CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Toekomstscenario's Omgevingsvisie Emmen

Commissie Wonen en Ruimte 13 januari 2025, gemeente EmmenBij agendapunt: Discussiestuk bouwstenen Omgevingsvisie6.297 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Scenario’s Omgevingsvisie Emmen Project: Omgevingsvisie Emmen Datum: 2 december 2024 Versie: Definitief

Project Opdrachtgever Status Datum Projectcode

Scenario’s Omgevingsvisie Emmen Gemeente Emmen Definitief 2 december 2024 5.24.114

Opgesteld door

Sjors de Vries Judith Hinfelaar Koen Klouwen

Dit document is opgesteld door RUIMTEVOLK en is het resultaat van een samenwerkingsproces met de gemeente Emmen. Het copyright van de beelden, kaarten en foto’s berust bij RUIMTEVOLK tenzij anders aangegeven. Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van RUIMTEVOLK noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Hoewel aan de inhoud en samenstelling van dit rapport de grootst mogelijke zorg is besteed, is het mogelijk dat informatie onjuist of onvolledig is. RUIMTEVOLK aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor de volledigheid en juistheid van de gegeven informatie.

2 van 21

Inhoudsopgave

1. Aanleiding en context

4

1.1 Uitgangspunten voor de scenario’s 2. SCENARIO 1: Autonoom 2.1 Keuzes en principes 2.2 Consequenties onder andere 3. SCENARIO 2 - Dynamisch 3.1 Keuzes en principes 3.2 Consequenties onder andere 4. SCENARIO 3 - Beleefbaar 4.1 Keuzes en principes 4.2 Consequenties onder andere

4 9 9 12 13 13 16 17 17 20

3 van 21

1.

Aanleiding en context

De gemeente Emmen werkt aan haar omgevingsvisie. In de eerste fase zijn de opgaven en bestaande ambities verkend. Nu is de volgende fase van het omgevingsvisieproces van start: : het verkennen van de gewenste koers voor de gemeente Emmen in 2040. Om deze koers te bepalen, zijn drie scenario’s voor de toekomst van de gemeente opgesteld. In deze notitie zijn de contouren van deze drie scenario’s voor gemeente Emmen te vinden: 1. 2. 3.

Autonoom Dynamisch Beleefbaar

Het doel van deze scenario’s is het inzichtelijk maken van keuzemogelijkheden. De scenario’s schetsen realistische en denkbare richtingen voor de toekomst van de gemeente Emmen, maar het is nadrukkelijk niet de bedoeling om één scenario te kiezen. In alle drie de scenario’s komen dezelfde thema’s terug. Deze thema’s worden in elk scenario op een andere manier aangepakt. Hierdoor worden keuzes, consequenties en (omgevings)effecten inzichtelijk. Het doel daarvan is om het gesprek aan te gaan over welke keuzes aanspreken, en welke niet. Dat gesprek wordt met ambtenaren, het college, raadsleden en de samenleving gevoerd, en vormt de basis om uiteindelijk een koers te bepalen voor de hoofdlijnen van de omgevingsvisie. Deze notitie en bijbehorende scenario’s worden tevens gebruikt voor de effectbeoordeling alternatieven als verplicht onderdeel van het plan-MER. Het MER brengt in beeld wat de effecten voor de belangrijkste milieu-/omgevingsthema’s zijn t.o.v. referentiesituatie.

1.1

Uitgangspunten voor de scenario’s

Hoewel de drie scenario’s bewust van elkaar verschillen, geldt wel dat voor alle drie de scenario’s een set vaste uitgangspunten wordt gehanteerd: dit betreft (ruimtelijke) keuzes die de gemeente Emmen sowieso wil/gaat maken richting de toekomst. Dit betreft bijvoorbeeld randvoorwaarden uit regionaal, provinciaal en nationaal beleid, maar ook ambities die onlangs in actueel gemeentelijk beleid zijn vastgesteld. Om tot een volledig overzicht van uitgangspunten te komen, is in de vorige fase onderzoek gedaan naar de ruimtebehoefte, ruimtelijke koppelkansen en de ruimtelijk strategische opgaven van de verschillende sectorale opgaven die voor de gemeente Emmen spelen. De kwantitatieve en kwalitatieve impact van maatschappelijke en ruimtelijke opgaven van de gemeente Emmen zijn op hoofdlijnen uiteengezet in de interne werknotitie ‘strategische ruimtelijke opgaven’. De uitgangspunten uit deze notitie vormen het vertrekpunt voor de omgevingsvisie en voor de drie scenario’s, en staan niet ter discussie. Binnen de overgebleven ‘schuifruimte’ zijn per scenario accenten gelegd en vanuit verschillende verhaallijnen keuzes voorgesteld. Deze keuzes leggen we voor in gesprekken om af te tasten waar de bewegingsruimte zit om aanvullende keuzes te maken en welke ruimtelijke consequenties deze dan opleveren.

4 van 21

UITGANGSPUNTEN WONEN EN LEVEN ➔

De gemeente streeft naar behoud en versterking van voorzieningen en een gezond ‘demografisch evenwicht’ door in te zetten op een groei van de woningvoorraad en daarmee het inwoneraantal. Uitgangspunt is dat wonen fungeert als vliegwiel voor sociale doelen, brede welvaart en gebiedsopgaven.

➔

In de periode tot 2030 is het uitgangspunt +4.000 woningen. De stip op de horizon is 120.000 inwoners in 2040. Hiervoor zijn dan na 2030 nog 6.000 woningen nodig (in totaal gaat dit dan dus om +10.000 woningen tot 2040). De omgevingsvisie hanteert een voorlopige bandbreedte van 4.000 - 10.000 woningen tot 2040. Met een bestaande plancapaciteit van circa 2.600 woningen resteert nog een ruimtevraag voor 1.400 tot 7.400 woningen. Deze woningen moeten worden toegevoegd door middel van uitbreiding en verdichting. Behoud van het karakter als open, groene woongemeente vormt vertrekpunt voor ontwikkelingen.

➔

Op het thema wonen wordt gewerkt aan differentiatie van de woningvoorraad, het vergroten van diversiteit in wijken en dorpen en het verbeteren van de bestaande woningvoorraad. Hierbij gaat aandacht uit naar het verbeteren van de energetische kwaliteit, een klimaatadaptieve woonomgeving en een levensloopbestendige woningvoorraad. Demografische ontwikkelingen vragen om inzet op woningen voor kleine huishoudens en het vergroten van het aanbod aan (woon)zorgconcepten.1 Voor woningbouw geldt - in lijn met landelijk en provinciaal beleid - de 30/40/30 regel: het woningbouwprogramma moet gemeentebreed in ieder geval voorzien in afgerond 30% sociale huur, 40% middeldure koop en huur en 30% in dure koop en huur.2

➔

De gemeente zet in op verbetering van de sociale samenhang en gemeenschapsvorming. Toegankelijkheid en nabijheid van hoogwaardige dagelijkse en maatschappelijke voorzieningen moeten ertoe leiden dat iedereen in Emmen kan meedoen aan het maatschappelijk leven.

➔

Ook draagt de gemeente - in het kader van de Omgevingswet - bij aan het in stand houden van een veilige en gezonde leefomgeving. De gemeente investeert in gezond gedrag en regie over eigen leven. Uitgangspunten voor de gezonde leefomgeving zijn mogelijkheden voor (sportief) bewegen, ruimte voor ontmoeting, een beperking van negatieve gezondheidseffecten door klimaatverandering en inzet op zorgzame buurten. Ook wordt ingezet op een levendige cultuursector, die bijdraagt aan ontmoeting, educatie en talentontwikkeling.3 Daarbij wordt ook ingezet op het aantrekken van jonge, creatieve ondernemers om het creatieve klimaat te bevorderen.

1

Bron: Woonvisie 2022-2030 (2022), Woonzorgvisie BOCE 2023-2026 (2022) Bron: Wetsvoorstel Versterking regie op de volkshuisvesting (2024), Woondeal Zuidoost Drenthe (2022) 3 Bron: Concept beleidskader sociaal domein (2024), Kadernota sportief bewegen 2017-2030 (2017), Cultuurnota de Waarde van Cultuur 2022-2024 (2022) 2

5 van 21

➔

De gemeente Emmen investeert in een sterk zorgaanbod. De beschikbaarheid van passende zorg en ondersteuning in de gehele gemeente krijgt aandacht - zeker ook omdat de druk op de zorg en mantelzorg toeneemt. De omgeving van het ziekenhuis wordt als onderdeel van de Greenwise Campus doorontwikkeld tot een gebied waarin wordt gewerkt aan het beantwoorden van de zorgvraag van de toekomst. Tegelijkertijd vindt de verschuiving van zorg naar gezondheid plaats: dit betekent dat er meer aandacht is voor het voorkomen van een zorgvraag, door in te zetten op een gezonde manier van leven.

UITGANGSPUNTEN ECONOMIE EN ENERGIE ➔

Er ligt een verkenningsopgave voor de benodigde ruimte om de koplopersrol van Emmen op gebied van circulaire (maak)industrieie en groene chemie mogelijk te maken. Om voldoende ruimte te bieden aan de vraag vanuit deze sectoren, de lokale behoefte van het MKB en de ruimtevraag van de circulaire economie, hanteert de omgevingsvisie een voorlopige bandbreedte van 200 tot 450 hectare (afhankelijk van het aantal inwoners) tot 2040.4 Hierbij wordt ingezet op (ruimtelijke) ketensamenwerking en clustervorming, zoals de ontwikkeling van de Greenwise Campus. Ook wordt gekozen voor toekomstbestendige werklocaties met ruimte voor transformatie en intensivering.

➔

Ook aan versterking van andere economische sectoren wordt gewerkt. Zo zet de gemeente in op een sterke zorgsector, met voldoende zorgfaciliteiten en zorgcapaciteit. Behoud van het ziekenhuis en bijbehorende werkgelegenheid vormt hier een essentieel onderdeel van. Daarnaast wordt gewerkt aan een aantrekkelijke en vitale binnenstad van Emmen, met aandacht voor het behoud en versterken van de functie als regiocentrum.

➔

De gemeente wil - in lijn met het Klimaatakkoord - in 2050 energieneutraal zijn. In de RES 1.0 Drenthe5 is de gemeentelijke bijdrage op het gebied van duurzame energieopwek vastgesteld op 0,7 TWh tot 2030 (wind- en zonne-energie). Onderdeel van deze opgave is de ontwikkeling van vijf windmolens langs de N34. Conform regionale afspraken wordt gestreefd naar verduurzaming van vastgoed, ruimte voor zon-op-dak en zo veel mogelijk meervoudig ruimtegebruik bij zon-op-land projecten. De restopgave voor na 2030 is nog onbekend. Dit hangt samen met het gebrek aan netcapaciteit. Als antwoord op dit probleem zet de gemeente zich in voor versterking van het netwerk en de ontwikkeling van een nieuw hoogspanningsstation.

➔

Op het gebied van de warmtetransitie worden mogelijkheden voor collectieve warmtevoorzieningen verkend. Het aanwezige bedrijfsleven vormt een belangrijke partner voor de gemeente in de transitie van aardgas naar duurzame alternatieven.6 Een voorbeeld is het gebruiken van restwarmte om in de energievraag van woningen of glastuinbouw te voorzien.

4

Bron: Regionale programmingsafspraken ZO-Drenthe (2023), concept Kadernota Economie (in ontwikkeling), (interne) notitie team economie 5 Bron: RES 1.0 Drenthe (2021), Energienota 2023-2026 (2023) 6 Bron: Transitievisie Warmte 2021 (2021)

6 van 21

UITGANGSPUNTEN MOBILITEIT EN BEREIKBAARHEID ➔

De gemeente werkt binnen dit thema aan een aantal hoofdopgaven. Zo investeert zij in goede bereikbaarheid met ‘acceptabele’ reistijden naar school, werk en voorzieningen.

➔

In lijn met landelijke doelstellingen zet de gemeente zich in voor reductie van de CO2-uitstoot door het faciliteren van schone(re) vervoermiddelen. Voor het toekomstige mobiliteitssysteem van Emmen wordt er volop ingezet op duurzame mobiliteit. hierbij wordt uitgegaan van het STOMP-principe. Met knooppuntontwikkeling (‘mobiliteitshubs’) investeert de gemeente in een netwerk waarin verschillende vervoersmiddelen bij elkaar komen en waar mogelijk gekoppeld worden aan thema’s zoals wonen en werken. Met het oog op lokale bereikbaarheid kiest de gemeente voor de uitbreiding van snelfietsverbindingen tot veilige en aangename (door)fietsroutes.7

➔

De omgevingsvisie sorteert voor op de aanleg van de Nedersaksenlijn (treinverbinding tussen Groningen en Enschede via Emmen) en bijbehorende stationsontwikkeling.8 Naast deze versterking van regionale ov-bereikbaarheid, zet de gemeente in op het vergroten van regionale bereikbaarheid voor bedrijvigheid per weg. Hierbij wordt aangehaakt op de geplande verdubbeling van het Duitse deel van de A37-E233.

➔

De gemeente zet in op het beperken van de autodruk in de centra. Hierbinnen gaat aandacht uit naar het bewaken van de bereikbaarheid ten behoeve van stads- en dorpslogistiek.

UITGANGSPUNTEN LANDSCHAP, LANDBOUW, KLIMAAT EN NATUUR

7 8

➔

De gemeente kiest voor het principe ‘nieuw versterkt bestaand’. Ruimtelijke ontwikkelingen zetten in op behoud en versterking van landschappen, erfgoed en monumenten (incl. dorpsgezichten). Onderdeel hiervan is inzet op het bewaken en uitdragen van de kwaliteiten van de Hondsrug en de veenlandschappen. Het landschap wordt beschouwd als drager van de woonkwaliteit en vormt een belangrijke factor in het realiseren van een gezonde leefomgeving.

➔

In de omgevingsvisie wordt aandacht besteed aan het ruimtelijk accommoderen van de landbouwtransitie. Er wordt in het buitengebied ruimte geboden aan nieuwe invullingen van landbouwgebieden - bijvoorbeeld in de vorm van recreatieve functies en toerisme. Dit speelt met name rond het Bargerveen, waar een opgave speelt om het grondwater te verhogen ter bescherming van natuur.

➔

De gemeente draagt verantwoordelijkheid om een bijdrage te leveren aan de provinciale doelen op het gebied van nieuwe natuur / agrarische natuur, bijvoorbeeld op het gebied van bosontwikkeling en vogelhabitats. Hier worden koppelingen gezocht met toerisme en gezondheid. Ook speelt in het landelijk gebied de opgave om groenblauwe dooradering te

Bron: Sustainable Urban Mobility Plan Emmen (in ontwikkeling) Bron: Voorontwerp Nota Ruimte (2024)

7 van 21

realiseren en ecologische verbindingszones te creëren. Om stikstofuitstoot te beperken in natuurgebieden en het te koppelen aan de waterbeheeropgave, wordt er een bufferzone rondom Bargerveen gerealiseerd. In lijn met landelijke afspraken, zijn water en bodem sturend bij toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen.9

9

Bron: Kamerbrief Water en Bodem Sturend (2022)

8 van 21

2.

SCENARIO 1: Autonoom

Autonoom karakter en lokale behoefte, organische ontwikkeling van dorpen en wijken, faciliterende gemeente

2.1

Keuzes en principes ➔

In dit scenario wordt met nieuwbouw voornamelijk voorzien in de lokale behoefte van gemeente Emmen. De stad en dorpen in de gemeente groeien om een plek te kunnen bieden aan woningzoekenden. Dit betekent dat er in ieder dorp ruimte is voor meer woningen. In het woningbouwprogramma wordt ingezet op de lokale behoefte, met een focus op woningen voor kleine huishoudens (senioren, jonge huishoudens) doorstromers. Die keuze vraagt om de ontwikkeling van kleinere woningen. Nieuwbouw is voor een groot deel levensloopbestendig.

➔

In dit scenario ligt de focus op het realiseren van gevarieerde wijken en dorpen, die samenen zelfredzaamheid, ontmoeting en gezond leven stimuleren. Woningbouw vormt een vliegwiel voor een deel van die doelen en draagt bij aan een leefbare gemeente. In de dorpen en wijken wordt ruimte geboden voor Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) en initiatieven op het gebied van bijzondere en/of collectieve woonvormen*, zoals (knarren)hofjes, kangoeroewoningen en mantelzorgwoningen.

9 van 21

➔

Naast dat we inzetten op het voorzien in de lokale woonbehoefte wordt in dit scenario ingezet op behoud en versterking van voorzieningen - ook in de dorpen. Het streven is om de bestaande voorzieningen zoals basisscholen en sportverenigingen in alle dorpen zo veel mogelijk te behouden. Om nu en de toekomst voldoende draagvlak te behouden worden grotere maatschappelijke en dagelijkse voorzieningen (zoals sporthallen, supermarkten) geclusterd in de ‘KErNdorpen’ (Klazienaveen, Emmer-Compascuum en Nieuw-Amsterdam - Veenoord). Deze kerndorpen vervullen een centrumfunctie voor de Blokken, de Monden en de Velden.

➔

De schaal, identiteit en lokale context van een wijk of dorp vormen leidende principes bij ruimtelijke ontwikkelingen. We kiezen voor kleinschalige woningbouwontwikkelingen waar mogelijk in het dorp en aan de randen van de bestaande stads- of dorpsgrenzen. Met het oog op het bewaken van de landschappelijke kwaliteiten, zijn we terughoudend in het bieden van ruimte aan grote uitbreidingslocaties. We bouwen in lage dichtheden (met beperkte bouwhoogte) en sluiten aan op wat we hebben.

➔

Zorg en ontmoeting worden in de toekomst zo veel mogelijk op wijk- en dorpsniveau georganiseerd. Met het oog op ontwikkelingen in de zorg en oplopende personeelstekorten betekent dat dat de dorpen dit voor een belangrijk deel organiseren via mantelzorg. Op het gebied van maatschappelijke voorzieningen zoals onderwijs en sport volgen we het principe van ‘kwaliteit boven kwantiteit’. In de kerndorpen zetten we in op breedte-onderwijs en faciliteren we de (door)ontwikkeling van voorzieningenclusters waar onderwijs, kinderopvang, sport en spel samenkomen. De huidige basisscholen in de dorpen worden zo veel mogelijk in stand gehouden.

➔

Op het gebied van economie zetten we in op het bieden van ruimte voor bestaande (lokale) bedrijven: het MKB en de maakindustrie krijgen op en rondom de werklocaties zoveel mogelijk de ruimte. De aanwezigheid van lokale bedrijvigheid levert een belangrijke bijdrage aan de levendigheid en draagkracht van stad en dorpen. Met herstructurering van de verschillende werklocaties zorgen we ervoor dat ook in de toekomst in elk dorp ruimte is voor bedrijvigheid. Investeringen in de ruimtelijke kwaliteit, verduurzaming en bereikbaarheid dragen bij aan toekomstbestendige bedrijvigheid verspreid over de gemeente.

➔

Ook in 2050 heeft de binnenstad van Emmen een belangrijke centrumfunctie op het gebied van detailhandel, cultuur en horeca. Inwoners uit de omringende dorpen komen geregeld naar de binnenstad om hier te winkelen, ontspannen en te beleven. Met het oog op trends zoals online winkelen, is het lokale aanbod meer toegespitst op cultuur, beleving en brancheringen zoals "bruin- en witgoed", "fietsen- en autoaccessoires", “kleding” "doe-het-zelf" en "wonen". Er wordt veel ruimte geboden aan bottom-up (ondernemers)initiatieven die bijdragen aan de kwaliteit van de binnenstad.

➔

Landbouw vormt een belangrijke identiteitsdrager in het landelijk gebied. In dit scenario blijft er in het landelijk gebied veel ruimte voor het productielandschap en de focus op voedselvoorziening. De agrariër krijgt voornamelijk de ruimte om zelf invulling te geven aan

10 van 21

het halen van de landelijke en provinciale doelen voor het landelijk gebied. Ambities op gebied van circulaire landbouw worden deels vormgegeven in de verbinding tussen landbouw en gemeenschappen. Landbouw krijgt in toenemende mate een rol in het verzorgen van lokale consumptie. Lokale coöperaties zorgen dat de afstanden tussen productie en gebruik dicht bij elkaar komen te liggen en dragen bij aan het sluiten van de voedselkringloop. In coöperaties wordt gewerkt aan het sluiten van kringlopen en dragen agrariërs gezamenlijke zorg voor de bodem en het landschap. ➔

De glastuinbouw levert een bijdrage aan het vormgeven aan een duurzame en circulaire economie. In dit scenario krijgen de glastuinbouwgebieden in Klazienaveen en Erica de ruimte om hun productiviteit te verhogen door bijvoorbeeld verticale (gebouwgebonden) landbouw. In de sector wordt met innovatie en experimenten volop gewerkt aan verduurzaming. Ook zijn samenwerkingen ontstaan met andere bedrijfssectoren, waarbij tuinders beschikbare restwarmte benutten om hun kassen van energie te voorzien.

➔

In dit scenario ontwikkelt het wegennet van de gemeente Emmen zich tot een fijnmazige infrastructuur die de dorpen onderling optimaal verbindt. Met veilige wegen, betrouwbare ov-verbindingen en aantrekkelijke fietsroutes is het gemakkelijk en snel van het ene naar het andere dorp reizen. Met het oog op goede bereikbaarheid van voorzieningen, worden de grootste investeringen gedaan in de verbinding naar en tussen de kerndorpen. Deelvervoer en vraaggestuurd vervoer, maar ook vrijwilligersvervoer (bijvoorbeeld een belbus) spelen een rol in het bereikbaar houden van de kleinere dorpen en buurtschappen. Vanuit de stad Emmen biedt de eventuele komst van de Nedersaksenlijn een goede ov-verbinding met de rest van Nederland.

➔

Het opwekken van duurzame energie wordt zo veel mogelijk gecombineerd met energieopslag en energiegebruik. Voor het opwekken van duurzame energie is lokaal draagvlak en initiatief altijd leidend. Denk bijvoorbeeld aan opwek-initiatieven van ondernemers op een bedrijventerrein, boeren in het buitengebied of een groep inwoners in een wijk of dorp. Bewoners kunnen zich verenigen in lokale energiecoöperaties. Door dit soort initiatieven komen de lasten en lusten van energie-opwek op dezelfde plek samen. De gemeente faciliteert dergelijke bottom-up initiatieven waar mogelijk.

➔

In dit scenario is groen nooit ver weg. De nabijheid van natuur en de uitstraling van het landschap biedt inwoners volop mogelijkheden om te bewegen, ontmoeten en uit te rusten. Om natuur voor iedereen bereikbaar te maken, wordt er aan de randen van de stad en dorpen ingezet op natuurontwikkeling. Dit betekent ook dat er weinig ruimte is voor uitleglocaties voor woningen of bedrijven. Om de landschappelijke kwaliteiten te beschermen en te versterken, vindt groei van de dorpen voornamelijk plaats binnen strikte ruimtelijke kaders.

➔

Op het gebied van klimaat en water wordt in dit scenario vooral gekozen voor waterberging en vergroening binnen de dorpen en wijken. Dit voorkomt hittestress en wateroverlast. Herstructurering van de woonomgeving en van werklocaties gaat hand in hand met gerichte klimaatadaptieve ingrepen. Bewoners en ondernemers nemen zelf voortouw in

11 van 21

het vergroenen van hun privéterrein. Ook de openbare ruimte wordt in hoge mate vormgegeven door bottom-up initiatieven van inwoners, zoals geveltuinen en gemeenschappelijk beheer van de openbare ruimte. ➔

Inwoners van de gemeente Emmen zijn trots op hun geschiedenis, identiteit en eigenheid en dragen dit graag uit. De cultuurhistorische waarden van de dorpen, stad Emmen en het landschap eromheen zijn daarom ook leidend voor toekomstige ontwikkelingen. Daar waar mogelijk, krijgt het verhaal van de plek een meer zichtbare rol in de omgeving. Dit betekent ook dat er op sommige plekken strengere stedenbouwkundige en landschappelijke randvoorwaarden zijn, om die cultuurhistorie zichtbaar te houden.

Sturing In dit scenario positioneert de gemeente zich uitnodigend en faciliterend tegenover initiatiefnemers. Met subsidies en stimuleringsregelingen wordt volop ruimte geboden voor initiatief van onderop. Daarbij functioneert de gemeente voornamelijk als kennispartner voor inwoners en organisaties. Tegelijkertijd stelt de gemeente wel duidelijke kaders en spelregels om de ruimtelijke ontwikkeling in goede banen te leiden.

2.2

Consequenties onder andere

➔

Het zoveel mogelijk in stand houden van de maatschappelijke voorzieningen in de buurten en dorpen vraagt om financiële investeringen. Ook is het welzijn van een vergrijzende bevolking in de buurten en dorpen afhankelijk van een sterk sociaal dorpsnetwerk voor voldoende werknemers en vrijwilligers in (mantel)zorg, sociaal contact en vervoer. Hiervoor staat de gemeente niet altijd aan de lat; het slagen van doelen in dit scenario hangt in grote mate ook af van de inzet van de lokale gemeenschap.

➔

Het sturen op ruimtelijke kwaliteit bij woningbouwinitiatieven kan ten koste gaan van de betaalbaarheid van woningen. Dit kan betekenen dat gebouwde woningen niet aansluiten bij de (financiële) mogelijkheden van lokale woningzoekenden.

➔

Veel ruimte voor eigen initiatief vanuit de samenleving, bijvoorbeeld op het gebied van duurzame energieopwek, kan leiden tot vertraging in het behalen van gewenste doelen en versnippering van ruimtelijke invullingen. Ook is het de vraag of lokale gemeenschappen voldoende draagkracht hebben.

➔

Op het gebied van bereikbaarheid worden geen grote investeringen gedaan, zoals in nieuwe wegen of hoogwaardige OV-netwerken. Daarnaast staat de fijnmazigheid van het OV in dit scenario op gespannen voet met frequentie en snelheid.

➔

Doordat er het landelijk gebied geen duidelijke sturing is op het gebied van de landbouwtransitie, loopt de gemeente het risico dat besluiten van bovenaf opgelegd gaan worden (vanuit de provincie of het Rijk)

12 van 21

3.

SCENARIO 2 - Dynamisch

Sterke stad Emmen met stedelijk voorzieningenniveau, werk, onderwijs en bereikbaarheid, samenwerkende gemeente

3.1

Keuzes en principes ➔

In dit scenario landt de woningbouwopgave voor een groot deel in en rondom de stad Emmen. Woningbouw fungeert als vliegwiel voor het uitbouwen van de stedelijke functies van Emmen. De bouw van woningen vindt voornamelijk plaats nabij mobiliteitsknooppunten en bestaande voorzieningen, zoals bij de stations Emmen en Emmen Zuid. Op goed bereikbare locaties buiten Emmen, zoals bij station Nieuw-Amsterdam, worden ook woningen toegevoegd. Door kleinere woonruimtes en in hogere dichtheden te bouwen, doen we een zo klein mogelijk beroep op het landelijk gebied. Om nabij het centrum van Emmen meer ruimte voor woningen te vinden, kan het in dit scenario nodig zijn functies in het centrum te verplaatsen naar elders.

➔

In de dorpen vindt woningbouw in mindere mate plaats. Hier wordt in beginsel alleen voor de eigen behoefte gebouwd. De focus ligt op kleinschalige toevoegingen voor kleinere huishoudens en het faciliteren van doorstroming. Hiermee draagt woningbouw bij aan het

13 van 21

creëren van gevarieerde dorpen waar inwoners in iedere levensfase een passende woning kunnen vinden. De dorpen behouden echter hun prettige, dorpse schaal. ➔

De bereikbaarheid van stad Emmen krijgt in dit scenario veel aandacht. Daarbij gaat het zowel over de regionale bereikbaarheid, als over goede verbindingen tussen de dorpen en de stad. Bij de eventuele aanleg van de Nedersaksenlijn wordt de regionale bereikbaarheid aanzienlijk verbeterd, wat extra kansen biedt voor stedelijke ontwikkeling rond de stations. . Ook wordt de A37/E233 verbreed, om de bereikbaarheid voor inwoners en bedrijven te verbeteren. Rond de stations worden mobiliteitshubs ontwikkeld, waar fiets, ov en (deel)auto samenkomen. Veilige en aangename (door)fietsroutes worden volop gebruikt door inwoners van de dorpen om zich te verplaatsen naar hun werk, school of om gebruik te maken van de stedelijke voorzieningen in Emmen.

➔

Binnen de stad krijgen openbaar vervoer, wandelaars en fietsers de ruimte. Dat betekent ook dat de ruimte voor de auto op sommige plekken wordt teruggedrongen. Door het gebruik van mobiliteitshubs waar automobilisten kunnen overstappen op andere manieren van vervoer, blijft de bereikbaarheid binnen Emmen gewaarborgd. Op goed bereikbare locaties nabij voorzieningen, maakt een verminderde autoafhankelijkheid het mogelijk om ruimte voor parkeren te benutten voor woningbouw, binnenstedelijk groen of andere ontwikkelingen.

➔

Op het gebied van economische ontwikkeling is in dit scenario een grote rol weggelegd voor het versterken van de koplopersrol van Emmen op het gebied van groene chemie en circulaire maakindustrie. De benodigde ruimte voor het huisvesten van de bedrijven in deze sectoren en de transitie naar duurzame bedrijvigheid ontstaat door intensivering en uitbreiding van het GETEC park en industrieterrein Bargermeer. Deze industrieterreinen positioneren zich als meest duurzame en innovatieve werklocatie van Noord Nederland.

➔

De doorontwikkeling van de Greenwise Campus versterkt het huidige hbo en biedt meer mogelijkheden voor wo-onderwijs in Emmen. Emmen krijgt een aantrekkelijker klimaat voor start-ups en scale-ups. De rest van de gemeente profiteert mee van de kennis die op de Greenwise Campus wordt opgedaan. De campus heeft een regionale aantrekkingskracht op werkzoekenden en studenten, zowel praktisch als theoretisch. De goede verbindingen tussen de stad en de dorpen zorgen dat het hoogwaardige werk- en onderwijscluster ook vanuit de dorpen nabij is.

➔

In dit scenario wordt in lijn met provinciale en landelijke doelen duidelijke regie gevoerd op het gebied van een toekomstbestendig landbouw- en glastuinbouwsector. Technische ingrepen en innovatie staan centraal in de extensivering van de landbouw en het terugdringen van energieverbruik in de glastuinbouw. De sectoren maken gebruik van beschikbare regelingen om te verduurzamen en te experimenteren. Binnen de gemeente zijn sterke samenwerkingsverbanden gesloten tussen boeren, tuinders en bedrijven in de groene chemie en circulaire maakindustrie. Binnen de akkerbouw wordt steeds vaker gekozen voor bio-based teelt, zoals vlas en hennep - materialen die bijvoorbeeld kunnen worden gebruikt in de bouw of groene chemie. Dit zorgt voor korte ketens. Verspreid over

14 van 21

het buitengebied vindt men proefboerderijen. De glastuinbouwgebieden van Erica en Klazienaveen zich tot fieldlabs waar bedrijven, onderwijs en overheid samenwerken aan innovatie. ➔

Door de stevige groei van de stad Emmen wordt het draagvlak van haar voorzieningen vergroot. De stad trekt meer hoogwaardige voorzieningen aan op het gebied van cultuur, detailhandel, horeca, sport en maatschappelijke voorzieningen en verstevigt daarmee haar (regionale) centrumpositie. In de binnenstad wordt het aanbod van functies verbreed en vindt men naast winkels en horeca ook flexwerkplekken, vergaderruimtes en pop-up initiatieven die lokale, beginnende ondernemers kansen bieden.

➔

Om te voorzien in een aangenaam en gezond verblijfsklimaat voor alle inwoners van Emmen, gaat dit scenario uit van het ‘groen groeit mee’ principe. De verstedelijking van Emmen-stad gaat gepaard met de versterking van bestaande en nieuwe ‘groene zones’ als stedelijk uitloopgebied. Aan de randen van de stad wordt ruimte geboden aan recreatief groen, natuur, water en landschapsontwikkeling. Deze zones blijven vrij van verstedelijking. Met het oog op het op peil houden van de leefkwaliteit van de dorpen, vindt hier ook kleinschalige vergroening aan de dorpsranden plaats.

➔

Wateroverlast en droogte worden in dit scenario zo veel mogelijk tegengegaan door waterberging te combineren met landschapsontwikkeling. De groene uitloopgebieden rond de stad bieden naast recreatieve en natuurwaarden ook een kans om overtollig water uit de stad op te vangen. In het landelijk gebied worden natuurlijke laagtes in het landschap aangewezen voor waterberging. Binnen de stad en de dorpen zoeken we oplossingen zoals wadi’s, groene parkeerplekken, groene daken en groene gevels. Voor nieuwe ontwikkelingen op het gebied van woningbouw of werklocaties stellen we het oplossen van de wateropgave op eigen terrein als randvoorwaardelijk.

➔

In dit scenario clusteren we energieopwek op een beperkt aantal plekken in de gemeente. Het uitgangspunt voor de locatiekeuze is het samenbrengen van vraag en aanbod: energieopwek vindt plaats dichtbij de grootste energievragers. Op bedrijventerreinen wordt samen met ondernemers gewerkt aan lokale energiehubs waar verbruik, opwek en opslag van duurzame energie op elkaar wordt afgestemd. Door middel van innovatie op onder andere het gebied van groene waterstof wordt gemeentebreed gewerkt aan verduurzaming van het energie-systeem.

Sturing In dit scenario neemt de gemeente een samenwerkende en regisserende rol aan. Gestuurd wordt op het verbinden van overheid, maatschappelijke partners en de markt. Om de ambities op het gebied van woningbouw en economische ontwikkeling te kunnen realiseren, vormen het Rijk, de provincie Drenthe en het bedrijfsleven belangrijke samenwerkingspartners.

15 van 21

3.2

Consequenties onder andere ➔

De voorname focus op ontwikkeling van de stad Emmen kan ertoe leiden dat op sociaal-economisch vlak het verschil tussen de stad en de dorpen vergroot. De clustering van voorzieningen in de stad Emmen verhoogt de aantrekkingskracht van Emmen. Het draagvlak van bestaande voorzieningen in de dorpen komt meer onder druk te staan.

➔

De ambities op het gebied van wonen, voorzieningen en circulaire economie gaan gepaard met een forse ruimteclaim. Verdichting en inbreiding oefenen druk uit op het behoud van het open en dorpse karakter. In de stad Emmen zal vaker gekozen worden voor gestapelde bouw nodig en is het niet langer vanzelfsprekend dat alle inwoners op straat hun auto kwijt kunnen.

➔

Door alle nieuwe ontwikkelingen (woningen, verkeer, bedrijvigheid) is het onvermijdelijk dat op sommige plekken in de gemeente de overlast en veiligheidsrisico’s van bedrijvigheid/industrie en verkeer gaan toenemen. Deze consequenties moeten in sommige gevallen geaccepteerd worden. Het clusteren van wonen en werken in de stad zorgt ervoor dat de druk op de leefomgeving groeit.

➔

Op sommige plekken in de gemeente is een intensiever gebruik van het landschap vanuit de draagkracht van het bodem- en watersysteem niet voor de hand liggend. Extensivering van de landbouw, maar ook uitbreiding van werklocaties en woningbouw in lager gelegen gebieden zijn alleen toekomstbestendig wanneer zij gepaard gaan met technische ingrepen.

16 van 21

4.

SCENARIO 3 - Beleefbaar

Wonen in een open en groene gemeente, natuurontwikkeling en woningbouw als economisch model, sturende gemeente

4.1

Keuzes en principes ➔

In dit scenario heeft de gemeente zich volledig toegelegd op het omarmen en versterken van het groene en open karakter. Daarmee bouwt de gemeente voort op de oorspronkelijke ideeën van de open groene stad. In het Emmen van 2040 is de scheidslijn tussen wonen en natuur en landbouw verder vervaagd. Aan de randen van het bebouwd gebied zijn bijzondere woonmilieus ontstaan. Wonen gaat hier hand in hand met het landschap en de natuur. De woningen, gebouwd van herbruikbare materialen en in hoge mate zelfvoorzienend, gaan op in de omgeving. Concepten zoals bosrijk wonen in Emmerdennen of waterrijk wonen aan de rand van de oude veengebieden, trekken ook mensen van buiten de gemeente aan. De gemeente Emmen wordt een aantrekkelijke vestigingsplaats voor mensen die rust en ruimte zoeken.

➔

Woningbouw concentreert zich voornamelijk op goed bereikbare locaties en/of in nabijheid van bestaande voorzieningen. Dit vertaalt zich naar een groei van Emmen stad,

17 van 21

maar ook van de dorpen Klazienaveen, Emmer-Compascuum en Nieuw-Amsterdam Veenoord. De inzet op een extra station bij Weerdinge (Emmen-Noord) aan de eventuele Nedersaksenlijn maakt dit dorp en de noordoostkant van de stad Emmen extra aantrekkelijk voor woningbouwontwikkelingen. ➔

De woningbouwopgave landt zowel binnen als buiten de huidige stads- en dorpscontouren. Enerzijds ontstaan op uitbreidingslocaties bijzondere, natuurinclusieve woonbuurten. Deze buurten kenmerken zich door lage dichtheden, woningen in een hoger prijssegment en collectieve woonvormen. Tegelijkertijd wordt binnen de stad en de dorpen gezocht naar inbreidingsmogelijkheden. Om het groene en open karakter van de woonomgeving te bewaken, wordt hierbij voornamelijk gekozen voor transformatie en herstructurering. Ook worden oplossingen gevonden in woningsplitsen, optoppen en erfdelen. Om zo veel mogelijk ruimte te behouden voor groen, valt de keuze binnen bestaand stedelijk gebied op kleinere woonruimten en gaan we meer de hoogte in.

➔

De keuze voor woningbouw nabij de grotere plaatsen betekent dat het voorzieningenniveau hier redelijk in stand blijft. De lage dichtheden van de woongebieden en de hoge mate van zelfstandigheid (gezamenlijke woonconcepten, mensen die graag buitenaf willen wonen) betekent wel dat het draagvlak voor sommige voorzieningen afneemt. De voorzieningen in de kleinere dorpen komen verder onder druk te staan, doordat investeringen met name uitgaan naar de andere gebieden in de gemeente. In dit scenario wordt maximaal ingezet op een gezonde leefomgeving en gezonde leefstijl, met veel ruimte voor (ongeorganiseerde) sport en beweging. Zorg en ondersteuning wordt in toenemende mate een zaak van eigen verantwoordelijkheid. Zorgvoorzieningen als een huisarts en het ziekenhuis zijn in Emmen en de kerndorpen aanwezig.

➔

Het koesteren en benadrukken van groen in woon- en werkomgeving krijgt in dit scenario veel aandacht. In aangewezen groene zones en groenstructuren, zoals de ‘groene vingers’ van de stad Emmen, is de gemeente terughoudend met (grootschalige) ruimtelijke ontwikkelingen. Er wordt ingezet op een sterk netwerk aan groenverbindingen. Deze fungeren als ecologische verbindingszones zodat dier en plant de ruimte krijgen. Ook faciliteren ze een gezonde leefomgeving met ruimte voor beweging, ontspanning, ontmoeting en natuurbeleving.

➔

In dit scenario bevindt de meeste industrie zich op drie centrale bedrijventerreinen in de gemeente, waarvan Bargermeer de grootste vormt. Op deze bestaande werklocaties wordt volop geïnvesteerd in verduurzaming van productieprocessen. De Greenwise-Campus is in dit scenario een proeftuin voor nieuwe manieren om duurzaam te produceren, met zo min mogelijk verbruik van energie en grondstoffen. De ruimtevraag voor de circulaire industrie wordt gefaciliteerd door herstructurering en intensivering van de bestaande bedrijventerreinen. Er is weinig tot geen ruimte om bedrijventerreinen uit te breiden.

➔

Op kleinere bedrijventerreinen en de glastuinbouwgebieden vindt een transitie plaats naar gemengde woon-werkgebieden. Ten behoeve van gezondheid en de milieukwaliteit worden bedrijven met hogere milieucategorie uitgeplaatst naar de grotere bedrijventerreinen. Ook

18 van 21

op andere locaties in de gemeente vervaagt de grens tussen wonen en werken verder. Het aantal beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten aan huis, zoals coaching, fysio, schoonheidsspecialist, catering of studio’s voor creatieve beroepen neemt toe. ➔

De ‘wooneconomie’ (facilitaire diensten, schoonmaak, loodgieters, aannemers, dakdekkers, schilders, hoveniers, oppas, kinderopvang, etc.) bloeit als nooit tevoren. Inwoners en ondernemers weten elkaar goed te vinden, wat leidt tot een belangrijke pijler in de lokale economie, samenwerkingen en ketens.

➔

Het rijke aanbod aan natuur en cultuurhistorie vormt in dit scenario een groeiend verdienmodel voor Emmen. De gemeente profileert zich als dé natuurgemeente van Nederland. Hiermee wordt toerisme een belangrijke pijler van de economie. De beleving van de natuur, het landschap en de rijke ontstaansgeschiedenis worden in de hele gemeente actief gepromoot. Wildlands kan hier een rol in spelen, door de koppeling te leggen tussen exotische natuur (de huidige dierentuin) en de inheemse natuur (die volop in de gemeente Emmen te vinden is). Cultuurhistorie en natuur, zoals de Hondsrug, het Bargerveen, het Veenpark, de hunebedden en streekmusea worden via een netwerk van recreatieve fiets-, wandel- en vaarroutes beter met elkaar en de wijde regio verbonden. De culturele sector bloeit op, en de binnenstad van Emmen groeit verder door tot een centrum van cultuur en vermaak.

➔

Om de groeiende komst van recreanten en toeristen te faciliteren, wordt gekozen voor uitbreiding van verblijfsrecreatie. Ondernemers in de gemeente leggen zich toe op duurzame en natuurinclusieve vormen van recreatie en toerisme. Concepten zoals kamperen bij de boer, ecolodges en natuurkampeerplekken optimaliseren de beleving van het buitenleven. Deze vormen van verblijf dragen bij aan het aanbod van natuurervaring in Emmen en zijn een belangrijk aanvullend verdienmodel voor de toeristische, maar ook de agrarische sector.

➔

In dit scenario heeft de agrarische sector in Emmen grote stappen gezet in de ontwikkeling naar een natuurinclusieve landbouw. In het landelijk gebied vindt productie plaats binnen de grenzen van natuur, milieu en leefomgeving. Met oog op het bewaken en herstellen van de bodemkwaliteit vindt op de veengronden vernatting plaats. De landbouw past zich hier op aan. Daar waar de bodem minder geschikt is voor landbouw, kiezen agrariërs voor verbreding van hun verdienmodel met nevenactiviteiten op het gebied van recreatie, landschapsbeheer en/of energieopwek. Ook worden kansen benut om vrijkomende agrarische bebouwing in de buurt van de stad en dorpen te transformeren naar collectieve en bijzondere wooninitiatieven, aansluitend bij de landschappelijke karakteristieken en kwaliteiten.

➔

Het palet aan landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van Emmen onderscheidt de gemeente op regionaal en landelijk niveau. Met strikte landschappelijke ontwikkelkaders wordt in dit scenario ingezet op behoud en versterking van de belevingswaarde van de diverse landschappelijke kwaliteiten. Zo wordt de zichtbaarheid van de Hondsrug in het landschap versterkt. Ook gaat aandacht uit naar het

19 van 21

snelwegpanorama van de A37. Om de belevingswaarde van het karakteristieke en open, onbebouwde landschap te bewaken, wordt langs de snelweg geen ruimte geboden aan nieuwe toevoegingen van bedrijfslocaties. ➔

In het kader van een gezonde leefomgeving wordt in bestaande dorpen en wijken ingezet op het terugdringen van auto’s op straat. Nieuwe woonbuurten zijn autoluw of in sommige gevallen zelfs autovrij. In plaats van direct voor de deur, parkeren inwoners de auto bij efficiënt gelegen parkeershubs aan de randen van dorpen en wijken. Inwoners die verder van voorzieningen vandaan wonen, maken gebruik van mobiele (bezorg)diensten of kiezen voor duurzame alternatieven zoals de (elektrische) fiets of deelauto’s.

➔

Grootschalige opwek en opslag van duurzame energie wordt geclusterd op enkele locaties in de gemeente. Op deze plekken valt de keuze op het stimuleren van meervoudig ruimtegebruik en het creëren van een maatschappelijke meerwaarde. In het energielandschap van de toekomst gaat duurzame energieopwek samen met natuurontwikkeling, landschapsversterking, educatie en landbouw.

Sturing Dit scenario vereist een sterke regie en sturing van de gemeente. Op sommige vlakken is de gemeente initiatiefnemer voor ruimtelijke ontwikkelingen. Op andere onderdelen worden ontwikkeling in goede banen geleid met scherpe afwegingskaders en instructieregels. Het stellen van ontwikkeldoelen vraagt wel nauwkeurige afstemming met de provincie Drenthe en de waterschappen. Dit vraagt nadrukkelijk aandacht voor het balanceren van regionale en lokale doelstellingen.

4.2

Consequenties onder andere

➔

De ontwikkeling van natuurinclusieve en duurzame woonmilieus gaat gepaard met grote investeringen en inzet vanuit gemeente. Deze investeringen kunnen deels worden terugverdiend door woningen in het hogere segment te realiseren. Daarbij moet dan wel aangetekend worden dat de betaalbaarheid van woningen onder druk komt te staan.

➔

Het toevoegen van woningen in hogere segmenten kan - zeker met het oog op de bestaande woningvoorraad - leiden tot een tweedeling tussen de bestaande wijken en dorpen en nieuwe gebieden. Zeker als er fors geïnvesteerd wordt in de nieuwe woongebieden. Deze tweedeling kan er ook toe leiden dat maatschappelijke voorzieningen in bestaande dorpen (met name de kleinere) onder druk komen te staan.

➔

Het verspreiden van woningbouw over de gemeente betekent dat inwoners in veel gevallen langere reistijden naar economische knooppunten en sociale en maatschappelijke voorzieningen. Mensen maken naar verhouding veel gebruik van individueel gemotoriseerd vervoer (auto, e-bike, scooter, etc.), wat impact heeft op de infrastructuur, verkeersveiligheid en gezondheid. Doelgroepen die niet beschikken over een eigen auto of scooter, zijn voor

20 van 21

langere afstanden sterk afhankelijk van een betrouwbaar en betaalbaar OV-netwerk, maar met een lage dichtheid is dit niet rendabel. ➔

Dit scenario vraagt om een grote omslag van agrarische bedrijvigheid. Het draagvlak onder en een eerlijk toekomstperspectief voor agrariërs zijn belangrijke aandachtspunten. Daarnaast leunt de financiële haalbaarheid van deze transitie op politieke keuzes en steun vanuit het Rijk. Dit is in de huidige politieke context onzeker.

21 van 21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=66d0fa7e-f886-439a-89fe-6479dc0db938