Bijlage 2 bestemmingsplan .Erica, De Welhaak (woningbouwlocatie).
Tekst van het document
Erica, De Welhaak (woningbouwlocatie)
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, De Welhaak (woningbouwlocatie) (vastgesteld)
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk 1 Inleiding
4
Hoofdstuk 2 Beleid
6
Hoofdstuk 3 Planbeschrijving en Stedenbouwkundige structuur
11
Hoofdstuk 4 Onderzoeken
14
Hoofdstuk 5 Toelichting op de planregels en verbeelding
28
Hoofdstuk 6 Maatschappelijke betrokkenheid
34
Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid
35
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1 Bodemonderzoek Bijlage 2 Ecologisch onderzoek Bijlage 3 Stikstofberekening Bijlage 4 Watertoets Regels
37 38 88 119 131 141
Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten
142 142 146
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Wonen - Vrijstaand Artikel 4 Waarde - Archeologie 4
147 147 150
Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels
153 153 154 155 156
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 9 Overgangsrecht Artikel 10 Slotregel
158 158 159
2
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, De Welhaak (woningbouwlocatie) (vastgesteld)
Toelichting
3
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, De Welhaak (woningbouwlocatie) (vastgesteld)
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding tot nieuw bestemmingsplan
De reden voor het opstellen van het bestemmingsplan Erica, De Welhaak (woningbouwlocatie) is het voornemen van initiatiefnemer om op dit perceel (tussen Welhaak 22 en De Voorreep 8) 5 vrijstaande woningen te realiseren. Deze nieuwe woningen komen op het “grasveld”, dat een weide was van een voormalig agrarisch bedijf. Het groen aan de voorzijde dat in eigendom blijft van de gemeente zal worden voorzien van opritten. Initiatiefnemer van het perceel aan de Welhaak, heeft de gemeente Emmen verzocht om medewerking te verlenen aan de toevoeging van 5 woningen op zijn perceel. Aangezien dit niet past binnen de huidige regels van het vigerend bestemmingsplan is een wijziging van het vigerende bestemmingsplan noodzakelijk dat de realisatie van 5 vrijstaande woningen op het perceel mogelijk maakt.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied van het bestemmingsplan Erica, De Welhaak (woningbouwlocatie) ligt tussen De Voorreep 8 en De welhaak 22. Het wordt globaal begrensd door “groen” en de “weg” Welhaak in het noorden en verder door woningen. (zie figuur 2). Het betreft het gehele kadastrale perceel EMN00, gemeente Emmen, sectie G, nummer 13267 (2715m2) en een klein deel (180m2) van nummer 12931. Het plangebied ligt in de woonkern Erica.
4
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, De Welhaak (woningbouwlocatie) (vastgesteld)
1.3
Huidige planologische regelingen
Het voorliggende bestemmingsplan Erica, De Welhaak (woningbouwlocatie) vervangt ter hoogte van het plangebied het bestemmingsplan Erica. Het vigerende bestemmingsplan Erica is op 24 september 2009 vastgesteld door de raad van Emmen. In dit bestemmingsplan heeft de locatie een woonbestemming (Wonen – Voormalige agrarische bebouwing). De bouw van vijf vrijstaande woningen is op basis van het geldende bestemmingsplan Erica niet mogelijk.
1.4
Opzet bestemmingsplan
Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. Op de verbeelding worden de percelen in het gebied aangegeven met bestemming dan wel een aanduiding. In de regels worden de bouw- en gebruiksmogelijkheden van het plangebied geregeld. Tot slot wordt in de toelichting een verantwoording gegeven van de in het plan gemaakte keuzes.
5
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, De Welhaak (woningbouwlocatie) (vastgesteld)
Hoofdstuk 2
Beleid
2.1
Gemeentelijk beleid
2.1.1
Structuurvisie gemeente Emmen 2020, veelzijdigheid troef
Structuurvisie Emmen 2020, Veelzijdigheid Troef, is 24 september 2009 vastgesteld door de raad. Het document is opgesteld als ruimtelijke vertaling van de ambities gesteld in de Strategienota Emmen 2020, vastgesteld in de raadsvergadering van september 2001. De structuurvisie geeft de hoofdlijnen van de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente Emmen weer. In de structuurvisie wordt de ruimtelijke structuur van 2020 geschetst aan de hand van een aantal thema's, te weten landschap, duurzaamheid, verkeer, werken, wonen, voorzieningen en veiligheid. Voor ieder thema is een hoofdkoers bepaald. Voor het bestemmingsplan Erica, De Welhaak (woningbouwlocatie) is vooral het thema wonen van belang. Voor wonen geldt dat de gemeente van kwantiteit naar kwaliteit, differentiatie van woonmilieus wil; De opgave ligt er om de woningvoorraad in lijn te brengen en te houden met de woonwensen van huidige én toekomstige inwoners. 2.1.2
Woonbeleid
De Woonvisie 2018-2023 richt zich op een nieuwbouwopgave passend bij de kwalitatieve behoefte en aanvullend op de bestaande voorraad. Daarbij moet de bestaande woningvoorraad beter benut worden. In de Woonvisie is een strategie opgenomen voor woningbouw: 1. Woningbouwinitiatieven worden niet individueel, maar in samenhang bekeken. 2. Prioriteit wordt gegeven aan plannen voor herstructurering en transformatie. 3. Bij het maken van de woon- en leefbaarheidsvisies voor dorpen en wijken komen plekken naar voren waar inbreiding (verdichting) mogelijk en gewenst is. 4. Bestaande uitbreidingslocaties worden afgerond. 5. Woningbouwplannen dragen bij aan een gevarieerd woonmilieu (ruimte bieden aan plannen die een nichemarkt bedienen en aan kleinschalige experimentele, innovatieve en duurzame woonvormen). 6. Woningbouwplannen dragen bij aan ruimtelijke kwaliteit. De Woonvisie geeft voor het deelgebied De Velden (waar Erica toe behoort) tussen 2016 en 2021 een netto groei met 55-95 woningen op de woningvoorraad en van 2021-2026 nog eens 50-60 woningen. Onderhavig plan maakt gebruik van een inbreidingslocatie (open gebied in bestaande woonwijk) en draagt bij aan de ruimtelijke kwaliteit van de woonwijk. Deze vijf gewenste woningen passen binnen de woningvoorraad. Het plan is daarmee realiseerbaar binnen het gemeentelijk woonbeleid. 2.1.3
Integrale parkeervisie
In oktober 2017 heeft de gemeenteraad van Emmen de "Integrale parkeervisie gemeente Emmen" vastgesteld. Deze visie vervangt de parkeernota van 2010. De visie is het kader voor het bepalen van de parkeeropgave bij fysieke ontwikkelingen op alle niveaus. Het is een leidraad voor het beoordelen van de parkeeropgave van stedenbouwkundige visies & plannen voor (her-)ontwikkeling van de fysieke leefomgeving en is ook het kader dat invulling geeft aan het begrip “voldoende parkeer- of stallingsruimte” dan wel voldoende laad- of losruimte in bestaande en op ontwikkeling gerichte nieuwe bestemmingsplannen. De visie bevat ten aanzien van de hoeveelheid parkvoorzieningen en het aantal los- en laadplaatsen het beoordelingskader voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen enof wijzigen gebruik. Voor toekomstige (nieuwbouw)ontwikkelingen is in de parkeervisie de landelijke richtlijnen 6
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, De Welhaak (woningbouwlocatie) (vastgesteld)
van het CROW leidraad. Uitgangspunt blijft in beginsel voldoende parkeerruimte op eigen terrein. Als dit niet kan, kan eventueel teruggevallen worden op parkeren in de openbare ruimte, waarvoor aan de gemeente een afkoopsom wordt betaald. Vervolgens is er een paraplubestemmingsplan parkeren opgesteld (vastgesteld op 26 april 2018) voor het grondgebied van de gehele gemeente Emmen. Bij elke woning zal ruimte zijn voor het parkeren van 2 auto’s op eigen terrein zoals de gemeente als voorwaarde hanteert. 2.1.4
Welstandsbeleid
De welstandsnota 2016, gemeente Emmen is opgesteld uitgaande van het motto: “Loslaten wat kan, regelen wat ertoe doet”. De gemeente hecht waarde aan de omgevingskwaliteit, en ziet daarbij onderscheid tussen de verschillende gebieden die de gemeente rijk is. Niet ieder gebied vraagt om dezelfde benadering. De welstandsnota 2016 kent drie welstandsniveaus: welstandsvrij, welstandsluw en welstandsniveau hoog. Voor een aantal gebieden is de ambitie naar beneden bijgesteld, waardoor welstandsvrije gebieden zijn toegenomen. Het niveau welstandsluw is geïntroduceerd. In de luwe gebieden wordt op een aantal basale aspecten van welstand gestuurd en wordt afstand genomen van gedetailleerde beoordelingen. Daarnaast moeten gebieden die van meer waarde zijn - niveau hoog – goed beschermd blijven. Deze gebieden leveren een belangrijke bijdrage aan de identiteit van Emmen. Voornamelijk zijn dit de centra van dorpen, wijken en de beschermde dorpsgezichten. Voor deze gebieden geldt een hoog ambitieniveau. Het gemeentebestuur beoogt met deze nota een dynamische welstand in Emmen, waarbinnen ruimte is voor dialoog en “kwalitatief herstel” met de samenleving. Het bestemmingsplan en de welstandsnota zorgen samen voor het behoud van de ruimtelijke kwaliteit. Het bestemmingsplan geeft aan wat, hoeveel, in welke vorm en waar er gebouwd mag worden.
Het welstandsbeleid geeft aan hoe het gebouw er uit mag komen te zien. Dit wil zeggen dat het welstandsbeleid moet voorkomen dat er gebouwen gebouwd worden die afbreuk doen aan de omgeving. Het plangebied is gelegen in een gebied met welstandsluw niveau. Dit niveau betreft gebieden, gebouwen, complexen, bouwblokken (ensembles) en bouwwerken waar de gemeente een minder hoge ambitie heeft dan voor de beeldbepalende panden en gebieden (niveau hoog). Met name de stedenbouwkundige samenhang is in deze gebieden van belang. Criteria zijn erop gericht om de hoofdvorm en het gevelbeeld van een gebouw of blok zo veel mogelijk in tact te laten of op de omgeving aan te laten sluiten. Ingrepen worden beoordeeld in relatie tot de naastliggende bebouwing. Het beleid is op hoofdzaken gericht en niet op details. Om aan het beleid te kunnen voldoen, voegen de woningen zich naar de kenmerken van de omgeving. Deze criteria gaan uit van de meest voorkomende situaties. Voor bijzondere gevallen is het mogelijk om de algemene criteria te gebruiken. Bij de verder ontwikkeling van het bouwplan zal hiermee rekening worden gehouden.
7
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, De Welhaak (woningbouwlocatie) (vastgesteld)
2.2
Provinciaal beleid
2.2.1
Omgevingsvisie Drenthe 2018
De Omgevingsvisie is hét strategische kader voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe. De visie formuleert de belangen, ambities, rollen, verantwoordelijkheden en sturing van de provincie in het ruimtelijke domein. De Omgevingsvisie beschrijft de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe in de periode tot 2030, met in sommige gevallen een doorkijk naar de periode daarna. Als in de tekst wordt gesproken over ‘lange termijn’, betreft het de periode na 2030. De Omgevingsvisie heeft voor de provincie vooral een interne binding. Dit betekent dat de provincie bij de uitoefening van haar taken aan de Omgevingsvisie gebonden is. Missie De missie van de provincie is het waarderen van de Drentse kernkwaliteiten en het ontwikkelen van een bruisend Drenthe, passend bij de kernkwaliteiten. Deze missie is ingegeven door wat inwoners, medeoverheden en maatschappelijke partners belangrijk vinden voor de toekomst van Drenthe. De kernkwaliteiten zijn samen met partners en de inwoners van Drenthe benoemd, te weten landschap, cultuurhistorie, aardkundige waarden, archeologie, rust en natuur. Kernkwaliteiten De kernkwaliteiten zijn de kwaliteiten die bijdragen aan de identiteit en aantrekkelijkheid van Drenthe.
Samen met vertegenwoordigers van overheden, belangengroepen, marktpartijen en inwoners heeft de provincie de volgende kernkwaliteiten van Drenthe benoemd : rust, ruimte, natuur en landschap; oorspronkelijkheid (authenticiteit, Drents eigen); noaberschap; kleinschaligheid (Drentse schaal); menselijke maat; veiligheid. Het provinciaal belang ligt in het behouden en, waar mogelijk, ontwikkelen van de kernkwaliteiten. In hoofdstuk 4 van de Omgevingsvisie is voor alle kernkwaliteiten een uitwerking naar meer concrete indicatoren gemaakt, namelijk landschap, cultuurhistorie, aardkundige waarden, archeologie, rust en natuur. Zorgvuldig Ruimtegebruik In Drenthe kunnen mensen nog ruimte beleven. Dat wil de provincie bewaken, ook wanneer er nieuwe ontwikkelingen zijn. Zorgvuldig ruimtegebruik is van provinciaal belang. Milieu- en leefomgevingskwaliteit De provincie streeft naar een gezonde en veilige leefomgeving voor mens, plant en dier. Het beschermen van de kwaliteit van milieu en leefomgeving is veelal op Europees en nationaal niveau geregeld. Daarbij zijn diverse taken en verantwoordelijkheden bij de provincies neergelegd. Deze taken, gericht op het beschermen van de kwaliteit van lucht, water en bodem en het verbeteren van de verkeersveiligheid, waterveiligheid en externe veiligheid, zijn daarmee van provinciaal belang.
Kaarten en doelstellingen Op kaarten behorende bij de Omgevingsvisie Drenthe zijn de kernkwaliteiten nader weergegeven. Op een aantal kaarten (wanneer relevant) is het plangebied als volgt aangeduid: Landschap 8
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, De Welhaak (woningbouwlocatie) (vastgesteld)
Het plangebied is gelegen binnen het landschap van de veenkoloniën. Van provinciaal belang is de orthogonale samenhang tussen het systematische ontginningspatroon van grootschalige openheid met kenmerkende wijkenstructuur en de bebouwingslinten met daaruit opgaande percelen. Cultuurhistorie Het beleid van de provincie Drenthe ten aanzien van cultuurhistorie is beschreven in de beleidsnota Cultuurhistorisch Kompas Drenthe. Het plangebied is gelegen binnen het gebied Emmen en haar venen. Het generieke beleid 'respecteren' is van toepassing. Het is bedoeld om de cultuurhistorische samenhang, zoals die is vastgelegd in de hoofdstructuur, te borgen. De ambitie voor de Veenkoloniën richt zich specifiek op het zichtbaar houden van de machinale veenwinning en veenverwerking op het Amsterdamscheveld en het Bargerveen, zowel in het landschap als in de bebouwing. Voorliggend bestemmingsplan sluit aan bij de structuur en opzet van Erica. Erica is opgezet volgens het orthogonaal stelsel vannuit de grootschalige veenontginning. De verkaveling staat hierdoor 6 o gedraaid ten opzichte van het absoluut. Het bestemmingsplan sluit hier bij aan. In hoofdstuk 3 is een nadere omschrijving gegeven. Archeologie De inhoudelijke kaart Archeologie geeft een overzicht van de archeologische waarden en verwachtingen die de provincie van belang acht.
In gebieden of terreinen met een archeologische verwachting op de archeologiekaarten, wordt gestuurd op een goede uitvoering van archeologisch onderzoek. Niet voor alle bodemingrepen is archeologisch onderzoek vereist. Dit hangt af van de omvang en aard van de ingreep, de waarde/verwachting van de locatie en het vrijstellingenbeleid zoals die is uitgewerkt in de gemeentelijke archeologiekaarten. Volgens de visie is ter hoogte van het plangebied sprake van beschermingsniveau 1 “Generiek: dat zich richt op het algemene uitgangspunt dat alle behoudenswaardig archeologische vindplaatsen (waarden) die op de Archeologische Monumentenkaart (AMK) van Drenthe staan en de nieuw ontdekte behoudenswaardige vindplaatsen niet ongezien kunnen verdwijnen. In paragraaf 4.1 wordt verder ingegaan op het onderdeel archeologie. Daaruit blijkt dat Aardkundige waarden Aardkundige waarden die bijdragen aan het specifieke Drentse karakter wil de provincie behouden en, waar mogelijk, herstellen. Het provinciaal belang ligt in het behouden en, waar mogelijk, ontwikkelen van de kernkwaliteit aardkundige waarden. De provincie wil inhoud geven aan ruimtelijke kwaliteit, om de identiteit en aantrekkelijkheid van Drenthe te behouden en te versterken.
Het doel is de archiefwaarde van de bodem te behouden en de landvormen, die karakteristiek zijn voor het Drentse landschap, te behouden en te versterken, als onderdeel van de kernkwaliteit oorspronkelijkheid. Het plangebied is gelegen binnen een gebied met een generiek beschermingsniveau voor aardkundige waarden. In deze gebieden wil de provincie de lokale, aardkundige kenmerken voor de toekomst bewaren. Daarnaast geldt voor dit gebied “De Hondsrug UNESCO GLOBAL PARK”. In dit gebied zijn de kernkwaliteiten archeologie, landschap en cultuurhistorie onlosmakelijk gekoppeld aan het (economische) vestigingsklimaat en de vrijetijdssector. Robuust en klimaatbestendig watersysteem Er wordt gestreefd naar een duurzaam en veerkrachtig watersysteem. Dit houdt in een watersysteem dat op orde is om de te verwachten gevolgen van klimaatverandering op te vangen. Het watersysteem moet zodanig zijn ingericht dat risico's op wateroverlast en watertekort tot een maatschappelijk aanvaardbaar niveau beperkt blijven. In hoofdstuk 4 bij 9
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, De Welhaak (woningbouwlocatie) (vastgesteld)
de waterparagraaf zullen alle thema’s die voor dit plan van belang zijn, aan de orde komen. 2.2.2
Provinciale omgevingsverordening
Provinciale Staten van Drenthe hebben de Provinciale omgevingsverordening Drenthe vastgesteld. In de omgevingsverordening is het perceel gelegen binnen een gebied aangeduid als 'Bestaand Stedelijk Gebied'. Binnen Bestaand Stedelijk Gebied ligt de verantwoordelijkheid ten aanzien van woningbouw primair bij de gemeente. De verordening geeft verder geen specifieke bepalingen voor percelen met deze aanduiding. Artikel 2.17 lid 1 van de POV bepaalt dat een ruimtelijk plan kan voorzien in nieuwe woningbouw mits de behoefte op basis van de gemeentelijke woonvisie kan worden aangetoond en aansluit bij bestaand stedelijk gebied. Het plangebied is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied. Het plan is in overeenstemming met artikel 2.17 lid 1 van de POV. Volgens de woonvisie is er in 2021-2026 behoefte aan 50 tot 60 woningen. 2.3
Rijksbeleid
2.3.1
Ruimtelijk beleid
De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 van kracht geworden. Onderdeel van deze structuurvisie is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Met de structuurvisie kiest het rijk voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Voor Emmen zijn in de SVIR geen onderwerpen opgenomen die aangemerkt worden als nationaal belang. In de Barro zijn alleen de zaken betreffende defensie en kernkwaliteiten van toepassing. Echter deze zaken hebben geen directe invloed op de inrichting van het plangebied. 2.4
Conclusie
De conclusie van de in dit bestemmingsplan Erica, De Welhaak (woningbouwlocatie) beschreven beleidsuitgangspunten is dat het rijksbeleid niet direct doorwerkt in het plangebied. Hierdoor is het bestemmingsplan niet in strijd met het rijksbeleid. Het rijksbeleid werkt indirect door via het provinciaal beleid. Het provinciaal beleid vormt op zijn beurt weer de input voor het gemeentelijk beleid. Voor het voorliggende bestemmingsplan kan eveneens geconcludeerd worden dat het plan passend is in het provinciale beleid. Wat betreft het gemeentelijk beleid kan gesteld worden dat de toevoeging van 5 woningen aansluit op de doelstellingen in de Woonvisie als sprake is van al langer lopende particuliere initiatieven die een goede bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit.
10
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, De Welhaak (woningbouwlocatie) (vastgesteld)
Hoofdstuk 3 structuur 3.1
Planbeschrijving en Stedenbouwkundige
Ontstaansgeschiedenis
De Welhaak bevindt zich aan de noordzijde van de Verlengde Vaart ZZ. De verlengde Vaart is het gebied waar de kern Erica is ontstaan. Onderstaande topografische kaarten laten zien hoe de kern Erica is gegroeid, waarbij zichtbaar is dat in eerste aanleg de kern is ontstaan bij de brug over de Verlengde Vaart. Het perceel waar dit bestemmingsplan betrekking op heeft, ligt ten noorden van de kern (en niet zichtbaar op het kaartje van de kern Erica anno 1905). Het plangebied aan De Welhaak (is sinds het jaar 1900 reeds onverhard en afwisselend in gebruik als weiland en akkerland.
De groei en ontwikkeling van Erica heeft met name aan de noordkant plaatsgevonden. Het gebied rondom het perceel waar dit bestemmingsplan betrekking op heeft is vanaf de jaren 1980 volgebouwd met woningen, vanaf 2005 zo laten de volgende luchtfoto’s zien, tot heden is het gebied rondom het desbetreffende perceel aan De Welhaak min of meer ongewijzigd.
11
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, De Welhaak (woningbouwlocatie) (vastgesteld)
Hierna nog een foto die het heersende straatbeeld weergeeft.
12
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, De Welhaak (woningbouwlocatie) (vastgesteld)
3.2
Algemene planbeschrijving
Initiatiefnemer heeft onlangs het perceel aan de Welhaak gekocht met het idee hier woningen op te bouwen. Gedacht wordt aan vrijstaande woningen voor twee-verdieners (boven) modaal. Door realisatie van de vrijstaande woningen wordt er van uitgegaan dat er binnen Erica weer een doorstroom in gang wordt gezet en er weer huizen vrij komen voor “starters/lage inkomens” waar de beoogde doelgroep nu in woont (daar gestart en zijn blijven hangen). Het plan voorziet in de realisatie van 5 vrijstaande woningen met bijgebouw/garage zoals weergegeven in onderstaande figuur. Deze worden gerealiseerd op een stuk grasveld dat altijd als weiland in gebruik is geweest. Om het plan te realiseren is het wenselijk dat er 2 bomen aan de straatkant worden gekapt, de overige vier blijven gehandhaafd. Op deze manier kunnen er inritten worden aangelegd, waarbij de bestaande bomen een goede levensverwachting kan worden gegeven. Deze 4 bomen geven het perceel hun eigen karakter. De woningen zullen rond de 9,5 meter tot 10 meter hoog worden (3 bouwlagen) en worden voorzien van een bijgebouw/garage.
3.3
Stedenbouwkundige hoofdstructuur
Het is van belang dat de 5 woningen aansluiten binnen de structuur van de bestaande bebouwing. De rooilijn van de bestaande gebouwen zal worden doorgetrokken, om zo ook als voorgevellijn van de nieuw te realiseren woningen te dienen. Ook van belang is dat Erica is opgezet volgens het orthogonaal stelsel vannuit de grootschalige veenontginning. De verkaveling staat hierdoor 6 o gedraaid ten opzichte van het absoluut. De hoofdgebouwen dienen 3 meter uit de afscheiding te blijven en de aangebouwde bijgebouwen 1 meter. Dit is om de riante opzet en de externe toegankelijkheid van de achtertuinen te waarborgen. 3.4
Verkeersstructuur
Door het voorgenomen initiatief komen er vier opritten bij, die worden ontsloten op de Welhaak. De Welhaak is een weg gelegen in een woonwijk waar een 30km-zone geldt. Ter hoogte van het plangebied maakt de weg een “knik”, hetgeen een verkeersremmende werking heeft. 3.4.1
Parkeren
Voor het parkeren van de voertuigen van de bewoners zal gebruik worden gemaakt van voldoende parkeerruimte op eigen erf. Op elk woonperceel zal ruimte zijn voor 2 auto’s.
13
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, De Welhaak (woningbouwlocatie) (vastgesteld)
Hoofdstuk 4
Onderzoeken
4.1
Archeologie en cultuurhistorie
4.1.1
Algemeen
De aanleiding voor het opnemen van de archeologische waarden en verwachtingen in bestemmingsplannen vloeit voort uit het Verdrag van Valletta, de Monumentenwet 1988, de Wet op de archeologische monumentenzorg 2007 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht 2010. In de Monumentenwet is vastgelegd dat bij het opstellen van een bestemmingsplan nadrukkelijk rekening gehouden moet worden met de archeologische waarden in de bodem en dat deze beschermd moeten worden. Daarbij gaat het zowel om aanwezige als mogelijk te verwachten archeologische waarden. Uit de verbeelding (plankaart) en de planregels van het bestemmingsplan dient de zorg voor de genoemde archeologische waarden te blijken. De gemeente Emmen heeft in 2013 haar Beleidsnota archeologie vastgesteld. Hiermee komt de gemeente haar wettelijke verplichtingen ten aanzien van archeologie na en creëert de gemeente duidelijkheid over de omgang met archeologische waarden in het gemeentelijk grondgebied. Onderdeel van de beleidsnota is de archeologische beleidsadvieskaart. Op deze kaart zijn de verschillende archeologische waarden en verwachtingen ingedeeld in diverse categorieën. Aan de categorieën zijn voorwaarden verbonden met betrekking tot archeologisch onderzoek. Deze voorwaarden kunnen worden vastgelegd in bestemmingsplannen.
Deze voorwaarden waren nog niet voor het gehele grondgebied van de gemeente op die manier vastgelegd. De verschillende archeologische waarden en verwachtingen en de maatregelen die daaraan zijn gekoppeld zijn in gemeentelijk archeologische beleidsadvieskaart vertaald naar diverse categorieën "Waarde - Archeologie" in het bestemmingsplan. Met de vertaling is op eenvoudige wijze voor het gehele gebied van de gemeente Emmen in beeld gebracht of archeologische waarden in het geding zijn of kunnen zijn en zo ja, op welke manier daarmee dient te worden omgegaan, tabel 1 geeft de onderverdeling van de vier gemaakte categorieën weer.
Deze beleidskeuzen zijn vertaald in dubbelbestemmingen. Per archeologische kwaliteit zijn planregels opgenomen voor de te bebouwen oppervlakte en een omgevingsvergunningsstelsel voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. De maatvoering voor afwijking is afhankelijk van de te verwachten waarden of verwachtingen en de uitkomsten van archeologisch onderzoek. Op 26 augustus 2021 is het ontwerp “Emmen, Archeologie (facetbestemmingsplan)” vastgesteld. De reden voor het opstellen van dit facetbestemmingsplan is dat de gemeente de regels ten aanzien van archeologische waarden en verwachtingen in het gehele grondgebied van de gemeente eenduidig wil regelen.
14
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, De Welhaak (woningbouwlocatie) (vastgesteld)
4.1.2
Archeologische waarden in het plangebied
Uit het facetbestemmingsplan “Emmen, -Archeologie” blijkt dat het plangebied is gelegen op gronden met dubbelbestemming “Waarde-archeologie 4” (middelhoge of hoge verwachting). Dat betekent dat deze gronden mede bestemd zijn voor bescherming en veiligstelling van de vastgestelde archeologische waarden. Voor deze gronden geldt een onderzoeksplicht, waarbij de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen, die betrekking heeft op gronden, een rapport overlegt waarin de archeologische waarde, van het terrein dat mogelijk zal worden verstoord, in voldoende mate is vastgesteld. Deze onderzoeksplicht is echter niet van toepassing als de totale oppervlakte van de bouwwerken kleiner is dan 1000 m², waarbij het gaat om een totaal aan te verstoren bodemoppervlak binnen een plangebied of bouwvlak van een samenhangend project dat niet opgedeeld kan worden in deeluitwerkingen. De te realiseren 5 woningen hebben een maximum bebouwd oppervlak van totaal 600m2 (120m2 per woonperceel) en blijft daarmee ruim onder de grenswaarde 1.000m2 waarvoor archeologisch onderzoek vereist is. De totaal aantal werkzaamheden waarvoor de grond geroerd wordt komt uit op 310 m2. Dit betreft het aanleggen van opritten en leidingen. Dit is inclusief het deel buiten het plangebied waar de oprit komt te liggen. het totaal geroerde grond (910 m2) blijft onder de 1000 m2.
Met de bouw van de woningen en de werkzaamheden voor de oprit + leidingen zullen deze grenzen niet overschreden worden en zullen er geen archeologische verplichtingen zijn behalve de wettelijke meldingsplicht bij het doen van toevalsvondsten. Op basis van het omgevingsaspect archeologie is het plan uitvoerbaar. In dit bestemmingsplan is de dubbelbestemming weer opgenomen. 4.1.3
Cultuurhistorie en monumenten
Beschermde monumenten worden gekenmerkt door een samenhangend en gaaf geheel van architectonische stijlkenmerken. Een monument kan representatief zijn voor een bepaalde bouwstijl, maar kan ook een rijke bouwgeschiedenis hebben met verwijzingen naar verschillende bouwstijlen. Voor zover de bouwgeschiedenis niet duidelijk afleesbaar is, kan zij door bouwhistorisch onderzoek aan het licht komen. Monumenten worden in hoge mate gewaardeerd om hun architectuurhistorische kwaliteit, waardoor zij belangrijk bijdragen aan de kwaliteit en de identiteit van hun omgeving. Een bouwplan voor een monument wordt getoetst aan het monumentenbeleid. Richtinggevend is hiervoor de redengevende omschrijving van het monument. Naast de toetsing aan het monumentenbeleid dat gericht is op het behouden van de historische kenmerken van het monument wordt het bouwplan voor wat betreft de welstandsaspecten getoetst aan de onderstaande criteria: toevoegingen aan, op of bij monumenten worden op herkenbare wijze vormgegeven. Hierbij vormen de historische stijlkenmerken van het monument de inspiratiebron; er is aandacht voor zorgvuldige detaillering en materiaalkeuze. Het plangebied kent geen monumenten. 4.1.4
Conclusie
De werkzaamheden die gaan plaatsvinden in het plangebied houden de mogelijkheid in tot het bouwen van woningen kleiner dan 1000m2. Om die redden is nader archeologisch onderzoek niet noodzakelijk. De dubbelbestemming “Waarde - Archeologie 4” is opgenomen op de verbeelding en in de planregels. Vanuit archeologie en cultuurhistorie zijn er geen belemmeringen voor uitvoering van het gewenste woningbouwplan. Wel blijft de meldingsplicht conform artikel 53 van de Monumentenwet van kracht. Dit houdt in dat mochten er tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische resten worden gevonden, de initiatiefnemer dit onmiddellijk dient te melden bij de gemeentelijke archeoloog.
15
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, De Welhaak (woningbouwlocatie) (vastgesteld)
4.2
Ecologie
De Wet natuurbescherming (Wnb) is in werking getreden op 1 januari 2017. Deze wet vervangt de volgende drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming), de Flora- en faunawet (soortenbescherming) en de Boswet (houtopstanden). De provincie is bij de Wnb het bevoegd gezag voor de toetsing van werkzaamheden en handelingen bij Natura 2000-gebieden en dier- en plantensoorten. Het Rijk blijft bevoegd gezag bij ruimtelijke ingrepen met grote nationale belangen. Voor gemeenten geldt dat zij het bevoegd gezag zijn voor omgevingsvergunningen. Gebiedsbescherming In de Wnb is de bescherming van specifieke natuurgebieden geregeld. Het betreft de Natura 2000-gebieden, die een internationale bescherming genieten. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen voor soorten en vegetatietypen opgesteld. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) -voorheen Ecologische Hoofdstructuur- is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Ten aanzien van ontwikkelingen binnen het NNN geldt het 'nee, tenzij-principe'.
Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing, ontwikkeling en bescherming van het NNN. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van het NNN is voor de provincie Drenthe uitgewerkt in de Provinciale Omgevingsvisie en de bijbehorende Provinciale Omgevingsverordening. Soortenbescherming Het uitgangspunt van de Wnb is dat er geen (opzettelijke) schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. De soortenbescherming binnen de Wnb is daarbij opgedeeld in drie beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Bij beoordeling van de toelaatbaarheid van bouwwerken en/of andere activiteiten moet rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van te beschermen dier- en plantensoorten.
Er dient een ontheffing op grond van artikel 3.3, 3.8 en/of 3.10 Wnb te worden aangevraagd voor een (bouw)werkzaamheid of activiteit indien het volgende van toepassing is: uit gegevens of onderzoek blijkt dat er sprake is van verstoring of doden van (een) beschermde soort(en); het bouwwerk en/of de activiteit veroorzaakt beschadiging of vernieling van voortplantingof rustplaatsen van dieren, dan wel ontworteling of vernieling van plantensoorten; er kan geen gebruik gemaakt worden van een vrijstelling op grond van de Wet natuurbescherming; er kan niet gewerkt worden volgens een goedgekeurde gedragscode. Houtopstanden In de Wnb is de bescherming van houtopstanden buiten de, door de gemeenteraad vastgestelde, bebouwde kom geregeld. Doel is de instandhouding van het bosareaal. In de Provinciale Omgevingsverordening van de provincie Drenthe is geregeld hoe een kapmelding moet worden ingediend, waaraan herbeplanting moet voldoen en wanneer ontheffing van de herbeplantingsplicht kan worden verleend. Voor houtopstanden binnen de bebouwde kom geldt de Bomenverordening gemeente Emmen 2011. In het bijbehorende bomenregister zijn de monumentale en waardevolle
16
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, De Welhaak (woningbouwlocatie) (vastgesteld)
bomen en waardevolle houtopstanden vastgelegd. Zonder ontheffing is het verboden deze te kappen. 4.2.1
Natuurwaarden in het plangebied
Omdat het bestemmingsplan voorziet in de realisatie van vijf woningen en het kappen van 2 bomen is het uitvoeren van een flora- en faunaonderzoek noodzakelijk geacht. Ten behoeve van de uitvoering van het plan is door het bureau “Ecoreest” een flora- en faunaonderzoek uitgevoerd (Quickscan Wet natuurbescherming ter plaatse van; Welhaak te Erica. dd. 11 november 2021, projectnummer 211427). Uit het onderzoek, dat als Bijlage 2 is bijgevoegd bij dit bestemmingsplan, blijkt het volgende: Natura 2000 Het plangebied ligt buiten de begrenzing van Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft ‘Bargerveen’ op circa zes kilometer afstand van het plangebied.
Overige Natura 2000-gebieden ‘Mantingerzand’ en ‘Mantingerbos’ liggen op circa dertig kilometer afstand. NNN Het plangebied ligt niet binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) ligt. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op circa drie kilometer afstand. Andere NNN-gebieden liggen op circa vier kilometer en zes kilometer. Houtopstanden Binnen het plangebied wordt ten behoeve van het plan opgaand groen verwijderd. Het betreft twee bomen (Amerikaanse eik) in een rijbeplanting. Er is sprake van beschermde houtopstanden in het kader van de Wet natuurbescherming indien: de houtopstand buiten de 'bebouwde kom Wet natuurbescherming' ligt, en de houtopstand groter is dan 10 are (1.000 m2) of het om bomen gaat in een rijbeplantingvan meer dan 20 bomen. Het plangebied ligt binnen de begrenzing bebouwde kom Boswet van de gemeente Emmen. De Boswet is in 2017 opgegaan in de Wet natuurbescherming. De gemeente Emmen geeft aan dat er geen noodzaak is voor wijziging van de begrenzing onder de vigerende Wet natuurbescherming. Voor de beoordeling is zodoende uitgegaan van deze begrenzing.
17
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, De Welhaak (woningbouwlocatie) (vastgesteld)
Soortenbescherming Uit de resultaten quickscan Wet natuurbescherming soorten bescherming wordt het volgende geconcludeerd: Beschermde flora zijn gedurende het veldbezoek niet aangetoond en worden binnen het plangebied gezien de overwegend voedselrijke omstandigheden niet verwacht. Nesten van gebouwbewonende jaarrond beschermde vogels zijn binnen het plangebied uitgesloten vanwege afwezigheid van bebouwing. Boombewonende soorten met jaarrondnesten zijn binnen en in de directe omgeving van het plangebied aanwezig. De bomen binnen en in de omgeving van het plangebied zijn geschikt als broedhabitat voor categorie 5 vogelsoorten. Voor de te verwachten categorie 5- soorten is in de directe omgeving voldoende alternatief leefgebied aanwezig. In het plangebied (bomen en nestkasten) en de ruimere omgeving daarvan kunnen diverse soorten vogels zonder jaarrond beschermd nest tot broeden komen. (Kap)werkzaamheden kunnen leiden tot aantasting en verstoring van broedgevallen. Verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen worden gezien de afwezigheid van bebouwing binnen het plangebied uitgesloten. In de bomen binnen en in de directe omgeving zijn geen (potentieel) geschikte verblijfplaatsen voor boombewonende soortenaanwezig. In de omgeving van het plangebied kunnen vleermuizen wel verblijfplaatsen hebben in gebouwen en bomen.
Wanneer er overdag gewerkt wordt en er tijdens de werkzaamheden geen gebruik wordt gemaakt van verlichting tussen zonsondergang en zonsopkomst is geen sprake van negatieve effecten op deze verblijfplaatsen. Mogelijk vormt het plangebied onderdeel van een vliegroute en foerageergebied van vleermuizen. De kap van bomen leidt niet tot aantasting van de functionaliteit van de vliegroute en het foerageergebied. Daarnaast zijn er voldoende alternatieven in de omgevingaanwezig waardoor het niet om essentieel foerageergebied/vliegroute zal gaan. Vaste rust-/verblijfplaatsen van grondgebonden zoogdieren zonder provinciale vrijstelling zoals eekhoorn en steenmarter worden gezien de terreinkenmerken en het ontbreken van geschikte verblijfsmogelijkheden niet verwacht. Algemene soorten grondgebonden zoogdieren kunnen hun voorkomen hebben binnen het plangebied. Voor deze soorten geldt een vrijstelling van de verbodsartikelen uit de Wetnatuurbescherming. Amfibieën en reptielen worden gezien het ontbreken van oppervlaktewater, open plekken in vegetatie en bladhopen in het plangebied uitgesloten. Door het ontbreken van oppervlaktewater wordt aanwezigheid van vissen uitgesloten. Beschermde geleedpotigen en slakken worden binnen het plangebied niet verwacht. 4.2.2
Conclusie
Natura 2000 Het plangebied ligt buiten de begrenzing van Natura 2000 gebieden, direct negatieve effecten zoals oppervlakteverlies, versnippering en mechanische effecten zijn zodoende uitgesloten. Het dichtstbijzijnde Natura 2000- gebied Bargerveen ligt op circa zes kilometer afstand. Gezien de afstand zijn effecten van licht en geluid niet aan de orde. Stikstofdepositie kan gedurende de realisatiefase ontstaan, deze valt echter onder vrijstelling voor de tijdelijke realisatiefase en is zodoende niet aan de orde. In toekomstige gebruiksfase is sprake van een geringe toename van stikstofemissies (bewoning en verkeer). Naar verwachting is geen negatief effect te verwachten op het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied door invulling met gasloze woningen, beperkt extra verkeer en de geringe afstand naar de dichtstbijzijnde ontsluitingsroute. Dit kan met behulp van het rekenmiddel AERIUS Calculator eventueel (juridisch) inzichtelijk gemaakt worden (zie Bijlage 3 én paragraaf 4.4.5.2). Natuurnetwerk Nederland en natuur buiten het NNN
18
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, De Welhaak (woningbouwlocatie) (vastgesteld)
Gezien de ruime afstand tussen het dichtstbijzijnde NNN-gebied en aangewezen natuurgebieden buiten het NNN, de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling en het tussenliggende bebouwde gebied is geen sprake van negatieve effecten op deze gebieden. Vervolgstappen ten aanzien van (natuur buiten) het NNN zijn niet aan de orde. Houtopstanden Het projectgebied ligt binnen de bebouwde kom Boswet van de gemeente Emmen. De Boswet is in 2017 opgegaan in de Wet natuurbescherming. De gemeente Emmen geeft aan dat er geen noodzaak is voor wijziging van de begrenzing onder de vigerende Wet natuurbescherming. Voor de beoordeling is zodoende uitgegaan van deze begrenzing. Op basis van de ligging binnen de grens bebouwde kom kan geconcludeerd worden dat het beschermingsregime van de Wet natuurbescherming ten aanzien van houtopstanden niet geldt. Vervolgstappen in het kader van de Wet natuurbescherming zijn zodoende niet aan de orde. Vanuit gemeentelijk beleid ten aanzien van bomenkap zijn ook geen vervolgstappen aan de orde. De te kappen bomen binnen het plangebied staan niet op de lijst “Beschermde en Monumentale Bomen”. Soortenbescherming Er kan vanuit worden gegaan dat er geen beschermde flora en fauna met vaste verblijfplaats in het gebied aanwezig is. Wel kunnen vogels tot broeden komen in de bomen binnen en in de omgeving het plangebied.
Ook in de aanwezige nestkasten kunnen vogels tot broeden komen. Voor alle inheemse vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die soorten, nesten, eieren of vaste rust- of verblijfplaatsen beschadigen. Verstoring van broedgevallen is toegestaan, zolang het geen wezenlijke invloed heeft op de gunstige staat van instandhouding. Om te voorkomen dat vogels in het aanwezige opgaand groen en bomen tot broeden komen, kan vegetatie binnen het plangebied buiten het broedseizoen kort gemaaid worden (inclusief struiken en jonge bomen) en kort gehouden worden. Daarnaast wordt geadviseerd om de reeds aanwezige nestkasten van de te kappen bomen buiten het broedseizoen (tijdelijk) te verplaatsen. Ook de voorgenomen kap/verwijderen van opgaand groen dient buiten het broedseizoen plaats te vinden, d.w.z. buiten de periode maart tot en met september. Indien de werkzaamheden binnen het broedseizoen plaatsvinden, wordt geadviseerd voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelcheck uit te laten voeren om vaststellen of binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden broedvogels aanwezig zijn. Indien deze afwezig zijn, kunnen werkzaamheden doorgang vinden. Indien bij de controle in gebruik zijnde nesten van vogels, of in aanbouw zijnde nesten worden aangetroffen, dient een zorgvuldige werkwijze worden bepaald of dienen de werkzaamheden worden uitgesteld tot het nest niet meer in gebruik is.
Ten slotte is op basis van de Wnb altijd de algemene zorgplicht van toepassing, die inhoudt dat een ieder voldoende zorg in acht neemt voor alle inheemse dieren en planten en hun directe leefomgeving. Concreet betekent dit dat bij (ruimtelijke) ingrepen gezorgd moet worden dat dieren niet verstoord of gedood worden en dat planten niet zomaar verplant worden. Ook dient gelet te worden op bijvoorbeeld broedende vogels, de voortplantingsperiode van amfibieën en de zoogperiode van zoogdieren. Daarbij geldt voor alle bouwactiviteiten dat er voorzorgsmaatregelen genomen dienen te worden, waardoor: de aanvang van de werkzaamheden buiten het broedseizoen (globaal van half maart tot begin augustus) dient plaats te vinden; een week voor de werkzaamheden beginnen, het plangebied kort gemaaid dient te worden, zodat het plangebied ongeschikt wordt voor kleine zoogdieren en ze de kans krijgen om te vluchten; (wortel)schade aan de (oude) bomen wordt voorkomen en geen graafwerkzaamheden binnen de kroonprojectie van deze oude bomen kan plaatsvinden. 19
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, De Welhaak (woningbouwlocatie) (vastgesteld)
4.3
Externe veiligheid
De Rijksoverheid stelt risiconormen op het gebied van veiligheid aan inrichtingen, ter bescherming van de omgeving. Naast de wet- en regelgeving mogen gemeenten invulling geven aan een eigen veiligheidsvisie. In de Beleidsnota externe veiligheid gemeente Emmen (april 2013) geeft de gemeente Emmen invulling aan deze beleidsruimte. In de gemeentelijke beleidsnota Externe Veiligheid zijn de ruimtelijke uitgangspunten van de structuurvisie verder uitgewerkt. In de Beleidsnota externe veiligheid heeft de gemeente Emmen gekozen voor een gebiedsgerichte benadering voor de vestiging van risicovolle activiteiten. Tevens is in het beleid een afwegingskader bij concrete ruimtelijke beslissingen en voor de inzet van bestuurlijke uitvoeringsinstrumenten om de kwetsbaarheid van een object of activiteit die niet rechtstreeks onder de begripsbepaling van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) valt bepaald te beoordelen. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan is rekening gehouden met deze nota externe veiligheid. 4.3.1
Externe veiligheid
4.3.1.1 Bevi-inrichtingen binnen het plangebied Het plangebied is geïnventariseerd op de zogenoemde Bevi-bedrijven (vergunde situatie en feitelijke situatie). Hieruit blijkt dat in het plangebied geen Bevi-bedrijven gelegen zijn. Ook is het realiseren van nieuwe bevi-inrichtingen binnen het plangebied niet toegestaan. Op de kaart hierna is dit visueel verduidelijkt.
4.3.1.2 Bevi-inrichtingen buiten het plangebied Nabij het plangebied bevinden zich geen Bevi-bedrijven die invloed hebben op de planlocatie. Op circa 180 meter van het plangebied bevindt zich een opslag (met capaciteit van 1800 liter) voor chloorbeekloog t.b.v. het zwembad. De bijbehorende terreingrens ligt op circa 110 meter van het plangebied. Deze installatie valt niet onder het Bevi (besluit externe veiligheid inrichtingen; bedoeld om hiervan is om mensen in de buurt van een bedrijf met gevaarlijke stoffen te beschermen).Gezien de afstand tussen de inrichting en het plangebied en het feit dat deze opslag met chloorbeekloog niet onder het BEVI valt, vormt deze inrichting geen belemmering voor het voorgenomen initiatief.
20
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, De Welhaak (woningbouwlocatie) (vastgesteld)
4.3.1.3 Buisleidingen, route gevaarlijke stoffen en hoogspanningsleidingen Er bevinden zich in de nabijheid van het plangebied geen buisleidingen, geen hoogspanningsleidingen en ook geen transportroutes van gevaarlijke stoffen.De dichtstbijzijnde weg die wordt aangemerkt als "transportroute gevaarlijke stoffen" is de autosnelweg A37 op 810 meter van het plangebied. Het plangebied ligt buiten het invloedgebied van deze weg. De dichtstbijzijnde aardgas-transportleidingen (NEN 3650) van de Gasunie liggen op resp 1200 en 1600 meter van het plangebied: A-605 (maximale werkdruk 79.9 bar, uitwendige diameter 30 inch en wanddikte buisleiding 0,47 inch) N-522-62 (maximale werkdruk 40 bar, uitwendige diameter 8,62 inch en wanddikte buisleiding 0,24 inch) Voor alle buisleidingen geldt dat er geen risicocontouren zijn opgenomen. Gezien de ligging buiten het invloedgebied, de afstand tot het plangebied en de kleinschaligheid van het initiatief vormen deze weg en leidingen geen belemmering voor de realisatie van de 5 woningen aan de Welhaak te Erica. 4.3.2
Conclusie
Ter plaatse van het plangebied bevinden zich geen inrichtingen met een risicocontour waartoe een nadere verantwoording van het plaatsgebonden dan wel groepsrisico dient plaats te vinden. Een nader onderzoek of berekening naar het groepsrisico is dan ook niet nodig. 4.4
Milieu
4.4.1
Vormvrije m.e.r.
In het Besluit m.e.r. zijn drempelwaarden opgenomen voor wanneer er een m.e.r. of m.e.r.beoordeling moet worden uitgevoerd. Sinds de wijziging van het Besluit op 1 april 2011 is een beoordeling van een activiteit die op de D-lijst van het Besluit m.e.r. voorkomt noodzakelijk, ook al ligt de omvang van de activiteit (ver) onder de drempelwaarde. In voorliggend bestemmingsplan Erica, De Welhaak (woningbouwlocatie) komen geen activiteiten voor die voorkomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r.. In het Besluit m.e.r., bijlage D, onder artikel 11 (Woningbouw, Stedelijke ontwikkeling, Industrieterreinen) staat onder artikel 11.3 genoemd dat een m.e.r-beoordeling moet plaatsvinden in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op de aanleg, wijziging of uitbreiding van woningbouw, stedelijke ontwikkeling of industrieterrein indien het oppervlakte groter is dan 100 hectare of meer als 2000 woningen omvat. Qua aard, omvang en ligging is voorliggend ruimtelijk plan niet gelijk te stellen aan de betreffende en omschreven activiteit zoals bedoeld in het Besluit m.e.r., immers hier is sprake van de bouw van 5 woningen. Echter, op 1 juli 2017 heeft een wijziging in de wet- en regelgeving plaatsgevonden. Een belangrijk nieuw element in het Besluit m.e.r.. is nu het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst).
Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Deze motivering moet zijn gebaseerd op een toets die qua inhoud (dat wil zeggen: op basis van dezelfde criteria) aansluit bij m.e.r.-beoordeling, de diepgang kan echter anders zijn en er zijn geen vormvereisten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Voor elk besluit of
21
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, De Welhaak (woningbouwlocatie) (vastgesteld)
plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst en die beneden de drempelwaarden vallen moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee uitkomsten leiden: Belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.-beoordeling noodzakelijk; Belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r. In bijlage III van de EU-richtlijn m.e.r staan de criteria genoemd waarnaar moet worden gekeken bij de beoordeling. Het algemene uitgangspunt bij een dergelijke beoordeling is dat er geen MER hoeft worden opgesteld, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden. Deze bijzondere omstandigheden kunnen betrekking hebben op: 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; 3. de kenmerken van het potentiële effect. In de volgende tabel is opgesomd of er sprake is van significante nadelige invloed op het milieu als gevolg van de bouw van de vijf woningen.
Op basis van de uitkomsten in dit hoofdstuk 4 – Omgevingsfactoren – is inzichtelijk gemaakt dat er geen belangrijk nadelige gevolgen zijn voor de omgeving en het milieu. Verder hebben 22
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, De Welhaak (woningbouwlocatie) (vastgesteld)
de locatie en de omgeving geen bijzondere kenmerken die geschaad worden door het initiatief. Gezien de aard van de ingrepen zijn verder geen negatieve effecten te verwachten, zodat op basis hiervan verder kan worden afgezien van het verrichten van een verdergaande (vorm)vrije m.e.r.-beoordeling. 4.4.2
Bedrijven en milieuzonering
Vanuit milieuhygiënisch oogpunt vergt de bedrijvigheid in het plangebied een goede afstemming met de andere, in de omgeving aanwezige functies. Milieuaspecten worden geregeld via de daartoe geëigende wetgeving, maar daar waar het de ruimtelijke ordening raakt, dient met deze aspecten rekening gehouden te worden. Het gaat dan met name om de situering ten opzichte van milieuhinderlijke elementen en ten opzichte van gevoelige bebouwing. In de nabijheid van het plangebied zijn geen bedrijven gelegen. De woningen zullen enerzijds geen hinder ondervinden van (omliggende) bedrijven en anderzijds zullen de woningen geen belemmeringen opleveren voor (omliggende) bedrijven. 4.4.3
Bodem
Het college van burgemeester en wethouders heeft op 5 maart 2013 de Beleidsregel Bodemkwaliteit vastgesteld. Om de kwaliteit te waarborgen, moet grondverzet worden gemeld bij het landelijke meldpunt. Om het verplaatsen van grond te vereenvoudigen, heeft de gemeente Emmen een aantal kaarten ontwikkeld. Deze bodemkwaliteitskaarten zijn als bijlage in de Nota Bodembeheer opgenomen. Aan de hand van deze kaarten is het mogelijk om zonder voorgaand onderzoek grond te ontgraven en toe te passen. Partijen grond en baggerspecie die niet voldoen aan de bodemkwaliteitskaart en de Nota Bodembeheer van de gemeente Emmen mogen alleen worden toegepast als er sprake is van een nuttige toepassing. Is het werk niet 'nuttig', dan is er sprake van het zich ontdoen van afvalstoffen. Tijdelijke opslag en grootschalige toepassingen van grond en bagger zijn vormen van 'nuttig' gebruik. Tijdelijke uitname zijn werkzaamheden waarbij de grond na korte tijd weer teruggebracht wordt. Een voorbeeld is het graven van een sleuf voor kabels en leidingen. In dat geval hoeft de kwaliteit van de te ontgraven bodem niet onderzocht te worden, tenzij er sprake is van (een verdenking van) bodemverontreiniging.
4.4.3.1 Bodemonderzoek Voor dit bestemmingsplan is door ingenieursbureau Asme BV te Nieuwediep een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (Verkennend bodemonderzoek ter plaatse van De Welhaak te Erica, projectcode 11360 en publicatiedatum 22 oktober 2021). Dit bodemonderzoek is als Bijlage 1 bij het bestemmingsplan gevoegd. Dit verkennend onderzoek had als doel de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem te bepalen. Zowel het maaiveld ter plaatse van de verrichte boringen als de opgeboorde grond is zintuiglijk geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Op het maaiveld en in de grond, ter plaatse van de gegraven gaten is geen asbest aangetroffen. Uit de analyseresultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat in de grond geen verontreinigingen zijn aangetoond. In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties aan barium, zink en naftaleen aangetoond. De verhoogde gehalten vormen geen risico voor de volksgezondheid. Een nader onderzoek wordt niet noodzakelijk. De milieuhygiënische kwaliteit vormt op dit moment geen belemmering voor de voorgenomen nieuwbouw.
23
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, De Welhaak (woningbouwlocatie) (vastgesteld)
4.4.4
Geluid
Regels ten aanzien van geluidhinder zijn vastgelegd in de Wet geluidhinder (Wgh). Het doel van de Wet geluidhinder is tweeledig. Enerzijds de bescherming van het milieu en anderzijds de bescherming van de volksgezondheid. Bepalend is steeds de situering van geluidsbronnen ten opzichte van geluidsgevoelige bestemmingen zoals woningen en scholen. De Wgh gaat uit van zones langs wegen, spoorwegen en industrieterreinen. Binnen dergelijke zones zijn nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen alleen toegestaan indien de geluidsbelasting op de buitengevel onder of hoogstens gelijk is aan de voorkeursgrenswaarde. Ontheffing van de voorkeursgrenswaarde is toegestaan indien maatregelen om de geluidsbelasting op de buitengevels te beperken niet mogelijk zijn of onvoldoende helpen en indien aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. 4.4.4.1 Wegverkeerslawaai De wet geluidhinder merkt woningen aan als geluidgevoelige objecten. In het kader van de Wet Geluidhinder bevinden zich langs alle wegen geluidszones, met uitzondering van woonerven en wegen waar een maximumsnelheid van 30km/uur geldt. De Welhaak is een (klinker)weg in de bebouwde kom, waar ter plaatse van het plangebied een maximum snelheid van 30 km/uur. Verder is geen sprake van bijzondere verkeersomstandigheden zoals een hoge verkeersintensiteit die een goede ruimtelijke ordening in de weg zouden kunnen staan.
Aangezien de wet geluidhinder niet voor 30-km wegen geldt en er geen bijzonder verkeersomstandigheden zijn is er geen akoestisch onderzoek in het kader van de Wet geluidhinder uitgevoerd. 4.4.5
Lucht
De Wet luchtkwaliteit is bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid aan te pakken, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging. Anderzijds heeft de wet tot doel mogelijkheden te creëren voor ruimtelijke ontwikkeling. Volgens de nieuwe regeling vormt luchtkwaliteit in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van een ruimtelijk project als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project leidt, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt 'niet in betekenende mate' (NIMB) bij aan de luchtverontreiniging; een project past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of binnen een regionaal programma van maatregelen. 4.4.5.1 Algemeen beeld luchtkwaliteit plangebied Projecten die ‘niet in betekende mate’ (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer getoetst te worden aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. In de AMvB-nibm zijn de criteria vastgelegd om te kunnen beoordelen of voor een project sprake is van nibm. Zo is een project waarbij in totaal 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg worden gebouwd nog aangemerkt als een Nibm-project. De realisatie van 5 woningen blijft daarmee ruimschoots onder de drempelnorm.
Nader onderzoek naar luchtkwaliteit is niet nodig. Omdat ook verder geen significante ontwikkelingen rondom het plangebied gepland zijn, zal de concentratie van de NOX en fijnstof niet veranderen. Hierdoor betekent de luchtkwaliteit geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan.
24
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, De Welhaak (woningbouwlocatie) (vastgesteld)
4.4.5.2 Stikstof Bij de realisatie van nieuwe plannen dient rekening te worden gehouden met stikstof-uitstoot. Stikstof verspreidt zich door de lucht en slaat neer op de bodem. Door dichtbij natuurgebieden te bouwen, komt het stikstof dus ook daar terecht. En die overdaad aan stikstof is een groot probleem voor de natuur. Het verrijkt namelijk de bodem waardoor zeldzame planten, die het goed doen op een voedselarme grond, het niet overleven en overwoekerd raken door planten die wél goed gedijen op een voedselrijke grond. Op 29 mei 2019 heeft de Raad van State het Programma Aanpak Stikstof (PAS) onverbindend verklaard. Het PAS regelde sinds 2015 de ruimte voor de uitstoot van stikstof nabij Natura 2000-gebieden. Wanneer er bedrijfsactiviteiten zijn die stikstof uitstoten (bijvoorbeeld uitstoot van vrachtwagens) en dit leidt tot stikstofdepositie binnen Natura 2000-gebieden, dan speelt ook de Wet natuurbescherming een rol. Zolang de toename van de stikstofdepositie binnen een Natura 2000-gebied binnen de grenswaarde bleef, was geen vergunning op grond van deze wet noodzakelijk. Maar doordat het PAS niet meer geldt, vallen alle activiteiten die stikstofdepositie veroorzaken nu echter wél onder de vergunningplicht. Dit betekent dat voor deze activiteiten in elk geval een onderzoek naar de stikstofdepositie moet worden uitgevoerd.
In de ecologische quickscan zijn de effecten van de stikstofdepostie meegenomen. Hieruit blijkt dat bij de voorgenomen ontwikkeling stikstofdepositie kan ontstaan in de realisatie- en/of de gebruiksfase. Emissie van stikstofoxiden ontstaat onder andere door verbranding van fossiele brandstoffen bij stook van cv-installaties, in het verkeer of door inzet van mobiele machines. Stikstofdepositie kan tot vele kilometers ver reiken en negatieve (verzurende/vermestende) effecten hebben op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Met de inwerkingtreding van de nieuwe stikstofwet (Wet stikstofreductie en natuurverbetering) geldt er per 1 juli 2021 een vrijstelling voor de tijdelijke realisatiefase ten aanzien van bouw-, sloop- en eenmalige aanlegactiviteiten (Staatsblad, 2021a,b). Het aspect stikstofdepositie speelt hierdoor in het vergunningentraject alleen nog een rol in de gebruiksfase. In de toekomstige gebruiksfase is sprake van toevoeging van woningen met bijbehorend verkeer. De te verwachten toename van stikstofemissies is echter gering. De te realiseren woningen worden namelijk gasloos, zodat hooguit sprake is van een beperkte emissie als gevolg van bewoning (eventuele houtkachel, sfeerverwarming, bbq).
De toekomstige verkeersgeneratie behelst circa 43 extra verkeersbewegingen per dag, uitgaand van maximaal 8,6 verkeersbewegingen per etmaal voor het type vrijstaand koophuis (CROW, 2018). Gezien de korte route van en naar de dichtstbijzijnde ontsluitingsweg vanwaar het extra verkeer opgaat in het heersende verkeersbeeld (Havenstraat op circa 450 meter) en de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (Bargerveen op circa zes kilometer afstand) zal emissie afkomstig van het verkeer niet reiken tot Natura 2000-gebieden. Het toekomstige gebruik van het plangebied als gevolg van vijf woningen heeft naar verwachting geen negatief effect als gevolg van stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Met behulp van het rekenmiddel AERIUS Calculator is dit (juridisch) inzichtelijk gemaakt. Uit deze berekening (zie Bijlage 3) volgt dat voor de gebruiksfase, er geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/jaar. Geconcludeerd kan worden dat er geen significant negatieve effecten gevonden zijn op de beschermde habitats in de Natura 2000-gebieden. Het aspect stikstofdepositie vormt dan ook geen belemmering voor de ontwikkeling en het uitvoeren van de werkzaamheden.
25
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, De Welhaak (woningbouwlocatie) (vastgesteld)