Bijlage 3.1 concept Nota van Beantwoording zienswijzen
Tekst van het document
Gemeente Emmen
Nota van beantwoording zienswijzen behorende bij bestemmingsplan Buitengebied, Hoogspanningsstation Veenoord met dossiernummer NL.IMRO.0114.2021035-;
Gemeente Emmen
1.
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan ‘Buitengebied, Hoogspanningsstation Veenoord’ met planidentificatienummer ‘NL.IMRO.0114.2021035-W501’ heeft vanaf 5 oktober tot en met 15 november 2022 (zes weken) ter inzage gelegen voor het indienen van zienswijzen. Tijdens deze termijn zijn 8 zienswijzen ingekomen. De zienswijzen zijn ontvangen binnen de wettelijke termijn overeenkomstig afdeling 3.4 artikel 3:16 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en zijn dus ontvankelijk. Zienswijzen zijn openbaar. Maar op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) moeten de namen en adressen van indieners, als het geen bedrijven of instellingen zijn, in vrij toegankelijke digitale documenten worden geanonimiseerd. Om kennis te nemen van de namen van de indieners van de zienswijzen is aan het raadsbesluit een appendix toegevoegd met naam en toenaam. Deze appendix maakt onderdeel uit van het raadsbesluit bij het bestemmingsplan maar zal niet digitaal bekend worden gemaakt. De appendix wordt geanonimiseerd voor documentversies die openbaar via internet toegankelijk zijn. Tabel indieners zienswijzen (geanonimiseerd):
1 2 3 4 5 6 7 8 9
Zaaknr. 267990-2021 267990-2021 267990-2021 267990-2021 267990-2021 267990-2021 267990-2021 267990-2021 267990-2021
Naam geanonimiseerd geanonimiseerd geanonimiseerd geanonimiseerd geanonimiseerd geanonimiseerd geanonimiseerd geanonimiseerd geanonimiseerd
Adres
Postcode
Plaats
In deze Nota van beantwoording zijn de zienswijzen per indiener genummerd en samengevat weergegeven (A). Daarna is op de zienswijze ingegaan (B). Vervolgens is aangegeven of de zienswijze wel of niet heeft geleid tot een aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan (C).
1
Anoniem
De gemachtigde van de indiener van de zienswijze geeft aan: Gezondheid A1.1 Onlosmakelijk aan een hoogspanningsstation verbonden zijn de ondergrondse en de bovengrondse kabels met elektromagnetische straling. In juni 2022 is een wetenschappelijk rapport gepresenteerd waarin wordt aangetoond dat deze elektromagnetische velden van zowel boven- als ondergrondse kabels een verhoogd risico op leukemie veroorzaken bij zowel kinderen al volwassenen. Cliënten begrijpen dat nutsvoorzieningen belangrijk zijn, maar u als gemeenteraad dient ook de belangen van cliënten als uw inwoners te behartigen. Door dit bestemmingsplan vast te stellen brengt u hun gezondheid in gevaar. De vraag die cliënten uw raad stellen is of een kostenoverweging van de initiatiefnemer doorslaggevend moet zijn voor de bepaling van de locatie. Er zijn diverse locaties onderzocht. Doorslaggevend is de kostenbesparing Er zijn minder kabels nodig, er hoeft minder gegraven te worden, etc. Kortom: een financiële afweging. B1.1 Het is niet geheel duidelijk naar welk wetenschappelijk rapport wordt verwezen. Voor de beantwoording van deze zienswijze wordt uitgegaan dat wordt verwezen naar het rapport 'Hoogspanningslijnen en gezondheid: kanker bij volwassenen' door de Gezondheidsraad (29 juni 2022). Op dit moment geldt in Nederland een voorzorgsbeleid voor hoogspanningslijnen.
Dit beleid is erop gericht om zoveel mogelijk nieuwe situaties te voorkomen waarin kinderen langdurig worden blootgesteld aan door bovengrondse hoogspanningslijnen opgewekte magnetische velden die gemiddeld over het jaar sterker zijn dan 0,4 microtesla. Voor stations en ondergrondse kabelverbindingen geldt het beleidsadvies niet. Wel heeft TenneT voor diverse hoogspanningsstations in het verleden onderzoek uitgevoerd naar magneetvelden. Hieruit volgt dat de contour van 0,4 microtesla op minder dan 40 m van het hek van een hoogspanningsstation ligt. Binnen deze 40 m zijn geen woningen Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied, Hoogspanningsstation Veenoord met dossiernummer NL.IMRO. 0114.2021035
3
Gemeente Emmen
en/of andere gevoelige objecten aanwezig. Voor ondergrondse (110kV) kabelverbindingen geldt dat de contour op minder dan 25 m uit het hart van de kabel ligt. Voor de bovengrondse 380 kV hoogspanningsverbindingen geldt een indicatieve magneetveldzone van 2 x 110 m. Hoewel er in de huidige situatie wel woningen binnen de magneetveldcontour van deze bestaande verbinding liggen geldt dat er geen nieuwe woningen binnen de magneetveldcontour komen te liggen door de ontwikkelingen zoals beschreven in het bestemmingsplan. Er is dus geen sprake van een nieuwe, veranderende situatie waarin gevoelige objecten in de 0,4uT-contour komen te liggen. Het hoogspanningsstation en de nieuwe kabels en verbindingen komen immers op voldoende afstand te liggen. Doordat gezondheidseffecten om bovengenoemde redenen niet aan de orde zijn bij dit hoogspanningsstation, zijn dergelijke effecten niet afgewogen tegen een mogelijke besparing van kosten. In de toelichting van het bestemmingsplan, paragraaf 1.2 en in bijlage 18 van de toelichting is een beschrijving van de analyse voor de locatiekeuze opgenomen. Wat betreft lengtes van benodigde leidingen (bovengronds, ondergronds en middenspanning) scoort de locatie Boerdijk goed. Beter dan bijvoorbeeld de Tweeling. Dit geldt ook voor de aanwezigheid EM-gevoelige objecten binnen 40 m. C1.1
De ingediende reactie leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
Participatie A1.2 De omwonenden zijn betrokken bij het inrichtingsplan. Zij hebben diverse overleggen gevoerd en telkens wel aangegeven dat zij het met de vestiging van een hoogspanningsstation niet eens zijn. Zij hebben diverse vragen gesteld over het inrichtingsplan, waarop door Tennet en Enexis aangegeven is dat daarop zou worden terug gekomen. Cliënten zijn dan ook zeer verbaasd dat het bestemmingsplan in ontwerp ter inzage is gelegd. Er ligt nu een inrichtingsplan waar cliënten nog diverse vragen over hebben. Ook zijn zij van mening dat de uitvoering onvoldoende geborgd wordt. B1.2 Er hebben meerdere overleggen plaatsgevonden met de omwonenden waarbij er ook ruimte was voor zorgen, wensen en eisen. Ideeën en oplossingen genoemd door bewoners zijn bij de afwegingen ten aanzien van het inrichtingsplan betrokken. Het is praktisch niet mogelijk om alle genoemde punten te honoreren. In de regels van het bestemmingsplan is het uitvoeren van het landschapsplan binnen 2 jaar geborgd. Er kan op worden gehandhaafd indien niet wordt voldaan aan de voorwaarden in het bestemmingsplan. Dit kan leiden tot dwangsommen ten aanzien van de initiatiefnemers. In de toelichting bij het bestemmingsplan onder 6.1 wordt de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan besproken. C1.2
De ingediende reactie leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
Beschermde soorten A1.3 Het plan moet gerealiseerd worden in een omgeving waar diverse beschermde soorten voorkomen. Uit geen enkel rapport blijkt dat voldoende compenserende en mitigerende maatregelen getroffen kunnen worden. Kan er überhaupt wel voldaan worden aan de soortenbescherming en de zorgplicht uit de Wet natuurbescherming. Is het bestemmingsplan wel uitvoerbaar? Cliënten genieten van de aanwezigheid van deze beschermde soorten in hun directe omgeving. Ook dit geeft nog maar eens aan dat de locatie niet geschikt is voor een hoogspanningsstation. B1.3 Met de aanwezigheid van beschermde soorten is rekening gehouden in de planvorming. Er zijn maatregelen genomen, bijvoorbeeld het omleggen van de lijnverbinding als gevolg van de aanwezigheid van de dassenburcht. Daarnaast is een Natuurtoets en Nader onderzoek grote bosmuis en veldspitsmuis uitgevoerd. In het vast te stellen bestemmingsplan wordt ambtshalve het soortenonderzoek toegevoegd aan de toelichting. Om tot uitvoering te komen wordt een ontheffing van de Wet natuurbescherming aangevraagd bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Het is aan de RVO om te toetsen of er voldoende maatregelen getroffen worden om effecten op beschermde soorten teniet te doen en om de ontheffing al dan niet te verlenen.
C1.3 De zienswijze geeft aanleiding tot het verduidelijken van de toelichting ten aanzien van het thema natuur. Het soortenonderzoek is eveneens toegevoegd als bijlage XXII.
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied, Hoogspanningsstation Veenoord met dossiernummer NL.IMRO. 0114.2021035
4
Gemeente Emmen
Geluid A1.4 Cliënten twijfelen aan de inhoud van het geluidsrapport. Er wordt gesproken over referentie- en achtergrondniveau. Het moge duidelijk zijn dat er bij het hoogspanningsstation sprake is van een laagfrequent geluid dat nooit stil valt. Het gebruik van de A37 produceert dan wel het nodige geluid, maar het geluid neemt af gedurende de avond- en nachtperiode en de zondagen. Ook is het geluid van auto's een hele andere ervaring dan van laag frequent geluid. Tot slot moet worden opgemerkt dat het gebruik van hybride en elektrische auto's de laatste jaren is toegenomen. Ook deze ontwikkeling is voor cliënten waarneembaar. Cliënten zijn dan ook van mening dat de uitgangspunten niet juist zijn. Ook het toepassen van de Vercammencurve is discutabel. De vraag is in hoeverre hun woning voldoende is geïsoleerd om geen hinder te ondervinden van het geluid afkomstig van het hoogspanningsstation. Indien uw gemeenteraad het bestemmingsplan ongewijzigd vaststelt zullen cliënten een nader onderzoek of contra expertise laten uitvoeren naar het geluidsrapport. Cliënten exploiteren een zorgboerderij en verlenen zorg aan kwetsbare kinderen die gebaat zijn bij een prikkelarme omgeving. Zij zijn juist gebaat bij kleinschalige zorg in een prikkelarme landelijke omgeving. Het geluidsniveau waarmee in het geluidsrapport wordt gerekend is gebaseerd op aannames en niet op feitelijke metingen.
Dit laag frequente geluid zal het welzijn van deze kinderen beïnvloeden. Ook maken cliënten zich zorgen over het dierenwelzijn en de veiligheid van amazones en ruiters. Cliënten vrezen dat, met de geluidsoverlast tijdens de bouw en de ingebruikname, de paarden die gevoelig zijn voor geluid niet veilig bereden kunnen worden. B1.4 Het onderdeel geluid is onderzocht. Uit het onderzoek blijkt dat ter plaatse van de dichtstbij gelegen woningen voldaan kan worden aan de redelijkerwijs te stellen criteria op grond van de Wet milieubeheer en de Wet geluidhinder. Gelet hierop kan worden gesteld dat sprake is van een toelaatbare en inpasbare situatie. De zienswijze geeft geen onderbouwing op grond waarvan andere conclusies zouden moeten worden getrokken. Voor de bouwfase geldt dat de initiatiefnemer met de omgeving zal blijven communiceren over geplande activiteiten, zodat eventuele overlast tot een minimum beperkt blijft. Het referentieniveau is een wettelijk instrument om de toelaatbaarheid van een nieuwe geluidbron te kunnen onderbouwen. Daarbij wordt rekening gehouden met alle drie de dagdelen: dag, avond en nacht, zoals verrekend in de etmaalwaarden of de Lden - waarden ('den' staat voor 'day, evening, night'). Het laagfrequente geluid is apart berekend en beoordeeld, en valt voor een standaard gevel binnen de Vercammencurve.
De Vercammen-curve wordt gebruikt om te beoordelen of laagfrequent geluid tot hinder kan leiden. Uit jurisprudentie (zie onder andere uitspraak 201904583/1/R d.d. 13 mei 2020 van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State) volgt dat dit een geaccepteerde methode is om de hinder vanwege laagfrequent geluid te beoordelen. Minimale gevelisolatie volgt uit normale bouwregelgeving zoals het bouwbesluit. Gezien de berekende geluidniveaus en de constante aard ervan (geen piekgeluiden welke schrikreacties zouden kunnen veroorzaken) is er geen aanleiding om problemen te verwachten voor de kinderen op de zorgboerderij of voor paarden en ruiters. De werkelijk geproduceerde geluidemissies kunnen als daar aanleiding voor bestaat via metingen worden geverifieerd. Boven circa 50 km per uur wordt het geluid van auto's bepaald door het bandengeluid, niet het motorgeluid, dus het effect van elektrische auto’s op het geluidniveau van een snelweg is verwaarloosbaar. C1.4
De ingediende reactie leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
Stikstof A1.5 De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft zich inmiddels uitgesproken over de toepasbaarheid van de bouwvrijstelling. Het Bargerveen betreft een hoogveengebied dat zwaar overbelast wordt. Veel van de agrariërs in de omgeving en cliënten moeten hun bedrijfsvoering daarop afstemmen. De bouw en het in bedrijf hebben van een hoogspanningsstation zal zeker een toename van stikstofdepositie tot gevolg hebben. Cliënten zijn van mening dat er niet aangetoond is dat de realisatie van het Hoogspanningsstation geen significante gevolgen heeft op de stikstofgevoelige natuur in Natura 2000 gebieden. Deze negatieve gevolgen kunnen geenszins worden uitgesloten. Cliënten zijn enerzijds van mening dat er sprake is van rechtsongelijkheid en anderzijds een onzorgvuldige voorbereiding van het Bestemmingsplan. B1.5 Voor het bestemmingsplan in een stikstofdepositieberekening uitgevoerd, welke als bijlage VI is toegevoegd aan de toelichting. Hierbij is de aanlegfase gedetailleerd in beeld gebracht en voor de gebruiksfase zijn Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied, Hoogspanningsstation Veenoord met dossiernummer NL.IMRO. 0114.2021035
5
Gemeente Emmen
conform het initiatief de volgende activiteiten in beeld gebracht: (1) maandelijks testen van de noodaggregaten (2) bezoek van een monteur i.v.m. onderhoud/calamiteiten. Hiermee is aangetoond dat er geen negatieve effecten zijn ten aanzien van stikstofdepositie. C1.5
De ingediende reactie leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
Landschapsplan A1.6 Het Bestemmingsplan kent een voorwaardelijke verplichting. Het landschapsplan dient binnen 2 jaar te zijn uitgevoerd en in stand te worden gehouden. Het Bestemmingsplan geeft echter niet aan door wie en op welke wijze het landschapsplan in stand moet worden gehouden. Daarnaast kan er ook nog eens gemotiveerd worden afgeweken van het landschapsplan op het moment dat niet alle maatregelen uit het landschapsplan op alle punten uitvoerbaar zijn. Er moeten dan minimaal gelijk te stellen maatregel getroffen worden om te komen tot een goede landschappelijke inpassing. Wie bepaalt of het niet uitvoerbaar is en wie bepaald of er sprake is van gelijk te stellen maatregelen? Worden omwonenden hierbij betrokken? Zo ja, dan verzoeken cliënten dit voldoende te borgen. Hierbij dienen ook minimale verplichtingen te worden vastgesteld; op welke wijze worden omwonenden betrokken en in hoeverre hebbende op- en of aanmerkingen van omwonenden invloed heeft op het eindresultaat. Ook ontbreekt in het inrichtingsplan het peilniveau voor de grondwallen en het opgaand groen. Wordt uitgegaan van het peil van het aangrenzend terrein? Cliënten merken op dat voor de hoogte van grondwallen en opgaand groen rekening moet worden gehouden met het peil van het gebied nabij de woningen. De gronden rond de woningen ligt hoger dan de grond waarop het Bestemmingsplan ziet.
De functie van de grondwallen is immers om het hoogspanningsstation aan het zicht te onttrekken. De instandhouding (beheer) van het inrichtingsplan is onvoldoende geborgd. Indien het opgaand groen (waaronder struiken en bomen) een bepaalde hoogte bereikt, bestaat het risico dat eens in de zoveel tijd (5 jaar-10 jaar) rigoureus wordt gesnoeid/gemaaid. Bijvoorbeeld door bosschages op een hoogte van 50 centimeter af te zagen. Vanaf dat moment ontbreekt een landschappelijke inpassing en daarvan zal ook enkel jaren sprake blijven. B1.6 Het landschapsplan wordt uitgevoerd door de initiatiefnemers. In de regels in artikel 3.1, lid d en artikel 3.3.1 (voorwaardelijke verplichting) is de landschappelijke inpassing geborgd. Uiterlijk twee jaar na het in bedrijf nemen van het hoogspanningsstation moet deze zijn gerealiseerd en vervolgens in stand worden gehouden. Daarnaast wordt een beheerplan opgesteld, waarin de instandhouding van het landschapsplan gegarandeerd wordt. De initiatiefnemers zijn verantwoordelijk voor het beheer en instandhouding van het landschapsplan, dit staat tevens bijlage 1 van de toelichting op het bestemmingsplan. Er kan op worden gehandhaafd indien niet wordt voldaan aan de voorwaarden in het bestemmingsplan. Dit kan leiden tot dwangsommen ten aanzien van de initiatiefnemers.
Het beheerplan zal aansluiting zoeken bij de algemeen geldende beheerregimes van TenneT, waar nodig wordt dit specifiek gemaakt op de locatie. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij het voorkomen van schadelijke invasieve soorten zoals Jacobskuiskruid. Doel van het groenbeheer is om de installaties op- en rondom het nieuwe hoogspanningsstation veilig te stellen en goed eigenaarschap te vertonen richting de omgeving. Mochten omwonenden en/of grondgebruikers in de directe omgeving ontevreden zijn over de wijze waarop het beheer wordt uitgevoerd, dan kan men hier melding van maken bij TenneT. Ook dit staat zo opgenomen in bijlage 1 van de toelichting op het bestemmingsplan. Het beheerplan wordt nadat het landschapsplan definitief is geworden opgesteld. Daarin zal het beheer nader worden uitgewerkt en vastgelegd. Zo weten de beheerders van het nieuwe hoogspanningsstation hoe, wat en wanneer zij moeten gaan beheren. De beheerwerkzaamheden worden dan meegenomen in de reguliere onderhoudsrondes die TenneT uitvoert op al haar stationsterreinen. Er wordt streekeigen beplanting toegepast, die niet giftig is voor mens en dier. Hoe het peil wordt gemeten is opgenomen in de planregels van het bestemmingsplan. C1.6
2
De ingediende reactie leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
Anoniem
De gemachtigde van de indiener van de zienswijze geeft aan: Gezondheid A2.1 Onlosmakelijk aan een hoogspanningsstation verbonden zijn de bovengrondse lijnen en ondergrondse kabels met elektromagnetische straling. In juni 2022 is een wetenschappelijk rapport gepresenteerd waarin wordt Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied, Hoogspanningsstation Veenoord met dossiernummer NL.IMRO. 0114.2021035
6
Gemeente Emmen
aangetoond dat deze elektromagnetische velden van zowel boven- als ondergrondse kabels een verhoogd risico op leukemie veroorzaken bij zowel kinderen al volwassenen. Cliënt begrijpt dat nutsvoorzieningen belangrijk zijn, maar u als gemeenteraad dient ook de belangen van cliënt als uw inwoner te behartigen. Door dit bestemmingsplan vast te stellen brengt u hun gezondheid in gevaar. De vraag die cliënt uw raad stelt is of een kostenoverweging van de initiatiefnemer doorslaggevend moet zijn voor de bepaling van de locatie. Er zijn diverse locaties onderzocht. Doorslaggevend is de kostenbesparing. Er zijn op de gekozen locatie minder kabels nodig, er hoeft minder gegraven te worden, etc. Kortom: een financiële afweging. B2.1
Zie reactie bij B1.1
C2.1
De ingediende reactie leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
Participatie A2.2 De omwonenden zijn betrokken bij het inrichtingsplan. Zij hebben diverse overleggen gevoerd en telkens wel aangegeven dat zij het met de vestiging van een hoogspanningsstation niet eens zijn. Zij hebben diverse vragen gesteld over het inrichtingsplan, waarop door Tennet en Enexis aangegeven is dat daarop zou worden terug gekomen. Cliënt is dan ook zeer verbaasd dat het bestemmingsplan in ontwerp ter inzage is gelegd. Er ligt nu een inrichtingsplan waar cliënt nog diverse vragen over heeft Ook is hij van mening dat de uitvoering onvoldoende geborgd wordt. B2.2
Zie reactie bij B1.2
C2.2
De ingediende reactie leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
Beschermde soorten A2.3 Het plan moet gerealiseerd worden in een omgeving waar diverse beschermde soorten voorkomen. Uit geen enkel rapport blijkt dat voldoende compenserende en mitigerende maatregelen getroffen kunnen worden. Kan er überhaupt wel voldaan worden aan de soortenbescherming en de zorgplicht uit de Wet natuurbescherming. Is het bestemmingsplan wel uitvoerbaar? Cliënt geniet van de aanwezigheid van deze beschermde soorten in hun directe omgeving. Ook dit geeft nog maar eens aan dat de locatie niet geschikt is voor een hoogspanningsstation. B2.3
Zie reactie bij B1.3
C2.3 De zienswijze geeft aanleiding tot het verduidelijken van de toelichting ten aanzien van het thema natuur. Het soortenonderzoek is eveneens toegevoegd als bijlage XXII. Natuur A2.4 Het oprichten van een hoogspanningsstation gaat ten koste van de open ruimte. Cliënt is van mening dat er al veel in de omgeving wordt volgebouwd. De ontwikkeling en uitbreiding van het industrieterrein in de nabije omgeving is er één van. Cliënt is van mening dat de oprichting van een hoogspanningsstation in onevenredige verhouding staat tot het belang van natuurbehoud en het behoud van open ruimtes. B2.4 De aanwezigheid van een hoogspanningsstation heeft impact op de vrije ruimte en op de natuurlijke omgeving. Door de gemeente is bij het vaststellen van het (ontwerp-)bestemmingsplan voor wat betreft de ruimtelijke impact een afweging gemaakt dat het maatschappelijk belang van het station opweegt tegen de ruimtelijke effecten. Voor wat betreft het effect op de natuur zijn er onderzoeken uitgevoerd. RVO zal voorafgaand aan de realisatie van het hoogspanningsstation moeten beoordelen of er vergunningen/ontheffingen nodig zijn om het natuurbehoud te waarborgen en zo ja of deze verleend kunnen worden en onder welke voorwaarden. C2.4
De ingediende reactie leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
Geluid A2.5 Cliënt twijfelt aan de inhoud van het geluidsrapport. Er wordt gesproken over referentie- en achtergrondniveau. Het moge duidelijk zijn dal er bij het hoogspanningsstation sprake is van een laagfrequent geluid dat nooit stil valt. Het gebruik van de A37 produceert dan wel het nodige geluid, maar het geluid neemt af gedurende de avond- en nachtperiode en de zondagen. Ook is het geluid van auto’s een hele andere ervaring dan van laag frequent geluid. Tot slot moet worden opgemerkt dat het gebruik van hybride en elektrische auto's de laatste jaren is toegenomen. Ook deze ontwikkeling is voor cliënt waarneembaar. Cliënt is dan ook van mening dat de uitgangspunten niet juist zijn. Ook het toepassen van de Vercammencurve is discutabel. De vraag is in hoeverre zijn woning voldoende is geïsoleerd om geen hinder te ondervinden van het geluid afkomstig van het hoogspanningsstation. Indien uw gemeenteraad hel bestemmingsplan ongewijzigd vaststelt zal cliënt samen met overige bewoners een nader onderzoek Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied, Hoogspanningsstation Veenoord met dossiernummer NL.IMRO. 0114.2021035
7
Gemeente Emmen
of contra expertise laten uitvoeren naar het geluidsrapport. B2.5
Zie reactie bij B1.4
C2.5
De ingediende reactie leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
Verkeer A2.6 Cliënt is van mening dat er een verkeersonveilige situatie ontstaat als gevolg van de oprichting van een hoogspanningsstation. Een uitweg of een tweetal uitwegen op een drukke provinciale weg, waar de maximum snelheid vaak wordt overschreden, worden conflictpunten toegevoegd. De vraag is of gedeputeerde staten positief zullen adviseren over een ontsluiting op een drukke provinciale weg. Zeker tijdens de aanlegfase zal de veiligheid op de provinciale weg ernstig in gevaar gebracht worden door het komen en gaan van vrachtwagens. Indien gedeputeerde staten niet akkoord gaan met een tijdelijke en een definitieve ontsluiting op haar weg dan lijkt het plan niet uitvoerbaar. B2.6 De plek van de ontsluiting is afgestemd met de provincie. De keuze dicht bij de afrit heeft de voorkeur omdat de snelheid van het verkeer daar lager ligt. C2.6 De zienswijze geeft aanleiding tot een aanvulling van het bestemmingsplan. In paragraaf 2.2 is de keuze voor de toegangsweg nader toegelicht. Stikstof A2.7 De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft zich inmiddels uitgesproken over de toepasbaarheid van de bouwvrijstelling. Het Bargerveen betreft een hoogveengebied dat zwaar overbelast wordt. Veel van de agrariërs in de omgeving moeten hun bedrijfsvoering daarop afstemmen.
De bouw en het in bedrijf hebben van een hoogspanningsstation zal zeker een toename van stikstofdepositie tot gevolg hebben. Cliënt zijn van mening dat er niet aangetoond is dat de realisatie van het Hoogspanningsstation geen significante gevolgen heeft op de stikstofgevoelige natuur in Natura 2000 gebieden. Deze negatieve gevolgen kunnen geenszins worden uitgesloten. Cliënt zijn enerzijds van mening dat er sprake is van rechtsongelijkheid en anderzijds een onzorgvuldige voorbereiding van het Bestemmingsplan. B2.7
Zie reactie bij B1.5
C2.7
De ingediende reactie leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
Landschapsplan A2.8 Ook ontbreekt in het inrichtingsplan het peilniveau voor de grondwallen en het opgaand groen. Wordt uitgegaan van het peil van het aangrenzend terrein? Cliënt merkt op dat voor de hoogte van grondwallen en opgaand groen rekening moet worden gehouden met het peil van het gebied nabij de woningen. De gronden rond de woningen ligt hoger dan de grond waarop het Bestemmingsplan ziet. De functie van de grondwallen is immers om het hoogspanningsstation aan het zicht te onttrekken. De instandhouding (beheer) van het inrichtingsplan is onvoldoende geborgd. Cliënt vreest dat het opgaand groen (waaronder struiken en bomen) rigoureus wordt gesnoeid/gemaaid. Bijvoorbeeld door bosschages op een hoogte van 50 centimeter af te zagen. Vanaf dat moment ontbreekt volgens cliënt een landschappelijke inpassing en daarvan zal ook enkel jaren sprake blijven. Daarmee wordt het hoogspanningsstation niet langer aan het zicht onttrokken. B2.8
Zie reactie bij B1.6
C2.8
De ingediende reactie leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
3
Anoniem
De gemachtigde van de indiener van de zienswijze geeft aan: Gezondheid A3.1 Onlosmakelijk aan een hoogspanningsstation verbonden zijn de ondergrondse en de bovengrondse kabels met elektromagnetische straling. In juni 2022 is een wetenschappelijk rapport gepresenteerd waarin wordt aangetoond dat deze elektromagnetische velden van zowel boven- als ondergrondse kabels een verhoogd risico op leukemie veroorzaken bij zowel kinderen al volwassenen. Cliënt begrijpt dat nutsvoorzieningen belangrijk zijn, maar u als gemeenteraad dient ook de belangen van dient en zijn familie als uw inwoners te behartigen. Door dit bestemmingsplan
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied, Hoogspanningsstation Veenoord met dossiernummer NL.IMRO. 0114.2021035
8
Gemeente Emmen
vast te stellen brengt u hun gezondheid in gevaar. De vraag die cliënt uw raad stelt is of een kostenoverweging van de initiatiefnemer doorslaggevend moet zijn voor de bepaling van de locatie. Er zijn diverse locaties onderzocht. Doorslaggevend is de kostenbesparing. Er zijn op de gekozen locatie minder kabels nodig, er hoeft minder gegraven te worden, etc. Kortom: een financiële afweging. B3.1
Zie reactie bij B1.1
C3.1 De ingediende reactie leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Participatie A3.2 De omwonenden zijn betrokken bij het inrichtingsplan. Zij hebben diverse overleggen gevoerd en telkens wel aangegeven dat zij het met de vestiging van een hoogspanningsstation niet eens zijn. Zij hebben diverse vragen gesteld over het inrichtingsplan, waarop door Tennet en Enexis aangegeven is dat daarop zou worden terug gekomen. Cliënt is dan ook zeer verbaasd dat het bestemmingsplan in ontwerp ter inzage is gelegd. Er ligt nu een inrichtingsplan waar cliënt nog diverse vragen over heeft. Ook is hij van mening dat de uitvoering onvoldoende geborgd wordt. B3.2
Zie reactie bij B1.2
C3.2
De ingediende reactie leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
Beschermde soorten A3.3 Het plan moet gerealiseerd worden in een omgeving waar diverse beschermde soorten voorkomen. Uit geen enkel rapport blijkt dat voldoende compenserende en mitigerende maatregelen getroffen kunnen worden. Kan er überhaupt wel voldaan worden aan de soortenbescherming en de zorgplicht uit de Wet natuurbescherming. Is het bestemmingsplan wel uitvoerbaar? Cliënt geniet van de aanwezigheid van deze beschermde soorten in hun directe omgeving. Ook dit geeft nog maar eens aan dat de locatie niet geschikt is voor een hoogspanningsstation. B3.3
Zie reactie bij B1.3
C3.3 De zienswijze geeft aanleiding tot het verduidelijken van de toelichting ten aanzien van het thema natuur. Het soortenonderzoek is eveneens toegevoegd als bijlage XXII. Licht A3.4 In het bestemmingsplan wordt in het geheel niet gesproken over licht en lichtvervuiling. Tijdens de nachtperiode is het donker in het gebied. Cliënt vraagt zich af in hoeverre er sprake is van lichtvervuiling. B3.4 Op het hoogspanningsstation gedeelte van Tennet is alleen sprake van oriëntatieverlichting met een laag niveau van ongeveer 3 lux aanwezig. Dit staat gelijk aan schemering/donkere schemering. Ter vergelijking: fel daglicht is vastgesteld op 15.000 lux en een bewolkte dag op zo'n 1.000 lux. De terreinverlichting is alleen aan als er sprake is van een calamiteit. Onderhoud gebeurt overdag (niet 's nachts). De omgeving van het hoogspanningsstation zal derhalve niet of nauwelijks lichthinder ondervinden. Voor het gedeelte van Enexis geldt dat oriëntatieverlichting werkt op bewegingssensoren. Dus indien er niemand aanwezig is (normale bedrijfssituatie) is er geen licht op het Enexis terrein. Lichthinder is niet in betekenende mate van toepassing waardoor dit aspect niet zal worden toegelicht in de toelichting. C3.4
De ingediende reactie leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
Geluid A3.5 Cliënt twijfelt aan de inhoud van het geluidsrapport. Er wordt gesproken over referentie- en achtergrondniveau. Het moge duidelijk zijn dat er bij het hoogspanningsstation sprake is van een laagfrequent geluid dat nooit stil valt. Het gebruik van de A37 produceert dan wel het nodige geluid, maar het geluid neemt af gedurende de avond- en nachtperiode en de zondagen. Ook is het geluid van auto's een hele andere ervaring dan van laag frequent geluid. Tot slot moet worden opgemerkt dat het gebruik van hybride en elektrische auto's de laatste jaren is toegenomen. Ook deze ontwikkeling is voor cliënt waarneembaar. Cliënt is dan ook van mening dat de uitgangspunten niet juist zijn. Ook het toepassen van de Vercammencurve is discutabel. De vraag is in hoeverre zijn woning voldoende is geïsoleerd om geen hinder te ondervinden van het geluid afkomstig van het hoogspanningsstation. Indien uw gemeenteraad het bestemmingsplan ongewijzigd vaststelt zal cliënt samen met overige bewoners een nader onderzoek of contra expertise laten uitvoeren naar het geluidsrapport. B3.5
Zie reactie bij B1.4
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied, Hoogspanningsstation Veenoord met dossiernummer NL.IMRO. 0114.2021035
9
Gemeente Emmen
C3.5
De ingediende reactie leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
Energietransitie A3.6 Met de oprichting van het hoogspanningsstation, waarbij op het op land gewonnen energie aan het elektriciteitsnet wordt geleverd, wordt zo blijkt uit de stukken een bijdrage geleverd aan de energietransitie. Niets is te veel om kabels en leidingen aan te leggen voor dit hoogspanningsstation. Dit staat in schril contrast met de situatie van cliënt. Cliënt kan niet één zonnepaneel plaatsen en de daaruit opgewekte energie aan het elektriciteitsnet leveren. De kabels van Enexis naar zijn perceel beschikken over onvoldoende capaciteit om de door hem opgewekte energie aan het net te leveren. Als we het dan hebben over de energietransitie is cliënt van mening dat het opwaarderen van dit soort kabels een prioriteit moet hebben boven het oprichten van een dergelijk hoogspanningsstation. Het oprichten van en hoogspanningsstation waarop cliënt uitkijkt staat dan ook in schril contract met wat het cliënt oplevert. B3.6 Het nieuwe hoogspanningsstation is nodig om een bijdrage te leveren aan de energietransitie. Door de aanleg kunnen TenneT en Enexis het sterk stijgende aanbod van duurzame elektriciteitsproductie, zoals zonne- en windenergie op het netwerk te kunnen aansluiten en te transporteren.
De afweging om lokale kabels te verzwaren om aansluitingen van bijvoorbeeld zonnepanelen mogelijk te maken staan is niet aan de gemeente en staan los van de afwegingen en de procedure om het nieuwe station te realiseren. C3.6
De ingediende reactie leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
Stikstof A3.7 De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft zich inmiddels uitgesproken over de toepasbaarheid van de bouwvrijstelling. Het Bargerveen betreft een hoogveengebied dat zwaar overbelast wordt. Veel van de agrariërs in de omgeving en cliënt moeten hun bedrijfsvoering daarop afstemmen. De bouw en het in bedrijf hebben van een hoogspanningsstation zal zeker een toename van stikstofdepositie tot gevolg hebben. Cliënt zijn van mening dat er niet aangetoond is dat de realisatie van het Hoogspanningsstation geen significante gevolgen heeft op de stikstofgevoelige natuur in Natura 2000 gebieden. Deze negatieve gevolgen kunnen geenszins worden uitgesloten. Cliënt zijn enerzijds van mening dat er sprake is van rechtsongelijkheid en anderzijds een onzorgvuldige voorbereiding van het Bestemmingsplan. B3.7
Zie reactie bij B1.5
C3.7
De ingediende reactie leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
Landschapsplan A3.8 Het Bestemmingsplan kent een voorwaardelijke verplichting. Het landschapsplan dient binnen 2 jaar ze zijn uitgevoerd en in stand te worden gehouden. Het Bestemmingsplan geeft echter niet aan door wie en op welke wijze het landschapsplan in stand moet worden gehouden. Daarnaast kan er ook nog eens gemotiveerd worden afgeweken van het landschapsplan op het moment dat niet alle maatregelen uit het landschapsplan op alle punten uitvoerbaar zijn. Er moeten dan minimaal gelijk te stellen maatregel getroffen worden om te komen tot een goede landschappelijke inpassing. Wie bepaalt of het niet uitvoerbaar is en wie bepaald of er sprake is van gelijk te stellen maatregelen? Worden omwonenden hierbij betrokken? Zo ja, dan verzoekt cliënt dit voldoende te borgen. Hierbij dienen ook minimale verplichtingen te worden vastgesteld; op welke wijze worden omwonenden betrokken en in hoeverre hebbende op- en of aanmerkingen van omwonenden invloed heeft op het eindresultaat. Ook ontbreekt in het inrichtingsplan het peilniveau voor de grondwallen en het opgaand groen. Wordt uitgegaan van het peil van het aangrenzend terrein? Cliënt merkt op dat voor de hoogte van grondwallen en opgaand groen rekening moet worden gehouden met het peil van het gebied nabij de woningen. De gronden rond de woningen ligt hoger dan de grond waarop het Bestemmingsplan ziet.
De functie van de grondwallen is immers om het hoogspanningsstation aan het zicht te onttrekken. De instandhouding (beheer) van het inrichtingsplan is onvoldoende geborgd. Indien het opgaand groen (waaronder struiken en bomen) een bepaalde hoogte bereikt, bestaat het risico dat eens in de zoveel tijd (5 jaar-10 jaar) rigoureus wordt gesnoeid/gemaaid. Bijvoorbeeld door bosschages op een hoogte van 50 centimeter af te zagen. Vanaf dat moment ontbreekt volgens cliënt een landschappelijke inpassing en daarvan zal ook enkel jaren sprake blijven. Ook wordt het aanwezig zijn van voor weidedieren schadelijke gewassen en onkruid onvoldoende geborgd. Een beheerplan ontbreekt immers. B3.8
Zie reactie bij B1.6
C3.8
De ingediende reactie leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied, Hoogspanningsstation Veenoord met dossiernummer NL.IMRO. 0114.2021035
10
Gemeente Emmen
4
Anoniem
De gemachtigde van de indiener van de zienswijze geeft aan: A4.1 Het station bij Hengelo is meerdere keren als model gesteld voor het hoogspanningsstation aan de Boerdijk. Cliënte is van mening dat beide stations niet met elkaar te vergelijken zijn. Niet voor wat betreft de locatie en niet voor wat betreft de omvang. B4.1 Het bezoek aan het hoogspanningsstation in Hengelo was bedoeld om een beeld te geven van wat een hoogspanningsstation is en uit welke onderdelen het bestaat. Hierbij is aangegeven dat het voornemen aan de Boerdijk niet volledig vergelijkbaar zal zijn, vanwege de verschillen tussen zowel de stations als de omgeving daarvan. C4.1
De ingediende reactie leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
Geluid A4.2 Laagfrequent geluid verspreid zich over grote afstand zonder dat het snel in sterkte afneemt. Cliënte twijfelt aan de inhoud van het geluidsrapport. Er wordt gesproken over referentie- en achtergrondniveau. Het moge duidelijk zijn dat er bij het hoogspanningsstation sprake is van een laagfrequent geluid dat nooit stil valt. Het gebruik van de A37 produceert dan wel het nodige geluid, maar het geluid neemt af gedurende de avond- en nachtperiode en de zondagen. Ook is het geluid van auto’s een hele andere ervaring dan van laag frequent geluid. Tot slot moet worden opgemerkt dat het gebruik van hybride en elektrische auto’s de laatste jaren is toegenomen. Ook deze ontwikkeling is voor cliënte waarneembaar. Cliënte is dan ook van mening dat de uitgangspunten niet juist zijn. Ook het toepassen van de Vercammencurve is discutabel. De vraag is in hoeverre zijn woning voldoende is geïsoleerd om geen hinder te ondervinden van het geluid afkomstig van het hoogspanningsstation. Cliente heeft een veehouderij. In hoeverre heeft dit laag frequente geluid invloed op het vee? Het geluidsrapport schrijft hier niets over. In hoeverre heeft het invloed op de melkproductie of het welzijn van de koeien? Nu niet is uit te sluiten dat het geluid invloed heeft op de bedrijfsvoering van cliënte, is zij van mening dat er vooralsnog sprake is van een onzorgvuldige voorbereiding.
B4.2 Zie B1.4; Er zijn geen aanwijzingen dat het geluid van transformatoren een nadelig effect heeft op het welzijn of de melkproductie van koeien. C4.2
De ingediende reactie leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
Stikstof A4.3 De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft zich inmiddels uitgesproken over de toepasbaarheid van de bouwvrijstelling. Het Bargerveen betreft een hoogveengebied dat zwaar overbelast wordt. Cliënte en haar familie moeten hun bedrijfsvoering daarop afstemmen. De bouw en het in bedrijf hebben van een hoogspanningsstation zal zeker een toename van stikstofdepositie tot gevolg hebben. Cliënte is van mening dat er niet aangetoond is dat de realisatie van het Hoogspanningsstation geen significante gevolgen heeft op de stikstofgevoelige natuur in Natura 2000 gebieden. Deze negatieve gevolgen kunnen geenszins worden uitgesloten. Cliënte is enerzijds van mening dat er sprake is van rechtsongelijkheid en anderzijds een onzorgvuldige voorbereiding van het Bestemmingsplan. B4.3
Zie reactie bij B1.5
C4.3
De ingediende reactie leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
5
Anoniem
De gemachtigde van de indiener van de zienswijze geeft aan: Locatiekeuze A5.1 Allereerst is cliënt is van mening dat het plan in het geheel niet past in de omgeving. Een dergelijke ontwikkeling dient plaats te vinden op een industrieterrein en in dit geval ligt er een industrieterrein in de directe omgeving. Dit industrieterrein biedt nog de benodigde ruimte. Ook merkt cliënt op dat uw gemeenteraad zelf heeft aangegeven in één van de eerste folders, dat u wilt meewerken aan het initiatief onder de voorwaarde dat de bewoners achter het plan staan. Cliënt staat als bewoner in ieder geval niet achter het plan evenals zijn buurtgenoten. In hoeverre kunnen cliënt zijn familie en zijn buurtgenoten vertrouwen op een dergelijke uitspraak van u als onze
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied, Hoogspanningsstation Veenoord met dossiernummer NL.IMRO. 0114.2021035
11
Gemeente Emmen
volksvertegenwoordiger? B5.1 De Tweeling is één van de locaties die is betrokken bij het locatieonderzoek, zie ook de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan. Niet duidelijk is welke folder in de zienswijze bedoeld wordt. Bij deze ontwikkeling is draagvlak in de omgeving belangrijk. Daarom is er uitgebreid gecommuniceerd over het plan en is de omgeving ook uitgenodigd om mee te denken over de inpassing. Aan doorgang van de ontwikkeling is niet de voorwaarde verbonden dat iedere bewoner met het plan kan instemmen. C5.1
De ingediende reactie leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
Waterhuishouding A5.2 Gronden van cliënt sluiten aan op de gronden die gepland staan voor de realisatie van het hoogspanningsstation. Cliënt is van mening dat er met de waterhuishouding onvoldoende rekening wordt gehouden. Bij een grote hoeveelheid neerslag zullen de gronden van cliënt onderlopen. Dit kan tot gevolg hebben dat zijn grond niet gebruikt kan worden waarvoor het bestemd is. Het gevolg daarvan is schade waaronder inkomstenderving. Ook het onttrekken van water zal ernstige gevolgen hebben voor de grond en het gebruik ervan door cliënt. Ook hiermee is geen rekening gehouden. Het bemalingsadvies baadt cliënt zorgen. Hij verwacht als gevolg van bemaling zettingen op zijn percelen. Is de grond überhaupt geschikt om een dergelijk hoogspanningsstation op te kunnen realiseren zonder ingrijpend maatregelen en het treffen van maatregelen om de gevolgen op schade aan eigendommen van derden te voorkomen? B5.2 Voor het hoogspanningsstation is een ruime waterberging voorzien. In de waterberging ten zuiden van het station wordt bijvoorbeeld 6.575 m2 aan wateroppervlak gecreëerd. Deze waterberging alleen is al 14% meer dan de compensatie zoals vereist vanuit het waterschap. Het beleid van het waterschap is erop gericht overlast te voorkomen.
Daarnaast worden enkele schouwsloten verlengd, waardoor nog meer wateroppervlak ontstaat en het afstromende hemelwater van de toegenomen verhardingen kan worden geborgd. Direct rondom het station worden sloten aangelegd die het afstromende water van het station opvangen in het oppervlaktewatersysteem, waar het geborgen wordt. Er is dan ook geen reden om aan te nemen dat gronden rondom het nieuwe hoogspanningsstation zullen onderlopen ten gevolge van deze ontwikkeling. Een bemalingsadvies is opgesteld waarin ook wordt ingegaan op de te verwachten omgevingseffecten, zoals zettingen. In de Vergunningsaanvraag Waterwet wordt getoetst of deze voldoende zijn uitgewerkt. Een vergunning wordt daarop vervolgens afgegeven, als dan niet met aanvullende voorwaarden. Voorafgaan aan de realisatie dient de aannemer een bemalingsplan in waarin de wijze van bemaling wordt uitgewerkt, waarbij rekening gehouden worden met de vergunning (en voorwaarden). Extreme langdurige omgevingsinvloeden worden daarmee uitgesloten. C5.2
De ingediende reactie leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
Landschapsplan en participatie A5.3 Voor cliënt heeft een goede landschappelijke inpassing een hoge prioriteit indien het plan om welke reden dan ook toch doorgang vindt. Hij is dan ook van mening dat het landschapsplan niet toereikend is en voor de wijze van uitvoering onvoldoende geborgd wordt. Allereerst merkt cliënt op dat het plan niet uitvoerbaar is zonder ophoging van het gebied. Uit geen enkel document blijkt een benodigde ophoging. Dit is echter nodig vanwege het verschil in peil op sommige plaatsen van 2.5 meter. Cliënt is eigenaar van aangrenzende gronden en is dan ook bekend met de hoogteverschillen. De grond waarop het hoogspanningsstation gepland staat moet opgehoogd worden om het plan te kunnen realiseren. Hiervoor zullen de nodige vergunningen moeten worden verleend. De vraag is of deze vergunningen wel verleend kunnen worden. Indien de nodige vergunningen kunnen worden verleend en het plan in werking zou kunnen treden, is het voor cliënt belangrijk dat de wijze van meten in het bestemmingsplan juist wordt vastgesteld. Het dient te worden afgestemd op het aangrenzende maaiveld. Dus na de ophoging van de grond. Het bestemmingsplan definieert in haar wijze van meten dat er uitgegaan/gerekend moet worden van een gemiddelde. Cliënt is van mening dat een dergelijke wijze van meten onjuist en onzorgvuldig is.
De functie van de grondwallen is immers om het hoogspanningsstation aan het zicht te onttrekken. Ook zijn de open en onbeplante of onvoldoende beplante delen op en tussen de wallen voor cliënt niet acceptabel. Hierdoor wordt het enorme station en de bijbehorende bouwwerken voor cliënt onvoldoende aan het zicht onttrokken. Het landschapsplan is onzorgvuldig tot stand gekomen en daarmee het bestemmingsplan. Er staan nog diverse acties van de initiatiefnemer open en vragen van omwonenden. Hiervoor verwijst cliënt naar het bijgevoegde verslagen. Als het plan doorgang vindt en het bestemmingsplan op termijn in rechte onaantastbaar wordt, dan worden omwonenden waaronder cliënt opgezadeld met een uitzicht verstorend hoogspanningsstation. Het moge duidelijk zijn dat cliënt .gelet op de afspraken, invloed heeft op de landschappelijke Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied, Hoogspanningsstation Veenoord met dossiernummer NL.IMRO. 0114.2021035
12
Gemeente Emmen
inpassing en de instandhouding ervan. Er is niet tot overeenstemming gekomen en zoals reeds gesteld staan er tot op de dag van vandaag nog vragen open. In een overleg met initiatiefnemers heeft cliënt gewezen op de historie en het ontbreken van kaartmateriaal van de vloeivelden voorzien van grote wallen in het landschapsplan. Hier was het voorgestelde landschapsplan van omwonenden op gebaseerd. Zie hiervoor de bijlage. Hierop is door initiatiefnemer aangegeven dat erop zou worden teruggekomen Dat is tot op heden niet gebeurd. Het bestemmingsplan kent een voorwaardelijke verplichting. De landschappelijke inpassing dient uiterlijk twee jaar na het in bedrijf nemen van het hoogspanningsstation te zijn gerealiseerd en dient in stand te worden gehouden. In het bestemmingsplan wordt niet aangegeven wie verantwoordelijk is voor de uitvoering en de instandhouding van het landschapsplan. Daarmee lijkt de voorwaardelijke verplichting niet handhaafbaar. Daarnaast kan er ook nog eens gemotiveerd worden afgeweken van het landschapsplan op het moment dat niet alle maatregelen uit het landschapsplan op alle punten uitvoerbaar zijn. Er moeten dan minimaal gelijk te stellen maatregel getroffen worden om te komen tot een goede landschappelijke inpassing. Op dit moment is er sprake van rechtsonzekerheid.
Wie bepaald of het plan niet uitvoerbaar is en wie bepaald of er sprake is van gelijk te stellen maatregelen? Wordt cliënt hierbij betrokken. Cliënt ziet ook dit graag terugkomen in het bestemmingsplan zodat hierop ook door het bevoegd bestuursorgaan gehandhaafd kan worden. De instandhouding (beheer) van het inrichtingsplan is onvoldoende geborgd. Cliënt vreest dat het opgaand groen (waaronder struiken en bomen) rigoureus wordt gesnoeid/gemaaid. Bijvoorbeeld door bosschages op een hoogte van 50 centimeter af te zagen. Vanaf dat moment ontbreekt volgens cliënt een landschappelijke inpassing en daarvan zal ook enkel jaren sprake blijven. Daarmee wordt het hoogspanningsstation niet langer aan het zicht onttrokken. Indien de nodige vergunningen kunnen worden verleend en het plan in werking zou kunnen treden, is het voor cliënt belangrijk dat de wijze van meten in het bestemmingsplan juist wordt vastgesteld. Het dient te worden afgestemd op het aangrenzende maaiveld. Dus na de ophoging van de grond. Het bestemmingsplan definieert in haar wijze van meten dat er uitgegaan/gerekend moet worden van een gemiddelde. Cliënt is van mening dat een dergelijke wijze van meten onjuist en onzorgvuldig is. De functie van de grondwallen is immers om het hoogspanningsstation aan het zicht te onttrekken. Cliënt is van mening dat een vertekend beeld wordt geschetst.
Op de illustratie in het landschapsplan lijkt het station veel kleiner dan waar het in werkelijkheid om gaat. In het landschapsplan worden historische beelden en omschrijvingen gebruikt. De situatie waarvan sprake was in de jaren vóór 1982 ontbreekt echter. Destijds was sprake van aanwezige vloeivelden omringt door hoge grondwallen van 04.00 meter hoog voorzien van beplanting. Zie onderstaande tekening. B5.3 De noodzaak van ophoging wordt momenteel door de initiatiefnemer onderzocht. Er is geen reden aan te nemen dat de vergunningen hiervoor niet verleend kunnen worden of dat het plan op een andere wijze onuitvoerbaar is. De open stukken op de grondwal zijn toegevoegd als gevolg van de aanwezigheid van de infrastructuur. Er kan bijvoorbeeld geen diepwortelende beplanting boven een leiding staan, en ook met de aanwezigheid van een bovengrondse verbinding moet rekening worden gehouden. In bijlage 1 van de toelichting op het bestemmingsplan wordt verwezen naar verscheidene historische kaarten, waaronder één uit 1955. Op deze kaart zijn de vloeivelden te herkennen. O.a. deze kaart heeft als basis voor het landschapsplan gediend. Met betrekking tot het beheerplan zie de reactie bij B1.6. De illustraties zijn conform de plannen, in juiste verhoudingen en opstellingen, maar geen bouwtekeningen.
Het effect van een verandering van het landschap is moeilijk op een illustratie weer te geven. Als extra, naast de illustraties in het bestemmingplan, om het landschap met het hoogspanningsstation inzichtelijk te maken heeft Tennet op haar eigen website een Projectatlas geplaatst (https://www.tennet.eu/nl/nl/projecten/station-veenoord-boerdijk#2035). Daar kan vanuit verschillende standpunten het hoogspanningsstation bekeken worden, met en zonder landschappelijke inpassing. Met de 3.60 meter is zo veel als mogelijk aansluiting gezocht bij de hoogte van de wallen rond de vloeivelden van vroeger. Hoger dan 3,60 meter was omwille van ruimtebeslag niet mogelijk. Zie hiervoor bijlage 1 van de toelichting op het bestemmingsplan voor een verdere toelichting. " C5.3
De ingediende reactie leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
Gezondheid A5.4
Onlosmakelijk aan een hoogspanningsstation verbonden zijn de ondergrondse en de bovengrondse kabels
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied, Hoogspanningsstation Veenoord met dossiernummer NL.IMRO. 0114.2021035
13
Gemeente Emmen
met elektromagnetische straling. In juni 2022 is een wetenschappelijk rapport gepresenteerd waarin wordt aangetoond dat deze elektromagnetische velden van zowel boven- als ondergrondse kabels een verhoogd risico op leukemie veroorzaken bij zowel kinderen al volwassenen. Cliënt begrijpt dat nutsvoorzieningen belangrijk zijn, maar u als gemeenteraad dient ook de belangen van cliënt als uw inwoner te behartigen. Door dit bestemmingsplan vast te stellen brengt u zijn gezondheid in gevaar. De vraag die cliënt uw raad stelt is of een kostenoverweging van de initiatiefnemer doorslaggevend moet zijn voor de bepaling van de locatie. Er zijn diverse locaties onderzocht. Doorslaggevend is de kostenbesparing. Er zijn op de gekozen locatie minder kabels nodig, er hoeft minder gegraven te worden, etc. Kortom; een financiële afweging. B5.4
Zie reactie bij B1.1
C5.4
De ingediende reactie leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
Beschermde soorten A5.5 Het plan moet gerealiseerd worden in een omgeving waar diverse beschermde soorten voorkomen. Uit geen enkel rapport blijkt dat voldoende compenserende en mitigerende maatregelen getroffen kunnen worden. Kan er überhaupt wel voldaan worden aan de soortenbescherming en de zorgplicht uit de Wet natuurbescherming. Is het bestemmingsplan wel uitvoerbaar? Het leefgebied van de binnen het plangebied en de directe omgeving levende soorten wordt met de realisatie van het hoogspanningsstation en daarbij behorende bouwwerken sterk verkleind. Er ontbreekt een goed natuuronderzoek, waaronder een nader dassenonderzoek. De aanwezige dassenburcht wordt compleet vernield. Het rapport waarin gesproken wordt over de dassenburcht geeft een onjuiste situatie weer. De dassenburcht ligt veel zuidelijker dan zoals deze is ingetekend. De mast staat gepland op de dassenburcht. De tijdelijke burcht die waarschijnlijk bedoeld is als compenserende maatregel (waarvoor nog helemaal geen ontheffing is verleend) staat gepland aan een bouwweg en ligt tegenover de gronden van cliënt. Cliënt is van mening dat een dergelijke weg intensief gebruikt gaat worden tijdens de bouw. Het gevolg zal zijn dat de das volledig verdwijnt uit het gebied. Temeer omdat de huidige burcht volledig vernietigd wordt en terugkeer daardoor onmogelijk is.
Cliënt verbaast zich over de inhoud van het onzorgvuldige onderzoek. Er zouden bepaalde diersoorten niet in het plangebied of de directe omgeving ervan verblijven. Cliënt is geen ecoloog maar neemt diverse soorten en sporen waar tijdens zijn werkzaamheden op zijn grond. Ook de locatie weergave van de wissel over de sloot is volledig onjuist. Als omwonende en eigenaar van aangrenzende gronden geniet cliënt van de aanwezigheid van deze beschermde soorten in zijn directe omgeving. B5.5 Zie ook de reactie bij B1.3. Das en Boom, een specialistisch onderzoeksbureau, heeft een dassenonderzoek uitgevoerd. De burcht is volgens het onderzoek ingetekend en heeft geleid tot een planaanpassing. Er wordt een kunstburcht aangelegd, die dient als tijdelijk alternatief voor de hoofdburcht. Dit is in lijn met de adviezen van Das en Boom. Hiermee is de verwachting dat het voornemen niet leidt tot het verdwijnen van de das uit het gebied. C5.5 De zienswijze geeft aanleiding tot het verduidelijken van de toelichting ten aanzien van het thema natuur. Het soortenonderzoek is eveneens toegevoegd als bijlage. Natuur en uitzicht A5.6 Het oprichten van een hoogspanningsstation gaat ten koste van de open ruimte. Ten westen van het station moet bijna de hele bos gekapt worden. Cliënt is van mening dat er al veel in de omgeving wordt volgebouwd.
De ontwikkeling en uitbreiding van het industrieterrein in de nabije omgeving is er één van. Cliënt is van mening dat de oprichting van een hoogspanningsstation in onevenredige verhouding staat tot het belang van natuurbehoud en het behoud van open ruimtes. Het open landschap wordt hier helemaal te niet gedaan. Aan de achterzijde van het hoogspanningsstation gezien vanuit de woning van cliënt vindt een kaalslag plaats, vanwege de oprichting van een mast. B5.6 Het is juist dat voor de werkzaamheden een deel van het bestaande bos gekapt moeten worden. Dit wordt echter gecompenseerd in de omgeving, zoals ook toegelicht in het bestemmingsplan. Dit zal ook worden geborgd door middel van de aanvraag van de kapvergunning. C5.6
De ingediende reactie leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
Geluid A5.7 Cliënt twijfelt aan de inhoud van het geluidsrapport. Er wordt gesproken over referentie- en achtergrondniveau. Het moge duidelijk zijn dat er bij het hoogspanningsstation sprake is van een laagfrequent geluid dat nooit stil valt. Het gebruik van de A37 produceert dan wel het nodige geluid, maar het geluid neemt af gedurende de avond- en nachtperiode en de zondagen. Ook is het geluid van auto's een hele andere ervaring dan van laag frequent Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied, Hoogspanningsstation Veenoord met dossiernummer NL.IMRO. 0114.2021035
14
Gemeente Emmen
geluid. Tot slot moet worden opgemerkt dat het gebruik van hybride en elektrische auto's de laatste jaren is toegenomen. Ook deze ontwikkeling is voor cliënt waarneembaar. Cliënt is dan ook van mening dat de uitgangspunten niet juist zijn. Ook het toepassen van de Vercammencurve is discutabel. De vraag is in hoeverre zijn woning voldoende is geïsoleerd om geen hinder te ondervinden van het geluid afkomstig van het hoogspanningsstation. Ook de afstanden kloppen niet, het plangebied ligt royaal binnen de 490 meter vanaf het woonperceel van cliënt boerdijk 68. Indien uw gemeenteraad het bestemmingsplan ongewijzigd vaststelt zal cliënt samen met overige bewoners een nader onderzoek of contra expertise laten uitvoeren naar het geluidsrapport. B5.7 Zie ook B1.4; Ten aanzien van het bepalen van een goede ruimtelijke ordening wordt in het geluidrapport aangegeven dat de woning van de indiener van de zienswijze is gelegen op een afstand van circa 490 m van het transformatorstation ligt. Dit is iets anders dan de afstand van het plangebied tot de woning. In paragraaf 4.3. (Bedrijven en milieuzonering) van de toelichting van het bestemmingsplan worden de aan te houden afstanden nader uitgelegd en ook waarom er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. C5.7
De ingediende reactie leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
Bodem A5.8 Cliënt heeft twijfels bij het verkennend bodemonderzoek. Tussen de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw is er binnen het plangebied zwaar vervuilde grond opgebracht. In het verkennend bodemonderzoek is hier niets van terug te vinden. Dit komt cliënt vreemd voor. B5.9 Er is een grondige bureaustudie uitgevoerd naar (potentiële) verontreinigingen ter plaatse van de onderzoekslocatie volgens de geldende normen en regelgeving. De bronnen staan vermeld in het bodemonderzoek, opgenomen als bijlage bij het bestemmingsplan. Indien hieruit verdachte locaties naar voren zijn gekomen, is hierin in de onderzoeksopzet rekening mee gehouden. De resultaten van het bodemonderzoek geven ook geen aanleiding om nader onderzoek uit te voeren (er is geen indicaties dat er sprake is van verontreiniging). Er is dus geen reden aan te nemen dat er sprake is van de aanwezigheid van deze ‘zwaar vervuilde grond’. Binnen het gebied is wel sprake van voormalige vloeivelden, dit betreft deellocatie D2. Daar is extra aandacht aan besteed en een intensievere onderzoeksinspanning voor gehanteerd (verdachte strategie) inclusief analyse op bestrijdingsmiddelen. C5.9
De ingediende reactie leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
Verkeer A5.10 Cliënt is van mening dat er een verkeersonveilige situatie ontstaat als gevolg van de oprichting van een hoogspanningsstation. Een uitweg of een tweetal uitwegen op een drukke provinciale weg, waar de maximum snelheid vaak wordt overschreden, worden conflictpunten toegevoegd. De vraag is of gedeputeerde staten positief zullen adviseren over een ontsluiting op een drukke provinciale weg. Zeker tijdens de aanlegfase zal de veiligheid op de provinciale weg ernstig in gevaar gebracht worden door het komen en gaan van vrachtwagens. Indien gedeputeerde staten niet akkoord gaan met een tijdelijke en een definitieve ontsluiting op haar weg dan lijkt het plan niet uitvoerbaar. B5.10
Zie reactie bij B2.6
C5.10 De zienswijze geeft aanleiding tot een aanvulling van het bestemmingsplan. In paragraaf 2.2 is de keuze voor de toegangsweg nader toegelicht. Stikstof A5.11 De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft zich inmiddels uitgesproken over de toepasbaarheid van de bouwvrijstelling. Het Bargerveen betreft een hoogveengebied dat zwaar overbelast wordt. Veel van de agrariërs in de omgeving moeten hun bedrijfsvoering daarop afstemmen. De bouw en het in bedrijf hebben van een hoogspanningsstation zal zeker een toename van stikstofdepositie tot gevolg hebben. Cliënt is van mening dat er niet aangetoond is dat de realisatie van het Hoogspanningsstation geen significante gevolgen heeft op de stikstofgevoelige natuur in Natura 2000 gebieden. Deze negatieve gevolgen kunnen geenszins worden uitgesloten. Cliënt is enerzijds van mening dat er sprake is van rechtsongelijkheid en anderzijds een onzorgvuldige voorbereiding van het Bestemmingsplan. B5.11
Zie reactie bij B1.5
C5.11
De ingediende reactie leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied, Hoogspanningsstation Veenoord met dossiernummer NL.IMRO. 0114.2021035
15
Gemeente Emmen
Locatiekeuze A5.12 Cliënt is van mening dat een dergelijke ontwikkeling (realisatie hoogspanningsstation) qua schaal niet past op de huidig geplande locatie. Het betreft een open ruimte met aanwezige natuur en beschermde diersoorten. De ontwikkeling hoort thuis op een bedrijven/industrieterrein. Het uitgangspunt bij de ruilverkaveling was destijds het creëren van lange kavels. Dit uitgangspunt wordt met de realisatie van het plan volledig teniet gedaan. De impressies van het plan geven de werkelijkheid niet weer. Het doet vermoeden dat het gaat om een relatief klein station. B5.12