Bijlage 4: RHDHV bijlage 1 CE toetsing Drenthe
Tekst van het document
10.3.4 Zoutoplossing In Alternatief 2b en Alternatief 3 wordt het injectiewater opgeslagen in het Schoonebeek gasveld, in de Zechstein 2 carbonaat formatie. Boven deze formatie bevindt zich een afschermende anhydriet laag. Daarboven komt een dik pakket steenzout (haliet) voor, met daar boven het overliggende Trias HoofdKleisteen Laagpakket van meer dan 200 m dik. Het injectiewater is relatief zout water, maar het is nog lang niet verzadigd met zout. Water verzadigd met zout bevat 356 g NaCl per liter bij een temperatuur van 0°C. Het injectiewater bevat 28,3 gram per liter opgeloste zouten. Indien het injectiewater in contact komt met het steenzout, kan een deel van het steenzout oplossen in het injectiewater. Dit is een ongewenste situatie. Bij Alternatief 2a met opslag in de aquifer van het olieveld speelt dit risico niet, omdat de zoutlagen veel dieper liggen dan de aquifer. Als dit toch gebeurt, raakt het injectiewater met zout verzadigd en stopt de oplossing alsnog. Indien er stroming ontstaat in het reservoir, zal het zout verzadigde injectiewater worden vervangen door nog niet verzadigde injectiewater, waardoor het proces van zoutoplossing verder kan gaan. Tijdens water de waterinjectie treedt vooral nabij de injectieputten waterstroming op. Op de lange termijn kan waterstroming ontstaan, omdat water dat het zout oplost zwaarder wordt dan het overige water.
Hierdoor zakt het in het reservoir naar beneden en wordt het vervangen door niet verzadigd water. Zo kan in theorie een convectie cel binnen het reservoir ontstaan, waardoor steeds onverzadigd water naar de zoutlaag getransporteerd wordt. Bij een direct contact tussen injectiewater in het gasreservoir en steenzout kan zodoende zoutoplossing optreden. De mate waarin dit wordt voortgezet is afhankelijk van de stroming in het reservoir. Dit kan optreden nabij een injectieput en daar waar verticale stroming in een reservoir mogelijk is. Op termijn zal het resterende aardgas in het reservoir migreren naar de bovenzijde van het gasveld en zodoende een laag vormen tussen het steenzout en het geïnjecteerde water. NAM heeft meerdere onderzoeken uitgevoerd naar mogelijk oplossing van steenzout en de effecten daarvan. (Halite dissolution modeling, 2016). Uit de modelstudies bleek daarom dat deze risico’s nihil zijn bij de juiste reservoir keuze. Uit een tweede studie (Subsidence caused by Halite dissolution due to water injection into depleted Carbonate gas reservoirs encased in Halite) is gebleken dat in het geval dat op termijn het injectiewater door zoutoplossing toch volledig zoutverzadigd zou worden, dit tot een bepaalde mate van regionale bodemdaling zou kunnen leiden, wat naar verwachting geen schade of milieurisico’s tot gevolg zal hebben. 17-1-2023
CE-TOETSING DRENTHE ALTERNATIEVEN
BF5299-IB-RP-CE-OOS
87
Projectgerelateerd
De aanwezigheid van ondoorlaatbare en onoplosbare anhydriet- en kleilagen vormt een natuurlijke barrière tussen het injectiewater en het steenzout, wat daardoor niet in oplossing kan gaan. Het Schoonebeek gasveld is voorzien van een anhydrietlaag. In het gasveld is echter een breukzone aanwezig waar direct contact is tussen het reservoir en het steenzout. De injectieputten dienen op voldoende afstand van deze breukzone geplaatst te worden. Zoutoplossing is een ongewenste gebeurtenis die kan optreden waar het injectiewater in het Schoonebeek gasveld in direct contact staat met steenzout, ter plaatse van de breukzone. Hier zal zoutoplossing optreden, wat een negatieve score voor Alternatief 2b en 3 oplevert (score - -). Door de injectieputten op afstand te plaatsen van de breukzone, zal de toestroom van onverzadigd injectiewater worden geminimaliseerd. De lange termijn risico’s van zoutoplossing zoals bodemdaling kunnen daarmee geminimaliseerd worden. Met deze mitigerende maatregel is er een enkel negatieve score (score -).
10.3.5 Verwerking restproducten: opslag in stortplaatsen aan maaiveld In Alternatief 1 en 2 is sprake van waterzuivering. Bij waterzuivering ontstaan restproducten. De meeste restproducten kunnen verwerkt worden door afvalverwerkers, zoals dit ook gebeurt bij andere waterzuiveraars in Nederland. De restproducten worden dan verbrand of hergebruikt. Dit levert geen lange termijn risico’s op (score 0). Bij Alternatief 1 Vaste zoutproducten, worden zodanig grote hoeveelheden zout geproduceerd, dat dit niet naar gewone verwerkers afgevoerd kan worden. Mogelijk kan dit zout direct hergebruikt worden, maar de kans is groot dat het langdurig of permanent opgeslagen moet worden in een speciale stortplaats. De opslag van dit zout in de biosfeer geeft daarom een langdurige belasting van de omgeving. Op de lange termijn bestaat het risico dat deze stortplaatsen degraderen en er reststoffen vanuit de stortplaatsen in de bodem kunnen infiltreren en zo tot milieuschade leiden. De kans dat dit gebeurt wordt op de (zeer) lange termijn als redelijk groot beschouwd. Alleen met expliciete voorzorgmaatregelen en een lange termijn beheerbeleid van de stortplaats is dit risico te verantwoorden. Bovengrondse zoutopslag leidt ertoe dat op termijn de kans op lekkage van zout in het milieu aanzienlijk is. Dit is een ongewenste gebeurtenis, wat een negatieve score voor Alternatief 1 oplevert (score - -).
Door zoutopslag in de ondergrond op te slaan, bijvoorbeeld in mijnen, kan dit risico worden vermeden. Het is echter op voorhand niet duidelijk of deze oplossing beschikbaar is. Met deze mitigerende maatregel is er een enkel negatieve score (score -).
17-1-2023
CE-TOETSING DRENTHE ALTERNATIEVEN
BF5299-IB-RP-CE-OOS
88
Projectgerelateerd
10.3.6 Overzicht risico’s lange termijn De onderstaande tabel vat de score per alternatief en lange termijn risico samen. Dit leidt tot een totaalscore per alternatief, gebaseerd op de maximale score die optreedt binnen dat alternatief. Tabel 10-11. Samenvatting risico’s lange termijn per alternatief.
Risico lange termijn
Alternatief 1: Volledig zuiveren tot zoet water en vast zout.
Alternatief 2b: Alternatief 2a: Indikken Indikken van de van de waterstroom, waterstroom, brijninjectie in aquifer brijninjectie in Schoonebeek gasveld
Alternatief 3: Waterinjectie in Schoonebeek gasveld
Lekkage putten
N.v.t.
-
-
-
Lekkage reservoir
N.v.t.
0
0
0
Zoutoplossing
N.v.t.
0
- - (-)
- - (-)
Restproducten
- - (-)
0
0
0
Totaal
- - (-)
-
- - (-)
- - (-)
Het lange termijn risico op lekkage van gassen uit de put kan tot een negatief effect leiden. De kans dat deze risico’s zich voordoen op een maatschappelijk relevante tijdschaal is echter klein, indien de voorzorgsmaatregelen worden toegepast. Daarmee krijgen deze risico’s een enkel negatieve beoordeling (score -). De lange termijn risico’s op lekkage uit het reservoir worden als nihil beschouwd, vanwege de strenge selectie van de opslagreservoirs en voorzorgsmaatregelen bij injectie. Daarom krijgt dit risico een neutrale beoordeling (score 0). Het lange termijn risico ten gevolge van zoutoplossing wordt bij waterinjectie in het Schoonebeek gasveld als negatief beoordeeld vanwege het mogelijke directe contact met het steenzout (score - -). Indien mitigerende maatregelen worden toegepast, door de nieuwe putten op voldoende afstand van de breukzone te plaatsen, ontstaat een lagere score, mede doordat het effect van bodemdaling beperkt zal blijven (score -). Uit de tabel blijkt dat bij de volledige zuivering tot vast zout en lozing van schoon water het lange termijn risico dubbel negatief is (score - -), vanwege de grote opslag van de restproducten. Met mitigerende maatregelen van ondergrondse opslag is dit te beperken (score -). Wat betreft de lange termijn risico’s worden op basis van deze scores geen alternatieven uitgesloten.
17-1-2023
CE-TOETSING DRENTHE ALTERNATIEVEN
BF5299-IB-RP-CE-OOS
89
Projectgerelateerd
11
Kosten
Onderstaand is een indicatie van de kosten per alternatief weergegeven. Bij meer gedetailleerde uitwerking zal een begroting met grotere betrouwbaarheid mogelijk zijn. In de huidige situatie is uitgegaan van robuuste oplossingen, waarbij mogelijke kostenbesparingen bij optimalisatie zijn gemeld. Het huidige kostenniveau is als maatgevend gebruikt, voor een komende productieperiode van 10 jaar. Doel van het kostenoverzicht is een indruk te krijgen van de absolute kosten die bij de verschillende keuzes horen. Daarnaast maakt het kostenoverzicht de verschillen tussen verschillende alternatieven duidelijk. Daarmee kan worden gekomen tot een afweging van kosten ten opzichte van risico of milieueffect.
11.1
Methodiek om kosten en baten te bepalen
Investeringskosten en operationele kosten Voor het vaststellen van de kosten voor de verschillende waterzuiveringsopties heeft Royal HaskoningDHV gebruik gemaakt van beschikbare kostenmodellen. Dit heeft betrekking op zowel de investeringskosten als de operationele kosten. Royal HaskoningDHV heeft hiervoor gebruik gemaakt van beschikbare kostenmodellen uit de Nederlandse waterindustrie, gebaseerd op eerder uitgevoerde projecten. Voor specifieke onderdelen zoals de MVR en kristallisatie unit zijn prijzen bij internationaal werkende leveranciers van dergelijke installaties opgevraagd. De investeringskosten en operationele kosten voor het watertransport en de waterinjectie zijn intern door NAM bepaald, op basis van eerdere door NAM uitgevoerde projecten. Het zijn relatief grove inschattingen, die in de praktijk nog aanzienlijk af kunnen wijken. Echter, het is de verwachting dat de orde grootte wel juist is en dat de onderlinge verschillen daadwerkelijk zullen optreden. Voor de operationele kosten geldt dat de gehele periode van 2022 tot circa 2050 naar verwachting circa 28 jaar zal duren. Als indicatie van de kosten is nu rekening gehouden met een periode van 10 jaar. Dit is een benadering van de netto-contante-waarde methode, waarbij de huidige kosten en toekomstige kosten kunnen worden vergeleken.
Voor de alternatieven bestaan de aanlegkosten uit het ontwikkelen en realiseren van een waterzuivering, het realiseren van een leidingtracé en het aanleggen van watertransportleidingen, het realiseren van lozingspunten en daar waar waterinjectie wordt voortgezet in andere velden, het aanpassen van de benodigde locaties en boren van nieuwe putten. Baten Naast kosten zijn er voor de oliewinning Schoonebeek baten in de vorm van de oliewinning. Deze worden voor alle alternatieven gelijkgesteld, ervan uitgaande dat hetzelfde volume olie winbaar is. Doordat deze baten niet onderscheidend zijn, heeft dit geen invloed op de afweging tussen alternatieven. De geraamde kosten in relatie tot eerdere ramingen De kostenraming is op hoofdlijnen uitgevoerd, wat inhoudt dat de meest kostbare aspecten geraamd zijn, nog zonder engineering van alle onderdelen. Dat houdt in dat er onzekerheid bij de onderdelen van de kostenraming. Dit is de standaard werkwijze in de industrie waarbij geleidelijk aan de kosten met verdere uitwerking ook steeds gedetailleerder in beeld komen. Ten opzichte van de eerdere kostenraming blijken alle alternatieven inmiddels tot hogere kosten te leiden. Dit wordt veroorzaakt door: 17-1-2023
CE-TOETSING DRENTHE ALTERNATIEVEN
BF5299-IB-RP-CE-OOS
90
Projectgerelateerd
• •
Technische aanpassing van de alternatieven. Zo wordt er nu uitgegaan van nieuwe injectieputten in plaats van aanpassing en hergebruik bestaande putten. Marktontwikkelingen waarbij materiaalkosten snel gestegen zijn ten gevolge van krapte op de internationale markt en de relatief hoge inflatie. Door de hoge energieprijzen is er veel vraag naar olie en gas diensten (engineering, constructie, boringen). Ook zijn de prijzen van staal en apparatuur sterk gestegen.
11.2
Aanlegkosten
De aanlegkosten bestaan voornamelijk, afhankelijk van het alternatief, uit de kosten voor een waterzuivering, aanleg nieuwe transportleidingen en aanpassing bij de injectielocaties, inclusief boren nieuwe putten. Bouw van een waterzuivering De kosten voor de aanleg van een waterzuivering verschillen per alternatief. De waterzuivering bestaat veelal uit meerdere stappen, die sterk verschillend kunnen zijn in kosten. Voor Alternatief 1 waarin een MVR en een kristallisatiestap worden gebruikt, zullen de aanlegkosten het hoogst zijn. Voor Alternatief 2 waar gebruik wordt gemaakt van membraanzuivering om het productiewater in te dikken liggen de kosten lager. Voor Alternatief 3 is geen zuivering voorzien en zijn de kosten het laagst. Aanleg transportleidingen Het aanleggen van transportleidingen heeft betrekking op de afvoer van water: • Van bestaande pijpleiding naar injectielocaties waarvoor GRE-leidingen worden gebruikt; • GRE-transportleidingen van de OBI naar de waterzuivering en van daar naar de ultra puur waterfabriek • Van waterinjectie skids naar de injectieputten waarvoor roestvaststaal gebruikt wordt. • Naar oppervlaktewater om zoet water af te voeren. De kosten van de aanleg van nieuwe GRE-transportleidingen zijn onder meer afhankelijk van de lengte van het tracé en het aantal kruisingen met wegen en vaarten.
Boren putten Voor waterinjectie zijn nieuwe waterinjectieputten nodig. Kosten hiervoor zijn circa € 15 miljoen per put. Het aantal putten hang af van het te injecteren watervolume. Voor Alternatief 3, waterinjectie in Schoonebeek gasveld, zullen 4 nieuwe putten nodig zijn. Voor brijninjectie in het Schoonebeek gasveld zijn maar 2 injectieputten nodig omdat de volumestroom lager is (Alternatief 2b). Voor Alternatief 2a, waar de brijn wordt geïnjecteerd in de Schoonebeek aquifer zijn 2 injectieputten nodig en 2 waterproductieputten om de Schoonebeek oost reservoirdruk in de aquifer op pijl te houden. Aanpassing waterinjectielocaties Voor de ombouw van een gaswinlocatie en gaswinputten naar een injectielocatie met waterinjectieputten, dienen, naast het boren van nieuwe injectieputten, ook waterinjectieskids geplaatst en geïnstalleerd worden. De locatie zelf dient aangesloten te worden op de watertransportleiding. Aanpassingen Schoonebeek putten en leidingen Voor Alternatief 1 is het de bedoeling dat na de waterzuivering schoon water beschikbaar is voor hergebruik bij stoomproductie of voor lozing op het oppervlaktewater.
17-1-2023
CE-TOETSING DRENTHE ALTERNATIEVEN
BF5299-IB-RP-CE-OOS
91
Projectgerelateerd
De hoeveelheid mee geproduceerd H2S kan leiden tot aantasting van de leidingen tussen de productieputten en de OBI. In de huidige situatie wordt H2S in het oliewatermengsel geneutraliseerd door het toevoegen van H2S-binder. Het oliewatermengsel bevat in plaats van H2S dan veel H2S-binder. Er is geen effectieve waterzuivering bekend om de H2S-binder weer te verwijderen, zodat het als hulpmiddel in het productiewater aanwezig blijft. Dit is een onwenselijke situatie, omdat daarmee het resterende water niet herbruikbaar is. Het gebruik van H2S-binder kan worden voorkomen door de leidingen tussen de productieputten en de OBI te vervangen door leidingen met H 2S resistent materiaal. Het geheel vervangen van de leidingen in het Schoonebeekveld door leidingen die resistent zijn voor hogere H2S-gehaltes, zal naar verwachting circa € 161 miljoen kosten. Het vervangen van roestvrijstalenleidingen leidt tot kosten in de aanlegfase. Deze kosten worden apart getoond naast de feitelijke kosten voor de verwerking van productiewater.
11.3
Operationele kosten
Tijdens de uitvoering van het project zijn er operationele kosten (OPEX). Deze bestaan bij de waterzuivering voor een belangrijk deel uit energiekosten en kosten voor chemicaliën. Bij het watertransport zijn er naar verwachting weinig kosten. Bij waterinjectie kunnen energiekosten voor komen, in verband met de benodigde injectiedruk. De afvoer van reststoffen geeft kosten, tenzij deze nuttig hergebruikt kunnen worden. Daarnaast zijn er kosten voor onderhoud en beheer bij alle onderdelen.
11.4
Kosten per alternatief
Kosten Alternatief 1 • De kosten voor de aanpassing van de infield leidingen (tussen de productieputten en de OBI) komen uit op € 161 miljoen; • De totale aanlegkosten voor de waterzuivering, de overige installaties en benodigde leidingen komen uit op € 131 miljoen; • De operationele kosten bestaan uit kosten voor de waterzuivering, onderhoud, energie en chemicaliën, afvoer van het zoute restproduct geraamd op € 38,4 miljoen/jaar en voor een maatgevende periode van 10 jaar zijn de kosten € 384 miljoen; • De kosten voor Alternatief 1 komen daarmee op € 676 miljoen. Kosten Alternatief 2a • De totale aanlegkosten komen uit op (€ 131 miljoen aanpassing voor de waterzuivering en installatie pijpleidingen en € 60 miljoen voor twee nieuwe injectieputten en twee nieuwe productieputten) circa € 191 miljoen; • De jaarlijkse productiekosten komen daarmee op € 8,6 en voor een maatgevende periode van 10 jaar zijn de kosten € 86 miljoen; • De kosten voor Alternatief 2a komen daarmee op € 277 miljoen. Kosten Alternatief 2b • De totale aanlegkosten komen uit op (€ 102 miljoen aanpassing voor de waterzuivering en pijpleidingen en € 30 miljoen voor twee nieuwe injectieputten) circa € 132 miljoen; • De jaarlijkse productiekosten komen daarmee op € 7,8 en voor een maatgevende periode van 10 jaar zijn de kosten € 78 miljoen; • De kosten voor Alternatief 2b komen daarmee op € 210 miljoen.
17-1-2023
CE-TOETSING DRENTHE ALTERNATIEVEN
BF5299-IB-RP-CE-OOS
92
Projectgerelateerd
Kosten Alternatief 3 • De totale aanlegkosten komen uit op (€ 21 miljoen aanpassing van de injectielocaties en pijpleidingen en € 60 miljoen voor vier nieuwe injectieputten) circa € 81 miljoen; • De jaarlijkse productiekosten komen daarmee op € 5,9 miljoen, en voor een maatgevende periode van 10 jaar zijn de kosten € 59 miljoen; • De kosten voor Alternatief 3 komen daarmee op € 140 miljoen.
11.5
Overzicht berekende kosten
In onderstaande tabel zijn de mogelijke kosten voor aanpassingen in het Schoonebeek veld aangegeven. Deze kunnen variëren, afhankelijk van de inschatting van materiaaleigenschappen. Daarnaast zijn de aanlegkosten en operationele kosten weergegeven. Tabel 11-1. Overzicht geraamde kosten van de alternatieven, uitgedrukt in miljoen €.
Alternatief 1: Volledig zuiveren tot zoet water en vast zout.
Kosten
Alternatief 2b: Indikken van de Alternatief 2a: Indikken waterstroom, van de waterstroom, brijninjectie in brijninjectie in aquifer Schoonebeek gasveld
Alternatief 3: Waterinjectie in Schoonebeek gasveld
Schoonebeek pijpleidingen
161
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Aanlegfase
131
191
132
81
Operationele fase
384
86
78
59
Indicatie totaalkosten
676
277
210
140
Uit de vergelijking blijkt dat Alternatief 3 de laagste aanlegkosten heeft. Bij de overige alternatieven bedragen de aanlegkosten tussen € 131 miljoen en € 191 miljoen. De operationele kosten van Alternatief 1 zijn aanzienlijk hoger dan bij de overige alternatieven. Uit de resultaten zoals gepresenteerd in tabel 11.1 blijkt dat de kosten hoger zijn dan eerder geraamd. Ook blijkt dat relatief gezien de kosten voor Alternatief 3 het laagste zijn.
17-1-2023
CE-TOETSING DRENTHE ALTERNATIEVEN
BF5299-IB-RP-CE-OOS
93
Projectgerelateerd
12
Conclusie CE-toetsing
12.1
Conclusie
In deze rapportage is beschreven hoe is gekomen tot drie realiseerbare alternatieven voor de verwerking van productiewater dat ontstaat bij de oliewinning Schoonebeek. Er is uitgegaan van het optimaal functioneren van de oliewinning waarbij dagelijks 6.500 m3 productiewater ontstaat. Waterinjectie in de Twentevelden wordt stopgezet en is niet meer als optie in de afweging meegenomen. De selectie van een uitgebreide lijst, selectie op basis van vooraf gestelde criteria en nadere uitwerking van kansrijke opties, is uitgevoerd conform eerdere afwegingen in het MER 2006, de Herafweging 2016 en de Herafweging 2022. Het alternatief waarbij gezuiverd zoutwater wordt afgevoerd naar de Ems valt op politieke redenen af. De variant waarbij herinjectie plaatsvindt in het olieveld Schoonebeek valt om technische redenen af. Dit heeft geleid tot de volgende realiseerbare alternatieven: ▪ Zuivering van de gehele waterstroom tot schoon zoetwater en vaste zoute restproduct; ▪ Indikken van het mee geproduceerde water, waarbij een brijn ontstaat dat wordt geïnjecteerd in de diepe ondergrond en schoon water dat kan worden benut voor stoomproductie; ▪ Injectie van het meegeproduceerde water in de diepe ondergrond. De drie alternatieven zijn vergelijkbaar met de eerder omschreven alternatieven in het MER van 2006, in de Herafweging 2016 en de Herafweging 2022.
Er zijn echter optimalisaties toegepast in het ontwerp, waarvan de belangrijkste zijn: ▪ Bij het indikkingsalternatief wordt gebruik gemaakt van membraantechnologie. Deze is inmiddels zodanig aantoonbaar ontwikkeld dat deze inzetbaar is zuiveringstechniek. De ingedikte waterstroom zal als brijn worden geïnjecteerd in de aquifer van het olieveld Schoonebeek of in het Schoonebeek gasveld; ▪ Het de waterinjectie wordt uitgegaan van waterinjectie in het Schoonebeek gasveld, waarbij op twee locaties per locatie twee nieuwe injectieputten worden geboord; ▪ Het gebruik van mijnbouwhulpstoffen is verder geoptimaliseerd. De CE-toetsing is uitgevoerd op de aspecten milieu, risico’s en kosten. ▪ De milieutoetsing heeft plaatsgevonden op twee manieren, in het verlengde van de Herafweging 2016. Het energieverbruik, de benodigde chemicaliën het de hoeveelheid te verwerken reststoffen zijn voor de alternatieven bepaald. Daarnaast is een uitgebreide LCA-toetsing uitgevoerd, waarmee de milieueffecten gekwantificeerd zijn. ▪ Bij de risico’s zijn de gebeurtenissen van de afgelopen jaren meegewogen in het classificeren van de mogelijke risico’s. Dit heeft betrekking op lekkages bij de transportleiding en een injectieput, waarbij geen negatieve effecten zijn opgetreden voor mens en milieu, maar de kans dat deze situaties optreden blijkbaar groter zijn dan eerder ingeschat.
▪ Ten aanzien van de kosten geldt dat er geen alternatieven zijn afgevallen in de afweging op basis van kosten. Bij de uiteindelijke afweging welk alternatief wordt toegepast, speelt dit uiteraard nog wel een rol. Er zijn commerciële randvoorwaarden waarbinnen NAM de oliewinning Schoonbeek meerjarig kan voortzetten. Deze randvoorwaarden hebben betrekking op de minimale hoeveelheid te produceren olie en de aanvullende kosten (voor de aanleg en operationeel) waarbij de productie nog rendabel is23.
23
NAM meldt: Bij het benoemen van extra kosten dient bedacht te worden dat de huidige oliewinning is gestart met een aanzienlijke investering die in de loop van het project terugverdiend zal moeten worden. Daarnaast is er onzekerheid ten aanzien van de olieprijs. Een hoge huidige olieprijs moet in relatie gezien worden tot een veel lagere prijs een aantal jaren geleden. Door deze twee factoren is het investeringsbudget voor NAM beperkt. CE-TOETSING DRENTHE ALTERNATIEVEN 17-1-2023 BF5299-IB-RP-CE-OOS 94
Projectgerelateerd
12.2
Overzichtstabel classificatie aspecten CE-toetsing
Tabel 12-1. Samenvatting classificatie aspecten CE-toetsing Alternatief 1: Vast zout
Milieu
Alternatief 2a: Indikken - olieveld
Alternatief 2b: Indikken - gasveld
Alternatief 3: Waterinjectie
Totaal Milieu
--
-
-
-
Energieverbruik
--
-
-
-
Reststoffen
--
-
-
0
Chemicaliën
0
-
-
-
Milieu-LCA
--
-
-
-
Menselijke gezondheid
--
-
-
0
Ecosysteem
--
0
0
-
Voorraden grondstoffen
--
-
-
-
Risico korte termijn
-
- - (-)
- - (-)
- - (-)
Waterzuivering
-
-
-
0
Watertransport
0
-
-
-
Waterlozing
-
-
-
N.v.t.
Waterinjectie
N.v.t.
- - (-)
- - (-)
- - (-)
Restproducten
-
0
0
0
Risico lange termijn
- - (-)
-
- - (-)
- - (-)
Lekkage putten
N.v.t.
-
-
-
Lekkage reservoir
N.v.t.
0
0
0
Zoutoplossing
N.v.t.
0
- - (-)
- - (-)
Restproducten
- - (-)
0
0
0
Kosten (miljoen euro)
676
277
210
140
Schoonebeek pijpleidingen
161
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Aanlegfase
131
191
132
81
Operationele fase
384
86
78
59
17-1-2023
CE-TOETSING DRENTHE ALTERNATIEVEN
BF5299-IB-RP-CE-OOS
95
Projectgerelateerd
12.3
Afweging alternatieven
Vast zout alternatief Uit de overzichtstabel komt naar voren dat Alternatief 1 van zuivering tot vast zout relatief minder scoort dan de andere alternatieven. Het leidt tot hogere kosten en heeft relatief veel milieueffecten, mede doordat er veel stoffen uit de diepe ondergrond worden onttrokken en vervolgens verwerkt moeten worden in de biosfeer. De risico’s zijn beperkt, behalve dat mogelijk een lange termijn risico overblijft als het vaste zout niet in een ondergrondse opslag kan worden ondergebracht. Vergelijking Indikkingsalternatief en Waterinjectie alternatief Alternatief 2 voor indikking in combinatie met brijninjectie (Circulair alternatief) en Alternatief 3 voor waterinjectie scoren op veel punten vrijwel gelijk. Doordat voor beide alternatieven nog optimalisaties mogelijk zijn, is het van belang genuanceerd om te gaan met verschillen. Op milieuaspecten is het verschil tussen beide gering, waarbij waterinjectie iets beter scoort op energieverbruik, gebruik chemicaliën en reststoffen. De LCA geeft aan dat Alternatief 2 Indikken beter scoort op het ecosysteem, maar iets slechter op menselijke gezondheid. Ten aanzien van risico’s geldt voor beide alternatieven dat er onzekerheden zijn met betrekking van de ondergrondse processen, maar dat dat deze niet tot grote risico’s leiden op korte of lange termijn.
Op voorhand is het voor komen van aardbevingen of trillingen niet uit te sluiten. Hiervoor zal met behulp van een seismische risico analyse en selectie van de nieuw te boren putten moeten worden gekomen tot een configuratie waarbij de kans op aardbevingen of trillingen geminimaliseerd wordt. Bij de variant met opslag van brijn in de aquifer van Schoonebeek oost, is er geen risico van zoutoplossing. Het belangrijkste verschil zit in de te verwachten kosten en in de realisatieperiode. Voor het Alternatief 2 indikken bedraagt de berekende kosten voor een periode van 10 jaar € 277 miljoen, respectievelijk € 210 miljoen, terwijl dit voor het Alternatief 3 waterinjectie in 10 jaar tijd € 140 miljoen bedraagt. Voor realisatie van de alternatieven wordt minimaal 4 jaar verwacht voor het indikkingsalternatief tegen ongeveer 1 jaar voor het waterinjectie alternatief. Een belangrijk voordeel van het Alternatief 2 indikken is dat er netto geen of weinig water uit het watersysteem wordt onttrokken. Door het afgescheiden water weer te hergebruiken voor de stoomproductie, is nog slechts een beperkte hoeveelheid water nodig van de NieuWater fabriek bij de RWZI Emmen. Het is ook mogelijk het schone water te gebruiken voor lozing op het oppervlaktewater waarbij de activiteit van NieuWater doorgang kan vinden.
Dit voordeel doet zich eveneens voor bij Alternatief 1 waarbij vast zout wordt verkregen en schoon zoetwater. Het Onderzoek Oliewinning Drenthe gaat verder in op dit aspect.
17-1-2023
CE-TOETSING DRENTHE ALTERNATIEVEN
BF5299-IB-RP-CE-OOS
96