Bijlage 2: Toelichting Bestemmingsplan Schoonebeek, Camping Bultweg
Tekst van het document
Met de nadere eisen kunnen ondergeschikte zaken aan gebouwen worden aangepast. Het gaat hierbij om zaken zoals het aanpassen van de vorm of de situering van een bouwwerk of de inrichting van een terrein. Met 'nadere eisen' kunnen geen ingrijpende veranderingen plaatsvinden in de bestemmingen. Bij toepassing van een afwijking en / of nadere eisen wordt het beoordelingskader gehanteerd zoals in de onderstaande tabel is weergegeven. Deze lijst geeft de afwegingscriteria aan die meegewogen moeten worden bij de afweging of een omgevingsvergunning wordt verleend en/ of het toepassen van de nadere eisen. Op deze wijze kunnen interpretatieproblemen worden vermeden en wordt aan gebruikers van de in het plangebied gelegen gronden zoveel mogelijk rechtszekerheid geboden. Het bestemmingsplan biedt mogelijkheden voor het afwijken van de nadere eisen, de uitvoering van deze flexibiliteitsbepalingen zal plaatsvinden via de omgevingsvergunning.
Bij toepassing van een afwijking en/ of nadere eis mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan de volgende criteria: 1. Woonsituatie: Ten aanzien van de woonsituatie dient rekening gehouden te worden met het in stand houden en/ of garanderen van een goede woonsituatie, hierbij dient gelet te worden op: i. de verkeersaantrekkende werking en de parkeerbehoefte; ii. overlast door lawaai, stank en/of trillingen; iii. de lichttoetreding/bezonning ten opzichte van (bebouwing op) aangrenzende gronden; iv. het uitzicht; v. de aanwezigheid van voldoende privacy. 2. Straat- en bebouwingsbeeld:
bestemmingsplan "Schoonebeek, Camping Bultweg" (vastgesteld) 27
In het belang van een verantwoorde, evenwichtige en samenhangende stedenbouwkundige en architectonische inpassing dient aandacht gegeven te worden aan: i. een goede verhouding tussen bouwmassa's en open ruimte, (landschappelijke inpassing); ii. de verhouding tussen de hoogte breedte van gebouwen; iii. gevelbeelden; iv. de samenhang van de bouwvorm met nabij gelegen bebouwing; v. de hoogte differentiatie; vi. de situering van gebouwen op het perceel; vii. de geleding van de gebouwen indien de oppervlakte meer dan 1000 meter² bedraagt. 3. Cultuurhistorie i.
cultuurhistorische waarden en archeologische waarden;
4. Verkeersveiligheid Ten waarborging van verkeersveiligheid dient rekening gehouden te worden met: i. verkeersaantrekkende werking, toename van de verkeersintensiteit en de parkeerbehoefte; ii. overlast door lawaai, stank en/of trillingen; iii. benodigde uitzichthoeken van wegen; iv. de aansluiting van in- en uitritten op de openbare weg; v. de gevolgen voor het zicht op de openbare weg en of fiets- en voetpaden; vi. de aanwezigheid van voldoende laad- en losruimte. 5. Sociale veiligheid Ter waarborging en ter voorkoming van een ruimtelijke situatie die onoverzichtelijk, onherkenbaar en niet-sociaal controleerbaar is dient rekening gehouden te worden: i. de mogelijkheden voor de verbetering van toezicht op en de overzichtelijkheid en toegankelijkheid van een sociaal onveilige plek; ii. de mate waarin de toezicht op en de overzichtelijkheid en toegankelijkheid van een openbare ruimte wordt ingeperkt. 6. Brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding Ten aanzien van de brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding dient rekening gehouden te worden met de volgende aspecten: i. aanwezigheid van kwetsbare objecten; ii. de aanwezigheid en routering van vluchtwegen; iii. de bereikbaarheid van de bouwwerken; de beschikbaarheid en bereikbaarheid van adequate blusmiddelen. 7.
Milieusituatie: Ter waarborging en ter voorkoming van een milieukundig ongewenste situatie als gevolg van een ruimtelijke ingreep dient rekening gehouden te worden met: i. de mate van hinder voor de omliggende functies; ii. de gevolgen voor de externe veiligheid; iii. de gevolgen van de aanwezigheid van gevoelige functies voor de hinderlijke functies; iv. de gevolgen voor flora en fauna in relatie met de omgeving; v. de gevolgen voor de bodemkwaliteit; vi. de gevolgen voor de (grond)waterkwaliteit; vii. de situering van gebouwen ten opzichte van het water. 8. Gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen Ter voorkoming van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de zich daarop bevindende bouwwerken is het niet toegestaan op enig terrein zodanig te bouwen, dat daardoor op een aangrenzend terrein, waarvan de toestand op dat moment overeenkomt met het plan, een situatie zou ontstaan die niet meer overeenkomt met het plan of waardoor een reeds bestaande afwijking van het plan zou worden vergroot. Tabel : Beoordelingscriteria afwijkingen
28 teld)
bestemmingsplan "Schoonebeek, Camping Bultweg" (vastges
De bevoegdheid ex. artikel 3.6 Wro om het bestemmingsplan te wijzigen ligt eveneens bij burgemeester en wethouders. De wijzigingsbevoegdheid maakt een wijziging van een bestemming in een andere bestemming mogelijk. Voor de wijzigingsbevoegdheid geldt dat deze niet kan worden uitgevoerd, voordat onderzoek is uitgevoerd. Dit biedt de mogelijkheid om nader onderzoek zoveel mogelijk op de concrete situatie af te stemmen.
Opzet regels De planregels van dit bestemmingsplan zijn opgedeeld in vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1. Inleidende regels; Hoofdstuk 2. Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3. Algemene regels; Hoofdstuk 4. Overgangs - en slotregels. De inhoud van de verschillende hoofdstukken wordt als volgt toegelicht:
6.3.1
Hoofdstuk1 Inleidende regels
In hoofdstuk 1 worden diverse begrippen welke in de planregels worden gehanteerd nader verklaard. Dit om mogelijke interpretatieproblemen te voorkomen. Daarnaast wordt aangegeven op welke wijze bepaalde afmetingen dienen te worden gemeten. Artikel 1 Begrippen De begripsbepalingen in artikel 1 zijn noodzakelijk bij de interpretatie van de regels. In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. De begrippen die hierin zijn opgenomen zijn terug te vinden in de bestemmingsbepalingen. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor zover geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normaal spraakgebruik. Met uitzondering van de eerste twee begrippen (plan en bestemmingsplan) zijn de begrippen alfabetisch gerangschikt. De begrippen zijn zoveel mogelijk gebaseerd op vaste jurisprudentie. In de loop der tijd hebben de meeste begrippen zich ontwikkeld tot een standaard, waarvan ook in dit bestemmingsplan gebruik is gemaakt. Artikel 2 Wijze van meten De bepalingen over de wijze van meten zijn in artikel 2 opgenomen. Dit artikel geeft aan hoe de hoogteen andere maten die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden.
6.3.2
Hoofdstuk2 Bestemmingsregels
In hoofdstuk 2 worden artikelsgewijs de op de verbeelding aangegeven bestemmingen omschreven en wordt toegelicht op welke wijze de gronden en opstallen gebruikt mogen worden. Behalve bestemmingen en dubbelbestemmingen zijn binnen het bestemmingsplan aanduidingen te onderscheiden. Deze aanduidingen bevatten specificaties van bestemmingen en dubbelbestemmingen met betrekking tot gebruik of bouwen.
6.3.2.1 Enkelbestemmingen 6.3.2.1.1
Groen
De op de verbeelding voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor de beplantingssingels aan de buitenranden van het recreatieterrein. Tevens is de bestemming bedoeld voor erfafscheidingen, nutsvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding. Op een specifiek aangeduide locatie mag een inrit tot het terrein worden gerealiseerd. Binnen de bestemming 'Groen' zijn geen bouwmogelijkheden opgenomen. bestemmingsplan "Schoonebeek, Camping Bultweg" (vastgesteld) 29
In de bestemming Recreactie - Verblijfsrecreatie is het aanleggen en instandhouden van de groensingels als voorwaardelijke verplichting opgenomen voor het ingebruiknemen van het campingterrein.
6.3.2.1.2
Recreatie - Verblijfsrecreatie
De voor 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor verblijfsrecreatieve activiteiten. Toegestaan zijn een kampeerterrein en verblijfsrecreatie in recreatieve nachtverblijven uitsluitend binnden de daarvoor bedoelde functieaanduiding, Eveneens zijn toegestaan de bij verblijfsrecreatie horende facilitaire voorzieningen, zoals bijvoorbeeld een kantine, en sanitaire voorzieningen als toiletgebouwen. Horecavoorzieningen zijn toegestaan op voorwaarde dat deze uitsluitend zijn bedoeld voor campinggasten. Speelterrein, en sport- en spelvoorzieningen zoals bijvoorbeeld een zwembad, zijn passend binnen deze bestemming, mits deze een ondergeschikt karakter hebben. Parkeervoorzieningen zijn ook toegestaan, maar dienen een van ondergeschikte aard te zijn en bovendien uitsluitend zijn bedoeld voor campinggasten en eventuele bezoekers.
In de regels is ervoor gekozen om in terminologie geen onderscheid te maken tussen stacaravan, trekkershut, chalet etc. Door de jaren heen worden ook ingerichte tenten, stacaravans etc. steeds luxer, waardoor het steeds meer volwaardige bouwwerken worden. Om die reden is gekozen voor de verzamelterm 'recreatie nachtverblijven'. Deze zijn uitsluitend toegestaan in de daarvoor bedoelde functieaanduiding en zijn gebonden aan de daarvoor vastgelegde bouwregels. Op deze manier blijft de impact van de recreatieve nachtverblijven op het campingterrein beperkt.
Permanente bewoning is niet toegestaan, en ook tijdelijke verhuur aan arbeidsmigranten valt buiten de bestemming 'Recreatie - Verblijfsrecreatie'.
Voorwaardelijke verplichting Het campingterrein mag niet worden gebruikt zonder de aanleg en instandhouding van een permanente randbeplanting, conform de in de regel opgenomen beplantingseisen.
6.3.2.1.3
Wonen - Vrijstaand
De bestemming Artikel 5 Wonen - Vrijstaand is opgenomen voor de vrijstaande woning op het perceel Bultweg 7.
6.3.2.2 Dubbelbestemmingen Dubbelbestemmingen worden opgenomen als meerdere functies onafhankelijk van elkaar op dezelfde plaats voorkomen. In feite betreft het hier twee (of meer) afzonderlijke bestemmingen voor één (deel van een) gebied. Daar waar een dubbelbestemming is gelegen, geldt zowel de bepaling van de betreffende (hoofd)bestemming als de bepaling zoals gesteld in de dubbelbestemming. Aan een dubbelbestemming bestaat behoefte, wanneer een bestemming onvoldoende recht doet aan de functies/gebruiksdoelen die op de betrokken gronden toelaatbaar (moeten) zijn of wanneer ruimtelijk relevante belangen veilig moeten worden gesteld die niet of onvoldoende met een bestemming kunnen worden gewaarborgd. Dubbelbestemmingen hebben voorrang op de hoofdbestemmingen. Dit betekent dat bepalingen van bestemmingen alleen van toepassing zijn als deze niet strijdig zijn met bepalingen die horen bij dubbelbestemmingen. Door deze dubbelbestemmingen worden Afwegingen opgelegd aan onderliggende (hoofd) bestemmingen. In de bestemmingsomschrijving van de dubbelbestemming worden niet alle doeleinden opnieuw genoemd maar alleen die waarvoor de dubbelbestemming is opgenomen.
30 teld)
bestemmingsplan "Schoonebeek, Camping Bultweg" (vastges
6.3.2.2.1
Leiding - Gas
De ondergrondse (hoofd)aardgastransportleiding met belemmeringsstroken valt onder de dubbelbestemming "Artikel 6 Leiding - Gas". Het bestemmingsplan kan gewijzigd worden voor de vergroting, verkleining of verwijdering van de dubbelbestemming. Daarbij wordt schriftelijk advies ingewonnen bij de leidingbeheerder. De dubbelbestemming ligt op een strook aan weerszijden van de (hoofd)gastransportleiding. De regeling voorziet in de aanwezigheid van de leidingen en in de bescherming ervan. Binnen de in de planregels aangegeven strook mogen geen gebouwen en bouwwerken worden gebouwd, anders dan ten behoeve van de leidingen. Voor werkzaamheden die schadelijk kunnen zijn voor de leidingen is een omgevingsvergunningstelsel voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden opgenomen.
6.3.2.2.2
Waarde - Archeologie 4
Gebieden waar op basis van de geologische en bodemkundige opbouw en reeds aangetroffen archeologische resten een (middel)hoge kans op het aantreffen van (intacte) archeologische vindplaatsen bestaat hebben de dubbelbestemming Artikel 8 Waarde - Archeologie 4 gekregen. Deze zones worden gekenmerkt door een - al dan niet verscholen onder het huidige maaiveld - redelijk gaaf landschap met dekzandruggen en dekzandkoppen. Van concrete vindplaatsen is hier echter vooralsnog geen sprake. In hoofdzaak geldt een grote trefkans op nederzettingen, grafvelden, losse boerderijen, wegen, dijken, linies, kleine jachtkampen en losse vondsten uit alle perioden. Voor deze categorieën is een minimumoppervlak voor bodemverstoringen opgenomen van 1000 m² en een diepte van 30 cm onder maaiveld.
6.3.2.2.3
Veiligheidszone - Buisleiding
In artikel 7 Veiligheidszone - Buisleiding is de aanduiding 'Veiligheidzone - Buisleiding' opgenomen. In het kader van de veiligheidszone van de K1 vloeistofleiding is bepaald dat hierbinnen geen beperkt kwetsbare en kwetsbare objecten mogen worden gerealiseerd.
6.3.3
Hoofdstuk3 Algemene regels
Hoofdstuk 3 van de regels bevat bepalingen die van toepassing zijn op meerdere bestemmingen, zodat het uit praktische overwegingen de voorkeur verdient deze in afzonderlijke artikelen onder te brengen.
Artikel 9 Anti-dubbeltelregel Met dit artikel wordt voorkomen dat meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt. Dit is bijvoorbeeld mogelijk als (onderdelen van) bouwpercelen van eigenaars in maatvoering verschillen en wisselen. Door verwerving van een extra (bouw)perceel of een gedeelte daarvan, kunnen de gronden niet meegenomen worden met de berekening van de bouwmogelijkheden van het nieuwe perceel als de nieuw verworven gronden reeds meegenomen zijn bij de berekening van een eerdere bouwplannen. Het is dus niet toegestaan gronden twee keer in te zetten om een omgevingsvergunning te verkrijgen. Artikel 11 Algemene bouwregels In dit artikel zijn regels opgenomen voor het bouwen van ondergeschikte bouwonderdelen. De genoemde onderdelen mogen de in de regels bepaalde maximale bouwhoogte overschrijden met de in artikel genoemde maten. Hiervoor is bewust gekozen omdat dit duidelijkheid en enige vrijheid aan ontwerpers biedt. Tevens wordt in dit artikel, artikel 9 lid 2 van de Woningwet buiten toepassing verklaard met uitzondering van een zestal onderwerpen dit o.a in verband met de bereikbaarheid, beheer en gebruik van het openbaar gebied.
bestemmingsplan "Schoonebeek, Camping Bultweg" (vastgesteld) 31
Artikel 12 Algemene afwijkingsregels De afwijkingsregels maken het mogelijk dat aan de regels van de bestemmingen de nodige extra flexibiliteit wordt meegegeven. Het college van burgemeester en wethouders kunnen bijvoorbeeld afwijken van een bestemmingsplan voor de in het plan aangegeven maten tot ten hoogste 10%. De afwijkingen mogen alleen gebruikt worden indien niet op grond van een andere bepaling in deze regels al is afgeweken van het bestemmingsplan. Dit betekent dat niet twee keer afgeweken kan worden van eenzelfde bepalingen of dat de bepalingen die extra bouwmogelijkheden geven niet cumulatief gebruikt mogen worden.
6.3.4
Hoofdstuk4 Overgangs- en slotregels
In hoofdstuk 4 van de regels zijn twee artikelen opgenomen, het overgangsrecht ten aanzien van gebruik en bebouwing en de slotregel waarin de citeertitel van het bestemmingsplan wordt aangehaald. Artikel 14 Overgangsrecht In dit artikel is het overgangsrecht ten aanzien van legaal bestaand gebruik en legale bestaande bouwwerken opgenomen die afwijken van de (nieuwe) bestemming. Het overgangsrecht beschermt de gevestigde belangen of rechten bij een nieuwe, van de bestaande situatie afwijkende regeling. Dit betekent dat bestaand gebruik en bestaande bouwwerken welke in strijd zijn met het nieuwe bestemmingsplan, maar reeds aanwezig was ten tijde van de voorgaande plannen, onder voorwaarden, mag worden voortgezet, met als doel het uiteindelijk beëindigen van de afwijkende situatie. Voorheen illegale bebouwing en illegaal gebruik worden met het overgangsrecht niet gelegaliseerd. Artikel 15 Slotregel In de Slotregel van het bestemmingsplan wordt aangegeven op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald. In dit geval kunnen de regels van het bestemmingsplan aangehaald worden als "Regels van het bestemmingsplan Schoonebeek, Camping Bultweg".
6.4
Handhaving
In dit bestemmingsplan heeft actueel beleid zijn doorwerking in de regels gekregen. Hierdoor is het juridisch kader van het bestemmingsplan voor gemeente en burger beter toepasbaar geworden. Van de gemeente mag verwacht worden dat opgetreden wordt als de regels van het bestemmingsplan niet worden nageleefd. Bestemmingsplannen zijn immers bindend voor overheid en publiek ter bescherming van een goede ruimtelijke kwaliteit en een veilige leefomgeving. Het college van de gemeente Emmen heeft het beleidsplan Vergunningverlening Toezicht en Handhaving (VTH) vastgesteld. Dit beleidsplan VTH beschrijft de visie en ambitie op het terrein van de gemeentelijke VTH-taken, waaronder ook valt het toepassen en naleven van de regels in het bestemmingsplan. Daarnaast geeft het beleidsplan VTH invulling aan de wettelijke plicht om vastgesteld VTH-beleid te hebben. Voor wat betreft handhaving kan de gemeente onmogelijk continu alles controleren. De gemeente vertrouwt erop dat inwoners en bedrijven de regels naleven en zij er alles aan doen om risico's en nadelige effecten voor de maatschappij te voorkomen. Risico's bepalen de inzet van de beschikbare capaciteit. Op basis van kennis en ervaring is vastgesteld welke bedrijfscategorieën en activiteiten het grootste risico vormen voor fysieke veiligheid, leefbaarheid, volksgezondheid, milieu en imago.
Deze uitgangspunten zijn gebruikt bij het opstellen van dit bestemmingsplan en worden ook toegepast bij de naleving van de regels van het bestemmingsplan.
32 teld)
bestemmingsplan "Schoonebeek, Camping Bultweg" (vastges
Hoofdstuk 7 7.1
Maatschappelijke betrokkenheid
Overleg ex. artikel 3.1.1 Bro
Het college heeft het bestemmingsplan op 14 november 2014 vrijgegeven voor vooroverleg ex. artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het conceptontwerpbestemmingsplan is voor vooroverleg verzonden naar verschillende erkende overlegpartners. Er zijn inhoudelijke reacties ontvangen welke in de Nota van Beantwoording worden behandeld. De Nota van Beantwoording is als Bijlage 10 opgenomen bij de toelichting.
7.2
Zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan
Tegen het ontwerpbestemmingsplan zijn drie zienswijzen ingediend. De zienswijzen hebben geleid tot aanpassing van de toelichting, de verbeelding en de regels bij het bestemmingsplan. Welke wijzigingen zijn doorgevoerd, is opgenomen in de Nota van wijzigingen, opgenomen in bijlage 11. Bij vaststelling van een gewijzigd plan is de regel dat de wijzigingen ten opzichte van het ontwerpplan “in aard en omvang niet zodanig groot mogen zijn dat een wezenlijk ander plan is vastgesteld”. Uit jurisprudentie van de Raad van State kan worden afgeleid dat van “een wezenlijk ander plan” niet snel sprake is. Als het vastgestelde plan in de kern nog steeds betrekking heeft op dezelfde ontwikkeling, dan mag deze gewijzigd worden vastgesteld. Ook een groot aantal kleine wijzigingen zoals aanpassingen aan (bouw)grenzen, gebruiksmogelijkheden en redactionele wijzigingen zijn toegestaan. De toelichting bij het bestemmingsplan mag zelfs zeer ingrijpend worden gewijzigd, omdat deze juridisch geen onderdeel uitmaakt van het bestemmingsplan. Aanleiding voor dit bestemmingsplan is de uitbreiding van het kampeerterrein en het (aanvullend) toestaan van recreatieve nachtverblijven, zoals stacaravans. Dat is niet gewijzigd. Weliswaar is het plangebied verkleind en zijn de regels -onder andere naar aanleiding van een ingediende zienswijzeaangescherpt, maar dat heeft niet geleid tot een wezenlijk ander plan.
De beantwoording van de zienswijzen is opgenomen in de Nota van beantwoording zienswijze. Deze nota maakt deel uit van het raadsbesluit tot vaststelling van het bestemmingsplan, en is tevens opgenomen als bijlage 12 bij deze toelichting.
bestemmingsplan "Schoonebeek, Camping Bultweg" (vastgesteld) 33
Hoofdstuk 8
Economische uitvoerbaarheid
Per 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening in werking getreden. Afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening verplicht de gemeente tot het verhalen van kosten bij grondexploitatie via een exploitatieplan, tenzij kostenverhaal anderszins is verzekerd. De toepassing voor het afdwingbare kostenverhaal richt zich op bouwplannen. De definitie van wat onder een bouwplan wordt verstaan, is opgenomen in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De te verhalen kosten worden limitatief opgesomd in artikelen in de kostensoorten lijst (art. 6.2.4 Bro). Voor het voorliggend bestemmingsplan maakt de gemeente kosten voor het opstellen en begeleiden van het bestemmingsplan. De noodzakelijke onderzoeken zoals de natuurtoets e.d. zijn voor rekening van de aanvrager uitgevoerd. Voor het opstellen van een bestemmingsplan brengt de gemeente overeenkomstig de door de raad vastgestelde Legesverordening de kosten in rekening. De kosten van het maken van het voorliggend bestemmingsplan worden in dit geval gedekt door de legesinkomsten. Door het voldoen van de legesbijdrage is kostenverhaal met betrekking tot het plangebied in dit geval dus anderszins verzekerd. Planschade als gevolg van de bestemmingsherziening kan op voorhand niet worden uitgesloten. Om deze reden wordt een planschadeverhaalovereenkomst afgesloten met de initiatiefnemer.
34 teld)
bestemmingsplan "Schoonebeek, Camping Bultweg" (vastges