Bijlage 4 Bodemonderzoek
Tekst van het document
Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 www.sigma-bm.nl email info@sigma-bm.nl
augustus ’23
Onderwerp:
verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Schoorstraat 4 te Klazienaveen
Projectnummer:
23-M10849
Opdrachtgever:
BJZ.nu
Datum:
03 augustus 2023
0
verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Schoorstraat 4 te Klazienaveen
onderwerp
verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Schoorstraat 4 te Klazienaveen
datum
03 augustus 2023
projectnummer
23-M10849
in opdracht van
BJZ.nu Twentepoort Oost 16a 7609 RG Almelo
uitgevoerd door
Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen tel: (0591) 659128
SIgma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens de norm NEN-ENISO 9001:2015, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken SIgma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen”
SIgma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000 protocollen 2001, 2002 en 2018”
(het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001, 2002 en 2018)
Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Geo- & Milieutechniek B.V..
augustus ’23
1
verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Schoorstraat 4 te Klazienaveen
Inhoud 1
INLEIDING ....................................................................................................................................... 3 1.1
Algemeen................................................................................................................................. 3
1.2
Aanleiding van het bodemonderzoek ...................................................................................... 3
1.3
Doel van het onderzoek ........................................................................................................... 3
1.4
Referentiekader van het onderzoek ........................................................................................ 4
1.5
Opbouw van het rapport .......................................................................................................... 4
2
VOORONDERZOEK ........................................................................................................................ 5
3
VELDONDERZOEK ....................................................................................................................... 13
4
3.1
Uitvoering van het veldonderzoek ......................................................................................... 13
3.2
Resultaten van het veldonderzoek ........................................................................................ 16
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK .................................................................................... 19 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek ..................................................... 19
4.2
Toetsingscriteria .................................................................................................................... 21
grond en grondwater (NEN-5740+A1) ............................................................................................... 21
5
6
4.3
Analyseresultaten en interpretatie ......................................................................................... 24
4.3.1
Verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740 ............................................................... 24
4.3.3
verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 ......................................... 28
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .......................................................................................... 30 5.1
verkennend milieukundig bodemonderzoek NEN-5740+A1 ................................................ 30
5.2
verkennend onderzoek asbest in grond NEN 5707+C2 ........................................................ 32
LITERTUURLIJST .......................................................................................................................... 35
COLOFON ............................................................................................................................................. 36
Bijlagen 1. Topografisch overzicht 1A.Historisch topografisch overzicht 2. Onderzoekslocatie met boorplan (1:500) 3. Beschrijvingen inspectiegaten/boringen/foto’s 4. Analysecertificaten 5. Onafhankelijkheidsverklaring 6. Verklarende woordenlijst
augustus ’23
2
verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Schoorstraat 4 te Klazienaveen
1
INLEIDING
1.1
Algemeen
In opdracht van BJZ.nu is in juni-juli 2023 door Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. een verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 en een verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 uitgevoerd op de locatie gelegen aan de Schoorstraat nr. 4 te Klazienaveen (gemeente Emmen). De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: SIgma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO).
Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s. De veldwerkzaamheden van SIgma Geo- & Milieutechniek B.V. zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor SIgma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd en erkend door het ministerie van I&W. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters), 2002 (het nemen van grondwatermonsters) en 2018 (maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem) van toepassing. Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein.
1.2
Aanleiding van het bodemonderzoek
Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt de geplande nieuwbouw van drie woningen op de locatie.
1.3
Doel van het onderzoek
Het verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging. Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt.
augustus ’23
3
verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Schoorstraat 4 te Klazienaveen
Het verkennend onderzoek asbest in bodem volgens NEN-5707+C2 heeft tot doel om na te gaan of de locatie al dan niet verdacht is op het voorkomen van asbesthoudende materialen op of in de bodem. 1.4
Referentiekader van het onderzoek
Teneinde de kwaliteit van de grond op de onderhavige locatie juist in te schatten is de onderzoeksopzet van het bodemonderzoek gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5740+A1 (literatuur 1). Het verkennend bodemonderzoek asbest in grond is uitgevoerd volgens gebruikelijke inzichten en methoden volgens de NEN 5707+C2; Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond; uitgifte december 2017 (literatuur 12). 1.5
Opbouw van het rapport
In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: vooronderzoek, (hoofdstuk 2) veldonderzoek, (hoofdstuk 3) chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4) conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).
augustus ’23
4
verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Schoorstraat 4 te Klazienaveen
2
VOORONDERZOEK
Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. De uitwerking van het vooronderzoek is gebaseerd op de onderzoeksnorm NEN 5725, strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (literatuur 9). In de NEN-5725 (2017) zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. tabel 1: onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek Onderzoeksaspecten 1. Locatiegegevens
Aanleiding tot vooronderzoek
Eigendomssituatie
A 0
B 0
C
D
Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie
3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit
Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken
4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval
F
G
✓
Hoogteligging 2. Bodemopbouw en geohydrologie
E
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓ ✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓ ✓
0
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
0
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
0 ✓
✓
Voormalig Huidig Toekomstig Asbestverdacht?
✓
✓
✓
✓
✓
5. Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel
augustus ’23
5
verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Schoorstraat 4 te Klazienaveen
aanleiding vooronderzoek Het onderhavige bodemonderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek in het kader van een de geplande nieuwbouw van drie woningen op de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A, conform paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725 (2017). geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever/eigenaar; • informatie van gemeente Emmen (verkregen van RUD Drenthe, email d.d. 26-06-2023); • informatie van Bodemloket.nl; • informatie van het kaartenportaal van de Provincie Drenthe; • www.Topotijdreis.nl; • voorgaande milieutechnische werkzaamheden; • Kadaster/BAG Viewer; • grondwaterkaart van Nederland; • AHN.nl; • Dinoloket.nl; • handelsbestand van de Kamer van Koophandel; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden . Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader uitgewerkt. locatiegegevens In tabel 2 is een overzicht van de basisinformatie/locatiegegevens weergegeven.
tabel 2: overzicht basisinformatie Adres Plaats Gemeente Topografisch overzicht Coördinaten Kadastrale aanduiding Eigendomssituatie Oppervlakte onderzoekslocatie (plangebied) Algemene omschrijving
Bebouwing en bouwjaar (Kadaster BAG) Terreinverharding Ondergrondse infrastructuur Archeologische waarden Geplande herinrichting bijzonderheden: -
augustus ’23
Schoorstraat nr. 4 Klazienaveen Emmen Zie bijlage 1 X = 263.560 Y= 527.294 Gemeente Emmen, sectie M, nr. 2763 Niet nagegaan. ca. 2.517 m2 De onderzoekslocatie is onbebouwd. Op de onderzoekslocatie is recent bebouwing afgebroken. De onderzoekslocatie is deels braakliggend en deels gras. Een ander deel van de locatie is verhard met betonklinkers. De opdrachtgever is voornemens om op de locatie de nieuwbouw van drie woningen te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. De locatie is momenteel onbebouwd. De afgebroken bebouwing dateerde uit 1986. De locatie is deels verhard met betonklinkers. Geen informatie, bij grondwerk dient een KLIC-melding gedaan te worden. De locatie heeft op basis van de archeologische waardenkaart (IKAW) de vermelding "onbekend". De nieuwbouw van drie woningen.
6
verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Schoorstraat 4 te Klazienaveen
afbakening onderzoekslocatie Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte onderzoekslocatie, zoals weergegeven in bijlage 2. bodemgebruik op basis van topografische kaarten In de onderstaande tabel 3 is de beschikbare informatie weergegeven over het historisch, huidig en toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. tabel 3: beschrijving bodemgebruik op basis van topografische kaarten Omschrijving
Gebruik
Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties
Onderzoekslocatie Historisch (op Op de locatie is voor zover te beoordelen op basis van basis van topografische kaarten vanaf 1975 bebouwd. Voordien was topografische de locatie niet bebouwd. kaarten, Topotijdreis) Directe omgeving (<25 m) Historisch (op Op basis van topografische kaarten van rond 1908 is in de basis van omgeving van de onderzoekslocatie reeds verspreid topografische bebouwing te herkennen. kaarten, Topotijdreis) Huidig en Noordzijde: naastgelegen woningen; toekomstig Oostzijde: Schoostraat en tegenovergelegen woningen; Zuidzijde: grasveld; Westzijde: naastgelegen woning
augustus ’23
Geen.
Geen.
Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.
7
verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Schoorstraat 4 te Klazienaveen
bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreigende activiteiten en calamiteiten In tabel 4 staat een overzicht weergegeven van de potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten op basis van de beschikbare informatie. tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten Gebruik
De onderzoekslocatie is onbebouwd. Op de onderzoekslocatie is recent bebouwing afgebroken. De onderzoekslocatie is deels braakliggend en deels gras. Een ander deel van de locatie is verhard met betonklinkers. De opdrachtgever is voornemens om op de locatie de nieuwbouw van drie woningen te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. De onderzoekslocatie is in het verleden in gebruik geweest als kleuterschool, kinderdagverblijf en als kantoor voor een woningbouwstichting. Op Bodemloket.nl wordt op de locatie melding gemaakte van een timmerwerkplaats, schildersbedrijf en lootgietersbedrijf vanaf 1986. In de verkregen bodeminformatie van de gemeente Emmen is hiervan geen nadere informatie bekend. In de praktijk was in deze periode een locatie van Wooncom gevestigd. Voor zover bekend vonden de beschreven activiteiten niet op de onderzoekslocatie plaats maar juist bij onderhoudsprojecten van huurhuizen.
Bouwvergunningen Milieuvergunningen Handelsregister
Aanwezigheid brandstoftanks
augustus ’23
Er is geen andere informatie omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie. T.b.v. de afgebroken bebouwing is een bouwvergunning verleend. Niet bekend. De locatie wordt in het handelsregister van de kamer van koophandel vermeld onder: ● Kids&Zoo Klazienaveen B.V ● Kinderdagverblijf "Kiekeboe" Kindercentrum "Kiekeboe" Er is geen informatie omtrent de eventuele aanwezigheid of voormalige aanwezigheid van boven- of ondergrondse brandstoftanks op de onderzoekslocatie. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat boven- en ondergrondse brandstoftanks in het verleden geplaatst zijn zonder melding, de aanwezigheid van dergelijke tanks blijkt niet uit de verkregen informatie.
8
verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Schoorstraat 4 te Klazienaveen
Aanwezigheid asbest
Op de asbestdakenkaart van de provincie Drenthe wordt het daken van de afgebroken bebouwing aangemerkt als niet verdacht voor asbest.
figuur 1: asbestdakenkaart provincie Overijssel
Ophogingen/dempingen/stortingen
Niet gesprongen explosieven
PFAS-verdachtheid
augustus ’23
Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem t.p.v. de onderzoekslocatie. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend. Er is geen informatie omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen/ sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel). Er is geen informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie. Geen informatie, in Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven. De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen va niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente. Op of nabij de onderzoekslocatie bevinden zich geen locaties die de bodem verdacht maken voor PFAS en GenX verbindingen als gevolg van puntbronnen.
De kans op verontreiniging met PFAS in de grond t.p.v. de onderzoekslocatie t.g.v. puntbronnen wordt gering geacht. De bovengrond, diepere geroerde bodemlagen en de waterbodem zijn op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS als gevolg van atmosferische depositie. Verwacht wordt dat de bodem van de onderzoekslocatie diffuus onverdacht is voor PFAS en onverdacht is op GenX. Hoewel PFAS diffuus verspreid in de bodem in Nederland voorkomt, en op veel plaatsen in gehalten boven de detectielimiet wordt aangetroffen, is op basis van het vooronderzoek geen informatie verkregen over de eventuele aanwezigheid van PFAS en GenX op de locatie. Ter plaatse zijn geen bronlocaties bekend. Bij evt. toekomstig grondverzet wordt geadviseerd alsnog onderzoek naar deze parameters uit te voeren.
9
verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Schoorstraat 4 te Klazienaveen
Calamiteiten
Gebruik omgeving < 25 m
Voor zover bekend is er geen informatie over evt. calamiteiten die hebben plaatsgevonden waarbij de bodem verontreinigd kan zijn geraakt. In de directe omgeving bevinden zich woningen. Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.
voorgaande bodemonderzoeken In tabel 5 is een overzicht van voorgaande bodemonderzoeken en informatie van de bodemkwaliteitskaart weergegeven. tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart voorgaande bodemonderzoeken Onderzoekslocatie
► niet bekend.
Omgeving <25 m
Molenbuurt ►verkennend bodemonderzoek, d.d. 21-10-2015, ref. Sigma Bouw & Milieu, 15-M7453 conclusies: Zintuiglijk zijn er in de boringen baksteenresten waargenomen. In zowel de boven- als ondergrond zijn geen van de onderzochte parameters boven de achtergrond- of detectiewaarde aangetroffen. Het freatische grondwater bevat licht verhoogde gehalten aan barium en kwik. In de rapportage wordt geconcludeerd dat de vrijkomende grond indicatief is getoetst en voldoet aan de bodemkwaliteitsklasse achtergrondwaarde. ► verkennend bodemonderzoek Molenbuurt d.d. 18-02-2003, ref. De Straat Adviseurs, B02K0388 conclusies: ● de bovengrond is overwegend zwak puinhoudend, plaatselijk wordt tot 1.5 m-mv puin aangetroffen ● de bovengrond bevat verhoogde gehalten zink, PAK, EOX en minerale olie t.o.v. de streefwaarde ● de ondergrond bevat verhoogde gehalten kwik, EOX en minerale olie t.o.v. de streefwaarde ● het grondwater bevat een verhoogd gehalte chroom t.o.v. de streefwaarde ● tussen de Kuiperstraat en de Loperstraat is een niet ernstige verontreiniging met koper in de grond aangetroffen ► verkennend bodemonderzoek asbest in grond Molenbuurt d.d. 27-05-2003, ref. Prokam Adviesbureau, B03L0070 conclusies: ● op het maaiveld is op een plaats asbesthoudend materiaal aangetroffen ● in de grond is geen asbest aangetoond ► Plan van aanpak bodemsanering verontreiniging met koper in de grond, d.d.
24-09-2004, Ref. De Straat, B04K0267 ► Evaluatie bodemsanering verontreiniging met koper in de grond, d.d. 20-12-2004, Ref. De Straat, B04K0350 conclusies: ● in totaal in 84 m3 grond afgevoerd ● de controlemonsters van de putwanden en putbodem bevatten geen verhoogde gehalten koper (multifunctionele sanering)
augustus ’23
10
verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Schoorstraat 4 te Klazienaveen
vervolg tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart Vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan informatie bodemkwaliteitskaart
►Niet bekend.
►De locatie is gelegen in de zone wonen.
bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 14-16 m+NAP.
figuur 2: bodemopbouw
De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainagepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen.
Hypothese en onderzoeksstrategie Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan blijken dat de onderzoekslocatie, vooraf, als “verdacht” of “onverdacht” wordt aangemerkt. Op basis van de historische informatie uit het vooronderzoek blijkt dat de onderzoekslocatie is in het verleden in gebruik is geweest als kleuterschool, kinderdagverblijf en als kantoor voor een woningbouwstichting. Op Bodemloket.nl wordt op de locatie melding gemaakte van een timmerwerkplaats, schildersbedrijf en lootgietersbedrijf vanaf 1986. Voor zover bekend was vanaf deze periode Wooncom gevestigd op de locatie. Voor zover bekend vonden de beschreven activiteiten niet op de onderzoekslocatie plaats. Er is geen andere informatie over (voormalige) potentieel verdachte deellocaties (bronnen), (voormalige) bodembedreigende activiteiten of evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende calamiteiten t.p.v. de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied).
augustus ’23
11
verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Schoorstraat 4 te Klazienaveen
verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 De onderzoekslocatie, het beoogde plangebied, is in eerste aanleg als milieuhygiënisch "onverdacht" aangemerkt. Op basis van deze hypothese is het bodemonderzoek t.p.v. de onderzoekslocatie uitgevoerd conform de bijbehorende onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.1, strategie voor onverdachte locaties (ONV-NL) (literatuur 1). verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 Tijdens de uitvoering van het bodeonderzoek zijn in de grond t.p.v. een deel van de locatie puinresten aangetroffen. De herkomst van dit materiaal is niet eenduidig en er zijn hiervan geen kwaliteitsgegevens. Conform een uitspraak van de Raad van State uit 2017 dient bij het aantreffen van puin in en op de grond, een locatie als asbestverdacht te worden beschouwd. Dit geldt wanneer er geen informatie beschikbaar is omtrent de herkomst van het puin. De bodem t.p.v. het onderzochte deel van de onderzoekslocatie waar puinresten zijn waargenomen is in dit onderzoek onderzocht op de aanwezigheid van asbest in de bodem. Onderhavig onderzoek heeft tot doel om na te gaan of he onderzochte deel van de locatie al dan niet asbest verdacht is. Om vast te stellen of de bodem asbesthoudend is de onderzoekslocatie in dit onderzoek onderzocht op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal in grond (percentage bodemvreemd materiaal <50%).
Het onderzoek t.p.v. het onderzochte deel van de onderzoekslocatie is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie “verkennend onderzoek op een verdachte locatie met een diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld, volgens paragraaf 6.4.5. van de NEN-5707+C2 (verdachte bovengrond). Conform de gehanteerde onderzoeksopzet zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: • visuele inspectie van de toplaag; • het graven van inspectiegaten van 30 * 30 cm tot tenminste ca. 50 cm-mv. • het plaatsen van boringen met een boordiameter van 12 cm, tot maximaal 2 m-mv. • het visueel inspecteren van de ontgraven grond op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. • het bemonsteren van evt. asbestverdachte materialen. • het analyseren van evt. asbestverdachte materialen conform NEN 5898. • het analyseren van de uitgezeefde bovengrond (fractie <20 mm) conform de NEN 5898 De toetsing van de in dit onderzoek gemeten gehalten asbest is geschied aan de interventiewaarde uit de circulaire bodemsanering 2009. Hierin zijn een interventiewaarde en een restconcentratie van 100 mg/kg d.s. gewogen asbestconcentratie vastgelegd. De gewogen norm bestaat uit de serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie. De resultaten uit dit onderzoek worden geïnterpreteerd volgens NEN 5707+C2 (grond). In tabel 6 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven.
tabel 6: gehanteerde onderzoeksstrategie mogelijke verontreiniging (deel)locatie
grond
grondwater
onderzoeksstrategie
NEN-5740+A1 plangebied (ca. 2.516 m2)
-
-
ONV-NL
asbest
-
VED-HE (bovengrond)
NEN-5707+C2 Onderzochte deel van het plangebied waar puinresten zijn aangetroffen (ca. 1.465 m2)
augustus ’23
12
verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Schoorstraat 4 te Klazienaveen
3
VELDONDERZOEK
In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1
Uitvoering van het veldonderzoek
Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001, 2002 en 2018. In tabel 7 zijn de uitvoeringaspecten opgenomen. tabel 7: uitvoeringsaspecten onderdeel:
uitgevoerd door:
datum:
bijzonderheden:
uitvoeren van boringen, het plaatsen van de peilbuizen en het nemen van grondmonsters (protocol 2001) nemen van grondwatermonsters (protocol 2002)
dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd) dhr. R. Dob (in opleiding) dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd) dhr. R. Dob (in opleiding) dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd) dhr. R. Dob (in opleiding) dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd)
20-06-2023
puinresten in de grond
06-07-2023
geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering
06-07-2023
puinresten in de grond
20-06-2023 06-07-2023
op het maaiveld bevinden zich plaatselijk puinresten
Het graven van inspectiegaten en het nemen van grondmonsters (protocol 2018) locatie-inspectie
Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 5. Het onderzoeksprogramma is ruimtelijk weergegeven in bijlage 2. In deze bijlage zijn alle geplaatste boringen geprojecteerd. Voorafgaand aan het plaatsen van boringen is een locatie-inspectie gehouden. Hierbij zijn de geen bijzonderheden waargenomen. veiligheid Bij een onderzoek asbest in bodem dienen de getroffen maatregelen inzake veiligheid en gezondheid in overeenstemming te zijn met de CROW-publicatie nr. 400 “Werken in en met verontreinigde bodem” vigerende versie. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden zijn de veiligheidsvoorschriften uit protocol 2018 gehanteerd. Voor de uitvoering van de werkzaamheden is het vochtgehalte in de bodem gemeten. Het vochtgehalte bedroeg in alle gevallen >10%. Bij een vochtpercentage van meer dan 10% zijn er geen risico’s t.a.v. het vrijkomen van asbestvezels.
augustus ’23
13
verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Schoorstraat 4 te Klazienaveen
veldwerkzaamheden in het kader van NEN-5740 De veldwerkzaamheden in het kader van de NEN-5740 hebben bestaan uit het plaatsen van handboringen, peilbuizen en het nemen van grond- en grondwatermonsters. De geplaatste peilbuis is opgebouwd uit 1 meter HDPE peilfilter omstort met filtergrind. Het filtergrind zorgt voor een goede instroming van het grondwater in het filter, daarnaast voorkomt het dat het filter dichtslibt. Het peilfilter bevindt zich 0.5 meter beneden het grondwaterniveau. Boven het peilfilter bevindt zich blinde HDPE opzetbuis, omstort met bentoniet (zwelklei). De zwelklei dient ervoor te zorgen dat toestroming vanuit de bovengrond wordt voorkomen. De peilbuis is geplaatst conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0.5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. monstername grondwater Om een representatief grondwatermonster te verkrijgen zijn de peilbuizen, na plaatsing en voor monstername, grondig (3 maal de inhoud van het peilfilter) afgepompt. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand t.o.v. het maaiveld ingemeten.
Grondwatermonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2002 en NEN-5744 (literatuur 11). Tijdens de monstername van het grondwater is in het veld de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EGV) bepaald.
veldwerkzaamheden in het kader van NEN-5707 Het veldonderzoek in het kader van de NEN-5707 heeft bestaan uit het inspecteren van de toplaag in combinatie met het graven van inspectiegaten en het uitvoeren van handboringen tot de ongeroerde bodemlaag. Conform de NEN-5707 wordt voor landbodem onderscheid gemaakt tussen drie te onderzoeken bodemlagen: 1) het maaiveld 2) de bovengrond (0.02 m-mv-0.5 m-mv) 3) de ondergrond (0.5 m-mv-2.0 m-mv) maaiveldinspectie Voorafgaand aan het bodemonderzoek is t.p.v. het onderzoeksgebied een inspectie van het maaiveld uitgevoerd. De inspectie heeft plaatsgevonden als is voorgeschreven in het protocol 2018. Tijdens de visuele inspectie van de toplaag is een ruimtelijke eenheid onderverdeeld in ‘inspectie stroken’ van maximaal 1.5 meter waarbij de toplaag strook voor strook in twee richtingen is geïnspecteerd. Indien asbestverdacht materiaal wordt aangetroffen wordt de vindplaats gemarkeerd en wordt het materiaal verzameld. Bij de visuele inspectie is geen grond geroerd of onder (vaste) obstakels gekeken. Bij het aantreffen van asbestverdachte materialen zijn deze bemonsterd (door middel van “hand-picking”). Tevens is de inspectie-efficiëntie ingeschat. De inspectie-efficiëntie is onder andere afhankelijk van de weersomstandigheden, de conditie van de toplaag (vochtig, vegetatie, vastgereden, plassen) en het type grond (zand, klei).
augustus ’23
14
verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Schoorstraat 4 te Klazienaveen
inspectiegaten bovengrond (0.0-0.5 m-mv) In het kader van het verkennend onderzoek asbest in grond is onderzoek verricht naar de aanwezigheid van asbest in de bovengrond. In het kader van het verkennend onderzoek asbest in grond t.p.v. het plangebied zijn, teneinde een betrouwbare uitspraak te kunnen doen m.b.t. het voorkomen van asbest in de grond, inspectiegaten van 0.3 m x 0.3 m tot max. ca. 0.5 meter minus maaiveld, op a-selecte wijze, gegraven m.b.v. een schop. Het uitgegraven materiaal is gezeefd over een 20 mm zeef en/of uitgeharkt (tandafstand 20 mm) en is gescreend op de volgende aspecten: • asbestverdachte restanten; • bodemsamenstelling; • afval- en puinrestanten. De evt. aanwezige (asbest)verdachte delen groter dan ca. 20 mm zijn per soort en per inspectiegat verzameld, gewogen en in gesloten plasticzakken aan het laboratorium aangeboden voor onderzoek op asbest. Van het uitgezeefde materiaal is op basis van de NEN 5707+C2 zijn representatieve monsters van ca. 10 kg uit de fractie <20 mm verzameld. De bemonstering van de fijne fractie (deeltjes < 20 mm) heeft plaatsgevonden volgens tabel 8, “Minimale greep- en monstergrootte”, uit de NEN 5707+C2. handboringen ondergrond (0.5-2.0 m-mv) Tevens is visueel onderzoek verricht naar de aanwezigheid van asbest in de ondergrond. Hiertoe zijn handboringen met een diameter van 12 cm doorgezet tot maximaal 2.0 m-mv.
De vrijkomende grond is visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. monstername grond en materialen Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0.5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001 en 2018. De visueel aangetroffen asbestverdachte materialen zijn op een adequate wijze verpakt en als materiaalmonster aangeleverd aan het laboratorium. Van het gezeefde materiaal <20 mm uit niet asbestverdachte inspectiegaten is een (meng)monster genomen bestaande uit twintig grepen van min. 0.5 kg. Evt. asbestverdachte inspectiegaten zijn afzonderlijk bemonsterd middels twintig grepen van ca. 0,5 kg. Na inspectie zijn de gaten weer gedicht met het uitgegraven materiaal.
augustus ’23
15
verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Schoorstraat 4 te Klazienaveen
Het veldwerkprogramma staat weergegeven in tabel 8. tabel 8: veldwerkprogramma
Onderdeel
Aantal
Diepte (m-mv)
Nummers
9
Ca.0.5
4 t/m 12
2
Ca.2.0
2+4
1
Ca.2.6
1
verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740 plangebied (ca. 2.517 m2) Boringen Peilbuis
verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 onderzochte deel van het plangebied (ca. 1.465 m2) Inspectiegaten
7
Boringen 1 *=peilbuis is gecombineerd uitgevoerd
Ca.0.5
G1 t/m G7
Ca.2.0
G2
Alle geplaatste boringen, peilbuis en gegraven inspectiegaten zijn zodanig ruimtelijk verspreid over het onbebouwde deel van de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. 3.2
Resultaten van het veldonderzoek
maaiveldinspectie Voorafgaand aan het bodemonderzoek is t.p.v. het onderzoeksgebied een inspectie van het maaiveld uitgevoerd. Tijdens de visuele inspectie van de toplaag is een ruimtelijke eenheid onderverdeeld in ‘inspectie stroken’ van maximaal 1.5 meter waarbij de toplaag strook voor strook in twee richtingen is geïnspecteerd. In tabel 9 is de inspectie-efficiëntie van het maaiveld beschreven. tabel 9: inspectie-efficiëntie maaiveld deelgebied plangebied
inspectie-efficiëntie 50-90 -
conditie maaiveld braak, deels kort gras (>25% van het maaiveld is zichtbaar) bestrating
Op basis van de visuele locatie-inspectie is op het geïnspecteerde maaiveld geen asbestverdacht materiaal waargenomen. bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In tabel 10 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. tabel 10: lokale bodemopbouw bodemlaag m-mv 0.0-0.5 0.5-2.6
augustus ’23
hoofdbestanddeel
toevoeging
kleur
zand veen
zwak siltig plaatselijk zandig
bruin/grijs (donker)bruin
16
verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Schoorstraat 4 te Klazienaveen
veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn in weergegeven in tabel 11. tabel 11: veldwaarnemingen grondwater Peilbuis
filtertraject m-mv
grondwaterstand m-mv
voorpompen liter
pH
1
1.6-2.6
1.06
5
6.6
EGV geleidingsvermogen µS/cm 210
troebelheid (NTU) 15
In de genomen grondwatermonster is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuis heeft voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook is de peilbuis zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt zodat de grondwaterstand in de peilbuis slechts gering is gedaald tijdens afpompen (< 50 cm). Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak hebben (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en ab- en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen. zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. De afwijkende waarnemingen staan in de onderstaande tabel 12 weergegeven. tabel 12: afwijkende waarnemingen boring/inspectiegat
diepte m-mv.
zintuiglijke waarnemingen
5+6 7 9 G1 G2 G3 G4 G5 G6 G7
0.07-0.5 0.3-0.5 0.0-0.5 0.1-0.4 0.15-0.5 0.25-0.35 0.1-0.5 0.1-0.2 0.0-0.2 0.0-0.3
puin- en baksteenresten puin- en baksteenresten puin- en baksteenresten puinresten, fractie >20 mm: <10% puinresten, fractie >20 mm: <15% puinresten, fractie >20 mm: <15% puinresten, fractie >20 mm: <15% puinresten, fractie >20 mm: <20% puinresten, fractie >20 mm: <10% puinresten, fractie >20 mm: <10%
In het veld is gebleken dat de fractie > 20 mm. in de bodemlaag van 0.0-ca. 0.5 m-mv ter plaatse van de gegraven inspectiegaten minder dan 50% bedraagt. In de gevallen met een bijmenging van <50% bodemvreemd materiaal (fractie >20 mm) is de NEN 5707+C2 van toepassing. Op basis van een steekproef van het uitgegraven bodemmateriaal is een in-situ dichtheid van het bodemmateriaal bepaald van 1.790 kg/m3. In verdere berekening is met deze bepaling gerekend.
augustus ’23
17
verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Schoorstraat 4 te Klazienaveen
grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen. asbest In tabel 13 is een overzicht opgenomen van de aangetroffen asbestverdachte materialen op het maaiveld en in de grond. tabel 13: asbest op maaiveld en inspectiegaten inspectiegat
1 t/m 4+6+8
asbestverdacht
asbestverdacht materiaal
materiaal
grond in de fractie >20 mm
maaiveld
diepte (m-mv)
aantal gram
nee
0.0-max. 0.5
-
* = veldvochtig
augustus ’23
18
verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Schoorstraat 4 te Klazienaveen
4
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK
In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van SGS. Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor SGS is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I&W. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek
verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 grond Teneinde in het kader van het verkennend bodemonderzoek een indruk te krijgen van de algemene kwaliteit van de grond zijn de grondmonsters, welke tijdens het veldonderzoek zijn genomen, in het laboratorium met elkaar gemengd tot grondmengmonsters. In onderstaande tabel 14 wordt de samenstelling van de grondmengmonsters, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. tabel 14: analyseschema Monstercode
boringnummer(s)
diepte (m-mv)
zintuiglijke waarnemingen
analysepakket
MM1
5 t/m 7+9
0.0-0.5
puinresten
NEN-grond(*)+AS3000
MM2
2+3+8+10 t/m 12
0.0-0.5
MM3
1+2+3
0.5-2.0
plangebied grond
NEN-grond(*)+AS3000 -
NEN-grond(*)+AS3000
grondwater Pb 1 1 1.6-2.6 NEN-grondwater(**) verklaring van de gebruikte afkortingen en codes:(1) * NEN-grond = Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorbehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC’s, droge stof, organische stof en lutum; Zware metalen = barium (Ba)/cadmium (Cd)/Cobalt(Co)/koper (Cu)/lood (Pb)/nikkel (Ni)/zink (Zn)/Molybdeen (Mo)/kwik(Hg); Vluchtige aromaten = Benzeen (B), Tolueen (T), Ethylbenzeen (E), Xylenen (X), Naftaleen (N) PCB = Polychloorbifenylen; PAK = Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen;
augustus ’23
19
verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Schoorstraat 4 te Klazienaveen
verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 Het uitgezeefde materiaal, fractie <20 mm en asbest verdachte materiaalmonsters zijn onderzocht volgens NEN-5898. In onderstaande tabel 15 wordt de samenstelling van de grondmonsters, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. tabel 15: analyseschema Monstercode
inspectiegat
diepte (m-mv)
zintuiglijke waarnemingen
analysepakket
grond M1
G1 t/m G3
0.0-max.0.5
puinresten
asbest (NEN5898)
M2
G4 t/m G7
0.0-max.0.5
puinresten
asbest (NEN5898)
Opgemerkt wordt dat de fractie <500 ųm in dit stadium van het onderzoek kwalitatief is gecontroleerd om te kunnen vaststellen of er aanleiding bestaat om een kwantitatieve bepaling van deze fractie uit te voeren. In de fractie <500 ųm is geen asbest aangetroffen.
augustus ’23
20
verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Schoorstraat 4 te Klazienaveen
4.2
Toetsingscriteria
grond en grondwater (NEN-5740+A1) Om de kwaliteit van de bodem en de mate van verontreiniging te kunnen beoordelen, zijn de analyseresultaten van grondmonsters getoetst aan de geldende toetsingswaarden; 1) de achtergrondwaarde (AW-2000) zoals opgenomen in bijlage B van “de Regeling Bodemkwaliteit” (Staatscourant 22335, 02 november 2012) (literatuur 5) 2) de interventiewaarde zoals opgenomen in tabel 1 van “de Circulaire Bodemsanering”, (Staatscourant 16675, 27 juni 2013) (literatuur 6) De toetsing van de meetresultaten is uitgevoerd middels BoToVa, de Bodem Toets Validatie Service van de overheid voor grond, grondwater en waterbodem. BoTova gaat uit van het wettelijk kader dat per 1 juli 2013 van kracht is. In de BoToVa toetsing worden de meetwaarden gecorrigeerd/teruggerekend voor de “standaard bodem” (humus=10% en lutum=25%). Generiek toetsingskader Voor de beoordeling van de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters wordt gebruik gemaakt van de achtergrondwaarden grond zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit, de streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering.
Achtergrondwaarde (AW-2000): De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft de kwaliteit weer die 'van nature' voorkomt in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen. De achtergrondwaarden zijn opgenomen in het Besluit Bodemkwaliteit en zijn gebaseerd op het onderzoek ‘Achtergrondwaarden 2000’. Hierin zijn gehalten vastgesteld van een groot aantal stoffen in bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland. De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. Bij overschrijding van de achtergrondwaarde is er sprake van bodemverontreiniging. Tussenwaarde/bodemindex-waarde >0.5: De gemiddelde waarde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde (S+I)/2, hierna te noemen 'tussenwaarde'(T), wordt gehanteerd om aan te geven dat bij overschrijding de kans aanwezig is dat er sprake is van een ernstige verontreiniging, ofwel dat nader onderzoek noodzakelijk is. De tussenwaarde heeft geen wettelijke status maar is een indicatieniveau voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek. De tussenwaarde geeft het concentratieniveau aan waarboven onder bepaalde omstandigheden risico’s voor mens en milieu aan de orde kunnen zijn. De tussenwaarde is zodoende een indicatiewaarde voor nader onderzoek.
Bij overschrijding van de T-waarde of bodemindex waarde (>0,5) dient aanvullend/nader bodemonderzoek in overweging genomen te worden. Een nader onderzoek wordt uitgevoerd indien er een vermoeden bestaat dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging. Interventiewaarde: De interventiewaarde (I) geeft aan dat bij overschrijding van deze waarde de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant en dier ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Is er sprake van een ernstige bodemverontreiniging en wordt de interventiewaarde in meer dan 25 m3 grond of 100 m3 grondwater (bodemvolume) overschreden, dan kan er noodzaak zijn tot sanering. De saneringsurgentie wordt bepaald door blootstellingsrisico's van mens, dier en plant en de verspreidingsrisico's van de betreffende stoffen (actuele risico’s). De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico's voor de volksgezondheid en het milieu (onderzoek RIVM). Bij de beoordeling van bodemverontreiniging aan de hand van de genoemde toetsingswaarden spelen nog een aantal aspecten een rol. Rekening dient te worden gehouden met het feit dat de mobiliteit van stoffen in de bodem en daardoor de verspreiding van stoffen afhankelijk is van diverse bodemkenmerken.
Daarnaast speelt de bestemming en het gebruik van de locatie in de huidige situatie alsmede de toekomstige situatie, een grote rol bij de beoordeling van de risico's voor het milieu.
augustus ’23
21
verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Schoorstraat 4 te Klazienaveen
asbest in grond en puin De resultaten van het onderzoek asbest in grond worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. Voor asbest in grond is een interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. vastgesteld. Aan deze waarde zijn de gewogen asbestconcentraties (mg/kg ds) getoetst. Gewogen betekent het gehalte serpentijnasbest (chrysotiel) vermeerderd met tienmaal het gehalte amfiboolasbest (amosiet, crocidoliet). Indien de gewogen asbestconcentratie in grond c.q. puin boven 100 mg/kg ds is vastgesteld, is sprake van met asbest verontreinigde grond c.q. puin. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. Indien asbest in de grond boven 100 mg/kg ds aanwezig is en deze verontreiniging vóór 1993 is ontstaan, is ongeacht de omvang van de verontreiniging sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest in grond.
Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities. Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding. Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Het resultaat van het verkennend onderzoek is een indicatieve uitspraak over de mogelijke verontreiniging van het toegepaste bouw- en sloopafval of recyclinggranulaat / bodem op basis van verzamelde stukken asbesthoudend materiaal en (meng)monsters. Aan de hand van het verkregen indicatieve gehalte aan asbest wordt nagegaan of nader onderzoek asbest al dan niet noodzakelijk is. Door de lagere onderzoeksintensiteit van het verkennend onderzoek kan in deze fase niet direct worden getoetst aan de grenswaarde. In het verkennend onderzoek wordt het gehalte getoetst aan de grenswaarde gecorrigeerd met een factor 2. Deze correctiefactor is een maat voor de betrouwbaarheid van het verkennend onderzoek in relatie tot het nader onderzoek.
Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Alleen als in het verkennend onderzoek de onderzoeksintensiteit (hoeveelheid geïnspecteerd materiaal in de gaten en aantal analyses) op hetzelfde niveau zit als in het nader onderzoek is een directe toetsing aan de grenswaarde mogelijk. Als het asbestgehalte kleiner is dan de helft van de grenswaarde is het statistisch aannemelijk dat ook in een nader onderzoekstraject de grenswaarde niet zal worden overschreden. In deze gevallen geldt er geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de grenswaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogst bepaalde waarde binnen een(deel)locatie of (deel)partij is hiervoor bepalend.
augustus ’23
22
verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Schoorstraat 4 te Klazienaveen
Van de bodemlagen waarin zintuiglijk asbesthoudende materialen zijn aangetroffen in de fractie >20 mm is een berekening gemaakt van de asbestconcentratie. Hiertoe is gebruik gemaakt van de navolgende formule: Cmi=∑ (Mk x %k,I /100) / Mlok Cmi = De concentratie aan asbest van asbestsoort ‘i’ is afkomstig van de verzamelde asbesthoudende materialen van het type ‘k’, in mg/kg d.s.; Mk = de massa verzamelde asbesthoudende materialen van het type ‘k’, in mg; %k,i = het percentage aan asbest van het asbestsoort ‘i’ in de verzamelde asbesthoudende materialen van het type ‘k’, in %; Mlok = het drooggewicht van het verzamelmonster grond op locatie, in kg. Als het gewicht van het geïnspecteerde monster (gat of sleuf) op locatie exact is gewogen, moet het drooggewicht van het monster uitgegraven materiaal op locatie worden bepaald volgens: Mloc = Mvloc x Ma/Mva waarin: Mvloc is de massa van het uitgegraven veldvochtige materiaal op locatie, in kg; Ma is de massa van het gedroogde analysemonster, in kg; Mva is de massa van het veldvochtige analysemonster, in kg. Wanneer een groot monster (toplaag of sleuf of gat) is geïnspecteerd op locatie kan dit in principe niet worden gewogen.
In deze gevallen moet het drooggewicht van het monster worden afgeleid volgens: Mloc = (1 000 x V x ns) x (%E/100) x Ma/Mva waarin: V is het volume van het geïnspecteerde monster op locatie, in m3; ns is de volumieke massa van het geconsolideerde materiaal op locatie, in kg/dm3; %E is een schatting van de inspectie-efficiëntie, in %. waarin: V (in dm3) : volume (V) van de sleuf of het gegraven gat. Mk (in mg) : massa van de verzamelde asbesthoudende materialen van het type "k" (bijvoorbeeld asbestplaatjes). %k,i : gemiddeld % van asbestsoort "i" (bijv. chrysotiel) in de verzamelde asbesthoudende materialen van type "k". Ns (in kg/dm3) : stortgewicht van de grond/puin. ds : percentage droge stof
augustus ’23
23
verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Schoorstraat 4 te Klazienaveen
4.3
Analyseresultaten en interpretatie
In deze paragraaf zijn de resultaten van de chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters, gerelateerd aan toetsingswaarden, weergegeven in tabelvorm. Na elke tabel worden de onderzoeksresultaten besproken. In bijlage 4 zijn van alle uitgevoerde analyses de analysecertificaten opgenomen. 4.3.1
Verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740
boven- en ondergrond (0.0-2.0 m-mv) In tabel 16 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. tabel 16: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project
23-M10849-Schoorstraat 4, klazinaveen
Certificaat
13892376
Toetsing
12-Beoordeling kw aliteit van grond volgens Wbb
Toetsversie
Toetsversie 3.0.0, toetskader WBB, SIKB versie 13.3.0, toetsingsdatum: 02-08-2023 - 16:05
Parameters
Analyse
Toetsing
Eenheid
AW
T
I
13892376-001
13892376-002
11, 05: 7-50, 06: 7-50, 07: 30-50, 09: 0-50
22, 02: 8-50, 03: 7-50, 08: 0-50, 10: 0-50, 11: 0-50, 12: 0-5033, 01: 50-100, 01: 100-150, 02: 100-150, 02: 150-200, 03: 100-150, 03: 150-200
Grond (AS3000)
Grond (AS3000)
Overschrijding Achtergrondw aarde
Overschrijding Achtergrondw aarde
SR
monster voorbehandeling
Ja
droge stof
87.2
%
BT
BC
BI
SR
13892376-003
BT
Grond (AS3000)
BC
Voldoet aan Achtergrondw aarde BI
Ja 87.2
88.0
SR
BT
BC
BI
Ja 88
14.3
<1
14.3
gew icht artefacten g
28
<1
aard van de artefacten -
Stenen
organische stof%(gloeiverlies)
2.3
2.3
0.4
0.4
78.3
78.3
2.9
2.9
4.5
4.5
2.2
2.2
Geen
Geen
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS
METALEN +
barium
mg/kg
920
34
118
--
<20
41.3
--
48
181
--
cadmium
mg/kg
0.6
6.8
13
<0.2
0.235
<=AW
0
<0.2
0.232
<=AW
0
0.27
0.103
<=AW
0
kobalt
mg/kg
15
102
190
<1.5
3.36
<=AW
0
<1.5
2.9
<=AW
0
1.6
5.5
<=AW
0
koper
mg/kg
40
115
190
6.6
13.1
<=AW
0
<5
6.67
<=AW
0
6.0
3.41
<=AW
0
kw ik°
mg/kg
0.15
18
36
<0.05
0.0494
<=AW
0
<0.05
0.0483
<=AW
0
<0.05
0.031
<=AW
0
lood
mg/kg
50
290
530
11
16.9
<=AW
0
<10
10.5
<=AW
0
12
7.82
<=AW
0
molybdeen
mg/kg
1.5
96
190
<0.5
0.35
<=AW
0
<0.5
0.35
<=AW
0
<0.5
0.35
<=AW
0
nikkel
mg/kg
35
68
100
3.9
10.6
<=AW
0
<3
5.07
<=AW
0
3.8
10.9
<=AW
0
zink
mg/kg
140
430
720
32
72.1
<=AW
0
<20
29.5
<=AW
0
32
25.7
<=AW
0
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen
mg/kg
#
<0.01
0.007
0.02
0.02
<0.03
0.007
21
40
4.047
4.05
WO
0.07
9.56
9.56
IN
0.21
2.991
0.997
<=AW
0
20
510
1000
4.9
21.3
<=AW
-
4.9
24.5
<=AW
-
10.01
3.34
<=AW
-
190
2595
5000
40
174
<=AW
0
<20
70
<=AW
0
500
167
<=AW
0
pak-totaal (10 van mg/kg VROM) (0.71.5 factor)
POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) som PCB (7) (0.7 ug/kg factor)
MINERALE OLIE totaal olie C10 -mg/kg C40
Ve rk laring k olom m e n SR
Resultaat op het analyserapport
BT
Berekend toetsresultaat (omgerekend naar standaard b odem). Bij organische stof en lutum staan de voor de toetsing geb ruikte waarden.
BC
Toetsoordeel
AW
Achtergrondwaarde (door SGS b eheerd)
T
Tussenwaarde (door SGS b erekend en b eheerd maar niet meer b eschreven in de wetgeving)
I
Interventie waarde (door SGS b eheerd)
BI
SGS b erekende BodemIndex waarde: =(BT - (S of AW) ) / (I - (S of AW) )
#
Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat
<=AW
Kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde
WO
Wonen
IN
Industrie
>I
Groter dan interventiewaarde
>IND
Groter dan industrie
Kle ur inform atie Rood
> Interventiewaarde
Oranje
>= Tussenwaarde (BI ligt tussen 0.5 en 1)
Blauw
>= Achtergrond waarde
augustus ’23
24
verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Schoorstraat 4 te Klazienaveen
grondwater In tabel 17 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. tabel 17: gemeten gehaltes (µg/l) in grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project
23-M 10849-Schoors traat 4, k lazinave e n
Certif icaat
13902517
Toetsing
13-Be oorde ling k w alite it van grondw ate r volge ns Wbb
Toetsversie
Toe ts ve rs ie 2.0.0, toe ts k ade r WBB, SIKB ve rs ie 13.3.0, toe ts ings datum : 02-08-2023 - 16:01
Parameters
Toetsing
13902517-001 Pb1Pb1, 01-Pb1: 160-260 Grondw ater (AS3000) Ove rs chrijding Stre e fw aarde
Analys e
Ee nhe id
S
T
I
SR
BT
BC
BI
barium
ug/l
50
338
625
69
69
>S
0.03
cadmium
ug/l
0.4
3.2
6
<0.2
0.14
<=S
-
kobalt
ug/l
20
60
100
<2
1.4
<=S
-
koper
ug/l
15
45
75
7.5
7.5
<=S
-
kw ik
ug/l
0.05
0.18
0.3
<0.05
0.035
<=S
-
lood
ug/l
15
45
75
2.8
2.8
<=S
-
molybdeen
ug/l
5
152
300
<2
1.4
<=S
-
nikkel
ug/l
15
45
75
4.7
4.7
<=S
-
zink
ug/l
65
432
800
13
13
<=S
-
M ETALEN
VLUCHTIGE AROM ATEN benzeen
ug/l
0.2
15
30
<0.2
0.14
<=S
-
tolueen
ug/l
7
504
1000
<0.2
0.14
<=S
-
ethylbenzeen ug/l
4
77
150
<0.2
0.14
<=S
-
xylenen (0.7 f actor) ug/l
0.2
35
70
0.21
0.21
<=S
-
styreen
ug/l
6
153
300
<0.2
0.14
<=S
-
naf taleen
ug/l
0.01
35
70
0.04
0.04
>S
0.00
GEHALOGENEERDE KOOLWATERSTOFFEN 1,1-dichloorethaan ug/l
7
454
900
<0.2
0.14
<=S
-
1,2-dichloorethaan ug/l
7
204
400
<0.2
0.14
<=S
-
1,1-dichlooretheen ug/l
0.01
5.0
10
<0.1
0.07
<=S
-
<0.1
0.07
trans-1,2-dichlooretheen ug/l som (cis,trans)ug/l 1,2- dichloorethenen 0.01 (0.7 f actor) 10
20
0.14
0.14
<=S
-
dichloormethaan ug/l
1000
<0.2
0.14
<=S
-
1,1-dichloorpropaan ug/l
<0.2
0.14
1,2-dichloorpropaan ug/l
<0.2
0.14
1,3-dichloorpropaan ug/l
<0.2
0.14
0.01
500
som dichloorpropanen ug/l (0.7 f actor) 0.8
40
80
0.42
0.42
<=S
-
tetrachlooretheen ug/l
0.01
20
40
<0.1
0.07
<=S
-
tetrachloormethaan ug/l
0.01
5.0
10
<0.1
0.07
<=S
-
1,1,1-trichloorethaan ug/l
0.01
150
300
<0.1
0.07
<=S
-
1,1,2-trichloorethaan ug/l
0.01
65
130
<0.1
0.07
<=S
-
trichlooretheenug/l
24
262
500
<0.2
0.14
<=S
-
chlorof orm
ug/l
6
203
400
<0.2
0.14
<=S
-
vinylchloride
ug/l
0.01
2.5
5
<0.2
0.14
<=S
-
630
<0.2
0.14
---
600
<50
35
<=S
tribroommethaan ug/l
M INERALE OLIE totaal olie C10 -ug/l C40
50
325
-
Verklaring kolom m en SR
Resultaat op het analyserapport
BT
Berekend toetsresultaat (omgerekend naar standaard bodem). Bij organische stof en lutum staan de voor de toetsing gebruikte waarden.
BC
Toetsoordeel
BI
SGS berekende BodemIndex waarde: =(BT - (S of AW) ) / (I - (S of AW) )
<=AW
Kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde
<=S
Kleiner dan of gelijk aan de streefwaarde
>S
Groter dan de streefwaarde
>I
Groter dan interventiewaarde
Kleur inform atie Rood
> Interventiewaarde
Oranje
>= Tussenwaarde (BI ligt tussen 0.5 en 1)
Blauw
> streefwaarde
augustus ’23
25
verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Schoorstraat 4 te Klazienaveen
interpretatie onderzoeksresultaten grond en grondwater In tabel 18 staat een samenvatting weergegeven van de toetsresultaten van de onderzochte monsters. tabel 18: samenvatting toetsresultaten
Diepte
Zintuiglijk
>AW / >S
>T
>I
Indicatieve toetsing Bbk
0.0-0.5
puinresten
PAK’s (som 10)
-
-
Wonen*
MM2
5 t/m 7+9 2+3+8+ 10 t/m 12
PAK’s (som 10)
-
-
Industrie*
MM3
1+2+3
0.5-2.0
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
1
1.6-2.6
-
barium, naftaleen
-
-
nvt.
Mengmonster Boringen plangebied grond MM1
0.0-0.5
grondwater Pb1 Legenda >AW/>S
overschrijding achtergrondwaarde / streefwaarde (bodemindex =<0,5)
>T
overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)
>I
overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)
Bbk
besluit bodemkwaliteit
*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond