CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5: RHDHV Bijlage 2 LCA alternatieven

Commissie Wonen en Ruimte 13 maart 2023, gemeente EmmenBij agendapunt: Bestuurlijke reflectie gebiedsproces Schoonebeek (gevoelen raad ovv college) (39990-2022)13.953 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

17-1-2023

BF5299-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

31/44

Tabel 4-1. Bijdragen van verwerkingsroutes aan milieuthema’s, alle cijfers per m 3 vrijkomend productiewater Injectie

Volledig verwerking tot zoet water en vast zout

“Indikken van de waterstroom en brijninjectie”

voor 2024

voor 2028

voor 2033

voor 2024

voor 2028

voor 2033

voor 2024

voor 2028

voor 2033

Global warming

kg CO2 eq

2,83E+00

8,03E-01

4,26E-01

2,80E+01

1,24E+01

1,26E+01

3,41E+00

1,26E+00

8,48E-01

Stratospheric ozone depletion

kg CFC11 eq

2,96E-07

8,56E-08

8,15E-08

4,12E-06

3,63E-06

3,09E-06

1,25E-06

7,98E-07

6,70E-07

Ionizing radiation

kBq Co-60 eq

1,81E-03

5,65E-04

2,84E-04

2,17E-02

3,03E-02

2,07E-02

1,07E-02

7,23E-03

5,92E-03

Ozone formation, Human health

kg NOx eq

1,55E-03

4,52E-04

1,19E-04

1,03E-02

8,94E-03

5,58E-03

3,78E-03

2,12E-03

1,58E-03

Fine particulate matter formation

kg PM2.5 eq

7,19E-04

2,14E-04

8,21E-05

8,26E-03

8,77E-03

6,44E-03

2,67E-03

1,67E-03

1,33E-03

Ozone formation, Terrestrial ecosystems

kg NOx eq

1,95E-03

5,65E-04

1,82E-04

1,50E-02

1,07E-02

7,45E-03

4,16E-03

2,22E-03

1,64E-03

Terrestrial acidification

kg SO2 eq

2,31E-03

6,75E-04

2,41E-04

1,95E-02

1,50E-02

1,07E-02

5,65E-03

3,20E-03

2,44E-03

Freshwater eutrophication

kg P eq

1,42E-04

5,56E-05

2,22E-05

5,58E-04

3,25E-04

1,20E-04

1,77E-04

7,80E-05

4,63E-05

Marine eutrophication

kg N eq

1,98E-06

6,41E-07

1,93E-07

1,52E-05

4,27E-05

2,32E-05

1,96E-05

1,40E-05

1,17E-05

Terrestrial ecotoxicity

kg 1,4-DCB

3,58E-01

1,17E-01

4,20E-02

1,50E+01

2,09E+01

1,58E+01

4,62E+00

3,30E+00

2,74E+00

Freshwater ecotoxicity

kg 1,4-DCB

3,78E-04

1,11E-04

2,22E-05

3,09E-03

2,92E-03

1,84E-03

1,07E-03

6,39E-04

4,89E-04

Marine ecotoxicity

kg 1,4-DCB

3,19E-03

9,15E-04

1,13E-03

5,51E-02

2,81E-02

3,31E-02

6,08E-03

3,11E-03

2,80E-03

Human carcinogenic toxicity

kg 1,4-DCB

5,26E-03

1,54E-03

5,52E-04

5,64E-02

5,77E-02

4,25E-02

1,86E-02

1,17E-02

9,34E-03

Human non-carcinogenic toxicity

kg 1,4-DCB

3,83E-01

1,09E-01

4,84E-03

1,81E+00

1,31E+00

5,38E-01

6,77E-01

3,34E-01

2,19E-01

17-1-2023

BF5299-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

32/44

Land use

m2a crop eq

1,98E-02

5,87E-03

1,83E-03

1,51E-01

1,10E-01

7,55E-02

4,25E-02

2,31E-02

1,71E-02

Mineral resource scarcity

kg Cu eq

9,20E-04

4,43E-04

3,46E-04

7,40E-03

9,88E-03

6,68E-03

4,04E-03

2,79E-03

2,33E-03

Fossil resource scarcity

kg oil eq

8,92E-01

2,54E-01

2,07E-01

1,08E+01

4,36E+00

5,33E+00

1,02E+00

3,55E-01

2,78E-01

Water consumption

m3

7,61E-01

7,60E-01

7,60E-01

-2,86E-01

-2,44E-01

-2,72E-01

2,60E-02

1,89E-02

1,57E-02

4193% 17869% 37603%

818% 2623% 8310%

1727% 3067% 2926%

1073% 3743% 7690%

471% 1201% 11131%

765% 805% 1206% 1880% 2230% 1714% 4114% 1932% 2573%

121% 157% 199%

423% 932% 823%

592% 1280% 2086%

245% 470% 1330%

372% 781% 1618%

214% 394% 901%

245% 474% 1013%

124% 140% 209%

990% 2192% 6050%

1293% 2831% 6518%

284% 575% 2205%

191% 340% 248%

353% 757% 1692%

177% 305% 4524%

215% 393% 932%

439% 629% 675%

114% 140% 134%

3% 2% 2%

alt 2/alt 3 - zonder NaOH - voor 2024 - voor 2028 - voor 2033

89% 75% 70%

98% 104% 97%

109% 137% 191%

93% 88% 123%

97% 101% 139%

92% 85% 103%

96% 98% 136%

80% 58% 36%

163% 306% 841%

186% 330% 727%

109% 135% 365%

97% 99% 85%

111% 149% 278%

93% 89% 461%

97% 99% 149%

109% 122% 133%

89% 75% 68%

0% 0% 0%

17-1-2023

BF5299-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

33/44

Land use

Ionizing radiation

Water consumption

Human noncarcinogenic toxicity

767% 6657% 12003%

Fossil resource scarcity

Human carcinogenic toxicity

393% 586% 541%

Mineral resource scarcity

Marine ecotoxicity

843% 2218% 4420%

Freshwater ecotoxicity

Terrestrial ecotoxicity

769% 1888% 4090%

Freshwater eutrophication

1149% 4093% 7845%

Terrestrial acidification

663% 1978% 4687%

Ozone formation, Terrestrial ecosystems

1199% 5360% 7278%

Fine particulate matter formation

1395% 4239% 3791%

Global warming alt 1/alt 3 - voor 2024 - voor 2028 - voor 2033 alt 2/alt 3 - voor 2024 - voor 2028 - voor 2033

Ozone formation, Human health

990% 1548% 2967%

Stratospheric ozone depletion

Marine eutrophication

Tabel 4-2. Relatieve bijdragen van verwerkingsroutes aan milieuthema’s, alle percentages ten opzichte van injectie

-38% -32% -36%

Tabel 4-3. Uitsnede van relatieve bijdragen aan milieuthema’s voor alternatief “Vast Zout”, zichtjaar 2024 Global

Stratospheri

Ionizing

Ozone

Fine

Ozone

warming

c ozone

radiation

formation,

particulate

formation,

Terrestrial

Human

matter

Freshwater

Marine

Terrestrial

Freshwater

Marine

Human

Human non-

acidification eutrophication eutrophication ecotoxicity ecotoxicity ecotoxicity carcinogenic

toxicity

Mineral

Fossil

Water

resource

resource

consumption

scarcity

scarcity

Waterconsumptie

0%

depletion 0%

0%

0%

0%

Terrestrial 0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

110%

Stort restzout

1%

4%

11%

10%

5%

7%

5%

5%

8%

27%

22%

6%

6%

5%

12%

9%

1%

-5%

Ruimtegebruik (voor eindberging) Mijnbouwhulpstoffen

0% 0%

0% 0%

0% 0%

0% 0%

0% 0%

0% 0%

0% 0%

0% 0%

0% 0%

0% 0%

0% 0%

0% 0%

0% 0%

0% 0%

0% 0%

0% 0%

0% 0%

0% 0%

Bulkchemicalieën

4%

3%

24%

4%

30%

3%

6%

4%

25%

59%

12%

2%

28%

5%

4%

13%

0%

-3%

Energie elektriciteit

40%

28%

32%

60%

34%

52%

47%

87%

49%

9%

48%

23%

37%

85%

51%

36%

33%

-1%

55%

65%

33%

26%

31%

38%

42%

4%

18%

5%

18%

69%

29%

6%

32%

42%

65%

-1%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

99%

100%

100%

100%

stoom

toxicity

Land use

carcinogenic

Tabel 4-4. Uitsnede van relatieve bijdragen aan milieuthema’s voor alternatief “Indikken van de waterstroom en brijninjectie”, zichtjaar 2024 Global

Stratospheri

Ionizing

Ozone

Fine

Ozone

warming

c ozone

radiation

formation,

particulate

formation,

Terrestrial

Human

matter

Freshwater

Marine

Terrestrial

Freshwater

Marine

Human

Human non-

acidification eutrophication eutrophication ecotoxicity ecotoxicity ecotoxicity carcinogenic

toxicity

Mineral

Fossil

Water

resource

resource

consumption

scarcity

scarcity

Waterconsumptie

0%

depletion 0%

0%

0%

0%

Terrestrial 0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

stort reststof

0%

1%

1%

1%

1%

1%

1%

1%

0%

4%

3%

2%

1%

1%

2%

1%

1%

2%

Ruimtegebruik (voor eindberging) Mijnbouwhulpstoffen

0% 0%

0% 0%

0% 0%

0% 0%

0% 0%

0% 0%

0% 0%

0% 3%

0% 0%

0% 0%

0% 0%

0% 0%

0% 0%

0% 0%

0% 0%

0% 1%

0% 0%

0% 0%

Bulkchemicalieën

27%

79%

85%

63%

76%

58%

64%

36%

91%

90%

67%

52%

75%

50%

58%

83%

23%

94%

Energie elektriciteit

73%

21%

14%

35%

23%

41%

35%

60%

8%

6%

30%

46%

25%

50%

40%

14%

77%

4%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

Terrestrial

Freshwater

stoom

toxicity

Land use

carcinogenic

Tabel 4-5. Uitsnede van relatieve bijdragen aan milieuthema’s voor voorgenomen injectie, zichtjaar 2024 Global

Stratospheri

Ionizing

Ozone

Fine

Ozone

warming

c ozone

radiation

formation,

particulate

formation,

Human

matter

Terrestrial

depletion

Terrestrial

Freshwater

Marine

Marine

Human

acidification eutrophication eutrophication ecotoxicity ecotoxicity ecotoxicity carcinogenic toxicity

Human non-

Land use

carcinogenic toxicity

Mineral

Fossil

Water

resource

resource

consumption

scarcity

scarcity

Waterconsumptie

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

99,8%

Ruimtegebruik (voor eindberging)

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

Mijnbouwhulpstoffen

0,3%

1,1%

4,2%

1,4%

2,2%

1,1%

1,4%

15,1%

5,8%

6,2%

1,7%

0,7%

1,5%

0,5%

2,1%

27,8%

0,4%

0,0%

Bulkchemicalieën Energie

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

elektriciteit

99,7%

98,9%

95,8%

98,6%

97,8%

98,9%

98,6%

84,9%

94,2%

93,8%

98,3%

99,3%

98,5%

99,5%

97,9%

72,2%

99,6%

0,1%

stoom

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

17-1-2023

BF5299-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

34/44

5

Bronnen

https://en.wikipedia.org/wiki/2-Butoxyethanol https://nl.wikipedia.org/wiki/1-butanol https://nl.wikipedia.org/wiki/Etheenoxide https://en.wikipedia.org/wiki/Tetrakis(hydroxymethyl)phosphonium_chloride https://www.sigmaaldrich.com/NL/en/product/aldrich/15175 P.J. Zijlema, Nederlandse lijst van energiedragers en standaard CO2 emissiefactoren, versie januari 2022 RVO, Utrecht, januari 2022 (Zijlema, 2022) https://www.rvo.nl/files/file/2022-05/Nederlandse%20energiedragerlijst%20versie%20januari_2022_definitief.pdf

17-1-2023

BF5299-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

35/44

Bijlagen

Bijlage A Stoomproductie In de LCA is uitgegaan van informatie uit de MKBA voor het schatten van de milieubelasting gerelateerd aan stoom die bij zoutproductie – in Alternatief 1 - wordt gebruikt. Door NAM is in het kader van de MKBA aangegeven dat de in Alternatief 1 gebruikte stoom in eerste instantie volledig zal worden geproduceerd met de op het OBI-terrein opgestelde aardgasgestookte stoomketel. De ketel wordt gestookt met van het aardgasnet onttrokken aardgas en een kleiner volume aan met de aardolie mee geproduceerd ‘secundair gas’. Dit meegeproduceerde gas bevat H2S, dat bij verbranding van dit gas wordt omgezet in SO2, dat naar de atmosfeer wordt uitgestoten. Vanwege aanwezigheid van SO2 in de rookgassen wordt de schoorsteentemperatuur van de ketel hoog/hoger gehouden om zwavelzuurcondensatie en gerelateerde corrosie te vermijden. Het netto thermisch ketelrendement bedraagt volgens opgave door NAM circa 90%. Naast SO2 wordt ook NOx geëmitteerd. De rookgasconcentratie van beide stoffen is volgens NAM gelijk aan de grenswaarde in de vergunning: 30 mg/Nm3 en 70 mg/Nm3 bij standaardcondities (3vol% O2, droog rookgas). Voor andere luchtverontreinigende stoffen (zoals CO) zijn door NAM geen gegevens gedeeld of op internet (bijvoorbeeld bij Emissieregistratie) gevonden.

In het derde en vierde jaar na herstart van de olieproductie worden volgens NAM twee maatregelen operationeel waarmee de aan stoomproductie gerelateerde (directe) milieubelasting wordt gereduceerd: ◼

Voor ontzwaveling van secundair gas wordt in het derde jaar een Thiopaq ontzwavelingsinstallatie in gebruik genomen. Het secundaire gas wordt hiermee vrijwel volledig (> 99%) ontzwaveld. De daarbij afgevangen H2S wordt omgezet in zwavelkoek, die als grondstof voor kunstmest kan worden gebruikt.

◼

Stoomproductie wordt vanaf het vierde jaar in toenemende mate in de tijd gebaseerd op productie met elektrodenketels, waarin stoom wordt geproduceerd met behulp van elektriciteit. NAM heeft volgens eigen opgave een “memorandum of understanding” getekend met een partij die windenergie exploiteert, met als doel een oplossing voor de onbalans op het elektriciteitsnet te bieden. Er is daarom in deze beknopte LCA aangenomen dat de voor stoomproductie geconsumeerde elektriciteit volledig klimaatneutraal en emissievrij is. Het concept voorziet in de installatie van tussen de 80 MW en 120 MW aan industriële elektrische ketels op de OBI. Deze ketels staan altijd op stand by (zo’n 3% van het vermogen) en kunnen vrijwel instantaan opschakelen naar 100% vermogen. Dit biedt de mogelijkheid om pieken in het elektriciteitsaanbod te absorberen.

Aardgasgebruik en emissies per GJ op de OBI geproduceerde stoom zijn samengevat in Tabel A-1. Het is niet bekend of verder in de tijd eventueel nog maatregelen bij de gasgestookte ketels zullen worden geïmplementeerd om de milieubelasting verder te verminderen, bijvoorbeeld emissiereductie maatregelen om NOx-emissies te verlagen of maatregelen om het ketelrendement te optimaliseren.

Tabel A-1 Milieugegevens voor stoom op OBI 1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

19

CO2

64.515

60.215

60.176

35.647

36.978

26.405

23.563

20.714

19.602

19.613

19.549

19.164

19.486

19.512

19.697

19.791

19.635

19.343

26.945

NOx

21,9

19,9

19,9

11,7

12,0

8,5

7,6

6,7

6,4

6,4

6,4

6,3

6,5

6,5

6,6

6,6

6,6

6,5

9,0

SOx

9,4

8,5

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Aandeel stoom uit elektriciteit

0%

0%

0%

40%

38%

56%

72%

76%

77%

77%

77%

78%

77%

77%

77%

76%

76%

77%

55%

GJ aardgas/GJ stoom

1,1

1,0

1,0

0,6

0,6

0,4

0,4

0,3

0,3

0,3

0,3

0,3

0,3

0,3

0,3

0,3

0,3

0,3

0,4

- zwavelkoek productie

0,0

0,0

0,0

48,1

54,7

41,2

33,6

28,1

22,6

17,9

17,0

16,2

15,5

14,7

14,1

13,4

12,6

11,6

16,2

- NaOH-consumptie

0,0

0,0

0,0

4,8

5,5

4,1

3,4

2,8

2,3

1,8

1,7

1,6

1,5

1,5

1,4

1,3

1,3

1,2

1,6

Jaar na start oliewinning Emissies, g/GJ stoom

Thiopaq gegevens, g/GJ stoom

Bijlage B Elektriciteit en milieubelasting In de MKBA is door NAM het uitgangspunt gehanteerd dat elektriciteit gebruikt voor stoomproductie volledig klimaatneutraal en emissievrij is. Het uitgangspunt is gebaseerd op het gegeven dat NAM een “memorandum of understanding” getekend met een partij die windenergie exploiteert, met als doel om een oplossing voor de onbalans op het elektriciteitsnet te bieden. Dit uitgangspunt is in deze beknopte LCA overgenomen. Zoals opgegeven door NAM zal vanaf het vierde jaar na herstart van de aardolieproductie in Schoonebeek tussen de 40% tot bijna 80% van de voor olieproductie benodigde stoom kunnen worden geproduceerd op basis van klimaatneutrale windenergie. Stoomproductie voor oliewinning vraagt – vergeleken met productiewater behandeling - een veelvoud aan elektriciteit. Het lijkt daarom logisch dat voor productiewater behandeling benodigde elektriciteit samen met elektriciteit voor stoomproductie wordt ingekocht, voor zover als deze beschikbaar kan worden gesteld door de windenergie exploitant. Voor de resterende tijd zal voor productiewater behandeling de gemiddelde elektriciteitsmix vanaf het openbare net moeten worden ingekocht. In deze periode waait het blijkbaar minder of niet – anders was er wel windenergie geleverd.

De bijdrage van zon-PV aan de totale elektriciteitsproductie in Nederland is volgens KEV, 202227 relatief bescheiden. Daarnaast is zon-PV aangesloten op lokale en regionale netten, waarop momenteel vaak sprake is van congestie. Bovendien is er regionaal blijkbaar grote weerstand tegen zonneparken. Het lijkt daarom minder logisch dat elektriciteit uit zon-PV in significante hoeveelheden beschikbaar is voor NAM in Schoonebeek. Uitgaande van bovenstaande redenatie lijkt het redelijk te veronderstellen dat door NAM in windloze perioden ingekochte stroom is geproduceerd op basis van fossiele energie 28. Conform overheidsbeleid zal dit tot 2030 een combinatie van steenkool (en biomassa) en aardgas zijn en zal er na 2030 alleen aardgas worden ingezet. Op basis van prognoses voor de brandstofmix in KEV, 2022 is verondersteld dat de brandstofmix voor de door NAM in te kopen gemiddelde mix tot 2030 voor 45% uit steenkool en 55% uit aardgas bestaat. Voor het schatten van de milieubelasting per eenheid ingekochte grijze stroom gedurende de exploitatie is een aantal specifieke aardgasgestookte en steenkool gestookte energiecentrales beschouwd: ◼

Voor toekomstige elektriciteitsproductie in 2030 – 2040 zijn alleen de nieuwste aardgasgestookte energiecentrales beschouwd, gezien de technische en economische levensduur van dit soort centrales29.;

◼

Kolenstroom wordt geproduceerd bij vier specifieke eenheden 30.

De emissies van CO2, NOx, SO2 en PM10 per eenheid elektriciteit zijn geschat op basis van de volgende aannames:

Op basis van “Tabellen Klimaat- en Energieverkenning 2022, Versie 1.0; november 2022” Bijdragen van kernenergie en biomassa aan de mix zijn ter vereenvoudiging en bij wijze van ‘worst case’ benadering vooralsnog buiten beschouwing gelaten. 29 Dit zijn de volgende tussen 2010 en 2012 gerealiseerde of ingrijpend gemoderniseerde eenden: Enecogen centrale, Centrale Moerdijk, Centrale Diemen 34 en Centrale Hemweg 9, Maascentrale, Sloecentrale, Maximacentrale, Clauscentrale (eenheid C). De Magnum elektriciteitscentrale is buiten beschouwing gelaten omdat deze centrale nauwelijks operationeel is en is aangekocht door RWE met het streven om de centrale in de toekomst te gebruiken voor elektriciteitsproductie op basis van waterstof. 30 Dit zijn Uniper MPP3, Onyx Centrale Rotterdam en de Eemshaven Centrale eenheden A en B van RWE. 27 28

◼

Voor de beschouwde aardgasgestookte energiecentrales is uitgegaan van een netto elektrisch rendement van 58%. Voor de kolengestookte eenheden is uitgegaan van een netto elektrisch rendement van 46%.

◼

Voor de CO2-emissies per eenheid aardgas en steenkool is aangesloten bij de “Nederlandse lijst van energiedragers en standaard CO2 emissiefactoren”.

◼

Voor de geselecteerde eenheden zijn emissiecijfers uit LCP 5.2 gebruikt voor het schatten van NOx, SO2 en PM10 per eenheid elektriciteit31.

De resulterende ontwikkeling van emissies per eenheid elektriciteit en het aandeel aan aardgas en steenkool in de gebruikte energiebronnen is gegeven in Tabel B-2. Tabel B-2. Emissiefactoren voor elektriciteit tijdens windloze en windluwe perioden Tot 2030

Na 2030

CO2, kg/GJe

148,7

97,4

NOx, g/GJe

34,8

23,2

SO2, g/GJe

9,5

0,00

PM10, g/GJe

0,8

0,03

Voor verdisconteren van de milieubelasting gerelateerd aan winning, conditionering en transport van aardgas en steenkool zijn de volgende proceskaarten uit EcoInvent 3.8 database gebruikt: ◼

Hard coal {Europe, without Russia and Turkey}| market for hard coal | Cut-off, U

◼

Natural gas, high pressure {NL}| market for | Cut-off, U

De voor steenkool gebruikte proceskaart is niet conform de LCA-methodiek voorgeschreven in het LAP32.

31

Deze cijfers hebben betrekking op 2017 en eerdere jaren. Invloed van meestoken van houtpellets of andere soorten biomassa op de emissies van de kolengestookte eenheden is beperkt of niet aanwezig omdat in 2017 niet of nauwelijks biomassa werd meegestookt. 32 Dit moet ‘Electricity, hard coal, at power plant/NL’ worden

17-1-2023

BIJLAGE

BF5299-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

A4

Bijlage C Bulkchemicaliën en mijnbouwhulpstoffen In deze beknopte LCA is voor het verdisconteren van de aan de productie van de bij waterbehandeling geconsumeerde chemicaliën gebruik gemaakt van achtergronddata uit de Ecoinvent 3.8 database, zoals opgenomen in de SimaPro LCA software, versie 9.4.0.2. Emissies en andere vormen van milieubelasting per eenheid hulpstoffen zijn vertaald naar bijdragen aan milieuthema’s met karakterisatiefactoren voor het Hierarchist (H) perspectief.

C.1 Bulkchemicaliën De voor bulkchemicaliën gebruikte proceskaarten uit EcoInvent 3.8 zijn: ◼

Aluminium sulfate33, powder {RER}| market for aluminium sulfate, powder | Cut-off, U

◼

Chlorine dioxide {RER}| market for chlorine dioxide | Cut-off, U

◼

Citric acid {GLO}| market for | Cut-off, U

◼

Hydrochloric acid, without water, in 30% solution state {RER}| market for | Cut-off, U

◼

Sodium hydroxide, without water, in 50% solution state {GLO}| market for | Cut-off, U

◼

Activated carbon, granular {GLO}| market for activated carbon, granular | Cut-off, U

Eventuele verschillen tussen de in de LCA aangehouden concentraties en de in de databse aangehouden concentraties zijn verdisconteerd.

C.2 Mijnbouwhulpstoffen Voor beide beschouwde mijnbouwhulpstoffen – biocide, emulsiebreker – zijn geen achtergrondgegevens te vinden in EcoInvent. Voor beide stoffen is de specifieke bijdrage aan de beschouwde milieuthema’s daarom geschat aan de hand van de bijdragen van de grondstoffen waaruit deze chemicaliën worden geproduceerd: ◼

Emulsiebreker: 2-Butoxyethanol wordt geproduceerd door reactie van 1-butanol met etheenoxide in molaire verhoudingen van 1 : 134.

◼

Biocide Hydroxymethyl fosfoniumsulfaat wordt geproduceerd door reactie tussen fosfine (PH 3) en formaldehyde in molaire verhouding en in aanwezigheid van zwavelzuur in molverhouding 2 : 8 : 1. 2 PH3 + 8 H2C=O + H2SO4 → [P(CH2OH)4]2SO4

Voor het schatten van de milieubelasting zijn de volgende proceskaarten uit EcoInvent 3.8 gebruikt: ◼

1-butanol {GLO}| market for | Cut-off, U

◼

Phosphane {GLO}| market for | Cut-off, U

◼

Sulfuric acid {RER}| market for sulfuric acid | Cut-off, U

◼

Ethylene oxide {RER}| market for ethylene oxide | Cut-off, U

33 34

Er is aangenomen dat de bij flotatie geconsumeerde coagulant aluminiumsulfaat betreft. Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/2-butoxyethanol

Omdat geen informatie is gevonden over milieubelasting –zoals emissies en energiegebruik – tijdens synthese en eventuele nakomende processen voor isolatie en zuivering van het product is de schatting een onderschatting van de totale milieubelasting gerelateerd aan productie van deze stoffen.

17-1-2023

BIJLAGE

BF5299-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

A6

Bijlage D Storten van vaste reststoffen Gebruik van bedrijfsmiddelen en transporten gerelateerd aan de stort in big bags zijn berekend conform de methodiek uit de MER LAP. Er is uitgegaan van stort in een compartiment met een maximale hoogte van 15 meter. De bulkdichtheid van het te storten materiaal is gesteld op 1.200 kilo/m 3. Het materiaal wordt gestort in big bags van 1,25 m3 inhoud en een specifiek gewicht van 2,5 kg, die voor stort worden afgedekt met een PE hoes van 0,9 kilo. De ruimte tussen de lagen big bags van 1 meter hoogte wordt opgevuld met een laag van circa 0,3 meter aan zand. Aangenomen is dat de stortplaats zich op 50 kilometer van het olieveld bevindt. Zand wordt over een transport afstand van 50 kilometer over de weg aangevoerd. Voor het verdisconteren van de milieubelasting gerelateerd aan de bij storten gebruikte hulpstoffen zijn de volgende proceskaarten uit EcoInvent 3.8 database gebruikt: ◼

Sand {CH}| market for sand | Cut-off, U

◼

Polyethylene, high density, granulate {GLO}| market for | Cut-off, U

◼

Packaging film, low density polyethylene {GLO}| market for | Cut-off, U

◼

Extrusion, co-extrusion {GLO}| market for | Cut-off, U

◼

1 tonkm Transport, freight, lorry >32 metric ton, euro5 {RER}| market for transport, freight, lorry >32 metric ton, EURO5 | Cut-off, U

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=e960b601-5384-4549-8b36-5648ab032605