan wordt opgesteld, beschouwt haar ondergrondse kabels als planologisch relevant. Gezien het groot maatschappelijk belang van de kabels en omdat er grote problemen ontstaan als de kabels niet meer werken of niet gerealiseerd kunnen worden, is het wenselijk/noodzakelijk deze in het bestemmingsplan op te nemen.

Onderzoek Het bestemmingsplan maakt aanpassing aan de bestaande twee bovengrondse hoogspanningsverbindingen mogelijk. Het plangebied betreft ook alleen de beschermingsstrook van deze beide verbindingen inclusief beheerszone. Dit zijn ook de enige twee planologische relevante kabels en leidingen in het gebied die ook in het geldende bestemmingsplan beschermd zijn. Omdat de leidingbeheerder TenneT is en Tennet ook zorg draagt voor de aanpassingen zijn deze ook in de toekomst goed beschermd. Verder liggen er geen planologisch relevante leidingen in het plangebied. TenneT zorgt er ook voor dat tijdens de realisatie en aanpassing van de masten iedereen stroom blijft houden. Conclusie Het aspect kabels en leidingen vormt geen beperking voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.11

Externe veiligheid

Het transport, de opslag en productie van gevaarlijke stoffen brengen risico's met zich mee door de mogelijkheid dat bij een ongeval gevaarlijke lading vrij kan komen. De discipline externe veiligheid houdt zich bezig met het beheersen van de hieraan verbonden risico's voor mensen die zich in de nabijheid van gevaarlijke stoffen bevinden. Het Nederlandse externe veiligheidsbeleid is gericht op de bescherming van individuen die zich bevinden in beperkt kwetsbare en kwetsbare objecten1. Deze twee soorten (kwetsbare) objecten worden ook wel de risico-ontvangers genoemd. In het kader van het vaststellen van nieuwe ruimtelijke plannen zoals een bestemmingsplan moet worden getoetst of het realiseren van het plan een onacceptabel extern veiligheidsrisico oplevert. Bij de toetsing moet gekeken worden naar twee soorten risico's, plaatsgebonden risico en groepsrisico.

36

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw-Weerdinge, mast 92 (vastgesteld)

De nieuwe opstijgpunten en ondergrondse kabelverbindingen vallen niet onder de werkingssfeer van wet- en regelgeving ten aanzien van externe veiligheid. Het zijn geen risicovolle inrichtingen en geen (beperkt) kwetsbaar object. De ontwikkeling zorgt verder niet voor een toename van de kans op een incident bij risicobronnen (plaatsgebonden risico en groepsrisico) of een toename van de effecten van een mogelijk incident. Nader onderzoek is dan ook niet noodzakelijk. We is er in de directe nabijheid een gasopslagtank aanwezig. Deze vormt wettelijk gezien geen beperking voor de uitvoerbaarheid maar mogelijk kan TenneT er toch voor kiezen om bij de verdere uitwerking toch maatregelen te treffen, te denken valt dan aan een aarden wal ter afscherming van de opstijgpunten. Deze kan aangelegd worden binnen de geldende bestemming. Eventuele extra maatregelen zullen in samenspraak met de Veiligheidsregio uitgewerkt kunnen worden. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

4.12

Gezondheid

Bij transport van elektriciteit ontstaan magnetische velden. De magnetische veldsterkte wordt uitgedrukt in microtesla (één miljoenste deel van een tesla).Voor bovengrondse hoogspanningsverbindingen heeft TenneT zich geconformeerd aan: het beleidsadvies van de Minister voor Klimaat en Energie van 21 april 2023, kenmerk DGKE-DRE / 26746813; Voorzorgbeleid voor magneetvelden bij elektriciteitsvoorzieningen De sterkte van elektrische en magnetische velden is afhankelijk van de aanwezige spanning (elektrisch veld) of de stroomsterkte (magnetisch veld), maar is ook sterk afhankelijk van de afstand tot de bron. Net als bij een warmtebron geldt voor elektrische en magnetische velden dat de veldsterkte snel afneemt wanneer de afstand tot de bron groter is. Bij ondergrondse hoogspanningskabels spelen elektrische velden geen rol. Door de metalen beschermingsmantel om de kabel wordt het elektrisch veld volledig afgeschermd. Voor wat betreft magneetvelden rond hoogspanningsinfrastructuur geldt een grenswaarde van maximaal 100 microtesla. Deze waarde komt voort uit aanbevelingen van de Europese Unie en geldt als norm voor de maximale blootstelling aan burgers. Het volledige hoogspanningsnet van TenneT voldoet aan deze norm op alle voor publiek toegankelijke plaatsen.

Voor ondergrondse kabelverbindingen (en opstijgpunten) geldt dat bij de aanleg proportionele bronmaatregelen worden getroffen. Die bronmaatregelen zijn opgenomen in het herijkte voorzorgbeleid. Als bronmaatregel kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het in driehoeksformatie leggen van kabels of het toepassen van driefasenkabels bij een nieuwe ondergrondse kabelverbinding. De bronmaatregelen zorgen er voor dat de magneetvelden in sterkte verminderen en de magneetveldcontour smaller wordt. Daarmee volgt TenneT het herijkte voorzorgbeleid. Overigens adviseert de Minister het bevoegd gezag voor de ruimtelijke ordening om geen specifieke afstanden tot bestemmingen waarin mensen langdurig verblijven te berekenen bij ondergrondse kabelverbindingen en hoogspanningsstation. De Minister acht het voldoende om in deze gevallen enkel de bronmaatregelen te treffen.

Het planvoornemen voldoet aan het huidige beleidsadvies (beleidsadvies van de Minister

37

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw-Weerdinge, mast 92 (vastgesteld)

voor Klimaat en Energie van 21 april 2023, kenmerk DGKE-DRE / 26746813; Voorzorgbeleid voor magneetvelden bij elektriciteitsvoorzieningen). Het aspect magneetvelden vormen geen belemmering voor het planvoornemen.

4.13

Niet gesprongen explosieven

Na de Tweede Wereldoorlog zijn op diverse plekken in Nederland ontplofbare oorlogsresten (verder OO genoemd) achtergebleven. Deze OO vormen een risico op het moment dat in de nabijheid van deze explosieven activiteiten in de bodem worden uitgevoerd, zoals graven. Voorafgaand aan deze bodemroerende werkzaamheden dient de aanwezigheid van deze OO uitgesloten te worden of dienen eventuele OO verwijderd te worden. Onderzoek Antea Group heeft in samenwerking met AVG en in opdracht van TenneT een vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten (29 maart 2023)uitgevoerd voor het onderzoeksgebied TenneT Netversterking Noordoost Nederland 110 kV. In het rapport 'Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten, Netversterking Noordoost Nederland 110kV, locaties 1 t/m5, d.d. 10 november 2022' zijn de resultaten hiervan beschreven. Dit rapport is als bijlage Bijlage 7 aan deze toelichting toegevoegd. Onderstaand zijn de conclusies weergegeven van dit onderzoek. Op basis van de beoordeelde feiten is geconcludeerd dat er onvoldoende, of te globale, indicaties zijn voor de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten in het onderzoeksgebied. Het plangebied is niet verdacht op de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. Conclusie Op basis van het bureauonderzoek OO kan geconcludeerd worden dat het plangebied niet verdacht is op OO.

4.14

Vormvrije m.e.r. beoordeling

Voor plannen en besluiten die ontwikkelingen bevatten die (mogelijk) belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben, geldt de verplichting om de procedure voor milieueffectrapportage te doorlopen of te beoordelen of het doorlopen van een dergelijke procedure noodzakelijk is (een m.e.r.-beoordeling). Op die manier krijgt milieu een volwaardige rol in de afweging van belangen. De milieueffectrapportage is geregeld in de Wet milieubeheer en nader uitgewerkt in de AMvB Besluit m.e.r. De categorieën van activiteiten waarbij deze verplichting aan de orde is, zijn vastgelegd in het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). Het Besluit m.e.r. bestaat uit een hoofddeel en een bijlage. De activiteiten die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben, staan genoemd in de bijlagen van het Besluit milieueffectrapportage. Het gaat om de C-lijst en de D-lijst waarin alle activiteiten staan genoemd waarvoor m.e.r.-verplichtingen kunnen gelden. De aard en omvang van de activiteit bepaalt in belangrijke mate welke verplichtingen gelden ten aanzien van de rapportages. Er is sprake van een vormvrije m.e.r.-beoordeling, een m.e.r.-beoordeling of een m.e.r.-plicht. De gevallen waarvoor een milieueffectrapportage verplicht is, staan in onderdeel C. De gevallen waarvoor een m.e.r.-beoordeling verplicht is, staan in onderdeel D.

De gevallen in onderdeel D zijn overigens indicatief. De verplichting voor een m.e.r.-beoordeling geldt ook wanneer op grond van de selectiecriteria in bijlage III bij de EEG-richtlijn

38

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw-Weerdinge, mast 92 (vastgesteld)

milieu-effectbeoordeling niet kan worden uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Deze omstandigheden zijn: de kenmerken van de projecten (omvang project, gebruik van natuurlijke hulpbronnen, productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder, risico en ongevallen en de cumulatie met andere projecten); de plaats van de projecten (bijzondere gebieden, bestaand grondgebruik, rijkdom/kwaliteit/regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen van het gebied, het opnamevermogen van het natuurlijk milieu); de kenmerken van de potentiële effecten (in samenhang met de eerste twee criteria: bereik, grensoverschrijdende karakter van het effect, orde/grootte/complexiteit effect, waarschijnlijkheid effect, duur/frequentie/onomkeerbaarheid van het effect). Gelet op de wetswijziging per 16 mei 2017 moet er voor de aanleg van een ondergrondse hoogspanningsleiding op grond van het Besluit m.e.r. bijlage D een aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling door de initiatiefnemer worden opgesteld, op basis waarvan de gemeente een besluit neemt over de m.e.r.-beoordelingsplicht. Tabel 4.2: fragment Besluit m.e.r. ten aanzien van hoogspanningsleiding.

Onderzoek Er is een vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld door Antea Group. In het rapport 'Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling, Locatie 3 Emmen, d.d. 22 november 2023' zijn de resultaten hiervan beschreven. Dit rapport is als bijlage 8 aan deze toelichting toegevoegd. Onderstaand zijn de conclusies weergegeven van dit onderzoek. In het kader van deze notitie en de onderzoeken in het kader van de ruimtelijke onderbouwing (toelichting bestemmingsplan) is in voldoende mate inzicht gekregen in de milieugevolgen van de beoogde ontwikkeling. Gelet op de kenmerken van het project, de locatie van het project en de kenmerken van de effecten van het project, moet worden geconcludeerd dat het project niet leidt tot milieueffecten van dusdanige omvang dat sprake kan zijn van 'belangrijke nadelige milieugevolgen'. Er is daarom geen aanleiding of noodzaak voor het doorlopen van een formele m.e.r.-beoordelingsprocedure of m.e.r. procedure. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Emmen heeft op basis hiervan ook een M.e.r.-beoordelingsbesluit genomen op 30 november 2023 luidende dat er geen milieueffectrapport opgesteld wordt omdat er geen nadelige milieugevolgen ontstaan. Dit besluit is opgenomen als bijlage 9 bij deze toelichting. 39

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw-Weerdinge, mast 92 (vastgesteld)

Conclusie Gelet op het voorstaande wordt voorgesteld om op basis van deze aanmeldnotitie te besluiten dat geen milieueffectrapportage nodig is.

40

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw-Weerdinge, mast 92 (vastgesteld)

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planopzet

Inleiding

Een bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. Alleen de regels en de verbeelding zijn juridisch bindend. De plantoelichting bevat de onderbouwing, achtergronden, onderzoeken en motieven van het plan. De toelichting is enerzijds voor de besluitvorming van belang en kan anderzijds van belang zijn bij het interpreteren van de regels of de verbeelding. Het beleid en de planuitgangspunten, zoals verwoord in deze toelichting, hebben in de regels en op de verbeelding van dit bestemmingsplan hun juridische vertaling gekregen in de vorm van bestemmingen en aanduidingen met bijbehorende planregels. De juridische planopzet en de inhoud van de toegekende bestemmingen worden in dit hoofdstuk toegelicht. Dit bestemmingsplan is opgezet conform de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het plan is mede gebaseerd op de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012). Op de verbeelding zijn bestemmingen toegekend. Bij het opstellen van de verbeelding is gebruik gemaakt van een kadastrale kaart en van de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT).

5.2

Toelichting regels

in dit bestemmingsplan wordt gewerkt met inleidende regels, bestemmingsregels en algemene regels. De inhoud hiervan wordt onderstaand beschreven. 5.2.1

Inleidende regels

Hoofdstuk 1 'Inleidende regels' bestaat uit twee artikelen: Begrippen (artikel 1) Artikel 1 van de planregels bevat beschrijvingen van begrippen welke in het algemeen spraakgebruik onvoldoende vastliggen en waarbij verschil in interpretatie mogelijk is. Wijze van meten (artikel 2) In artikel 2 wordt aangegeven op welke manier hoogte, lengte, inhoud en oppervlakte van bouwwerken/percelen gemeten moet worden. 5.2.2

Bestemmingsregels

Hoofdstuk 2: 'Bestemmingsregels' omvat regels die betrekking hebben op het gebruiksdoel van de gronden. Ten behoeve van een logische en eenduidige opbouw wordt conform de SVBP2012 het navolgende opbouw voor de bestemmingsregelingen aangehouden: Bestemmingsomschrijving: Hierin wordt een omschrijving van de bestemming gegeven, alsmede welk gebruik binnen deze bestemming is toegestaan. Bouwregels: Hierin wordt bepaald aan welke voorwaarden de gebouwen en bouwwerken moeten voldoen. Afwijken van de bouwregels: Geeft aan van welke bouwregels, en binnen welke grenzen, door het college van Burgemeester en Wethouders middels een omgevingsvergunning kan worden afgeweken. Specifieke gebruiksregels: 41

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw-Weerdinge, mast 92 (vastgesteld)

Geeft aan welk gebruik van de gronden of de daarop aanwezige gebouwen of bouwwerken in ieder geval als strijdig gebruik moet worden aangemerkt. De in het plan opgenomen bestemmingen wordt hierna nader toegelicht: Artikel 3 Bedrijf- Opstijgpunt Ter plaatse van de bestemming 'Bedrijf - Opstijgpunt' wordt een opstijgpunt gerealiseerd. Deze bestemming is gelegd op de gronden die de overgang markeren van de bovengrondse lijnverbindingen naar de ondergrondse 110kV-kabelverbindingen. Binnen deze bestemming enkel bouwwerken geen gebouw zijnde toegestaan. Artikel 4 Leiding - Hoogspanning Deze dubbelbestemming maakt de realisatie van een ondergrondse 110 kV-kabelverbinding mogelijk. Daarnaast zorgt deze dubbelbestemming ervoor dat deze, na aanleg, wordt beschermd. Om dit laatste doel te bewerkstelligen zijn bouw- en aanlegregels opgenomen. De bijbehorende belemmeringsstrook is vastgesteld op basis van het benodigde ruimtebeslag voor aanleg en instandhouding van de ondergrondse 110 kV-hoogspanningsverbinding. Dat ruimtebeslag wordt bij ondergrondse kabelverbindingen gevormd door de buitenste kabel plus een beschermingszone. Daarbij is rekening gehouden met veiligheidseisen, onder andere om veilig (onderhouds)werkzaamheden uit te kunnen voeren en ongestoord functioneren van de kabel te kunnen garanderen. 5.2.3

Algemene regels

Hoofdstuk 3 van het bestemmingsplan bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied van het bestemmingsplan. Hieronder worden de algemene regels van dit bestemmingsplan toegelicht. Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Deze standaardbepaling strekt ertoe te voorkomen dat van ruimte die in een bestemmingsplan voor de realisering van een bepaald gebruik of functie mogelijk is gemaakt, na realisering daarvan, ten gevolge van feitelijke functie- of gebruiksverandering van het gerealiseerde, opnieuw ten tweede male zou kunnen worden gebruik gemaakt. Artikel 6 Algemene gebruiksregels In de algemene gebruiksregels wordt een voor (vrijwel) alle bestemmingen geldende nadere uitwerking van de op grond van de Wro geldende algemene gebruiksregel gegeven. Het gaat om een verbod om gronden te gebruik voor het storten van puin en afvalstoffen, het verbod om gronden en gebouwen te gebruiken als seksinrichting. Daarnaast gaat het om een verbod om gronden te gebruiken als opslag van schroot, afbraak- en bouwmateriaal, de stalling en opslag van niet meer in gebruik zijnde voer-, vaar- en vliegtuigen. Tenslotte wordt in deze regels het gebruik als standplaats voor kampeermiddelen uitgesloten, tenzij anders bepaald..

Artikel 7 Overige regels In de overige regels is de verhouding geregeld tussen dit bestemmingsplan en de onderliggende vigerende bestemmingsplannen en beheersverordeningen. Ter plaatse van de enkelbestemming in dit bestemmingsplan komen de enkelbestemming en dubbelbestemmingen uit de vigerende bestemmingsplannen dan wel beheersverordeningen te vervallen. Ter plaatse van de dubbelbestemmingen in dit bestemmingsplan prevaleren de dubbelbestemmingen en blijven de onderliggende bestemmingen op basis van de vigerende bestemmingsplannen dan wel beheersverordeningen van kracht voor zover zij niet strijdig zijn met de dubbelbestemmingen. Artikel 8 en 9 Overgangs- en slotregels

42

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw-Weerdinge, mast 92 (vastgesteld)

In het bestemmingsplan is het overgangsrecht opgenomen ten aanzien van bouwwerken en gebruik. De formulering is overgenomen uit de standaardbepaling van het Besluit ruimtelijke ordening. Tevens is een slotregel opgenomen welke conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2008 is geformuleerd.

43

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw-Weerdinge, mast 92 (vastgesteld)

Hoofdstuk 6

6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Communicatie

Bij het project zijn omwonenden en belanghebbenden via diverse kanalen geïnformeerd en betrokken, waaronder via informatieavonden en de projectwebsite. Op de projectwebsite wordt ingegaan op het project, de beoogde planning en het laatste nieuws. Ook zijn er antwoorden op veelgestelde vragen te vinden. Daarnaast vinden 1-op-1 gesprekken plaats met eigenaren en bewoners met wie specifieke zaken af te stemmen zijn. Ten tijde van de bekendmaking van het ontwerpbestemmingsplan is dit breed aangekondigd. 6.2

Participatie

Participatie omwonenden en grondeigenaren Tot slot zijn de omwonenden en grondeigenaren in en rondom het plangebied belanghebbend. Deze zijn tijdens het proces betrokken. Omwonenden zijn geïnformeerd middels een brief, de projectwebsite http://www.tennet.eu/nl/projecten/netversterking-noordoost-nederland en kregen de mogelijkheid om per mail te reageren. Met de grondeigenaren zijn meerdere gesprekken gevoerd waarin zorgen, wensen en ideeën zijn opgehaald. De resultaten zijn besproken bij het interne TenneT projectteamoverleg, het overleg tussen TenneT en de gemeente Emmen in het overleg tussen TenneT en waterschap Hunze en Aa's 6.3

Overleg ex artikel 3.1 Wro

Het concept-ontwerpbestemmingsplan Buitengebied Nieuw-Weerdinge, mast 92 wordt voor overleg ex. artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) verzonden naar verschillende overlegpartners. Zoals uit de Nota van Beantwoording (bijlage 1) blijkt, zijn er aanpassingen doorgevoerd in het ontwerpbestemmingsplan. 6.4

Zienswijzen

Vanaf 20 december 2024 heeft het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegen. Tegen het bestemmingsplan Buitengebied Nieuw-Weerdinge, mast 92 zijn geen zienswijzen ingediend. De provincie heeft aangegeven dat zij kan instemmen met het bestemmingsplan. Derhalve is het bestemmingsplan ongewijzigd ter vaststelling aan de gemeenteraad aangeboden. 6.5

Ambtshalve aanpassingen

Ambtshalve is de begrenzing van de verbeelding met maximaal 1-2 meter verschoven omdat gebleken is dat het hekwerk rond het terrein ter beveiliging niet volledig binnen de bestemming viel. Daarom is de verbeelding ambtshalve iets aangepast ten opzichte van het ter inzage gelegde bestemmingsplan. Daarnaast is op basis van de nieuw voorgeschreven rekenmethode de stikstofdepositie nogmaals berekend. Daartoe is bijlage 3 vervangen door een nieuw rapport. De uitkomsten hebben niet geleid tot een andere conclusie zoals beschreven in paragraaf 4.6. Ook is een vervolg gegeven op het verkennend bodemonderzoek. Het verkennend onderzoek uit 2022 betrof een verkenning rondom de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem op meerdere locaties in Noord-Nederland. Het nieuwe bodemonderzoek, opgenomen in bijlage 5. De informatie en conclusie is daarmee aangepast in paragraaf 4.4/ Deze aanpassingen hebben overigens geen gevolgen voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling.

44

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw-Weerdinge, mast 92 (vastgesteld)

Hoofdstuk 7 Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1

Kosten

De kosten van het gehele project, inclusief procedure, zijn volledig voor rekening van de initiatiefnemer, TenneT. TenneT is zowel financieel als organisatorisch verantwoordelijk voor de aanleg en het beheer van de masten en kabelverbindingen. De leveringszekerheid is een wettelijke taak van TenneT op grond van de Elektriciteitswet 1998, waarin TenneT is aangewezen als netbeheerder van het hoogspanningsnet van Nederland. Dit betekent dat TenneT verantwoordelijk is voor de aanleg en het beheer van het transportnet, het transporteren van elektriciteit en het borgen van de energiebalans (het evenwicht tussen vraag en aanbod). In dat kader stelt TenneT financiële middelen beschikbaar voor uitvoering van dit bestemmingsplan. TenneT voert vrijwel uitsluitend gereguleerde taken uit. De kaders waarbinnen deze activiteiten uitgevoerd worden, zijn vastgelegd in de van toepassing zijnde wet- en regelgeving. Omdat TenneT zowel in Nederland als in een aantal regio's in Duitsland een monopolie heeft als netbeheerder, worden de kerntaken gereguleerd door onafhankelijke toezichthouders, namelijk de Nederlandse Autoriteit Consument en Markt (ACM) en de Duitse Bundesnetzagentur (BNetzA). Het is hun taak om de belangen van consumenten, bedrijven en netbeheerders af te wegen tegen de doelstellingen van betaalbaarheid, leveringszekerheid en duurzaamheid. 7.2

Zakelijk recht.

Voor de aanleg, de instandhouding en het beheer en onderhoud van de 110 kV kabelverbinding en bijbehorende opstijgpunten en masten moet TenneT gebruik kunnen (blijven) maken van een strook grond ter plaatse van de hoogspanningsverbinding. Deze strook (de zakelijk recht strook) is vastgesteld op basis van het benodigde ruimtebeslag voor aanleg, instandhouding, beheer, onderhoud en goed functioneren. Daarbij is tevens rekening gehouden met veiligheidseisen. Om gebruik te kunnen (blijven) maken van de grond in deze strook is TenneT voornemens een zakelijk recht overeenkomst (ZRO) (inclusief gebruiksovereenkomst) af te sluiten met de eigenaar, de eventuele overige zakelijk gerechtigden (erfpachters, opstalhouders, et cetera) en de eventuele persoonlijk gerechtigden (huurder, pachters, et cetera). In deze overeenkomsten worden de afspraken vastgelegd over het gebruik van de grond en welke vergoeding en welke rechten op toekomstige vergoedingen de rechthebbende van TenneT zal ontvangen. Het zakelijk recht betreft een opstalrecht en is een zelfstandig recht dat een inbreuk vormt op het exclusieve gebruiksrecht van de eigenaar en de overige zakelijk gerechtigden. TenneT hanteert bij de vestiging van een zakelijk recht het principe van schadeloosstelling (volledige schadevergoeding) zoals de Belemmeringenwet Privaatrecht die kent.

Schadeloosstelling betekent dat de rechthebbenden vóór en na de vestiging van het zakelijk recht in een gelijkwaardige vermogens- en inkomenspositie dienen te verkeren. Schadeloosstelling geschiedt in beginsel ongeacht het moment waarop schade zich voordoet. De schade dient wel een rechtstreeks en noodzakelijk gevolg te zijn van de vestiging van het zakelijk recht. De schade wordt onderscheiden in vier hoofdcomponenten: vermogensschade op het moment van afsluiten van de ZRO; inkomensschade; bijkomende schade op het moment van afsluiten van de ZRO en schade die op het moment van afsluiten van de ZRO onvoorzienbaar en/of onbepaalbaar is (toekomstschade). De grondeigenaren zijn geïnformeerd door TenneT over het voornemen het kabeltracé planologisch te verankeren in het voorliggende plan. Met de grondeigenaren wordt een ZRO gesloten. 45

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw-Weerdinge, mast 92 (vastgesteld)

Grondverwerving Indien het noodzakelijke gebruik van de grond voor de aanleg en instandhouding van de benodigde hoogspanningsverbindingen en de overige projectonderdelen benodigd voor het functioneren van de hoogspanningsverbinding leiden tot een inbreuk op het exclusieve gebruiksrecht die de functionaliteit van het object voor het actuele gebruik wezenlijk aantast, kan niet worden volstaan met de vestiging van een zakelijk recht zoals hiervoor vermeld. De belangen van een rechthebbende vorderen in een dergelijke situatie redelijkerwijs eigendomsoverdracht van het betreffende object. In dergelijke gevallen wenst TenneT het betreffende object dan ook te verwerven. 7.3

Grondexploitatie

Op grond van artikel 6.12 Wro, lid 1 (afdeling 6.4 grondexploitatie) stelt de gemeenteraad bij de vaststelling van (onder meer) een bestemmingsplan een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bouwplan is voorgenomen, indien het kostenverhaal niet op een andere wijze is verzekerd. Aangezien de kosten volledig bij TenneT liggen hoeft er geen grondexploitatieplan te worden opgesteld. 7.4

Planschade

Door wijzigingen van de planologische bestemming en de bijbehorende regels, kan er voor belanghebbenden (eigenaren, overige zakelijke gerechtigden en persoonlijk gerechtigden) in de nabijheid van de hoogspanningsverbinding of het koppelpunt schade ontstaan. Deze schade wordt planschade genoemd. De grondslag voor de tegemoetkoming in planschade wordt gevormd door afdeling 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening. Tegemoetkoming is aan de orde indien schade ontstaat in de vorm van inkomensderving of vermindering van de waarde van een onroerende zaak door een wijziging van het planologisch regime, die leidt tot een planologisch nadeel voor een belanghebbende. Overigens leidt niet ieder planologisch nadeel tot (voor vergoeding in aanmerking komende) schade. Een tegemoetkoming wordt toegekend voor zover de schade redelijkerwijs niet voor rekening van de aanvrager behoort te blijven en voor zover de tegemoetkoming niet voldoende anderszins verzekerd is. Dit laatste is bijvoorbeeld aan de orde bij de vestiging van zakelijke rechten en de verwerving van objecten. In deze gevallen is sprake van een volledige schadeloosstelling dus inclusief een tegemoetkoming in planschade. TenneT heeft met de gemeente Emmen een plankostenovereenkomst afgesloten. Onderdeel van deze plankostenovereenkomst is ook de planschade. 7.5

Handhaafbaarheid

Het bestemmingsplan is bindend voor zowel de overheid als de burger. De primaire verantwoordelijkheid voor controle en handhaving van de regels in het bestemmingsplan ligt bij de gemeente. Het handhavingsbeleid van de gemeente Emmen vormt de basis van de handhaving binnen de gemeentelijke grenzen. Handhaving kan worden omschreven als elke handeling die erop gericht is de naleving van regelgeving te bevorderen of een overtreding te beëindigen. Het doel van handhaving is om de bescherming van mens en omgeving te waarborgen tegen ongewenste activiteiten en overlast. In het kader van het bestemmingsplan heeft regelgeving met name betrekking op de Wet ruimtelijke ordening en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Bij overtreding van deze regels kan gedacht worden aan bouwen zonder vergunning, bouwen in afwijking van een verleende vergunning en het gebruik van gronden en opstallen in strijd met de gebruiksregels van het bestemmingsplan of een omgevingsvergunning. Uitvoering van bestemmingsplannen dient strikt te worden toegepast en gehandhaafd, omdat met het bestemmingsplan het waarborgen en verbeteren van het leefmilieu kan worden

46

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw-Weerdinge, mast 92 (vastgesteld)

aangestuurd. Een recent bestemmingsplan met duidelijke en hanteerbare regels maakt handhaving eenvoudiger. Wat hierbij wel noodzakelijk is zijn eenduidige en eenvoudige bestemmingsplanbepalingen die goed werkbaar zijn. De doeleindenomschrijving is daarbij belangrijk. Een duidelijke uitleg in de toelichting van het bestemmingsplan van de voorkomende bestemmingen kan verwarring en interpretatieverschillen voorkomen.

47

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=cd0a35dd-1479-42e7-b0dd-39c7c5e2b917