CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - Ruimtelijke onderbouwing Erica, Ericasestraat 31

Commissie Wonen en Ruimte 12 maart 2024, gemeente EmmenBij agendapunt: Voorstel definitieve VVGB Erica, Ericasestraat 3110.985 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING EN VERANTWOORDING MILIEUASPECTEN

Ruimtelijke onderbouwing & milieutechnische toelichting – Ericasestraat 31 te Erica

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING EN VERANTWOORDING MILIEUASPECTEN

Verantwoording aanvraag omgevingsvergunning voor activiteiten in strijd met regels voor ruimtelijke ordening (Wabo artikel 2.12 lid 1, sub a onder 3o) Ericasestraat 31 te Erica

Project

:

Verantwoording aanvraag strijd met ruimtelijke regels ingevolge het bestemmingsplan en milieuactiviteiten aan de Ericasestraat 31 waar naast een grondgebonden agrarisch bedrijf, loonwerk activiteiten als nevenfunctie worden uitgevoerd

Projectcode Datum

: :

ORI 34203 april 2023

Opdrachtgever/initiatiefnemer Contactpersonen

: :

Gemeente Contactpersoon

: :

Uitvoering

:

Status

:

Cumela Advies – Nijkerk

Emmen

definitief

-3-

april 2023

Ruimtelijke onderbouwing & milieutechnische toelichting – Ericasestraat 31 te Erica

Cumela Advies – Nijkerk

-4-

april 2023

Ruimtelijke onderbouwing & milieutechnische toelichting – Ericasestraat 31 te Erica

VOORWOORD Voor u ligt een ruimtelijke onderbouwing en een beoordeling van milieuaspecten waarin nader wordt ingegaan op het toevoegen van nevenactiviteiten aan het grondgebonden agrarisch bedrijf van initiatiefnemer aan de Ericasestraat 31 te Erica. De nevenactiviteiten op de locatie betreffen aanvullende vervoersbewegingen, beperkte opslag van zand en grond en het stallen en onderhouden van materieel van initiatiefnemer. In deze onderbouwing zijn de achtergronden van de aanvraag voor een omgevingsvergunning handelen in strijd met ruimtelijke regels en een toelichting op de milieuaspecten beschreven. De gewenste activiteiten gelden als toevoeging van het bestaande agrarisch grondgebonden bedrijf op de locatie. Het vigerende bestemmingsplan 2011 van de gemeente Emmen is op 30 oktober 2014 vastgesteld door de gemeenteraad. Het plan kent geen rechtstreekse mogelijkheid voor de uitvoering van het initiatief, zodat een afwijkingsprocedure benodigd is. Tevens is vanuit milieuwetgeving het Activiteitenbesluit van toepassing. Deze melding is separaat ingediend via de Activiteitenbesluit Internet Module (AIM). In deze toelichting is tevens de milieutechnische verantwoording opgenomen. In de voorliggende ruimtelijke onderbouwing zijn de planologische, milieukundige en bedrijfsspecifieke aspecten in relatie tot de planologische ontwikkeling voor de onderhavige locatie weergegeven.

Cumela Advies – Nijkerk

-5-

april 2023

Ruimtelijke onderbouwing & milieutechnische toelichting – Ericasestraat 31 te Erica

INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING ....................................................................................................................................................... 8 1.1 Aanleiding ................................................................................................................................................. 8 1.2 Ligging plangebied en omvang ................................................................................................................ 8 2. BESTAANDE / BEOOGDE SITUATIE .........................................................................................................10 2.1 Bestaande situatie ..................................................................................................................................10 2.2 Beoogde situatie .....................................................................................................................................12 3 BELEIDSKADER ...........................................................................................................................................14 3.1 Rijksbeleid ..............................................................................................................................................14 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

.......................................................................................................14 3.1.2 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) ...................................................................................14 3.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) .........................................................................14 3.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro), 2017 .........................................................15 3.1.5 Nationaal Waterplan 2022 – 2027 .......................................................................................................15 3.2 Provinciaal beleid ...................................................................................................................................16 3.2.1 Omgevingsvisie Drenthe 2018 ............................................................................................................16 3.2.2 Omgevingsverordening Drenthe .........................................................................................................18 3.3 Gemeentelijk beleid ................................................................................................................................18 3.3.1 Structuurvisie gemeente Emmen 2020, Veelzijdigheid troef...............................................................18 3.3.2

Bestemmingsplan, toelichting ..............................................................................................................19 3.3.3 Toetsing van overig gemeentelijk beleid .............................................................................................20 4 PLANOLOGISCHE EN MILIEUTECHNISCHE UITVOERINGSASPECTEN ................................................21 4.1 Milieuzonering ........................................................................................................................................21 4.1.1

Algemeen ......................................................................................................................................21

4.1.2

Gebiedstypen ................................................................................................................................21

4.1.3

Toetsing ........................................................................................................................................22

4.2 Geluid .....................................................................................................................................................23 4.2.1

Ruimtelijke ordening .....................................................................................................................23

4.2.2

Milieu ............................................................................................................................................23

4.3 Bodem ....................................................................................................................................................24 4.4 Luchtkwaliteit ..........................................................................................................................................26 4.5 Externe veiligheid ...................................................................................................................................28 4.6 Geur ........................................................................................................................................................28 4.7 Wet natuurbescherming .........................................................................................................................28 4.8 Archeologie & Cultuurhistorie .................................................................................................................31

Cumela Advies – Nijkerk

-6-

april 2023

Ruimtelijke onderbouwing & milieutechnische toelichting – Ericasestraat 31 te Erica

4.9 Watertoets ..............................................................................................................................................31 4.10 (Vormvrije) m.e.r.-beoordeling ..............................................................................................................31 4.11 Energie .................................................................................................................................................32 5 UITVOERBAARHEID EN CONCLUSIE .......................................................................................................33 5.1 Economische uitvoerbaarheid ................................................................................................................33 5.2 Conclusie ................................................................................................................................................33

Cumela Advies – Nijkerk

-7-

april 2023

Ruimtelijke onderbouwing & milieutechnische toelichting – Ericasestraat 31 te Erica

1 INLEIDING In deze paragraaf is de aanleiding voor de ruimtelijke onderbouwing, de ligging van het plangebied, de vigerende bestemming en een nadere leeswijzer opgenomen.

1.1 Aanleiding Voorliggende ruimtelijke onderbouwing heeft betrekking op het perceel aan de Ericasestraat 31 te Erica. De ruimtelijke onderbouwing gaat in op het gedeeltelijke gebruik van de aanwezige bedrijfsgebouwen en de gronden binnen het bouwvlak. De bestaande locatie aan de Ericasestraat 31 te Erica betreft een agrarisch gebonden perceel. De huidige activiteiten worden naast het genoemde adres uitgevoerd op 140 ha landbouwgrond. Een gedeelte van deze landbouwgrond grenst aan de Ericasestraat en een gedeelte is in de directe omgeving aanwezig. De huidige activiteiten hebben op de projectlocatie met name betrekking op de stalling van landbouwvoertuigen, het kleinschalig onderhoud daaraan, de opslag van agrarische (hulp)stoffen en aan- en afvoerbewegingen. Een uitgebreide toelichting is in paragraaf 2.1 opgenomen. Initiatiefnemer heeft de wens om loonwerkactiviteiten als nevenfunctie aan de locatie toe te voegen, waarvoor een omgevingsvergunning voor het strijdig gebruik van het bestemmingsplan is aangevraagd.. Voor deze wijziging is een omgevingsvergunning aangevraagd voor het strijdig gebruik van de ruimtelijke regels van het geldende bestemmingsplan “Buitengebied 2011”.

In deze toelichting behorende bij de aanvraag strijdig gebruik wordt aangetoond dat de wijzigingen in overeenstemming zijn met de voorwaarden en de gewenste situatie vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is.

1.2 Ligging plangebied en omvang Het plangebied ligt in het buitengebied ten noorden van Erica, op het perceel Ericasestraat 31. Kadastraal is de locatie bekend als gemeente Emmen, sectie AG nummers 1864 en 1865. In onderstaande afbeelding 1 is de locatie en de omgeving van het perceel weergegeven.

Figuur 1: Ligging projectlocatie (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

1.3 (Geldend) bestemmingsplan Het plangebied valt binnen het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied 2011” van de gemeente Emmen (vastgesteld op 30 oktober 2014). De locatie heeft de bestemming ‘Agrarisch – Grondgebonden 1’. Daarnaast is de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 4’ aan de locatie toegekend. In onderstaande afbeelding is

Cumela Advies – Nijkerk

-8-

april 2023

Ruimtelijke onderbouwing & milieutechnische toelichting – Ericasestraat 31 te Erica

de ligging van de locatie in het bestemmingsplan weergegeven. In de afbeelding geeft de blauwe contour de inrichting aan en het bouwvlak is met de rode contour aangegeven.

Figuur 2: Bestemming van de locatie (Bron www.ruimtelijkeplannen.nl)

Via onderhavige onderbouwing is een verantwoording opgenomen, waarmee de gewenste ontwikkeling wordt verantwoord.

1.4 Leeswijzer In deze ruimtelijke onderbouwing wordt de goede ruimtelijke ordening gemotiveerd en verantwoord. Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2. Hierin is een beschrijving opgenomen van de huidige en gewenste activiteiten van het bedrijf. In hoofdstuk 3 wordt het Rijks-, provinciaal, en gemeentelijk beleid – voor zover relevant – behandeld. In hoofdstuk 4 wordt inzicht gegeven in de milieu- en omgevingsaspecten die van belang zijn voor de onderhavige bestemmingswijziging. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de uitvoerbaarheid en conclusie van dit plan.

Cumela Advies – Nijkerk

-9-

april 2023

Ruimtelijke onderbouwing & milieutechnische toelichting – Ericasestraat 31 te Erica

2. BESTAANDE / BEOOGDE SITUATIE 2.1 Bestaande situatie De huidige locatie aan de Ericaestraat 31 te Erica betreft een grondgebonden agrarisch bedrijf met een oppervlakte (blauwe contour figuur 2) van circa 7.300 m2, het bouwvlak (rode contour figuur 2) heeft een oppervlakte van circa 5.900 m2. Aan de oostzijde wordt het perceel begrensd door de Ericasestraat. Dit betreft een doorgaande weg buiten de bebouwde kom waar een maximale snelheid van 80 km/u is toegestaan. De overige gronden rondom het perceel zijn bestemd als ‘Agrarisch – Grondgebonden 1’ en ‘Agrarisch met waarden – Grootschalige Veenontginning’. In de directe omgeving is voornamelijk agrarisch cultuurlandschap aanwezig. Daarnaast zijn diverse verspreide woonbestemmingen aanwezig. In het huidige bestemmingsplan is aan het perceel de enkelbestemming Agrarisch – Grondgebonden 1 toegekend. De afstand van het plangebied tot de kern van Erica bedraagt hemelsbreed circa 2.500 meter. Het bedrijfsperceel betreft een agrarisch bedrijf welke in totaal circa 140 ha beslaat. Van deze landbouwgrond ligt 30 ha aan de Ericasestaat 31 te Erica. De overige gronden liggen in de directe omgeving van de bedrijfslocatie.

De feitelijke activiteiten op de locatie omvatten de stalling van diverse (land-)bouwmachines, motorrijtuigen met beperkte snelheid, werktuigen, overige hulpmiddelen, opslag van agrarische goederen en worden ondersteunende werkzaamheden (kleinschalig onderhoud) op de eigen locatie uitgevoerd. De activiteiten op de locatie zijn bedoeld om de landbouwgronden intensief te onderhouden. De aangrenzende akkerbouwgronden worden aangewend voor de teelt van agrarische producten. Buiten het teeltseizoen worden de gronden onderhouden en bewerkt ter voorbereiding op de teelt van agrarische producten. De activiteiten zijn zeer divers en zijn afhankelijk van het gewas, bijvoorbeeld aardappelen, uien of bieten, dat wordt geteeld en weersomstandigheden. In het algemeen hebben de activiteiten, onder andere, betrekking op: Ploegen; Frezen; Zaaien / poten agrarische producten; Gewasbeschermingsmiddelen verspuiten; Vloeibare kunstmest verspuiten; Sproeien tijdens droge perioden; Oogsten agrarische producten; Tijdelijke opslag agrarische producten op landbouwgrond; Verwijderen aanhangende grond van agrarische producten; Sorteren van agrarische producten; Vaste mest uitrijden; Compost uitrijden. Deze activiteiten worden op de landbouwgronden buiten de grens van de inrichting uitgevoerd. Voor het uitvoeren van deze werkzaamheden is een diversiteit aan materieel benodig.

In het onderstaande overzicht is het matrieel weergegeven dat op de locatie aanwezig kan zijn. Het materieel wordt eveneens op andere gronden van het agrarisch bedrijf ingezet. Rijdend materieel en puntbronnen zijn in het akoestisch onderzoek opgenomen. Getrokken materieel of materieel zonder eigen geluidsuitstraling zijn niet in het akoestisch onderzoek vermeld. Materieel Hallenvuller Beco kipwagen Zaaimachine Kunstmeststrooier Spitmachine Landbouwspuit

Cumela Advies – Nijkerk

Aantal 1 2 1 1 1 1

Materieel Aggregaat Brandstoftank Motorpompset Regeninstallatie Ondergronder Quad Yamaha

- 10 -

Aantal 1 1 1 1 1 1

april 2023

Ruimtelijke onderbouwing & milieutechnische toelichting – Ericasestraat 31 te Erica

Materieel Opschepbak Dumper Beco Pootmachine Onderlosser Tractoren Greppelfrees Transportbanden Klepelmaaier Cultivator Aardappel loofklapper Hogedrukspuit Heftruck

Aantal 1 2 1 1 5 1 1 1 3 2 1 1

Materieel Compost strooier Aardappel kisten Transportbanden Landbouwwagen Beregeningsbuizen Mest container Volvo shovel L35 Mobiele kraan Rupskraan Uienrooier Uien lader/ aardappel rooier

Aantal 1 50 5 2 1 1 1 1 1 1 1

Op het perceel is een woning aanwezig, een schuur voor stalling en onderhoud van landbouwmachines en materieel en een bedrijfskantine met opslag ten behoeve van de agrarische activiteiten. Op de locatie vinden geen activiteiten plaats met betrekking tot de opslag of het verpompen van gewasbeschermingsmiddelen. Op het terrein van de inrichting worden enkele werkzaamheden uitgevoerd ten behoeve van het agrarisch grondgebonden bedrijf. Deze activiteiten zijn hieronder toegelicht: - Op de agrarische gronden binnen de inrichting wordt gedurende het jaar diverse agrarische goederen en producten opgeslagen. Deze opslag is telkens kort durend, enkele weken tot een maand, en zijn afhankelijk van het seizoen, weersomstandigheden en de te telen gewassen op de agrarische gronden. De opslag kan bestaan uit zaai- of pootgoed, compost, tarragrond, geoogste producten, kalk en vergelijkbare goederen. De opslag van deze agrarische goederen vindt plaats op maximaal 1.200 m2 van het buitenterrein. De maximale ruimte wordt met name benut bij de opslag van geoogste landbouwproducten. De opslag is op een afstand van minstens 50 meter van woningen van derden gelegen. Deze goederen zijn inert en leiden niet tot bodemverontreinigingen of geuremissies; - Op het buitenterrein wordt agrarisch materieel gestald. Dit betreft voornamelijk getrokken materieel.

De stalling vindt plaats doordat de schuur onvoldoende ruimte bevat om al het materieel te stallen. Een deel van het materieel moet inpandig worden gestald vanwege diefstalgevoelige onderdelen en kwetsbare delen die tegen weersinvloeden moeten worden beschermd; - In de schuur is een werkplaats aanwezig waar kleine reparaties en dagelijkse onderhoudswerkzaamheden worden uitgevoerd; - Opslag dieselolie vindt plaats in de bedrijfsschuur in een bovengrondse dubbelwandige tank met een inhoud van 5 m3; - Tanken van agrarisch materieel, de jaarlijkse doorzet van diesel bedraagt minder dan 25 m3 getankt; - Reinigen van het agrarische materieel op een wasplaats. De wasplaats is voorzien van een olieafscheider, slibvangput en controlevoorziening. De wasplaats wordt maandelijk tweemaal gebruikt voor het uitwendig reiniging van materieel dat is ingezet voor het agrarisch bedrijf; - Aan- en afvoerbewegingen met transportmiddelen. Deze vinden hoofdzakelijk plaats in de dagperiode. Het akoestisch onderzoek geeft een volledig beeld van deze bewegingen. - Gedurende het jaar kunnen zich afwijkende werkzaamheden voordoen. Deze activiteiten hebben betrekking op piekmomenten bij het oogsten van landbouwproducten. In onderstaande afbeelding zijn de werkzaamheden van de bestaande situatie aangegeven.

Cumela Advies – Nijkerk

- 11 -

april 2023

Ruimtelijke onderbouwing & milieutechnische toelichting – Ericasestraat 31 te Erica

Landbouwgrond Stalling en opslag agrarische goederen

Spoelplaats

Bedrijfskantine en stalling

Woonhuis

Stalling materieel Werkplaats Dieseltank

Figuur 3: Huidige situatie (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

2.2 Beoogde situatie De gewenste activiteiten omvatten het toevoegen van loonwerk activiteiten als nevenactiviteit op locatie. Door het toevoegen van deze, aan de agrarische sector gerelateerde, activiteiten wordt de agrarische bedrijfsvoering verbreed. Een deel van de loonwerkactiteiten worden op het bestaande agrarische bedrijf uitgevoerd. Voor de gewenste nevenactiviteit wordt gebruik gemaakt van de bestaande bebouwing en de inrichting van het erf blijft gelijk. Daarnaast wordt activiteiten uitgevoerd op locaties buiten de Ericasestraat 31. In het algemeen omvatten deze werkzaamheden agrarisch loonwerk, cultuurtechnische werkzaamheden, onderhoud van (openbaar) groen en water, infrastructurele werkzaamheden en grondverbetering. Het materieel en de vervoersmiddelen die voor deze werkzaamheden worden ingezet komen twee maal per jaar naar de bedrijfslocatie. Dit is noodzakelijk voor het onderhoud in vindt rond de vakantieperioden in de zomer en aan het eind van het jaar plaats. Buiten deze perioden blijft het grootste deel van het materieel op de projectlocatie of wordt door de medewerker mee naar huis genomen. Dagelijks vinden enkele vervoersbewegingen plaats vanaf de bedrijfslocatie. In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van het materieel dat op de locatie aanwezig kan zijn en het materieel dat op projectlocaties aanwezig is.

Cumela Advies – Nijkerk

- 12 -

april 2023

Ruimtelijke onderbouwing & milieutechnische toelichting – Ericasestraat 31 te Erica

Materieel Trekker Dumper Dieplader Aanhanger Bedrijfsbus Mobiele kraan Mobiele kraan Minikraan Bakkenwagen Bestelbus BE combinatie

Aantal 1 1 1 1 1 1 5 1 1 5 1

Locatie Ericasestraat 31 Ericasestraat 31 Ericasestraat 31 Ericasestraat 31 Ericasestraat 31 Ericasestraat 31 Projectlocatie Projectlocatie Projectlocatie Projectlocatie Projectlocatie

De overige aanvullende activiteiten op het perceel aan de Ericasestraat 31 bestaan uit een beperkte opslag van zand en grond. Deze opslag omvat in totaal 200 m2 binnen het bouwvlak. De opslag hoogte van deze zand en grond bedraagt maximaal 2,5 meter. De opslag vindt plaats tussen keerwanden waardoor verstuiving wordt voorkomen. Bij droge weersomstandigheden worden aanvullende maatregelen getroffen, bijvoorbeeld het bevochtigen of afdekken van de opslag. De opgeslagen grond betreft altijd grond met klasse natuurlandbouw op basis van het Besluit bodemkwaliteit. Andere klassen worden niet opgeslagen. Voor het kleinschalig onderhoud wordt de aanwezige werkplaats gebruikt. Het tanken van diesel voor de loonwerkactiviteiten vindt op de projectlocaties of bij openbare tankstations plaats. De spoelplaats wordt niet gebruikt voor materieel van loonwerkactiviteiten. In onderstaande afbeelding is een overzicht van de aanvullende activiteiten in de gewenste situatie weergegeven:

Opslag zand en grond

Stalling materieel vakantieperiode

Stalling loonbedrijf Werkplaats

Figuur 4: Gewenste situatie

Cumela Advies – Nijkerk

- 13 -

april 2023

Ruimtelijke onderbouwing & milieutechnische toelichting – Ericasestraat 31 te Erica

3 BELEIDSKADER In dit hoofdstuk is het relevante ruimtelijk beleid opgenomen.

3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. En er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. In een NOVIgebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren Opgaven Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal.

Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: 1. Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie. 2. De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden.. 3. Steden en regio's sterker en leefbaarder maken. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Uitvoering De NOVI gaat vergezeld van een uitvoeringsagenda, waarin staat aangegeven hoe het Rijk invulling geeft aan zijn rol bij de uitvoering van de NOVI. IN de Uitvoeringsagenda zijn onder andere een overzicht van instrumenten en (gebiedsgerichte) programma's op de verschillende beleidsterreinen te vinden. De Uitvoeringsagenda zal, indien nodig, jaarlijks worden geactualiseerd. De ontwikkeling in het plangebied raakt geen opgaven die zijn opgenomen in de NOVI.

3.1.2 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 in werking getreden. Met de Structuurvisie zet het kabinet het roer om voor het nationale ruimtelijke beleid. De nieuwe Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte vervangt verschillende bestaande nota's zoals de nota Ruimte, de agenda Landschap en de agenda Vitaal Platteland. Om de verantwoordelijkheden te leggen waar deze het beste passen, draagt het Rijk de ruimtelijke ordening meer over aan gemeenten en provincies. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 14 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 14 belangen hebben decentrale overheden beleidsruimte voor het faciliteren van ontwikkelingen. Het besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt regels voor de 14 aangewezen nationale belangen zoals genoemd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Deze belangen zijn niet van toepassing voor het plangebied. 3.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 (grotendeels) in werking getreden en omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen.

Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee.

Cumela Advies – Nijkerk

- 14 -

april 2023

Ruimtelijke onderbouwing & milieutechnische toelichting – Ericasestraat 31 te Erica

Met het Barro maakt het Rijk pro-actief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij het Barro kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit. In een bestemmingsplan of wijzigingsplan voor het landelijk gebied dient met name rekening te worden gehouden met de door het Rijk geformuleerde belangen inzake natuur (Ecologische Hoofdstructuur en Natura 2000-gebieden) en de kust en kustbescherming. Conclusie: Het plangebied ligt niet nabij de kust, zodat er geen sprake is van kustbescherming. Het plangebied ligt binnen landelijk gebied, maar niet in of in de directe nabijheid van een Natura 2000-gebied (Bargerveen op circa 7,5 kilometer, Mantingerzand op circa > 20 kilometer afstand). De beleidsregels vanuit het Barro zijn niet aan de orde voor onderhavig plan. 3.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro), 2017 Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog een 'Ladder' voor duurzame verstedelijking op.

Deze ‘Ladder’ is per 1 juli 2017 gewijzigd in die zin dat het doel van de ladder is teruggebracht naar de essentie, te weten aan te geven dat de noodzaak van een voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte (plus motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd). Concreet betekent dit dat het onderzoek naar het 'actuele' en 'regionale' aspect van de behoefte en trede 3 van de Ladder komen te vervallen. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Doel van de Ladder is en blijft een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De Ladder moet worden toegepast als er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Met dit initiatief is geen ‘sprake’ van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In de overzichtsuitspraak van 28 juni 2017 van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State is jurisprudentie opgenomen wanneer sprake is van stedelijke ontwikkeling. De gewenste ontwikkeling bestaat uit het realiseren van nieuwe loon- en grondverzet activiteiten in reeds bestaande gebouwen. De gronden kunnen niet voor andere bedrijfsmatige doeleinden gebruikt.

In de verzameluitspraak is opgenomen dat wanneer bij de wijziging sprake is van kleinschalige bedrijfsbebouwing, een beperkte omvang van de bedrijfsbestemming en beperkte gebruiksmogelijkheden geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Door het initiatief wordt invulling gegeven aan het gebruik van reeds bestaande bebouwing. Een nadere toetsing aan de Ladder is niet aan de orde. Conclusie: De Ladder voor duurzame verstedelijking is niet van toepassing voor dit initiatief omdat het een enkel initiatief betreft en geen sprake is van het realiseren van nieuwe gebouwen. Opgemerkt wordt dat middels onderhavig ruimtelijke onderbouwing inzicht wordt gegeven in de goede ruimtelijke ordening. 3.1.5 Nationaal Waterplan 2022 – 2027 Het Nationaal Waterplan (Ministeries van V&W, VROM en LNV, 2009) is de opvolger van de Vierde Nota Waterhuishouding uit 1998. Het beschrijft de maatregelen die genomen moeten worden om Nederland ook voor toekomstige generaties veilig en leefbaar te houden en de kansen die water biedt te benutten. Het Nationaal Waterplan bestaat uit een thematische uitwerking en een gebiedsuitwerking. Thema's die behandeld worden zijn: waterveiligheid, watertekort en zoetwatervoorziening, wateroverlast, waterkwaliteit en gebruik van water.

Gebiedsuitwerkingen zijn er voor de kust, rivieren, IJsselmeergebied, zuidwestelijke Delta, Randstad, Noordzee, Noord-Nederland en de Waddenzee, hoog Nederland en het stedelijk gebied. Op basis van de Waterwet en de Wet ruimtelijke ordening heeft het Nationaal Waterplan de status van structuurvisie. Conclusie: Voor de uitvoering van dit plan en de beoordeling van het onderdeel ‘water’ wordt verwezen naar paragraaf 4.9 van deze onderbouwing. Door rekening te houden in het plan met de uitgangspunten uit het watertoetsdocument wordt ook voldaan aan het Nationaal Waterplan.

Cumela Advies – Nijkerk

- 15 -

april 2023

Ruimtelijke onderbouwing & milieutechnische toelichting – Ericasestraat 31 te Erica

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Drenthe 2018 De Omgevingsvisie is het strategische kader voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe. De visie formuleert de belangen, ambities, rollen, verantwoordelijkheden en sturing van de provincie in het ruimtelijke domein. De Omgevingsvisie heeft voor de provincie vooral een interne binding. Dit betekent dat de provincie bij de uitoefening van haar taken aan de Omgevingsvisie gebonden is. Missie De missie van de provincie is het waarderen van de Drentse kernkwaliteiten en het ontwikkelen van een bruisend Drenthe, passend bij de kernkwaliteiten. Deze missie is ingegeven door wat inwoners, medeoverheden en maatschappelijke partners belangrijk vinden voor de toekomst van Drenthe. De kernkwaliteiten zijn samen met partners en de inwoners van Drenthe benoemd, te weten landschap, cultuurhistorie, aardkundige waarden, archeologie, rust en natuur. Kernkwaliteiten De kernkwaliteiten zijn de kwaliteiten die bijdragen aan de identiteit en aantrekkelijkheid van Drenthe. Samen met vertegenwoordigers van overheden, belangengroepen, marktpartijen en inwoners heeft de provincie de volgende kernkwaliteiten van Drenthe benoemd : • rust, ruimte, natuur en landschap; • oorspronkelijkheid (authenticiteit, Drents eigen); • noaberschap; • kleinschaligheid (Drentse schaal); • menselijke maat; • veiligheid.

Het provinciaal belang ligt in het behouden en, waar mogelijk, ontwikkelen van de kernkwaliteiten. In hoofdstuk 4 van de Omgevingsvisie is voor alle kernkwaliteiten een uitwerking naar meer concrete indicatoren gemaakt, namelijk landschap, cultuurhistorie, aardkundige waarden, archeologie, rust en natuur. Zorgvuldig Ruimtegebruik In Drenthe kunnen mensen nog ruimte beleven. Dat wil de provincie bewaken, ook wanneer er nieuwe ontwikkelingen zijn. Zorgvuldig ruimtegebruik is van provinciaal belang. Door het realiseren van nieuwe bedrijfsactiviteiten op een reeds bestaande locatie is sprake van duurzaam ruimtegebruik. Milieu- en leefomgevingskwaliteit De provincie streeft naar een gezonde en veilige leefomgeving voor mens, plant en dier. Het beschermen van de kwaliteit van milieu en leefomgeving is veelal op Europees en nationaal niveau geregeld. Daarbij zijn diverse taken en verantwoordelijkheden bij de provincies neergelegd. Deze taken, gericht op het beschermen van de kwaliteit van lucht, water en bodem en het verbeteren van de verkeersveiligheid, waterveiligheid en externe veiligheid, zijn daarmee van provinciaal belang. Uit Kaarten en doelstellingen Op kaarten behorende bij de Omgevingsvisie Drenthe zijn de kernkwaliteiten nader weergegeven.

Op een aantal kaarten (wanneer relevant) is het plangebied als volgt aangeduid: Landschap Het plangebied is gelegen binnen het landschap van de Veenkoloniën. Van provinciaal belang is de orthogonale samenhang tussen het systematische ontginningspatroon van grootschalige openheid met kenmerkende wijkenstructuur en de bebouwingslinten met daaruit opgaande percelen. De gewenste wijziging wordt uitgevoerd op een bestaand perceel en wordt gebruik gemaakt van bestaande gebouwen. Het landschap wordt niet negatief beïnvloed door het voornemen. Cultuurhistorie Het beleid van de provincie Drenthe ten aanzien van cultuurhistorie is beschreven in de beleidsnota Cultuurhistorisch Kompas Drenthe. Het plangebied is gelegen binnen het gebied Emmen en haar venen. Voor de projectlocatie is het generieke beleid 'respecteren' is van toepassing. Het is bedoeld om de

Cumela Advies – Nijkerk

- 16 -

april 2023

Ruimtelijke onderbouwing & milieutechnische toelichting – Ericasestraat 31 te Erica

cultuurhistorische samenhang, zoals die is vastgelegd in de Cultuurhistorische Hoofdstructuur, te borgen. Bij ontwikkelingen ligt de inzet bij het waarborgen van de cultuurhistorische samenhang voor de toekomst. Initiatiefnemers hebben de verantwoordelijkheid om de cultuurhistorische hoofdstructuur als inspiratiebron te benutten voor ontwikkelingen. De ambitie richt zich specifiek op het zichtbaar houden van de machinale veenwinning en veenverwerking op het Amsterdamscheveld en het Bargerveen, zowel in het landschap als in de bebouwing. Het initiatief heeft geen invloed op de cultuurhistorie in de omgeving en is niet gelegen binnen de aandachtsgebieden Amsterdamscheveld of het Bargerveen. Archeologie Archeologie houdt zich bezig met de reconstructie van oude culturen door middel van het bestuderen van materiële overblijfselen hiervan. Daarbij gaat het om alles wat de mens ooit heeft achtergelaten, bijvoorbeeld restanten van huizen, begraafplaatsen, wapens, sieraden, huisraad, afval en voedselresten. Deze overblijfselen kunnen duizenden jaren oud zijn of slechts een paar honderd jaar. Tegenwoordig wordt ook archeologisch onderzoek gedaan naar in de bodem aanwezige overblijfselen van de Tweede Wereldoorlog. Het provinciaal beleid voor de Drentse archeologie is gericht op instandhouding, bescherming, beleven en benutten.

Het archeologisch erfgoed behoort tot het ruimtelijk erfgoed en is een belangrijke bouwsteen van de ruimtelijke kwaliteit en identiteit van Drenthe (kernkwaliteit archeologie). De inhoudelijke kaart Archeologie geeft een overzicht van de archeologische waarden en verwachtingen die de provincie van provinciaal belang achten. In gebieden of terreinen met een archeologische verwachting op de archeologiekaarten, wordt gestuurd op een goede uitvoering van archeologisch onderzoek. Niet voor alle bodemingrepen is archeologisch onderzoek vereist. Dit hangt af van de omvang en aard van de ingreep, de waarde/verwachting van de locatie en het vrijstellingenbeleid zoals dat is uitgewerkt in de gemeentelijke archeologiekaarten. Voor de planlocatie is geen specifiek beleid vastgelegd waardoor het generieke beleid van de provincie van toepassing is. Dit beleid is gericht op het algemene uitgangspunt dat alle behoudenswaardige archeologische vindplaatsen (waarden) die op de Archeologische Monumentenkaart (AMK) van Drenthe staan en de nieuw ontdekte behoudenswaardige vindplaatsen niet ongezien kunnen verdwijnen. Het initiatief heeft geen betrekking op ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn op de locatie geen archeologische waarden aanwezig. Aardkundige waarden Aardkundige waarden die bijdragen aan het specifieke Drentse karakter wil de provincie behouden en, waar mogelijk, herstellen.

Het provinciaal belang ligt in het behouden en, waar mogelijk, ontwikkelen van de kernkwaliteit aardkundige waarden. De provincie wil inhoud geven aan ruimtelijke kwaliteit, om de identiteit en aantrekkelijkheid van Drenthe te behouden en te versterken. Het doel is de archiefwaarde van de bodem te behouden en de landvormen, die karakteristiek zijn voor het Drentse landschap, te behouden en te versterken, als onderdeel van de kernkwaliteit oorspronkelijkheid. Het plangebied is gelegen binnen een gebied met een hoog beschermingsniveau voor aardkundige waarden. In gebieden met een hoog beschermingsniveau heeft provincie Drenthe de ambitie om de context en het referentiebeeld van de aardkundige eenheid te behouden of te herstellen. In deze gebieden worden ontwikkelingen alleen toe gestaan als de aardkundige kwaliteiten en kenmerken worden behouden. De meest gave en zeldzame gebieden, de zogenaamde stergebieden, wil de provincie veiligstellen. Verandering van inrichting of beheer zijn niet toegestaan, tenzij ze nodig zijn om de aardkundige waarde te behouden of te versterken of om aardkundige processen te herstellen, zoals het afplaggen in stuifzandgebieden. De overige gebieden wil provincie Drenthe beschermen. In beginsel kunnen ontwikkelingen in deze gebieden

Cumela Advies – Nijkerk

- 17 -

april 2023

Ruimtelijke onderbouwing & milieutechnische toelichting – Ericasestraat 31 te Erica

alleen worden toegestaan, als de kenmerken en gaafheid worden behouden. Het zorgvuldig en verantwoord omgaan met de aardkundige waarden vormt ons vertrekpunt bij planvorming. Voor het initiatief worden geen bodemingrepen uitgevoerd. De projectlocatie betreft geen stergebied zoals die door provincie Drenthe zijn aangewezen. De aardkundige waarden worden door het initiatief niet aangetast. 3.2.2 Omgevingsverordening Drenthe De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Met name artikelen 2.12 en 2.18 uit de provinciale omgevingsverordening Drenthe hebben raakvlakken met het initiatief. Hierin is opgenomen dat een ruimtelijk plan geen structureel negatieve invloed op de agrarische sector mag hebben. De gewenste nevenactiviteiten voor het loonwerkbedrijf ondersteunen juist de agrarische sector.

Omdat de nevenactiviteiten hoofdzakelijk in het buitengebied worden uitgevoerd worden de gewenste nevenactiviteiten als functioneel aan het buitengebied gebonden beschouwd. Het initiatief is niet in strijd met de ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening.

3.3 Gemeentelijk beleid In dit hoofdstuk voor de voorgenomen ontwikkeling van Initiatiefnemer getoetst aan het beleid van gemeente Emmen. Tevens vindt de toets plaats aan de eisen zoals deze in het bestemmingsplan Buitengebied 2011 zijn opgenomen. 3.3.1 Structuurvisie gemeente Emmen 2020, Veelzijdigheid troef De Structuurvisie gemeente Emmen 2020, Veelzijdigheid troef, is 24 september 2009 vastgesteld. De structuurvisie is opgesteld als ruimtelijke vertaling van de ambities gesteld in de Strategienota Emmen 2020 (vastgesteld september 2001). De structuurvisie geeft de hoofdlijnen van de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente Emmen weer. Tevens dient de structuurvisie om bedrijven, instellingen en andere overheden uit te nodigen tot en te stimuleren om passende, gewenste activiteiten en investeringen te doen die aansluiten op de weergegeven ambities en ruimtelijke mogelijkheden. In de structuurvisie wordt de ruimtelijke structuur van 2020 geschetst aan de hand van een aantal thema's, te weten landschap, duurzaamheid, verkeer, werken, wonen, voorzieningen en veiligheid. Het bestemmingsplan Buitengebied Emmen is als project benoemd in het uitvoeringsprogramma van de structuurvisie. Onder paragraaf 6.1 is het toekomstbeeld van de landbouw opgenomen. Hieruit blijkt dat de verwachting is dat de landbouwsector sterk vertegenwoordigd blijft in gemeente Emmen.

Echter door internationale concurrentie en de druk om goedkoper te produceren zal leiden tot schaalvergroting en het verdwijnen van arbeidsplaatsen. Hierdoor is sprake van het vrijkomen van agrarische bebouwing. Om het landschap te behouden en te voorkomen dat de landschapsopbouw wordt aangetast kan ruimte worden geboden aan andere functies of economische dragers. Het initiatief past binnen de voorwaarden van de structuurvisie. De locatie betreft een grondgebonden akkerbouwbedrijf welke enkele jaren geleden is samengevoegd met een aanliggend grondgebonden akkerbouwbedrijf. Het vrijkomende woonhuis en een deel van de bedrijfsgebouwen worden door het uitvoeren van de loonwerkactiviteiten blijvend gebruikt. Deze gebouwen zijn de afgelopen jaren opgeknapt waardoor de landschappelijke waarden in stand zijn gehouden.

Cumela Advies – Nijkerk

- 18 -

april 2023

Ruimtelijke onderbouwing & milieutechnische toelichting – Ericasestraat 31 te Erica

Het initiatief voldoet aan de randvoorwaarden van de Structuurvisie gemeente Emmen 2020, veelzijdigheid troef.

3.3.2 Bestemmingsplan, toelichting Op 30 oktober 2014 is het huidige bestemmingsplan Buitengebied 2011 vastgesteld door gemeente Emmen. De projectlocatie is gelegen in het gebied tussen Erica en Emmen waarbij het landschapstype Grootschalige veenontginningen is toegekend. Meer specifiek is de locatie gelegen in het deelgebied Ericase Straat en omgeving waarbij de functie Agrarisch – Grondgebonden 1 met dubbelbestemming Waarde – Archeologie 4 is toegekend. In onderstaande verbeelding is de ligging van de projectlocatie weergegeven in het landschapstype. Projectlocatie

Figuur 5: Ligging projectlocatie in Grootschalige veenontginning, Ericase Straat e.o.

Voor deelgebied Ericase Straat e.o. is in paragraaf 6.5.2 van de analyse van het bestemmingsplan buitengebied in de bijlage op de toelichting van het bestemmingsplan een uitgebreide beschrijving van de omgeving opgenomen. Daarnaast zijn in de toelichting bij het bestemmingplan een aantal onderdelen van toepassing voor het initiatief. Deze paragrafen zijn hieronder nader toegelicht. Bestaande situatie: agrarisch aanverwante bedrijven In paragraaf 3.8.1.1 is de bestaande situatie ten aanzien van agrarisch aanverwante bedrijven in het buitengebied omschreven. In deze paragraaf is opgenomen dat de landbouwsector de grootste gebruiker van

Cumela Advies – Nijkerk

- 19 -

april 2023

Ruimtelijke onderbouwing & milieutechnische toelichting – Ericasestraat 31 te Erica

de gronden in het buitengebied betreft. Het landschap is en wordt dan ook sterk door de landbouw bepaald. Daarnaast is de landbouw een van de belangrijke economische dragers van het platteland. Naast de pure agrarische functie wordt het buitengebied ook vertegenwoordigd door andere, agrarisch aanverwante bedrijvigheid. In het buitengebied zijn diverse agrarische handels- en hulpbedrijven aanwezig (onder meer loonbedrijven). Deze bedrijven leveren diensten aan de agrarische ondernemers. Daarnaast kan deze vorm van bedrijvigheid een aanvullende inkomstenbron zijn voor agrarische ondernemers. Paragraaf 3.8.2 omschrijft de ontwikkelingen en tendensen van de agrarisch aanverwante bedrijven in het buitengebied. Door deze ontwikkelingen toe te staan wordt de leefbaarheid en de economische vitaliteit in het buitengebied op peil gehouden. Het initiatief heeft betrekking op het toevoegen van loonwerk- en grondverzetwerkzaamheden als nevenfunctie van het bestaande grondgebonden agrarisch bedrijf aan de Ericasestraat 31 te Erica. Het verzoek past binnen de huidige situatie van het buitengebied. Tevens wordt gebruik gemaakt van de reeds aanwezige gebouwen en het huidige bouwvlak van de locatie. De activiteiten worden hoofdzakelijk in het buitengebied uitgevoerd voor diverse opdrachtgevers uit de agrarische en cultuurtechnische sector.

Een deel van de werkzaamheden zal worden uitgevoerd aan het ter plaatse aanwezige grondgebonden agrarische bedrijf. Hiermee past het initiatief binnen het bestaande beeld van het buitengebied van Emmen. Tevens wordt een bijdrage geleverd aan de leefbaarheid en economische vitaliteit van het buitengebied door het verbreden van het grondgebonden agrarisch bedrijf. Het materieel dat wordt ingezet voor de agrarische bedrijfsvoering wordt eveneens ingezet voor loonwerk- en grondverzet activiteiten. 3.3.3 Toetsing van overig gemeentelijk beleid Bij het vaststellen van het bestemmingsplan zijn een aantal beleidsstukken betrokken. Deze beleidsstukken zijn als bijlage opgenomen bij de regels en de toelichting op het bestemmingsplan. In deze beleidsstukken zijn geen voorwaarden opgenomen of kaders gesteld aan het uitbreiden van activiteiten op een bedrijfslocatie in het buitengebied. Conclusie De gewenste wijziging past binnen de voorwaarden van de gemeentelijk beleid van gemeente Emmen.

Cumela Advies – Nijkerk

- 20 -

april 2023

Ruimtelijke onderbouwing & milieutechnische toelichting – Ericasestraat 31 te Erica

4 PLANOLOGISCHE EN MILIEUTECHNISCHE UITVOERINGSASPECTEN Artikel 5.20 van het Bor verklaart voor de inhoud van een besluit als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 30 Wabo, artikel 3.1.6 van overeenkomstige toepassing. Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de ruimtelijke onderbouwing een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de thema's milieuzonering, geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, geur, ecologie en archeologie & cultuurhistorie. De gewenste activiteiten zijn gericht op het uitbreiden van de grondgebonden agrarische activiteiten met loonwerk- en grondverzetactiviteiten. In het Activiteitenbesluit van voorschriften opgenomen voor bedrijfsmatige activiteiten. Omdat de van toepassing zijnde milieuaspecten voor zowel een goede ruimtelijke ordening en een milieutechnische beoordeling van belang zijn, is in dit hoofdstuk een gecombineerde toelichting opgesteld.

4.1 Milieuzonering 4.1.1 Algemeen Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: • het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; • het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering’ uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.

De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. Deze wijze van beoordeling volgt tevens uit vaste jurisprudentie van de Raad van State. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. 4.1.2 Gebiedstypen In de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering’ is een tweetal gebiedstypen te onderscheiden; 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. Een 'gemengd gebied' is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven.

Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. Het projectgebied is gelegen in het buitengebied, waar sprake is van sterke menging van functies. De aanwezige functies in de nabije omgeving betreffen bedrijvigheid, agrarische bedrijven, wonen,

Cumela Advies – Nijkerk

- 21 -

april 2023

Ruimtelijke onderbouwing & milieutechnische toelichting – Ericasestraat 31 te Erica

maatschappelijk en verkeer. De ontsluiting via de Ericasestraat betreft een weg waar 80 km/u de maximale snelheid betreft. Daarom wordt in dit geval uitgegaan van het omgevingstype ‘gemengd gebied’. 4.1.3 Toetsing De beoordeling of de gewenste activiteiten op de projectlocatie kunnen worden toegestaan bestaat uit een aantal stappen. De eerste stap is het beoordelen of de afstand tussen de gewenste activiteit en omliggende gevoelige objecten voldoet aan de richtwaarden uit de VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering. In onderstaande tabel zijn de richtafstanden voor de activiteit opgenomen. SBI2008 016

1

Omschrijving Dienstverlening t.b.v. de landbouw algemeen (o.a. loonbedrijven) > 500 m2

Milieucategorie

Richtafstand, gemengd gebied

3.1

30 m

Uit de beoordeling blijkt dat de meest nabijgelegen erfgrens van de loonwerkactiviteiten naar het dichtstbijzijnde gevoelige object circa 27 meter bedraagt. Dit betreft de afstand nabij de bedrijfswoning. De feitelijke werkzaamheden worden op een grotere afstand uitgevoerd. In afbeelding 6 zijn de afstanden inzichtelijk gemaakt.

Figuur 6: Afstanden meest nabij gelegen gevoelig object

Omdat niet aan de richtafstand wordt voldaan moet is de volgende stap een beoordeling of aan de volgende richtwaarden wordt voldaan: Etmaalperiode Dagperiode Avondperiode Nachtperiode

Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAR,LT) 50 dB(A) 45 dB(A) 40 dB(A)

Bedrijfstijden 06.00 – 19.00 uur 19.00 – 22.00 uur 22.00 – 06.00 uur

Maximaal geluidsniveau (LAmax) 70 dB(A) 65 dB(A) 60 dB(A)

Door De Geluidpraktijk is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is beschreven in het rapport met kenmerk 1127-1075. In paragraaf 6.1.3 van het onderzoek is de cumulatieve geluidsbelasting van de activiteiten van Initiatiefnemer en Initiatiefnemer weergegeven. Hieruit blijkt dat aan de geluidwaarden ter plaatse van de referentiepunten en de omliggende gevoelige objecten wordt voldaan.

Cumela Advies – Nijkerk

- 22 -

april 2023

Ruimtelijke onderbouwing & milieutechnische toelichting – Ericasestraat 31 te Erica

Ten aanzien van de milieuaspecten geur, stof en gevaar zijn voldoende maatregelen genomen om eventuele hinder te voorkomen of tot een minimum te beperken. Bij de betreffende milieuaspecten in dit hoofdstuk zijn de maatregelen nader toegelicht.

4.1.4 Conclusie Uit de beoordeling blijkt dat de nevenactiviteiten overeenkomen met bedrijfsactiviteiten met milieucategorie 2 uit de VNG Handreiking Bedrijven en milieuzonering. Het woon- en leefklimaat en de gebruiksmogelijkheden van omliggende percelen wordt niet beperkt. De gewenste ontwikkeling van de nevenactiviteit is passend op de gewenste locatie.

4.2 Geluid 4.2.1 Ruimtelijke ordening De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeursgrenswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. In het kader van de Wet geluidhinder (Wgh) is er sprake van het toevoegen van één geluidgevoelig object. Hierna wordt achtereenvolgens ingegaan op de aspecten wegverkeer-, railverkeer- en industrielawaai als bedoeld in de Wgh. Wegverkeerslawaai Het initiatief leidt niet tot nieuwe geluidsgevoelige objecten binnen de wettelijke geluidszone van de Ericasestraat of een ander wegennet. Hierdoor is het uitvoeren van een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai niet noodzakelijk. Railverkeerslawaai In voorliggend geval is het aspect railverkeerslawaai niet van belang, aangezien er geen spoorweg in de directe omgeving aanwezig is.

Industrielawaai In de omgeving van het projectgebied is geen gezoneerd bedrijventerrein, als bedoeld in de Wgh, aanwezig. Het uitvoeren van een akoestisch onderzoek industrielawaai is hierdoor niet noodzakelijk. De Wgh vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het voornemen. 4.2.2 Milieu De geluiduitstraling van de gewenste activiteiten naar de omgeving is hoofdzakelijk afkomstig van: - Vervoersbewegingen van en naar de inrichting; - Laden en lossen van (agrarische) producten op het perceel. Door De Geluidpraktijk is een akoestisch onderzoek uitgevoerd om te beoordelen wat de invloed is op de geluidsuitstraling van de gecombineerde activiteiten. Het onderzoek van april 2023, met kenmerk 1127-1075, is als bijlage bij deze aanvraag gevoegd. Om een goede beoordeling te kunnen maken is het onderzoek onderscheid gemaakt in de activiteiten die reeds in de huidige situatie worden uitgevoerd en de cumulatie met de gewenste activiteiten. Deze onderdelen zijn in het akoestisch onderzoek nader uitgewerkt. Hierbij is uitgegaan van een wordt case benadering. In onderstaande afbeelding zijn de resultaten, zoals opgenomen in tabel 6.5, uit het akoestisch onderzoek weergegeven. Dit betreft de geluidsuitstraling van de gecombineerde activiteiten.

Cumela Advies – Nijkerk

- 23 -

april 2023

Ruimtelijke onderbouwing & milieutechnische toelichting – Ericasestraat 31 te Erica

In tabel 6.6 van het akoestisch onderzoek zijn de maximale geluidsniveaus van de gecombineerde activiteiten weergegeven.

Uit het overzicht met resultaten blijkt dat de berekende waarden ter plaatse van de aanwezige woningen in de omgeving voldoen aan de eisen ten aanzien van de normstelling van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’. Omdat ter plaatse van de referentiepunten op 30 meter van de inrichting ook wordt voldaan aan de normstelling van, kan worden gesteld dat de gewenste activiteiten niet leiden tot negatieve effecten voor het woon- en leefklimaat. Hiermee wordt invulling gegeven aan de voorwaarden van een goede ruimtelijke ordening gewenste nevenfunctie op de locatie toe te staan. Tevens wordt hiermee voldaan aan de eisen die gelden vanuit het Activiteitenbesluit ten aanzien van geluidhinder.

4.3 Bodem Bodemonderzoeken Bij de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. Op basis van de Woningwet, de Wabo en bijbehorende regelgeving gelden de volgende uitzonderingen voor de bodemonderzoekplicht: 1. als het gaat om bouwwerken die de grond niet raken of het bestaande gebruik wordt gehandhaafd; 2. het bouwwerk een te verwezenlijken bebouwingsoppervlakte heeft van ten hoogste 50 m²; 3. als het gaat om het bouwen van bouwwerken waarin niet (nagenoeg) voortdurend mensen zullen verblijven (Woningwet, artikel 8, derde lid). Hierbij wordt een verblijftijd van minder dan 2 uur gehanteerd; 4. als B&W vrijstelling verlenen omdat er al voldoende gegevens met betrekking tot de bodemkwaliteit bekend zijn, bijvoorbeeld op basis van een reeds eerder uitgevoerd bodemonderzoek (maximaal 5 jaar oud en waarbij het gebruik sindsdien niet is gewijzigd). Voor dit initiatief is het uitvoeren van een bodemonderzoek niet aan de orde. Op de locatie worden geen nieuwe bouwwerken geplaatst.

Op 1 juni 1996 zijn de resultaten van een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 (kenmerk: A008228/94249) van een deel van het perceel vastgelegd. Uit het onderzoek is gebleken dat geen verontreinigingen zijn aangetroffen. Gezien de locatie van het onderzochte deel en het

Cumela Advies – Nijkerk

- 24 -

april 2023

Ruimtelijke onderbouwing & milieutechnische toelichting – Ericasestraat 31 te Erica

gebruik, historisch en actueel, van de percelen is aannemelijk dat de resultaten van het onderzoek een indicatie geven voor de overige percelen. Tevens heeft RUD Drenthe voor het initiatief een advies afgegeven. Dit advies is onderstaand kader opgenomen: In het kader van het Activiteitenbesluit dient er bij bodembedreigende activiteiten die uitgevoerd gaan worden een nulsituatie onderzoek te worden uitgevoerd. Er is voor het nieuwe loonwerk berdrijf echter geen sprake van toekomstige activiteiten (opslag schoon zand en opslag van materieel) die als bodembedreigend beschouwd worden. Derhalve kan een nulsituatie bodemonderzoek achterwege blijven. De bodembedreigende activiteiten die gaande zijn ten bate van het landbouwbedrijf zijn een continuering van de bedrijfsvoering. Voor alle ter plaatse uitgevoerde bodembedreigende activiteiten wordt uitgegaan van de nulsituatie zoals beschreven op basis van de bodemkwaliteitskaart (klasse ‘wonen’ (westzijde locatie) en ‘landbouw/natuur’ (oostzijde locatie)). Bij beëindiging van bodembedreigende activiteiten dient een eindsituatie bodemonderzoek uitgevoerd te worden. Dit geldt zowel voor het landbouwbedrijf als voor het loonwerk bedrijf. Als uit dat eindsituatieonderzoek blijkt dat de bodem (verder) is verontreinigd of aangetast, moet de veroorzaker maatregelen nemen om die verontreiniging te saneren.

Bij het beëindigen van de bedrijfsactiviteiten zal een bodemonderzoek conform NEN 5740 worden uitgevoerd om de eindsituatie van de bodemkwaliteit te bepalen. Nederlandse Richtlijn Bodembescherming Om het ontstaan van bodemverontreiniging te voorkomen is de systematiek gevolgd van de Nederlandse Richtlijn Bodembescherming (NRB), versie 20102, toegepast. In de NRB is een methodiek opgenomen om voor stoffen, op basis van een beschouwing van de aard en eigenschappen, de mate van bodembedreigendheid te bepalen. Op basis van het zogenaamde stoffenschema worden de verschillende activiteiten beoordeeld op bodembedreigendheid. Vervolgens wordt vastgesteld in hoeverre de gerealiseerde voorzieningen en maatregelen overeenkomstig de stand der techniek zijn en welke maatregelen eventueel getroffen dienen te worden. De definitie van een verwaarloosbaar bodemrisico volgens de NRB is een situatie waarbij, door een combinatie van voorzieningen en maatregelen (cvm), het ontstaan of de toename van verontreiniging (gemeten tussen nul- en eindsituatieonderzoek), zoveel mogelijk wordt voorkomen en waarbij herstel van de bodem redelijkerwijs mogelijk is. De NRB kent voor verschillende categorieën van activiteiten meerdere combinaties van voorzieningen en maatregelen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=a4547145-302e-4968-a431-58417e675ff9