Bijlage 4: RHDHV bijlage 1 CE toetsing Drenthe
Tekst van het document
RAPPORT CE-toetsing verwerkingsalternatieven nabij Schoonebeek Onderzoek Oliewinning Schoonebeek Klant:
NAM B.V.
Referentie: BF5299-IB-RP-CE-OOS Status:
Definitief/00
Datum:
17-1-2023
Projectgerelateerd
HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.
Laan 1914 no.35 3818 EX Amersfoort Industry & Buildings Trade register number: 56515154 +31 88 348 20 00 T +31 33 463 36 52 F info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W
Titel document: CE-toetsing verwerkingsalternatieven nabij Schoonebeek Sub titel: Onderzoek Oliewinning Schoonebeek Referentie: BF5299-IB-RP-CE-OOS Status: 00/Definitief Datum: 17-1-2023 Projectnaam: Oliewinning Schoonebeek Projectnummer: BF5299
Classificatie Projectgerelateerd
Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever.
17-1-2023
CE-TOETSING DRENTHE ALTERNATIEVEN
BF5299-IB-RP-CE-OOS
i
Projectgerelateerd
Inhoud 1
Inleiding
1
1.1
Aanleiding
1
1.2
Opzet van het onderzoek
2
1.3
Leeswijzer
4
2
Uitgebreide lijst met opties
5
2.1
Samenstellen van de uitgebreide lijst met opties
5
2.2
Clusteren opties in groepen van vergelijkbare concepten en een restgroep
5
2.3
Totaaloverzicht uitgebreide lijst met opties geclusterd naar thema’s
9
3
Selectie meest kansrijke opties per cluster (short list)
10
3.1
Selectiecriteria
10
3.2
Toetsing thema’s op basis van selectiecriteria
13
3.3
Toelichtingen van de alternatieven op de short list
17
4
Technische randvoorwaarden bij uitwerking alternatieven
19
4.1
Samenstelling van het mee geproduceerde water
19
4.2
Waterzuivering
21
4.3
Waterinjectie nabij Schoonebeek
23
4.4
Waterinjectie in gasveld Schoonebeek
24
4.5
Waterinjectie in Schoonebeek olieveld
29
4.6
Realiseerbare alternatieven
35
5
Alternatief 1: Volledig zuiveren tot zoet water en vast zout
36
5.1
Zuiveringstechnieken
36
5.2
Afvoer reststoffen en varianten voor zout
38
5.3
Gebruik van bedrijfsmiddelen en geproduceerde hoeveelheden water en reststoffen 39
5.4
Optimalisatieopties in productafzet
42
6
Alternatief 2: indikken van de waterstroom
44
6.1
Waterzuivering
44
6.2
Benutten schoon zoetwater voor circulair watergebruik
48
6.3
Verwerking reststroom
49
6.4
Afvoer overtollig zoet water
50
6.5
Overige reststromen
50
6.6
Gebruik van bedrijfsmiddelen en geproduceerde hoeveelheden water en reststoffen 50
17-1-2023
CE-TOETSING DRENTHE ALTERNATIEVEN
BF5299-IB-RP-CE-OOS
ii
Projectgerelateerd
7
Alternatief 3: Waterinjectie in Schoonebeek gasveld
53
7.1
Reductie mijnbouwhulpstoffen in het productiewater
53
7.2
Afvoer productiewater naar injectielocaties
54
7.3
Waterinjectie
54
8
Toetsing alternatieven met CE-methodiek
55
8.1
Toetsingsmethodiek: CE-afwegingsmethodiek
55
8.2
Toetsing randvoorwaarden waterinjectie
57
9
Milieuaspecten – Levenscyclusanalyse
60
9.1
Milieufactoren op hoofdlijnen
60
9.2
Bevindingen LCA
63
10
Risico’s
67
10.1
Benoemen risico’s
67
10.2
Toetsing risico’s korte termijn (operationele risico’s)
69
10.3
Toetsing risico’s lange termijn
82
11
Kosten
90
11.1
Methodiek om kosten en baten te bepalen
90
11.2
Aanlegkosten
91
11.3
Operationele kosten
92
11.4
Kosten per alternatief
92
11.5
Overzicht berekende kosten
93
12
Conclusie CE-toetsing
94
12.1
Conclusie
94
12.2
Overzichtstabel classificatie aspecten CE-toetsing
95
12.3
Afweging alternatieven
96
Lijst met afkortingen
97
Bijlagen 1 2
17-1-2023
Levenscyclusanalyse (LCA) verwerkingsalternatieven, RHDHV, 2023 Overkoepelende risicoanalyse, NAM, 2022, inclusief: Seismic threat assessment for Schoonebeek-Zechstein water injection. NAM rapport EP202204200931, NAM, 2022
CE-TOETSING DRENTHE ALTERNATIEVEN
BF5299-IB-RP-CE-OOS
iii
Projectgerelateerd
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
Bij de winning van olie komt ook water mee naar boven. Dit water moet op een goede manier worden behandeld en verwerkt, passend binnen de milieuregels. Het water wordt in de oliebehandelingsinstallatie van Schoonebeek gescheiden van de olie. Wat overblijft is de pure olie en het zogenaamde productiewater. Door de samenstelling van het productiewater is het niet toegestaan om dit direct op het oppervlaktewater te lozen. Het is wel mogelijk om het productiewater terug te brengen in de diepe ondergrond. Dit kan bijvoorbeeld in het olieveld of in lege gasvelden. Een andere optie is om het productiewater schoon te maken (te zuiveren). Voorliggende rapportage richt zich op de vraag hoe het productiewater in de omgeving van Schoonebeek kan worden verwerkt. Daarbij ligt de nadruk op mogelijke technieken van waterzuivering en van opslag in de diepe ondergrond. Dit is de vierde keer dat de verwerkingsmogelijkheden van het productiewater worden onderzocht. Bij de Milieueffectrapportage van de herontwikkeling van de oliewinning Schoonebeek in 2006 zijn de verwerkingsmogelijkheden onderzocht. In 2016 en 2022 zijn in de “Herafweging verwerking van het productiewater” de nieuwste inzichten op het gebied van zuiveringstechnieken en beschikbare opslagmogelijkheden in de diepe ondergrond verwerkt.
Dit vond plaats in het kader van de huidige vergunningsvoorwaarden voor waterinjectie in de Twentevelden. Het onderzoek in voorliggende rapportage bouwt voort op de drie voornoemde onderzoeken. Maar, in tegenstelling tot de voorgaande studies, wordt er uitgegaan van verwerking van het productiewater in de omgeving van Schoonebeek, een te verwerken productiewatercapaciteit van 6.500 m3/dag en is het zogenaamde Indikkingsalternatief verder uitgewerkt. Het is een zelfstandig leesbare rapportage en vormt ook een bijlage bij het ‘Onderzoek oliewinning Schoonebeek’.
Figuur 1-1. Overzicht van de samenhang tussen rapportage.
17-1-2023
CE-TOETSING DRENTHE ALTERNATIEVEN
BF5299-IB-RP-CE-OOS
1
Projectgerelateerd
Gebruik en status De rapportage is op verzoek van de lokale bestuurders opgesteld specifiek voor de verwerkingsmogelijkheden in de omgeving van Schoonebeek. Het doel is om voorafgaand aan de formele procedures inzicht te krijgen in de mogelijkheden en afwegingen. Dit document kan naderhand dienen als achtergrond document bij de vergunningverlening bij toekomstige vergunningaanvragen. De vergunningaanvragen zullen meer detail vergen. Het detailniveau in dit onderzoek is gericht op het zichtbaar maken van de verschillen tussen de mogelijke alternatieven. Terminologie vloeistoffen oliewinning Schoonebeek De terminologie voor het water dat meekomt bij de oliewinning is aangepast ten opzichte van eerdere onderzoeken naar waterinjectie. Eerder werd de term “productiewater” gebruikt voor zowel het water dat bij olieproductie mee omhoogkomt, als voor het water dat in de oliebehandelingsinstallatie wordt gescheiden van de olie. In dit onderzoek zijn de volgende definities gehanteerd: Productievloeistof: de vloeistofstroom die bij de oliewinning naar boven komt, bestaande uit olie en productiewater. Formatiewater: water dat al miljoenen jaren in de diepe ondergrond zit (bevat van nature veel zouten, mineralen en kleine hoeveelheden zware metalen en zwavelverbindingen).
Gecondenseerd stoom: de weer vloeibaar geworden afgekoelde stoom die in de diepe ondergrond werd gebracht om de olie meer vloeibaar te maken, zodat deze makkelijker kan worden opgepompt. Waswater: water met olieresten dat vrijkomt bij het scheidingsproces in de oliebehandelingsinstallatie. Productiewater: een combinatie van formatiewater, gecondenseerd stoom, waswater en in de put gebruikte mijnbouwhulpstoffen. Brijn, een ingedikte waterstroom met gehoogde concentraties zouten. Injectiewater: de vloeistofstroom die uiteindelijk wordt geïnjecteerd in de diepe ondergrond.
1.2
Opzet van het onderzoek
CE-afwegingsmethodiek In de drie voorgaande onderzoeken naar de verwerkingsmogelijkheden voor het productiewater is gebruik gemaakt van een speciaal ontwikkelende methodiek. Dit is de CE-afwegingsmethodiek. Hiermee kan de afweging van verwerkingsopties binnen de biosfeer worden vergeleken met opties die in de diepe ondergrond plaatsvinden, buiten de biosfeer. Er wordt daarbij gekeken naar milieueffecten, risico’s op de korte en lange termijn en naar de kosten. De CE-afwegingsmethodiek is ontwikkeld om de verschillende aspecten die bij de afweging van de verwerking van het productiewater een rol spelen zo compleet mogelijk te toetsen en inzichtelijk weer te geven. Op basis van de resultaten van de CE-toetsing kunnen initiatiefnemers en bevoegde gezagen onderbouwd tot keuzes komen.
17-1-2023
CE-TOETSING DRENTHE ALTERNATIEVEN
BF5299-IB-RP-CE-OOS
2
Projectgerelateerd
Uit externe toetsing van de drie voorgaande onderzoeken is gebleken dat de daarin gehanteerde selectieen toetsingsmethodiek als logisch en duidelijk gezien wordt. Dit wordt opgemerkt door de Commissie voor de m.e.r. en andere afzonderlijke reviews op het gehele onderzoek of onderdelen ervan. Opmerkingen over de eerdere rapportages hebben vooral betrekking op de mate van detail en de wens uitgebreidere toelichting op de bron van gehanteerde parameters. In de publieke discussie rond de verwerking van productiewater is de toepassing van de CE-afwegingsmethodiek ter discussie gesteld. De methodiek zelf leidt echter niet tot conclusies, maar geeft de mogelijkheid de verschillende aspecten van de alternatieven naast elkaar te zien, zodat eenieder zijn of haar eigen conclusie kan trekken. Deze methodiek is wettelijk voorgeschreven in het LAP3 en in dit onderzoek is de CE-afwegingsmethodiek dan ook gevolgd. De CE-afwegingsmethodiek doet geen uitspraak over draagvlak van oplossingen of het lokale belang van circulariteit in het waterbeheer, los van de score in de LCA-afweging. Deze aspecten zijn echter ook buitengewoon waardevol voor de afweging, en zijn in een bovenliggende rapportage ‘Onderzoek oliewinning Schoonebeek’ beschreven.
Verschil met eerdere onderzoeken De belangrijkste verschillen met de eerdere onderzoeken zijn: • Er wordt van uitgegaan dat het productiewater in de omgeving van Schoonebeek wordt verwerkt. Het alternatief met verwerking in Twente is daarmee afgevallen en niet nader beschreven in dit onderzoek. • Het optimale productieniveau ligt op 2.200 m3 olie per dag. Hiervoor is de verwerking van 6.500 m3 mee-geproduceerd water per dag nodig. Eerdere onderzoeken gingen uit van maximaal 8.000 m 3/dag productiewater en naderhand van de huidige situatie waarbij 3.000 m3/dag productiewater wordt verwerkt. • Er is speciale aandacht voor een verder uitgewerkt indikkingsalternatief. Hierbij wordt een nieuwe zuiveringstechniek (gebaseerd op membraantechnologie) toegepast en is onderzocht in hoeverre injectiewater in het Schoonebeek oliereservoir of het onderliggende aquifer kan worden teruggebracht. • Verder zijn er optimalisaties ten aanzien van het gebruik van mijnbouwhulpstoffen verder uitgewerkt. Aanpak langs 2 sporen Op hoofdlijnen bestaat het onderzoek uit twee sporen, zoals weergegeven in Figuur 1-2: Spoor 1: Selectie alternatieven voor de verwerking van het productiewater In het onderzoek is een overzicht gemaakt van alle realistisch denkbare verwerkingsmogelijkheden. Vanuit deze uitgebreide lijst is een selectie gemaakt van de meest kansrijke alternatieven.
De meest kansrijke alternatieven zijn zodanig uitgewerkt, dat het mogelijk is hiervoor inzicht te krijgen in milieueffecten, risico’s en kosten. Dit leidt tot een overzicht van de alternatieven op basis waarvan NAM en bevoegd gezag kunnen bepalen wat de meest wenselijk verwerkingsoptie is. Spoor 2: CE-toetsing van de alternatieven De eerste stap in de afwegingsmethodiek is bepalen welke reservoirs in aanmerking komen voor opslag van productiewater. De geschikte reservoirs maken onderdeel uit van alternatieven die worden getoetst op de aspecten milieu, risico korte en lange termijn, en kosten. Het milieuaspect is in beeld gebracht met behulp van een levenscyclusanalyse (LCA). Verder zijn risico’s en kosten in beeld gebracht. Er is een samenvattende tabel opgesteld waarin de resultaten gepresenteerd zijn in geclassificeerde vorm.
17-1-2023
CE-TOETSING DRENTHE ALTERNATIEVEN
BF5299-IB-RP-CE-OOS
3
Projectgerelateerd
Figuur 1-2. Overzicht methodiek om te komen tot alternatieven en de toetsing van de alternatieven.
1.3
Leeswijzer
Selectie alternatieven Hoofdstuk 2 beschrijft de uitgebreide lijst met verwerkingsopties. Deze is gebaseerd op de lijst uit de Herafweging 2016, waarvoor sindsdien geen aanvullende opties zijn vastgesteld. De uitgebreide lijst met mogelijke opties zijn in Hoofdstuk 3 onderling gewogen om te komen tot de meest kansrijke opties. In Hoofdstuk 4 zijn de technische randvoorwaarden voor de uitwerking van alternatieven uitgewerkt. Dit heeft betrekking op de zuiveringstechnieken en opslagmogelijkheden van de meest kansrijke opties. Hiermee is gekomen tot drie realiseerbare alternatieven. Deze alternatieven zijn in de volgende hoofdstukken uitgeschreven. Uitwerking alternatieven Hoofdstuk 5 beschrijft Alternatief 1: volledig zuiveren tot zoet water en vast zout. Bij Alternatief 1 vindt geen waterinjectie plaats maar ontstaat een grote hoeveelheid vast zout. Hoofdstuk 6 beschrijft Alternatief 2: indikken van de waterstroom. Bij Alternatief 2 wordt de zoutwaterstroom ingedikt. Er zijn twee varianten voor de injectie van het ingedikte water in de diepe ondergrond: in alternatief 2a wordt het ingedikte water terug geïnjecteerd in een gedeelte van het olieveld (het aquifer) en in alternatief 2b in het gasveld Schoonebeek. Hoofdstuk 7 beschrijft Alternatief 3: waterinjectie in Schoonebeek gasveld.
Bij Alternatief 3 wordt het volledige volume productiewater in het gasveld Schoonebeek geïnjecteerd. Toetsing alternatieven In Hoofdstuk 8 tot en met Hoofdstuk 12 vindt de CE-toetsing van de alternatieven plaats. Hoofdstuk 8 toetst de alternatieven aan de randvoorwaarden voor waterinjectie. In Hoofdstuk 9 zijn milieueffecten beschreven aan de hand van het energieverbruik, de hoeveelheid reststoffen en het gebruik van chemicaliën en de levenscyclusanalyse (LCA). In Hoofdstuk 10 zijn de risico’s voor de korte en lange termijn beschreven. In Hoofdstuk 11 is een raming van de kosten van de aanleg- en de operationele fase gegeven. De conclusie van de CE-toetsing staat in Hoofdstuk 12.
17-1-2023
CE-TOETSING DRENTHE ALTERNATIEVEN
BF5299-IB-RP-CE-OOS
4
Projectgerelateerd
2
Uitgebreide lijst met opties
In dit hoofdstuk is beschreven hoe de uitgebreide lijst met opties is samengesteld en geclusterd in thema’s. In de laatste paragraaf is de uitgebreide lijst met opties opgenomen.
2.1
Samenstellen van de uitgebreide lijst met opties
Tijdens het opstellen van het MER in 2006 zijn verschillende opties voor de verwerking van productiewater benoemd. In het kader van de Herafweging 2016 zijn marktpartijen benaderd en zijn betrokkenen uit de regio gevraagd mee te denken over aanvullende opties voor de verwerking van het productiewater. Het was de bedoeling door vooraf breed te kijken zonder specifieke verwachtingen, dat ook nieuwe opties die eerder niet bedacht waren, meegenomen konden worden. Dit heeft geleid tot een uitgebreide lijst met opties. Als onderdeel van de second opinion van de Herafweging 2016 heeft de TU Delft de samenstelling van de lijst getoetst en geconcludeerd dat dit in alle redelijkheid een complete lijst is. Bij de Herafweging in 2022 is de lijst nogmaals doorgenomen, om na te gaan of er aanvullende opties beschikbaar zijn. Dat bleek niet het geval. Er zijn wel enkele nieuwe inzichten ten aanzien van waterzuivering en waterinjectie in de geselecteerde opties verwerkt. In het kader van voorliggend onderzoek zijn uit de uitgebreide lijst van opties, de opties met waterinjectie in de Twentevelden verwijderd. Uitgangspunt van voorliggende onderzoek is dat voor de waterinjectie opties alleen gekeken wordt naar opties in de omgeving van Schoonebeek.
2.2
Clusteren opties in groepen van vergelijkbare concepten en een restgroep
Om vanuit de uitgebreide lijst een beperkte lijst van verschillende oplossingsrichtingen te krijgen, is gebruik gemaakt van clustering naar type oplossing. Deze stap is er om te zorgen dat de beperkte lijst opties bevat die daadwerkelijk wezenlijk van elkaar verschillen. Zonder deze aanpak is de kans groot dat de 4 of 5 meest kansrijke opties allemaal op elkaar lijken, omdat de onderliggende technische concepten min of meer gelijk zijn. Met een geforceerde brede spreiding in verschillende clusters wordt voorkomen dat de beste opties allemaal in 1 cluster vallen. Zo wordt het mogelijk om aan de hand van de spreiding de consequenties van totaal verschillende concepten via de CE-afwegingsmethode inzichtelijk te maken. Op voorhand is duidelijk dat er geen mogelijkheden bekend zijn, waarbij oliewinning plaatsvindt zonder productiewater. Ook is het duidelijk dat het productiewater na afscheiding van de olie nog te veel stoffen bevat om direct geloosd te worden op oppervlaktewater of zee. Het productiewater zal dus ofwel teruggebracht moeten worden in de ondergrond, ofwel behandeld (gezuiverd). Een combinatie van beide is uiteraard eveneens mogelijk. De verschillende verwerkingsopties zijn daarom op te delen in thema’s.
2.2.1
Thema 1 – Zuivering van productiewater en lozing in de biosfeer (oppervlakte water / zee), zonder injectie van reststroom
Binnen dit thema wordt het productiewater gezuiverd. Er vindt geen waterinjectie plaats. Bij zuivering ontstaat een schone waterstroom en een reststroom van geconcentreerde stoffen. De verschillende opties hebben betrekking op de schone waterstroom, die geloosd kan worden op oppervlaktewater of kan worden hergebruikt voor stoomproductie. De reststroom is een sterk ingedikte waterstroom of een vast 17-1-2023
CE-TOETSING DRENTHE ALTERNATIEVEN
BF5299-IB-RP-CE-OOS
5
Projectgerelateerd
product. De reststroom moet afgevoerd worden voor permanente bovengrondse opslag of is wellicht herbruikbaar. Binnen dit thema wordt onderscheid gemaakt in twee typen oplossingen: • Opties om water te zuiveren van mijnbouwhulpstoffen en enkele andere omgevingsvreemde stoffen en het schone zoute water daarna te lozen op de zee; • Opties om water te zuiveren en schoon zoet water te lozen op oppervlaktewater of te hergebruiken. Lozing van schoon zout water op zee Er zijn drie opties waarbij waterlozing op zee plaatsvindt. Het productiewater zal gezuiverd worden en als zout water via een transportleiding naar een lozingspunt in het noorden worden gebracht. Lozing kan plaatsvinden op verschillende locaties, zoals de Eemshaven of op de Eems. Lozing van schoon zoet water op oppervlaktewater of hergebruik met zout als restproduct Hier zijn eveneens drie opties waarbij het productiewater geheel gezuiverd wordt, met als resultaat schoon zoet water en een grote hoeveelheid zout restmateriaal: 1. De waterzuivering kan worden gecombineerd met de bestaande waterzuivering voor ultra-puur water van NieuWater in Emmen. Het productiewater kan dan als puur water weer gebruikt worden voor stoomproductie, waarmee een retourstroom ontstaat naar het reservoir.
Het aanpassen van de huidige waterzuivering is echter technisch moeilijk, omdat deze is geoptimaliseerd in de samenwerking met de bestaande Rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI). 2. Nieuwbouw ter plaatse van de OBI is makkelijker te realiseren dan een combinatie met de bestaande zuivering door NieuWater. Met betrekking tot een dergelijke nieuwbouw zijn er 2 opties, afhankelijk van het restproduct: a. Zuivering van het restproduct tot schoon, gemengd zout; b. Geen zuivering van het restproduct met oplevering van vervuild zout.
2.2.2
Thema 2: Zuivering met lozing aan oppervlaktewater, met injectie van de reststroom
Binnen dit thema wordt het productiewater gescheiden in een schone waterstroom en een geconcentreerde afvalwaterstroom. De schone waterstroom kan hergebruikt worden voor stoominjectie of geloosd op het oppervlaktewater. De geconcentreerde afvalwaterstroom heeft een kleiner volume en kan opgeslagen worden in de meest geschikte lege gasvelden of terug in het oliereservoir. In dit thema worden de verschillende opties besproken waar het productiewater wordt gescheiden in verschillende stromen. Er ontstaat een schone waterstroom, die, na verdere zuiveringsstappen in de Ultra-Puur Water fabriek van NieuWater, kan worden hergebruikt voor stoominjectie of meteen worden geloosd op het oppervlaktewater. Er wordt gekeken naar zuivering van toegevoegde stoffen tot het huidige vergunningsniveau of tot het technisch laagst haalbare niveau. Ook ontstaat een geconcentreerde reststroom met kleiner volume, die wordt geïnjecteerd in geschikte velden. Er zijn in dit cluster drie opties benoemd, met verschillen in de mate en wijze van waterzuivering. 1. Er is een optie bekeken waarbij de waterzuivering plaatsvindt bij NieuWater, in combinatie met de bestaande zuivering. 2. Er zijn verder twee opties gedefinieerd waarbij een nieuwe waterzuivering gebouwd wordt ter plaatse van de OBI. a.
Een optie waarbij een beperkte reststroom met hogere concentraties (brijn) wordt geïnjecteerd in een van de bestaande (waterinjectie) locaties. 17-1-2023
CE-TOETSING DRENTHE ALTERNATIEVEN
BF5299-IB-RP-CE-OOS
6
Projectgerelateerd
b.
Een optie waarbij een beperkte reststroom met hogere concentraties (brijn) weer in het Schoonebeek oliereservoir kan worden teruggebracht.
Nieuwe technieken, gebruik maken van planten, schimmels en bacteriën Een mogelijke nieuwe biologische zuiveringstechniek maakt gebruik van een combinatie van planten, schimmels en bacteriën. Hiervoor zijn echter nog grootschalige testen nodig om aan te tonen dat de juiste combinatie effectief kan zijn voor de specifieke samenstelling van het productiewater en stabiel kan worden bedreven.
2.2.3
Thema 3: Injectie van het volledige volume productiewater, eventueel met voorzuivering
Injectie kan plaatsvinden in onder meer de velden in Zuidoost Drenthe, in de overige Drenthe velden of in Borgsweer (Groningenveld). Een combinatie tussen deze velden is uiteraard ook mogelijk. Hierbij kan gedeeltelijke zuivering plaatsvinden om zoveel mogelijk toegevoegde mijnbouwhulpstoffen uit het injectiewater te verwijderen. Bij alle opties wordt ook gekeken naar zuivering van toegevoegde stoffen tot het huidige vergunningsniveau of tot het technisch laagst haalbare niveau. Het zout blijft achter in het water. Potentieel realiseerbare opties voor waterinjectie bevinden zich in (vrijwel) leeg geproduceerde gasvelden in Drenthe en Groningen. In Drenthe wordt onderscheid gemaakt tussen de velden in de directe omgeving van Schoonebeek (Zuidoost Drenthe) en de overige Drenthevelden. Bij de Groningenvelden is ook nog speciaal gekeken naar de mogelijkheid om aan te sluiten bij de bestaande waterinjectie in Borgsweer, dat een onderdeel is van het grote Groningen veld.
2.2.4
Thema 4: Overige opties
Dit zijn de opties waarvan in een vroeg stadium duidelijk werd dat deze hoogstwaarschijnlijk niet haalbaar zijn. Dat komt mede doordat een deel van de opties afhankelijk is van samenwerking met derden, partijen die uiteindelijk geen mogelijkheden zien of nadrukkelijk geen samenwerking wensen. Samenwerking Duitsland Bij de samenwerking met Duitsland staat nog een vraagteken. Het Schoonebeek olieveld bevindt zich voor een groot deel op Duits grondgebied. Ook in Duitsland wordt olie gewonnen en wordt productiewater verwerkt en geïnjecteerd in de diepe ondergrond. In verkennende gesprekken bleek in eerste instantie een omgekeerde vraag naar beschikbare reservoirs het geval, waarbij productiewater uit Duitsland naar Nederland zou worden getransporteerd voor verwerking. Verwerking bij Emlichheim en Rühlermoor blijkt niet mogelijk, maar momenteel wordt een gezamenlijke oplossing voor de in het gebied actieve oliemaatschappijen opnieuw nader verkend (waterinjectie in Duitse Zechstein reservoirs in samenwerking met het West Emsland Consortium). Er zijn sterke aanwijzingen dat om verschillende redenen (waaronder vergunning-technisch) productiewater transport naar Duitsland niet haalbaar zal blijken. Opgemerkt wordt dat als een oplossing mogelijk mocht blijken, de doorlooptijd voor implementatie waarschijnlijk meerdere jaren zal zijn.
17-1-2023
CE-TOETSING DRENTHE ALTERNATIEVEN
BF5299-IB-RP-CE-OOS
7
Projectgerelateerd
Samenwerking derden Er zijn gesprekken gevoerd met meerdere partijen over mogelijke verwerking van productiewater door derden, waaronder vertegenwoordigers van de zout producerende en verwerkende industrie. Voor de verwerking door deze industrie zijn twee opties verkend: ▪ Overdracht van het ongezuiverde of gezuiverde productiewater met als doel dit in te voeden in de zoutwinningsketen en er een bruikbaar product van te maken, zoals keukenzout of strooizout ▪ Het indikken van productiewater tot vast zout en dit in te brengen in oude zoutcavernes om deze te stabiliseren. Overdracht van productiewater De zoutindustrie wint momenteel pekelwater uit een zoutlaag (Overijssel) of zoutpilaar (Groningen) waarbij het zout in deze voorkomens zeer zuiver en van hoge kwaliteit is. Dit pekelwater vergt weinig tot geen bewerking om er bijvoorbeeld tafelzout van een hoge kwaliteit van te maken. Het gevolg hiervan is dat alleen productiewater dat aan een vergelijkbare kwaliteit voldoet, zonder risico van verontreiniging, bruikbaar kan zijn. Daarbij komt dat het zoute productiewater van Schoonebeek nog minder zout is dan het eigen pekelwater uit de cavernes, wat de efficiëntie van zoutproductie sterk vermindert. Als dit niet mogelijk is, zal verzadiging in cavernes moeten plaatsvinden.
Ook vanwege de grote hoeveelheid productwater zal er een afhankelijkheid ontstaan tussen het aanleveren van productiewater en het verwerken bij de industrie, wat als een aanvullend risico wordt gezien. Door deze omstandigheden ziet de industrie de beschikbaarheid van zout productiewater uit Schoonebeek niet als een interessante optie. Gebruik als strooizout Van de totale jaarlijkse hoeveelheid geproduceerd zout in Nederland, ongeveer 4 tot 5 miljoen ton zout, wordt ongeveer 100 duizend ton per jaar aan industrieel strooizout benut. Het productiewater van Schoonebeek bevat initieel ook ongeveer 70 duizend ton per jaar. In verband met effecten op het milieu heeft Rijkswaterstaat strenge kwaliteitseisen opgesteld voor strooizout. Het strooizout dient voor 97% uit zuivere NaCl te bestaan. Met behulp van meerdere zuiveringsstappen kan 65% van het geproduceerde zout tot NaCl worden gezuiverd. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de kans op ongewenste kwaliteitsvariaties. Dit leidt tot aanvullende zoutopslag en een strikte kwaliteitscorrectie. De huidige strooizoutproducenten kunnen in de huidige situatie aan de vraag voldoen, waardoor eigenlijk geen marktvraag is naar extra Schoonebeek strooizout. Het ongebruikte zout is verder niet verkoopbaar en zal dan moeten worden opgeslagen.
Indikken Schoonebeek water tot vast zout en gebruik voor stabilisatie van cavernes Sommige van de oude zoutcavernes in Twente zijn instabiel of dreigen op langere termijn instabiel te worden. Met instabiliteit van een caverne wordt bedoeld dat het bovenliggende gesteente in de caverne kan storten, waarbij de instortingszone zich geleidelijk naar boven verplaatst. Zodra de instortingen het maaiveld bereikt hebben, kan dit leiden tot verzakkingen of zelfs zinkgaten. Er is in de regio groot belang om instorting van oude cavernes te voorkomen. Stabilisatie van de caverne met een alternatieve vulstof is beter voor het milieu en de omgeving mits er bij het vullen geen nieuwe onaanvaardbare milieueffecten optreden. De vulstof die voldoet moet dan in de caverne worden gebracht, waar het zodanig aangebracht wordt dat het een zekere sterkte gaat krijgen en het gewicht van het bovenliggende gesteente kan dragen. De al aanwezige pekel heeft dat dragende vermogen niet en bij instorting wordt pekel tussen de brokstukken door uit de caverne geperst. Het zoute productiewater van Schoonebeek is vergelijkbaar met onverzadigde pekel en heeft net als pekel geen enkele sterkte of dragend vermogen. Hiervoor moet het Schoonebeek zout tot kristallen omgevormd worden. De kristallen moeten in de caverne gebracht kunnen worden en de vereiste dragende functie 17-1-2023
CE-TOETSING DRENTHE ALTERNATIEVEN
BF5299-IB-RP-CE-OOS
8
Projectgerelateerd
krijgen, voordat dit als een succesvol alternatief kan worden gezien. De draagkracht van Schoonebeek kristalzout in cavernes is nog niet aangetoond.
2.3
Totaaloverzicht uitgebreide lijst met opties geclusterd naar thema’s
Tabel 2.1. Overzicht van de verwerkingsopties voor productiewater, geclusterd naar thema’s Thema 1 - Zuivering en lozing, zonder injectie van reststroom Cluster: Lozing van schoon zoet water op oppervlaktewater of hergebruik, met zout als restproduct Zuivering op OBI van zout en hulpstoffen en lozing zoet water op oppervlaktewater. Hergebruik schoon zout. Zuivering op OBI van zout en hulpstoffen en lozing zoet water op oppervlaktewater. Afvoer vervuild zout. Retour Nieuwater. Zuivering gevolgd door hergebruik water en afvoer van vervuild zout. Cluster: Lozing van schoon zout water op zee Zuivering op OBI, transport naar rietvelden en lozing zout water bij Eems-gebied Zuivering op OBI, transport en directe lozing zout water bij Eemsgebied (zonder rietvelden) Zuivering op OBI, transport naar derde in het noorden voor transport en lozing zout water Thema 2 – Zuivering met injectie van reststroom in reservoirs Retour Nieuwater. Zuivering gevolgd door hergebruik 1.500 m3/d en injectie van 5.000 m3/d brijn in Drenthe Zuivering op OBI gevolgd door lozing 5.000 m3/d en injectie van 1.500 m3/d brijn in Drenthe Zuivering op OBI gevolgd door lozing 5.000 m3/d en injectie van 1.500 m3/d brijn terug in olieveld Schoonebeek West.
Thema 3 – injectie van het volledige watervolume Waterinjectie in het gasveld Schoonebeek Gas Waterinjectie terug in Olieveld Schoonebeek Waterinjectie in de Zuidoost Drenthevelden Waterinjectie in de Drenthe- en kleine Groningenvelden Waterinjectie in Borgsweer (Groningenveld) Thema 4 - Overige opties Zuivering op OBI, Transport naar Noordzee, West Nederland Afname via Afvalbeheerbedrijf (Andaver of ATM in Zeeland of CMF in Velsen) Zuivering op OBI, transport van schoon zout naar Zoutfabriek in Drenthe, Overijssel of Friesland Afname via RWZI/AWZI of industriepark (Europark, Emmtec bv) met of zonder voorzuivering Zuivering op OBI en injectie in Schoonebeek Oost Zuivering op OBI en injectie in Emlichheim, Duitsland Transport via Pijpleiding naar Ruhlemoor, Duitsland en injectie in potentieel Exxon waterinjectieproject Injectie in aquifers Opslag in zoutcavernes
Bij de opties kunnen weer aanvullingen uitgewerkt worden, bijvoorbeeld ten aanzien van het gebruik van chemicaliën en mijnbouwhulpstoffen. 17-1-2023
CE-TOETSING DRENTHE ALTERNATIEVEN
BF5299-IB-RP-CE-OOS
9
Projectgerelateerd
3
Selectie meest kansrijke opties per cluster (short list)
In dit hoofdstuk is beschreven hoe uit de uitgebreide lijst van opties de meest kansrijke opties zijn geselecteerd. In paragraaf 3.1 staan de selectiecriteria. In paragraaf 3.2 zijn de opties binnen de thema’s getoetst aan de selectiecriteria. In paragraaf 3.3 is toegelicht welke alternatieven per thema zijn geselecteerd.
3.1
Selectiecriteria
Omdat de opties niet eenvoudig met elkaar vergeleken kunnen worden is ervoor gekozen om de verschillende oplossingen op de long list in clusters onder te brengen. Per cluster wordt de meest kansrijke optie geselecteerd. Daarvoor zijn de opties getoetst op criteria. Opties kunnen afvallen als ze technisch niet haalbaar zijn of indien een optie beleidsmatig of wettelijk niet is toegestaan. Verder helpen de criteria om te komen tot een voorkeurslijst. Dit leidt tot een samenvattende tabel waarin de kwalitatieve definitie van elke score per beoordelingscriterium weergegeven is. Veilig en gezond – uitsluitend criterium Voor alle opties geldt als uitgangspunt dat ze veilig moeten kunnen worden uitgevoerd en dat de gezondheid van bewoners in de regio en het milieu niet in gevaar mogen komen. Opties die hier niet aan voldoen vallen direct af. Technisch – mogelijk uitsluitend criterium In deze fase van de herafweging, de selectie van alternatieven binnen de uitgebreide lijst voor de beperkte lijst, is de technische toets in sterke mate bepalend of een goed idee ook daadwerkelijk uitvoerbaar is. De opties dienen robuust te zijn, zodat gedurende een lange periode van circa 25 jaar en met mogelijke variatie in de hoeveelheid en samenstelling van het productiewater, de verwerking van het productiewater steeds doorgang kan vinden.
Bij de voorgestelde opties wordt gekeken naar: ▪ Technische haalbaarheid en uitvoerbaarheid ▪ Geschiktheid als robuuste oplossing (dat wil zeggen bestand tegen veranderingen in het productieproces, zodat voorkomen kan worden dat de productie opnieuw stilgelegd moet worden om aanpassingen aan de installatie te doen, geen experimentele technologie, wel hoge bedrijfszekerheid en goede procesbeheersing) ▪ Geschiktheid als langdurige oplossing (geschikt voor het totale watervolume, de gehele periode en er wordt voldaan aan de waterkwaliteitseisen) ▪ Bij waterinjectie opties, de geschiktheid van reservoirs in de diepe ondergrond Planning – niet uitsluitend De periode tot realisatie van de opties verschilt vanwege onder meer de tijd die benodigd is voor ontwerp, aanbesteding, vergunningaanvragen, bouw en testen. In beginsel vindt in de periode vanaf de tweede helft 2016 tot aan een nieuw gerealiseerde oplossing slechts beperkte oliewinning plaats als gevolg van de pijplijnreparatie die nu wordt uitgevoerd. Pas nadat de (nieuwe) optie voor de verwerking van productiewater operationeel wordt, kan de olieproductie weer op volledige capaciteit en optimaal functioneren. Daarmee vormt de doorlooptijd tot realisatie bij de opties een criterium. Echter, bij de selectie worden op basis van dit criterium geen opties uitgesloten.
Beleid – mogelijk uitsluitende criterium De verschillende opties dienen binnen het bestaande wettelijk en beleidsmatig kader te passen. Een niet vergunbare oplossing valt af, aangezien de optie om deze reden niet realiseerbaar is. Daarnaast is het 17-1-2023
CE-TOETSING DRENTHE ALTERNATIEVEN
BF5299-IB-RP-CE-OOS
10
Projectgerelateerd
voor sommige onderdelen in een optie nodig gebruik te maken van land van derden, waarvoor toestemming vereist is. Tot slot wordt een inschatting gemaakt hoe een oplossing zich verhoudt tot lokale beleidsambities en of dit tot vergaande aanpassingen in de oplossing of doorlooptijd gaat leiden. ▪ Vergunbaar (wettelijk en beleidsmatig); ▪ Aansluitend op lokale beleidsambities; ▪ Gebruik van terrein en grond mogelijk (ruimtelijke ordening). Financieel – niet uitsluitend Aanpassingen kosten geld, zodat financiële haalbaarheid een belangrijk criterium is. Echter, bij de selectie voor de beperkte lijst worden op basis van dit financiële criterium geen opties uitgesloten, mede door de relatief grote onzekerheden die er in deze fase nog zijn ten aanzien van de hoogte van de kosten. Voor de bepaling van de kosten moeten zowel de aanlegfase (kapitaalslasten) als de kosten in de operationele fase (bedrijfsvoering) berekend worden. Daarnaast kan het gebruik van bijna leeg geproduceerde gasvelden en bestaande pijpleidingen ertoe leiden dat minder of geen gas kan worden geproduceerd, wat als kostenpost wordt meegerekend. Bij de CE-afweging zullen de kosten van de geselecteerde opties in groter detail worden uitgewerkt. ▪ Kosten (aanlegkosten en operationele kosten); ▪ Verloren of verminderde olie- en aardgasopbrengsten.
Milieu Milieueffecten kunnen optreden bij normale bedrijfsvoering en bij calamiteiten. Onder dit specifieke ‘Milieu’ criterium wordt gekeken naar de normale bedrijfsvoering. Eventuele effecten bij calamiteiten worden besproken bij het criterium ‘Risico’, onderstaand. Bij de toetsing binnen elk van de clusters van de uitgebreide lijst wordt slechts kwalitatief aangegeven welke opties naar verwachting tot meer of minder milieueffecten zullen leiden. Dit is mogelijk omdat er binnen clusters sprake is van vergelijkbare concepten. De naderhand toegepaste CE-afwegingsmethode maakt gebruik van een LCA (Levenscyclusanalyse) waarmee een breed spectrum aan milieuaspecten in beeld wordt gebracht. Daarmee kunnen de verschillende opties onderling vergeleken worden. ▪ Milieueffecten bij normale bedrijfsvoering (energieverbruik, emissies naar bodem, water en lucht, geluid, effect op natuur, gebruik hulpstoffen, vergravingschade) Risico Het criterium risico geeft een indicatie van ongewenste situaties die kunnen optreden. Dit criterium wordt veel verder uitgewerkt bij de beperkte lijst opties in de nog uit te voeren toetsing met de CE-methodiek. Op hoofdlijnen is hier al wel een aanduiding voor te geven.
Er wordt zowel gekeken naar risico’s op korte termijn (gedurende de operationele fase) als op lange termijn, waarbij voor de lange termijn een periode tot ruim na afronding van de operationele fase en afsluiting van de putten wordt bedoeld. Er is specifiek gekeken naar mogelijke risico’s voor mens en milieu gerelateerd aan: ▪ Aardbevingen ▪ Lekkage pijpleiding ▪ Lekkage uit reservoir via afdekkend gesteente of injectieput ▪ Vervuiling/ lekkage reststoffen uit stortplaats ▪ Ongelukken tijdens transport ▪ Activiteiten in kwetsbare gebieden (o.a. Natura2000-gebieden) ▪ Verontreiniging oppervlaktewater/ zee.
17-1-2023
CE-TOETSING DRENTHE ALTERNATIEVEN
BF5299-IB-RP-CE-OOS
11
Projectgerelateerd
Het vergelijken en bepalen van de meest kansrijke optie per cluster Om voor alle opties en alle criteria een overzicht te krijgen wat beter of minder goed scoort, is er een vereenvoudigde tabel gemaakt waarin kwalitatief de scores zijn weergegeven (zie Tabel 3.1). (Dit is binnen m.e.r.- procedures een gebruikelijke aanpak om overzicht te krijgen over veel informatie.) De scores zijn binnen een cluster onderling vergelijkbaar. Bijvoorbeeld als een optie een ‘-’ scoort op techniek, kan dit alleen vergeleken worden met de score op techniek van andere opties binnen hetzelfde cluster. Er is geen generieke maatstaf beschikbaar of ontwikkeld welke van toepassing is voor alle opties. De milieueffecten en risico’s van verschillende technische oplossingen zijn niet eenvoudig onderling vergelijkbaar. Door de enigszins vergelijkbare opties te clusteren wordt het wel mogelijk om verschillen en voor- en nadelen inzichtelijk te maken. De beste optie per cluster wordt geselecteerd en op de lijst geplaatst voor nadere toetsing met de CE-methodiek. Deze methodiek is speciaal ontwikkeld om de zeer verschillende milieueffecten toch tegen elkaar af te kunnen wegen. Omdat er uit elk cluster 1 optie wordt geëvalueerd met de CE-methodiek kan het hele spectrum van alle mogelijke oplossingen worden behouden. Tabel 3-1. Tabel met classificatie scores met plussen en minnen per beoordelingscriterium. ++
+
Bewezen techniek, robuust voor variaties in waterkwaliteit, onderhoud en storingen
Risico
Milieu
Financieel
Beleid
Planning
Technisch
Criteria
17-1-2023
Gebruik huidige faciliteiten, bijna geen aanvullende milieubelasting
0
-
--
X
Bewezen techniek Bewezen techniek bij op vergelijkbare kleine schaal of omstandigheden andere omstandigheden
Onzekerheden voor ontwerp, moet nader uitgezocht worden
Veel onzekerheden vragen detail onderzoek, niet duidelijk of optie haalbaar is
Technisch niet haalbaar
Naar verwachting realiseerbaar binnen 2 jaar
Naar verwachting realiseerbaar binnen 4 jaar
Verwachte realisatietijd langer dan 4 jaar
Past binnen bestaand beleid en/of heeft de voorkeur binnen dit beleid
Beleidsmatige wijzigingen nodig, maar geen significante belemmeringen verwacht
Beleidsmatige belemmeringen kunnen optreden, noodzaak gronden beschikbaar te krijgen (voor transportleiding)
Grote beleidsmatige belemmeringen verwacht en ongewenste gevolgen (zoals veel restproduct)
Niet haalbaar omdat het beleidsmatig niet is toegestaan
Financieel haalbaar
Financieel waarschijnlijk haalbaar, maar wel kostbaarder
Financieel mogelijk niet haalbaar
Financiële haalbaarheid onwaarschijnlijk, zeer kostbaar
Financieel zeker niet haalbaar
Lage emissies, weinig energieverbruik, weinig vergraving
Middelmatige emissies en energieverbruik, en/of veel vergraving voor nieuwe leidingen
Hoge emissies en energieverbruik, en evt. vergraving
Hoge emissies en energieverbruik, langdurige grootschalige opslag restproducten
Niet haalbaar vanwege onaanvaardbare milieu-impacts
Risico’s op seismiciteit, lekkage en/of vervuiling zijn bijna uitgesloten
Risico’s op seismiciteit, lekkage en/of vervuiling zijn beperkt aanwezig en er zijn maatregelen om deze risico’s te ondervangen
Risico’s op seismiciteit, lekkage en/of vervuiling zijn aanwezig en kunnen slechts deels met maatregelen ondervangen worden
Risico’s op seismiciteit, lekkage en/of vervuiling zijn groot en kunnen slechts deels met maatregelen ondervangen worden
Niet haalbaar vanwege onaanvaardbare risico’s
BF5299-IB-RP-CE-OOS
12
CE-TOETSING DRENTHE ALTERNATIEVEN
Projectgerelateerd
3.2
Toetsing thema’s op basis van selectiecriteria
3.2.1
Thema 1 – Zuivering en lozing op oppervlaktewater, zonder injectie van reststroom
In dit thema zijn de verschillende opties besproken waarbij het productiewater niet meer in de diepe ondergrond wordt geïnjecteerd, maar (voor)gezuiverd en daarna geloosd of hergebruikt. Binnen dit thema wordt onderscheid gemaakt in twee typen oplossingen: ▪ Opties om water te zuiveren van mijnbouwhulpstoffen en enkele andere omgevingsvreemde stoffen en het schone zoute water daarna te lozen op de zee; ▪ Opties om water te zuiveren en schoon zoet water te lozen op oppervlaktewater of te hergebruiken. Cluster: Lozing van schoon zout water op zee Er zijn drie opties waarbij waterlozing op zee plaatsvindt. Lozing kan plaatsvinden op verschillende locaties, zoals de Eemshaven of op de Eems. Deze drie opties vergen een waterzuivering nabij de OBI, die technisch goed realiseerbaar is (+). Op dit criterium is er geen onderscheid tussen de opties te maken. Planning is hier eveneens niet onderscheidend, aangezien de realisatietermijn voor elk van de opties als relatief lang wordt ingeschat (score ‘-‘). Beleid is hier wellicht het belangrijkste onderscheidende criterium, vooral met betrekking tot de kwetsbaarheid van het ontvangende waterlichaam. Als kan worden aangesloten op een lozingspunt bij Spijk in de Eems, via een bestaande vergunde situatie, scoort dit op beleid positief (+).
Een nieuwe lozing bij de Eemshaven wordt niet als onmogelijk gezien, maar het verkrijgen van een vergunning hier is zeer onzeker (score ‘- - -‘). Financieel is niet bijzonder onderscheidend, aangezien net als in alle andere opties een zuivering gebouwd moet worden evenals een lange transportleiding (score ‘-‘). Ter onderscheid is de route in de derde optie naar de Eems financieel iets aantrekkelijker vanwege een kortere transportleiding en daarom is deze optie met een score 0 weergegeven. Het aspect milieu scoort voor alle drie de opties neutraal (score 0), omdat de waterzuivering relatief veel energie vraagt en bij de aanleg van transportleidingen veel bodem vergraven zal worden. De belangrijkste risico’s bij deze opties bestaan uit mogelijke lekkage van de transportleiding en mogelijke verontreinigingen die onbedoeld in het gezuiverde water voorkomen en na lozing het zeemilieu verstoren. Lozing op de Eemshaven geeft vanwege de nabijheid van de Waddenzee een verhoogd risico bij calamiteiten. Om dit te voorkomen kan bijvoorbeeld gebruik worden gemaakt van een bufferzone met rietvelden. Daarnaast is de optie meegenomen, waarbij waterlozing plaatsvindt bij een bestaand lozingspunt bij Spijk in de Eems. In geval van een onbedoelde lozing geeft het beperkte en tijdelijke effecten, vandaar de score van ‘-‘.
Bij gebruik van rietvelden is ter onderscheid een score van 0 gegeven aangezien hier het water voor lozing in rietvelden gecontroleerd kan worden, zodat de aanvoer tijdig kan worden stopgezet. Deze optie is onderdeel geweest van het onderzoek voor de Herafweging verwerking productiewater 2016. Daarbij is door de overheden aangegeven dat dit beleidsmatig niet haalbaar is. Als dit alsnog verkend moet worden, zal hiervoor eerst afstemming nodig zijn op bestuurlijk niveau. In de eerdergenoemde rapportage is al wel te zien hoe deze optie op hoofdlijnen scoort ten opzichte van de andere opties. 17-1-2023
CE-TOETSING DRENTHE ALTERNATIEVEN
BF5299-IB-RP-CE-OOS
13
Projectgerelateerd
Lozing van schoon zoet water op oppervlaktewater of hergebruik met zout als restproduct Hier zijn eveneens drie opties waarbij het productiewater geheel gezuiverd wordt, met als resultaat schoon zoet water en een grote hoeveelheid zout restmateriaal: 1. De waterzuivering kan worden gecombineerd met de bestaande waterzuivering voor ultra-puur water van NieuWater in Emmen. Het productiewater kan dan als puur water weer gebruikt worden voor stoomproductie, waarmee een retourstroom ontstaat naar het reservoir. Het aanpassen van de huidige waterzuivering is echter technisch moeilijk, omdat deze is geoptimaliseerd in de samenwerking met de bestaande Rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI). 2. Nieuwbouw ter plaatse van de OBI is makkelijker te realiseren dan een combinatie met de bestaande zuivering door NieuWater. Met betrekking tot een dergelijke nieuwbouw zijn er 2 opties, afhankelijk van het restproduct: c. Zuivering van het restproduct tot schoon, gemengd zout d. Geen zuivering van het restproduct met oplevering van vervuild zout Alle drie de opties zijn technisch mogelijk, zowel de zuivering van het water als de opslag van het restproduct, maar de grote hoeveelheid restproduct, waarvoor geen goede gebruiker of afnemer in beeld is, resulteert voor alle drie de opties in een technische score van ‘- -` vanwege de additioneel benodigde grootschalige, lange termijn opslag.
Dit geldt ook voor de productie van schoon, gemengd zout. Na gesprekken met een logische potentiele afnemer bleek dat hier momenteel geen interesse voor is. De planning is eveneens niet onderscheidend, gezien de te verwachten lange periode bij de ontwikkeling van een waterzuivering (score ‘-‘). Het meest onderscheidend is hier het criterium beleid, waarbij het concept met een relatief schoon restproduct dat mogelijk herbruikbaar is (score ‘0’), de voorkeur heeft boven de productie van een gemengd restproduct waar geen toepassing voor mogelijk lijkt (score ‘- -‘). Financieel is binnen het cluster niet echt onderscheidend, aangezien in alle opties een extra zware en kostbare zuivering gebouwd moet worden en een restproduct ontstaat waarvoor geen duidelijke toepassing is (score ‘- -‘). Op het gebied van milieu heeft dit cluster een grote negatieve impact vanwege het hoge energiegebruik, de hoge emissies en de diverse reststromen die ontstaan. Er ontstaat pas onderscheid op basis van de kwaliteit van het restproduct. De grote hoeveelheid restproduct geeft op zichzelf al een negatieve milieuscore (-), waarbij vanwege de samenstelling van het restproduct deze optie nog lager scoort (‘- -‘). Het risico van deze opties is dat het restproduct vroeg of laat in het milieu komt en tot ernstige verstoring leidt.
Dit is meteen een lange termijn probleem en vandaar dat de score als een ‘- -‘ is gegeven. Dit treedt mogelijk niet op bij relatief schoon, gemengd zout, als hier op termijn een toepassing voor gevonden kan worden (score 0). Samenvattend; zuivering waarbij er naast schoon zoet water een potentieel bruikbaar eindproduct van relatief schoon zout resteert, scoort beter op risico, milieu en beleid. Vooral de wijze waarop wordt omgegaan met de grote hoeveelheid reststoffen (vooral het gemengde zout) kan leiden tot problemen op het gebied van draagvlak. Als variant geldt het lokaal opslaan van dit zout in een speciaal daarvoor aangelegd depot, met risico’s dat het op de lange termijn in het lokale milieu belandt. Conclusie thema 1: ▪ Nader te onderzoeken alternatief: Volledig zuiveren tot zoet water en vast zout
17-1-2023
CE-TOETSING DRENTHE ALTERNATIEVEN
BF5299-IB-RP-CE-OOS
14
Projectgerelateerd
3.2.2
Thema 2 – Zuivering en lozing van schoon zoet water op oppervlaktewater, met injectie van geconcentreerde reststroom
In dit thema worden de verschillende opties besproken waar het productiewater wordt gescheiden in verschillende stromen. Dit thema bestaat uit een enkel cluster. Er ontstaat een schone waterstroom, die, na verdere zuiveringsstappen in de Ultra-Puur Water fabriek van NieuWater, kan worden hergebruikt voor stoominjectie of meteen geloosd wordt op het oppervlaktewater. Er wordt gekeken naar zuivering van toegevoegde stoffen tot het huidige vergunningsniveau of tot het technisch laagst haalbare niveau. Ook ontstaat een geconcentreerde reststroom met kleiner volume, die wordt geïnjecteerd in geschikte velden. In dit cluster zijn de volgende opties benoemd, met verschillen in de mate en wijze van waterzuivering: 1. Er is een optie bekeken waarbij de waterzuivering plaatsvindt bij NieuWater, in combinatie met de bestaande zuivering. 2. Er zijn verder twee opties gedefinieerd waarbij een nieuwe waterzuivering gebouwd wordt ter plaatse van de OBI. a. Een optie waarbij een beperkte reststroom met hogere concentraties (brijn) weer in het Schoonebeek oliereservoir kan worden teruggebracht. b. Een optie waarbij een beperkte reststroom met hogere concentraties (brijn) wordt geïnjecteerd in een leeg geproduceerd gasveld vanaf bestaande (waterinjectie) locaties.
Bij deze opties geldt dat technisch de beste optie bestaat uit een nieuwe zuivering bij de OBI, met waterinjectie in een leeg gasveld (score +). Dezelfde optie maar dan gerealiseerd bij NieuWater en in combinatie met de bestaande NieuWater zuivering is mogelijk maar technisch complex (score ‘-‘). Het blijkt dat terugbrengen in het oliereservoir of de aquifer onder het oliereservoir Schoonebeek is technisch een moeilijke oplossing omdat als gevolg hiervan de druk in het oliereservoir snel toeneemt en daarmee de stoominjectie en de oliewinning negatief wordt beïnvloed (score ‘- - ‘). In hoofdstuk 4.5 wordt dit in meer detail beschreven. De planning is niet onderscheidend aangezien voor alle opties een zuivering gebouwd dient te worden (score ‘-‘). Beleidsmatig worden de opties als haalbaar gezien, met een positieve score voor herinjectie in het Schoonebeekveld, vanuit de gedachte dat het productiewater bij voorkeur teruggaat naar het reservoir waar het ook uit afkomstig is, score ‘+’. Alle opties zijn financieel relatief duur door de te bouwen waterzuivering, score ‘-‘. De optie 2B is echter aanzienlijk duurder omdat veel extra kostbare aanpassingen nodig zijn in het Schoonebeek olieveld (extra boringen en leidingnetwerk) en waarbij waarschijnlijk de olieproductie ernstig wordt gehinderd.
De eerste optie met hergebruik van water bij NieuWater scoort iets beter op milieu (score 0), dan de zuivering en waterinjectie opties (score ’-‘), omdat zuivering bij NieuWater minder energie vergt (er ontstaat dan ook een grotere reststroom). Deze drie opties hebben relatief weinig risico’s, mede omdat de zuivering en waterinjectie nabij het Schoonebeekveld plaatsvinden. Conclusie thema 2: ▪ Nader uit te werken alternatief: Indikken van de waterstroom met opslag van ingedikte waterstroom in de diepe ondergrond: o Variant opslag in aquifer oost onder het oliereservoir (zie hoofdstuk 4.5); o Variant opslag in Schoonebeek gasveldreservoir (zie hoofdstuk 4.4).
17-1-2023
CE-TOETSING DRENTHE ALTERNATIEVEN
BF5299-IB-RP-CE-OOS
15
Projectgerelateerd
3.2.3
Thema 3 – injectie van het volledige water volume, eventueel met beperkte zuivering
Bij alle opties wordt ook gekeken naar zuivering van toegevoegde stoffen tot het huidige vergunningsniveau of tot het technisch laagst haalbare niveau. Het zout blijft achter in het water. Waterinjectie in diepe ondergrond Potentieel realiseerbare opties voor waterinjectie bevinden zich in oude, kleine gasvelden in Drenthe en Groningen. In Drenthe wordt onderscheid gemaakt tussen de velden in de directe omgeving van Schoonebeek (Zuidoost Drenthe) en de overige Drenthevelden. Bij de Groningenvelden is ook nog speciaal gekeken naar de mogelijkheid om aan te sluiten bij de bestaande waterinjectie in Borgsweer, dat een onderdeel is van het grote Groningen veld. Uit de verschillende scores blijkt dat de meeste opties in principe technisch goed mogelijk zijn (score ‘+’). De injectie alleen in Schoonebeek Diep scoort ‘grijs’ op technisch omdat hier niet het volledige productiewatervolume opgeslagen kan worden. Injectie in Olieveld Schoonebeek is technisch niet haalbaar, omdat dit in combinatie met stoominjectie tot te hoge reservoirdruk leidt, waardoor de olieproductie niet meer plaats kan vinden (score: ‘X’). 3. Aansluiten bij de waterinjectie in Borgsweer is technisch lastig (score ‘-’) omdat dan de bestaande waterinjectie-capaciteit daar sterk moet worden uitgebreid en er een lange transportleiding benodigd is.
De planning geeft aan dat bij tijd nodig is om de voorzieningen en putten gereed te maken (score ‘-‘). Beleidsmatig zijn nieuwe vergunningen nodig aangezien het volledige productiewatervolume op aan te wijzen locaties in Drenthe en Groningen geïnjecteerd te worden, waardoor beduidend meer nieuwe, vaak veel kleinere velden vergund moeten worden voor waterinjectie. Financieel is de optie met waterinjectie in Drenthe onderscheidend (score ‘0’), omdat hiervoor de minste aanpassingen nodig zijn. Hoewel waterinjectie alleen in Schoonebeek Diep minder kost (‘+’) is deze optie niet geschikt om het totale volume van het productiewater te bergen. Bij de overige opties moeten alle installaties worden aangepast en is een relatief lang nieuw transportnetwerk nodig (score ‘- -‘). Geen van deze opties heeft een sterke negatieve invloed op het milieu, omdat relatief weinig emissies worden veroorzaakt met een relatief laag energieverbruik. Om toch onderscheid aan te brengen tussen de verschillende injectievarianten, scoort het gebruik van de Drenthevelden ‘++’, omdat dit tot de minste schade door vergraving leidt. Het geheel overschakelen op velden buiten omgeving van Schoonebeek leidt tot meer effecten van vergraving. Tevens leiden langere transportafstanden tot een hoger het pompenergieverbruik (aangeduid met relatief lagere score ‘+’ of ‘0‘).
Bij de waterinjectie opties zijn de mogelijkheid van aardbevingen of lekkage uit het reservoir de belangrijkste risico’s. Om dit te voorkomen zijn de putten en velden zodanig gekozen dat er geen aardbevingen of lekkage meer worden verwacht. Mocht zich onverhoopt toch een incident voordoen in 1 of meer van de reservoirs, dan zijn er bij de opties voldoende andere putten en velden om de waterinjectie over te nemen. Daarom is er een score ‘0’ aangehouden. Conclusie thema 3: ▪ Nader uit te werken alternatief: Waterinjectie in het gasreservoir Schoonebeek
17-1-2023
CE-TOETSING DRENTHE ALTERNATIEVEN
BF5299-IB-RP-CE-OOS
16
Projectgerelateerd
3.2.4
Thema 4 – Overige opties
Dit zijn de opties waarvan in een vroeg stadium duidelijk werd dat deze hoogstwaarschijnlijk niet haalbaar zijn. Dat komt mede doordat een deel van de opties afhankelijk is van samenwerking met derden, partijen die uiteindelijk geen mogelijkheden zien of nadrukkelijk geen samenwerking wensen. Bij de samenwerking met Duitsland staat nog een vraagteken. Het Schoonebeek olieveld bevindt zich voor een groot deel op Duits grondgebied. Ook in Duitsland wordt olie gewonnen en wordt productiewater verwerkt en geïnjecteerd in de diepe ondergrond. In verkennende gesprekken bleek in eerste instantie een omgekeerde vraag naar beschikbare reservoirs het geval, waarbij productiewater uit Duitsland naar Nederland zou worden getransporteerd voor verwerking. Verwerking bij Emlichheim en Rühlermoor blijkt niet mogelijk, maar momenteel wordt een gezamenlijke oplossing voor de in het gebied actieve oliemaatschappijen opnieuw nader verkend (waterinjectie in Duitse Zechstein reservoirs in samenwerking met het West Emsland Consortium). Er zijn sterke aanwijzingen dat om verschillende redenen (waaronder vergunning technisch) productiewater transport naar Duitsland niet haalbaar zal blijken. Opgemerkt wordt dat indien een oplossing mogelijk mocht blijken, de doorlooptijd voor implementatie waarschijnlijk erg lang zal zijn. Conclusie thema 4: ▪ Geen alternatieven
3.3
Toelichtingen van de alternatieven op de short list
Uit de longlist zijn de alternatieven geselecteerd, die het best scoorden binnen hun eigen cluster. Er is gekozen om uit elk cluster één optie te kiezen, zodat binnen de short list het gehele spectrum van verwerkingsopties wel vertegenwoordigd blijft. De alternatieven op de short list worden in meer detail uitgewerkt en met behulp van de CE-methodiek getoetst. Alternatief 1 – Vast zout - Zuivering productiewater, gevolgd door lozing van schoon water op het oppervlaktewater, met schoon zout en een reststroom als vaste restproducten Op het terrein van de OBI in Schoonebeek wordt een nieuwe waterzuiveringsinstallatie gebouwd. Hierbij wordt het productiewater volledig gezuiverd, waarbij zowel de hulpstoffen als het zout uit het water worden gehaald. Het resterende schone water wordt geloosd op het oppervlaktewater in de omgeving van de OBI of hergebruikt voor stoomproductie. Naast het water, ontstaan bij het proces minimaal twee afvalstromen, namelijk schoon, gemengd zout en een reststroom. Indien mogelijk wordt het schone maar gemengde zout hergebruikt, maar vooralsnog is daar geen afnemer voor bekend, zodat rekening moet worden gehouden met lokale opslag van het zout of transport naar een andere opslaglocatie. Indicaties zijn dat verkoop of levering van dit zout aan commerciële afnemers moeilijk zal zijn.
De reststroom bestaat uit de overige componenten van het productiewater en zuiveringschemicaliën. Deze toch aanzienlijke reststroom heeft een kleiner volume dan het zout maar dient per tanker of vrachtwagen te worden afgevoerd en verwerkt door commerciële partijen.
17-1-2023
CE-TOETSING DRENTHE ALTERNATIEVEN
BF5299-IB-RP-CE-OOS
17
Projectgerelateerd
Alternatief 2 – Brijnlozing - Indikken van het productiewater, waarbij het deel, met verhoogde concentraties, wordt geïnjecteerd Het productiewater wordt behandeld met ontzoutingstechnieken waarbij een schoon effluent en een geconcentreerde afvalstroom (brijn) vrijkomen. De ontzoutings- en zuiveringsinstallaties worden op de OBI-locatie in Schoonebeek gebouwd. Het is de verwachting dat deze zuivering ertoe leidt dat er circa 5.000 m3 effluent per dag ontstaat (circa 75% van de hoeveelheid productiewater). Na een aanvullende behandeling kan het als schoon zoet water worden geloosd op nabijgelegen oppervlaktewater of hergebruikt voor stoomproductie. De resterende, ingedikte stroom bestaat uit water met een hogere concentratie aan stoffen. Dit wordt aangeduid als brijn, en is qua volume ongeveer 1.500 m3 per dag (ongeveer een kwart van het oorspronkelijke debiet). In dit alternatief wordt het brijn in de ondergrond geïnjecteerd. Doordat slechts een kwart van het productiewater geïnjecteerd wordt, kan het aantal injectielocaties en injectieputten beperkt worden. Twee varianten Er zijn twee varianten bij dit alternatief, waterinjectie van de brijnstroom in het aquifer oost van het oliereservoir Schoonebeek (alternatief 2a) of waterinjectie in het Schoonebeek gasveld (alternatief 2b).
Alternatief 3 – Waterinjectie - Beperkte zuivering en injectie in Schoonebeek gasveld Voor waterinjectie wordt uitgegaan van een debiet van ongeveer 6.500 m3 per dag. Dit komt overeen met circa 2,4 miljoen m3 per jaar. Maatgevend is in dit onderzoek een periode van 10 jaar, waarin ongeveer 24 miljoen m3 opgeslagen moet worden.
17-1-2023
CE-TOETSING DRENTHE ALTERNATIEVEN
BF5299-IB-RP-CE-OOS
18
Projectgerelateerd
4
Technische randvoorwaarden bij uitwerking alternatieven
Dit hoofdstuk gaat in op de nieuwe inzichten die verkregen zijn met betrekking tot de waterzuivering en de mogelijkheden voor opslag van water in de formaties in de diepe ondergrond. Uit alle onderzoeken blijkt steeds weer dat bij verwerking van productiewater gebruik wordt gemaakt van of waterinjectie in de diepe ondergrond of waterzuivering in de biosfeer of een combinatie van beide. Bij waterinjectie geldt dat transport en opslag zodanig moeten plaatsvinden dat er geen lekkage naar de omgeving en geen aantasting van gesteente in de ondergrond zal optreden. Bij waterzuivering moet het restproduct van de zuivering verwerkt worden en rekening gehouden worden met benodigde energie en chemicaliën. In paragraaf 4.1 is ingegaan op de waterkwaliteit en in 4.2 op de inzichten ten aanzien van de waterzuivering. Vanaf paragraaf 4.3 zijn de mogelijkheden van waterinjectie in de diepe ondergrond bij Schoonebeek nader uitgewerkt. Op basis hiervan is gekomen tot de uitwerking in alternatieven zoals beschreven in Hoofdstuk 5, 6 en 7.