CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Locatieafweging windturbines locatie Zwartenbergerweg en N34 gemeente Emmen

Commissie Wonen en Ruimte 11 april 2024, gemeente EmmenBij agendapunt: Uitvoeringsplan bij structuurvisie Emmen, Windenergie3.253 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo Opdrachtgever: Gemeente Emmen

projectnummer: P002073

Van:

BügelHajema (in samenwerking met Altenburg & Wymenga)

Onderwerp:

Locatieonderzoek N34 en Zwartenbergerweg voor plaatsing WTG op basis van resultaten onderzoek N2000 (passende beoordeling op hoofdlijnen) in het kader van de SV windenergie en passende beoordeling Pottendijk – Definitief

Datum:

1.

30-10-2023

Inleiding

De gemeente Emmen bereidt zich erop voor dat de opgave voor windenergie die de provincie Drenthe in 2014 heeft opgelegd aan de gemeente Emmen wordt verminderd. Als gevolg daarvan hoeft - van de in de structuurvisie Emmen, Windenergie aangewezen gebieden - alleen de locatie N34 of de locatie Zwartenbergerweg te worden ontwikkeld. In het kader van de structuurvisie Emmen, Windenergie is in 2015 een planMER opgesteld en is een passende beoordeling op hoofdlijnen uitgevoerd voor 9 potentiële locaties voor de plaatsing van windturbines (zie afbeelding 1). Een Passende Beoordeling beschrijft en beoordeelt de mogelijke effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden als gevolg van ontwikkelingen. De doelen die in Natura 2000gebieden moeten worden bereikt, worden instandhoudingsdoelen genoemd. Het uiteindelijke doel van Natura2000 is het bereiken van de landelijk gunstige staat van instandhouding voor alle door de vogel- en habritatrichtlijn beschermde soorten en habitattypen. De passende beoordeling voor de structuurvisie Windenergie Emmen is op hoofdlijnen uitgevoerd omdat locatieafweging centraal stond. Er was geen sprake van concrete planontwikkeling voor afzonderlijke locaties. De beoordeling op effecten is daarmee ook op hoofdlijnen uitgevoerd.

Op basis van de passende beoordeling op hoofdlijnen is in de structuurvisie geconstateerd dat voor de locatie N34 geen significante negatieve effecten op instandhoudingsdoelen voor Natura2000-gebieden verwacht worden. Voor de locatie Zwartenbergerweg is vastgesteld dat bij een mogelijke ontwikkeling van de locatie een nadere beoordeling dient plaats te vinden omdat op voorhand significant negatieve effecten niet met zekerheid uit te sluiten waren.

Afbeelding 1. De 9 locaties die in het kader van de structuurvisie zijn onderzocht. Nr. 4 en nr. 7 zijn de locaties die in deze memo centraal staan.

1.1

Onderzoeksvraag

De vraag die nu voor ligt is of nu in 2023 deze onderzoeksbevindingen uit 2015 ook in 2023 nog actueel zijn en op basis daarvan eenzelfde conclusie getrokken kan worden, danwel dat er nader onderzoek moet plaatsvinden, zodat de gemeente een zorgvuldige afweging kan maken voor wat betreft de ontwikkeling van windenergie op de locaties N34 en Zwarterbergerweg.

datum 30-10-2023

projectnummer P002073

2

1.2

Locaties N34 en Zwartenbergerweg

Voor de ligging van de locaties wordt verwezen naar afbeelding 1. Voor de locaties is in het kader van het planMER onderzoek in 2015 uitgegaan van: opstelling (MW)

Locatie Zwartenbergeweg

Locatie N34

aantal 3 MW

8

7

Totaal vermogen

24 MW

21 MW

aantal 5 MW

5

5

Totaal vermogen

25 MW

25 MW

Bij de invulling van de locaties is uitgegaan van wat redelijkerwijs maximaal geplaatst kan worden uitgaande van generieke windturbines zoals in onderstaande tabel aangegeven. Vermogen (MW)

Ashoogte (m)

Tiphoogte (m)

Diameter (m)

Gebruikte tussenafstand (m)

3

100

150

100

400

5

130

200

140

560

1.3

Aanpak beoordeling

In deze memo zijn voor de locaties N34 en Zwartenbergerweg de relevante onderzoeksresultaten en de conclusies van de passende boordeling op hoofdlijnen uit 2015 samengevat en beoordeeld op actualiteit. Bij deze beoordeling is gekeken naar de gehanteerde uitgangssituatie en redenatie van 2015 en of er sindsdien ontwikkelingen hebben plaatsgevonden die van invloed zijn op deze uitgangssituatie en redenatie. 1.4

Relevante ontwikkelingen

Relevante ontwikkelingen zijn onder andere fysieke veranderingen in de (directe) omgeving van de potentiële ontwikkellocaties, in de (directe) omgeving van de relevante Natura 2000 gebieden en in het gebied tussen de potentiële locaties en de Natura 2000 gebieden die van invloed kunnen zijn op de instandhouding van kwalificerende soorten voor Natura 2000 gebieden, zoals: - realisatie windpark Pottendijk (14 turbines); - realisatie windpark Duitse zijde ter hoogte van Zwartenbergeweg (16 turbines); - eventuele wijzigingen in grondgebruik die van invloed zijn op omvang en bereikbaarheid foerageergebieden; - wijzigingen in aanwijzingsbesluiten, instandhoudingsdoelstellingen en toetsingskaders. In het kader van de realisatie van het windpark Pottendijk is in 2018/2019 een passende beoordeling opgesteld. Voor zover relevant zijn de aanpak en de uitkomsten van deze passende beoordeling betrokken bij de beoordeling van de actualiteit van de conclusies van 2015.

datum 30-10-2023

projectnummer P002073

3

1.5

Aandachtspunten

De beoordeling van de locaties is gebaseerd op bestaande onderzoeken en gegevens en heeft ook op hoofdlijnen plaatsgevonden. Hoewel voor Pottendijk gemonitord wordt zijn de onderzoeken van 2018/2019 en daarmee een aantal jaren oud. Ook de website van SOVON die is geraadpleegd voor de voorliggende beoordeling loopt ten aanzien van populatiegrootte doorgaans twee jaar achter evenals de viewer van de WUR ten aanzien van het landgebruik. Afstemming met de provincie Drenthe is dan ook wenselijk, zodat de reactie van de provincie ook onderdeel kan worden van deze memo.

2.

Beoordeling resultaten passende beoordeling Structuurvisie

In het kader van de passende boordeling op hoofdlijnen voor de structuurvisie windenergie 2015 is gekeken naar het mogelijk optreden van significant negatieve effecten op instandhoudingsdoelstellingen van N2000gebieden (vogel- en habitatrichtlijngebieden) zowel in Nederland als in Duitsland. Daarvoor is op basis van expert judgement uitgegaan van een buffer van 30 km rondom de gemeentegrens van de gemeente Emmen om relevante N2000 gebieden te bepalen die mogelijk effecten kunnen ondervinden van de voorgenomen activiteiten. Zie afbeelding 2 voor de ligging de relevante Natura 2000 gebieden. Deze gebieden zijn aangewezen als Habitatrichtlijngebieden of als Vogelrichtlijngebieden of als allebei. 2.1

Effectbeoordeling Habitattypen en habitatrichtlijnsoorten N2000 – gebieden

In de passende beoordeling voor de structuurvisie windenergie Emmen is in 2015 geconcludeerd dat effecten als gevolg van het realiseren van eventuele windparken op kwalificerende habitattypen en habitatrichtlijnsoorten vanwege de grote afstand1 (minimaal 7.8 km) tussen de potentiële locaties en de N2000 gebieden op voorhand worden uitgesloten. Deze conclusie is gebaseerd op het feit dat de habitatrichtlijnsoorten, met uitzondering van vleermuizen sterk gebonden zijn aan de Natura-2000 gebieden en de onmiddellijke omgeving daarvan. Deze conclusie is nog steeds actueel. Er hebben geen veranderingen in de kwalificerende habitattypen en -soorten plaatsgevonden en de afstanden van de locaties N34 en Zwartenbergeweg tot de N2000 gebieden zijn gelijk gebleven. Ten aanzien van vleermuizen waren toen en zijn ook nu voor de Natura-2000 gebieden in de wijde omgeving van de gemeente Emmen geen Natura 2000 gebieden aangewezen waarvoor instandhoudingsdoelen voor vleermuissoorten gelden. Effecten op deze habitatsoorten kunnen worden uitgesloten en komen verder niet aan de orde.

1

Zwartenbergenweg ligt minimaal 7,8 km van Bargerveen. De afstand tot de overige N2000 gebieden is groter. De

afstand tussen de locatie N34 en N2000 gebieden is aanzienlijk groter.

datum 30-10-2023

projectnummer P002073

4

Afbeelding 2. Potentiële locaties en ligging N2000 gebieden in Nederland en Duitsland. Locatie 4 = Zwartenbergerweg, Locatie 7 = N34

2.2

Effectbeoordeling vogelrichtlijnsoorten N2000 –gebieden

Voor de verschillende N2000 gebieden zijn een groot aantal kwalificerende vogelrichtlijnsoorten aangewezen. Een groot aantal van deze kwalificerende soorten zijn gebiedsgebonden, met name broedvogels, en voor een aantal soorten is de maximale actieradius (veel) kleiner dan de afstand tussen de betreffende N2000 gebieden en de locaties N34 en de Zwartenbergerweg. Ook is in de gemeente

datum 30-10-2023

projectnummer P002073

5

Emmen voor een aantal soorten niet de juiste (foerageer)biotoop aanwezig of zijn er voldoende foerageergebieden in de directe omgeving van de N2000 gebieden. Deze situatie is niet veranderd en daarmee de conclusie ook niet. In de passende beoordeling structuurvisie windenergie Emmen 2015 is vervolgens gekeken naar de instandhoudingsdoelstellingen van pendelende vogelsoorten die als kwalificerende vogelsoorten voor N2000 gebieden (Vogelrichtlijngebieden) zijn aangewezen en die vanwege de maximale foerageerafstanden de locaties kunnen bereiken. Of daadwerkelijk effecten optreden is afhankelijk van de afstand waarover vogels zich van het Natura 2000-gebied verplaatsen en de mate waarin deze vogels het windpark zullen passeren. De maximale foerageerafstanden zijn gebaseerd op het uitgangspunt dat de energiebelasting van een vogel zo klein mogelijk moet zijn. Hoe minder energie wordt besteed aan een activiteit zoals vliegen en hoe minder tijd wordt besteed aan het aanvullen van energie (foerageren) hoe groter de kans op overleving. Aan de vliegafstand zit een soortafhankelijk maximum, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen het broedseizoen en de periode daarbuiten. Deze zogenaamde maximale foerageerafstanden wijzigen daarom niet en zijn als uitgangspunt nog steeds actueel in 2023. Ook de kwalificerende vogelrichtlijnsoorten voor de N2000 gebieden zijn niet gewijzigd.

In de passende beoordeling voor de structuurvisie zijn de relevante Natura 2000- gebieden en –soorten bepaald op basis van de maximale foerageerafstand van aangewezen vogelsoorten. Op basis van de soorten is een maximale foerageerafstand bepaald van maximaal 30 km. Deze afstand is zeer ruim genomen en in veel gevallen verplaatsen de vogels zich over aanzienlijk kleinere afstanden. Negatieve effecten op aangewezen vogelsoorten van Natura 2000-gebieden op meer dan 30 kilometer afstand worden daarmee op voorhand uitgesloten. Binnen een straal van 30 kilometer zijn daarmee 5 Natura 2000- gebieden overgebleven. Hiervan liggen er twee in Duitsland. Zie afbeelding 3.

datum 30-10-2023

projectnummer P002073

6

Afbeelding 3.Overzicht van de vijf Natura 2000-gebieden.Nummer 7 = locatie N34. Nummer 4 = locatie Zwartenbergerweg. Nummer 1 = locatie Pottendijk.

datum 30-10-2023

projectnummer P002073

7

2.3

Toetsingskader Duitsland - Effectbeoordeling Duitse Natura 2000 – gebieden

In het kader van de passende beoordeling van het windpark Pottendijk zijn de effecten op de relevante Duitse Natura 2000 gebieden nader beoordeeld. Hierbij is aangesloten bij het Duitse toetsingskader. Het relevante Duitse toetsingskader voor de effecten van windturbines op beschermde natuurwaarden wordt beschreven in het Niedersächsisches Ministerialblatt 66, nr. 7 (24 februari 2016) en de daarbij horende richtlijnen (Umsetzung des Artenschutzes bei der Planung und Genehmigung von Windenergieanlagen in Niedersachsen). Dit toetsingskader is vastgesteld na vaststelling van de Structuurvisie Windenergie in 2015. Het Duitse toetsingskader voor het beoordelen van effecten van windparken op aangewezen vogelsoorten van Natura 2000-gebieden verschilt van het Nederlandse toetsingskader. Het Duitse (Niedersächsische) toetsingskader gaat uit van veiligheidsafstanden waarbinnen sprake kan zijn van een verhoogd risico op aanvaring of verstoring. Voor broedende vogels is de maximale veiligheidsafstand van de in het toetsingskader genoemde soorten 3 km. Wat betreft foerageergebied of vliegroutes bedragen veruit de meeste maximum afstanden minder dan 3 km, met enkele uitschieters als bijv. zeearend (6 km) en zwarte ooievaar (10 km). Deze soorten worden hooguit zeer incidenteel in het plangebied verwacht.

De locatie N34 ligt op bijna 20 km van Dalum-Wietmarscher Moor und Georgsdorfer Moor en op bijna 29 km van Emstal von Lathen bis Papenburg. Zwartenbergerweg ligt op circa 16 km van Emstal von Lathen bis Papenburg en op ruim18 km van Dalum-Wietmarscher Moor und Georgsdorfer Moor. De locaties liggen daarmee ruim buiten de gehanteerde veiligheidsafstanden voor zowel de aangewezen relevante broedende als niet-broedende vogelsoorten. Voor geen van deze Vogelrichtlijngebieden zijn vleermuizen aangewezen als kwalificerende soort en effecten op kwalificerende vleermuizen zijn daarom niet aan de orde. Negatieve effecten van potentiële windparken op de instandhoudingsdoelstellingen voor betreffende Duitse gebieden kunnen daarmee worden uitgesloten. De Duitse Natura 2000 gebieden komen dan ook verder niet aan de orde. 2.4

Effectbeoordeling Dwingelderveld en Bargerveen

Vanwege het Duitse toetsingskader en de daarin opgenomen te hanteren veiligheidsafstanden zijn de Duitse Natura 2000 gebieden in dit kader verder niet relevant. Met in achtneming van de 30 km grens zijn voor de locaties N34 en Zwartenbergerweg alleen de volgende Natura -2000 gebieden van betekenis: -

Dwingelderveld

-

Bargerveen

datum 30-10-2023

projectnummer P002073

8

Dwingelderveld De locatie Zwartenbergerweg ligt op meer dan 30 km afstand van het Dwingelderveld en kan daarmee buiten beschouwing worden gelaten. De locatie N34 ligt op ca. 25 km van het Dwingelderveld. Ondanks dat dit minder is dat 30 km is dit een relatief grote afstand voor vogels om dagelijks te overbruggen. De te toetsen kwalificerende soort is de toendrarietgans. In de passende beoordeling voor de structuurvisie is aangegeven dat in de directe nabijheid van het Dwingelderveld voldoende foerageergebieden liggen voor de soort toendrarietgans, zodat het niet aannemelijk is dat ze dagelijks vliegbewegingen richting de N34 zullen maken om daar te foerageren. In 2015 in geconcludeerd dat significant negatieve effecten uitgesloten kunnen worden. Tussen 2015 en 2020 lijken er op basis van de geraadpleegde LGN viewer van de WUR geen (significante) wijzigingen in potentiële foerageergebieden in de nabijheid van het Dwingelderveld te hebben plaatsgevonden. Er zijn daarnaast geen grootschalige ontwikkelingen bekend tussen 2020 en 2023 die van wezenlijke invloed zijn op deze situatie. Significant negatieve effecten kunnen ook nu worden uitgesloten. Bargerveen Voor het Bargerveen zijn de te toetsen kwalificerende soorten de toendrarietgans en de kleine zwaan.

In de passende beoordeling van 2015 is voor het optreden van mogelijke effecten op deze soorten gekeken naar de vliegrichtingen en foerageergebieden. Uit de vliegrichtingen bleek dat de locatie N34 niet ter hoogte van vliegrichtingen van toendrarietganzen en van kleine zwanen uit het Bargerveen ligt. Negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstelling van de toendrarietgans en kleine zwaan van het Bargerveen zijn in 2015 voor deze locatie daarom op voorhand uitgesloten. Op basis van de ligging van potentiële foerageergebieden is niet aannemelijk dat de vliegrichtingen zijn gewijzigd en dat de N34 nu wel ter hoogte van vliegrichtingen is komen te liggen. Significant negatieve effecten als gevolg van realisatie van een windpark op de locatie N34 zijn uit te sluiten. Voor beide soorten is voor de Zwartenbergerweg geconcludeerd dat niet met zekerheid op voorhand geconcludeerd kan worden dat significant negatieve effecten als gevolg van verlies aan foerageerbied of als gevolg van aanvaringsslachtoffers vanwege vliegrichtingen naar foerageergebieden kunnen worden uitgesloten. Aangeven is dat nader locatie gericht onderzoek noodzakelijk is. In het kader van de passende beoordeling voor windpark Pottendijk (2018/2019) is onder andere gekeken naar fysieke aantasting van foerageergebied en naar aanvaringsslachtoffers. Fysieke aantasting foerageergebied

datum 30-10-2023

projectnummer P002073

9

In het kader van Pottendijk is na het uitvoeren van berekeningen geconcludeerd dat met het realiseren van het windpark bestaande uit 14 turbines er sprake is van een geringe afname van foerageergebied ten opzicht van het totale beschikbare areaal aan foerageergebied. Aangegeven is dat ganzen met gemak afstanden van meerdere kilometers kunnen overbruggen tussen hun slaapplaats en foerageerlocaties, waardoor het beschikbare oppervlak aan geschikt foerageergebied rondom het Bargerveen waarschijnlijk enkele honderden vierkante kilometers bedraagt. Het verlies aan foerageergebied rondom de turbines is minimaal ten opzichte van het totaal beschikbare areaal aan foerageergebied. Geconcludeerd is dat significant negatieve effecten op aangewezen vogelsoorten als gevolg van fysieke aantasting van het foerageergebied door de plaatsing van windturbines kunnen worden uitgesloten. Met de realisatie van maximaal 7 windturbines op de locatie Zwartenbergerweg is volgens dezelfde rekenwijze ten opzichte van Pottendijk sprake van de helft minder verlies aan potentieel foerageergebied. Ten opzichte van het totaal beschikbare areaal is dit potentieel verlies gering. Ook indien dit in cumulatie met het verlies van het windpark Pottendijk en de locatie van het windpark aan de Duitse zijde ter hoogte van de Zwartenbergerweg wordt beschouwd.

Er lijken tussen 2015 en 2020 op basis van de geraadpleegde LGN viewer van de WUR geen (significante) wijzigingen in potentiële foerageergebieden te hebben plaatsgevonden. Er zijn daarnaast geen grootschalige ontwikkelingen bekend tussen 2020 en 2023 die van wezenlijke invloed zijn op deze situatie. Significant negatieve effecten kunnen ook worden uitgesloten als gevolg van fysieke aantasting van foerageergebieden. Voor het foerageergebied voor Kleine zwaan kan dezelfde conclusie worden getrokken als voor Toendrarietgans, zeker gezien het zeer kleine aantal Kleine zwanen ten opzichte van het aantal Toendrarietganzen. Aanvaringsslachtoffers In het kader van de ecologische beoordeling van windpark Pottendijk zijn berekeningen uitgevoerd om de sterfte als gevolg van aanvaringen met turbines te bepalen. De verwachte sterfte als gevolg van een windpark dient te worden getoetst aan de zogenaamde ‘1%-norm’, die 1% van de jaarlijkse natuurlijke sterfte van de soort weergeeft. Deze additionele sterfte als gevolg van het windpark wordt als verwaarloosbaar beschouwd indien deze lager is dan 1% van de natuurlijke sterfte. Indien de huidige populatie (ruim) boven het instandhoudingsdoel zit, en er sprake is van een positieve populatietrend, dan hoeft een overschrijding van de 1%-norm niet automatisch tot een aantasting van het instandhoudingsdoel te leiden.

Het instandhoudingsdoel voor de toendrarietgans voor Bargerveen is 17.600. De laatste jaren bevindt volgens de gegevens van Sovon de populatie zich met gemiddeld 35.489 (van de periode 2015/16 – 2020/2021) ver boven het instandhoudingsdoel van 17.600 vogels.

datum 30-10-2023

projectnummer P002073

10

Voor Pottendijk is in 2018/2019 op basis van een gemiddelde populatie van 30.514 vogels (van de periode 2010/11 - 2015/16) berekend dat de verwachtte additionele sterfte circa 4 slachtoffers per jaar is. Dit ligt ruim beneden de 1 % -norm die op basis van de recente populatiegrootte voor Pottendijk op 70 is vastgesteld. Daarnaast geldt dat de populatiegrootte van de Toendrarietgans ver boven het instandhoudingsdoel van 17.600 ligt. Al met al kunnen significant negatieve effecten als gevolg van aanvaringsslachtoffers voor Zwartenbergerweg worden uitgesloten. Voor de Kleine zwaan is in de passende beoordeling van Pottendijk aangegeven dat de populatie in het Bargerveen aanzienlijk fluctueert sinds 2003. Het instandhoudingsdoel is vastgesteld op 130 vogels. De laatste 12 jaar is sprake van een significante afname en in het jaar 2020/2021 zijn 3 vogels waargenomen in het Bargerveen. Tijdens veldonderzoek naar vliegbewegingen van vogels voor windpark Pottendijk in 2018/2019 is slechts éénmaal een groep Kleine zwanen waargenomen. Er werden geen aanvaringsslachtoffers verwacht onder deze soort (zie rapport 2551 van Altenburg & Wymenga, Klop et al. 2019). Het lage aantal Kleine zwanen heeft onder andere te maken met tegenvallende broedsuccessen in de Arctische broedgebieden. Daarnaast veranderen de vogels hun voedselgewoontes en overwinteren ze steeds korter in ons land.

De laatste jaren vertrekken ze, vooral in zachte winters, vaak alweer in december/januari richting de broedgebieden in Noord-Rusland. In strenge winters trekken de meeste Kleine zwanen door naar Groot-Brittannië. Ook is er een verschuiving in de overwinteringsgebieden opgetreden. Sinds 2005 overwinteren steeds grotere aantallen Kleine zwanen in de Griekse Evros Delta en in China. Analoog aan windpark Pottendijk is het niet aannemelijk dat sprake is van slachtoffers onder Kleine zwaan indien de locatie Zwartenbergerweg wordt ontwikkeld. Hier is echter niet 100% zekerheid over te geven. Daarbij ontstaat met het eventueel realiseren van een windpark op de locatie Zwartenbergerweg samen met het windpark aan de Duitse zijde een groter soort samengesteld windpark wat mogelijk van invloed kan zijn. Vanwege de slechte staat van instandhouding en zeer kleine populatie telt ieder slachtoffer relatief zwaar. Aanvullende metingen (tellingen) in het veld kunnen meer informatie over eventuele aanvaringsrisico’s geven. 2.5

Conclusie

Zowel voor de locatie N34 als voor de locatie Zwartenbergeweg worden geen significant negatieve effecten op instandhoudingsdoelen van kwalificerende soorten van omliggende Natura 2000 gebieden verwacht, met als mogelijke uitzondering de Kleine zwaan bij locatie Zwartenbergerweg. Hiervoor is aanvullend veldwerk nodig om de risico’s te kunnen kwantificeren en de aanname te onderbouwen.

datum 30-10-2023

projectnummer P002073

11

3.

Soortenbescherming

De Wet Natuurbescherming regelt de bescherming van plantensoorten en diersoorten (soortenbescherming). In het kader van de structuurvisie is ook gekeken naar soortenbescherming (flora en faunaonderzoek). Ook is in het kader van het windpark Pottendijk soortenonderzoek uitgevoerd. Indien één van de locaties ontwikkeld dient te worden, dan dient ook specifiek locatieonderzoek naar soorten te worden uitgevoerd. Op basis van de resultaten van het onderzoek voor Pottendijk en op basis van ervaring en expert judgement is echter de verwachting dat ook de resultaten van soortenonderzoek naar alle waarschijnlijkheid niet onderscheidend zullen zijn. Dit heeft er onder andere mee te maken dat er voldoende mitigerende maatregelen getroffen kunnen worden, zowel tijdens de aanlegfase als de operationele fase (denk aan type turbine, tiplaagte, situering, verlichting, wijze van bouw en aanleg) om soorten te beschermen en om eventueel ontheffing te verkrijgen van de Wet Natuurbescherming.

datum 30-10-2023

projectnummer P002073

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=a8fb7bb6-e303-4cdd-9751-19c93f53cab9