Bijlage 2 - Brief van de provincie en de gemeenten Emmen en Coevorden aan de Tweede Kamer
Tekst van het document
5r- Gemeente Coevorden
EÊiirïii'r" proaincieprenrhe
Aan: de Commissie voor Economische Zaken en Klimaat Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA 's-GRAVENHAGE
,tltilil,,ll,,ll,ll,tttt,tlt,,ll,,ll,ltl,lll
Assen, 23 januari 2024 Ons kenme rk 315.1 12O24000074
onderwerp: Bijdrage van het Rijk inzake oliewinning en afvalwaterinjectie Schoonebeek
Geachte leden van de commissie Economische Zaken en Klimaat,
ln het licht van het commissiedebat Mijnbouw/Groningen van 25 januari 2024 sturen wij u als provincie Drenthe, gemeente coevorden en gemeente Emmen graag deze brief inzake de rijksbijdrage voor de oliewinning en afvalwaterinjectie in Schoonebeek. ln navolging op de Contourennota aanpassing Mijnbouwwet heeft staatssecretaris VijlbrieÍ op 22januari 2024 een brief met betrekking tot de stand van zaken gebiedsproces oliewinning schoonebeek gestuurd naar uw Kamer. Als provincie Drenthe, gemeente coevorden en gemeente Emmen geven wij een reactie op deze brief. wij zijn teleurgesteld over de uitkomsten van een verkennend en tevens constructief proces rondom de oliewinning en afvalwaterinjectie in Schoonebeek. Gezien de geuite ambities en intenties vinden wij het teleurstellend dat de staatssecretaris ervoor heeft gekozen om geen directe eigen financiële bijdrage vanuit de Rijksoverheid te leveren die in verhouding staat met de bijdrage van de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) en de indirecte bijdrage van het Rijk via deelname in Energie Beheer Nederland (EBN). Tegen de verwachting in geeft Het Rijk geen substantiële bijdrage. Zijcommitteert zich nu enkelaan een bijdrage via EBN tussen de € 12 en € 1B miljoen (40% van € 30 - € 45 miljoen).
wil het Rijk recht doen aan de eigen ambities en toezeggingen en toewerken naar een redelijke totale bijdrage van € 60 - € 80 miljoen (zoals vastgesteld in het gezamenlijke proces), dan zou het Rijk daarbovenop tussen de € 15 en € 35 miljoen (bij maximale opbrengst) moeten bijdragen uit de Rijksbegroting. Dit komt neer op een directe bijdrage van ongeveer € 2 miljoen per jaar voor de periode dat de winning plaatsvindt (naar verwachting vijftien jaar).
ffi tftftes
2
Wij vragen de Tweede Kamer om de staatssecretaris op te roepen: 1. Recht te doen aan de eigen contourennota, de uitspraken van de Tweede Kamer en de verwachtingen die zijn gewekt door een eigen directe rijksbijdrage in te leggen in verhouding met wat de NAM doet. 2. Een toezegging te doen van een directe bijdrage vanuit de Rijksbegroting van € 2 miljoen per jaar aan de regio Schoonebeek. 3. De geldende kaders aan te passen (indien nodig) zodat, wanneer de winning wordt herstart (niet eerder dan 1 januari2025), deze toezegging gestand kan worden gedaan
Winning Schoonebeek De exploitant NAM heeft een vergunning tot 2040 voor de winning van olie uit het olieveld in Schoonebeek (in de gemeente Coevorden en de gemeente Emmen). Voor de berging van het productiewater die daarmee gemoeid gaat, heeft de NAM echter een nieuwe vergunning nodig om dit in lege gasvelden nabij Schoonebeek te injecteren. Deze vergunning is aangevraagd en is in afwachting van verlening. OngeveerT0o/o van het totaal aan opbrengsten (exploitatie en belastingen) uit de oliewinning gaat naar de algemene middelen van de Rijksoverheid. De exploitant ontvangt gemiddeld 30% van de opbrengsten. De regio waar de winning plaatsvindt, ontvangt in de basis geen middelen, behalve eventuele vrijwillige investeringen in de regio door de exploitant. Echter, binnen de maatschappelijke en politieke discussie over mijnbouw is de opvatting daarover veranderd.
De staatssecretaris schetste daarover in de Contou ren nota aa n passi n g M ij n bouwwet (kam e rstu kn u m m er 32849-21 4) v an 20 januari 2023: " Ook wil het kabinet de mogelijkheden verkennen om de lusten en lasten van mijnbouwactiviteiten anders te verdelen, zodat bijvoorbeeld de baten uit activiteiten die van nationaal of economisch belang zijn, deels terugvloeien naar de regio waar de activiteiten plaatsvinden." Aangezien er op dit moment geen vastgestelde regeling is op basis waarvan de hoogte van de bijdrage van de Rijksoverheid aan de regio kan worden vastgesteld, vraagt dit om een bijdrage, mede van het Rijk, die in verhouding staat tot de exploitatie in Schoonebeek. Met een breed gedeelde consensus dat lokale gemeenschappen, waar mijnbouw plaatsvindt, moeten kunnen profiteren van een deelvan de opbrengsten van de winning, achten wij het van belang dat de Rijksoverheid zelf ook bijdraagt aan de investering terug in de regio. Ten eerste heeft de regio en in dit geval Schoonebeek geen vrije keuze in het bepalen van de locatie voor het winnen van delfstoffen, zoals dat met veel andere economische activiteiten wel het geval is. Deze onontkoombaarheid maakt ten tweede dat een bijdrage vanuit de Rijksoverheid het draagvlak vergroot in de regio.
Een bijdrage is nadrukkelijk geen schadecompensatie, maar kan wel worden gezien als een vorm van betrokkenheid bij een gebied waarin zorgen en wensen leven. De Rijksoverheid kan dit aantonen door een klein deel van de opbrengsten aan de regio terug te geven. Ten derde is de winning van delfstoffen per definitie een eindige zaak. Er zal de komende decennia geïnvesteerd moeten worden in alternatieve energiebronnen. Tijdens de winning vormt zich een zekere sociaaleconomische infrastructuur die van die winning afhankelijk is, maar niet toekomstbestendig is. Het ligt voor de hand dat de Rijksoverheid daarin haar verantwoordelijkheid neemt door een deel van de opbrengsten van de winning terug te geven en de regio daarbij de regie te geven.
3
Bijdrage van het Rijk De afgelopen zes maanden is, op initiatief van het Rijk, verkend wat de hoogte van de totale bijdrage zou moeten zijn voor de winning in Schoonebeek. Hierbij was de staatssecretaris ambtelijk vertegenwoordigd, de NAM namens de directie, de provincie Drenthe door de verantwoordelijk gedeputeerde en de gemeenten Coevorden en Emmen door de verantwoordelijk wethouders. Deze gesprekken vonden plaats met een onafhankelijk voorzitter en met ondersteuning van externe deskundigen. Uit deze gesprekken is naar voren gekomen dat de bijdrage recht zou moeten doen aan het regionale belang en daarmee eveneens de baten voor het Rijk en de regio meer in evenwicht brengt. ln het verslag van bevindingen kunt u dit teruglezen (bijlage 1). Zoals mede gesteld in de brief van de staatssecretaris komt bij een te verwachten productie en levensduur van vijftien jaar de exploitatiebijdrage van de NAM en EBN neer op een totaalbedrag van tussen de € 30 en € 45 miljoen. Hierbij is het uiteindelijke totaalbedrag afhankelijk van de daadwerkelijk gerealiseerde productie. Binnen- en buitenlandse voorbeelden geven een beeld dat een percentage tussen 5% en 10% (van de baten van een project) een redelijke bijdrage is. De staatssecretaris heeft, aldus zijn inzet in de brief, gekozen voor de 'oude' benadering, waarbij het Rijk wel ontvangt maar niet teruggeeft.
Gezien de geuite ambities en intenties in haar eigen contourennota, de unanieme uitspraken van de Tweede Kamerl en de verwachtingen die zijn gewekt de afgelopen maanden, is het teleurstellend dat de Rijksoverheid geen directe (dus via de Rijksbegroting) financiële bijdrage levert en daarmee naar verhouding geen passende bijdrage levert. Het ingezette gezamenlijke proces van de afgelopen maanden heeft de verwachting gewekt dat het Rijk wel een directe bijdrage zou leveren. Het Rijk committeert zich nu aan een bijdrage via EBN tussen de € 12 en € 18 miljoen (40% van € 30 - € 45 miljoen). Wil het Rijk recht doen aan de eigen ambities en toezeggingen en toewerken naar een redelijke totale bijdrage van € 60 - € 80 miljoen (zoals vastgesteld in het gezamenlijke proces), dan zou het Rijk daarbovenop tussen de € 15 en € 35 miljoen (bij maximale opbrengst) moeten bijdragen uit de Rijksbegroting. Dit komt neer op een bijdrage vanuit de Rijksbegroting van ongeveer € 2 miljoen per jaar voor de periode dat de winning plaatsvindt (naar verwachting vijftien jaar). Met de komst van het commissiedebat Mijnbouw/Groningen op 25 januari 2024 sturen wij u deze brief om het proces, zoals geschetst door de staatssecretaris, te duiden.
Daarnaast hebben wij onze teleurstelling laten blijken over de tot op heden gekozen richting, waarbij het Rijk de regio niet tegemoetkomt met een eigen bijdrage in verhouding tot de opbrengsten van de exploitatie in Schoonebeek. Met vriendelijke groet, .t) Gedeputeerde Henk Jumolet, Provincle Drenthe .--
_
- *(
c',
Wethoude r J eroen Hulzln g, Gemeente C,g.evor.den .aa' --- '
Wethouder Jan Bos, Gemeente Emmen
Bijlage Verslag van bevindingen van De Gemeynt en Stelpstra Advies
Motie Mulder (CDA) en Segers (CU) 36 200 Xlll, nr. 105 en motie Mulder (CDA) c.s. 36 072, nr. 6