Bijlage 3: Bijlagen bestemmingsplan Erica, Havenstraat 56-58 (gezondheidscentrum) (RIS.10558)
Tekst van het document
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, Havenstraat 56-58 (gezondheidscentrum) (vastgesteld)
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1
Aerius berekening
Bijlage 2
Ecologische Quickscan
Bijlage 3
Bodemonderzoek EcoReest
Bijlage 4
Verkennend bodemonderzoek
Bijlage 5
Reactie RUD op verkennend bodemonderzoek
Bijlage 6
Aanvullend milieukundig bodemonderzoek
Bijlage 7
Nadere reactie RUD op bodemonderzoek
Bijlage 8
Akoestisch onderzoek
Bijlage 9
Watertoets
Bijlage 10
Reactie waterschap d.d. 30 september 2020
Bijlage 11
Nadere reactie waterschap
Bijlage 12
M.e.r. aanmeldnotitie
Bijlage 13
Besluit m.e.r.-beoordeling
Bijlage 14
Reactie vooroverleg Provincie Drenthe
Bijlage 15
Reactie vooroverleg VRD
1
Bouwkundig Ontwerp- en Adviesburo Heijnen Kleine Veld 37 7751 BG Dalen
Tel: 0524-553000
info@BOAHeijnen.nl
www.BOAHeijnen.nl
____________________________________________________________________________________________________________
Project
:
NIEUWBOUW MEDISCH CENTRUM ERICA
Werknummer : Datum :
19075 26 mei 2020, gew. 07 oktober 2020
Betreft
VOORTOETS STIKSTOF
:
aanvraag omgevingsvergunning
____________________________________________________________________________________________________________
19075-VOORTOETS STIKSTOF-MEDISCH CENTRUM ERICA HAVENSTRAAT 56 ERICA 07-10-2020
Bouwkundig Ontwerp- en Adviesburo Heijnen Kleine Veld 37 7751 BG Dalen
Tel: 0524-553000
info@BOAHeijnen.nl
www.BOAHeijnen.nl
____________________________________________________________________________________________________________
Project
:
NIEUWBOUW MEDISCH CENTRUM ERICA
Werknummer : Datum :
19075 26 mei 2020, gew. 07 oktober 2020
Betreft
VOORTOETS STIKSTOF
:
aanvraag omgevingsvergunning VOORWOORD Overbelasting met stikstofdepositie vormt al jarenlang een probleem voor zowel de verwezenlijking van de instandhoudingsdoelstellingen voor de stikstofgevoelige habitattypen en soorten in veel Natura 2000-gebieden als voor het mogelijk maken van economische ontwikkelingen die stikstofdepositie veroorzaken op deze gebieden. De hoge achtergronddepositie in 118 Natura 2000-gebieden zorgt daarmee voor een stikstofdeken die tot gevolg heeft dat in veel gebieden de zogenoemde kritische depositiewaarden voor de aangewezen habitattypen ruim worden overschreden. Een overschrijding van de kritische depositiewaarde brengt het risico met zich mee dat de kwaliteit van habitattypen wordt aangetast als gevolg van de verzurende en/of vermestende invloed van stikstofdepositie. Het PAS is in het leven geroepen om enerzijds ruimte te bieden voor economische ontwikkelingen, maar tegelijkertijd óók te voorzien in maatregelen die nodig zijn voor het behoud en herstel van Natura 2000-gebieden. De met het PAS samenhangende wettelijke regelingen zijn op 1 juli 2015 in werking getreden. Als een Natura 2000-gebied dichterbij is gelegen, onderzoek dan waar in het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied voor stikstofgevoelige habitattypes liggen.
Zijn deze op een forse afstand van de grens van het Natura 2000-gebied gelegen, dan kan alsnog sprake zijn van een situatie waarin op voorhand significante effecten zijn uitgesloten. De volgende berekening moet dit dan bevestigen. Stel de invoergegevens voor een AERIUS-berekening vast, afzonderlijk voor zowel de realisatiefase als voor de exploitatiefase. Voor de realisatiefase gaat het om bouwkranen, keten, aggregaten, verkeersbewegingen van leveranciers en personeel, etc. Voor de exploitatiefase gaat het om installaties en verkeersbewegingen veroorzaakt door de nieuwe activiteit. Voor een woning samengevat in een Fact_sheet. Bereken met behulp van AERIUS de stikstofdepositie op de dichtstbijzijnde voor stikstof gevoelige habitattypes. Is de uitkomst daar 0,00 mol per hectare per jaar, dan kan de conclusie worden getrokken dat op voorhand significante effecten op stikstofgevoelige habitattypes in Natura 2000-
___________________________________________________________________________________________________________ _ 19075-VOORTOETS STIKSTOF-MEDISCH CENTRUM ERICA ERICA 07-10-2020
Bouwkundig Ontwerp- en Adviesburo Heijnen Kleine Veld 37 7751 BG Dalen
Tel: 0524-553000
info@BOAHeijnen.nl
www.BOAHeijnen.nl
____________________________________________________________________________________________________________
gebieden zijn uit te sluiten. De voortoets brengt in beeld of er significante gevolgen voor een Natura 2000-gebied kunnen zijn. INLEIDING Aan de te Erica is het voornemen een Medisch Centrum te bouwen. Het Medisch Centrum Erica wordt traditioneel gebouwd. De hoofddraagconstructie bestaat uit en kalkzandsteenwanden met betonnen vloeren. De betonelementen worden prefab uitgevoerd en elders geproduceerd. Deze worden aangevoerd via de weg. Overige betonnen onderdelen worden in het werk gestort. De binnenwanden bestaan uit metalstuc-wanden bekleed met gips. Voor de verwarming wordt gebruik gemaakt van lucht-water warmtepomp met als bron de buitenlucht. Het Medisch Centrum wordt gasloos uitgevoerd. Bij gasloze gebouwen is de emissiefactor voor verwarming, warm tapwater en koken, 0 (nul). Het Medisch Centrum wordt aan de te Erica, kadestraal bekend als kadastrale gemeente Emmen, sectie G, nummers 13202, 13201, 13200, 13196, 13199, 13203, 13197. De ligging van de inrichting ten opzichte van de dichtsbijzijnde Natura 2000-gebieden is weergegeven op afbeelding 01. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied 'BARGERVEEN' ligt ten zuid-oosten van de planlocatie op een afstand van circa 5.610 meter.
Afbeelding 01. Ligging van de richting en de Natura-2000-gebieden. Bron: PDOK
____________________________________________________________________________________________________________
19075-VOORTOETS STIKSTOF-MEDISCH CENTRUM ERICA HAVENSTRAAT 56 ERICA 07-10-2020
Bouwkundig Ontwerp- en Adviesburo Heijnen Kleine Veld 37 7751 BG Dalen
Tel: 0524-553000
info@BOAHeijnen.nl
www.BOAHeijnen.nl
____________________________________________________________________________________________________________
WETTELIJK KADER Wet natuurbescherming Op 1 januari 2017 is de wet natuurbescherming in werking getreden. In deze wet worden drie eerdere wetten vervangen. Het gaat om de Natuurbeschermingswet 1998 (Nb-wet) inclusief het Programma Aanpak Stikstof, de Boswet en de Flora- en faunawet. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is ondervangen in onderdeel gebiedsbescherming (vervangt Nb-wet). Als een bouwplan negatieve gevolgen heeft voor de Natura 2000-gebieden kan het plan in beginsel niet worden vastgesteld. In dat geval moet het bevoegd gezag volgens artikel 2.8, van de Wet natuurbescherming (Wnb) eerst een passende beoordeling opstellen. Uit de passende beoordeling moet blijken dat de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende gebieden niet aangetast worden door het plan. Eventueel worden maatregelen opgenomen die getroffen worden om dit te bereiken. Als niet aangetoond wordt dat aan de instandhoudingsdoelstellingen voldaan wordt, kan het plan geen doorgang vinden. Met behulp van een voortoets kan het bevoegd gezag bepalen of op voorhand negatieve gevolgen uit te sluiten zijn. Hierbij moet voor de gewenste situatie worden uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden.
Voor plannen die ten opzichte van de uitgangssituatie op het referentiemoment geen significante toename in stikstofdepositie veroorzaken, zijn negatieve effecten ten aanzien van dit aspect uit te sluiten. In dat geval hoeft geen passende beoordeling worden opgesteld. Programma Aanpak Stikstof (PAS) Het Programma Aanpak Stikstof (de PAS) is op 1 juli 2015 in werking getreden. Het programma beoogt economische ontwikkeling samen te laten gaan met het op termijn halen van de doelen voor de Natura 2000-gebieden. De PAS omvat gebiedsanalyses van alle opgenomen Natura 2000-gebieden. Per gebied is vastgesteld welke maatregelen plaats dienen te vinden en wat het effect daar van is. In het programma is tevens opgenomen op welke wijze toestemming verleend kan worden voor activiteiten die leiden tot een toename in depositie. Per Natura 2000-gebied wordt daartoe vastgesteld hoeveel ruimte voor economische ontwikkeling beschikbaar is binnen de totale depositieruimte. Vanaf de inwerkingtreding van de PAS is er een nieuw verplicht rekenprogramma voor stikstofdepositieberekeningen vastgesteld. Met AERIUS Calculator kunnen berekeningen worden uitgevoed om effecten op Natura 2000-gebieden in kaart te brengen. Afhankelijk van de resultaten geldt er voor projecten of andere handelingen een meldings- of vergunningplicht op grond van de Wet natuurbescherming.
____________________________________________________________________________________________________________
19075-VOORTOETS STIKSTOF-MEDISCH CENTRUM ERICA HAVENSTRAAT 56 ERICA 07-10-2020
Bouwkundig Ontwerp- en Adviesburo Heijnen Kleine Veld 37 7751 BG Dalen
Tel: 0524-553000
info@BOAHeijnen.nl
www.BOAHeijnen.nl
____________________________________________________________________________________________________________
Met behulp van het rekenprogramma AERIUS wordt de stikstofdepositie op de dichtstbijzijnde voor stikstof gevoelige habitattypes berekend. Is de uitkomst daar 0,00 mol per hectare per jaar, dan kan de conclusie worden getrokken dat op voorhand significante effecten op stikstofgevoelige habitattypes in Natura 2000-gebieden zijn uit te sluiten.
____________________________________________________________________________________________________________
19075-VOORTOETS STIKSTOF-MEDISCH CENTRUM ERICA HAVENSTRAAT 56 ERICA 07-10-2020
Bouwkundig Ontwerp- en Adviesburo Heijnen Kleine Veld 37 7751 BG Dalen
Tel: 0524-553000
info@BOAHeijnen.nl
www.BOAHeijnen.nl
____________________________________________________________________________________________________________
REKENONDERZOEK AERIUS CALCULATOR Het Medisch Centrum Erica wordt traditioneel gebouwd. De hoofddraagconstructie bestaat uit en kalkzandsteenwanden met betonnen vloeren. De betonelementen worden prefab uitgevoerd en elders geproduceerd. Deze worden aangevoerd via de weg. Overige betonnen onderdelen worden in het werk gestort. De binnenwanden bestaan uit metalstuc-wanden bekleed met gips. Voor de verwarming wordt gebruik gemaakt van lucht-water warmtepomp met als bron de buitenlucht. Het Medisch Centrum wordt gasloos uitgevoerd. Bij gasloze gebouwen is de emissiefactor voor verwarming, warm tapwater en koken, 0 (nul). Voor de overige emissiewaarden worden de fact-sheets van het programma aangehouden. Energieopwekking Het Medisch Centrum worden verwarmd met een lucht-water warmtepomp met als bron de buitenlucht.. De capaciteit aan verwarmingsvermogen voor het Medisch Centrum ca. 63 kW. Bouwmaterialen Uit de fact-sheet emissiewaarden_aerius_def_versie_05_juli_2018 zijn emissiewaarden van bouwmaterialen die worden toegepast bij de realisatie van de uitbreiding. Bouwmaterieel en personenvervoer De bouwwerkzaamheden zullen ca. 40 weken gaan duren, op de locatie aan de Havenstraat 56 te Erica. Tijdens deze 40 weken zullen er gemiddeld 6 bussen met personeel en bouwmaterialenleveranciers aanwezig zijn per dag.
Het verkeer van en naar de inrichting is gemodelleerd tot het punt waar de voertuigen zijn op genomen in het heersend verkeersbeeld. De prefab elementen worden geplaatst met de bouwkraan. Het in het werk gestorte beton wordt in het werk gestort. Het metselwerk wordt traditioneel gemetseld. Hiervoor zal gemiddeld 1 dag per week een beton- of cementwagen aanwezig zijn op de bouwlocatie. Voor het ontgraven zal een graafmachine worden ingezet. Deze zal ca. 10 dagen aanwezig zijn. De vrijkomende grond als gevolg van de bouwwerkzaamheden wordt afgevoerd middels vrachtwagens. Realisatie In de berekening voor de Realisatie is ook het slopen van de bestaande gebouwen meegenomen als onderdeel van het realiseren van het Medisch Centrum
____________________________________________________________________________________________________________
19075-VOORTOETS STIKSTOF-MEDISCH CENTRUM ERICA HAVENSTRAAT 56 ERICA 07-10-2020
Bouwkundig Ontwerp- en Adviesburo Heijnen Kleine Veld 37 7751 BG Dalen
Tel: 0524-553000
info@BOAHeijnen.nl
www.BOAHeijnen.nl
____________________________________________________________________________________________________________
Exploitatie Voor de exploitatiefase zijn uit de fact-sheets de waarden voor een kantoor en winkel aangehouden, daar deze het meest overeenkomen met de functie van het gebouw, naast een keuze uit woningen of recreatie. Het gebruik van het Medisch Centrum brengt een bepaald aantal verkeersbewegingen met zich mee. Dit heeft stikstofuitstoot tot gevolg. Het toenemend aantal verkeersbewegingen als gevolg van het project heeft dan ook invloed op de AERIUS-berekening en moet in ogenschouw worden genomen. Om het aantal verkeersbewegingen te bepalen kan gebruik gemaakt worden van de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)’. De afstand tussen het projectgebied en de nabijgelegen Natura 2000-gebeiden is groter dan 5 kilometer, waardoor in de gebruiksfase geen effecten vanuit het projectgebied optreden. Daarmee zijn negatieve effecten op stikstofdeposities in omliggende Natura 2000-gebieden als gevolg van de ontwikkeling en in gebruik hebben van het Medisch Centrum in de gebruiksfase uitgesloten. Aerius In het programma Aerius Calculator zijn twee situaties uitgerekend. De periode van realisatie en de periode van exploitatie van het Medisch Centrum Erica.
Afbeelding 02. De ingevoerde bronnen en de omgeving. ____________________________________________________________________________________________________________
19075-VOORTOETS STIKSTOF-MEDISCH CENTRUM ERICA HAVENSTRAAT 56 ERICA 07-10-2020
Bouwkundig Ontwerp- en Adviesburo Heijnen Kleine Veld 37 7751 BG Dalen
Tel: 0524-553000
info@BOAHeijnen.nl
www.BOAHeijnen.nl
____________________________________________________________________________________________________________
CONCLUSIE In dit onderzoek voor het voornemen van realisatie en exploitatie van het Medisch Centrum aan de te Erica zijn de te verwachten stikstofdeposities ter plaatse van Natura 2000-gebieden berekend. Met behulp van het rekenprogramma AERIUS is de stikstofdepositie op de dichtstbijzijnde voor stikstof gevoelige habitattypes berekend. Voor de Realisatiefase als de Exploitatiefase is de uitkomst daar is 0,00 mol per hectare per jaar voor zowel de realisatiefase als de exploitatiefase. De conclusie worden getrokken dat op voorhand significante effecten op stikstofgevoelige habitattypes in Natura 2000-gebieden zijn uit te sluiten.
BIJLAGEN Uitvoer berekeningen Aerius
____________________________________________________________________________________________________________
19075-VOORTOETS STIKSTOF-MEDISCH CENTRUM ERICA HAVENSTRAAT 56 ERICA 07-10-2020
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening REALISATIE en Exploitatie Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RX3cf5Zy1m8K (27 mei 2020) pagina 1/11
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon ing.
Inrichtingslocatie
Omschrijving
AERIUS kenmerk
MEDISCH CENTRUM ERICA
RX3cf5Zy1m8K
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
27 mei 2020, 10:18
2020
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Situatie 1
Situatie 2
Verschil
NOx
107,39 kg/j
251,50 kg/j
144,11 kg/j
NH3
-
-
-
Resultaten
Natuurgebied
Hectare met hoogste verschil (mol/ha/j)
Uw berekening heeft geen verschillen opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Toelichting
Nieuwbouw MEDISCH CENTRUM ERICA
Resultaten
REALISATIE Exploitatie
RX3cf5Zy1m8K (27 mei 2020) pagina 2/11
Resultaten
Locatie REALISATIE
Emissie REALISATIE
Resultaten
Bron Sector
REALISATIE Exploitatie
Emissie NH3
Emissie NOx
Energieopwekking Energie | Energie
-
-
Bouwmaterialen GLAS Industrie | Bouwmaterialen
-
5,90 kg/j
Bouwmaterialen Gipsplaten en pleisterwerk Industrie | Bouwmaterialen
-
2,40 kg/j
Bouwmaterialen Cement in MW en Beton Industrie | Bouwmaterialen
-
33,60 kg/j
Bouwmaterialen Kalkzandsteen Industrie | Bouwmaterialen
-
17,30 kg/j
Bouwmaterialen KERAMIC Industrie | Bouwmaterialen
-
< 1 kg/j
RX3cf5Zy1m8K (27 mei 2020) pagina 3/11
Resultaten
Bron Sector
Graafmachine, Bouwkraan, Aanvoer Materialen, Bussen Personeel Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
Resultaten
REALISATIE Exploitatie
Emissie NH3
Emissie NOx
-
47,89 kg/j
RX3cf5Zy1m8K (27 mei 2020) pagina 4/11
Resultaten
Locatie Exploitatie
Emissie Exploitatie
Resultaten
Bron Sector
REALISATIE Exploitatie
Emissie NH3
Emissie NOx
Energieopwekking Energie | Energie
-
-
Bouwmaterialen GLAS Industrie | Bouwmaterialen
-
5,90 kg/j
Bouwmaterialen Gipsplaten en pleisterwerk Industrie | Bouwmaterialen
-
2,40 kg/j
Bouwmaterialen Cement in MW en Beton Industrie | Bouwmaterialen
-
33,60 kg/j
Bouwmaterialen Kalkzandsteen Industrie | Bouwmaterialen
-
17,30 kg/j
Bouwmaterialen KERAMIC Industrie | Bouwmaterialen
-
< 1 kg/j
RX3cf5Zy1m8K (27 mei 2020) pagina 5/11
Resultaten
Bron Sector
Exploitatie Wonen en Werken | Kantoren en winkels
Resultaten
REALISATIE Exploitatie
Emissie NH3
Emissie NOx
-
192,00 kg/j
RX3cf5Zy1m8K (27 mei 2020) pagina 6/11
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
REALISATIE
Uitstoothoogte Warmteinhoud Temporele variatie
Naam Locatie (X,Y) Uitstoothoogte Warmteinhoud Temporele variatie NOx
Naam
Locatie (X,Y) Uitstoothoogte Warmteinhoud Temporele variatie NOx
Naam
Locatie (X,Y) Uitstoothoogte Warmteinhoud Temporele variatie NOx
Naam
Locatie (X,Y) Uitstoothoogte Warmteinhoud Temporele variatie NOx
Resultaten
REALISATIE Exploitatie
Energieopwekking 259047, 526278 8,0 m 0,220 MW Standaard profiel industrie
Bouwmaterialen GLAS 259048, 526277 7,0 m 0,220 MW Standaard profiel industrie 5,90 kg/j Bouwmaterialen Gipsplaten en pleisterwerk 259048, 526275 7,0 m 0,220 MW Standaard profiel industrie 2,40 kg/j Bouwmaterialen Cement in MW en Beton 259049, 526273 7,0 m 0,220 MW Standaard profiel industrie 33,60 kg/j Bouwmaterialen Kalkzandsteen 259050, 526271 7,0 m 0,220 MW Standaard profiel industrie 17,30 kg/j
RX3cf5Zy1m8K (27 mei 2020) pagina 7/11
Resultaten
Naam Locatie (X,Y) Uitstoothoogte Warmteinhoud Temporele variatie NOx
Naam
Locatie (X,Y) NOx
Voertuig
Resultaten
Omschrijving
Brandstof verbruik (l/j)
Bouwmaterialen KERAMIC 259051, 526269 7,0 m 0,220 MW Standaard profiel industrie < 1 kg/j Graafmachine, Bouwkraan, Aanvoer Materialen, Bussen Personeel 259051, 526267 47,89 kg/j
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding (m)
Warmte Stof inhoud (MW)
Emissie
STAGE III B, 75 – Graafmachine 130 kW, bouwjaar 2012/01, Cat. M
350
NOx
3,80 kg/j
STAGE III A, 37 – 75 kW, bouwjaar 2008/01, Cat. J
1.500
NOx
18,42 kg/j
STAGE III B, 75 – Aanvoer materiaal 130 kW, bouwjaar 2012/01, Cat. M
1.300
NOx
14,13 kg/j
STAGE III B, 56 – 75 kW, bouwjaar 2012/01, Cat. N
940
NOx
11,54 kg/j
REALISATIE Exploitatie
BOUWKRAAN
Bussen Personeel
RX3cf5Zy1m8K (27 mei 2020) pagina 8/11
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Exploitatie
Uitstoothoogte Warmteinhoud Temporele variatie
Naam Locatie (X,Y) Uitstoothoogte Warmteinhoud Temporele variatie NOx
Naam
Locatie (X,Y) Uitstoothoogte Warmteinhoud Temporele variatie NOx
Naam
Locatie (X,Y) Uitstoothoogte Warmteinhoud Temporele variatie NOx
Naam
Locatie (X,Y) Uitstoothoogte Warmteinhoud Temporele variatie NOx
Resultaten
REALISATIE Exploitatie
Energieopwekking 259047, 526278 8,0 m 0,220 MW Standaard profiel industrie
Bouwmaterialen GLAS 259048, 526277 7,0 m 0,220 MW Standaard profiel industrie 5,90 kg/j Bouwmaterialen Gipsplaten en pleisterwerk 259048, 526275 7,0 m 0,220 MW Standaard profiel industrie 2,40 kg/j Bouwmaterialen Cement in MW en Beton 259049, 526273 7,0 m 0,220 MW Standaard profiel industrie 33,60 kg/j Bouwmaterialen Kalkzandsteen 259050, 526271 7,0 m 0,220 MW Standaard profiel industrie 17,30 kg/j
RX3cf5Zy1m8K (27 mei 2020) pagina 9/11
Resultaten
Naam Locatie (X,Y) Uitstoothoogte Warmteinhoud Temporele variatie NOx
Naam Locatie (X,Y) Uitstoothoogte Warmteinhoud Temporele variatie NOx
Resultaten
REALISATIE Exploitatie
Bouwmaterialen KERAMIC 259051, 526269 7,0 m 0,220 MW Standaard profiel industrie < 1 kg/j Exploitatie 259051, 526268 7,0 m 0,220 MW Standaard profiel industrie 192,00 kg/j
RX3cf5Zy1m8K (27 mei 2020) pagina 10/11
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2019A_20200403_6c571f9654 Database versie 2019A_20200403_6c571f9654 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2019A
Resultaten
REALISATIE Exploitatie
RX3cf5Zy1m8K (27 mei 2020) pagina 11/11
1
Ecologische Quickscan Erica Ecologische Quickscan Havenstraat 58 Erica
Ecologische Quickscan 7887 BR, Erica
2
Alcedo Natuurprojecten heeft dit rapport opgesteld in opdracht van RooBeek Advies BV. Daarmee is dit rapport eigendom van bovengenoemde opdrachtgever. Niets uit deze rapportage mag worden vermenigvuldig en/of openbaar gemaakt door middel van druk, microfilm, fotokopie, of welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Alcedo Natuurprojecten. Het is ook niet toegestaan dit rapport zonder toestemming te gebruiken voor enig ander werk dan waarvoor dit product is ontwikkeld. Alcedo Natuurprojecten is niet aansprakelijk voor gevolgschade of schade welke voortvloeit uit toepassingen van resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Alcedo Natuurprojecten; opdrachtgever vrijwaart Alcedo Natuurprojecten van aanspraken van derden in verband met deze toepassing.
Ecologische Quickscan Erica
Colofon Ecologische Quickscan 7887 BR, Erica
Auteur: Opdrachtgever:
Roobeek Advies Nautilusstraat 7b 7821 AG Emmen
Contactpersoon:
l
Opdrachtnemer:
Alcedo Natuurprojecten Cornelis Houtmanstraat 10 8023 EA Zwolle
Contactpersoon:
3
Uitvoer onderzoek:
r
Projectcode:
2020 - 011
Rapportcode:
2020 - 006
Datum:
29 januari 2020
Status:
Definitief
Te citeren als:
Ecologische Quickscan Erica
Inhoud 1.
Inleiding 1.1. Aanleiding 1.2. Doel 1.3. Leeswijzer 2. Onderzoeksmethode 2.1. Algemene opzet en werkwijze 2.2. Bronnenonderzoek 2.3. Oriënterend terreinbezoek 2.4. Volledigheid van het onderzoek 2.5. Verantwoording 3. Wettelijk kader 3.1. Algemeen 3.2. Doelstelling van de Wnb 3.3. Welke soorten worden beschermd 3.4. Zorgplicht 3.5. De verbodsbepalingen 3.6. Beschermingsregimes 3.7. Natuur Netwerk Nederland 3.8. Natura 2000 4. Beschrijving locatie en ingreep 4.1. Beschrijving locatie 4.2. Beschrijving ingreep 5. Resultaten 5.1. Veldbezoek 5.2. Flora 5.3. Grondgebonden zoogdieren 5.4. Vleermuizen 5.5. Vogels 5.6. Amfibieën, reptielen en vissen 5.7. Dagvlinders, libellen en overige ongewervelden 6. Toetsing aan de Wnb 7. Conclusies en aanbevelingen 8. Bronvermeldingen Fotobijlage
Ecologische Quickscan Erica
`
4 4 4 5 6 6 6 6 7 7 8 8 8 8 8 8 9 10 12 14 14 15 16 16 16 16 16 17 17 17 18 20 21 22
4
1. Inleiding 1.1.
Aanleiding en vraag
Initiatiefnemer is van plan om aan de te Erica een pand enkele panden af te breken en vervolgens ter plaatse nieuwbouw (een zorgcentrum) te realiseren. Ten behoeve van dit plan wordt een bestaande woning en een garagebedrijf gesloopt. Deze ingreep kan betekenen dat er middels de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermde diersoorten in het gedrang komen. Daarbij valt te denken aan gebouw-bewonende vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen. Een onderzoek zal moeten uitwijzen of de kans bestaat dat dit ook daadwerkelijk het geval is. Daartoe is in eerste instantie het uitvoeren van een ecologische quickscan binnen de kaders van de Wnb noodzakelijk. De resultaten van de quickscan zijn vervolgens bepalend voor eventueel vervolgonderzoek. Op verzoek van RooBeek Advies uit Emmen is daarom een ecologische quickscan uitgevoerd. Deze ecologische quickscan is uitgevoerd door Alcedo Natuurprojecten uit Zwolle. De resultaten daarvan worden gepresenteerd in deze rapportage en zijn bepalend voor eventueel vervolgonderzoek op basis van het vleermuisprotocol 2017 en/of kennisdocumenten.
De ecologische quickscan is uitgevoerd op basis van de vraag: wat is het effect van de voorgenomen ingreep op de aanwezig flora en fauna? 5
1.2.
Doel
Het doel van het onderzoek, de ecologische quickscan, is het controleren en onderzoeken van de locatie op de aanwezigheid van middels de Wnb beschermde diersoorten en het uitbrengen van advies ten aanzien van eventuele vervolgstappen. Het uitgevoerde onderzoek is samen te vatten in zes vragen: 1. Welke beschermde soorten, zoals genoemd in de Wnb zijn op de locatie aanwezig? 2. Wat zijn de effecten van de voorgenomen plannen op deze beschermde soorten? 3. Worden bij uitvoer van de voorgenomen plannen verbodsbepalingen van de Wnb overtreden? 4. Welke mogelijkheden zijn er om negatieve effecten op de beschermde soorten te minimaliseren of te voorkomen? 5. Is vervolgonderzoek noodzakelijk? 6. Is het noodzakelijk om voor de voorgenomen plannen een ontheffing van de Wnb aan te vragen bij de provinciale overheid.
Ecologische Quickscan Erica
1.3.
Leeswijzer
In dit hoofdstuk is beschreven hoe dit onderzoek, het uitvoeren van ecologisch onderzoek in het kader van soort- en gebiedsbescherming, tot stand is gekomen en werd de doelstelling vertaald naar onderzoeksvragen. In hoofdstuk 2 wordt de onderzoeksmethodiek besproken. In hoofdstuk 3 wordt het wettelijk kader uiteengezet. In hoofdstuk 4 volgt een algemene beschrijving van de onderzochte locatie en de voorgenomen ingrepen. In hoofdstuk 5 volgt de synthese van de resultaten en wordt een effectentoetsing uitgevoerd op beschermde soorten in het kader van de WNB. In hoofdstuk 6 volgt een effectentoetsing op de gebiedsbescherming Wnb. In hoofdstuk 7 volgen de conclusies en aanbevelingen met eventuele mitigerende maatregelen en wordt de eventuele noodzaak aangegeven tot vervolgonderzoek. Hierna volgen de geraadpleegde bronnen en bijlagen met een foto impressie van de onderzochte locatie.
6
Ecologische Quickscan Erica
2. Onderzoeksmethodiek 2.1.
Algemene opzet en werkwijze
Dit onderzoek betreft een quickscan. Op basis van een grondig onderzoek op locatie is een inschatting is gemaakt van de (potentiële) aanwezigheid van en mogelijke nadelige effecten op beschermde diersoorten. Deze inschatting is gemaakt op basis van parate kennis van soorten en expert judgement. Vervolgens is een inschatting gemaakt van te verwachten negatieve effecten op de (potentieel) aanwezige beschermde soorten. De mogelijk negatieve effecten zijn getoetst aan de Wnb.
2.2.
Bronnenonderzoek
Het bronnenonderzoek gaat uit van bestaande en beschikbare gegevens. Voor een actueel overzicht van beschermde soorten die in de regio voorkomen zijn verspreidingsgegevens van internetmedia en diverse verspreidingsatlassen van relevante soortgroepen en (jaar)verslagen van Particuliere Gegevensbeherende Organisaties (PGO’s) geraadpleegd (zie geraadpleegde bronnen).
2.3.
Oriënterend terreinbezoek
De locatie is op 24 januari 2020 bezocht. Het bezoek vond overdag plaats onder goede weercondities. Tijdens dit bezoek is op basis van de opdrachtgever aangeleverde gegevens zoveel mogelijk concrete informatie te verzameld met betrekking tot de aan- of afwezigheid van beschermde soorten, o.a. via zicht- en gehoorwaarnemingen, sporenonderzoek, nesten, holen, uitwerpselen, enzovoorts. Ook is de wijde omgeving van het plangebied bekeken en een inschatting gemaakt van hoe dieren de locatie en het omliggende terrein kunnen gebruiken als plaats om te foerageren, er langs te trekken, er te rusten of het anderszins te benutten.
2.4.
Volledigheid van het onderzoek
Gedurende het veldonderzoek wordt een inschatting van een gebied gemaakt, maar met een dergelijk veldonderzoek is het nooit zeker dat alle aanwezige soorten ook daadwerkelijk waargenomen (kunnen) worden. Een ervaren veldbioloog kan wel een goede inschatting maken van de kans dat beschermde soorten een plangebied benutten. Dit gebeurt aan de hand van parate kennis van beschermde soorten, hun habitatvoorkeur, ecologie en op basis van vooronderzoek m.b.t. de te onderzoeken locatie. Op basis van het veldbezoek, bronnenonderzoek en eventueel overleg met de eigenaar wordt er een goede inschatting is gemaakt van het voorkomen van beschermde soorten.
Ecologische Quickscan Erica
7
2.5.
Verantwoording
Het veldwerk is uitgevoerd en de rapportage geschreven door Werkzaam vanuit Alcedo Natuurprojecten uit Zwolle. Alle in het rapport gebruikte foto’s zijn gemaakt door tenzij anders vermeld.
8
Ecologische Quickscan Erica
3. Wettelijk kader 3.1. Algemeen De bescherming van planten- en diersoorten is in Nederland geregeld in de Wet natuurbescherming (verder te noemen Wnb). Deze wet is op 1 januari 2017 in werking getreden en beschermt ruim 900 soorten in Nederland in het wild voorkomende planten- en diersoorten. Deze wet vervangt de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet en de Boswet. 3.2. Doelstelling van de Wnb
het beschermen en ontwikkelen van de natuur; het behouden en herstellen van biologische diversiteit; het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur en het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waardevolle landschappen.
De Wet natuurbescherming benoemt niet welke concrete activiteiten wel of niet zijn toegestaan. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten. Dit betekent in de praktijk dat het gaat om het effect van uw activiteiten op beschermde soorten. Heel vaak gaan activiteiten en werkzaamheden en de bescherming van soorten prima samen. Als u uw werk zo kunt inrichten dat u geen schade toebrengt aan beschermde soorten, dan hoeft u vooraf niets te regelen. Soms is het echter onvermijdelijk dat schade ontstaat aan beschermde dieren of planten. In die situaties is het nodig dat u vooraf bekijkt of hiervoor een vrijstelling geldt, of dat een ontheffing moet worden aangevraagd (‘nee-tenzij’-beginsel). 3.3. Welke soorten worden beschermd? De Wnb kent drie categorieën van beschermde soorten:
Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn; Soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn; Andere soorten waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven.
Ecologische Quickscan Erica
9
3.4. Zorgplicht In de Wnb is ook een zorgplicht vastgelegd. Deze plicht geldt te allen tijde en houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Deze plicht geldt voor iedereen en voor alle planten en dieren, beschermd of niet. De Memorie van Toelichting zegt het zo: “De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”.
10
Ecologische Quickscan Erica
3.5. De verbodsbepalingen
Beschermingsregimes Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb
Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb
Andere soorten § 3.3 Wnb
Artikel 3.1 lid 1
Artikel 3.5 lid 1
Artikel 3.10 lid 12
Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.
Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen.
Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen.
Artikel 3.1 lid 2
Artikel 3.5 lid 4
Artikel 3.10 lid 1b
Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.
Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen.
Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen.
Artikel 3.1 lid 3
Artikel 3.5 lid 3
Niet van toepassing
Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben.
Het is verboden om eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.
11
Artikel 3.1 lid 4 en lid 5
Artikel 3.5 lid 2
Het is verboden vogels opzettelijk te verstoren, tenzij de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Het is verboden om dieren opzettelijk te verstoren.
Niet van toepassing
Artikel 3.5 lid 5
Artikel 3.10 lid 1c
Het is verboden planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Het is verboden planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Tabel 1. Overzicht bepalingen
Ecologische Quickscan Erica
Niet van toepassing
3.6. Beschermingsregimes De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn en een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Alle vogels, in totaal ruim 700 soorten, zijn (beschermd). Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten (flora, fauna en avifauna) beschermd. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: • Er mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. • Er moet tegenover een afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. • De ingreep mag geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. 3.7.
Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland, oftewel NNN (voorheen Ecologische Hoofdstructuur, EHS), is een netwerk van natuurgebieden waarin de natuur (planten en dieren) voorrang heeft en derhalve wordt beschermd. Daarmee wordt voorkomen dat natuurgebieden geïsoleerd komen te liggen en dieren en planten uitsterven en dat de natuurgebieden zo hun waarde verliezen. De NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur en het is derhalve van belang dit netwerk te bespreken in het kader van natuurbescherming. Het NNN moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen het aaneengesloten pan-Europees Ecologisch Netwerk (PEEN) vormen. Sinds 1990 zijn de provincies en het Rijk druk doende met de aanleg van verbindingszones tussen verschillende natuurgebieden om zo een duurzaam, samenhangend netwerk van gebieden te creëren. De NNN heeft als doel van bestaande en nieuwe natuur een goed werkend netwerk te maken. Het behoud, herstel en de ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN is hierbij het uitgangspunt. Net als bij de Wnb geldt hier het ‘nee-tenzij’-beginsel. Dit is 1 oktober 2012 vastgelegd in het Besluit Algemene Regelingen Ruimtelijke Ordening (BARRO).
Dit betekent dat er geen activiteiten plaats mogen vinden waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN in het geding komen, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang, tenzij er geen reële alternatieven zijn of tenzij negatieve effecten zo veel mogelijk beperkt worden en de overblijvende effecten worden gecompenseerd.
Ecologische Quickscan Erica
12
Rijk en provincies hebben in 2011 met elkaar afgesproken dat natuurbeheer meer een regionale verantwoordelijkheid wordt. Dat is vastgelegd in het Natuurakkoord. Als gebiedsregisseurs van het landelijke gebied zetten de provincies zich in voor een versterking van de natuur. Zij dienen de begrenzing van het NNN vast te leggen in een provinciale verordening, waar ook de regels omtrent de inhoud van en de toelichting bij bestemmingsplannen in het belang van de realisatie, bescherming, instandhouding en verdere ontwikkeling van de beoogde natuurkwaliteit van het NNN worden beschreven. De provincies dienen hierbij ook de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN vast te leggen. Dit zijn de huidige en potentiële waarden, gebaseerd op de natuurdoelen van het desbetreffende gebied. Per perceel worden deze doelen vaak in natuurdoeltypen en/of beheertypen vastgelegd. Bij een aanvraag voor een ecologische quickscan en/of flora- en fauna-onderzoek gaat Alcedo Natuurprojecten dus ook altijd na of het plangebied binnen de begrenzingen van het NNN ligt en wat de effecten van de voorgenomen ingreep/activiteit zullen zijn. De onderzochte locatie ligt op meer dan 3 kilometer afstand van de dichtstbijzijnde grens van het Natuurnetwerk Drenthe. 3.8.
Natura 2000 Bij een aanvraag voor een ecologische quickscan en/of flora- en fauna-onderzoek wordt ook onderzocht of het plangebied binnen de begrenzingen of directe invloedsfeer (minder dan 3 kilometer) van een N2000 gebied ligt en wat de effecten van de voorgenomen ingreep/activiteit op dat gebied zullen zijn. De onderzochte locatie ligt op meer dan 3 kilometer afstand van de grens van het dichtstbijzijnde N2000 gebied (Bargerveen).
Figuur 1: Ligging van locatie t.o.v. N2000 gebied Bargerveen. Bron: Synbiosis Alterra.
Ecologische Quickscan Erica
13
14
Figuur 2. Stroomdiagram Wnb. Bron: Ecologica.
Ecologische Quickscan Erica
4. Beschrijving locatie en ingrepen 4.1.
Beschrijving locatie
De onderzochte locatie bevindt zich aan de te Erica, Gemeente Emmen. Zie figuur 3. De onderzochte objecten betreffen 1. Een voormalig woonhuis, 2. Een autobedrijf en 3. Een parkeerplaats met stallingen. Zie figuur 4. Het woonhuis is een vrijstaand huis van circa 45 jaar oud. Het bestaat uit twee verdiepingen plus een zolderverdieping. De muren hebben een spouw. Er zijn geen open stootvoegen aanwezig in de muren. Het dak is belegd met zwarte pannen. Het woonhuis is al twee jaar niet bewoond. Voor en achter het huis is een kleine besloten tuin aanwezig. Deze tuin is omsloten door een schutting met pergola en nogal verwilderd. Er staat een kronkelhazelaar. Een weelderige klimopstruik groet aan één zijde van het huis omhoog en bedekt ook een deel van het dak. Het autobedrijf betreft laagbouw met één verdieping. De bakstenen muren zijn niet voorzien van een spouw en is sprake van een plat dak. Het geheel bestaat uit een grote werkplaats en autowasserij en een kantoorgedeelte. De parkeerplaats (aan voorzijde en achterzijde) is bestraat met betonklinkers. Rond de parkeerplaats aan de achterzijde is een stalling die vrijwel de gehele parkeerplaats omsluit. Deze stalling is opgebouwd van stalen staanders met een golfplaten dak op een houtconstructie. Op het terrein bevinden zich verder geen bomen of struiken. Voor een impressie van de onderzochte locatie: Zie fotobijlage. 15
Figuur 3: Ligging van de onderzochte locatie in Erica. (bron: Google Maps)
Ecologische Quickscan Erica
4.2.
Beschrijving ingreep
Het voornemen is om alle bebouwing te verwijderen en ter plekke nieuwbouw te realiseren. Er zal een Medisch Centrum verrijzen. Voor de uitvoer van deze plannen zullen geen bomen worden gekapt en geen vijvers of sloten worden gedempt.
16
Figuur 4: Close up van onderzochte locatie. Bron: Google Maps.
Ecologische QuickscanErica
5. Resultaten In dit hoofdstuk zijn de (potentiële) aan- of afwezigheid van de onderzochte plant- en diersoorten in het onderzoeksgebied onderbouwd. De relevante soorten zijn nader toegelicht. 5.1.
Veldbezoek Tijdens het veldbezoek is voor zover mogelijk een inventarisatie uitgevoerd van de beschermde soorten binnen de Wnb met de nadruk op de niet vrijgestelde beschermde soorten. In onderstaande tabel zijn het tijdstip en de waarnemings-condities van het uitgevoerde veldbezoek weergegeven.
Waarnemingscondities veldbezoek Datum 24.01.2020
Begintijd 13.00 uur
Eindtijd 14.00 uur
Weersomstandigheden Wind: 1 bft, bewolking 100%, circa 2 gr.C., geen regen
Tabel 2. Waarnemingscondities veldbezoek 5.2.
Flora Op de onderzochte locatie is geen sprake van het voorkomen van wilde plantensoorten omdat het een stedelijk omgeving betreft die geheel is bebouwd of bestraat. Bij de voorgenomen plannen zullen geen beschermde planten in het geding komen.
5.3.
Grondgebonden zoogdieren Er is geen gericht onderzoek naar het voorkomen van deze soortgroep verricht. De reden hiervoor is dat op basis van een visuele inspectie kon worden volstaan met de constatering dat er geen belangrijk biotoop voor deze soortgroep zal worden aangetast.
5.4.
Vleermuizen Vaste verblijfplaatsen: Op basis van deze visuele inspectie kan worden bepaald dat de onderzochte locatie mogelijk geschikt is als vaste verblijfplaats (kraamkolonie, paarverblijf) voor gewone dwergvleermuis en laatvlieger. Er zijn spouwmuren aanwezig die mogelijk via daklijsten bereikbaar zijn. Ook kunnen via de dakpannen vleermuizen naar binnen. Vanwege het feit dat de woning al geruime tijd leegstaat worden winterverblijven uitgesloten. Foerageermogelijkheden: De onderzochte locatie zal zeker fungeren als foerageerplaats voor vleermuizen. Met name de beschutte binnentuin en de parkeerplaats. Daarbij wordt vooral gedacht aan soorten als gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. Deze foerageerplaatsen zullen niet of nauwelijks worden aangetast door de voorgenomen plannen.
Ecologische Quickscan rica
17
Vliegroutes: De onderzochte locatie vormt mogelijk een onderdeel van een corridor bestaand uit huizen en de doorgaande bomenrij langs de Havenstraat. Bij de voorgenomen plannen zullen bestaande vliegroutes en migratiecorridors niet worden onderbroken. 5.5.
Vogels Tijdens deze scan zijn in de omgeving diverse algemene vogelsoorten aangetroffen, zoals kauw, huismus, spreeuw, Turkse tortel en houtduif. Het betreft vogelsoorten die thuishoren in een stedelijk milieu en de locatie vooral benutten als plaats om er te foerageren. Er werden op de onderzochte locatie zelf geen huismussen aangetroffen. Er is gericht onderzoek gedaan naar sporen van huismussennesten. Deze werden niet aangetroffen. Voor gierzwaluwen was het tijdstip van onderzoek (winterperiode) niet geschikt. Op basis van expert judgement kan worden gesteld dat de locatie mogelijk geschikt is als broedlocatie voor gierzwaluwen, maar dat op basis van bronnenonderzoek wordt die kans als te verwaarlozen geacht.
5.6.
Amfibieën, reptielen en vissen Er is geen gericht onderzoek naar het voorkomen van deze soortgroepen verricht. De reden hiervoor is dat op basis van een visuele inspectie kon worden volstaan met de constatering dat er vanwege de voorgenomen plannen geen belangrijk (land)biotoop voor deze soortgroepen zal worden aangetast.
5.7.
Dagvlinders, libellen en overige ongewervelden Er is geen gericht onderzoek naar het voorkomen van deze soortgroepen verricht. De reden hiervoor is dat de tijd van het jaar daarvoor niet geschikt was en op basis van een visuele inspectie kon worden volstaan met de constatering dat er vanwege de voorgenomen plannen geen belangrijk biotoop voor deze soortgroepen zal worden aangetast.
Ecologische QuickscanErica
18
6. Toetsing aan de Wnb Welke verbodsbepalingen kunnen worden overtreden? Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Artikel 3.1. lid 2 ‘het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen’ en lid 4 en 5 ‘het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort’ Dit is van niet toepassing omdat er op de onderzochte locatie geen indicaties zijn aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van beschermde vogelsoorten. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Tijdens dit onderzoek zijn geen habitatrichtlijnsoorten aangetroffen. Er gaan vanwege de voorgenomen plannen mogelijk (zeer kleine kans) kraamverblijven voor vleermuizen, meer specifiek gewone dwergvleermuis en laatvlieger, verloren. Er gaan vanwege de voorgenomen plannen geen foerageergebieden verloren en er worden ook geen migratiecorridors doorsneden. Beschermingsregie andere soorten § 3.3 Artikel 3.10 lid 1b ‘het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen’ Dit is niet van toepassing omdat er ter plaatse geen vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen zijn aangetroffen.
NB: In de Wet natuurbescherming is bij meer verbodsbepalingen dan onder de Flora- en faunawet het opzetvereiste toegevoegd, in lijn met de artikelen van de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn. In de Flora- en faunawet was alleen sprake van het opzetvereiste bij verontrusting (art 10). Hierdoor was de Flora- en faunawet strenger dan de verbodsbepalingen van de Habitatrichtlijn. Niet opzettelijke handelingen waarbij de verbodsbepalingen overtreden worden, zijn nu niet langer verboden. Daarbij is van belang dat het Europees Hof van Justitie in zijn jurisprudentie heeft bepaald dat onder opzet ook voorwaardelijke opzet moet worden begrepen: “Daarvan is sprake als iemand een handeling verricht en daarbij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat zijn gedragingen schadelijke gevolgen hebben voor een dier of plant. Natuur Netwerk Nederland (NNN) en Natura 2000 (N2000) De onderzochte locatie ligt op meer dan 3 kilometer afstand van N2000 gebied Deelen.
Ecologische Quickscan Erica
19
7. Conclusies en aanbevelingen Op basis van deze quickscan wordt het volgende geconcludeerd:
Er zijn geen jaarrond beschermde nesten van vogels aangetroffen; Het woonhuis is mogelijk geschikt als broedlocatie voor gierzwaluwen; Het is niet uit te sluiten dat er geen vaste verblijfplaatsen (kraamkolonies) voor vleermuizen aanwezig zijn; Vanwege de voorgenomen plannen gaan er geen foerageerplaatsen van vleermuizen verloren; Vanwege de voorgenomen plannen worden er geen migratiecorridors van veermuizen doorsneden; De onderzochte locatie ligt op meer dan 3 kilometer afstand van N2000 gebied.
Op basis van deze quickscan wordt het volgende geadviseerd:
Voer de werkzaamheden bij voorkeur uit buiten het broedseizoen (15 maart – 15 juli); Maak zo spoedig mogelijk, liefst voor medio april, het woonhuis ongeschikt voor vestiging van vleermuizen. Dit kan door middel van het creëren van grote gaten in de spouwmuren waardoor flinke tocht ontstaat. Voor is het van belang een groot aantal dakpannen te verwijderen waardoor tocht ontstaat op de panlatten; Een andere optie is om het woonhuis direct te slopen of de sloop uit te stellen tot najaar 2020; Voer de sloop niet uit in de periode april – oktober 2020 zonder alvorens zoals hierboven vermeld de woning ongeschikt te maken voor vestiging van vleermuizen; Richt de nieuwbouw in op een natuur-inclusieve wijze. Bij voorkeur door het plaatsen van nestkasten voor vleermuizen, huismussen, huiszwaluwen en gierzwaluwen. Zodoende kan de biodiversiteit ter plaatse verder worden vergroot. Met uitzondering voor huiszwaluwkasten kunnen deze kasten ook worden ingebouwd in de spouwmuur; Voor meer informatie hierover, zie www.vivaropro.nl; Voor advies over plaatsing van deze voorzieningen is Alcedo Natuurprojecten bereid te adviseren en te assisteren bij de uitvoering daarvan.
Ecologische Quickscan
20
8. Bronvermeldingen
https://www.ecologica.eu/uploads/files/0N9mdKCbQFKwvO6oEJVGNn6fywUVvlQn.p df https://www.ecorne.nl/2017/07/04/steenmarter-vrijstelling-in-groningen Lange, R., P. Twisk , A. van Winden & A. van Diepenbeek, 2003. Zoogdieren van WestEuropa. Stichting Uitgeverij van de KNNV en VZZ i.s.m. Vereniging Natuurmonumenten. Limpens, H., K. Mostert & W. Bongers (red.), 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen, Stichting Uitgeverij van de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging, Utrecht. Ministerie van LNV, 2004. Besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit TRCJZ/2004/5727, houdende vaststelling van rode lijsten flora en fauna. SOVON, 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels. Nederlands Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij en EIS-Nederland, Leiden. Twisk, P. et al, 2010. Veldgids Europese Zoogdieren. KNNV Uitgeverij en Zoogdiervereniging. www.natuurindegemeente.nl/aandeslagmetdenatuurwet/wpcontent/uploads/2016/12/Soortenbescherming_bij_ruimtelijke_ingrepen_1.3_15122 016.pdf www.quickscanhulp.nl www.ravon.nl www.sovon.nl www.synbiosis.alterra.nl www.waarneming.nl www.zoogdiervereniging.nl
Ecologische Quickscan Erica
21
Foto-overzicht
22
Ecologische Quickscan Erica
23
Ecologische Quickscan Erica
24
Ecologische Quickscan Erica
Verkennend bodemonderzoek ter plaatse van:
Erica
projectnummer
182468
Pagina 2 van 20
TITELBLAD Rapport Type onderzoek Locatie onderzoek Projectnummer Versie rapportage Auteur Controle en vrijgave Paraaf vrijgave Datum
Verkennend bodemonderzoek 182468 1
30 januari 2019
Opdrachtgever Naam
Contactpersoon
dhr.
Uitgevoerd door
Info@ecoreest.nl www.ecoreest.nl K
DISCLAIMER Dit rapport is het resultaat van een verkennend bodemonderzoek dat is uitgevoerd ter plaatse van Havenstraat 56 en 58 te Erica, in opdracht Ten behoeve van de juiste interpretatie van dit rapport is het noodzakelijk te beschikken over de gehele rapportage, inclusief bijlagen.
Het rapport is ongeschikt voor toepassing in een juridische context indien: - de paginanummering van het rapport onjuist of onvolledig is - de bijlagen genoemd in de inhoudsopgave (deels) ontbreken - het projectnummer in het rapport en op de bijlage niet overeenkomt We stellen dit rapport alleen ter beschikking aan derden in geval van schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.
Verkennend bodemonderzoek e Erica (kenmerk: 182468)
Pagina 3 van 20
Inhoud 1. 1.1 1.2 1.3 1.3.1 1.3.2 1.3.3 1.4
INLEIDING ........................................................................................................................... 4 AANLEIDING EN DOELSTELLING ........................................................................................................ 4 KWALITEITSBORGING ALGEMEEN ...................................................................................................... 4 KWALITEITSBORGING ONDERZOEK .................................................................................................... 4 Normen onderzoeksstrategie .................................................................................................. 5 Veldwerkzaamheden ............................................................................................................... 5 Laboratoriumwerkzaamheden ................................................................................................. 5 LEESWIJZER .................................................................................................................................. 6
2. 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7
VOORONDERZOEK (NEN 5725:2017)................................................................................... 7 SYSTEMATIEK MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK ............................................................................. 7 STAP 1; AANLEIDING VOORONDERZOEK ............................................................................................. 7 STAP 2; ONDERZOEKSVRAGEN ......................................................................................................... 7 SAMENVATTING VOORONDERZOEK ................................................................................................... 8 VOLLEDIGHEID EN BETROUWBAARHEID VOORONDERZOEK ..................................................................... 9 AFWIJKINGEN VOORONDERZOEK ...................................................................................................... 9 ONDERZOEKSHYPOTHESE (NEN5725) EN -STRATEGIE (NEN5740) ....................................................... 9
3. 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6
VELDWERKZAAMHEDEN ................................................................................................... 11 UITVOERING WERKZAAMHEDEN (BEMONSTERING GROND EN PLAATSEN PEILBUIS) .................................... 11 UITVOERING WERKZAAMHEDEN (BEMONSTERING GRONDWATER)......................................................... 12 BODEMOPBOUW......................................................................................................................... 12 ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN ...................................................................................................... 12 AFWIJKINGEN PROTOCOLLEN ......................................................................................................... 13 AFWIJKINGEN STRATEGIE(ËN) ........................................................................................................ 13
4. 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
ANALYSERESULTATEN EN BESPREKING ............................................................................. 14 ANALYSEMONSTERS ..................................................................................................................... 14 AFWIJKINGEN LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN .............................................................................. 15 TOETSING ANALYSERESULTATEN ..................................................................................................... 15 MILIEUHYGIËNISCHE KWALITEIT GROND ........................................................................................... 16 MILIEUHYGIËNISCHE KWALITEIT GRONDWATER ................................................................................. 17
5. 5.1 5.2
SAMENVATTING EN CONCLUSIES...................................................................................... 18 SAMENVATTING .......................................................................................................................... 18 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .................................................................................................... 19
BIJLAGEN
1.1 1.2 2 3 4 5 6
Regionale ligging Situatieschets onderzoekslocatie met boorpunten Resultaten vooronderzoek Boorprofielen Analyseresultaten Toetsingswaarden Analysemethoden
Verkennend bodemonderzoek Havenstraat 56-58 te Erica (kenmerk: 182468)
Pagina 4 van 20
1. Inleiding In opdracht van s door Eco Reest BV een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de locatie e Erica.
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aanleiding en de doelstelling van het onderzoek, en de wijze van kwaliteitsborging van de verschillende onderzoekstappen.
1.1
Aanleiding en Doelstelling
Aanleiding tot het verkennend bodemonderzoek is de geplande bouw van woningen ter plaatse van het onderzoeksterrein. Doel van het onderzoek is een indruk te verkrijgen omtrent de eventuele aanwezigheid van verontreinigingen in de grond en in het grondwater van het onderzoeksterrein. Dit gebeurt teneinde te bepalen of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt belemmeringen bestaan voor het toekomstige gebruik van de locatie (wonen).
1.2
Kwaliteitsborging algemeen
Eco Reest BV streeft naar een zo hoog mogelijk kwaliteit van onderzoek te leveren: Eco Reest Holding BV is gecertificeerd volgens “NEN-EN-ISO 9001:2015”, voor het geven van milieukundig advies in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen en gebouwen met inbegrip van de uitvoering van gerelateerde onderzoeksactiviteiten op het gebied van bodemonderzoek en -sanering, ecologie, asbestinventarisaties, sloopbegeleiding, bouwkundige opnames en energieprestatie advies. . Eco Reest BV is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). Als aangesloten adviesbureau zorgen we samen met de andere leden voor een betere borging van kwaliteit in de uitvoering van (water)bodemonderzoek en -saneringen.
Naast kwaliteit is onafhankelijkheid van groot belang om onze opdrachtgever van dienst te zijn met het beste advies voor zijn vraagstuk. Wij merken dan ook op dat er geen functionele relatie bestaat tussen opdrachtgever en Eco Reest BV, hetgeen betekent dat het advies van Eco Reest onafhankelijk is van de belangen van de opdrachtgever en derden. Conform de eisen uit onze ethische code houdt Eco Reest alle gegevens geheim, waarvan wij kennisnemen als gevolg van de uitvoering van de werkzaamheden, behoudens in geval van wettelijke verplichtingen.
1.3 Kwaliteitsborging onderzoek De bodemonderzoeksstrategie is opgesteld conform de geldende NEN normen en protocollen. De veldwerkzaamheden en laboratorium werkzaamheden zijn uitgevoerd volgens de actuele beoordelingsrichtlijn en accreditatieschema. In de volgende paragrafen worden de normen, beoordelingsrichtlijnen toegelicht.
Verkennend bodemonderzoek Havenstraat 56-58 te Erica (kenmerk: 182468)
Pagina 5 van 20
1.3.1 Normen onderzoeksstrategie
In tabel 1.1 zijn de kwaliteitsnormen opgenomen, die zijn toegepast voor de bepaling van de bodemonderzoeksstrategieën. Tabel 1.1 Toegepaste onderzoeksnormen
Aspect onderzoek
Toegepaste norm
Strategie voor uitvoeren van milieu hygiënisch vooronderzoek Strategie voor uitvoeren van verkennend (chemisch) onderzoek
NEN 5725:2017 NEN 5740:2009 + A1: 2016
Eventuele afwijkingen op de normen, die tijdens de uitvoering naar voren zijn gekomen, zijn beschreven in respectievelijk § 2.7 “Afwijkingen vooronderzoek” en § 3.7 “Afwijkingen onderzoekstrategie”.
1.3.2 Veldwerkzaamheden
Het onderzoek heeft plaatsgevonden onder procescertificaat op grond van de BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Eco Reest BV Zuidwolde is gecertificeerd en erkend door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Het certificaatnummer is K96988/01, en de certificerende instelling is KIWA te Rijswijk. Het veldwerk heeft plaats gevonden conform SIKB protocol 2001 “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen” en SIKB protocol 2002 “Het nemen van grondwatermonsters”. De werkzaamheden zijn uitgevoerd door gecertificeerde en erkende veldmedewerkers, zoals weergegeven in tabel 1.2. Tabel 1.2 Betrokken veldwerkers
Aspect onderzoek Uitvoering monsterneming grond
Toegepaste protocol SIKB protocol 2001
Uitvoering monsterneming grondwater
SIKB protocol 2002
Erkend veldmedewerker
Eventuele afwijkingen op de normen en protocollen, die tijdens de uitvoering naar voren zijn gekomen zijn weergegeven in § 3.6 “Afwijkingen onderzoeksprotocollen”. De bedrijf- en persoonserkenningen en het certificaatnummer zijn te verifiëren op de volgende website: https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu/
1.3.3 Laboratoriumwerkzaamheden
De analyses zijn uitgevoerd conform de AS 3000 “Laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Eurofins Analytico B.V. is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I en W. Eurofins Analytico B.V. is een NEN-EN-ISO/IEC 17025 geaccrediteerd laboratorium, met certificaatnummer L010. Het certificaat is bijgevoegd in bijlage 6.
Verkennend bodemonderzoek Havenstraat 56-58 te Erica (kenmerk: 182468)
Pagina 6 van 20
De monsterconservering is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “Conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. Eventuele afwijkingen op de normen, die tijdens de uitvoering van de analyses naar voren zijn gekomen, zijn beschreven in § 4.2 “Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden”.
1.4 Leeswijzer
In hoofdstuk 2 worden de onderzoeksvragen beantwoord op basis van de resultaten van het vooronderzoek en wordt de onderzoekshypothese opgesteld. In hoofdstuk 3 zijn de veldwerkzaamheden en waarnemingen tijdens het onderzoek beschreven, gevolgd door de toetsing van de analyseresultaten in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 is een samenvatting opgenomen en zijn de conclusies en aanbevelingen weergegeven.