Bijlage 2 - Nota van Beantwoording omgevingsvergunning en VVGB Erica, Ericasestraat 31
Tekst van het document
Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp-omgevingsvergunning ‘Buitengebied Emmen, Erica, Ericasestraat 31’ (identificatienummer ‘NL.IMRO.0114.2023027-V501) en het ontwerpbesluit VVGB Ontwerp: 18 oktober tot en met 28 november 2023 Gemeente Emmen
Inhoudsopgave Inhoudsopgave ............................................................................................................................................2 1. 1.
Zienswijzen ......................................................................................................................................3 Anoniem .........................................................................................................................................................................4
1.
Zienswijzen
De ontwerp-omgevingsvergunning ‘Buitengebied Emmen, Erica, Ericasestraat 31’ met planidentificatienummer ‘NL.IMRO.0114.2023027-V501’ heeft van 18 oktober tot en met 28 november 2023 (zes weken) ter inzage gelegen voor het indienen van zienswijzen. Tijdens deze termijn zijn 4 zienswijzen ingekomen. De zienswijzen zijn ontvangen binnen de wettelijke termijn overeenkomstig afdeling 3.4 artikel 3:16 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en zijn dus ontvankelijk. Zienswijzen zijn openbaar. Maar op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) moeten de namen en adressen van indieners, als het geen bedrijven of instellingen zijn, in vrij toegankelijke digitale documenten worden geanonimiseerd. Om kennis te nemen van de namen van de indieners van de zienswijzen is aan het raadsbesluit een appendix toegevoegd met naam en toenaam. Deze appendix maakt onderdeel uit van het raadsbesluit bij het bestemmingsplan maar zal niet digitaal bekend worden gemaakt. De appendix wordt geanonimiseerd voor documentversies die openbaar via internet toegankelijk zijn. Tabel indieners zienswijzen (geanonimiseerd): 1 2 3
Zaaknr. 13305-2021 13305-2021 13305-2021
Naam
Adres
Postcode
Plaats
De inhoud van de zienswijzen wordt per onderwerp samengevat weergegeven onder “A”. Vervolgens vindt onder “B” de beantwoording vanuit de gemeente plaats. Onder “C” is aangegeven of en hoe de ontwerp-omgevingsvergunning is aangepast.
1. Anoniem Algemeen A1 Indieners van de gezamenlijke zienswijze geven aan dat de zienswijze aantoont dat de voorgenomen activiteiten niet mogelijk zijn op grond van het akoestisch onderzoek en artikel 5.7.1 sub b.3 van het bestemmingsplan. Er is geen sprake van een ondergeschikte activiteit ten opzichte van de hoofdfunctie. Om deze reden zou geen omgevingsvergunning verleend dienen te worden. Als de plannen doorgaan, dan dienen de vergunningsvoorwaarden te worden aangevuld zodat deze in overeenstemming zijn met de beoogde situatie, de ruimtelijke onderbouwing en het akoestisch rapport. Daarnaast dient het handhaafbaar te zijn. B1 Een ondergeschikte activiteit is vanuit ruimtelijk, functioneel en inkomensverwervend opzicht duidelijk ondergeschikt aan de toegestane hoofdfunctie. In voorliggende aanvraag is echter geen sprake van een ondergeschikte activiteit, maar van een nevenactiviteit die naast het aanwezige agrarische bedrijf bestaat. Het door de indieners aangehaalde artikel is derhalve niet van toepassing. Er kan daardoor geen gebruik worden gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan. De aangevraagde activiteiten kunnen daarom alleen mogelijk worden gemaakt middels een afwijking van het bestemmingsplan. Om deze reden worden de aangevraagde activiteiten mogelijk gemaakt door middel van een uitgebreide omgevingsvergunning.
De nevenactiviteit dient wel te voldoen aan het criterium van een goede ruimtelijke ordening. Ons inziens wordt een goede ruimtelijke ordening door middel van de (ontwerp-)vergunning en bijbehorende vergunningsvoorschriften gewaarborgd. C1 (Dit aspect van) de zienswijze leidt niet tot wijziging van het besluit. Zand en grondoverslag A2 De omwonenden ervaren toenemende overlast vanwege een totaliteit aan incidentele activiteiten die onderdeel zijn van de RBS, zoals een onbenoemd aantal aan- en afvoertransporten. De Raad van State eist dat een bevoegd gezag moet uitgaan van de maximale planologische mogelijkheden en daarin moet oordelen of er geen onoverkomelijke problemen zijn te verwachten. Binnen deze afweging worden de gevolgen voor het woon- en leefmilieu meegewogen in de belangenafweging. Het bestemmingsplan geeft het volgende aan voor een grondverzetbedrijf: een bedrijf, niet zijnde een agrarisch loonbedrijf, dat in hoofdzaak gericht is op het in cultuur brengen en houden van gronden met behulp van grootschalige grondverzetmachines zoals: mobiele (rups)kranen, shovels, laadschoppen, trekkers e.d. Het opslaan van gronden ter plaatse is niet toegestaan; De geluidsuitstraling is met name afkomstig uit vervoerbewegingen van en naar het perceel en het laden en lossen van (agrarische) producten op het perceel. De opslag van zand- en grond is geen agrarisch product.
De aantallen extra overslag van zand en grond met bijbehorende vervoersbewegingen zijn tezamen met de andere nevenactiviteiten niet meer van ondergeschikte omvang. Maximaal 500 m3 opslag zegt niets over overslag. Er is geen limitering van vervoersbewegingen voor overslag van grond en zand waarop kan worden gehandhaafd. Het toevoegen van zand- en grondoverslag is niet ondergeschikt en valt niet onder een verbreding of verdieping van de agrarische bedrijfsvoering (teelt van agrarische producten). B2 Het agrarische bedrijf is reeds aanwezig en planologisch toegestaan conform de bestemming agrarisch – grondgebonden 1 van het bestemmingsplan Buitengebied 2011. Binnen de maximale planologische mogelijkheden van de bestemming agrarisch grondgebonden 1 is een loon- en grondverzet bedrijf niet mogelijk. Er is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen in het bestemmingsplan, maar daar wordt geen gebruik van gemaakt. Derhalve is afgeweken middels een uitgebreide omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.10 en verder van de Wabo. De bestemmingsomschrijving voor een grondverzetbedrijf is daarom niet relevant, omdat voorliggende aanvraag een specifieke afwijking middels een uitgebreide omgevingsvergunning met voorwaarden betreft, waarbij wordt afgeweken van het vigerende bestemmingsplan.
In afwijking van het bestemmingsplan kan daardoor ook de opslag van zand en grond toegestaan worden ten behoeve van een loon- en grondverzet bedrijf, mits dit voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. De vervoersbewegingen zijn gelimiteerd, doordat er een voorschrift aan de vergunning is gekoppeld die aangeeft dat de vervoersbewegingen in het akoestisch onderzoek leidend zijn. Om geen ruimte voor interpretatie te laten, zal naar aanleiding van deze zienswijze de formulering worden aangepast. Verduidelijkt zal worden dat de vervoersbewegingen zoals aangegeven in het akoestisch onderzoek de maximaal mogelijke uitvoerbare vervoerbewegingen zijn. De vervoersbewegingen ten behoeve van grondoverslag zijn in de berekeningen van het akoestisch onderzoek meegenomen. De overslag van grond en zand is daardoor gelimiteerd, zodat een goed woonen leefklimaat gewaarborgd is. C2 (Dit aspect van) de zienswijze leidt tot aanscherping van het vergunningsvoorschrift dat ziet op de toegestane vervoersbewegingen.
Aantal grondverzetmachines A3 De gemeente heeft uitgelegd dat er slechts sprake is van toevoeging van dagelijkse stalling van enkele grondverzetmachines op de locatie. Dit wordt in de boogde situatie omschreven, waarbij twee machines worden aangevraagd als nevenactiviteit met daarnaast stalling en halfjaarlijkse onderhoudswerkzaamheden van meerdere grondverzetmachines tijdens de bouwvak en kerst periode. Er wordt aangegeven met welke machines er gewerkt wordt. De ruimtelijke onderbouwing geeft de bestaande en beoogde situatie weer. De beoordeling vindt niet plaats op basis van de agrarische activiteiten. In de bestaande situatie worden 5 grondverzetmachines genoemd. In de beoogde situaties worden 2 grondverzetmachines genoemd. Dit zijn in totaal 7. Er zijn meer grondverzetcombinaties aanwezig dan de beoogde situatie. De hoofdfunctie is de belangrijkste bedrijfsmatige gebruiksfunctie van de gebouwen en gronden. Een hoofdfunctie of nevenfunctie kan bepaald worden als het bedrijf wordt getoetst op volwaardigheid. Het gaat hier om omvang van bedrijf. Het aantonen van inkomen hoeft niet, mits het bedrijf volwaardig in omvang is. Een nevenactiviteit aan een bedrijf wordt getoetst aan de ruimtelijke effecten van de activiteit zoals de m2 of het effect op de omgeving.
Er is geen handvat om te handhaven zoals het benoemen van absolute aantallen grondverzetmachines, zand-dumpers en bijbehorende tractoren. De agrarisch grondgebonden activiteit wordt ondergeschikt aan de gewenste toevoegingen. De omgevingsvergunning zou een voorschrift moeten bevatten van het aantal (grondverzet)machines. B3 Bij de beoordeling van het aantal machines is specifiek naar het bestaande agrarische bedrijf en het loon- en grondverzet bedrijf gekeken. Ten behoeve van het bestaande grondgebonden agrarische bedrijf is bedrijvigheid toegestaan ten behoeve van akkerbouw, veeteelt en vollegrond tuinbouw. Voor deze activiteiten is het gebruik van de machines zoals aangegeven binnen de bestaande situatie in de ruimtelijke onderbouwing toegestaan binnen de bestemming om de activiteit uit te kunnen voeren. Het feit dat deze machines mogelijk gebruikt kunnen worden voor het loon- en grondverzet bedrijf is niet relevant, omdat deze al toegestaan zijn op basis van de bestemming agrarisch – grondgebonden 1. In de beoogde situatie is omschreven welke machines specifiek gebruikt gaan worden ten behoeve van het loon- en grondverzet bedrijf in de ruimtelijke onderbouwing. Deze zijn als uitgangspunt genomen voor het aantal verkeersbewegingen.
In de voorschriften die verbonden zijn aan de omgevingsvergunning is aangegeven dat de machines ten behoeve van het loon- en grondverzet bedrijf alleen opgesteld mogen worden in de opstelplaatsen als benoemd in figuur 4, blz 13 van de ruimtelijke onderbouwing. In voorliggende aanvraag is op pagina 13 van de ruimtelijke onderbouwing expliciet aangegeven in absolute aantallen welke machines gebruikt gaan worden ten behoeve van het loon- en grondverzet bedrijf. Dit aantal loon- en grondverzet machines is als ruimtelijk aanvaardbaar geacht door het bijbehorende akoestische rapport. Daarnaast is op alle relevante milieu aspecten een afweging gemaakt op de ruimtelijke effecten. Belangrijkste daarbij is het aantal verkeersbewegingen die door de diverse machines worden veroorzaakt in worst case scenario, op geluidseffecten zijn onderzocht. C3 (Dit aspect van) de zienswijze leidt niet tot wijziging van het besluit. Akoestisch onderzoek A4 Het staat op voorhand niet vast dat sprake is van één milieutechnische inrichting. De grondverzetmachines worden hier geschaard onder landbouwvoertuigen, maar worden hier niet voor gebruikt. Het grondverzetbedrijf maakt gebruik van een groot aantal machines. Kwantitatief is het verladen van oogstproducten van zeer geringe omvang (8 etmalen). In 4.3.1 van het akoestisch rapport is de representatieve bedrijfssituatie omschreven van de nevenactiviteit.
In de ontwerp verklaring van geen bedenkingen is geen aansluiting gezocht bij de aangevraagde aanvangs- en eindtijden. In het akoestisch onderzoek staat beschreven dat het aantal verkeersbewegingen zoals opgenomen in het akoestisch onderzoek niet mag worden overschreven. In de nachtperiode (tussen 22:00 en 06:00 uur) vinden geen verkeersbewegingen plaats te behoeve van het loonwerk- en grondverzetbedrijf. In de vergunning worden deze aantal verkeersbewegingen niet genoemd als voorwaarde evenmin als de aanvangs- en eindtijden van 06:30-18:00 uur. In het akoestische onderzoek staan de kwantitatieve aantallen opgesomd onder de representatieve situatie. Hier is uitgegaan van een worst-case scenario. Bij een weging van seizoensinvloeden zijn de verschillen nog omvangrijker. In de ruimtelijke onderbouwing missen de maximale aantallen aan- en afvoerbewegingen, waaronder zand en grond transport voor de toegestane 500 m3 opslag. De hoofdactiviteit wordt door het aantal grondverzetvoertuigen (7) een loon- en grondverzetbedrijf. B4 Het klopt niet dat er gesteld wordt dat er geen aansluiting is gezocht bij de aanvangs- en eindtijden. In de ontwerp VVGB staat onder 1.2 omschreven dat in de nachtperiode (tussen 22:00-06:00 uur) er geen verkeersbewegingen plaats vinden ten behoeve van het loonwerk- en grondverzet bedrijf.
Er is daarnaast ter informatie aangegeven dat ten behoeve van het bestaande agrarische bedrijf de mogelijkheid bestaat dat er wel verkeersbewegingen in de nachtperiode plaatsvinden. Dit is echter geen onderdeel van de voorliggende aanvraag en toegestaan op basis van de geldende bestemming agrarisch – grondgebonden 1. Er is in de VVGB daarom aansluiting gezocht bij het akoestische onderzoek. Daarnaast is als voorwaarde bij de vergunning opgenomen dat de vervoerbewegingen als genoemd in het akoestisch onderzoek (kenmerk 13305-2021:873304) leidend zijn. Daarmee mogen er geen verkeer en vervoersbewegingen plaats vinden in de nachtperiode en is de representatieve periode het kader voor het loon-
en grondverzet bedrijf. De weging van seizoensinvloeden is niet relevant doordat in het akoestisch onderzoek de representatieve bedrijfssituatie is onderzocht. De gemeente beoordeeld wat is aangevraagd. In de aanvraag is niet gesproken over seizoensinvloeden. De representatieve bedrijfssituatie is de maximale situatie die geregeld voorkomt (meer dan 12 dagen per jaar). Deze bedrijfssituatie mag elke dag plaatsvinden. Daarnaast is de incidentele bedrijfssituatie onderzocht (maximaal 2 dagen per jaar). Deze mag maar 2 dagen per jaar plaatsvinden. De mogelijke invloed van seizoenen verandert niet de maximale toegestane bedrijfssituaties. C4 (Dit aspect van) de zienswijze leidt niet tot wijziging van het besluit. Verklaring van geen bedenkingen (VVGB) A5 De omvang van 7 niet agrarische machines is niet passend qua ruimtegebruik en agrarische aanverwante bedrijvigheid bij de onderbouwing van 1.4 en 1.5 van de VVGB. B5 Zie beantwoording onder B1 C5 (Dit aspect van) de zienswijze leidt niet tot wijziging van het besluit. Structuurvisie en bestemmingsplan buitengebied A6 Deze aantallen sluiten niet aan bij de hoofdbestemming. In de structuurvisie gemeente Emmen 2020 staat dat in deelgebied B de druk op de ruimte hoog is. Grootschalige landbouw is in dit gedeelte minder wenselijk. Het gebied is een verwevingsgebied van landbouw, recreatie en landschap.
Voor het toevoegen van een loonwerk- en grondverzetbedrijf met verkeersbewegingen is het de vraag of dit in overeenstemming is met het beleid. In het bestemmingsplan buitengebied wijkt de beschrijving voor agrarisch aanverwante bedrijvigheid af van de activiteiten in de ruimtelijke onderbouwing. Er is nu geen sprake van een ondergeschikte uitstraling. Er wordt ook verwezen naar 4.4.11 van bestemmingsplan buitengebied 2011. B6 De structuurvisie gemeente Emmen 2020 geeft inderdaad aan dat het gebied onder druk staat en dat grootschalige landbouw minder wenselijk is. De ontwerp-VVGB en ontwerp-vergunning maken echter geen (grootschalige) landbouwontwikkeling mogelijk. Het betreft een agrarisch aanverwant bedrijf, en een bedrijfstak die als passend wordt gezien in het buitengebied. Bovendien wordt gebruik gemaakt van een bestaand erf met bestaande gebouwen, waardoor er van zorgvuldig ruimtegebruik kan worden gesproken. C6 (Dit aspect van) de zienswijze leidt niet tot wijziging van het besluit. Eerdere aanvraag A7 De gemeente heeft een eerdere aanvraag ten aanzien van transportbewegingen afgewezen in verband met onevenredige hinder voor omwonenden, geluidsoverlast, verkeersveiligheid en verkeersbewegingen. Het plan voldeed niet aan een goede ruimtelijke ordening. B7 Zelfstandige verkeersbewegingen zijn nooit een overweging geweest om aanvragen op het perceel af te wijzen.
Dit is altijd in een bredere context van goede ruimtelijke ordening gebeurd. Bij de aanvraag voor het tijdelijk toevoegen van loonwerkactiviteiten (zaaknummer 240416-2022) is overwogen dat de vervoersbewegingen onvoldoende onderbouwd zijn om medewerking te verlenen. Voor het realiseren van een sleufsilo( zaaknummer 103469-2021) zijn verkeersbewegingen wel een thema geweest. Dit kwam echter door de geprojecteerde situering achter geluidsgevoelig object Ericasestraat 30 en de toename in geluidsbelasting op dat object. In onderhavige aanvraag is er meerdere malen gevraagd om aanvulling aan de aanvrager om een totaalbeeld te krijgen van de (akoestische) belasting. Met name op het aspect verkeersbewegingen zijn duidelijke voorwaarden opgenomen in de ontwerp-beschikking om de gevolgen voor de leefomgeving te minimaliseren. De afwikkeling van vorige aanvragen laat zich niet vergelijken met de mate van onderbouwing en inhoudelijke beoordeling van deze aanvraag. Bedoeld om de gevolgen voor de omgeving tot een minimum te beperken. C7 (Dit aspect van) de zienswijze leidt niet tot wijziging van het besluit. Tegenstrijdige besluitvorming A8 Bij een ander loon-en grondverzetbedrijf is beoordeeld dat dit niet passend is in het woonlint. Qua ruimtelijke uitstraling is het loonbedrijf aan de Ericasestraat 31 vergelijkbaar met gelijke afstanden. De transportbewegingen verschillen wel.
De cumulatie van activiteiten is onvoldoende onderkend in de ruimtelijke onderbouwing van de
Ericasestraat 31. De hoofdvestiging van het agrarische bedrijf is elders gevestigd. De boventallige grondverzetmachines en de gewenste zand- en grondoverslag kunnen naar deze locatie. B8 De vergelijking met een ander loon- en grondverzetbedrijf is niet relevant. Een aanvraag moet zelfstandig beoordeeld worden. Gelijke gevallen moeten gelijk beoordeeld worden, maar er is geen sprake van gelijke gevallen. Bij de vergelijking met het genoemde bedrijf zijn verschillende verschillen. Voor dit bedrijf was bijvoorbeeld een alternatieve locatie beschikbaar, hetgeen in voorliggende situatie niet het geval is. Verder had het bedrijf bredere wensen, zoals: 1. Er dienen ruime mogelijkheden te zijn voor de buitenopslag van zand, grind en overige bouwmaterialen;
2. Er zal een was- en tankplaats gerealiseerd moeten worden; 3. Landbouwmechanisatie (incl. tuin en park) moet worden toegestaan (verkoop en onderhoud); 4. Het bedrijf wil graag gebruik maken van de zogenaamde 12-dagen regeling om op de locatie te kunnen puinbreken dan wel hout te shredderen (bedrijven die vallen onder de melding op grond van het Activiteitenbesluit mogen onder bepaalde voorwaarden gedurende twaalf dagen per jaar meer geluid produceren dan is toegestaan op basis van de standaardnormen);
5. Op het buitenterrein moet de mogelijkheid van buitenopslag voor/van derden mogelijk zijn; 6. Er dient de mogelijkheid te zijn om delen van de bebouwing te kunnen verhuren aan derden voor bedrijfsmatige activiteiten, passend binnen de bestemming. Deze activiteiten zijn breder dan de voorliggende aanvraag en derhalve kunnen beide ontwikkelingen niet met elkaar vergeleken worden. Binnen de kaders van het beleid en wetgeving wordt maatwerk op individuele aanvraag getoetst of de aanvraag kan voldoen. C8 (Dit aspect van) de zienswijze leidt niet tot wijziging van het besluit. Reclame A9 De ontwerp-omgevingsvergunning geeft aan dat reclame alleen mogelijk is voor diensten en producten die in het pand plaatsvinden respectievelijk verkocht worden. Het huidige reclamebord is niet overeenkomstig met deze bepaling. In de ontwerp-omgevingsvergunning wordt gesproken over een afbeelding van landbouwwerktuigen, niet over reclame-uiting van een grondverzetbedrijf. Het huidige reclamebord impliceert dat het grondverzetbedrijf de hoofdactiviteit is. Er zijn geen afmetingen voor het bord opgenomen in de vergunning. B9 Het aangevraagde reclamebord geeft een weergave van de diensten die worden geleverd. Het is daarvoor niet relevant dat een activiteit de hoofd- of nevenactiviteit betreft. Daarnaast heeft welstand de aanvraag akkoord bevonden.
C9 (Dit aspect van) de zienswijze leidt niet tot wijziging van het besluit. Handhaving A10 De omgevingsvergunning is niet helder over meerdere zaken zoals het stallen van kantoorunits, gebruik van andere roerende zaken zoals betonnetten, silo’s, mobiele antennemasten etc. Deze activiteiten passen niet bij een agrarische (aanverwante) activiteit. De ontwerp-omgevingsvergunning sluit geen gebruik uit van het terrein voor derde gebruikers zoals vrachtwagens en opslag. Het verleden laat de noodzaak van voorwaarden in de vergunning zien. Het voorstel is om een aanvullende voorwaarde op te nemen waarbij de gemeente of RUD gerechtigd is tot perioden van cameratoezicht en/of geluidsmetingen, zodra de omwonenden om een dergelijke handhaving verzoeken. B10 De omgevingsvergunning vergunt alleen de activiteiten zoals benoemd in het ontwerpbesluit. De omgevingsvergunning sluit gebruik van het terrein door derde gebruikers niet uit. Dit is ook al toegestaan binnen de bestaande agrarische bestemming. Het gebruik van het terrein is wel beperkt tot het gebruik van de vergunde activiteiten en de ter plaatse aanwezige bestemming. Roerende zaken zoals kantoorunits en dergelijke zijn niet vergund. C10 (Dit aspect van) de zienswijze leidt niet tot wijziging van het besluit. Verstening
A11 Voor de toevoeging is circa 2400 m2 landbouwgrond ingetekend voor agrarische opslag. Dit als gevolg van benodigde opslag en manoeuvreerruimte. Dit is in het verleden strijdig bebouwd geweest. Zonder nadere voorschriften zal het bouwwerk worden teruggeplaatst met buitenopslag. Zonder zand- en grondopslag kan dit open landschap worden behouden. Het verzoek is concluderend om geen zand- en grond opslag/overslag te vergunnen vanuit handhavingsoogpunt. De voorwaarden in de vergunning zijn te ruim en niet specifiek genoeg om kunnen handhaven. B11 Door de stalling van materieel en de opslag van grond te beperken tot een klein deel van het perceel, tegen de loods aan, kan het open landschap behouden blijven. Opslag ten behoeve van het loonwerk- en grondverzetbedrijf is niet toegestaan op de locatie van de voormalige keerwanden. Hier is wel agrarische opslag toegestaan. Dat is nu ook al het geval. Dit is ook zonder verharding toegestaan. C11 (Dit aspect van) de zienswijze leidt niet tot wijziging van het besluit.