Bijlage 5 NIEUW Vervolgonderzoek bodemonderzoek
Tekst van het document
Rapport Verkennend Bodemonderzoek Deellocatie 03 Netversterking Noordoost Nederland Woldweg en Weerdinger-Erfscheidenveen te Nieuw-Weerdinge
projectnummer 0479579.100 definitief revisie 00 22 februari 2024
Rapport Verkennend Bodemonderzoek Deellocatie 03 Netversterking Noordoost Nederland Woldweg en Weerdinger-Erfscheidenveen te Nieuw-Weerdinge projectnummer 0479579.100 documentnummer 0479579.100-VO-3A definitief revisie 00 22 februari 2024
Auteur S. B
Opdrachtgever TenneT TSO B.V. Utrechtseweg 310 6812 AR ARNHEM
Gecontroleerd: A.W
datum 22 februari 2024
beschrijving 1e vrijgave
Rapport Verkennend Bodemonderzoek Deellocatie 03 Netversterking Noordoost Nederland projectnummer 0479579.100 22 februari 2024 revisie 00
Inhoud
1
Inleiding
3
1.1 1.2
Projectomschrijving Scope
3 3
2
Vooronderzoek
6
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Algemeen Locatiegegevens Terreininspectie Lokaal beleid Conclusie vooronderzoek/hypothese en onderzoeksopzet
6 6 7 7 8
3
Verrichte werkzaamheden
10
4
Onderzoeksresultaten
15
4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.2.4 4.3
Lokale bodemopbouw en veldwaarnemingen Analyseresultaten Toetsingskader Grond Grondwater Waterbodem Interpretatie
15 16 16 17 19 20 21
5
Conclusies
22
5.1 5.2
Conclusies Aanbevelingen
22 22
Bijlagen Bijlage 1 Kwaliteitsaspecten bodemonderzoek Bijlage 2 Vooronderzoek Bijlage 3 Profielbeschrijvingen en veldwaarnemingen Bijlage 4 Veldwerkfoto's Bijlage 5 Toetsing grondmonsters Bijlage 6 Toetsing grondwatermonsters Bijlage 7 Normenwaarden grond en grondwater Bijlage 8 Toelichting op normwaarden grond en grondwater Bijlage 9 Toetsing grondmonsters aan Besluit bodemkwaliteit Bijlage 10 Toelichting toetsingskader Besluit bodemkwaliteit Bijlage 11 Analysecertificaten Bijlage 12 PFAS-toetsing Bijlage 13 Toelichting uitgevoerd PFAS onderzoek Bijlage 14 Verantwoording uitvoering onderzoek
Blad 1 van 23
Rapport Verkennend Bodemonderzoek Deellocatie 03 Netversterking Noordoost Nederland projectnummer 0479579.100 22 februari 2024 revisie 00
Bijlage 15 Tekening
Blad 2 van 23
Rapport Verkennend Bodemonderzoek Deellocatie 03 Netversterking Noordoost Nederland projectnummer 0479579.100 22 februari 2024 revisie 00
1
Inleiding
1.1
Projectomschrijving Om capaciteitsknelpunten in het huidige elektriciteitsnet op te lossen en in de toekomst te voorkomen, gaat TenneT het hoogspanningsnet in onder andere Groningen en Drenthe verzwaren. Onderdeel van deze netversterking vormt het versterken van de bestaande 110kVverbinding ‘Zwolle-Meeden’ tussen masten 097 en 201. Dit om te zorgen voor een goede aan- en afvoer van elektriciteit van het (verstopte) onderliggende 110kV-hoogspanningsnet op het hoofdnet (380kV). Aanpassing en/of verzwaring van verschillende masten, opstijgpunten en verbindingen op dit deel van het tracé is daarom nodig. In opdracht van TenneT TSO B.V. voert Antea Group diverse veld- en bodemonderzoeken uit ten behoeve voor het project Netversterking Noordoost Nederland 110kV (NNON). Dit rapport omvat de resultaten van het verkennend bodemonderzoek.
1.2
Scope De scope/werkzaamheden van het project is verdeeld in vier verschillende locaties. Deze locaties worden in figuur 1-1 op een overzichtskaart weergegeven en zijn genummerd van zuid (1) naar noord (5). Onderstaand wordt beknopt aangegeven welke werkzaamheden TenneT zal gaan uitvoeren per locatie. Locatie 2 ontbreekt doordat deze locatie is komen te vervallen. Locatie 1
Aanpassen bestaande inlussing mast 097.
Locatie 3
3a: Aanpassen mast 152 en locatie mast 092 en 094 3b: Werkzaamheden nabij mast 092 – 152 – 094 4a: Uitbreiding station MSKZ110 4b: Amoveren mast 1 (portaal) 4c: Werkzaamheden nabij mast 181 naar station MSKZ110 4d: Aanpassing mast 181 4e: Werkzaamheden nabij mast 181 – station MSK 110 5a. Locatie mast 081 en 201. Aanpassingen op mast 201 hier worden een drietal opstijgpunten gerealiseerd. Aanpassingen aan mast 81, hier wordt eveneens een opstijgpunt gerealiseerd. 5b. Aanpassing kabeltracé mast 201 naar mast 081.
Locatie 4
Locatie 5
Voorliggend rapport heeft betrekking op locatie 3. De ligging van deze locatie is afgebeeld in figuur 1.2. De locatie is gelegen in de gemeente Emmen in de provincie Drenthe.
Blad 3 van 23
Rapport Verkennend Bodemonderzoek Deellocatie 03 Netversterking Noordoost Nederland projectnummer 0479579.100 22 februari 2024 revisie 00
Figuur 1-1: Locaties vooronderzoek Netversterking Noordoost Nederland 110kV (waarbij locatie 2 is komen te vervallen).
Blad 4 van 23
Rapport Verkennend Bodemonderzoek Deellocatie 03 Netversterking Noordoost Nederland projectnummer 0479579.100 22 februari 2024 revisie 00
Figuur 1-2 Locatie 3.
Doel Het doel van het verkennend bodemonderzoek is het vaststellen van de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van het werkgebied. Met het bodemonderzoek wordt vastgesteld of er sprake is van een bodemverontreiniging en zo ja, of deze een belemmering vormt voor de voorgenomen werkzaamheden.
Onderzoeksstrategie en kwaliteit Het verkennend bodemonderzoek is gebaseerd op de richtlijnen uit de NEN 5740: 2023 (Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek). Tevens wordt er geconformeerd aan het ‘Onderzoeksprotocol Veld- en bodemonderzoeken’ van TenneT TSO B.V. van d.d. 20 oktober 2020 en de projectspecificatie. Met betrekking tot de kwaliteitsaspecten, toegepaste methoden en betrouwbaarheid/garanties van het onderzoek wordt verwezen naar bijlage 1. De rapportage betreft geen kwaliteitsverklaring waarvan gebruik kan worden gemaakt voor het bepalen van de geschiktheid van mogelijk toekomstige toepassingen van eventueel vrijkomende grond. Wel is de rapportage geschikt om een inschatting te kunnen maken van de mogelijke toepassingen. In dit rapport wordt verslag gedaan van de uitgevoerde werkzaamheden en worden de resultaten van het onderzoek beschreven.
Blad 5 van 23
Rapport Verkennend Bodemonderzoek Deellocatie 03 Netversterking Noordoost Nederland projectnummer 0479579.100 22 februari 2024 revisie 00
2
Vooronderzoek
2.1
Algemeen Bij toepassing van de NEN 5740 moet een hypothese worden opgesteld omtrent de aan-/ afwezigheid, de aard en de ruimtelijke verdeling van eventuele verontreinigingen. Ten behoeve van het opstellen van een hypothese dient een vooronderzoek te worden uitgevoerd overeenkomstig de NEN 5725: 2023 (Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek) en NEN5717 (Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek in waterbodems). Voorafgaand aan het huidige bodemonderzoek is een vooronderzoek uitgevoerd door Antea Group. Het rapport hiervan is opgenomen in bijlage 2 (‘Milieuhygiënisch vooronderzoek (NEN5725) Netversterking Noordoost Nederland 110 kV Locaties 1 en 3 t/m 5, Antea Group, kenmerk: 0479579.100, d.d. 28-03-2023). In hiernavolgende tekst zijn de belangrijkste conclusies benoemd. Voor details wordt verwezen naar bijlage 2.
2.2
Locatiegegevens TenneT is voornemens om aanpassingen te verrichten aan de hoogspanningsmasten ZL-MEE-380152, mast BL-EMV-110-092 en EMV-EMBO-110-094 en aan te leggen kabeltracés tussen alle drie de masten. Voor deze werkzaamheden worden werkterreinen rondom de masten en aangelegd en worden tijdelijke werkwegen aangelegd naar deze terreinen toe. Hiervoor word een bermsloot (tijdelijk) gedempt en worden gestuurde boringen gemaakt voor de te leggen hoogspanningskabels tussen de masten. De onderzoekslocaties zijn in agrarisch gebied gelegen en als dusdanig in gebruik (o.a. maïs- en aardappelteelt). Het plangebied is gelegen nabij de coördinaten (zuidkant) X: 260.462 en Y: 537.868 (volgens het Rijksdriehoekstelsel) en X: 259.937 en Y: 538.421 (noordkant). De regionale ligging is weergegeven op figuur 2.1.
Blad 6 van 23
Rapport Verkennend Bodemonderzoek Deellocatie 03 Netversterking Noordoost Nederland projectnummer 0479579.100 22 februari 2024 revisie 00
Figuur 2.1: Globale ligging van het plangebied ten opzichte van de omgeving. De aanpassingen bestaan in hoofdlijnen uit het aanpassen van de bestaande inlussing op mast 152, aanpassen van masten 092 en 094 en het leggen van hoogspanningskabels tussen deze masten in. Daarbij worden gestuurde boringen (HDD’s) uitgevoerd tussen de werkterreinen (zie figuur 2.1). Bij de voorgenomen ontwikkeling zullen bodemroerende activiteiten plaatsvinden. De exacte omvang van de bodemroerende activiteiten is vooralsnog niet bekend maar zijn geconcentreerd rondom de masten, werkterreinen en werkwegen op figuur 2.1. Antea Group heeft in opdracht van TenneT milieukundig onderzoek uitgevoerd ter plaatse van het werkgebied. De situering van de onderzoekslocatie is weergegeven op tekening 479579-OV-DL3-01.
2.3
Terreininspectie Tijdens de terreininspectie zijn ter plaatse enkele waarnemingen gedaan die wijzen op de mogelijke aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Dit betreft een kavelpad nabij mast 152. Hier ligt mogelijk puin. Verder worden de tijdelijke werkwegen aangelegd op dammen, waar mogelijk puinhoudende grond in ligt. Elk van deze locaties zijn als potentieel asbestverdacht aangemerkt en als dusdanig onderzocht.
2.4
Lokaal beleid Met inwerkingstreding van de Omgevingswet kunnen lokale overheden middels het Omgevingsplan eigen normen en doestellingen ten aanzien van de bodemkwaliteit vastleggen.
Blad 7 van 23
Rapport Verkennend Bodemonderzoek Deellocatie 03 Netversterking Noordoost Nederland projectnummer 0479579.100 22 februari 2024 revisie 00
Voor zover bekend is er tijdens dit schrijven voor onderhavige gemeentes, nog geen lokaal beleid opgesteld.
2.5
Conclusie vooronderzoek/hypothese en onderzoeksopzet Op basis van het vooronderzoek wordt geconcludeerd dat er binnen het onderzoeksgebied de afspoeling van regenwater als potentiële bron van verontreiniging aangemerkt, tezamen met enkele gedempte kavelsloten, dammen en een mogelijk kavelpad. De bodem ter plaatse van en rondom het onderzoeksgebied is op basis van bekende gegevens naar verwachting maximaal licht verontreinigd. Voor de opzet van het milieukundig bodemonderzoek volgen wij de richtlijnen uit de NEN 5740 (NNI, dec. 2023 Tevens wordt er geconformeerd aan het ‘Onderzoeksprotocol Veld- en bodemonderzoeken’ van TenneT TSO B.V. van d.d. 20 oktober 2020 en de projectspecificatie. Uitgegaan is van de strategie van een onverdachte niet-lijnvormige locatie uit de NEN 5740 (strategie ONV-NL) voor het merendeel van de werkterreinen. Voor de dempingslocaties, dammen en het kavelpad is een maatwerkstrategie gehanteerd op basis van een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting (VEP) en rondom de hoogspanningsmast een strategie voor een verdachte niet-lijnvormige locatie met heterogene bodembelasting.
Voor de te dempen watergang is uitgegaan van een normale onderzoeksinspanning van een lintvormig water (LN, regionaal waterbodempakket A, inclusief PFAS) Opgemerkt wordt dat onderzoek naar PFAS geen onderdeel uitmaakt van onderhavig bodemonderzoek daar op basis van het vooronderzoek geen aanleiding bestaat om verhoogde gehalten aan PFAS te verwachten. Er zijn geen verdachte locaties bekend waarbij PFAS kan zijn vrijgekomen. De kentallen van de bodemkwaliteitskaart worden daarom representatief geacht voor het gehalte aan PFAS in deze bodem. Uitzondering hierop is de waterbodem van de te dempen bermsloot. Deze is wel op PFAS onderzocht. In de tabel 2.3 is de onderzoeksopzet schematisch weergegeven.
Stationsnaam (afkorting)
Tabel 2.3: Onderzoeksopzet Oppervlakte Verdachtmaking (m2)
Onderzoeksstrategie*
Veldwerkzaamheden Grond Grondwater Aantal boringen* Aantal peilbuizen
Laboratoriumonderzoek Maatgevende parameters
Afspoeling/corrosie mast -
VED-HE-NL
5 (03-10 t/m 03-14)
1
STAP
ONV-NL
11 (03-16 t/m 03-25)
1
Zware metalen STAP
3a. Mast 092
250 m2
3a. Mast 092 Werkterrein 3a. Mast 094
2.200 m2 250 m2
Afspoeling/corrosie mast
VED-HE-NL
4 (03-42, -43, -44, 46)
1
Zware metalen
STAP
3a. Mast 094 Werkterrein 3b. Werkweg mast 094
2.185 m2
-
ONV-NL
-
STAP
-
135 m
Demping
VEP
-
250 m2
VED-HE-NL
3a. Mast 152 Werkterrein
3.850 m2
Afspoeling/corrosie mast -
ONV-NL
9 (03-35 t/m 03-41)
2
STAP + asbest Zware metalen STAP
-
3a. Mast 152
12 (03-45, 03-47 t/m 56) 4 (03-58, 03-62 t/m 03-64) 6 (03-26 t/m 03-31)
Dempingen
VEP
3 (03-32 t/m 03-34)
-
-
1 Vak
-
10 (03-SL1 t/m 03SL10)
-
325 m
Dam
Normaal, lintvormig VEP VED-HE-L
STAP+ asbest STAP A
2 (03-01, 03-06) 3 (03-07 t/m 03-09)
-
STAPt + asbest
-
3b. Werkweg tussen mast 092 en 152
Blad 8 van 23
1
STAP
STAP STAP
-
Rapport Verkennend Bodemonderzoek Deellocatie 03 Netversterking Noordoost Nederland projectnummer 0479579.100 22 februari 2024 revisie 00
Stationsnaam (afkorting)
Oppervlakte Verdachtmaking (m2)
Onderzoeksstrategie*
Veldwerkzaamheden Grond Grondwater Aantal boringen* Aantal peilbuizen
Laboratoriumonderzoek Maatgevende parameters
Klinkerpad met mogelijke puinfundatie 1)
Standaardpakket grond (STAP): zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polychloorbifenylen (PCB som 7), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK 10 VROM), minerale olie (C10-C40), organische stof en lutum 2) Standaardpakket grondwater (STAP): zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromaten, (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, styreen en naftaleen), vluchtige gehalogeneerde; koolwaterstoffen (17 stuks), minerale olie (C10-C40) 3) Standaardpakket regionale waterbodems A (STAP A): zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polychloorbifenylen (PCB som 7), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK 10 VROM), minerale olie (C10-C40), organische stof en lutum *) Daar waar mogelijk, zijn overlappende deellocaties gecombineerd. Hierbij moet gedacht worden aan dammen, voormalige kavelpaden (o.b.v. historische kaarten) en dempingen alwaar geen verdachte lagen of antropogene bijmengingen zijn aangetroffen of andere lagen die duiden op de aanwezigheid van de demping. In dat geval is ook afgezien van asbestonderzoek en is de locatie niet langer als (asbest)verdacht aangemerkt.
Blad 9 van 23
Rapport Verkennend Bodemonderzoek Deellocatie 03 Netversterking Noordoost Nederland projectnummer 0479579.100 22 februari 2024 revisie 00
3
Verrichte werkzaamheden Het plaatsen van de boringen en peilbuizen op 24 juli 2023 door de heer H. Postma van Antea Group. Het grondwater is op 4 augustus 2023 bemonsterd door de heer H. Postma. Het veldwerk is uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000. In bijlage 16 is aangegeven welke protocollen zijn gevolgd. De verrichte werkzaamheden en laboratoriumonderzoek zijn weergegeven in tabel 3.1. De samenstelling van de grond(meng)monsters en de grondwatermonsters is weergegeven in tabel 3.2. Vanwege het aantreffen van enkele potentieel verdachte lagen (o.a. met slibresten), zijn deze lagen separaat geanalyseerd. Tabel 3.1: Uitgevoerde veldwerkzaamheden Boring Inspectiegat (diepte in m -mv) (l x b x d in m) Dam en werkweg tussen mast 92 en 152 03-01 (1,20), 3-02 (2,20) 03-03 (1,20), 03-04 (1,20) 03-05 (1,20), 03-06 (1,20) Mogelijk kavelpad bij mast 152 03-07 (0,50) 03-08 (0,50) 03-09 (0,50)
Peilbuis (filtertraject in m -mv)
03-07 (0, 30 x 0,30 x 0,50) 03-08 (0, 30 x 0,30 x 0,50) 03-09 (0, 30 x 0,30 x 0,50)
Werkterrein en mast 92 03-10 (2,20), 03-11 (2,20) 03-12 (2,20), 03-13 (2,20) 03-14 (6,00), 03-15 (1,20) 03-16 (1,20), 03-17 (1,20) 03-18 (2,20), 03-19 (6,00) 03-20 (2,60), 03-21 (1,20) 03-22 (1,20), 03-23 (1,20) 03-24 (1,20), 03-25 (1,20)
03-14 (4,70-5,70) 03-20 (1,60-2,60)
Werkterrein en mast 152 03-26 (2,30), 03-27 (2,30) 03-28 (2,30), 03-29 (2,30) 03-29A (2,50), 03-30 (4,80) 03-31 (6,00), 03-32 (1,20) 03-33 (1,20), 03-34 (2,20) 03-35 (2,80), 03-36 (2,70) 03-37 (2,45), 03-38 (1,20) 03-39 (1,20), 03-40 (1,20) 03-41 (1,20)
03-31 (1,60-2,60) 03-35 (1,80-2,80) 03-36 (1,70-2,70)
Blad 10 van 23
Rapport Verkennend Bodemonderzoek Deellocatie 03 Netversterking Noordoost Nederland projectnummer 0479579.100 22 februari 2024 revisie 00
Boring (diepte in m -mv) Werkterrein en mast 94 03-42 (2,30), 03-43 (2,30) 03-44 (2,30), 03-45 (2,30) 03-46 (4,20), 03-47 (6,00) 03-48 (2,40), 03-49 (2,40) 03-50 (1,20), 03-51 (1,20) 03-52 (2,30), 03-53 (1,20) 03-54 (1,20), 03-55 (1,20) 03-56 (1,20), 03-57 (1,20)
Inspectiegat (l x b x d in m)
Peilbuis (filtertraject in m -mv)
03-46 (3,15-4,15)
Dam, demping op werkweg mast 94 03-58 (1,20), 03-59 (1,20) 03-60 (1,20), 03-61 (1,20) 03-62 (1,20), 03-63 (1,20) 03-64 (1,20) Waterbodem bermsloot 03-SL01 (0,40), 03-SL02 (0,40) 03-SL03 (0,40), 03-SL04 (0,40) 03-SL05 (0,40), 03-SL06 (0,40) 03-SL07 (0,40), 03-SL08 (0,40) 03-SL09 (0,40), 03-SL10 (0,40)
In de bijlage met de boorprofielen ook boringen weergegeven welke in het kader van cultuurtechnisch onderzoek zijn uitgevoerd. Van deze boringen zijn geen lagen bemonsterd voor milieuhygiënisch onderzoek. De bodemopbouw biedt echter wel aanvullende informatie over het plangebied. Daarom zijn deze boorprofielen wel opgenomen. Bij aanvang van de veldwerkzaamheden is geen visuele inspectie van het onderzoeksterrein uitgevoerd. Het uitvoeren van de voor asbestonderzoek voorgeschreven maaiveldinspectie, was niet mogelijk door de aanwezige vegetatie. Het uitvoeren van een maaiveldinspectie wordt gebruikt om te beoordelen of er binnen de onderzoekslocatie gedeelten aanwezig zijn die als onverdacht ten aanzien van de aanwezigheid van asbest kunnen worden aangemerkt. In het geval geen inspectie mogelijk is wordt de gehele onderzoekslocatie conform de strategie voor een heterogeen verdachte locatie onderzocht. In onderstaande tabel (3.2) zijn de verrichte laboratoriumwerkzaamheden weergegeven. Tabel 3.2: Uitgevoerd laboratoriumonderzoek Monsternaam Traject Monstersamenstelling (m -mv) (meetpunt + traject in m -mv) Grond Wekterrein en mast 152 MM1 0,45-1,20 MM2
0,90-1,65
MM3
0,00-0,50
MM4
0,00-0,50
MM5
0,35-2,10
03-32 (0,45-0,90) 03-33 (0,65-0,95) 03-34 (0,75-1,20) 03-32 (0,90-1,20) 03-33 (0,95-1,20) 03-34 (1,20-1,65) 03-26 (0,00-0,50) 03-27 (0,00-0,50) 03-28 (0,00-0,50) 03-29 (0,00-0,25) 03-09 (0,00-0,15) 03-31 (0,00-0,15) 03-38 (0,00-0,50) 03-39 (0,00-0,50) 03-40 (0,00-0,50) 03-41 (0,00-0,50) 03-26 (1,15-1,40)
Blad 11 van 23
Laboratoriumanalyse
Standaardpakket grond incl. LUOS (1) Standaardpakket grond incl. LUOS (1)
Standaardpakket grond incl. LUOS (1)
Standaardpakket grond incl. LUOS (1)
Standaardpakket grond incl. LUOS (1)
Rapport Verkennend Bodemonderzoek Deellocatie 03 Netversterking Noordoost Nederland projectnummer 0479579.100 22 februari 2024 revisie 00
Monsternaam
Traject (m -mv)
MM6
0,00-0,50
MM19
0,00-0,50
Werkterrein en mast 94 MM7 0,00-0,30
MM8
0,00-0,30
MM9
0,00-0,25
MM10
0,45-2,00
MM11
0,55-1,50
Demping werkweg mast 94 MM12 0,50-1,20 Dam werkweg mast 94 03-58-2 0,15-0,65 Dam werkweg mast 92 03-01-1 0,00-0,50 Dam werkweg mast 92-152 03-06-2 0,30-0,70 Werkterrein en mast 92 MM13 0,50-1,10 MM14
0,00-0,50
MM15
0,25-0,90
Monstersamenstelling (meetpunt + traject in m -mv) 03-27 (1,65-2,10) 03-29 (1,25-1,75) 03-31 (0,35-0,65) 03-38 (0,50-0,85) 03-39 (1,00-1,20) 03-40 (1,00-1,20) 03-41 (0,95-1,20) 03-32 (0,00-0,45) 03-33 (0,00-0,50) 03-34 (0,00-0,30) 03-35 (0,00-0,30) 03-36 (0,00-0,50) 03-29A (0,00-0,15) 03-37 (0,00-0,50)
Laboratoriumanalyse
03-42 (0,00-0,25) 03-43 (0,00-0,30) 03-44 (0,00-0,30) 03-46 (0,00-0,25) 03-45 (0,00-0,25) 03-47 (0,00-0,20) 03-48 (0,00-0,25) 03-49 (0,00-0,30) 03-50 (0,00-0,25) 03-51 (0,00-0,30) 03-52 (0,00-0,25) 03-53 (0,00-0,25) 03-54 (0,00-0,25) 03-55 (0,00-0,25) 03-56 (0,00-0,25) 03-57 (0,00-0,25) 03-44 (0,45-0,95) 03-45 (1,30-1,80) 03-46 (1,15-1,40) 03-47 (1,55-2,00) 03-48 (1,50-2,00) 03-49 (1,20-1,40) 03-50 (0,50-1,00) 03-51 (0,45-0,80) 03-52 (1,10-1,50) 03-55 (0,95-1,20) 03-45 (1,10-1,30) 03-47 (1,00-1,50) 03-54 (0,55-0,90) 03-55 (0,95-1,20)
Standaardpakket grond incl. LUOS (1)
03-63 (0,70-1,20) 03-64 (0,50-0,70)
Standaardpakket grond incl. LUOS (1)
03-58 (0,15-0,65)
Standaardpakket grond incl. LUOS (1)
03-01 (0,00-0,50)
Standaardpakket grond incl. LUOS (1)
03-06 (0,30-0,70)
Standaardpakket grond incl. LUOS (1)
03-15 (0,50-1,00) 03-16 (0,65-1,05) 03-17 (0,60-1,10) 03-10 (0,00-0,50) 03-11 (0,00-0,30) 03-12 (0,00-0,25) 03-13 (0,00-0,40) 03-10 (0,55-0,90) 03-11 (0,30-0,80)
Standaardpakket grond incl. LUOS (1)
Blad 12 van 23
Standaardpakket grond incl. LUOS (1)
Standaardpakket grond incl. LUOS (1)
Standaardpakket grond incl. LUOS (1)
Standaardpakket grond incl. LUOS (1)
Standaardpakket grond incl. LUOS (1)
Standaardpakket grond incl. LUOS (1)
Standaardpakket grond incl. LUOS (1)
Standaardpakket grond incl. LUOS (1)
Rapport Verkennend Bodemonderzoek Deellocatie 03 Netversterking Noordoost Nederland projectnummer 0479579.100 22 februari 2024 revisie 00
Monsternaam
Traject (m -mv)
Monstersamenstelling (meetpunt + traject in m -mv) 03-12 (0,25-0,75) 03-13 (0,40-0,85) 03-15 (0,00-0,30) 03-16 (0,00-0,30) 03-17 (0,00-0,30) 03-18 (0,00-0,25) 03-20 (0,00-0,25) 03-21 (0,00-0,30) 03-22 (0,00-0,15) 03-23 (0,00-0,15) 03-24 (0,00-0,30) 03-06 (0,70-1,20) 03-18 (1,10-1,30) 03-20 (0,90-1,25) 03-21 (0,80-1,20) 03-22 (1,00-1,20) 03-23 (0,60-1,10) 03-24 (0,65-1,15) 03-25 (0,60-1,10)
Laboratoriumanalyse
MM16
0,00-0,30
MM17
0,00-0,30
MM18
0,60-1,30
Waterbodem bermsloot MM-SL01-1 0,15-0,40
MM-SL01 (0,15-0,40)
MM-SL01-2
0,15-0,40
MM-SL01 (0,15-0,40)
Organische stof (gloeiverlies) PFAS (28) Handelingskader Pakket A: Standaard waterbodem regionale wateren
Grondwater 03-46-1-1 03-35-1-1 03-36-1-1 03-31-1-1 03-20-1-1 03-14-1-2
3,15-4,15 1,80-2,80 1,70-2,70 1,60-2,60 1,60-2,60 4,70-5,70
03-46 (3,15-4,15) 03-35 (1,80-2,80) 03-36 (1,70-2,70) 03-31 (1,60-2,60) 03-20 (1,60-2,60) 03-14 (4,70-5,70)
Standaardpakket grond incl. LUOS (1)
Standaardpakket grond incl. LUOS (1) Standaardpakket grond incl. LUOS (1)
Standaardpakket grondwater (2) Standaardpakket grondwater (2) Standaardpakket grondwater (2) Standaardpakket grondwater (2) Standaardpakket grondwater (2) Standaardpakket grondwater (2)
Toelichting 1: Het standaardpakket grond bestaat uit de stoffen: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, molybdeen, koper, kwik, lood, nikkel en zink), polychloorbifenylen (PCB's; som 7), minerale olie (GC; inclusief voorbehandeling), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK-totaal, 10 stuks volgens VROM), percentages lutum, organische en droge stof 2: Het standaardpakket grondwater bestaat uit de stoffen: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, xylenen, styreen en ethylbenzeen) en naftaleen, vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen (VOCL), Minerale olie (GC) 3: Standaardpakket regionale waterbodems A (STAP A): zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polychloorbifenylen (PCB som 7), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK 10 VROM), minerale olie (C10-C40), organische stof en lutum
Tijdens de uitvoering van het veldwerk is het maaiveld en de opgeboorde/opgegraven grond op visuele wijze gecontroleerd op indicaties voor de aanwezigheid van bodemverontreiniging, waaronder de aanwezigheid van asbest. Ter plaatse van de onderzoekslocatie ter plaatse van het vermeende kavelpad nabij mast 152 zijn in de drie inspectiegaten 03-07 t/m 03-09 geen asbestverdachte materialen of bijmengingen aangetroffen, uitsluitend grind en steen. Ter plaatse van de dammen en dempingen zijn geen noemenswaardige bijmengingen aangetroffen. Om deze reden is afgezien van asbestonderzoek. Deze locaties zijn niet langer asbestverdacht aangemerkt. De situering van de boringen en peilbuizen zijn weergegeven op de situatietekening in bijlage 15. De analyses zijn uitgevoerd door het door de RvA geaccrediteerde laboratorium van Eurofins B.V. te Barneveld.
Blad 13 van 23
Rapport Verkennend Bodemonderzoek Deellocatie 03 Netversterking Noordoost Nederland projectnummer 0479579.100 22 februari 2024 revisie 00
Laboratoriumafwijkingen Op enkele certificaten staat dat enkele PCB’s onderling positief kunnen zijn beïnvloed. PCB’s zijn in géén van de monsters in dermate hoge gehalten aangetoond dat nader onderzoek wordt aanbevolen. Deze afwijking wordt derhalve als niet-kritisch beoordeeld aangezien dit geen gevolgen heeft het toetsingsresultaat en de conclusies van dit onderzoek.
Blad 14 van 23
Rapport Verkennend Bodemonderzoek Deellocatie 03 Netversterking Noordoost Nederland projectnummer 0479579.100 22 februari 2024 revisie 00
4
Onderzoeksresultaten
4.1
Lokale bodemopbouw en veldwaarnemingen De profielbeschrijvingen van de verrichte boringen met de bijbehorende veldwaarnemingen zijn opgenomen in bijlage 3. De bodem bestaat tot ca 0,30 m-mv uit matig fijn en matig humeus zand rondom mast 92. Vervolgens is een veenlaag aangetroffen van ca 100 cm dik. Hieronder is zand aanwezig tot de maximale boordiepte van 6 m-mv. Rondom masten 152 en 94 is zand in dikkere lagen ook in de bovengrond aanwezig en wisselen veen en zand elkaar veelvuldig af. In sommige gevallen verdwijnt de veenlaag rondom mast 94 volledig tot 1,2 m-mv. Ter plaatse van enkele vermeende dammen en dempingen zijn geen bijmengingen aangetroffen of waarnemingen gedaan die duiden op de aanwezigheid van potentieel verontreinigde dempingsmateriaal. Wel is in de ondergrond van boringen 42, 46 en 47 hout aangetroffen. Tabel 4.1 bevat een overzicht van de zintuiglijk waargenomen bijzonderheden. Tabel 4.1: Zintuigelijke waarnemingen Boring Diepte (einddiepte, m -mv) (m -mv) 03-07 (0,50) 0,15-0,30
03-08 (0,50)
0,15-0,30
03-09 (0,50)
0,15-0,30
03-42 (2,30) 03-46 (4,20) 03-47 (6,00)
2,00-2,30 0,65-1,40 2,00-2,40
Waarneming
Grondsoort
Gestaakt op uiterst grindhoudende laag met brokken steen onder h-klinkers Gestaakt op uiterst grindhoudende laag met brokken steen onder h-klinkers Gestaakt op uiterst grindhoudende laag met brokken steen onder h-klinkers resten hout resten hout resten hout
zand
zand zand zand zand zand
Ter plaatse zijn geen asbestverdachte materialen op het maaiveld of in het opgeboorde/opgegraven materiaal aangetroffen. In tabel 4.2 zijn de gegevens van de veldmetingen van het grondwater weergegeven. Tabel 4.2: Veldgegevens grondwater Peilbuis Grondwaterstand (filter, m -mv) (m -mv) 03-46 (3,15-4,15) 0,65 03-35 (1,80-2,80) 1,20 03-36 (1,70-2,70) 1,20 03-31 (1,60-2,60) 1,05 03-20 (1,60-2,60) 0,90 03-14 (4,70-5,70) 1,05
Belucht? nee nee ja nee nee nee
pH (-) 5,33 5,80 5,30 5,11 4,87 5,24
EC (µS/cm) 210 1.340 620 230 420 280
Troebelheid (NTU) 100 9 5 403 15 22
In het bemonsterde grondwater uit de meeste peilbuizen is een verhoogde troebelheid (> 10 NTU) vastgesteld. Daarnaast is het monster uit peilbuis 03-36 belucht geraakt. Dit houdt verband met elkaar. Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de concentratie aan PAK, PCB, OCB, dioxines of andere matig/slecht oplosbare organische parameters. De oorzaak voor deze verhoogde troebelheid en het beluchte monster dient gezocht te worden bij de slechte doorlatendheid van de venige ondergrond. Bij het voorliggende onderzoek wordt voor geen van de onderzochte matig/slecht oplosbare organische parameters
Blad 15 van 23
Rapport Verkennend Bodemonderzoek Deellocatie 03 Netversterking Noordoost Nederland projectnummer 0479579.100 22 februari 2024 revisie 00
de interventiewaarde overschreden. De eventuele overschatting van de concentratie als gevolg van een verhoogde troebelheid heeft geen gevolgen voor de interpretatie van de onderzoeksgegevens en de conclusies van dit rapport. Aanvullend onderzoek naar de verhoogde troebelheid is daarom niet uitgevoerd. Beluchting van het monster kan leiden tot een onderschatting van aanwezige vluchtige componenten (VOCL en BTEXN). De onderzoekslocatie is echter niet verdacht op deze stoffen en deze componenten zijn niet in concentraties boven de detectiegrens aangetoond. Daarom wordt verondersteld dat deze afwijking geen invloed heeft op de resultaten en conclusies van dit onderzoek. De zuurgraad (pH) en het elektrische geleidingsvermogen (EC) wijken niet af van een natuurlijke situatie.
4.2
Analyseresultaten
4.2.1
Toetsingskader Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) De getoetste analyseresultaten van de onderzochte grond- en grondwatermonsters zijn weergegeven in respectievelijk bijlage "Analyseresultaten grondmonsters met overschrijding normwaarden" en bijlage "Analyseresultaten grondwatermonsters met overschrijding normwaarden". De analysecertificaten zijn toegevoegd in bijlage "Analysecertificaten". De resultaten zijn getoetst aan de landelijke interventiewaarden bodemkwaliteit uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Aangezien hiervoor op dit moment nog geen aangepaste BOTOVA-gevalideerde software beschikbaar is, is gebruik gemaakt van de bestaande BOTOVAsoftware en/of wel beschikbare software. De interventiewaarden bodemkwaliteit zijn opgenomen in bijlage "Normwaarden grond". De toetswaarden voor grondwater zijn op provinciaal niveau geregeld. Een toelichting op het toetsingskader is opgenomen in bijlage "Toelichting op normwaarden grond en grondwater". Er kunnen lokale toetsingswaarden van toepassing zijn. Hier is bij dit onderzoek geen sprake van. Besluit bodemkwaliteit (Bbk) De resultaten van de (meng)monsters uit het bodemonderzoek zijn eveneens indicatief getoetst aan de samenstellingseisen uit het Besluit bodemkwaliteit, voor vrijkomende grond (generiek toetsingskader).
De getoetste analyseresultaten zijn weergegeven in bijlage "(Indicatieve) toetsing Besluit bodemkwaliteit". In bijlage "Toelichting toetsingskader Besluit bodemkwaliteit" is een toelichting op het toetsingskader van het Besluit bodemkwaliteit opgenomen. Waterbodem De analyseresultaten zijn getoetst en beoordeeld aan de samenstellingswaarden van het Besluit Bodemkwaliteit (tabel 1 en 2 van bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit). Hierbij is beoordeeld voor de toepassing van grond/bagger op de landbodem en in oppervlaktewater. De analyseresultaten van het laboratoriumonderzoek zijn getoetst met behulp van BOTOVAgevalideerde software (Bodem Toets- en Validatie). Hierbij is gebruik gemaakt van de volgende toetsmodule(s): T101 : kwaliteit grond/bagger bij toepassing op landbodem; T103 : kwaliteit bagger en ontvangende bodem bij toepassing in oppervlaktewater; T105 : verspreiding van baggerspecie op aangrenzend perceel; Voor de toetsing voor toepassing van bagger in oppervlaktewater en verspreiding op aangrenzend perceel zijn, in het kader van nieuwe normering, de toetsmodules T103 en T105 (vervangen respectievelijk T3 en T5) in ontwikkeling. Totdat de nieuwe modules operationeel zijn, worden de oude modules gebruikt en handmatig geactualiseerd op basis van de nieuwe normering.
Blad 16 van 23
Rapport Verkennend Bodemonderzoek Deellocatie 03 Netversterking Noordoost Nederland projectnummer 0479579.100 22 februari 2024 revisie 00
PFAS (Poly- en Perfluoralkylstoffen) De getoetste analyseresultaten van de onderzochte grondmonsters zijn weergegeven in bijlage "PFAS-toetsing". De analysecertificaten zijn toegevoegd in bijlage "Analysecertificaten". De resultaten zijn getoetst aan de toetsingswaarden uit het Handelingskader PFAS. Voor PFAS zijn in het Besluit activiteiten leefomgeving (bijlage IIa) en in het Besluit bodemkwaliteit geen normen en/of toetsingsmogelijkheden opgenomen. Het Handelingskader PFAS geeft voor grond echter wel invulling aan de zorgplicht en de toepassingsnormen voor grond. De resultaten zijn daarnaast ook getoetst aan de INEV-waarden (Indicatieve niveaus voor ernstige bodemverontreiniging) die voor PFAS zijn vastgesteld. Het toetsingskader is uitgewerkt onder bijlage "Toelichting uitgevoerd PFAS-onderzoek".
4.2.2
Grond In de tabel 4.3 zijn de grondmonsters weergegeven, met per monster de parameters waarvan de gehalten de interventiewaarde overschrijden. In de laatste kolom is een conclusie op monsterniveau weergegeven voor het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) (vrijkomende grond).
Tabel 4.3: Overschrijdingstabel grond Monster Boring Grondsoort (m -mv) (m -mv) Werkterrein en mast 152 MM1 03-32 (0,45-0,90), zand (0,45-1,20) 03-33 (0,65-0,95), 03-34 (0,75-1,20)
Veldwaarneming
Interventiewaarde- Conclusie overschrijdingen monster -
Geen overschrijding interventiewaarde bodemkwaliteit Bbk: klasse Landbouw/Natuur Geen overschrijding interventiewaarde bodemkwaliteit Bbk: klasse Landbouw/Natuur Geen overschrijding interventiewaarde bodemkwaliteit Bbk: klasse Landbouw/Natuur Geen overschrijding interventiewaarde bodemkwaliteit Bbk: klasse Landbouw/Natuur
MM2 (0,90-1,65)
03-32 (0,90-1,20), 03-33 (0,95-1,20), 03-34 (1,20-1,65)
veen
-
MM3 (0,00-0,50)
03-26 (0,00-0,50), 03-27 (0,00-0,50), 03-28 (0,00-0,50), 03-29 (0,00-0,25)
zand
-
MM4 (0,00-0,50)
03-09 (0,00-0,15), 03-39 (0,00-0,50), 03-38 (0,00-0,50), 03-40 (0,00-0,50), 03-41 (0,00-0,50), 03-31 (0,00-0,15) 03-39 (1,00-1,20), 03-38 (0,50-0,85), 03-40 (1,00-1,20), 03-26 (1,15-1,40), 03-27 (1,65-2,10), 03-29 (1,25-1,75), 03-41 (0,95-1,20), 03-31 (0,35-0,65) 03-32 (0,00-0,45), 03-33 (0,00-0,50), 03-34 (0,00-0,30), 03-35 (0,00-0,30), 03-36 (0,00-0,50) 03-37 (0,00-0,50), 03-29A (0,00-0,15)
zand
-
zand
-
Geen overschrijding interventiewaarde bodemkwaliteit Bbk: klasse Landbouw/Natuur
veen
-
zand
-
Geen overschrijding interventiewaarde bodemkwaliteit Bbk: klasse Landbouw/Natuur Geen overschrijding interventiewaarde bodemkwaliteit Bbk: Klasse Industrie
MM5 (0,35-2,10)
MM6 (0,00-0,50)
MM19 (0,00-0,50)
Blad 17 van 23
Rapport Verkennend Bodemonderzoek Deellocatie 03 Netversterking Noordoost Nederland projectnummer 0479579.100 22 februari 2024 revisie 00
Monster Boring (m -mv) (m -mv) Werkterrein en mast 94 MM7 03-42 (0,00-0,25), (0,00-0,30) 03-43 (0,00-0,30), 03-46 (0,00-0,25), 03-44 (0,00-0,30)
Grondsoort
Veldwaarneming
Interventiewaarde- Conclusie overschrijdingen monster
zand
-
-
MM8 (0,00-0,30)
zand
-
-
zand
-
-
Geen overschrijding interventiewaarde bodemkwaliteit Bbk: klasse Landbouw/Natuur
zand, veen
resten hout
-
Geen overschrijding interventiewaarde bodemkwaliteit Bbk: klasse Landbouw/Natuur
veen
-
Geen overschrijding interventiewaarde bodemkwaliteit Bbk: klasse Landbouw/Natuur
Demping werkweg mast 94 MM12 03-63 (0,70-1,20), (0,50-1,20) 03-64 (0,50-0,70)
veen
-
Geen overschrijding interventiewaarde bodemkwaliteit Bbk: klasse Landbouw/Natuur
Dam werkweg mast 94 03-58-2 03-58 (0,15-0,65) (0,15-0,65)
zand
-
Geen overschrijding interventiewaarde bodemkwaliteit Bbk: klasse Landbouw/Natuur
Dam werkweg mast 92 03-01-1 03-01 (0,00-0,50) (0,00-0,50)
zand
-
Geen overschrijding interventiewaarde bodemkwaliteit Bbk: klasse Landbouw/Natuur
Dam werkweg mast 92-152 03-06-2 03-06 (0,30-0,70) (0,30-0,70)
zand
-
Geen overschrijding interventiewaarde bodemkwaliteit Bbk: klasse Landbouw/Natuur
veen
-
Geen overschrijding interventiewaarde bodemkwaliteit Bbk: klasse Landbouw/Natuur
MM9 (0,00-0,25)
MM10 (0,45-2,00)
MM11 (0,55-1,50)
03-47 (0,00-0,20), 03-48 (0,00-0,25), 03-49 (0,00-0,30), 03-45 (0,00-0,25), 03-51 (0,00-0,30), 03-50 (0,00-0,25) 03-57 (0,00-0,25), 03-52 (0,00-0,25), 03-53 (0,00-0,25), 03-54 (0,00-0,25), 03-55 (0,00-0,25), 03-56 (0,00-0,25) 03-52 (1,10-1,50), 03-47 (1,55-2,00), 03-46 (1,15-1,40), 03-44 (0,45-0,95), 03-48 (1,50-2,00), 03-49 (1,20-1,40), 03-45 (1,30-1,80), 03-51 (0,45-0,80), 03-50 (0,50-1,00), 03-55 (0,95-1,20) 03-47 (1,00-1,50), 03-45 (1,10-1,30), 03-54 (0,55-0,90), 03-55 (0,95-1,20)
Werkterrein mast 92 MM13 03-17 (0,60-1,10), (0,50-1,10) 03-16 (0,65-1,05), 03-15 (0,50-1,00)
Blad 18 van 23
Geen overschrijding interventiewaarde bodemkwaliteit Bbk: klasse Landbouw/Natuur Geen overschrijding interventiewaarde bodemkwaliteit Bbk: klasse Landbouw/Natuur
Rapport Verkennend Bodemonderzoek Deellocatie 03 Netversterking Noordoost Nederland projectnummer 0479579.100 22 februari 2024 revisie 00
Monster (m -mv) MM14 (0,00-0,50)
Boring (m -mv) 03-11 (0,00-0,30), 03-10 (0,00-0,50), 03-12 (0,00-0,25), 03-13 (0,00-0,40)
Grondsoort
MM15 (0,25-0,90)
03-11 (0,30-0,80), 03-10 (0,55-0,90), 03-12 (0,25-0,75), 03-13 (0,40-0,85)
veen
MM16 (0,00-0,30)
03-21 (0,00-0,30), 03-18 (0,00-0,25), 03-17 (0,00-0,30), 03-16 (0,00-0,30), 03-15 (0,00-0,30), 03-20 (0,00-0,25) 03-23 (0,00-0,15), 03-22 (0,00-0,15), 03-24 (0,00-0,30)
veen
03-23 (0,60-1,10), 03-22 (1,00-1,20), 03-21 (0,80-1,20), 03-18 (1,10-1,30), 03-24 (0,65-1,15), 03-20 (0,90-1,25), 03-25 (0,60-1,10), 03-06 (0,70-1,20)
veen
MM17 (0,00-0,30)
MM18 (0,60-1,30)
Toelichting -
4.2.3
Veldwaarneming
veen
zand
Interventiewaarde- Conclusie overschrijdingen monster Geen overschrijding interventiewaarde bodemkwaliteit Bbk: klasse Landbouw/Natuur Geen overschrijding interventiewaarde bodemkwaliteit Bbk: klasse Landbouw/Natuur Geen overschrijding interventiewaarde bodemkwaliteit Bbk: klasse Landbouw/Natuur -
-
-
Geen overschrijding interventiewaarde bodemkwaliteit Bbk: klasse Landbouw/Natuur Geen overschrijding interventiewaarde bodemkwaliteit Bbk: klasse Landbouw/Natuur
: Geen waarneming/geen overschrijding
Grondwater In tabel 4.4 zijn de grondwatermonsters weergegeven, met per monster de parameters waarvan de concentraties de voorkeurs- of signaleringswaarden van de provincie Groningen overschrijden. Tabel 4.4: Overschrijdingstabel grondwater Monster Peilbuis Overschrijding (filter, m -mv) signaleringsparameter 1) 03-46-1-1 3,15 - 4,15 03-35-1-1 1,80 - 2,80 03-36-1-1 1,70 - 2,70 03-31-1-1 1,60 - 2,60 03-20-1-1 1,60 - 2,60 03-14-1-2 4,70 - 5,70 Toelichting : 1) :
4.2.4
Conclusie monster Geen overschrijding signaalwaarde Geen overschrijding signaalwaarde Geen overschrijding signaalwaarde Geen overschrijding signaalwaarde Geen overschrijding signaalwaarde Geen overschrijding signaalwaarde
Geen overschrijding Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering, zie bijlage 'Toelichting op normwaarden grond en grondwater' voor uitleg
Waterbodem In tabel 4.8 zijn de toetsingsresultaten samengevat. Hierbij zijn per monstervak de beoordeling van de toepassing volgens het Besluit bodemkwaliteit en de maatgevende parameters
Blad 19 van 23
Rapport Verkennend Bodemonderzoek Deellocatie 03 Netversterking Noordoost Nederland projectnummer 0479579.100 22 februari 2024 revisie 00
weergegeven. Een uitgebreide verklaring van de samenstellingswaarden van het Besluit bodemkwaliteit is opgenomen in bijlage 9. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 11. Tabel 4.8: Toetsingstabel waterbodemmonsters Monstervak
Beoordeling Besluit bodemkwaliteit
MMSL1 (SL1 t/m SL10)
Beoordeling toepassen op waterbodem (T103)
Beoordeling verspreiden op aangrenzend perceel (T105)
Beoordeling toepassen op landbodem (T101)
Voldoet aan
Bepalende parameters
Voldoet aan
Bepalende parameters
Voldoet aan
Bepalende parameters
Licht verontrenigd
Minerale olie
Verspreidbaar
-
Klasse Industrie
Minerale olie
Uit de bovenstaande tabel blijkt dat de onderzochte waterbodem wordt beoordeeld als vrij toepasbaar danwel verspreidbaar voor elk van de toetsingen. Toetsingsresultaten PFAS De analyseresultaten zijn getoetst en beoordeeld aan de richtwaarden uit het ‘Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’, versie van december 2023. De toetsingsresultaten zijn weergegeven in de navolgende tabel 4.9. De toetsingsresultaten zijn opgenomen in bijlage 14. Het toetsingskader PFAS is nader toegelicht in bijlage 15. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 11. Tabel 4.9: Toetsingstabel PFAS (versie december 2023). Monstervak
Beoordeling Tijdelijk handelingskader Voldoet aan Toepassen
MMSL2 (SL1 t/m SL10)
1)
Landbouw/Natuur
Maatgevende parameter(s)
Verspreiden
2)
Altijd toepasbaar
-
1) Betreft toetsing voor het toepassen van baggerspecie op landbodem 2) Betreft toetsing voor het verspreiden van baggerspecie op het aangrenzend perceel
Uit bovenstaande tabel 4.9 blijkt dat er in de bemonsterde waterbodemlagen geen PFAS bevatten boven de maximale waarden van de bodemkwaliteitsklasse Landbouw/Natuur. Hiernavolgend zijn de consequenties voor het milieuhygiënisch eindoordeel van het slib in de monstervakken per toepassing kort samengevat.
Beoordeling toepassen op landbodem (T101) De beoordelingen uit het waterbodemonderzoek voor de toepassing op landbodem voor alle monstervakken blijven ongewijzigd. Beoordeling verspreiden van baggerspecie op het aangrenzend perceel (T105) De beoordelingen uit het verkennend waterbodemonderzoek voor het verspreiden van baggerspecie op het aangrenzend perceel voor alle monstervakken blijven ongewijzigd.
Ten aanzien van de toepassen in oppervlaktewater of op de waterbodem is geen beoordeling ten aanzien van PFAS opgenomen aangezien dit geen beoogde toepassing zal zijn voor het vrijkomende slib van dit project.
Blad 20 van 23
Rapport Verkennend Bodemonderzoek Deellocatie 03 Netversterking Noordoost Nederland projectnummer 0479579.100 22 februari 2024 revisie 00
4.3
Interpretatie Er zijn binnen het gehele projectgebied ter plaatse van de vermeende dempingen en dammen geen antropogene bijmengingen aangetroffen. De asbestverdachtheid is hiermee komen te vervallen. Wel is in de ondergrond van boringen 42, 46 en 47 nabij mast 94 hout aangetroffen. Verder is onder het pad met H-klinkers nabij mast 152 grind en steen aangetroffen. Ook dit materiaal is niet asbestverdacht. Analytisch zijn zowel in de boven- als de ondergrond geen verhoogde gehalten aangetoond boven de interventiewaarde bodemkwaliteit ter plaatse van het werkgebied. De waterbodem van de te dempen bermsloot bevat licht verhoogde gehalten aan minerale olie. Het slib is beoordeeld als Klasse A (T3) of klasse Industrie (T1) voor respectievelijk toepassen op waterbodems of landbodems. Het gehalte aan PFAS is niet klassebepalend. In het grondwater zijn geen componenten in concentraties aangetoond boven de signaalwaarden van de Provincie Drenthe. De hypothese voor een heterogeen verdachte locatie rondom de masten en bij de dempingen kan worden verworpen. Er zijn geen noemenswaardige verontreinigingen aangetoond in de boven- en de ondergrond. De hypothese voor een onverdachte locatie voor de werkterreinen kan dan ook worden aanvaard. De hypothese voor een verdachte locatie van de het vermeende kavelpad en de dammen dient te worden verworpen.
Er zijn geen noemenswaardig verhoogde gehalten aangetoond.
Blad 21 van 23
Rapport Verkennend Bodemonderzoek Deellocatie 03 Netversterking Noordoost Nederland projectnummer 0479579.100 22 februari 2024 revisie 00
5
Conclusies In opdracht van TenneT TSO B.V. voert Antea Group diverse veld- en bodemonderzoeken uit ten behoeve voor het project Netversterking Noordoost Nederland 110kV (NNON). Deze rapportage omvat de resultaten van het in juli 2023 tot februari 2024 uitgevoerde verkennende bodemonderzoek ter plaatse van: 3a. Aanpassen mast ZL-MEE-380-152 (kortweg mast 152 genoemd) en locatie mast BL-EMV-110-092 (kortweg mast 92 genoemd) en EMV-EMBO-110-094 (kortweg mast 94 genoemd) 3b. Kabeltracé mast 092 – 152 – 094 Deze plangebieden zijn gelegen aan de Woldweg en Weerdinger-Erfscheidenveen te NieuwWeerdinge. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is het vaststellen van de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van het werkgebied. Met het bodemonderzoek wordt vastgesteld of er sprake is van een bodemverontreiniging en zo ja, of deze een belemmering vormt voor de voorgenomen werkzaamheden. Het verkennend bodemonderzoek is gebaseerd op de richtlijnen uit de NEN 5740: 2023 (Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek).
5.1
Conclusies Zintuigelijk waarnemingen Er zijn binnen het gehele projectgebied ter plaatse van de vermeende dempingen en dammen geen antropogene bijmengingen aangetroffen. De asbestverdachtheid is hiermee komen te vervallen. In de ondergrond van boringen 42, 46 en 47 nabij mast 94 zijn uitsluitend wat houtresten aangetroffen. Verder is onder het pad met H-klinkers nabij mast 152 grind en steen aangetroffen. Ook dit materiaal is niet asbestverdacht. Grond Er zijn geen verhoogde gehalten aangetoond boven de interventiewaarde bodemkwaliteit in de boven- en de ondergrond. Grondwater In het grondwater zijn geen componenten in concentraties boven de signaalwaarden van de Provincie Drenthe aangetoond.
5.2
Aanbevelingen De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van nader bodemonderzoek. Met onderhavig onderzoek is de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van het overige werkgebied in voldoende mate vastgesteld. Op basis van de CROW400 is bij de geplande graafwerkzaamheden de veiligheidsklasse ‘basishygiëne’ van toepassing.
Blad 22 van 23
Rapport Verkennend Bodemonderzoek Deellocatie 03 Netversterking Noordoost Nederland projectnummer 0479579.100 22 februari 2024 revisie 00
Voornoemde conclusies zijn gebaseerd op het vooronderzoek, de zintuiglijke waarnemingen en analyseresultaten van dit onderzoek. Antea Group Heerenveen, februari 2024
Blad 23 van 23
Rapport Verkennend Bodemonderzoek Deellocatie 04 Netversterking Noordoost Nederland projectnummer 0479579.100 9 februari 2024 revisie 0A
Bijlage 1 Kwaliteitsaspecten bodemonderzoek
Kwaliteitsaspecten bodemonderzoek Betrouwbaarheid/garanties Bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van al dan niet verdachte bodemlagen. Hoewel Antea Group conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving handelt, is het juist deze steekproefsgewijze benadering die het onmogelijk maakt garanties ten aanzien van de verontreinigingssituatie af te geven op basis van de resultaten van een bodemonderzoek. Het vorenstaande betekent dat Antea Group op voorhand geen aansprakelijkheid accepteert ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Antea Group uitgevoerde bodemonderzoek neemt. In een voorkomend geval adviseren wij u altijd contact op te nemen met uw aanspreekpunt binnen Antea Group. In dit kader kan ook worden opgemerkt dat de voor het historisch onderzoek geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Voor het verkrijgen van historische informatie is Antea Group wel afhankelijk van deze bronnen, waardoor Antea Group niet kan instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie. Certificatie/accreditatie Antea Group is gecertificeerd volgens NEN-ISO 9001. Ons bureau is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodemonderzoek (VKB).
Het veldwerk ten behoeve van het milieuhygiënisch bodemonderzoek is uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000 (Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-procescertificaat voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek). In de bijlage 'Verantwoording uitvoering onderzoek BRL SIKB 2000' is vermeld of Antea Group het veldwerk zelf heeft uitgevoerd of heeft uitbesteed aan een ander bureau. Zowel Antea Group als de bureaus waaraan Antea Group veldwerk uitbesteedt, zijn volgens de BRL SIKB 2000 gecertificeerd en erkend. Eventuele afwijkingen van de beoordelingsrichtlijn zijn in voorliggend rapport vermeld. In de bijlage 'Verantwoording uitvoering onderzoek BRL SIKB 2000' staan de namen en parafen van de veldmedewerkers die de kritische functies binnen het veldwerk hebben uitgevoerd. De naleving van de kwaliteitseisen en procedures wordt periodiek getoetst door interne auditors en externe auditors, onder toezicht van de Raad voor Accreditatie (RvA). De onderzochte locatie is niet in eigendom van Antea Group of gerelateerde zusterbedrijven. De in het bodemonderzoek benodigde analyses van grond en grondwater laat Antea Group verrichten door een RvA geaccrediteerd laboratorium. Deze accreditatie garandeert dat bij de analyses consequent de juiste en vastgelegde procedures worden gehanteerd zodat de analyseresultaten een hoge betrouwbaarheid hebben.
Voor de analyses geldt dat deze conform het Accreditatieschema (AS)3000 zijn uitgevoerd. De analyseresultaten zijn gevalideerd getoetst middels BOTOVA. Toepassing grond Het bodemonderzoek geeft inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem in het kader van het gebruik en/of de bestemming van de onderzochte locatie. Indien echter grond van de locatie wordt afgevoerd voor toepassing elders, volstaan de resultaten van het verrichte bodemonderzoek mogelijk niet. Afhankelijk van de omvang van de af te voeren partij(en) grond en de eisen die door de acceptant of het bevoegd gezag ter plaatse van de nieuwe toepassingslocatie worden gesteld, dient de grond eventueel nog conform de richtlijnen van het Besluit bodemkwaliteit te worden onderzocht. Asbest Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem geen onderdeel uitmaakt van onderzoek dat door Antea Group is uitgevoerd volgens de NEN 5740.
Alleen als in de rapportage is vermeld dat er onderzoek conform NEN 5707 is uitgevoerd, is specifiek asbestonderzoek gedaan. Als tijdens het veldwerk in de bodem asbestverdachte materialen zijn opgemerkt, komt dit in de profielbeschrijvingen en de conclusies naar voren. Verkennend asbestonderzoek Voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden dient een visuele inspectie van het onderzoeksterrein te worden uitgevoerd. Hierbij wordt de toplaag van het terrein afgezocht naar asbestverdacht materiaal en puinrestanten. In voorkomende gevallen is visuele maaiveldinspectie zeer beperkt of niet mogelijk vanwege de aanwezigheid van verharding en/of vegetatie. Het uitvoeren van een maaiveldinspectie wordt gebruikt om te beoordelen of er binnen de onderzoekslocatie gedeelten aanwezig zijn die als meer of minder verdacht ten aanzien van de aanwezigheid van asbest kunnen worden aangemerkt. Verspreid over de onderzoekslocatie zijn één of meerdere gaten gegraven van circa 0,3 x 0,3 m tot 0,5 m -mv. (meter beneden maaiveld). In één of meerdere van deze gaten zijn boringen verricht tot enkele decimeters onder de voorgenomen graafdiepte of verdachte laag. De opgeboorde grond is beoordeeld op het voorkomen van verontreinigingen, beschreven en bemonsterd. Het opgegraven materiaal is uitgespreid, geharkt/gezeefd en visueel geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdachte materialen.
Na inspectie en monsterneming zijn de gaten gedicht met het uitgegraven materiaal. De posities van de gaten met boringen zijn ingemeten en weergegeven op de situatietekening.
Bepaling veiligheidsklassen Vooral hetgeen in branchepublicaties is aangegeven wordt door de Nederlandse Arbeidsinspectie beschouwd als 'de stand der techniek' en dient derhalve zorgvuldig te worden nagekomen. De veiligheidsklasse die in dit onderzoek is vastgesteld, betreft de voorlopige veiligheidsklasse. Bij het vaststellen van de voorlopige veiligheidsklasse zijn aannamen gedaan met betrekking tot de omstandigheden tijdens de uitvoer van de werkzaamheden. Wanneer het werk een geraamde duur van meer dan 30 mensdagen beslaat en er meer dan 20 werknemers op de locatie tegelijk werkzaam zijn, of indien de geraamde duur van het werk meer dan 500 mensdagen beslaat, dan dient eveneens via een kennisgeving aan de Nederlandse Arbeidsinspectie het voornemen tot het tot stand brengen van het werk te worden gemeld.
Omgevingswet Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. De verschillende wet- en regelgevingen op het gebied van ruimte, wonen, milieu, natuur en infrastructuur zijn in de Omgevingswet samengevoegd. De doelen van de Omgevingswet zijn de verschillende aspecten van de fysieke leefomgeving in samenhang aan te pakken, ruimte te geven aan lokaal maatwerk en een snellere besluitvorming te bewerkstelligen door vereenvoudiging van regels en procedures. De Wet bodembescherming (Wbb) en het Besluit uniforme saneringen (BUS) zijn met ingang van 1 januari 2024 komen te vervallen en het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) is aangepast. Onder de Omgevingswet zijn ook taken en bevoegdheden van overheden gaan verschuiven en gedecentraliseerd. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving, waaronder bodem en milieubelastende activiteiten. De provincies zijn verantwoordelijk voor de algemene grondwaterkwaliteit. Omgevingsdiensten zijn namens de gemeenten verantwoordelijk voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. Milieubelastende activiteiten Activiteiten die invloed hebben op de fysieke leefomgeving worden milieubelastende activiteiten genoemd. Voor deze activiteiten zijn de gemeenten in de meeste gevallen bevoegd gezag. In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) zijn de algemene regels beschreven voor activiteiten in de fysieke leefomgeving.
Bovenop deze regels kunnen ook regels van toepassing zijn vanuit het
lokale bevoegd gezag en die staan dan beschreven in het Omgevingsplan of de Omgevingsverordening. Graven, saneren en toepassen van grond/bagger/bouwstoffen worden onder de Omgevingswet beschouwd als milieubelastende activiteiten. Naast de algemene zorgplicht zijn in een aantal gevallen aanvullende regels van toepassing. Regelgeving met betrekking tot saneren (BUS) zijn in grote lijnen ondergebracht in het Bal. In het Bal is opgenomen wat de regels zijn omtrent de informatieplicht, melding en evaluatie en eventuele aanvullende eisen. Daarbovenop kan een bevoegd gezag met maatwerkvoorschriften locatiespecifieke aanvullende regels aangeven. Deze lokale regels worden beschreven in het Omgevingsplan. Toetsing en normering Ter bescherming van de leefomgeving, het voldoen aan internationale verplichtingen en het behalen van nationale doelen zijn in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) algemene instructieregels en omgevingswaarden vastgelegd. De instructieregels en omgevingswaarden definiëren de bandbreedte en reikwijdte waarbinnen lokaal maatwerk geboden kan worden. Deze instructieregels en omgevingswaarden werken door in de Omgevingsplannen en verordeningen. Lokale bevoegde gezagen, veelal gemeenten, kunnen afwijkende bodemkwaliteitsnormen ten opzichte van de rijksregels vastleggen, passend bij de functie van een gebied.
Onder de Omgevingswet krijgen lokale overheden de bevoegdheid om eigen normen voor bodemkwaliteit vast te stellen en aanvullende eisen en regels op te stellen ten aanzien van bodemonderzoek, bodemgebruik, grondverzet en sanering. Overgangsrecht In sommige gevallen is sprake van overgangsrecht. Hiervoor blijft de Wet bodembescherming van kracht. Indien dit voor de locatie van toepassing is, zal dit zijn verwoord in de conclusie.
Rapport Verkennend Bodemonderzoek Deellocatie 04 Netversterking Noordoost Nederland projectnummer 0479579.100 9 februari 2024 revisie 0A
Bijlage 2 Vooronderzoek
Milieuhygiënisch vooronderzoek (NEN 5725) Netversterking Noordoost Nederland 110 kV Locaties 1 en 3 t/m 5
projectnummer 0479579.100 definitief revisie 00 28 maart 2023
Milieuhygiënisch vooronderzoek (NEN 5725) Netversterking Noordoost Nederland 110 kV Locaties 1 en 3 t/m 5 projectnummer 0479579.100 definitief revisie 00 28 maart 2023
Auteur S. Sweijen S. Berendsen MA BSc
Opdrachtgever TenneT TSO B.V. Utrechtseweg 310 6812 AR ARNHEM
Gecontroleerd: Ing. A. Wiegersma
datum 28 maart 2023
beschrijving definitief
controle J.L.A. Postma
vrijgave R.S. Raap
Milieuhygiënisch vooronderzoek (NEN 5725) Netversterking Noordoost Nederland 110 kV projectnummer 0479579.100 28 maart 2023 revisie 00
Inhoudsopgave
Blz.
1
Inleiding
2
1.1 1.2
Projectomschrijving Scope
2 2
2
Onderzoeksopzet en locatiegegevens
8
2.1 2.2 2.3
Algemeen Locatiegegevens Begrenzing onderzoeksgebied
8 8 11
3
Onderzoeksresultaten
12
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7
Algemene bodemkwaliteit Locatiespecifieke bodemkwaliteit Bodemopbouw en geohydrologie Asbest PFAS (Poly- en Perfluoralkylstoffen) Terreinverkenning Mastlocaties algemeen
12 12 20 22 24 24 24
4
Conclusie en aanbevelingen
25
4.1 4.2 4.3
Conclusie vooronderzoek Hypothese Aanbevelingen
25 26 28
Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5.
Kwaliteitsaspecten bodemonderzoek Te beantwoorden onderzoeksvragen volgens NEN 7525 Historische topografische kaarten Foto’s terreinverkenning Overzichts- en situatietekeningen
Blad 1 van 28
Milieuhygiënisch vooronderzoek (NEN 5725) Netversterking Noordoost Nederland 110 kV projectnummer 0479579.100 28 maart 2023 revisie 00
1
Inleiding
1.1
Projectomschrijving Om capaciteitsknelpunten in het huidige elektriciteitsnet op te lossen en in de toekomst te voorkomen, gaat TenneT het hoogspanningsnet in onder andere Groningen en Drenthe verzwaren. Onderdeel van deze netversterking vormt het versterken van de bestaande 110kVverbinding ‘Zwolle-Meeden’ tussen masten 097 en 201. Dit om te zorgen voor een goede aan- en afvoer van elektriciteit van het (verstopte) onderliggende 110kV-hoogspanningsnet op het hoofdnet (380kV). Aanpassing en/of verzwaring van verschillende masten, opstijgpunten en verbindingen op dit deel van het tracé is daarom nodig. In opdracht van TenneT TSO B.V. voert Antea Group diverse veld- en bodemonderzoeken uit ten behoeve voor het project Netversterking Noordoost Nederland 110kV (NNON). Dit rapport omvat de resultaten van het milieuhygiënisch vooronderzoek.
1.2
Scope De scope van het project is verdeeld in de volgende vijf locaties, afgebeeld in figuur 1.1: • Locatie 1: 1. Aanpassen bestaande inlussing mast 097 • Locatie 2. Ten tijde van het opstellen van deze definitieve revisie 00 is locatie 2 komen te vervallen. Aangezien hier al wel informatie over is verkregen en is verwerkt in deze rapportage hebben we er in overleg met de opdrachtgever besloten deze informatie te laten staan. Dit met als doel dat deze verkregen informatie niet verloren gaat. • Locatie 3: 3a. Aanpassen mast 152 en locatie mast 092 en 094 3b. Verkabeling (kabeltracé) mast 092 – 152 – 094 • Locatie 4: 4a. Uitbreiding station MSKZ110 4b. Amoveren mast 1 (portaal) 4c. Verkabeling (kabeltracé) mast 181 naar station MSKZ110 4d. Aanpassing mast 181 4e. Verkabeling (kabeltracé) mast 181 – station MSK 110 • Locatie 5: • 5a. Locatie mast 081 en 201. Aanpassingen op mast 201 hier worden een drietal opstijgpunten gerealiseerd. Aanpassingen aan mast 81, hier wordt eveneens een opstijgpunt gerealiseerd. • 5b. Aanpassing kabeltracé mast 201 naar mast 081. Lijnen worden hier verkabeld. Naar aanleiding van een wijziging in de scope voor locatie 04 en het vervallen van locatie 02, is medio maart 2023 een revisie van onderhavig vooronderzoek opgesteld. Dit rapport heeft betrekking op locatie 1 t/m 5, afgebeeld in figuur 1.2 t/m 1.6.
Blad 2 van 28
Milieuhygiënisch vooronderzoek (NEN 5725) Netversterking Noordoost Nederland 110 kV projectnummer 0479579.100 28 maart 2023 revisie 00
Figuur 1.1: Locaties vooronderzoek Netversterking Noordoost Nederland 110kV (waarbij locatie 2 is komen te vervallen). (Bron: Topografische Kaart 2020, Kadaster)
Blad 3 van 28
Milieuhygiënisch vooronderzoek (NEN 5725) Netversterking Noordoost Nederland 110 kV projectnummer 0479579.100 28 maart 2023 revisie 00
Figuur 1.1 Locatie 1.
Figuur 1.2 Locatie 2 (vervallen).
Blad 4 van 28
Milieuhygiënisch vooronderzoek (NEN 5725) Netversterking Noordoost Nederland 110 kV projectnummer 0479579.100 28 maart 2023 revisie 00
Figuur 1.3 Locatie 3.
Blad 5 van 28
Milieuhygiënisch vooronderzoek (NEN 5725) Netversterking Noordoost Nederland 110 kV projectnummer 0479579.100 28 maart 2023 revisie 00
Figuur 1.4 Locatie 4.
Blad 6 van 28
Milieuhygiënisch vooronderzoek (NEN 5725) Netversterking Noordoost Nederland 110 kV projectnummer 0479579.100 28 maart 2023 revisie 00
Figuur 1.5 Locatie 5.
Doel Het doel van het milieuhygiënisch vooronderzoek is het in kaart brengen van eventuele (voormalige) verdachte activiteiten en de aan-/afwezigheid, de aard en de ruimtelijke verdeling van eventuele verontreinigingen op of nabij de voorgenomen ontwikkelingslocaties. Op basis van het vooronderzoek wordt voor de verschillende deellocaties de hypothese en onderzoeksstrategie voor uit te voeren bodem- en/of asbestonderzoek bepaald. Onderzoeksstrategie en kwaliteit Het vooronderzoek is gebaseerd op de richtlijnen uit NEN 5725 (Bodem – Landbodem –Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek) en op de richtlijnen uit NEN 5717 (Waterbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek). Met betrekking tot de kwaliteitsaspecten, toegepaste methoden en betrouwbaarheid/garanties van het onderzoek wordt verwezen naar bijlage 1. De rapportage betreft geen kwaliteitsverklaring waarvan gebruik kan worden gemaakt voor het bepalen van de geschiktheid van mogelijk toekomstige toepassingen van eventueel vrijkomende grond. Wel is de rapportage geschikt om een inschatting te kunnen maken van de mogelijke toepassingen. In dit rapport worden de resultaten van het vooronderzoek beschreven en vervolgens aanbevelingen voor het verkennend bodemonderzoek gedaan.
Blad 7 van 28
Milieuhygiënisch vooronderzoek (NEN 5725) Netversterking Noordoost Nederland 110 kV projectnummer 0479579.100 28 maart 2023 revisie 00
2
Onderzoeksopzet en locatiegegevens
2.1
Algemeen Bij toepassing van NEN 5740, NEN 5707 en NEN 5897 moet een hypothese worden opgesteld omtrent de aan-/ afwezigheid, de aard en de ruimtelijke verdeling van eventuele verontreinigingen. Ten behoeve van het opstellen van een hypothese dient een vooronderzoek te worden uitgevoerd overeenkomstig NEN 5725 (Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek). De aanleiding tot het vooronderzoek is: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek (aanleiding A volgens NEN 5725). In dit hoofdstuk worden de bij de aanleiding behorende onderzoeksaspecten besproken. In bijlage 2 worden deze onderzoeksaspecten onderbouwd met de antwoorden op de verplichte onderzoeksvragen. In tabel 2.1 zijn de geraadpleegde bronnen weergegeven. Tabel 2.1: Geraadpleegde bronnen Geraadpleegde bron Luchtfoto’s en omgevingsfoto’s