CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2: Bestemmingsplan

Commissie Wonen en Ruimte 16 mei 2022, gemeente EmmenBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Erica, Verlengde Vaart ZZ, kadastraal bekend sectie AG, nummer 1241 en 1242 (twee woningen) (96854-2022)26.207 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen beschermd grondgebonden zoogdier gedood en wordt geen vaste rust- of voortplantingsplaats van een beschermd grondgebonden zoogdier beschadigd of vernield. Door het inrichten van het plangebied als woonerf wordt de functie van het plangebied als foerageergebied voor sommige beschermde grondgebonden zoogdieren aangetast. Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: - Bebouwen en verharden plangebied; Vleermuizen Verblijfplaatsen Er zijn tijdens het veldbezoek geen vleermuizen waargenomen en er zijn geen potentiële rust- of voortplantingsplaatsen in het plangebied waargenomen. Potentiële vaste rust- of voortplantingsplaatsen, zoals gebouwen, andere bouwwerken en holenbomen ontbreken in het plangebied. Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord of gedood en wordt geen vaste rust- of voortplantingsplaats verstoord, beschadigd of vernield. Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: - Geen; Foerageergebied Het veldbezoek is uitgevoerd buiten de periode van de dag waarop vleermuizen foerageren, maar op basis van een beoordeling van de inrichting en het gevoerde beheer, wordt het plangebied als een ongeschikt foerageergebied voor vleermuizen beschouwd.

Mogelijk vliegen vleermuizen wel over het plangebied, terwijl ze foerageren rond randen en kronen van beplanting die net buiten het plangebied staat. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt het foerageergebied van vleermuizen niet aangetast. Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: - Geen;

14

Vliegroute Sommige vleermuissoorten benutten lijnvormige elementen ter geleiding tijdens het foerageren en om van verblijfplaats naar foerageergebied te vliegen (en van foerageergebied naar verblijfplaats). Lijnvormige elementen die benut worden als vliegroute kunnen bestaan uit houtopstanden en wateren, maar ook een rij gevels van woningen. Het plangebied vormt geen verbindende schakel in een lijnvormig landschapselement en maakt daarom geen onderdeel uit van een vliegroute van vleermuizen. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten heeft geen negatief effect op vliegroutes van vleermuizen. Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: - Geen; Amfibieën Er zijn tijdens het veldbezoek geen amfibieën waargenomen en het plangebied wordt niet beschouwd als functioneel leefgebied voor amfibieën. Intensief beheerd agrarisch cultuurland, vormt in de regel geen functioneel leefgebied voor amfibieën. Mogelijk duikt incidenteel een ‘verdwaalde’ bruine kikker of gewone pad op, langs de randen van het plangebied, maar amfibieën bezetten er geen vaste rust- of voortplantingsplaats. Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen amfibie gedood en wordt geen vaste rustof voorplantingsplaats beschadigd of vernield. Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: - Geen; Overige soorten Er zijn geen andere beschermde soorten aangetroffen.

Het gevoerde beheer en de inrichting maken het onderzoeksgebied tot een ongeschikt functioneel leefgebied voor deze soorten.

5.4 Toetsingskader Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Het is verboden om alle soorten die beschermd zijn volgens de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn, evenals de in paragraaf 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming genoemde soorten te doden, evenals het beschadigen en vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen. Verder is het verboden om plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Voor sommige in de Wet natuurbescherming genoemde soorten geldt een ontheffing voor het opzettelijk doden en vangen en het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste rust- en voortplantingsplaats, als gevolg van werkzaamheden die uitgevoerd worden in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling. In voorliggend geval is de vrijstellingsregeling van de Provincie Drenthe van kracht. Ook gelden er bepaalde vrijstellingen voor het verbod op doden mits er gewerkt wordt volgens een door de Minister goedgekeurde gedragscode. Om een gedragscode te kunnen benutten, moeten de voorgenomen activiteiten genoemd zijn in de gedragscode.

Zorgplicht Artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming voorziet in een algemene verplichting voor een ieder om voldoende zorg te dragen voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De zorgplicht is als een open norm geformuleerd in het eerste lid van artikel 1.11. In het tweede lid wordt de zorgplicht iets geconcretiseerd door te bepalen dat de zorgplicht in elk geval inhoudt dat een ieder die weet 15

of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor in het wild levende dieren en planten: 1. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, 2. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of 3. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. Wettelijk kader Voorgenomen activiteit wordt gezien als ‘ruimtelijke ontwikkeling’. In afwijking van de verboden in artikel 3.10, eerste lid, van de Wet natuurbescherming is het toegestaan om sommige soorten opzettelijk te doden en te vangen en de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze soorten opzettelijk te beschadigen of te vernielen wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat. In het kader moet zorgplicht is de initiatiefnemer verplicht om schadelijke gevolgen voor in het wild levende dieren en planten zo veel mogelijk te voorkomen. Dit betreft maatwerk. Indien het mogelijk is om zinvolle concrete maatregelen m.b.t. de zorgplicht te benoemen, zijn deze opgenomen in dit rapport.

5.5 Wettelijke consequenties van de beoogde ingreep Vogels Als gevolg van het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen vogel gedood en geen bezet nest of beschermde nestplaats negatief beïnvloed. Het aantasten van de functie van het plangebied als foerageergebied, leidt niet tot wettelijke consequenties. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft een nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van het Wnb. Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: - Geen; Vleermuizen • Vaste rust- en voortplantingsplaats Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord of gedood en wordt geen vaste rust- of voortplantingsplaats verstoord, beschadigd of vernield. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb. Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: - Geen; • Essentieel foerageergebied Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen essentieel foerageergebied van vleermuizen aangetast.

Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb. Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: - Geen; 16

• Vliegroute Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen essentiële vliegroute van vleermuizen aangetast. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb. Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: - Geen; Grondgebonden zoogdieren Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen beschermd grondgebonden zoogdier gedood en wordt geen vaste rust- of voortplantingsplaats van een beschermd grondgebonden zoogdier beschadigd of vernield. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb. Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: - Geen; Amfibieën Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt geen beschermd amfibie gedood en wordt geen vaste rust- of voortplantingsplaats beschadigd of vernield. Uitvoeren van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties.

Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb. Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: - Geen; Overige soorten Het onderzoeksgebied behoort niet tot functioneel leefgebied van andere beschermde flora- of faunasoorten. Vanwege de lokale invloedsfeer heeft de voorgenomen activiteit geen negatief effect op andere beschermde soorten. Nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk.

17

In onderstaande tabel worden de wettelijke consequenties samengevat weergegeven. Soortgroep

Functie

Beschermde soorten planlocatie

Verbodsbepalingen (Wet natuurbescherming)

Aandachtspunt

Grondgebonden zoogdieren Grondgebonden zoogdieren Grondgebonden zoogdieren Vogels

Foerageergebied

Diverse soorten

Geen

Vaste rust- en voortplantingsplaats Doden van dieren

Niet aanwezig

Niet van toepassing; functie is niet beschermd Niet van toepassing Niet van toepassing

Geen Geen

Vogels

Bezette nesten (niet jaarrond beschermd) Jaarrond beschermde nest- en rustplaats Doden van dieren

Niet aanwezig

Niet van toepassing; functie is niet beschermd Niet van toepassing

Niet aanwezig

Niet van toepassing

Geen

Niet van toepassing Niet aanwezig

Niet van toepassing

Geen

Niet van toepassing

Geen

Niet aanwezig Niet aanwezig Niet van toepassing Niet aanwezig Niet aanwezig Niet aanwezig Niet van toepassing Niet aanwezig

Niet van toepassing Niet van toepassing Niet van toepassing

Geen Geen Geen

Niet van toepassing Niet van toepassing Niet van toepassing Niet van toepassing

Geen Geen Geen Geen

Niet van toepassing

Geen

Vogels Vogels Vleermuizen

Foerageergebied

Vleermuizen Vleermuizen Vleermuizen

Rust- of voortplantingsplaats Foerageergebied Vliegroute Doden van dieren

Amfibieën Amfibieën Amfibieën Amfibieën

Foerageergebied Vaste rustplaats Voortplantingsplaats Doden van dieren

Overige soorten

Dieren en overige functies

Niet van toepassing Diverse soorten

Geen

Geen

Samenvatting van de wettelijke consequenties. Soortgroep

Vaste rust- Voortplanplaats tingsplaats

Vliegroute Essentieel (vleermuizen) foerageergebied

Wettelijke consequenties

Nader onderzoek vereist

Ontheffing vereist

Grondgebonden zoogdieren Vogels Vleermuizen

nee

ja

n.v.t.

nee

nee

nee

nee

nee nee

nee nee

n.v.t. nee

nee nee

nee nee

nee nee

nee nee

Amfibieën

nee

nee

n.v.t.

nee

nee

nee

nee

Vereenvoudigde samenvatting van de wettelijke consequenties per diergroep.

5.6 Historische gegevens en overige bronnen Er zijn geen historische gegevens van het plangebied bekend. 5.7 Volledigheid van het onderzoek Het onderzoek is volledig uitgevoerd met geschikte weersomstandigheden.

18

HOOFDSTUK 6

CONCLUSIES De voorgenomen activiteiten worden gezien als ‘ruimtelijke ontwikkeling’. Voor een aantal algemeen voorkomende en talrijke faunasoorten geldt in Drenthe een vrijstelling van de verbodsbepalingen ‘doden’, en het opzettelijk ‘verstoren, beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingsplaats’, als gevolg van werkzaamheden die in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd. Voor beschermde soorten die niet op deze vrijstellingslijst staan, is een ontheffing vereist om ze te mogen verstoren of te doden en om opzettelijk de vaste rust- en voortplantingsplaats te mogen beschadigen en te vernielen. Afhankelijk van de status van de beschermde soorten, kan soms ook gewerkt worden conform een door de Minister goedgekeurde, en op de situatie toepasbare, gedragscode. In het kader van de zorgplicht moet rekening worden gehouden met alle in het plangebied aanwezige planten en dieren en moet er gekozen worden voor een werkmethode en/of planning in de tijd, waardoor planten en dieren zo min mogelijk schade ondervinden als gevolg van de voorgenomen activiteiten. Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties in het kader van de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland.

Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten, en de afstand tussen plangebied en Natura 2000-gebied, kan een negatief effect op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied uitgesloten worden. Nader onderzoek, zoals het uitvoeren van een stikstofberekening, wordt niet noodzakelijk geacht. Deze conclusie komt overeen met beleidsregels voor het opstellen van stikstofberekeningen bij dergelijke bouwplannen. De inrichting van het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde planten, maar wel tot een geschikt functioneel leefgebied van verschillende beschermde diersoorten. Mogelijk benutten vogels en beschermde grondgebonden zoogdieren het plangebied als foerageergebied, maar beschermde dieren bezetten er geen vaste rust- of voortplantingsplaats. Door het inrichten van het plangebied tot woonerf, neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor de in het plangebied foeragerende beschermde dieren af. Dit leidt echter niet tot wettelijke consequenties omdat deze functie niet beschermd is voor de dieren die het plangebied benutten als foerageergebied.

19

Bijlagen Bijlage 1. De natuurkalender (indicatie voor het uitvoeren van werkzaamheden het kader van de zorgplicht) Bijlage 2. Toelichting Wet natuurbescherming Bijlage 3. Fotobijlage Bijlage 4. Geraadpleegde bronnen:

20

Bijlage 2 Toelichting Wet Natuurbescherming Drie beschermingsregimes De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn (het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn) en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Alle vogels (ruim 700 soorten), zijn beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: -

-

Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort.

Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Soortenbescherming en het ‘nee, tenzij principe’ De verbodsbepalingen voor vogels en Habitatrichtlijnsoorten in de Wet natuurbescherming sluiten vrijwel één op één aan bij de bepalingen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen zijn gericht op de bescherming van individuen van soorten. Ook voor de andere soorten, die niet op grond van de Vogel- of Habitatrichtlijn maar vanuit nationaal oogpunt beschermd worden, geldt dat de verbodsbepalingen zien op het individu, maar of ontheffing verleend kan worden, wordt afgewogen tegen het effect van de ingreep op het populatieniveau van de soort. Zorgplicht voor dieren en planten Of dier- en plantensoorten nu wettelijk beschermd zijn of niet, iedereen moet voldoende rekening houden met in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De wet erkent daarmee de intrinsieke waarde van in het wild levende soorten. De Memorie van Toelichting zegt het zo: “De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving.

Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”. Vrijstelling regelgeving Onder de Wet natuurbescherming is niet altijd een ontheffing nodig bij handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten. In (veel) gevallen kunt u gebruik maken van een vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod, die wordt vastgesteld voor een van te voren bepaalde categorie van gevallen. Er zijn verschillende vrijstellingen van de verboden voor beschermde soorten mogelijk. Een bekende en reeds in de praktijk toegepaste vorm van vrijstelling is die van de gedragscode. In de Wet natuurbescherming zijn voor beschermde soorten ook andere vormen van vrijstelling geïntroduceerd, zoals door middel van een Programmatische Aanpak of via een provinciale verordening. Overigens is ook een vrijstelling in de vorm van een ministeriële regeling mogelijk. Provinciale staten kunnen vrijstelling van de verbodsbepalingen verlenen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening. 21

Gedragscodes die zijn opgesteld onder de Flora- en faunawet kunnen worden uitgebreid ten aanzien van soorten die op grond van de Wet natuurbescherming beschermd worden maar dat op grond van de Flora- en faunawet nog niet waren. Goedkeuring van een gedragscode op grond van de Flora- en faunawet blijft ook onder de Wet natuurbescherming geldig, voor de duur van de goedkeuring. Daarna dient de gedragscode voor goedkeuring getoetst te worden aan de Wet natuurbescherming.

Welke soorten zijn beschermd? De Wet natuurbescherming kent drie categorieën beschermde soorten: 1. Ten eerste worden alle van nature in Nederland in het wild levende vogels beschermd volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn. 2. Ten tweede worden soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn. 3. Tenslotte is er een beschermingsregime voor ‘andere soorten’ waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven.

Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming

22

Vrijgestelde soorten In afwijking van de verboden in artikel 3.10, eerste lid, van de Wet is het toegestaan de onderstaande soorten opzettelijk te doden, en te vangen en de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze soorten opzettelijk te beschadigen of te vernielen wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat. De vrijstelling is van kracht wanneer de handeling verband houdt met de volgende activiteiten: -

de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; het bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer.

23

Lijst met soorten waarvoor een vrijstelling van de verbodsbepalingen geldt als gevolg van handelingen die in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd.

24

Bijlage 3. Fotobijlage

25

26

27

Bijlage 4. Geraadpleegde bronnen: Internet: https://www.verspreidingsatlas.nl https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/ https://www.regelink.net/kenniscentrum/beschermde-soorten-wet-natuurbescherming/ http://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/vleermuisprotocol (vleermuisprotocol) https://calculator.aerius.nl http://www.ruimtelijkeplannen.nl https://pdokviewer.pdok.nl/

28

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Erica, Verlengde Vaart ZZ, kadastraal bekend sectie AG, nummers 1241 en 1242 (twee woningen) (vastgesteld)

Bijlage 2 Verkennend bodemonderzoek

VERKENNEND BODEMONDERZOEK Verlengde Vaart Zuidzijde, kadastraal perceel AG 1241 en AG 1242 in Erica

ORTAGEO Noordoost B.V.

ORTAGEO Zuidoost B.V.

ORTAGEO West B.V.

ORTAGEO Asbest B.V.

TITELBLAD

Opdrachtgever:

Kwekerij Meewisse B.V. Verlengde Vaart ZZ 10 7887 EM Erica

Rapportnummer:

214476/R01

Status rapport:

Definitief

Datum:

16 april 2021

Projectomschrijving:

Verkennend bodemonderzoek Verlengde Vaart Zuidzijde kadastraal AG 1241 en AG 1242 in Erica

Rapport opgesteld door:

Ortageo Noordoost B.V. Asserstraat 12 9451 AC Rolde Tel: +31 546 53 20 74 E-mail: info@ortageo.nl

STD_R012_v014_20180420

INHOUDSOPGAVE 1 2

3

4

5

6

Inleiding ........................................................................................................................................................... 1 Vooronderzoek ................................................................................................................................................ 2 Bronnen .................................................................................................................................................... 2 Algemene gegevens ................................................................................................................................. 2 Bodemgebruik .......................................................................................................................................... 3 Uitgevoerde bodemonderzoeken ............................................................................................................. 4 Bodemopbouw en geohydrologie ............................................................................................................. 4 Hypothese en onderzoeksstrategie ............................................................................................................... 5 Hypothese ................................................................................................................................................

5 Onderzoeksstrategie ................................................................................................................................ 5 Veldwerkzaamheden ....................................................................................................................................... 6 Uitvoering ................................................................................................................................................. 6 Resultaten ................................................................................................................................................ 6 Laboratoriumonderzoek ................................................................................................................................. 8 Analyseprogramma .................................................................................................................................. 8 Analyseresultaten ..................................................................................................................................... 8 5.2.1 Grond ...................................................................................................................................................

9 5.2.2 Grondwater........................................................................................................................................... 9 Toetsing aan de hypothese .................................................................................................................... 10 Toetsing aan de noodzaak tot nader onderzoek .................................................................................... 10 Samenvatting, conclusies en aanbevelingen ............................................................................................. 11

Bijlagen: 1) Regionale ligging onderzoekslocatie 2) Situatietekening met onderzoekspunten 3) Bodemprofielbeschrijvingen 4) Analysecertificaten 5) Overschrijdingstabellen 6) Foto’s onderzoekslocatie Appendix Kader en verantwoording

214476/R01

1

INLEIDING

In opdracht van Kwekerij Meewisse B.V. is door Ortageo Noordoost B.V. een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 uitgevoerd op twee percelen gelegen aan de Verlengde Vaart Zuidzijde (kadastrale sectie AG en nummer: 1241 en 1242) in Erica (gemeente Emmen). De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen aanvraag van een omgevingsvergunning voor de bouw van twee woningen en de daarvoor benodigde bestemmingswijzing van de percelen. Het doel van het onderzoek is om door het bepalen van de actuele bodemkwaliteit vast te stellen of de locatie geschikt is voor het beoogde gebruik.

214476/R01

1/11

2

VOORONDERZOEK

Voor de uitvoering van het verkennend bodemonderzoek is een vooronderzoek uitgevoerd. Doel van het vooronderzoek is het achterhalen van (potentieel) bodemverontreinigende activiteiten die nu plaatsvinden of in het verleden hebben plaatsgevonden op of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie.

Bronnen In onderstaande tabel zijn de in het kader van het vooronderzoek geraadpleegde bronnen weergeven. Tabel 1: Geraadpleegde bronnen Nr.

Bron

Verwijzing/toelichting

1

Topografische kaart, kadastrale gegevens

Kadaster, opgenomen in bijlage 1

2

Mondelinge en schriftelijke informatie van eigenaar Kwekerij Meewisse B.V.

Verwerkt in dit hoofdstuk

3

Gemeente Emmen / RUD Drenthe

Verwerkt in dit hoofdstuk

Internetbronnen:

4

5

A. Actuele luchtfoto’s en straatoverzichten

pdokviewer.pdok.nl

B. Historische topografische kaarten

www.topotijdreis.nl

C. TNO-NITG (gegevens bodemopbouw / grondwater)

www.dinoloket.nl

D. Bodemloket (dossiervermelding onderzoek / sanering)

www.bodemloket.nl

E. Provinciale bodematlas

www.geo.drenthe.nl/geoportaal/src

F. Ligging kabels en leidingen

www.klic-online.nl

G. Informatie hoogteligging

www.ahn.nl

H. Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG)

bagviewer.kadaster.nl

Locatiebezoek, foto's onderzoekslocatie

Gecombineerd met uitvoering veldwerk en verwerkt in dit hoofdstuk

Algemene gegevens Beide percelen en nieuwbouwplannen zijn in dit onderzoek gecombineerd uitgevoerd. De algemene gegevens over de deellocaties zijn weergegeven in de volgende tabel. Tabel 2: Algemene locatiegegevens Deellocatie

Deellocatie A

Deellocatie B

Kadastrale aanduiding

Gemeente Emmen, sectie AG, nummer 1241

Gemeente Emmen, sectie AG, nummer 1242

Eigenaar

Kwekerij Meewisse B.V., Verlengde Vaart ZZ 10, 7887 EM, Erica

Oppervlakte

Circa 3.160 m²

Algemene omschrijving

Beide percelen zijn in gebruik als grasland (weiland)

Bebouwing en/of (terrein)verharding

Niet van toepassing

214476/R01

Circa 2.245 m2

2/11

De situering van de onderzoekslocaties is globaal weergegeven op onderstaande afbeelding:

A

B

Afbeelding 1: Situering onderzoekslocaties. Foto is noordelijk gericht. (bron PDOK Viewer)

Bodemgebruik In onderstaande tabel zijn de beschikbare gegevens weergegeven over het historisch, huidig en toekomstig gebruik van de onderzoekslocaties en de directe omgeving. Tabel 3: Beschrijving bodemgebruik locatie A en B Omschrijving

Gebruik

Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties

Onderzoekslocatie

Historisch en huidig

Aan het eind van de 19e eeuw is op locatie het aanwezige veen ontgonnen. Op perceel deellocatie B lijkt op historisch kaartmateriaal tussen de jaren ‘30 en begin jaren ’70 van de vorige eeuw mogelijk bebouwing aanwezig te zijn. Vermoedelijk een veenarbeiders woning op de voorzijde van het perceel. Perceel deellocatie A lijkt altijd onbebouwd te zijn geweest. Sindsdien zijn de percelen voor zover bekend altijd in gebruik geweest als landbouwgrond

Wegens het langdurige gebruik als landbouwgrond worden lichte verontreinigingen met zware metalen en/of PAK verwacht

Toekomstig

Woningen

Geen

Directe omgeving Historisch en huidig

Het veengebied rondom de onderzoekslocatie is aan het eind van de 19e eeuw ontgonnen. Tot de jaren ’10 van de 20ste eeuw bestond de omgeving uit landbouwgrond. Sindsdien zijn in de omgeving verschillende woningen gebouwd. Het kassencomplex ten zuiden van de onderzoekslocatie is in 2007 gebouwd

Wegens het langdurige gebruik als landbouwgrond en woonerven worden lichte verontreinigingen met zware metalen en/of PAK verwacht

Toekomstig

Woningen

Geen

214476/R01

3/11

Uitgevoerde bodemonderzoeken Op de locatie en directe omgeving Er zijn voor zover bekend geen onderzoeken uitgevoerd op de percelen. Bij navraag bij de RUD is van deze locaties en de omgeving geen verdere informatie verkregen. In het Bodemloket hebben de percelen Verlengde Vaart 18, 18 en 18A de status “onderzoek uitvoeren”.

Bodemopbouw en geohydrologie De regionale geo(hydro)logische bodemopbouw is weergegeven in de volgende figuren. Figuur 1: Geohydrologisch model gebaseerd op REGIS II.1 (bron 4C) Diepte (m -mv)

Lithologie

Geologische formatie

Geohydrologische eenheid

0 - 2,77

Zandige eenheid1

Boxtel

Deklaag

2,77 - 3,5

Kleiige eenheid2

Boxtel

1ste scheidende laag

3,5 – 3,8

Zandige eenheid1

Boxtel

2de watervoerend pakket

3,8 – 9,55

Zandige eenheid3

Peelo

2de watervoerend pakket

9,55 – 23,16

Zandige eenheid3

Peelo

2de watervoerend pakket

23,16 – 29,96

Zandige eenheid3

Peelo

2de watervoerend pakket

1

Midden en fijn zand, met weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind

2

Zandige klei, midden en fijn zand, met weinig klei, veen en grof zand

3

midden, fijn en grof zand, met weinig kleiig zand en een spoor klei en grind

De grondwaterstand van het eerste watervoerende pakket bedraagt regionaal gezien circa 1 m –mv. Regionaal gezien is de stromingsrichting van het freatisch grondwater zuidwestelijk. Er is sprake van kwel. Nabij de onderzoekslocatie is oppervlaktewater aanwezig. De Verlengde Vaart kan invloed hebben op de grondwaterstanden en de –fluctuaties binnen het onderzoeksgebied. De locatie ligt niet in het intrekgebied van een grondwaterwinning of een grondwaterbeschermingsgebied. Voor zover bekend wordt er op en in de directe omgeving van de locatie niet op relevante schaal grondwater door bedrijven en particulieren onttrokken.

214476/R01

4/11

3

HYPOTHESE EN ONDERZOEKSSTRATEGIE Hypothese

Hoewel op basis van het vooronderzoek wordt verwacht dat sprake is geweest van een diffuse bodembelasting op beide locaties gedurende de lange periode dat de percelen als landbouwgrond zijn gebruikt, wordt niet verwacht dat de bodemkwaliteit afwijkt van de bodemkwaliteit in de directe omgeving van de locatie. Er worden maximaal lichte verontreinigingen met zware metalen en PAK in de (boven)grond verwacht. Het grondwater bevat waarschijnlijk licht verhoogde concentraties zware metalen van nature.

Onderzoeksstrategie Op basis van de hypothese zijn beide locaties onderzocht volgens de strategie voor een ’onverdachte nietlijnvormige locatie’ (ONV-NL).

214476/R01

5/11

4

VELDWERKZAAMHEDEN Uitvoering

Algemeen In onderstaande tabel zijn de uitvoeringsdata en de verantwoordelijke monsternemers van het veldonderzoek weergegeven. De onderzoekspunten zijn weergegeven op de situatietekening in bijlage 2. Tabel 4: Uitvoeringsgegevens Datum

Werkzaamheden

Beoordelingsrichtlijn/ protocol

Erkende organisatie

Verantwoordelijk medewerker

18-03-2021

Uitvoeren handboringen, plaatsen peilbuizen, maken boorbeschrijvingen, nemen grondmonsters en inmeten

2000/2001

Ortageo Metingen en Controle B.V.

Dhr. A. Vrugteman

25-09-2021

Nemen van grondwatermonsters

2000/2002

Ortageo Metingen en Controle B.V.

Dhr. G.M. Visschedijk

In het veld is de vrijgekomen grond laagsgewijs beoordeeld en beschreven (textuur, kleur, humusgehalte). Daarnaast is gelet op het voorkomen van puin, slakken, kolengruis en dergelijke evenals op kleurafwijkingen die kunnen duiden op de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Ook het maaiveld is visueel geïnspecteerd op indicaties die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. Ten slotte is visueel specifiek aandacht besteed aan het voorkomen van asbest op het maaiveld en in de bodem. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is geen aanvullende informatie naar voren gekomen die tot een aanpassing van het veldwerkprogramma heeft geleid. In de volgende tabel is een overzicht van het uitgevoerde veldwerkprogramma weergegeven. Tabel 5: Overzicht veldwerkprogramma Deellocatie

Aantal

Diepte (m –mv)

10

0,5

A01, A02, A03, A05, A06, A08, A09, A10, A11, A12

2

2

A07, A13

Boringen met peilbuis

1

2,5

A04

Watermonstername uit peilbuis

1

-

A04

9

0,5

B01, B02, B04, B05, B06, B08, B09, B10, B11

2

2

B07, B12

Boringen met peilbuis

1

2,5

B03

Watermonstername uit peilbuis

1

-

B03

Onderdeel Boringen

A

Boringen B

Nummers

Afwijkingen ten opzichte van BRL SIKB 2000 Bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden is niet afgeweken van de BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001 en 2002.

Resultaten In bijlage 3 zijn de uitgetekende bodemprofielen weergegeven.

214476/R01

6/11

Bodemopbouw In de volgende tabel is weergegeven hoe de bodem op de onderzoekslocatie tot de maximaal onderzochte diepte is opgebouwd. Opgemerkt wordt dat deze classificatie conform de NEN 5104 voor milieukundig onderzoek is beschreven. Het betreft geen classificatie voor civieltechnische hergebruiksmogelijkheden; hiervoor dienen de boorbeschrijvingen op de juiste wijze geïnterpreteerd te worden en kan (aanvullend) civieltechnisch onderzoek nodig zijn. Tabel 6: Gemiddelde bodemopbouw Diepte (m -mv)

Hoofdbestanddeel

Nadere omschrijving

0 - 0,3

Zand

Matig fijn matig siltig, matig humeus, donker zwartbruin

0,3 - 0,9

Veen

Sterk zandig, donkerbruin

0,9 – 2,3

Zand

Zeer fijn, zwak siltig, neutraal beigegeel

Visueel waargenomen bijzonderheden Er zijn visueel geen waarnemingen gedaan op het maaiveld of aan de uitkomende grond die wijzen op de mogelijke aanwezigheid van een verontreiniging in de grond en/of het grondwater. Grondwater Tijdens de bemonstering van het grondwater zijn visueel waarnemingen gedaan en metingen verricht. De resultaten daarvan zijn weergegeven in onderstaande tabel. De zuurgraad en het geleidingsvermogen zijn als normaal te beschouwen voor de onderzochte locatie. Ondanks het lage afpompdebiet overschrijdt de troebelheid de maximaal gewenste waarde van 10 NTU. Als dit consequenties heeft voor de conclusie van het onderzoek, is dit in paragraaf 5.4 beschreven. Tabel 7: Bijzonderheden en resultaten veldmetingen grondwater Deellocatie

Peilbuis

Monstercode

Filterstelling (m –mv)

A.

A04-1

A04-1-1

1,5 - 2,5

B.

B03-1

B03-1-1

1,3 - 2,3

214476/R01

Grondwaterstand (m -mv)

Zuurgraad (pH)

Geleidingsvermogen (µs/cm)

Troebelheid (NTU)

Geen

0,42

6,1

610

16,5

Geen

1,15

6,4

590

25

Waargenomen bijzonderheden

7/11

5

LABORATORIUMONDERZOEK Analyseprogramma

Op basis van de visuele waarnemingen (grondsoort, kleur, aard en hoeveelheid bodemvreemde bijmengingen e.d.) en de ruimtelijke verdeling van de onderzoekspunten zijn grond(meng)monsters samengesteld. In de volgende tabel is een overzicht van de samenstelling van de (meng)monsters en het uitgevoerde analyseprogramma weergegeven. Tabel 8: Samenstelling (meng)monsters en analyseprogramma Deellocatie

Monstercode

Traject (m -mv)

Deelmonsters

Waargenomen bijzonderheden

Analysepakket

Geen

Standaardpakket grond1

Geen

Standaardpakket grondwater2

Grond

A.

B.

M-A1

0 - 0,5

A01-1, A03-1, A04-1, A05-1, A05-2, A07-1, A08-1, A13-1

M-A2

0,3 - 0,6

A01-2, A02-2, A03-2, A06-2, A08-2, A09-2, A10-2, A11-2

M-A3

0,6 – 2,0

A04-3, A04-4, A07-3, A07-5, A13-4

M-B1

0 - 0,5

B01-1, B03-1, B04-1, B05-1, B07-1, B10-1, B11-1, B12-1

M-B2

0,3 - 0,6

B02-2, B05-2, B06-2, B07-2, B08-2, B09-2, B10-2, B11-2

M-B3

0,4 - 1,5

B03-2, B03-3, B07-3, B12-2, B12-3

Grondwater A.

A04-1

1,5 - 2,5

A04-1-1

B.

B03-1

1,3 - 2,3

B03-1-1

1

Metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn), PCB, PAK, minerale olie, lutum, organische stof en droge stofgehalte

2

Metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn), vluchtige aromatische koolwaterstoffen (BTEXN en styreen), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOCl en VC) en minerale olie

Analyseresultaten De analysecertificaten van het laboratoriumonderzoek zijn opgenomen in bijlage 4. De toetsingstabellen zijn opgenomen in bijlage 5. In deze tabellen zijn de gemeten gehalten in de grond aan de hand van de analytisch vastgestelde percentages lutum en organische stof omgerekend naar de 'standaard bodem' (25% lutum en 10% organische stof). Dit zijn de gestandaardiseerde gemeten gehalten (GSSD). In deze paragraaf zijn de resultaten samengevat. In een aantal tabellen is tussen haakjes een index opgenomen (zie 'kader'). De index geeft inzicht in de verhouding tussen de gestandaardiseerde meetwaarde en de achtergrondwaarde/streefwaarde respectievelijk de interventiewaarde. Een index van 0 komt overeen met de achtergrondwaarde/streefwaarde; een index van 0,5 komt overeen met de tussenwaarde en een index van 1 komt overeen met de interventiewaarde. Een index boven 1 geeft aan met welke factor de interventiewaarde wordt overschreden.

214476/R01

8/11

5.2.1 Grond De toetsingsresultaten van de grondanalyses zijn in de volgende tabel samengevat weergegeven waarbij ook de eventuele bodemvreemde bijmengingen in het (meng)monster zijn weergegeven. Opgemerkt wordt dat de twee bovengrond mengmonsters op perceel A samengesteld zijn op basis van bodemtype (zand en veen). Tabel 9: Overschrijdingstabel analyseresultaten grond Overschrijding van de Deellocatie

A.

Monstercode

Traject (m -mv)

M-A1

0,0 - 0,5

M-A2

0,3 - 0,6

M-A3

Waargenomen bijzonderheden

achtergrondwaarde (index1 < 0,5)

tussenwaarde (index1 >0,5)

interventie waarde (index1 >1)

Indicatieve oordeel Besluit Bodemkwaliteit

PAK (0,02)

-

-

Altijd toepasbaar

PAK (0,01)

-

-

Altijd toepasbaar

0,6 - 2,0

-

-

-

Altijd toepasbaar

M-B1

0 - 0,5

Zink (0,03), kwik (-), lood (0,07), PAK (0,13)

-

-

Klasse wonen

M-B2

0,3 - 0,6

-

-

-

Altijd toepasbaar

M-B3

0,4 - 1,5

-

-

-

Altijd toepasbaar

B.

Geen

Geen

-

= geen parameters in gehalten/concentraties boven de betreffende toetsingswaarden aangetoond

1

Index = (gestandaardiseerde meetwaarde- achtergrondwaarde) / (interventiewaarde – achtergrondwaarde)

De zeer licht verhoogde gehalten aan zware metalen en PAK zijn waarschijnlijk te relateren aan het gebruik van de percelen als landbouwgrond. De zeer licht verhoogde waarden zijn mogelijk te herleiden aan het gebruik van (kunst)meststoffen en/of compost. De indicatieve toetsing aan het Besluit Bodemkwaliteit laat zien dat de boven- en ondergrond altijd toepasbaar is (schoon) op perceel A. Op perceel B voldoet de bovengrond gedeeltelijk aan klasse wonen en gedeeltelijk aan altijd toepasbaar. De ondergrond is altijd toepasbaar.

5.2.2 Grondwater De toetsingsresultaten van de grondwateranalyses zijn in de volgende tabel samengevat weergegeven. Tabel 10: Overschrijdingstabel analyseresultaten grondwater Overschrijding van de Deellocatie

Monstercode

A.

A04-1-1

B.

B03-1-1

Traject (m -mv)

streefwaarde (index1 < 0,5)

tussenwaarde (index1 >0,5)

interventiewaarde (index1 >1)

1,5 - 2,5

Barium (0,14)

-

-

1,3 - 2,3

Zink (0,02) dichloorpropaan (som) (0,01)

-

-

-

= geen parameters in gehalten/concentraties boven de betreffende toetsingswaarden aangetoond

1

Index = (gestandaardiseerde meetwaarde - streefwaarde) / (interventiewaarde - streefwaarde)

Aangezien er geen directe relatie is tussen de licht verhoogde concentraties aan barium en zink en het gebruik van de locatie, en er voor zover bekend geen bron aanwezig is in de directe omgeving, zijn de verhoogde concentratie waarschijnlijk van nature in het grondwater aanwezig. De verhoogde waarde van dichloorpropaan in het grondwater kan verklaard worden daar dit middel in het verleden gebruikt is bij grondontsmetting voor de aardappelteelt in de regio. Er bevindt zich voor zover bekend geen antropogene bron in de omgeving.

214476/R01

9/11

Toetsing aan de hypothese De hypothese 'onverdachte locatie' wordt verworpen voor beide deellocaties, omdat er lichte verontreinigingen zijn aangetoond in de grond en het grondwater. De gevolgde onderzoeksstrategie geeft echter een representatief inzicht in de bodemkwaliteit, mede omdat slechts lichte verhogingen werden verwacht en ook zijn aangetoond en omdat de aangetoonde diffuse verontreinigingen gebruikelijk zijn in bebouwd gebied.

Toetsing aan de noodzaak tot nader onderzoek Er zijn geen verontreinigingen aangetoond in gehalten/concentraties boven de tussenwaarde. Het uitvoeren van een nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Ondanks het lage afpompdebiet is bij de monstername van het grondwater een troebelheid gemeten die hoger is dan de gewenste 10 NTU. Aangezien geen parameters zijn aangetoond in concentraties waarvoor nader onderzoek nodig wordt geacht, is er geen aanleiding voor herbemonstering van het grondwater.

214476/R01

10/11

6

SAMENVATTING, CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

In opdracht van Kwekerij Meewisse B.V. is door Ortageo Noordoost B.V. in maart 2021 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op twee locaties aan de Verlengde Vaart Zuidzijde met de kadastrale aanduiding AG 1241 en AG1242 in Erica (gemeente Emmen). Aanleiding en doel De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen aanvraag van een omgevingsvergunning voor de bouw van twee woningen op de percelen. Het doel van het onderzoek is om door het bepalen van de actuele bodemkwaliteit vast te stellen of de locatie geschikt is voor het beoogde gebruik. Wettelijk kader Het onderzoek is uitgevoerd conform de vigerende NEN-normen en voldoet aan de geldende wet- en regelgeving betreffende de kwaliteit van de uitvoering van milieuhygiënisch bodemonderzoek. Strategie Beide locaties zijn onderzocht volgens de strategie voor een ’onverdachte niet-lijnvormige locatie’ (ONV-NL). Resultaten • • • • •

De bovengrond van deellocatie A bevat licht verhoogde gehalten aan PAK. De bovengrond is geclassificeerd als “altijd toepasbaar”. De bovengrond van deellocatie B bevat licht verhoogde gehalten aan PAK, zink, kwik en lood. Deze grond is geclassificeerd als “klasse wonen”. In zowel de ondergrond van deellocatie A als deellocatie B zijn geen verontreinigingen aangetroffen. Deze grond is geclassificeerd als “altijd toepasbaar”. Het grondwater van deellocatie A bevat licht verhoogde concentraties aan barium. Het grondwater van deellocatie B bevat licht verhoogde concentraties aan zink en dichloorpropaan.

Conclusies Er zijn geen verontreinigingen aangetoond in gehalten/concentraties boven de tussenwaarde; het uitvoeren van een nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. De bodemkwaliteit is geschikt voor de functie wonen. De aangetoonde milieuhygiënische bodemkwaliteit levert geen belemmeringen op voor de voorgenomen bouwactiviteiten. Aanbevelingen Als grond van de locatie vrijkomt, moet er rekening mee worden gehouden dat deze niet zonder meer elders toepasbaar is. Op hergebruik van grond is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. De toepassing van grond elders moet worden gemeld via het ‘meldpunt bodemkwaliteit’. In het kader van kostenefficiëntie adviseren wij om vrijkomende grond zoveel mogelijk binnen de onderzoekslocatie te hergebruiken.

214476/R01

11/11

BIJLAGE 1 Regionale ligging onderzoekslocatie

214476

2 5 6 0 0 0

2 5 7 0 0 0

2 5 8 0 0 0

2 5 9 0 0 0

2 6 0 0 0 0

5 2 8 0 0 0

5 2 7 0 0 0

5 2 6 0 0 0

5 2 5 0 0 0

5 2 4 0 0 0

± L e g e n d a o n d e rzo e k slo ca tie

0

1 2 5 2 5 0

7 5 0

5 0 0

1 .0 0 0 M e te r

P ro je c tn a a m :

V e rk e n n e n db o d e m o n d e rz o e k V e rle n g d eV a a rtZ u id z ijd ek a d a s tra a lA G 1 2 4 1e nA G 1 2 4 2inE ric a

T ite l:

R e g io n a lelig g in go n d e rz o e k s lo c a tie O p d ra c h tg e v e r:

K w e k e rij M e e w is s eB .V . S c h a a l:

P ro je c tn u m m e r:

B ijla g e :

F o rm a a t:

1 :2 5 .0 0 0

2 1 4 4 7 6

1

A 4

G e te k e n d :

D a tu m te k e n in g :

N .P a s m a n

2 6 -0 3 -2 0 2 1

P a ra a f:

C :\O R T \2 1 4 4 7 6 \G IS \2 1 4 4 7 6 _ V 1 .0 \2 1 4 4 7 6 _ V 1 .0 .a p rx

BIJLAGE 2 Situatietekening met onderzoekspunten

214476

2 5 7 7 6 0

2 5 7 7 8 0

2 5 7 8 0 0

2 5 7 8 2 0

2 5 7 8 4 0

2 5 7 8 6 0

2 5 7 8 8 0

2 5 7 9 0 0

A G 4 5 7

5 2 5 9 4 0

A G 1 2 4 0

V e rle n g d eV a a rt Z Z

±

1 :5 .0 0 0 L e g e n d a

A 0 1 5 2 5 9 2 0

b o rin gto t0 ,5m -m v

1 3

b o rin gto t2 ,0m -m v

A 0 2

p e ilb u is

A 0 3

A 0 4

o n d e rzo e k slo ca tie P e rce e l

1 5 5 2 5 9 0 0

A 0 5

1 6

A 0 6 A G 1 2 4 1 A 0 7 A G 1 1 6 8 A G 1 1 6 7 5 2 5 8 8 0

A 0 8

A G 1 2 3 2

A 0 9

A G 1 1 6 9

A 1 0

5 2 5 8 6 0

A 1 1

A 1 3 A 1 2

±

0

2 ,5

5

1 0

1 5

2 0 M e te r

P ro je c tn a a m :

V e rk e n n e n db o d e m o n d e rz o e k V e rle n g d eV a a rtZ u id z ijd ek a d a s tra a lA G 1 2 4 1inE ric a T ite l:

5 2 5 8 4 0

S itu a tie te k e n in gm e to n d e rz o e k s p u n te n O p d ra c h tg e v e r:

A G 1 2 4 3

K w e k e rij M e e w is s eB .V . S c h a a l:

P ro je c tn u m m e r:

B ijla g e :

F o rm a a t:

1 :5 0 0

2 1 4 4 7 6

2 A

A 3

G e te k e n d :

D a tu m te k e n in g :

N .P a s m a n

2 6 -0 3 -2 0 2 1

P a ra a f:

JHA 5 2 5 8 2 0 C :\O R T \2 1 4 4 7 6 \G IS \2 1 4 4 7 6 _ V 1 .0 \2 1 4 4 7 6 _ V 1 .0 .a p rx

2 5 7 9 8 0

2 5 8 0 0 0

2 5 8 0 2 0

2 5 8 0 4 0

2 5 8 0 6 0

2 5 8 0 8 0

2 5 8 1 0 0

2 5 8 1 2 0

2 5 8 1 4 0

A G 4 1 4

5 2 5 9 2 0

A G 1 2 3 2

A G 1 2 4 0 5 2 5 9 0 0

V e rle n g d eV a a rt Z Z

+++

++

±

1 8

1 :5 .0 0 0

A G 1 8 7 3

L e g e n d a

B 0 1

1 9

b o rin gto t0 ,5m -m v b o rin gto t2 ,0m -m v

B 0 2 B 0 3

1 8 A

p e ilb u is

2 3 5 2 5 8 8 0

o n d e rzo e k slo ca tie

B 0 4

P e rce e l

B 0 5

A G 1 8 2 1

B 0 6

A G 1 1 7 1

B 0 7 A G 1 2 4 2

5 2 5 8 6 0

A G 1 1 7 5

A G 1 8 7 6

A G 1 1 7 6

B 0 9 B 0 8

A G 1 2 5 6 5 2 5 8 4 0

B 1 0

A G 1 8 7 5

B 1 1 B 1 2

1 / T R A G 1 1 7 4

A G 1 1 7 7

5 2 5 8 2 0

±

0

2 ,5

5

1 0

1 5

2 0 M e te r

P ro je c tn a a m :

V e rk e n n e n db o d e m o n d e rz o e k V e rle n g d eV a a rtZ u id z ijd ek a d a s tra a lA G 1 2 4 2inE ric a T ite l:

A G 1 2 4 3

S itu a tie te k e n in gm e to n d e rz o e k s p u n te n O p d ra c h tg e v e r:

A G 1 8 0 4 5 2 5 8 0 0

K w e k e rij M e e w is s eB .V . S c h a a l:

P ro je c tn u m m e r:

B ijla g e :

F o rm a a t:

1 :5 0 0

2 1 4 4 7 6

2 B

A 3

G e te k e n d :

D a tu m te k e n in g :

N .P a s m a n

2 6 -0 3 -2 0 2 1

P a ra a f:

JHA C :\O R T \2 1 4 4 7 6 \G IS \2 1 4 4 7 6 _ V 1 .0 \2 1 4 4 7 6 _ V 1 .0 .a p rx

BIJLAGE 3 Bodemprofielbeschrijvingen

214476

214476

Meetpunt: A01

Meetpunt: A02

Datum meting: 18-3-2021 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0

Datum meting: 18-3-2021 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0

0

gras Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, donker grijsbruin

1

30

40

50

2

60

2 Veen, sterk zandig, donkerbruin

50

50

Meetpunt: A03

Meetpunt: A04

Datum meting: 18-3-2021 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0

Datum meting: 18-3-2021 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0

0

1 30

2 50

50

gras

0

1

Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker zwartbruin

0

1 30

Veen, sterk zandig, donkerbruin

gras Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker zwartbruin Veen, sterk zandig, donkerbruin

gras Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker zwartbruin Veen, sterk zandig, donkerbruin

50

2 80

100

150

Zand, zeer fijn, zwak siltig, resten hout, neutraal beigegeel

3

4 190

200

Klei, zwak zandig, donkergrijs

5

250

250

Meetpunt: A05

Meetpunt: A06

Datum meting: 18-3-2021 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0

Datum meting: 18-3-2021 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0

0

1 30

2 50

50

gras Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker zwartbruin Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraal beigegeel

30

2

50

50

Meetpunt: A07

Meetpunt: A08

Datum meting: 18-3-2021 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0

Datum meting: 18-3-2021 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0

0

1 30

50

gras Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker zwartbruin

30

2 50

60

0

1

Veen, sterk zandig, donkerbruin

2

0

1

50

gras Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker zwartbruin Veen, sterk zandig, donkerbruin

gras Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker zwartbruin Veen, sterk zandig, donkerbruin

Zand, zeer fijn, zwak siltig, resten hout, neutraal beigegeel

3 100 4 150 5 200

200

Projectlocatie:

Verlengde Vaart ZZ Erica

Projectcode: 214476

Opdrachtgever:

Kwekerij Meewisse B.V.

Pagina: 1 / 4

Meetpunt: A09

Meetpunt: A10

Datum meting: 18-3-2021 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0

Datum meting: 18-3-2021 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0

0

1 30

2 50

50

gras Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker zwartbruin

30

Veen, sterk zandig, donkerbruin

2

50

50

Meetpunt: A11

Meetpunt: A12

Datum meting: 18-3-2021 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0

Datum meting: 18-3-2021 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0

0

1 30

2 50

50

gras Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker zwartbruin

30

Veen, donkerbruin

2

50

50

Meetpunt: B01

Datum meting: 18-3-2021 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0

Datum meting: 18-3-2021 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0

0

30

gras Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker zwartbruin

gras Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker zwartbruin Veen, sterk zandig, donkerbruin

gras Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker zwartbruin Veen, donkerbruin

gras Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker grijsbruin

50

50

2

0

1

Veen, donkerbruin 50

0

1

Meetpunt: A13

1

0

1

80

Zand, zeer fijn, zwak siltig, neutraal beigegeel

3 100 4 150 5 200

200

Meetpunt: B02

Meetpunt: B03

Datum meting: 18-3-2021 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0

Datum meting: 18-3-2021 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0

0

gras Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker grijsbruin

1

0

gras Zand, matig fijn, zwak siltig, brokken veen, donkerbruin

1

40

50

2

60

Veen, sterk zandig, donkerbruin

50

50

Veen, zwak zandig, donkerbruin 2 100

100

Veen, neutraalbruin 3 150

150

Zand, zeer fijn, zwak siltig, neutraalgeel

4 200 5 230

Projectlocatie:

Verlengde Vaart ZZ Erica

Projectcode: 214476

Opdrachtgever:

Kwekerij Meewisse B.V.

Pagina: 2 / 4

Meetpunt: B04

Meetpunt: B05

Datum meting: 18-3-2021 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0

Datum meting: 18-3-2021 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0

0

gras Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker grijsbruin

1

30

2

45 50

50

Veen

50

50

Meetpunt: B06

Meetpunt: B07

Datum meting: 18-3-2021 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0

Datum meting: 18-3-2021 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0

0

1 30

2 50

50

gras

0

1

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus

0

1 30

Veen, sterk zandig, donkerbruin

gras Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus Veen, sterk zandig, donkerbruin

gras Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus Veen, neutraalbruin

2 50 3 100

110

Zand, zeer fijn, zwak siltig, neutraal beigegeel

4 150 5 200

200

Meetpunt: B08

Meetpunt: B09

Datum meting: 18-3-2021 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0

Datum meting: 18-3-2021 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0

0

1 30

2 50

50

gras Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus

30

Veen, sterk zandig, donkerbruin

2

50

50

Meetpunt: B10

Meetpunt: B11

Datum meting: 18-3-2021 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0

Datum meting: 18-3-2021 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0

0

1 30

2 50

50

gras

0

1

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus

0

1 30

Veen, sterk zandig, donkerbruin

2 50

50

gras Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus Veen, sterk zandig, donkerbruin

gras Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus Veen, sterk zandig, donkerbruin

Projectlocatie:

Verlengde Vaart ZZ Erica

Projectcode: 214476

Opdrachtgever:

Kwekerij Meewisse B.V.

Pagina: 3 / 4

Meetpunt: B12 Datum meting: 18-3-2021 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 1

0

30 50

50

gras Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus Veen, sterk zandig, donkerbruin Veen, neutraalbruin

2 3 100

100

Zand, zeer fijn, zwak siltig, neutraal beigegeel

4 150 5 200

200

Projectlocatie:

Verlengde Vaart ZZ Erica

Projectcode: 214476

Opdrachtgever:

Kwekerij Meewisse B.V.

Pagina: 4 / 4

BIJLAGE 4 Analysecertificaten

214476

SYNLAB Analytics & Services B.V. Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.synlab.nl

Analyserapport

Ortageo Noordoost Lars Jetten Einsteinstraat 12a 7601 PR ALMELO

Uw projectnaam Uw projectnummer SYNLAB rapportnummer

Blad 1 van 15

: Verlengde Vaart ZZ Erica : 214476 : 13426910, versienummer: 1.

Rotterdam, 29-03-2021

Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project 214476. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters zoals deze door SYNLAB ontvangen zijn. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters, het project en de monsternamedatum (indien aangeleverd) zijn overgenomen in dit analyserapport. SYNLAB is niet verantwoordelijk voor de gegevens verstrekt door de opdrachtgever. Het onderzoek is uitgevoerd door SYNLAB Analytics & Services B.V., gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Indien het onderzoek is uitgevoerd door derden of het SYNLAB laboratorium in Frankrijk (99-101 Avenue Louis Roche, Gennevilliers) is dit in het rapport aangegeven. Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 15 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Voor meer informatie, omtrent bijvoorbeeld meetonzekerheid of gebruikte analysemethoden, kunt u contact opnemen met de afdeling Customer Support. Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn. Hoogachtend,

Jaap-Willem Hutter Technical Director

SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028

AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286

Ortageo Noordoost Lars Jetten Projectnaam Projectnummer Rapportnummer

Blad 2 van 15

Analyserapport Verlengde Vaart ZZ Erica

Orderdatum 22-03-2021 Startdatum 22-03-2021 Rapportagedatum 29-03-2021

214476 - 1

13426910

Nummer

Monstersoort

Monsterspecificatie

001 002 003 004 005

Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)

M-A1 M-A1 M-A2 M-A2 M-A3 M-A3 M-B1 M-B1 M-B2 M-B2

Analyse

Eenheid

Q

monster voorbehandeling droge stof gewicht artefacten aard van de artefacten

gew.-% g -

S S S S

Ja 63.5 <1 geen

Ja 45.2 <1 geen

Ja 79.4 2.0 geen

Ja 72.3 <1 geen

Ja 36.5 <1 geen

organische stof (gloeiverlies)

% vd DS

S

17.2

34.9

2.0

13.0

39.7

KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS

S

2.2

2.8

2.8

4.3

2.6

METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink

S S S S S S S S S

32 0.37 1.7 15 0.08 33 <0.5 5.7 42

46 0.47 2.2 18 0.10 38 <0.5 7.6 41

<20 <0.2 <1.5 <5 <0.05 <10 <0.5 3.3 <20

55 0.48 2.0 25 0.14 65 <0.5 5.1 92

29 0.22 <1.5 8.8 0.06 21 <0.5 <3 41

0.02 0.50 0.15 1.4 1.0 0.76 0.41 0.65 0.33 0.40 1) 5.62

<0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 1) 0.07

0.02 0.61 0.21 2.1 1.3 1.1 0.63 0.98 0.62 0.65 1) 8.22

<0.02 3) 0.07 3) 0.01 3) 0.17 3) 0.10 3) 0.09 3) 0.07 3) 0.08 3) 0.10 3) 0.12 1) 0.824

<1 <1 <1 <1 <1 <1

<1 <1 <1 <1 <1 <1

<1 <1 <1 <1 <1 <1

<1 4) <1.1 <1 <1 <1 <1

mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds

001

POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen mg/kgds S 0.02 fenantreen mg/kgds S 0.34 antraceen mg/kgds S 0.12 fluoranteen mg/kgds S 0.93 benzo(a)antraceen mg/kgds S 0.61 chryseen mg/kgds S 0.41 benzo(k)fluoranteen mg/kgds S 0.29 benzo(a)pyreen mg/kgds S 0.47 benzo(ghi)peryleen mg/kgds S 0.27 indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kgds S 0.29 1) pak-totaal (10 van VROM) mg/kgds S 3.75 (0.7 factor) POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28 µg/kgds PCB 52 µg/kgds PCB 101 µg/kgds PCB 118 µg/kgds PCB 138 µg/kgds PCB 153 µg/kgds

S S S S S S

002

<1 <1 <1 <1 <1 <1

2)

003

004

De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.

Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028

AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286

005

2)

3) 4)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=46a5b31c-40d3-4386-8161-564a6cec9bed