Bijlage 2 - Was - wordt - tabel, een overzicht van de wijzigingen
Tekst van het document
Hieronder een overzicht van de tekstuele wijzigingen in de Algemene subsidieverordening gemeente Emmen.
Voorgestelde wijzigingen verordening
Huidige tekst artikel 1 n.v.t.
de-minimisverordening: verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun (PbEU L352), verordening (EU) nr. 1408/2013van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun in de landbouwproductiesector (PbEU L 352/9) en verordening (EU) nr. 717/2014 van de Commissie van 27 juni 2014 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op deminimissteun in de visserij- en aquacultuursector (PbEU L 190/45) , dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving;
Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid , 107, 108 of 109 van het Verdrag heeft vastgesteld;
Nieuwe tekst artikel 1 bestemmingsreserve het deel van het eigen vermogen waaraan een bepaalde bestemming is gegeven en in principe niet vrij besteedbaar is; De-minimissteun steun die wordt verstrekt op basis van Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun (PbEU L 352/1); Verordening (EU) nr. 2019/316 van de Commissie tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun in de landbouwproductiesector (PbEU L 51 I/1); Verordening (EU) nr.
717/2014 van de Commissie van 27 juni 2014 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun in de visserij- en aquacultuursector (PbEU L 190/45), of Verordening (EU) 2018/1923 van de Commissie van 7 december 2018 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun verleend aan diensten van algemeen economisch belang verrichtende ondernemingen (PbEU L 313/2); Europees steunkader een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid , 107, 108 of 109 van het Verdrag heeft vastgesteld, waaronder de Algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 2017/1084 van de Commissie tot wijziging van Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 156/1); de Landbouw vrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr.
702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 193/1); en de Visserij
n.v.t. Verdrag Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
Huidige tekst artikel 2 lid 1 onder f en g f. participatie g. openbare ruimte - n.v.t. Huidige tekst artikel 3 lid 2 en 3 2. Het college kan nadere regels stellen (“beleidsregel”), waarin de te subsidiëren activiteiten, de doelgroepen, de verdeling van het beschikbare bedrag en de verdeling van de subsidie per beleidsterrein zoals genoemd in artikel 2, nader zijn omschreven. 3. Het college is bevoegd om, al dan niet middels een beleidsregel, voorwaarden en verplichtingen aan de beschikking tot subsidieverlening te verbinden. Huidige tekst artikel 4 lid 1 en 2 …… ‘beleidsregel’ ……. Huidige tekst artikel 5 lid 1 en 2 1. Het college kan jaarlijks, na vaststelling van de begroting door de raad, subsidieplafonds, vaststellen. In dat geval bepaalt zij bij beleidsregel de wijze van verdeling van de betrokken subsidie. - n.v.t. 2. Het college kan een subsidieplafond nog verlagen als: a. het wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd; en b.de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is
vrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 1388/2014 van de Commissie van 16 december 2014 waarbij bepaalde categorieën steun voor ondernemingen die actief zijn in de productie, de verwerking en de afzet van visserij- en aquacultuurproducten, op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 369/37); raad de gemeenteraad van de gemeente Emmen Verdrag Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (PbEU C 326/47). Nieuwe tekst artikel 2 lid 1 f en g en onder letter i f. inkomensondersteuning g. openbare ruimte, verkeer & vervoer Indien benamingen van deze beleidsterreinen worden gewijzigd, dient in plaats van de genoemde benaming, de nieuwe benaming te worden gelezen. Nieuw artikel 3 lid 2 en 3 2. Het college kan nadere regels opstellen (“subsidieregeling”), waarin onder meer de te subsidiëren activiteiten, de doelgroepen, de verdeling van het beschikbare bedrag nader zijn omschreven. 3. Het college is bevoegd om, al dan niet via een subsidieregeling, voorwaarden en verplichtingen aan de beschikking tot subsidieverlening te verbinden. Nieuwe tekst artikel 4 lid 1 en 2 ……. ‘subsidieregeling’ ……… Nieuwe tekst artikel 5 lid 1, 2 en 3 1. De raad kan jaarlijks bij de vaststelling van de begroting besluiten tot het instellen van subsidieplafond(s).
Daarbij wordt aangegeven op welke wijze het beschikbare bedrag wordt verdeeld over de programmaonderdelen. 2. Het college kan binnen de kaders van de begroting aanvullend subsidieplafonds per programmaonderdeel van de begroting vaststellen. 3. De raad of het college kan een subsidieplafond nog verlagen als a. het subsidieplafond is vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd en b. de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of
vastgesteld of goedgekeurd.
goedgekeurd.
Huidige tekst artikel 6 lid 1, 3 en 4 1. Een aanvraag om subsidie wordt schriftelijk ingediend bij het college. Indien het college voor de aanvraag een formulier heeft vastgesteld, dient aanvrager dit formulier te gebruiken. 3. Een rechtspersoon die voor de eerste maal subsidie aanvraagt, voegt het KvK-nummer van de rechtspersoon toe aan de aanvraag.
Nieuwe tekst artikel 6 lid 1, 3 en 4 1. Een aanvraag om subsidie wordt schriftelijk ingediend bij het college of digitaal als deze weg is opengesteld. Indien het college voor de aanvraag een formulier heeft vastgesteld, wordt dit formulier door de aanvrager gebruikt. 3. Een rechtspersoon die voor de eerst subsidie aanvraagt, voegt een inschrijvingsbewijs van de rechtspersoon uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel toe aan de aanvraag, dat niet ouder is dan 3 maanden. 4. Bij subsidieregeling kan van de voorgaande leden van dit artikel worden afgeweken
4. Bij beleidsregel kan van de voorgaande leden van dit artikel worden afgeweken.
Huidige tekst artikel 7 lid 1, 2 en 3 1. Een aanvraag om subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, wordt ingediend uiterlijk 1 september voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft. 2. Andere aanvragen om subsidie worden ingediend tenminste 16 weken voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. 3. Bij beleidsregel kunnen andere termijnen worden gesteld dan opgenomen in de voorgaande leden. - n.v.t.
Nieuwe tekst artikel 7 lid 1, 2, 3 en 4 1.Een aanvraag om een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, dient uiterlijk 1 september voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft door het college te zijn ontvangen. 2. Andere aanvragen om subsidie worden ingediend tenminste 12 weken voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd door het college te zijn ontvangen. 3. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld dan opgenomen in de voorgaande leden. 4. Indien een aanvraag om subsidie wordt ingediend na het verstrijken van de termijnen genoemd in de leden 1 en 2, kan het college de aanvraag weigeren.
Huidige tekst artikel 8 lid 1, 2 en 3 1. Het college beslist op aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend.
Nieuwe tekst artikel 8 lid 1, 2 en 3 1. Het college beslist op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend, tenzij de beslistermijn is opgeschort. 2. Het college beslist op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 7, tweede lid, binnen 12 weken nadat de volledige aanvraag is ingediend. 3. De beslistermijnen genoemd in lid 1 en 2, kunnen eenmaal met maximaal 8 weken worden opgeschort. 4. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld dan opgenomen in de voorgaande leden.
2.Het college beslist op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 7, tweede lid, binnen 16 weken nadat de volledige aanvraag is ingediend. 3. Bij beleidsregel kunnen andere termijnen worden gesteld dan opgenomen in de voorgaande leden. n.v.t.
Huidige tekst artikel 9 lid 3 onder e en f e. als de aanvrager voor het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft met een functionaris een bezoldiging als bedoeld in artikel 1.1, onder e, van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) overeenkomt of is overeengekomen die hoger is dan het bedrag, bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van die wet en de aanvrager niet aannemelijk kan maken dat de subsidie niet zal worden besteed aan inkomens boven voornoemd bezoldigingsmaximum; f. als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen;
Nieuwe tekst artikel 9 lid 3 - vervallen
Huidige tekst artikel 10 voor zover van belang … of bij beleidsregel. Huidige tekst artikel 11 lid 2 en 3 1. Subsidies tot en met € 10.000,- worden in hun geheel ineens betaald. 2. Subsidies hoger dan € 10.000 worden volledig bevoorschot en in vier gelijke kwartaaltermijnen betaald.
Nieuwe tekst artikel 10 voor zover van belang … of bij subsidieregeling. Nieuwe tekst artikel 11 lid 2, 3 en 4 1. Subsidies tot en met € 25.000,- worden in hun geheel ineens betaald. 2. Subsidies hoger dan € 25.000,- aan rechtspersonen die voor een kalenderjaar of van een kalenderjaar afwijkend boekjaar worden verstrekt, worden volledig bevoorschot en in vier gelijke (kwartaal)termijnen betaald. 3. Overige subsidies hoger dan € 25.000,- worden in hun geheel ineens betaald. 4. In afwijking van de vorige leden kan het college besluiten, bij subsidieregeling of bij de beschikking tot subsidieverlening, tot een andere wijze van bevoorschotting van de subsidie of tot andere dan de in voorgaande leden van dit artikel genoemde betaaltermijnen. Nieuwe tekst artikel 12 lid 1, 2, 3, 6 1. De subsidieontvanger zet de subsidie in voor de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, en voltooit deze uiterlijk binnen de in de beschikking opgenomen termijn. 2. Bij subsidies hoger dan € 25.000,- kan de verplichting worden opgelegd tot het overleggen van een tussentijdse voortgangsrapportage waarin rekening en verantwoording wordt afgelegd over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten.
n.v.t. 3. In afwijking van de vorige leden kan het college besluiten tot een andere wijze van bevoorschotting van de subsidie of tot andere dan de in voorgaande leden van dit artikel genoemde betaaltermijnen. Huidige tekst artikel 12 lid 1, 2, 3 1. De subsidieontvanger verricht de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend. 2. Bij subsidies hoger dan € 75.000, verleend voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan de verplichting worden opgelegd tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. De verantwoording wordt niet vaker dan één keer per jaar verlangd. 3. --- een beleidsregel---. 6. Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of
- vervallen
3. --- een subsidieregeling---. 6. Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet
dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan, meldt de subsidieontvanger dat onverwijld schriftelijk aan het college.
tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan, meldt de subsidieontvanger dat onverwijld schriftelijk aan het college. Indien de subsidiabele activiteiten veranderen en/of kosten van de activiteiten voor meer dan 10% wijzigen, dient de subsidieontvanger een verzoek tot wijziging van de subsidieverlening bij het college in te dienen.
Artikel 14 Verantwoording subsidies tot en met € 10.000,-Voor subsidies tot en met € 10.000,- behoeft de subsidieontvanger geen verantwoording in te dienen. Wel dient de subsidieontvanger vijf jaar lang betalingsbewijzen en andere informatie te bewaren over de activiteiten waarvoor de subsidie verleend is.
Artikel 14 Verantwoording subsidies tot en met € 25.000,Voor subsidies tot en met € 25.000,- behoeft de subsidieontvanger geen verantwoording in te dienen. Wel dient de subsidieontvanger vijf jaar lang betalingsbewijzen en andere informatie te bewaren en desgevraagd beschikbaar te stellen aan het college over de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend. Nieuwe tekst artikel 15 lid 1, 2c, 3, 4, 5 en 6 1. Bij subsidies hoger dan € 25.000,- dient de subsidieontvanger schriftelijk of digitaal als deze weg is opengesteld, een aanvraag tot vaststelling in bij het college: a. in geval van een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, dient deze aanvraag uiterlijk op 1 juni van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar te zijn ontvangen; b. in andere gevallen dient deze aanvraag uiterlijk 12 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, te zijn ontvangen. Indien het college voor de aanvraag een formulier heeft vastgesteld, dan dient dit formulier door de aanvrager te worden gebruikt. 4. In aanvulling op de vorige leden kan het college verplichten om bij een aanvraag tot vaststelling van een subsidie: a. hoger dan € 25.000,- tot en met € 200.000,- een beoordelingsverklaring of een samenstellingsverklaring te overleggen; b. hoger dan € 200.000,- een controleverklaring te overleggen, c.
Indien tegelijkertijd meerdere subsidies worden ontvangen via de gemeente Emmen, dan worden deze subsidies bij elkaar opgeteld om te bepalen welke verklaring overlegt dient te worden. Er kan dan worden volstaan met 1 verklaring voor deze subsidies. 5. De in het vorige lid genoemde verklaringen dienen te zijn opgesteld door een registeraccountant, een accountant-administratie consulent, ten aanzien van wie
Huidige tekst artikel 15 lid 1, 3, 4 en 5 1.Bij subsidies hoger dan € 10.000,- dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in: a.in geval van een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, uiterlijk op 1 juni van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar; b.in andere gevallen uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht.
4. In aanvulling op de voorgaande leden, bevat de aanvraag tot vaststelling van een subsidie hoger dan € 75.000,-- verder een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk accountant.
n.v.t.
5. Bij beleidsregel kunnen andere termijnen worden vastgesteld of andere gegevens worden verlangd. Tevens kan worden bepaald dat op een andere manier wordt aangetoond in hoeverre de activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan.
n.v.t. oud lid 6 artikel 16
Huidige tekst artikel 16 lid 2, 3, 4, 5, 6 en 7 2. Subsidies tot en met € 10.000,-- worden door het college direct vastgesteld,……… 3. Subsidies hoger dan € 10.000,-- worden door het college vastgesteld binnen 16 weken na ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling, tenzij bij beleidsregel anders is bepaald
4. De termijn, zoals genoemd in het vorige lid, kan eenmaal voor ten hoogste 16 weken worden verdaagd.
5. Indien uit de aard van de subsidie, dan wel de verantwoording daarvan, volgt dat voor de beslissing op de vaststelling van de subsidie een langere termijn nodig is dan de in het derde lid genoemde termijn, dan bericht het college de subsidieontvanger daarvan zo spoedig mogelijk na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling. 6. Bij beleidsregel kunnen categorieën subsidieontvangers worden aangewezen waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft te worden ingediend.
in het accountantsregister een aantekening is geplaatst als bedoeld in artikel 36 tweede lid, onderdeel i, van de Wet op het accountantsberoep, of door een boekhouder of financieel adviseur die is aangesloten bij een erkende beroepsorganisatie, zoals bijvoorbeeld SRA, mits deze beroepsorganisatie voldoet aan de kwaliteitseisen die vergelijkbaar zijn met die van het accountantsregister. 6. Het college kan voor het indienen van de aanvraag tot subsidievaststelling bij subsidieregeling of in de beschikking tot subsidieverlening, andere termijnen stellen dan genoemd in lid 1, en/of andere gegevens verlangen dan genoemd in het tweede tot en met het vierde lid om aan te tonen dat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, op welke wijze de subsidie is besteed en dat voldaan is aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. 7. Bij subsidieregeling kunnen categorieën subsidieontvangers worden aangewezen waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft te worden ingediend. Nieuwe tekst artikel 16 lid 2, 3, 4 en 5 2. Subsidies tot en met € 25.000,-, worden door het college direct vastgesteld, …... 3.
Subsidies hoger dan € 25.000,-, worden door het college vastgesteld binnen 12 weken na de ontvangst van een volledige aanvraag tot subsidievaststelling, tenzij door het college, hetzij bij subsidieregeling, hetzij in de beschikking tot subsidieverlening, anders is bepaald. 4. Indien uit de aard van de subsidie of de verantwoording daarover volgt dat voor de beslissing op de vaststelling van de subsidie een langere termijn nodig is dan de in het vorige lid genoemde termijn, dan kan deze termijn eenmaal voor ten hoogste 8 weken worden opgeschort. Wordt de termijn aldus opgeschort, dan bericht het college de subsidieontvanger daarvan zo spoedig mogelijk na ontvangst van de aanvraag. - vervallen, opgenomen in lid 4.
Verplaatst naar artikel 15 lid 6.
7. Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip, bedoeld in artikel 15, eerste lid, is ingediend, kan het college de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Wordt de aanvraag niet binnen deze termijn ingediend dan kan het college overgaan tot ambtshalve vaststelling. Huidige tekst artikel 17 lid 1c 1b. de verstrekte subsidie meer bedraagt dan € 10.000,--. 1c. aan de subsidieontvanger voor drie of meer achtereenvolgende jaren subsidie is verleend voor dezelfde of in hoofdzaak dezelfde activiteiten;
- vervallen.
Huidige tekst artikel 19 lid 1 1.Indien bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt gemaakt van uurtarieven, dienen deze tarieven door de subsidieaanvrager te worden berekend met gebruikmaking van een bij beleidsregel voorgeschreven standaardberekeningswijze
Nieuwe tekst artikel 19 lid 1 1.Het college kan bij nadere regeling een standaardberekeningswijze vastleggen die gevolgd moet worden voor de berekening van uurtarieven indien bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt gemaakt van uurtarieven.
Artikel 20, wordt artikel 22 Geen oude tekst
Nieuwe tekst artikel 20 1.Verrekenbare BTW op grond van de Wet op de Omzetbelasting 1968 vormt geen kostenpost en compensabele BTW op grond van de Wet op het BTWcompensatiefonds 2003 vormt geen budgettaire last, en zijn derhalve niet subsidiabel. 2.Verstrekte subsidies zijn inclusief eventuele niet verrekenbare BTW. Nieuwe tekst artikel 21 Er hoeft geen evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4:24 Awb te worden gepubliceerd tenzij het college anders bepaald.
Artikel 21, wordt artikel 23 Geen oude tekst
Nieuwe tekst artikel 17 lid 1b, c, d en e 1.b de verstrekte subsidie hoger is dan € 25.000,-; en 1c. aan de subsidieontvanger voor drie of meer achtereenvolgende jaren subsidie is verleend of voor meerdere jaren subsidie wordt verleend voor dezelfde of in hoofdzaak dezelfde activiteiten; In lid d, en e is ‘algemene reserve’ komen te vervallen, alleen bestemmingsreserves zijn toegestaan..
Huidige tekst artikel 20 1. Als een bij of krachtens deze verordening gestelde termijn voor een subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de daarmee te dienen belangen, kan het college een andere termijn vaststellen. 3. Toepassing van het vorige leden wordt gemotiveerd in het besluit en hiervan wordt periodiek verslag gedaan aan de raad.
Nieuwe tekst artikel 22 1. Het college kan de bepalingen gesteld bij of krachtens deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken, als daaraan vasthouden voor een subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de daarmee te dienen belangen.
Huidige tekst artikel 21
Nieuwe tekst artikel 23
3. vervallen
1. De “Algemene subsidieverordening gemeente Emmen 2013” wordt ingetrokken. 2. Deze verordening treedt een dag na bekendmaking in werking. 3. Op aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor deze datum zijn de bepalingen van de “Algemene subsidieverordening gemeente Emmen 2013” van toepassing. 4. Deze verordening wordt aangehaald als: “Algemene subsidieverordening gemeente Emmen 2017”.
1.Deze verordening treedt een dag na bekendmaking in werking onder gelijktijdige intrekking van de “Algemene subsidieverordening gemeente Emmen 2017”. 2.Op aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening waarop nog niet is beslist en op subsidies die zijn verstrekt voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening is de “Algemene subsidieverordening gemeente Emmen 2017” van toepassing.
n.v.t.
Nieuwe tekst artikel 24 Deze verordening wordt aangehaald als: “Algemene subsidieverordening gemeente Emmen 2026”.
Toelichting Artikel 1. Definities In artikel 1 zijn enkel begrippen aangepast in verband met verduidelijking voor de Europese regelgeving. Verder zijn ter verduidelijking de volgende begrippen toegevoegd bestemmingsreserve, raad en subsidieplafond. Artikel 2. Reikwijdte In artikel 2 is de indeling aangepast aan de namen van de programma’s in de begroting. Artikel 3. e.v. Bevoegdheid college In de artikelen 3, 4, 6 ,7, 8 ,10 , 12, 15 en 16, is de term beleidsregels vervangen door subsidieregeling. Dit is een betere juridische benaming. Artikel 5. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud Op grond van artikel 5 lid 1, kan de raad nu ook een subsidieplafond instellen. Dit kan dan gelijk bij het vaststellen van de begroting plaatsvinden. Het voordeel is dat er na de vaststelling van de begroting, geen apart collegevoorstel hoeft te komen voor het instellen van een
subsidieplafond. Overigens blijft het college ook bevoegd om een subsidieplafond in te stellen. Dit zal vooral het geval zijn als het college bijvoorbeeld in het lopende jaar. een nieuwe subsidieregeling vaststelt. Artikel 6. Aanvraag Ter verduidelijking is in dit artikel opgenomen dat een aanvraag ook digitaal kan worden ingediend als deze weg opengesteld is (lid 1. Dit gebeurt nu ook al. Dit geldt ook voor de aanvragen om de subsidie vast te stellen, artikel 15, lid 2. Verder is in lid 3 opgenomen dat ondernemingen die voor het eerst een aanvraag indienen, een bewijs van de KvK moeten inleveren dat niet ouder is dan 3 maanden. Hierdoor kan beter gecontroleerd worden of degene die de aanvraag indient namens onderneming ook hiervoor bevoegd is. Artikel 7. Aanvraagtermijn Aanvragen voor subsidies die niet per kalenderjaar worden verstrekt, moeten uiterlijk 12 weken voordat men met de activiteit wil beginnen, zijn ontvangen, artikel 7 lid 2. Dit was 16 weken, maar in de praktijk is gebleken dat vooral bij incidentele subsidies deze termijn vrij lang was en niet praktisch voor degene die de subsidie aanvraagt. Veel aanvragen werden te laat ontvangen. De termijn voor het afhandelen van deze aanvragen is daarom verkort naar 12 weken, (lid 2 van artikel 8.
Om misverstanden te voorkomen of een aanvraag tijdig is ingediend, moeten de aanvragen tijdig door het college zijn ontvangen, in plaats van ingediend, lid 1 en 2. Dit sluit onder meer aan bij de bepalingen voor het tijdig indienen van een bezwaarschriften in de Awb. In het vierde lid van artikel 7 is opgenomen dat aanvragen die worden ingediend na het verstrijken van de aanvraagtermijn, kunnen worden afgewezen. Het is van belang dat degene die subsidie aanvraagt dit tijdig doet. Dit geeft het college ook de tijd om de aanvragen binnen een redelijke termijn te kunnen beoordelen voordat al met de activiteiten wordt begonnen. Artikel 8. Beslistermijn De beslistermijn voor subsidies die niet per kalenderjaar worden verstrekt, is verkort van 16 naar 12 weken, lid 2. Dit sluit aan bij de gewijzigde termijn voor het indienen van een aanvraag. Verder is een maximale termijn opgenomen voor het opschorten van besluitvorming. Dit geeft meer duidelijkheid voor de aanvrager. In lid 1 is ter verduidelijking opgenomen dat de daar genoemde uiterste beslistermijn alleen geldt als de beslistermijn niet is opgeschort of dat de aanvrager nog is gevraagd aanvullende gegevens in te dienen. Artikel 9.Weigeringsgronden De bepalingen onder e en f van lid 3 , zijn komen te vervallen.
Onder e was opgenomen dat de subsidie kon worden geweigerd als het salaris van subsidieontvangers boven de WNT norm uitkwam. Gelet op uitspraken van de afdeling rechtspraak van de Raad van State is een dergelijke bepaling onverbindend. Onder f was opgenomen dat de subsidie kon worden geweigerd als niet wordt voldaan aan de wettelijke regels die gelden voor de subsidieverlening. Dit is op zich al logisch en voegt niets toe. Artikel 11. Betaling Nu is het ook mogelijk dat subsidies hoger dan € 25.000,- die niet aan rechtspersonen en niet per kalenderjaar worden verstrekt, ineens worden betaald (lid 3. Dit sluit aan bij de ophoging van de grens genoemd in artikel 14. Dit scheelt zowel voor de ontvanger als voor het
college administratieve handelingen. Het zal voornamelijk om incidentele subsidies gaan. In lid 4 is ter verduidelijking toegevoegd dat het college bij subsidieregeling of bij de beschikking tot verlening van de subsidie afwijkende betaaltermijnen vast te stellen. Dit biedt de mogelijkheid om in voorkomende gevallen maatwerk te leveren. Artikel 12. Verplichtingen subsidieontvanger In lid 1 is de logische voorwaarde opgenomen dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, worden verricht binnen de termijn die in de verleningsbeschikking is opgenomen. Door de aanpassing in artikel 12 tweede lid, kan nu bij alle subsidies die hoger zijn dan € 25.000,- de verplichting worden opgelegd dat er tussentijds verantwoording kan worden afgelegd en niet alleen bij subsidies voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen. De hoogte van het bedrag aan subsidie rechtvaardigt het opleggen van een dergelijke verplichting. Nieuw in het zesde lid van artikel 12, is dat de subsidieontvanger bij een afwijking van 10% of meer een verzoek tot wijziging moet indienen. Hierdoor kan de subsidie tijdig worden aangepast en voorkomt mogelijke terugvorderingen bij de vaststelling van de subsidie.
Artikel 14 Verantwoording subsidies tot en met € 25.000,Om de administratieve lasten te verlichten, zowel voor de aanvrager als voor de gemeente, is het bedrag waarover geen verantwoording hoeft te worden afgelegd, verhoogd naar € 25.000,-. Dit was € 10.000,-. Als er gekeken wordt naar het financiële risico dat wordt gelopen als dit bedrag wordt verhoogd, is dit minimaal. Voor het ophogen van de grens is gekeken naar de verleende subsidies over het jaar 2023. Ondanks dat verreweg de meeste subsidies tot dit bedrag verleend worden, was in het jaar 2023 het financiële aandeel van deze subsidies in het totaal bedrag van verleende subsidies slechts 7%. Het financiële aandeel van de subsidies tot € 10.000,- is 4% van het totaal. Het risico om in deze gevallen geen andere eisen aan de verantwoording te stellen is dus gering. Bovendien kunnen in de beschikking in voorkomende gevallen, nadere eisen worden gesteld. Door steekproeven kan daarnaast gekeken worden in hoeverre de subsidie in deze gevallen rechtmatig is besteed. Artikel 15. Aanvraag tot vaststelling en verantwoording subsidies hoger dan € 25.000,Als subsidie is verleend voor een hoger bedrag dan € 25.000,-, moet er een aanvraag tot vaststelling worden ingediend. Dit was € 10.000,-, maar door de aanpassing in artikel 14, moet dit ook in dit artikel.
In lid 1 is toegevoegd dat de aanvraag ook digitaal kan worden ingediend, als deze weg is opengesteld. De termijn voor het indienen van deze aanvraag is hetzelfde gebleven. Ter verduidelijking is opgenomen dat de aanvraag op de genoemde datum moet zijn ontvangen i.p.v. moet zijn ingediend. Dit is overeenkomstig de omschrijving in artikel 7 voor het indienen van een aanvraag voor subsidie. In de huidige verordening is opgenomen dat bij de aanvraag tot vaststelling van subsidies hoger dan € 75.000,- een controleverklaring die is opgesteld door een onafhankelijk accountant moet worden ingediend. In de praktijk is gebleken dat dit voor organisaties niet altijd effectief is omdat dit veel kosten met zich meebrengt, waarvoor dan ook weer subsidie is verleend. Daarnaast is het soms niet mogelijk en heeft het niet altijd een meerwaarde. Om hieraan tegemoet te komen is gekeken wat reëel is en welk financieel risico wordt gelopen als kan worden volstaan met een ‘lichtere’ verklaring. Bij verleende subsidies hoger dan € 25.000,- tot en met € 200.000,-, kan worden volstaan met een beoordelingsof samenstellingsverklaring. Het is aan het college om te beoordelen welke verklaring gevraagd wordt en dit moet natuurlijk zijn afgestemd op de hoogte van het bedrag en de aanvrager. Voor subsidies hoger dan € 200.000,- wordt een controleverklaring gevraagd.
NB de mate van zekerheid over de rechtmatige besteding van de subsidie is bij een controleverklaring het hoogst, deze verklaring heeft ook de
hoogste kosten. Bij een samenstellingsverklaring is dit het minst, maar zijn de kosten lager. Als wordt volstaan met een ‘lagere’ verklaring, moet bij de beoordeling van de vaststelling goed naar de financiële onderbouwing worden gekeken. Voor het vaststellen van de bedragen is gekeken naar de verleende subsidies over het jaar 2023. Hieruit blijkt dat het aandeel van verleende subsidies tussen € 25.000,-- en € 200.000,--, 17% is van het totale bedrag aan verleende subsidies. Boven de € 200.000,- is dit aandeel 76% . Als er tot een bedrag van € 200.000,- wordt volstaan met een lichtere verklaring wordt het mogelijke financieel risico dat subsidie niet rechtmatig is besteed iets hoger, maar is aanvaardbaar gelet op het aandeel in het totale bedrag aan verleende subsidies. Bovendien kan altijd om meer informatie worden gevraagd als er twijfels zijn over de bij vaststelling ingeleverde onderbouwing. Daarnaast moet altijd een inhoudelijk verslag en een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten worden ingediend. Het is mogelijk dat een subsidieontvanger meerdere subsidies ontvangt van de gemeente. Daarom is toegevoegd is dat deze bedragen bij elkaar opgeteld worden om te bepalen welke verklaring vereist is.
Dit is redelijk omdat anders bij een groot bedrag aan totaal verstrekte kleinere subsidies aan 1 subsidieontvanger het niet mogelijk was de verklaring te vragen. Er kan in deze gevallen worden volstaan met het inleveren van 1 verklaring voor alle ontvangen subsidies. Hiermee wordt ook voorkomen dat subsidieontvanger meerdere verklaringen moet indienen. De afzonderlijke subsidies dienen herkenbaar te worden opgenomen in de verantwoording. In lid 4 is opgenomen wie de verklaringen mogen opstellen en aan welke eisen zij moeten voldoen. In sommige gevallen is het denkbaar dat het, gelet op de kosten en organisatie waaraan subsidie is verleend, niet redelijk is om een controle verklaring van de accountant te vragen. In het zesde lid is daarom bepaald dat het college andere informatie of een minder ‘zware’ accountantsverklaring kan vragen waardoor toch komt vast te staan dat de verleende subsidie op de juiste wijze is gebruikt. Artikel 16. Subsidievaststelling In dit artikel zijn de bedragen aangepast van € 10.000,-, naar € 25.000,- en daarmee in lijn met artikel 14. Verder is de beslistermijn verkort van 16 naar 12 weken en de verdagingstermijn om te beslissen verkort van 16 naar 8 weken. Het vierde en vijfde lid zijn samengevoegd in lid 4, lid 6, is verplaatst naar artikel 15 omdat dit artikel handelt over de aanvraag voor de subsidievaststelling.
Lid 7 is komen te vervallen omdat de hierin opgenomen mogelijkheid al geregeld is in de Awb, artikel 4:44 lid 3 en 4. Artikel 17. Vorming reserves Om de reserves beter te labelen wordt er alleen maar gesproken over bestemmingsreserves. Artikel 19. Berekening van uurtarieven, uniforme kostenbegrippen. Het kan voorkomen dat bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruikt wordt gemaakt van uurtarieven. In de huidige verordening is opgenomen dat het college hiervoor in een beleidsregel een voorgeschreven berekeningswijze vaststelt. Omdat dit tot op heden niet is gebeurd en ook niet is gemist, krijgt het college de bevoegdheid om, indien noodzakelijk, de standaardberekeningswijze in een nadere regeling vast te kunnen leggen.
Artikel 20. BTW Artikel 2o is nieuw en is opgenomen ter verduidelijking en om misverstanden te voorkomen dat er geen aparte subsidie wordt verleend voor (nog) verschuldigde BTW. Dit is van belang om vooraf te weten. In een enkel geval blijkt na afloop van de activiteiten dat de subsidieontvanger BTW verschuldigd is over diverse kosten. Met die BTW-kosten is dan bij de subsidieverlening geen rekening gehouden. Verzoeken om de BTW-kosten alsnog te compenseren met een subsidie, worden afgewezen. Subsidiebedragen zijn inclusief eventueel verschuldigde BTW, tenzij deze BTW te verrekenen is. Artikel 21. Evaluatieverslag In artikel 4:24 Awb, is bepaald dat om de 5 jaar een evaluatieverslag moet worden gepubliceerd over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie in de praktijk. Hier kan van afgeweken worden als dit bij wettelijk voorschrift (verordening) bepaald. Met dit artikel wordt het aan het college overgelaten of, en hoe vaak een dergelijk verslag wordt gepubliceerd. Overigens wordt door het college jaarlijks een overzicht van de verstrekte subsidies opgemaakt (subsidieregister. Daarnaast wordt aan de subsidieontvanger al de verplichting opgelegd om bij de aanvraag tot subsidievaststelling een inhoudelijk verslag met betrekking tot de verleende subsidie in te leveren zodat ook beoordeeld kan worden in hoeverre de verleende subsidie effectief is besteed. Artikel 22.
Hardheidsclausule De hardheidsclausule is in die zin aangepast dat er niet meer specifiek wordt bepaald dat deze clausule kan worden toegepast als een termijn wordt overschreden. Dit is nu feitelijk geregeld in artikel 7 lid 4, waarin staat dat het college te laat ingediende aanvragen kan weigeren. Dit betekent dat een afweging moet worden gemaakt of het redelijk is te laat ingediende aanvraag per definitie af te wijzen. Gelet op de huidige jurisprudentie in het bestuursrecht speelt het evenredigheidsbeginsel en het afwegen van de belangen een steeds grotere rol. Dit betekent dat altijd gekeken moet worden of strikt uitvoeren van de regel in het betreffende gevel redelijk is. De hier gekozen formulering van de hardheidsclausule sluit hier meer op aan. Artikel 23. Inwerkingtreding en overgangsbepaling De bepalingen over de inwerkingtreding en het overgangsrecht, spreken voor zich.