CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Toelichting Buitengebied Weerdinge, trafo- en schakelstation Emmen Weerdinge

Commissie Wonen en Ruimte 11 april 2024, gemeente EmmenBij agendapunt: Bestemmingsplan Buitengebied Weerdinge, trafo- en schakelstation Emmen Weerdinge14.866 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

gemaakt in het deel van het plangebied waar verwacht werd dat de bodem verstoord zou zijn door de boomwortels, bebouwing en kabels en leidingen.

Figuur 4.4 Verstoringen in het plangebied verwacht op basis van het bureauonderzoek

Op basis van het bureauonderzoek is de middelhoge tot archeologische verwachting voor het plangebied nader gespecificeerd. Er geld een middelhoge verwachting geld voor de periode Paleolithicum-Vroeg Neolithicum, een hoge archeologische verwachting voor de periode Midden Neolithicum -Romeinse Tijd en een middelhoge verwachting voor resten uit de periode Middeleeuwen-Nieuwe Tijd. Op basis van deze archeologische verwachting is binnen het plangebied een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd (met doorstart naar de karterende fase) om de bodemopbouw binnen het plangebied in kaart te brengen en om vast te stellen of er sprake is van één of meerdere vindplaatsen. Uit het booronderzoek is gebleken dat de bodem in deelgebied 1 en 2 ten dele intact is en dat deelgebied 3 verstoord tot in het dekzand. Ook is het gebied tussen deelgebied 2 en het 110kv-station compleet verstoord. Er zijn geen aanwijzingen voor een vindplaats binnen het plangebied aangetroffen in de vorm van archeologische indicatoren als aardewerk en houtskool. De verwachtte archeologische vindplaatsen worden gekenmerkt door grondsporen die niet eenvoudig door middel van een booronderzoek zijn op te sporen. Gezien de ten dele intacte bodem wordt geadviseerd om de geplande en toekomstige werkzaamheden archeologisch te begeleiden voor zover deze van toepassing zijn op deelgebied 1 en 2.

Het overige deel van het plangebied is verstoord, voor dit deel van het plangebied wordt vrijgave geadviseerd.

28 lstation Emmen Weerdinge" (vastgesteld)

bestemmingsplan "Buitengebied Weerdinge, trafo- en schake

Figuur 4.5 Boorlocaties veldonderzoek archeologie

Overige cultuurhistorie Monumenten Beschermde monumenten worden gekenmerkt door een samenhangend en gaaf geheel van architectonische stijlkenmerken. Een monument kan representatief zijn voor een bepaalde bouwstijl, maar kan ook een rijke bouwgeschiedenis hebben met verwijzingen naar verschillende bouwstijlen. Voor zover de bouwgeschiedenis niet duidelijk afleesbaar is, kan zij door bouwhistorisch onderzoek aan het licht komen. Monumenten worden in hoge mate gewaardeerd om hun architectuurhistorische kwaliteit, waardoor zij belangrijk bijdragen aan de kwaliteit en de identiteit van hun omgeving. Een bouwplan voor een monument wordt getoetst aan het monumentenbeleid. Richtinggevend is hiervoor de redengevende omschrijving van het monument. Naast de toetsing aan het monumentenbeleid dat gericht is op het behouden van de historische kenmerken van het monument wordt het bouwplan voor wat betreft de welstandsaspecten getoetst aan de onderstaande criteria: toevoegingen aan, op of bij monumenten worden op herkenbare wijze vormgegeven. Hierbij vormen de historische stijlkenmerken van het monument de inspiratiebron; er is aandacht voor zorgvuldige detaillering en materiaalkeuze. Het plangebied kent geen monumenten.

Overige cultuurhistorie Afgezien van landschappelijke historie en structuren kent het plangebied en omgeving geen verdere specifieke cultuurhistorische waarden waar rekening mee gehouden dient te worden.

bestemmingsplan "Buitengebied Weerdinge, trafo- en schakelstation Emmen Weerdinge" (vastgesteld) 29

4.4.3

Conclusie

Op grond van de resultaten van het onderzoek is archeologisch vervolgonderzoek voor de ontwikkelingen mogelijk nodig, afhankelijk van onder andere de exacte graaflocatie, het te graven oppervlak en de graafdieptes mogelijk nodig. Het opnemen/handhaven van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' wordt wel noodzakelijk geacht omdat het plangebied niet is uitputtend is onderzocht en vrijgegeven voor archeologie. Er zijn geen verdere cultuurhistorische waarden aanwezig. Vanuit het aspect archeologie en monumenten is er sprake van een goede ruimtelijke ordening, mits waar nodig vervolgonderzoek voor archeologie of graafwerkzaamheden met archeologische begeleiding worden uitgevoerd. Hiertoe zal de vergunningsplicht / dubbelbestemming voor 'Waarde – Archeologie' worden gehandhaafd.

4.5

(Externe) veiligheid

4.5.1

Toetsingskader

Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) is bedoeld om mensen in de buurt van een bedrijf met gevaarlijke stoffen, of een gevaarlijke inrichting, te beschermen. Bij een omgevingsvergunning milieu of een ruimtelijk besluit rond zo'n bedrijf moet het bevoegd gezag rekening houden met veiligheidsafstanden ter bescherming van individuen (plaatsgebonden risico) en groepen personen (groepsrisico). In de Beleidsnota externe veiligheid heeft de gemeente Emmen gekozen voor een gebiedsgerichte benadering voor de vestiging van risicovolle activiteiten. Tevens is in het beleid een afwegingskader bij concrete ruimtelijke beslissingen en voor de inzet van bestuurlijke uitvoeringsinstrumenten om de kwetsbaarheid van een object of activiteit die niet rechtstreeks onder de begripsbepaling van het Bevi valt bepaald te beoordelen. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan is rekening gehouden met deze nota externe veiligheid. Vanuit de Veiligheidsregio Drenthe en RUD Drenthe is richting gegeven aan het beoogde veiligheidsniveau van de gebouwen in en rondom het plangebied van het bestemmingsplan . Hierbij is getoetst aan bestaande regelgeving en normen voor (externe) veiligheid, bereikbaarheid, bluswatervoorziening, repressieve dekking en alarmsystemen welke onderdeel zijn van de veiligheidsketen.

4.5.2

Onderzoek

Voor een transformatorstation zijn er geen effecten vanuit fysieke veiligheid waaraan getoetst moet worden. Er is geen sprake van een Bevi activiteit of inrichting, een transformatorstation is daarnaast ook geen kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object. Verder onderzoek is dan ook niet nodig. Voor wat betreft bereikbaarheid, bluswatervoorziening, repressieve dekking en alarmsystemen et cetera, wordt de uitbreiding opgenomen binnen de voorzieningen die al voor het terein zijn geregeld.

4.5.3

Conclusie

Vanuit het aspect (externe) veiligheid is er sprake van een goede ruimtelijke ordening.

4.6

Waterhuishouding

Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding.

30 lstation Emmen Weerdinge" (vastgesteld)

bestemmingsplan "Buitengebied Weerdinge, trafo- en schake

4.6.1

Toetsingskader

Waterbeleid De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een stroomgebied worden kwaliteitsdoelen gesteld die in 2015 moeten worden bereikt. Ruimtelijk relevant rijksbeleid is verwoord in de Nota Ruimte en het Nationaal Waterplan (inclusief de stroomgebiedbeheerplannen). Op provinciaal niveau zijn de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening richtinggevend voor ruimtelijke plannen. Het Waterschap Vechtstromen heeft de beleidskaders van rijk en provincie nader uitgewerkt in het Waterbeheerplan 2022-2027. De belangrijkste ruimtelijk relevante thema's zijn waterveiligheid, klimaatbestendigheid omgeving en ruimte voor waterberging. Daarnaast is de Keur van Waterschap Vechtstromen een belangrijk regelstellend instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. Op gemeentelijk niveau zijn het in overleg met Waterschap Vechtstromen opgestelde gemeentelijk Waterplan en het gemeentelijk Rioleringsplan van belang bij het afwegen van waterbelangen in ruimtelijke plannen.

Watersysteem In het waterbeheer van de 21e eeuw worden duurzame, veerkrachtige watersystemen nagestreefd. Dit betekent concreet dat droge perioden worden doorstaan zonder droogteschade, vissterfte en stank, en dat in natte perioden geen overlast optreedt door hoge grondwaterstanden of inundaties vanuit oppervlaktewateren. Problemen worden niet afgewenteld op andere gebieden of latere generaties. Het principe "eerst vasthouden, dan bergen, dan pas afvoeren" is hierbij leidend. Rijk, provincies en gemeenten hebben in het Nationaal Bestuursakkoord Water doelen vastgelegd voor het op orde brengen van het watersysteem.

Afvalwaterketen Het zoveel mogelijk scheiden van vuil en schoon water is belangrijk voor het bereiken van een goede waterkwaliteit. Door te voorkomen dat grote hoeveelheden relatief schoon hemelwater door rioolstelsels worden afgevoerd, neemt het aantal overstorten van verontreinigd rioolwater op oppervlaktewater af en neemt de doelmatigheid van de rioolwaterzuivering toe. Hierdoor verbetert zowel de kwaliteit van oppervlaktewateren waarop overstorten plaatsvinden als de kwaliteit van het effluent ontvangende oppervlaktewater. Indien het schone hemelwater door middel van infiltratie in het gebied wordt vastgehouden alvorens het wordt afgevoerd naar oppervlaktewater, draagt dit bovendien bij aan de duurzaamheid van het watersysteem. Vandaar dat het principe "eerst schoonhouden, dan scheiden, dan pas zuiveren" een belangrijk uitgangspunt is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Als het hemelwater niet wordt aangekoppeld of wordt afgekoppeld van het bestaande rioolstelsel is oppervlakkige afvoer en infiltreren in de bodem uitgangspunt. Als infiltratie in de bodem niet mogelijk is, is lozing op het oppervlaktewater via een bodempassage gewenst.

Watertoets Een belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets, die sinds 1 november 2003 wettelijk is verankerd. De verplichte watertoets is geregeld in de artikelen 3.1.1 en 3.16 van het Besluit ruimtelijke ordening. Ruimtelijke plannen moeten worden afgestemd met onder andere de waterschappen. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen

bestemmingsplan "Buitengebied Weerdinge, trafo- en schakelstation Emmen Weerdinge" (vastgesteld) 31

betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). Het plangebied ligt in het beheersgebied van waterschap Vechtstromen. Hiervoor moet bij het waterschap Vechtstromen het proces van de watertoets worden doorlopen. Bij het watertoetsproces gaat het om het hele proces van vroegtijdig meedenken, informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Waterschap Vechtstromen beoordeelt wat de invloed van het plan op de waterhuishouding is en geeft een wateradvies.

4.6.2

Onderzoek

Oppervlaktesysteem Binnen het plangebied en in de directe omgeving zijn geen oppervlaktewater en kunstwerken aanwezig, volgens de legger van het waterschap Vechtstromen7, die beïnvloed kunnen worden door het plan.

Oppervlaktewaterkwaliteit Nieuwe ontwikkelingen mogen geen verslechtering van de oppervlaktewaterkwaliteit tot gevolg hebben. Doordat er gebruikt wordt gemaakt van niet-logende bouwmaterialen wordt uitspoelen van stoffen voorkomen. Uitspoelen van stoffen, en daarna veranderingen van de oppervlaktewaterkwaliteit, wordt daarmee uitgesloten. Lozingen van hemelwater via bodembeschermende voorzieningen (de olie-opvangputten onder de transformatoren) zal gebeuren via een door het waterschap goedgekeurd olie-waterscheidingssysteem.

Grondwatersysteem Het grondwatersysteem wordt beïnvloed wanneer realisatie van bebouwing zorgt voor obstructie van de grondwaterstroming (fundering) of een tijdelijke verlaging van het grondwater tijdens aanleg van de fundatie. Afhankelijk van de uiteindelijke positionering en bijbehorende fundering dient bekeken te worden of er sprake is van tijdelijke grondwateronttrekking tijdens de bouw. Voor de (tijdelijke) bemalingen en grondwateronttrekking (mits voldaan wordt aan randvoorwaarden) geldt een meldingsplicht op basis van algemene regels van de Keur.

Hemelwaterafvoer Door het plaatsen van de bebouwing wordt verhard oppervlak gecreëerd. Hemelwater dat op dit verharde oppervlak valt, mag niet versneld worden afgevoerd richting oppervlaktewater. Het waterschap hanteert voor het omgaan met hemelwater de trits 'vasthouden – bergen – afvoeren'. Met elke fase de uitbreiding van het transformatorstation wordt er telkens beperkt verharding toegevoegd met het plaatsen van een gebouw en een trafo. Er dient rekening mee gehouden te worden dat er voldoende onverhard oppervlak overblijft om hemelwater ter plaatse te infiltreren in de bodem. De gemeente Emmen zamelt al het stedelijk afvalwater in dat vrijkomt binnen het grondgebied van de gemeente en transporteert het naar de rioolwaterzuivering. Uitgangspunt in het gemeentelijk beleid voor de waterhuishouding is dat in bestaand stedelijk gebied hemelwater zo min mogelijk wordt afgevoerd via de riolering. Dit kan in beginsel door hergebruik, het toepassen van groene daken en/of halfverharding. Bij een toename van verhard oppervlak komt meer hemelwater versneld tot afvoer, hierop is het oppervlaktewatersysteem niet berekend. Het extra afstromend hemelwater moet op eigen terrein worden verwerkt. Indien dit aantoonbaar niet mogelijk is, mag het hemelwater vertraagd worden afgevoerd naar een aanwezige greppel, oppervlaktewater of ander afwateringssysteem in de nabije omgeving.

Hiervoor is het nodig het hemelwater tijdelijk op eigen terrein te bergen, zodat het vertraagt kan worden afgevoerd 32 lstation Emmen Weerdinge" (vastgesteld)

bestemmingsplan "Buitengebied Weerdinge, trafo- en schake

naar voorzieningen in de openbare ruimte. De tijdelijke bergingsopgave bedraagt in het bestaand stedelijk gebied 20 millimeter, oftewel 20 liter per vierkante meter verhard oppervlak. Vervuiling van hemelwater dient zoveel mogelijk voorkomen te worden door geen uitlogende bouwmaterialen te gebruiken. Onderliggend plan betreft het toevoegen van nieuwe verharding van een gebouw, trafo en bijbehorende terreinverharding op van circa700 m2 op een terrein van circa 15000 m2. Hemelwater dat op de gebouwen terecht komt wordt een hemelwaterafvoeren van het dak naar de grond gebracht. Het water in de lekbakken onder de trafo's zal via een olie-waterafscheider op het oppervlaktewater of in de grond worden geloosd. Het grootste deel van het perceel blijft onverhard waardoor er voldoende ruimte is voor hemelwater om ter plaatse te infiltreren in de bodem.

Riolering Naast het inzamelen en afvoeren van afvalwater heeft het rioolstelsel een belangrijke functie in de afwatering van de verharde oppervlakken in het plangebied. In een gemengd rioolstelsel worden afvalwater en regenwater 'gemengd' en vervolgens gezamenlijk afgevoerd naar de rioolwaterzuivering. Tijdens perioden met meer neerslag kan het voorkomen dat de rioolberging geheel gevuld raakt en zal rioolwater via de riooloverstorten naar het oppervlaktewater stromen. Een gescheiden rioolstelsel houdt afvalwater en regenwater gescheiden. Afvalwater wordt afgevoerd naar de rioolwaterzuivering, regenwater wordt rechtstreeks op het oppervlaktewater geloosd. Al het af te voeren water betreft hemelwater. Dit zal niet op een riool worden geloosd, maar op het oppervlaktewater en/of in de bodem. Waterbeheer, (grond) waterkwantiteit - en kwaliteit Het plangebied maakt geen deel uit van een door de provincie aangewezen grondwaterbeschermingsgebied. Er zijn daarom geen beperkende eisen aan het grondgebruik gesteld. Het gebied grenst echter wel aan een gebied met een natuurdoelstelling (EHS, Emmerdennen). Het is daarom belangrijk dat voorzichtig omgegaan wordt met het in de bodem infiltreren van regenwater. Het is daarom beter om regenwater van mogelijk minder schone terreinen niet rechtstreeks in de bodem te infiltreren. Een wadi-achtige voorziening kan een oplossing zijn.

Het moet voorkomen worden dat er tijdens perioden van neerslag overlast, schade of gevaar ontstaat. Bij nieuwe ontwikkelingen zal dan ook goed moeten worden nagedacht over hoe er moet worden omgegaan met afvoer en berging van regenwater.

Watertoets In het kader van de watertoets is deze ontwikkeling op 23 augustus 2023 aangemeld bij het waterschap Vechtstromen, via de digitale watertoets www.dewatertoets.nl.Zie bijlage 6.

Wateradvies waterschap De gemeente Emmen heeft het waterschap tijdig ingelicht over de planvorming. Hierdoor heeft het waterschap de gemeente goed op de hoogte kunnen stellen van de waterhuishoudkundige aspecten binnen het plan. Er wordt rekening gehouden met bestaande wetten en regels op het gebied van de waterhuishouding. Indien verder volgens de Waterwet werkzaamheden vergunningplichting zijn, dan dient er bij het waterschap een watervergunning aangevraagd te worden. Gebieden die kansrijk zijn voor infiltratie van hemelwater, zoals parkeerplaatsen en groenvoorzieningen, mede bestemd voor waterhuishoudkundige voorzieningen. Daarnaast wordt het bestaande oppervlaktewater specifiek bestemd als water.

bestemmingsplan "Buitengebied Weerdinge, trafo- en schakelstation Emmen Weerdinge" (vastgesteld) 33

4.6.3

Conclusie

Vanuit het aspect water is er sprake van een goede ruimtelijke ordening.

4.7

Elektrische en magnetische velden

4.7.1

Toetsingskader

Elektrische, magnetische en elektromagnetische velden komen overal voor. Bekende natuurlijke vormen zijn UV-straling (zon), infrarode straling (warme voorwerpen) en zichtbaar licht. Elektromagnetische velden (EMV) zijn ook aanwezig bij bijvoorbeeld huishoudelijke elektrische apparaten, zoals de magnetron en de stofzuiger, en bij het transport van elektriciteit over lange afstanden (via hoogspanningsverbindingen). De sterkte van deze velden neemt sterk af wanneer de afstand tot de bron groter wordt. Ook rondom een transformatorstation kunnen magnetische velden voorkomen, de veldsterkte neemt zeer snel af: bij een afstand van ongeveer 10 meter rond een transformatorstation is het magnetische veld veelal niet meer meetbaar. Het veld blijft dus zo goed als binnen de grenzen van het terrein van het transformatorstation waardoor er ook geen sprake kan zijn van (langdurige) blootstelling aan elektromagnetische straling voor de omgeving.

4.7.2

Onderzoek

De dichtst bijgelegen woning tot de uitbreiding van het transformatorstation is gelegen op een afstand van circa 150 meter. De woningen zijn niet gelegen binnen de magneetveldzone van de transformatoren, die maximaal op zo'n 10 meter van het transformatorstation zijn gelegen. Voor de uitbreiding geldt dat er een nieuw magnetisch veld kan ontstaan buiten de huidige begrenzing van het transformatorstation. Ter plaatse van de uitbreiding zijn geen woningen aanwezig of kunnen mensen verblijven waardoor er ook met de uitbreiding geen sprake kan zijn van (langdurige) blootstelling aan elektromagnetische straling voor de omgeving.

4.7.3

Conclusie

Vanuit het aspect elektromagnetische straling is er sprake van een goede ruimtelijke ordening.

4.8

Bodemkwaliteit

4.8.1

Toetsingskader

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient het bevoegd gezag onderzoek te verrichten naar de bestaande toestand van de bodemkwaliteit en deze te toetsen aan de wenselijke bodemkwaliteit met het oog op de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van het gebied. Uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening is dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming en de daarin toegestane gebruiksvormen. De Wet bodembescherming (Wbb) is erop gericht bodemkwaliteit te waarborgen of te verbeteren indien nodig. De wet schrijft voor dat eenieder die de bodem verontreinigd verplicht is maatregelen te nemen om deze verontreiniging tegen te gaan. Voor de realisatie van het bouwwerk zal grondverzet plaatsvinden, waarbij grond (en mogelijk ook asfalt en onderliggend funderingsmateriaal) wordt ontgraven, hergebruikt, toegepast en/of afgevoerd. Bij dergelijke werkzaamheden is het Besluit bodemkwaliteit (hierna: Bbk)8 van toepassing. Het Bbk bevat algemene regels voor het toepassen van grond (en bouwstoffen) en de kwaliteit van toe te passen grond (en bouwstoffen). 34 lstation Emmen Weerdinge" (vastgesteld)

bestemmingsplan "Buitengebied Weerdinge, trafo- en schake

4.8.2

Onderzoek

Het college van burgemeester en wethouders heeft op 5 maart 2013 de Beleidsregel Bodemkwaliteit vastgesteld. Om de kwaliteit te waarborgen, moet grondverzet worden gemeld bij het landelijke meldpunt. Om het verplaatsen van grond te vereenvoudigen, heeft de gemeente Emmen een aantal kaarten ontwikkeld. Deze bodemkwaliteitskaarten zijn als bijlage in de Nota Bodembeheer opgenomen. Aan de hand van deze kaarten is het mogelijk om zonder voorgaand onderzoek grond te ontgraven en toe te passen. Partijen grond en baggerspecie die niet voldoen aan de bodemkwaliteitskaart en de Nota Bodembeheer van de gemeente Emmen mogen alleen worden toegepast als er sprake is van een nuttige toepassing. Is het werk niet 'nuttig', dan is er sprake van het zich ontdoen van afvalstoffen. Tijdelijke opslag en grootschalige toepassingen van grond en bagger zijn vormen van 'nuttig' gebruik. Tijdelijke uitname zijn werkzaamheden waarbij de grond na korte tijd weer teruggebracht wordt. Een voorbeeld is het graven van een sleuf voor kabels en leidingen. In dat geval hoeft de kwaliteit van de te ontgraven bodem niet onderzocht te worden, tenzij er sprake is van (een verdenking van) bodemverontreiniging. In het Bodemloket is het station aangeduid als 'onderzoek uitvoeren' (oranje arcering) voor een deel van de uitbreiding.

De aanduiding 'onderzoek uitvoeren' houdt in dat er op de locatie een aanvullend oriënterend onderzoek moet worden uitgevoerd naar de aard en ernst van de (mogelijke) verontreiniging. De basis voor dit onderzoek is het 'Protocol Oriënterend Onderzoek' (Sdu, 1993). Voor de uitbreiding van het terrein geldt dat er geen bodeminformatie beschikbaar is maar gezien het huidige gebruik als bos- en landbouwgrond wordt er ook geen verontreiniging verwacht. Figuur 5.1 Uitsnede kaart Bodemloket

4.8.3

Conclusie

Vanuit het aspect bodem is er sprake van een goede ruimtelijke ordening.

bestemmingsplan "Buitengebied Weerdinge, trafo- en schakelstation Emmen Weerdinge" (vastgesteld) 35

4.9

Luchtkwaliteit

4.9.1

Toetsingskader

Op 15 november 2007 is een wettelijk stelsel voor luchtkwaliteitseisen van kracht geworden. De hoofdlijnen van deze regelgeving zijn te vinden in hoofdstuk 5, titel 5.2, van de Wet Milieubeheer. Luchtkwaliteitseisen vormen geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen indien deze voldoet aan één van deze voorwaarden: er geen sprake is van feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde; een project, al dan niet per saldo, niet leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project 'in niet betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging; een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat in werking treedt nadat de EU derogatie (toestemming) heeft verleend. Van een verslechtering van de luchtkwaliteit 'in betekenende mate' is sprake indien zich één van de volgende ontwikkelingen voordoet: woningbouw: minimaal 1.500 woningen netto bij 1 ontsluitende weg of 3.000 woningen bij 2 ontsluitende wegen; infrastructuur: minimaal 3% concentratiebijdrage (verkeerseffecten gecorrigeerd voor minder congestie); kantoorlocaties: minimaal 100.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 1 ontsluitende weg, 200.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 2 ontsluitende wegen. 4.9.2

Onderzoek

Onderhavig plan maakt een ontwikkeling mogelijk dat niet onder één van bovenstaande categorieën onder te brengen is en het is ook geen project dat beschreven staat in het NSL. Geconcludeerd kan worden dat de luchtkwaliteit niet 'in betekenende mate' zal verslechteren. Daarom hoeft niet nader op het aspect luchtkwaliteit te worden ingegaan.

4.9.3

Conclusie

Vanuit het aspect luchtkwaliteit is er sprake van een goede ruimtelijke ordening.

4.10

Landschap

4.10.1 Toetsingskader Het station is gelegen in een omliggend gebied dat het bestemmingsplan "Buitengebied 2011" wordt bestemd als "Agrarisch met waarden - Esdorpenlandschap". Het beleid voor dit landschap is vastgelegd in het document "De Gemeente Emmen in het perspectief van het landschap", januari 2012. Dit document is tevens een bijlage bij het vigerende bestemmingsplan.

4.10.2 Onderzoek Het huidige station is aan drie zijden omringd door bomen en bos. Dit wijzigt na de beoogde aanpassingen van het station niet. Aan de westzijde ontbreekt dergelijke beplanting. Dit ligt tevens in de zichtllijn van de meest dichtbij gelegen woningen aan de Weerdingerstraat. Er zal tijdens de dialoog met de omwonenden (zie paragraaf 6.2.2) gesproken worden over de mogelijkheid tot een verbetering van de landschappelijke inpassing aan deze zijde van het station. 36 lstation Emmen Weerdinge" (vastgesteld)

bestemmingsplan "Buitengebied Weerdinge, trafo- en schake

Daarbij zullen de wensen van de omwonenden worden meegenomen, en ook de technische ruimtelijke en financiële mogelijkheden voor een landschappelijk inpassingsplan.

4.10.3 Conclusie Vanuit het aspect landschap is er sprake van een goede ruimtelijke ordening.

bestemmingsplan "Buitengebied Weerdinge, trafo- en schakelstation Emmen Weerdinge" (vastgesteld) 37

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planbeschrijving

Opzet bestemmingsplan

Het bestemmingsplan bestaat uit de plantoelichting, regels en verbeelding. De regels en de verbeelding vormen het juridisch bindende gedeelte van een bestemmingsplan. De verbeelding en de regels moeten altijd in samenhang worden gebruikt. De plantoelichting is bedoeld om de verbeelding en de regels te verduidelijken en om gemaakte keuzes te verantwoorden aan de hand van ruimtelijk beleid. Het bestemmingsplan "Buitengebied Weerdinge, trafo- en schakelstation Emmen Weerdinge" maakt een uitbreiding van het bestaande transformatorstation mogelijk. Tevens dient het nieuwe bestemmingsplan rechtszeker, eenvoudig te begrijpen, goed toepasbaar en handhaafbaar te zijn voor de gebruiker. Met de indeling van het bestemmingsplan zoals de naamgeving van de bestemmingen, opbouw van de regels en de weergave van op de verbeelding wordt aangesloten op landelijk geldende standaarden, onder meer Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (IMRO2012) en de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012).

5.2

Artikelsgewijze toelichting

5.2.1

Bestaande situatie

In de regels wordt veelvuldig verwezen naar de "bestaande situatie". Hierbij wordt bedoeld het gebruik dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig is en/of de bebouwing die op dat tijdstip aanwezig of in uitvoering is dan wel kan worden gebouwd krachtens een vergunning. De bestaande situatie leidt de gemeente in de eerste plaats af uit de uitgebreide inventarisatie die als voorbereiding op het opstellen van het bestemmingsplan hebben plaatsgevonden. Het betreft zowel een veldinventarisatie als een inventarisatie van het gemeentelijke (bouw)vergunningenarchief, waarin de omgevingsvergunningen zijn opgeslagen. Vanuit die gegevens kunnen functies en afmetingen van bouwwerken worden bepaald. Tot slot is er nog het archief van de milieugegevens. Deze gegevens bieden een volledige en rechtszekere garantie om op een juiste wijze invulling te geven aan het begrip 'bestaande situatie".

5.2.2

Hoofdstuk1: Inleidende regels

Hoofdstuk 1 bevat de begripsbepalingen en de wijze van meten. In de planregels komen veel begrippen voor. Om te zorgen dat deze eenduidig worden uitgelegd en toegepast is de begripsbepaling omschreven wat er onder wordt verstaan. Komt een begrip wel voor in de planregels maar niet omschreven in de begripsbepalingen dan geldt het normaal dagelijks gebruik van het begrip zoals omschreven in het woordenboek. In de planregels is sprake maatvoering zoals bouw en goothoogte. In de wijze van meten is bepaald op welke wijze de maatvoering bepaald moet worden.

5.2.3

Hoofdstuk2: Bestemmingsregels

5.2.3.1 Indeling bestemmingen De bestemmingsregels hebben de volgende indeling: A. Bestemmingsomschrijving Hierin staat voor welke functie(s) de gronden mogen worden gebruikt en hoe de onderlinge rangorde van de functies is. Indien een functie alleen mag plaatsvinden binnen een bepaald gebied binnen de 38 lstation Emmen Weerdinge" (vastgesteld)

bestemmingsplan "Buitengebied Weerdinge, trafo- en schake

bestemming is dit aangegeven met een specifieke aanduiding. B. Bouwregels Hierin is aangegeven welke gebouwen en andere bouwwerken in principe zijn toegestaan en welke maatvoering daarbij moet worden aangehouden. Zo moeten in gebouwen altijd in het bouwvlak worden opgericht. Daarnaast geldt voor woningen dat ze in de gevellijn moeten worden opgericht. C. Nadere eisen Onder dit kopje wordt aangegeven dat burgemeester en wethouders nadere eisen kunnen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing. Deze eisen kunnen echter alleen worden gesteld wanneer ten aanzien van de plaats en de afmetingen van de bebouwing reeds een hoofdeis is opgenomen binnen de bestemming. D. Afwijken van de bouwregels In de toekomst kunnen zich omstandigheden voordoen (thans nog niet voorzien) waaruit blijkt dat de bouwregels niet voldoende blijken te zijn. Daarom kan voor ondergeschikte aspecten binnen de bestemming een omgevingsvergunning worden verleend voor het afwijken van de bouwregels c.q. gebruiksregels (zie onder f). Van geval tot geval zal een afweging worden gemaakt. E. Specifieke gebruiksregels In principe moeten gronden en gebouwen worden gebruikt overeenkomstig de bestemming. Waar nodig zijn voor de duidelijkheid en ten behoeve van het aangeven van de reikwijdte van de bestemming gebruiksvormen genoemd, die in elk geval als strijdig met de bestemming moeten worden aangemerkt. F.

Afwijken van de gebruiksregels Van een aantal gebruiksvormen kan nu nog niet worden gezegd of ze aanvaardbaar zijn of niet. Voor dergelijke gebruiksvormen is een bevoegdheid opgenomen om bij omgevingsvergunning af te wijken van de gebruiksregels. Er zijn ook gebruiksvormen die beleidsmatig al wel mogelijk zijn, maar die vanwege een zorgvuldige afweging onder een afwijkingsregeling zijn gebracht. De omgevingsvergunning wordt afgegeven na een zorgvuldige afweging van waarden en functies in de bestemmingen. G. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden. Voor een aantal met name genoemde werken en werkzaamheden geldt een omgevingsvergunningplicht. Dat betekent dat deze pas mogen worden uitgevoerd nadat een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden is verkregen. Hierbij vindt een afweging van belangen naar evenredigheid plaats. Als het gaat om activiteiten die behoren tot het normale onderhoud en/of beheer of het normaal agrarisch gebruik, is geen omgevingsvergunning vereist. In de planregels is aangegeven waaraan een aanvraag wordt getoetst. Een algemene toestemming (waarbij meerdere werkzaamheden worden ondergebracht in één vergunning) kan worden verleend als de plannen passen binnen de randvoorwaarden van het bestemmingsplan.

Dan kunnen alle werken en werkzaamheden in één keer worden toegestaan en is voor afzonderlijke activiteiten geen vergunning meer nodig. H. Wijzigingsbevoegdheid Het plan bevat voor een aantal gevallen mogelijkheden om bestemmingen te wijzigen binnen de in de regels aangegeven grenzen. Het kan hierbij gaan om een algemene wijzigingsbevoegdheid voor de hele bestemming, dan wel een specifieke bevoegdheid voor een bepaald gebied. In dit laatste geval zal worden verwezen naar een aanduiding in de verbeelding. Een bestemmingsregel hoeft overigens niet elk element te bevatten. bestemmingsplan "Buitengebied Weerdinge, trafo- en schakelstation Emmen Weerdinge" (vastgesteld) 39

5.2.3.2 Enkelbestemming Bedrijf - Nutsvoorziening Op deze locatie zijn trafostations met bedrijfsgebouwen en andere bijbehorende voorzieningen toegestaan, met daarbij passende gebouwhoogten. Voor deze locatie geldt dat de oppervlakte aan bedrijfsbebouwing met 20% mag bedragen van het bouwvlak. Hiermee is voldoende ruimte voor toekomstige uitbreidingen geborgd en wordt tevens het maximaal toegestane aantal bouwwerken en gebouwen zodanig beperkt dat de openheid tussen gebouwen passend is bij het landschapstype Esdorpenlandschap. De omvang van de installatie is dusdanig dat het een geluidzoneringsplichtige activiteit betreft. Hiervoor is in de verbeelding en algemene aanduidingsregels een geluidzone vastgelegd.

5.2.3.3 Dubbelbestemming Leiding De ondergrondse (hoofd)aardgastransportleidingen met belemmeringsstroken vallen onder de dubbelbestemming "Leiding - Gas". De leidingen ten behoeve van aardgaswinning zijn ook onder deze bestemming gebracht. Het bestemmingsplan kan gewijzigd worden voor de vergroting, verkleining of verwijdering van de dubbelbestemming. Daarbij wordt schriftelijk advies ingewonnen bij de leidingbeheerder. In de planregels is een onderscheid gemaakt tussen ondergrondse hoogspanningsleidingen 110 kV ("Leiding - Hoogspanning"). De dubbelbestemming ligt op een strook aan weerszijden van de (hoofd)gastransportleidingen en hoogspanningsleidingen. De regeling voorziet in de aanwezigheid van de leidingen en in de bescherming ervan. Binnen de in de planregels aangegeven strook mogen geen gebouwen en bouwwerken worden gebouwd, anders dan ten behoeve van de leidingen. Voor werkzaamheden die schadelijk kunnen zijn voor de leidingen is een omgevingsvergunningstelsel voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden opgenomen. Bij de hoogspanningsleidingen is rekening gehouden met de richtlijnen van het Rijk ten aanzien van veiligheidsafstanden. In principe moet de zakelijk recht-strook worden aangehouden. Deze zone bepaalt de omvang de bestemming. In verband met gezondheidsrisico's vanwege magneetvelden geldt een adviesnorm.

De omvang van de zone wordt bepaald door de hoeveelheid stroom die door de leidingen wordt getransporteerd. Omdat de hoeveelheid stroom niet vastligt, ligt de omvang van de zone dus ook niet vast. Deze indicatieve zone is dan ook niet op de verbeelding vastgelegd. 5.2.3.4 Dubbelbestemming Waarde Archeologie Omdat de Rijksmonumenten al uitputtend zijn beschermd via het wettelijke stelsel van de Monumentenwet (zie artikel 11 MW) zijn in dit bestemmingsplan geen aanvullende regels opgenomen. Een zone van 50 meter rondom het wettelijk beschermde gebied is bestempeld tot gebied met hoge archeologische verwachting ("Waarde - Archeologie 2"). Onder "Waarde - Archeologie 2" vallen terreinen met hoge archeologische verwachting. Dit betreft in dit bestemmingsplan de buffers van 50 meter rondom de AMK-terreinen. Gelet op de omvang van eventuele aanwezige sporen en structuren, hebben beperkte bodemingrepen een aanvaardbare invloed op het bodemarchief. Het plan hanteert hier een vrijstellingsgrens van 100 m2 en 30 cm diepte. "Waarde - Archeologie 3" en "Waarde - Archeologie 4" zijn gebieden waar op basis van de geologische en bodemkundige opbouw en reeds aangetroffen archeologische resten een (middel)hoge kans op het aantreffen van (intacte) archeologische vindplaatsen bestaat.

Deze zones worden gekenmerkt door een al dan niet verscholen onder het huidige maaiveld - redelijk gaaf landschap met dekzandruggen en dekzandkoppen. Van concrete vindplaatsen is hier echter vooralsnog geen sprake. In hoofdzaak geldt 40 lstation Emmen Weerdinge" (vastgesteld)

bestemmingsplan "Buitengebied Weerdinge, trafo- en schake

een grote trefkans op nederzettingen, grafvelden, losse boerderijen, wegen, dijken, linies, kleine jachtkampen en losse vondsten uit alle perioden. In Emmen zijn dit globaal het gedeelte op de Hondsrug, de beekdalen en de delen van het veengebied dat niet tot in de ondergrond zijn ontgonnen. Voor deze categorieën is een minimumoppervlak voor bodemverstoringen opgenomen van 1000 m² en een diepte van 30 cm onder maaiveld.

5.2.4

Hoofdstuk3: Algemene bepalingen

Naast regels per bestemming kan behoefte bestaan om bepaalde regels in één keer op één plaats in de regels weer te geven. Dit betreft standaardregels en regels die van toepassing zijn op meerdere bestemmingen (zoals bepaalde afwijking- of wijzigingsregels, dan wel criteria voor het stellen van nadere eisen). Deze regels zijn opgenomen in de algemene regels.

5.2.4.1 Anti-dubbeltelregel De anti-dubbeltelregel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld.

5.2.4.2 Algemene aanduidingsregels: geluidzone industrie De maximale omvang van de trafo-installatie is dusdanig dat het een geluidzoneringsplichtige activiteit betreft. Hiervoor is in de verbeelding en algemene aanduidingsregels een geluidzone vastgelegd. Voorkomen moet worden dat binnen de zone met aanvullende algemene aanduiding "geluidzone industrie" binnen de nieuwe geluidsgevoelige functies worden opgericht. Dergelijke bebouwing kan binnen deze zones alleen worden opgericht als er akoestisch geen ongunstiger situatie optreedt.

5.2.4.3 Overige regels Dit artikel legt de verhouding van het nieuwe bestemmingsplan met de onderliggende bestemmingsplannen vast.

5.2.5

Hoofdstuk4: Overgangs- en slotbepalingen

5.2.5.1 Overgangsrecht Het overgangsrecht voorziet in een bepaling ten aanzien van bouwwerken die ooit met een omgevingsvergunning voor het bouwen (voorheen bouwvergunning) of een melding zijn gebouwd, of een gebruik dat ooit is toegestaan, maar die nu, vanwege een bestemmings- of beleidswijziging onder het overgangsrecht zijn gebracht.

5.2.5.2 Slotbepaling Dit artikel bevat de citeertitel van het bestemmingsplan.

bestemmingsplan "Buitengebied Weerdinge, trafo- en schakelstation Emmen Weerdinge" (vastgesteld) 41

5.3

Handhaving

In dit bestemmingsplan heeft actueel beleid zijn doorwerking in de regels gekregen. Hierdoor is het juridisch kader van het bestemmingsplan eigentijdser en zowel voor gemeente als publiek beter toepasbaar geworden. Van de gemeente mag verwacht worden dat opgetreden wordt als de regels van het bestemmingsplan niet worden nageleefd. Bestemmingsplannen zijn immers bindend voor overheid en publiek ter bescherming van een goede ruimtelijke kwaliteit en een veilige leefomgeving.

Als voorbereiding op dit bestemmingsplan heeft een uitgebreide inventarisatie plaatsgevonden. Het betreft zowel een veldinventarisatie als een inventarisatie van het gemeentelijke (bouw)vergunningenarchief, waarin de omgevingsvergunningen zijn opgeslagen. Tot slot is er nog het archief van de milieugegevens. Deze gegevens hebben een lijst opgeleverd met illegale situaties binnen het plangebied. Deze lijst heeft als input gediend voor het door de gemeente Emmen ontwikkelde handhavingsbeleid voor bestemmingsplannen. Met dit handhavingsbeleid wordt aangesloten op het programma van de landelijke Stuurgroep Handhaven op Niveau met betrekking tot het programmatisch handhaven. Hierbij maakt de gemeente Emmen gebruik van een prioriteitenlijst vastgesteld door het college. De opzet van het programmatisch aanpakken is dat niet alle illegale situaties worden opgepakt, maar wel een werkbaar aantal zaken, daadwerkelijk wordt aangepakt.

Voor wat betreft bestemmingsplannen wordt opgetreden in situaties met een uitstralend effect, een groot risico, of met belangrijke planologische consequenties. Het gaat hierbij om bijvoorbeeld illegaal bouwen, bouwen bouten bouwvlak, bouwen of in gebruik hebben van een gebouw in strijd met de bestemming. De opzet van het programmatisch aanpakken is dat niet alle illegale situaties worden opgepakt, maar wel een werkbaar aantal zaken, dat een uitstralend effect zal hebben. Daarbij wordt gebruik gemaakt van een prioriteitenlijst dat de mate van prioriteit tot handhavend optreden aangeeft. Nieuw vastgestelde bestemmingsplannen lenen zich bij uitstek voor een projectmatige aanpak.

42 lstation Emmen Weerdinge" (vastgesteld)

bestemmingsplan "Buitengebied Weerdinge, trafo- en schake

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

6.1

Financieel-economische uitvoerbaarheid

6.1.1

Kostenverhaal

Per 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening in werking getreden. Afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening verplicht de gemeente tot het verhalen van kosten bij grondexploitatie via een exploitatieplan, tenzij kostenverhaal anderszins is verzekerd. De toepassing voor het afdwingbare kostenverhaal richt zich op bouwplannen. De definitie van wat onder een bouwplan wordt verstaan, is opgenomen in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Uit dit artikel blijkt dat onder een bouwplan o.a. wordt verstaan de bouw van een woning of de uitbreiding van een gebouw van 1.000 m2 of meer. De kosten van het maken van het voorliggend bestemmingsplan worden in dit geval gedekt op grond van de Verordening op de heffing en invordering van leges 2014, als vastgesteld door de raad op 19 december 2013. Voor dit plan zijn (vooralsnog) door de gemeente geen aanvullende kosten voor onderzoek begroot en gemaakt. De vaststelling van een exploitatieplan is zodoende niet nodig, aangezien het kostenverhaal nu anderszins verzekerd is.

6.1.2

Planschade

Bij ruimtelijke ontwikkelingen kan planschade ontstaan. De Wro voorziet in een regeling voor vergoeding van planschade. Op basis van artikel 6.1 Wro wordt aan degene die in de vorm van een inkomensderving of een vermindering van de waarde van een onroerende zaak schade lijdt of zal lijden als gevolg van de wijziging, herziening of afwijking van het bestemmingsplan, tegemoetgekomen, wanneer de schade redelijkerwijs niet voor rekening van de aanvrager behoort te blijven en voor zover de tegemoetkoming niet anderszins is verzekerd.

6.1.3

Conclusie

Het project is financieel-economisch uitvoerbaar.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

De paragraaf maatschappelijke uitvoerbaarheid heeft als doel aan te tonen dat er voor een ruimtelijk plan maatschappelijk draagvlak is. Om te voldoen aan de maatschappelijke uitvoerbaarheid wordt inzicht gegeven in op welke wijze draagvlak is gecreëerd, inspraak is verleend of anderszins de omgeving is geïnformeerd en betrokken bij de planvorming, als ook en welke partijen zijn betrokken.

6.2.1

Overleg met instanties

Het concept-ontwerpbestemmingsplan Emmer-Compascuum, Koppelwijk OZ 30 en 31 wordt voor overleg ex. artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) verzonden naar verschillende overlegpartners. Zoals uit de Nota van Beantwoording (bijlage 1) blijkt, zijn er aanpassingen doorgevoerd in het ontwerpbestemmingsplan. Dit houdt in dat het bestemmingsplan is gewijzigd ten opzichte van het voorontwerp door uitbreiding van paragraaf 3.2.2. en door toevoeging van artikel 9 Landschappelijke en ecologische waarde – bosgebied.

bestemmingsplan "Buitengebied Weerdinge, trafo- en schakelstation Emmen Weerdinge" (vastgesteld) 43

6.2.2

Informeren omwonenden

Voor aanvang van de terinzagelegging van het ontwerp-bestemmingsplan zal Enexis de directe omwonenden informeren over het plan. Dit zijn de bewoners die in binnen een straal van 250 meter van het plangebied wonen, de Weerdingerstraat 153, 173, 174, 175, 176, 179, 180 en de Gravenveldweg 31. Informeren gebeurt per informatiebrief en, indien mogelijk, met keukentafelgesprekken bij de twee adressen die dichter dan 150 meter van het plan wonen, de Weerdingerstraat 179 en 180. Er zal verslaglegging plaatsvinden van gevoerde gesprekken. Momenteel is er geen sprake van beplanting aan de westzijde van het station. Er zal aan direct omwonenden Weerdingerstraat 179 en 180 gevraagd worden of zij, als direct aanwonenden, prijs stellen op beplanting aan de westzijde van het toekomstige plangebied.

6.2.3

Ontwerp wijzigingsplan

Vanaf 20 december 2023 heeft het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegen. Tegen het bestemmingsplan Buitengebied Weerdinge, trafo- en schakelstation Emmen Weerdinge zijn geen zienswijzen ingediend. De provincie Drenthe heeft aangegeven in te kunnen stemmen met het plan. Het bestemmingsplan wordt dan ook ongewijzigd ter vaststelling aangeboden.

44 lstation Emmen Weerdinge" (vastgesteld)

bestemmingsplan "Buitengebied Weerdinge, trafo- en schake

Eindnoten

1. = Electrical House, of wel ook wel 'Power House' genoemd. Een E-house is een (toegankelijke) prefab modulaire behuizing voor middenspannings- (MV) en laagspannings- (LV) schakelapparatuur en hulpapparatuur

bestemmingsplan "Buitengebied Weerdinge, trafo- en schakelstation Emmen Weerdinge" (vastgesteld) 45

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=604a3e69-d9db-4080-9d12-70677a1181e5