Bijlage 2.8 V - Nader onderz grote bos en veldspitsmuis
Tekst van het document
Nader onderzoek naar grote bosmuis en veldspitsmuis in Veenoord-Boerdijk Soortgericht onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming 7 januari 2022
Kenmerk
R005-1280309VSX-V02-evm-NL
Verantwoording Titel
Nader onderzoek naar grote bosmuis en veldspitsmuis in VeenoordBoerdijk
Opdrachtgever
TenneT TSO
Projectleider
Jordy Houkes
Auteur
Vincent Sanders
Tweede lezer
Harm Bolle
Projectnummer
1280309
Aantal pagina’s
15
Datum
7 januari 2022
Handtekening
Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.
Colofon TAUW bv Handelskade 37 Postbus 133 7400 AC Deventer T +31 57 06 99 91 1 E info.deventer@tauw.com
2/14
Kenmerk
R005-1280309VSX-V02-evm-NL
Inhoud 1
Inleiding ..................................................................................................................................... 4 1.1
Aanleiding........................................................................................................................... 4
1.2
Plangebied ......................................................................................................................... 4
1.3
Beoogde ontwikkeling ........................................................................................................ 5
2
Onderzoeksmethode ................................................................................................................. 6
3
Resultaten en effectbeoordeling ................................................................................................ 8 3.1
Resultaten .......................................................................................................................... 8
3.2
Effectbeoordeling ............................................................................................................. 11
4
Vervolgstappen ....................................................................................................................... 11
5
Conclusie ................................................................................................................................. 12
6
5.1
Aanleiding......................................................................................................................... 12
5.2
Resultaten en toetsing ..................................................................................................... 13
5.3
Vervolgstappen ................................................................................................................ 13
Literatuur ................................................................................................................................. 14
3/14
Kenmerk
R005-1280309VSX-V02-evm-NL
1 Inleiding 1.1
Aanleiding
TenneT is voornemens om samen met de regionale netbeheerder Enexis het elektriciteitsnetwerk in Drenthe te versterken door de aanleg van een hoogspanningsstation. Dat is nodig om de energietransitie mogelijk te maken en het sterk stijgende aanbod van duurzame elektriciteitsproductie, zoals zonne- en windenergie mogelijk te maken. TAUW heeft in een quickscan het voornemen getoetst aan de Wet natuurbescherming (TAUW, 2021). Hieruit bleek dat negatieve effecten op grote bosmuis en veldspitsmuis niet uitgesloten kunnen worden. TAUW heeft in het najaar van 2021 ecologisch onderzoek uitgevoerd om de functie van het plangebied voor grote bosmuis en veldspitsmuis te bepalen. Deze rapportage doet verslag van de onderzoeksresultaten en de gevolgen voor het voornemen. Andere beschermde soorten die in de quickscan (TAUW, 2021) niet zijn uitgesloten in het plangebied worden op een later moment onderzocht en gerapporteerd. Deze rapportage gaat verder niet in op die andere beschermde soorten.
1.2
Plangebied
Het plangebied is gelegen in het oostelijk deel van de provincie Drenthe, globaal tussen Veenoord en Emmen. Het bestaat uit agrarische landerijen die voornamelijk in gebruik zijn als weiland. Deze zijn deels gemaaid, enkele percelen hebben een uitgesteld maaibeheer. Er zijn een aantal akkerpercelen aanwezig die recent zijn geploegd en/of zijn ingezaaid. Deze agrarische landerijen zijn in het landschap afgewisseld met langgerekte bospercelen. De bospercelen kenmerken zich door de aanwezigheid van grote bomen zoals abeel, wilg, berk en esdoorn. Met name in de randen van de bospercelen is een sterk ontwikkelde struiklaag en kruidenvegetatie aanwezig. Er is geen sprake van onderhoud waardoor er relatief veel dode bomen staan of zijn omgevallen en veel bomen uitgebroken kronen of afgestorven takken hebben. Op enkele locaties is sprake van een ruigtezoomvegetatie langs de bosrand op de overgang van bos naar weilandpercelen. Op andere locaties vormt een watergang of greppel de grens van bos naar weiland. Het plangebied wordt doorkruist door de snelweg A37. De A37 loopt vanaf knooppunt Hoogeveen via Emmen naar de grens bij Zwartemeer. In het plangebied staan in de lijn noordwest - zuidoost enkele hoogspanningsmasten. Figuur 1.1 geeft het vlekkenplan weer van het plangebied. Elke vlek staat voor een gedeelte waar werkzaamheden uitgevoerd worden.
4/14
Kenmerk
R005-1280309VSX-V02-evm-NL
Afbeelding 1.1 Vlekkenplan locatie Veenoord-Boerdijk (indicatief)
1.3
Beoogde ontwikkeling
TenneT en Enexis gaan gezamenlijk het nieuwe 380/110/20kV-hoogspanningsstation ‘VeenoordBoerdijk realiseren in het zuidoosten van Drenthe om overbelasting van het 110kVhoogspanningsnet in de regio te voorkomen. Overbelasting wordt voorkomen door met het nieuwe station te zorgen voor: • Een koppeling tussen het hoogspanningsnet en het extrahoogspanningsnet • Nieuwe aansluitpunten voor duurzame initiatieven. Naast het station van TenneT komt een middenspanningsstation (20 kV) van de regionale netbeheerder Enexis. Het grootste deel van de duurzame initiatieven wordt aangesloten op het laag- en middenspanningsnet van Enexis. Via het middenspanningsstation komt de energie op het hoogspanningsnet (110 kV- en 380 kV), waar het verder wordt getransporteerd Het projectgebied ligt ten noorden van de A37 bij afrit 4 en ligt nabij bedrijvenpark De Tweeling. De toekomstige stationslocatie ligt ten noordwesten van Veenoord en ten zuidwesten van Emmen, in de gemeente Emmen. De bijbehorende verbindingen komen deels in de gemeente Coevorden te liggen. Het nieuwe hoogspanningsstation wordt gerealiseerd naast de bestaande gecombineerde TenneT 380/110kV-hoogspanningsverbinding van Meeden naar Zwolle.
5/14
Kenmerk
R005-1280309VSX-V02-evm-NL
2 Onderzoeksmethode In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde onderzoek behandeld. Hierbij wordt ingegaan op de muizensoorten die in de quickscan niet zijn uitgesloten en de onderzoeksmethode voor deze soorten. Het onderzoek naar grote bosmuis en veldspitsmuis vond plaats in het najaar van 2021 en is gebaseerd op de standaardmethode (Bergers, P en La Haye, M., 2000). Met muizenvallen is onderzocht of grote bosmuis en veldspitsmuis voorkomen in het plangebied. De gebruikte muizenval is een val die de muizen niet doodt, maar opsluit in een kleine ruimte. Wanneer de muis naar binnen loopt klapt de deur dicht. In de val is stro en voedsel (zaden en meelwormen) aangebracht om de muizen in leven te houden, maar ook om de muizen naar de val toe te lokken. De standaardmethode vraagt twee controlemomenten per dag (elke twaalf uur). In de machtiging van het Netwerk Groene Bureaus voor het uitvoeren van soortonderzoek is te lezen dat muizenvallen voor grondgebonden kleine zoogdieren met een interval van maximaal acht uur gecontroleerd moeten worden. Hierdoor wordt de kans op sterfte van grondgebonden kleine zoogdieren verkleind. Voor het onderzoek naar grote bosmuis en veldspitsmuis is daarom gekozen om elke acht uur een controle uit te voeren. In geschikte delen van het plangebied zijn acht raaien uitgezet (zie figuur 2.1).
Per raai zijn op tien locaties twee vallen uitgezet, met circa tien meter tussen elke vanglocatie. Dat brengt het totaal aantal op 160 muizenvallen voor dit onderzoek. De locaties van de raaien zijn bepaald op basis van het meest optimale habitat ten tijde van het veldbezoek. Zo zijn de raaien voor grote bosmuis in of langs de bosschages geplaatst en de raaien voor veldspitsmuis in op hogere delen in graslanden en in de vegetatieovergang naar bosschages toe. Er zijn geen raaien geplaatst in het meest oostelijk deel van het plangebied, omdat op die locatie de slootkanten gemaaid waren en het terrein vochtig was. Ook de wegbermen waren gemaaid en minder optimaal voor veldspitsmuis. De vegetatieovergangen naar de bosschages zijn meer kansrijk geacht, waardoor de kans op het aantreffen van veldspitsmuis is vergroot. In tabel 2.1 is de doelsoort per raai opgenomen.
6/14
Kenmerk
R005-1280309VSX-V02-evm-NL
Figuur 2.1 Locaties van de verschillende raaien met muizenvallen Tabel 2.1 Doelsoort per uitgezette raai inclusief het aantal muizenvallen Raai
Aantal muizenvallen
Doelsoort
1
20
Veldspitsmuis
2
20
Grote bosmuis
3
20
Veldspitsmuis
4
20
Grote bosmuis
5
20
Grote bosmuis
6
20
Veldspitsmuis
7
20
Veldspitsmuis
8
20
Grote bosmuis
Op vrijdag 8 oktober 2021 zijn de muizenvallen neergezet in optimale delen van het plangebied. Hierbij zijn de muizenvallen voorzien van stro en voedsel, zodat de potentieel aanwezige muizen konden wennen aan de muizenvallen. In de periode van 8 oktober 2021 tot 11 oktober 2021 stonden de vallen nog niet op scherp, om de muizen te laten wennen aan de vallen. In figuur 2.2 zijn voorbeelden van locaties waar raaien zijn geplaatst weergegeven. Op maandagochtend 11 oktober 2021 zijn de muizenvallen opnieuw voorzien van stro en voedsel waar dat nodig was. De muizenvallen zijn op dat moment op scherp gezet. Vervolgens is circa om de acht uur een controle uitgevoerd door de ter zake kundige ecologen.
7/14
Kenmerk
R005-1280309VSX-V02-evm-NL
Op donderdagochtend 14 oktober was het laatste controlemoment en zijn de vallen verwijderd uit het plangebied. In tabel 2.2 zijn de bezoekgegevens van het onderzoek naar grote bosmuis en veldspitsmuis samengevat.
Figuur 2.2 Locaties van geplaatste raaien 7 (links) en 8 (rechts) Tabel 2.2 Bezoekgegevens van het onderzoek naar grote bosmuis en veldspitsmuis Datum
Tijdstip
Activiteit
08 oktober 2021
Niet van toepassing
Plaatsing muizenvallen met stro en voedsel
11 oktober 2021
Ochtend
Scherpstellen muizenvallen, aanbrengen stro en voedsel
11 oktober 2021
Middag
Controlemoment, aanbrengen voedsel en stro
11/12 oktober 2021
Avond/nacht
Controlemoment, aanbrengen voedsel en stro
12 oktober 2021
Ochtend
Controlemoment, aanbrengen voedsel en stro
12 oktober 2021
Middag
Controlemoment, aanbrengen voedsel en stro
12/13 oktober 2021
Avond/nacht
Controlemoment, aanbrengen voedsel en stro
13 oktober 2021
Ochtend
Controlemoment, aanbrengen voedsel en stro
13 oktober 2021
Middag
Controlemoment, aanbrengen voedsel en stro
13 oktober 2021
Avond/nacht
Controlemoment, aanbrengen voedsel en stro
14 oktober 2021
Ochtend
Controlemoment en ophalen muizenvallen
3 Resultaten en effectbeoordeling In dit hoofdstuk zijn de resultaten besproken voortvloeiend uit het ecologisch onderzoek. Aan de hand van de resultaten is een effectbeoordeling voor de beoogde ontwikkeling gemaakt.
3.1
Resultaten
In alle raaien is grote bosmuis aangetroffen. Het hoogste aantal tijdens één controleronde van alle raaien bedraagt 13 individuen. Wanneer het hoogste aantal per raai bij elkaar wordt opgeteld zijn er minimaal 20 verschillende individuen grote bosmuis gevangen. Daarbij wordt ervan uit gegaan dat de bosmuizen zich niet verplaatst hebben tussen de verschillende raaien. Gedurende de hele onderzoeksperiode is 72 keer een grote bosmuis gevangen.
8/14
Kenmerk
R005-1280309VSX-V02-evm-NL
Er zijn geen veldspitsmuizen aangetroffen in het plangebied. Ook andere spitsmuissoorten zijn niet gevangen in de muizenvallen. Overige soorten die zijn gevangen betreffen rosse woelmuizen en gewone bosmuizen. In tabel 3.1 zijn de onderzoeksgegevens van grote bosmuis en veldspitsmuis weergegeven. In figuur 3.1 is het leefgebied van grote bosmuis in en om het plangebied weergegeven. Ten noorden van de snelweg A37 bedraagt het leefgebied circa 16,7 hectare en ten zuiden van de snelweg A37 circa 2,6 hectare. In totaal een oppervlakte van 19,3 hectare leefgebied van grote bosmuis. Tabel 3.1 Onderzoeksresultaten van het onderzoek naar grote bosmuis (GB) en veldspitsmuis (VS). M = middag, a = avond en o = ochtend. Controle-
Raai
Raai
Raai
Raai
Raai
Raai
Raai
Raai
Totaal in
moment
1
2
3
4
5
6
7
8
plangebied
1 (m) 2 (a) 3 (o) 4 (m) 5 (a) 6 (o) 7 (m) 8 (a) 9 (o)
GB: 0
GB: 0
GB: 0
GB: 0
GB: 0
GB: 0
GB: 0
GB: 0
GB: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
GB: 0
GB: 0
GB: 0
GB: 0
GB: 0
GB: 1
GB: 3
GB: 2
GB: 6
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
GB: 0
GB: 2
GB: 1
GB: 2
GB: 1
GB: 0
GB: 1
GB: 3
GB: 10
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
GB: 0
GB: 0
GB: 0
GB: 0
GB: 0
GB: 0
GB: 0
GB: 0
GB: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
GB: 0
GB: 0
GB: 1
GB: 4
GB: 1
GB: 1
GB: 3
GB: 3
GB: 13
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
GB: 1
GB: 0
GB: 0
GB: 4
GB: 1
GB: 1
GB: 2
GB: 3
GB: 12
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
GB: 0
GB: 0
GB: 0
GB: 0
GB: 0
GB: 0
GB: 0
GB: 0
GB: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
GB: 2
GB: 0
GB: 0
GB: 2
GB: 3
GB: 1
GB: 0
GB: 2
GB: 10
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
GB: 0
GB: 1
GB: 0
GB: 5
GB: 3
GB: 1
GB: 1
GB: 2
GB: 13
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
Hoogste
GB: 2
GB: 2
GB: 1
GB: 5
GB: 3
GB: 1
GB: 3
GB: 3
GB: 20
aantal
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
Totaal
GB: 3
GB: 5
GB: 3
GB: 22
GB: 9
GB: 5
GB: 10
GB: 15
GB: 72
VS:0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
VS: 0
9/14
Kenmerk
R005-1280309VSX-V02-evm-NL
Figuur 3.1 Leefgebied van grote bosmuis op basis van de onderzoeksresultaten
Figuur 3.2 Gevangen bosmuizen, met links een grote bosmuis en rechts een gewone bosmuis
10/14
Kenmerk
3.2
R005-1280309VSX-V02-evm-NL
Effectbeoordeling
Op het moment van schrijven is nog onduidelijk welke delen van bosschages moeten wijken voor het realiseren van de beoogde ontwikkeling. Een exacte effectbeoordeling is daardoor niet te maken. Wanneer het plan definitief is vastgesteld kan bepaald worden in welke mate de beoogde ontwikkeling effect heeft op de lokale populatie grote bosmuis. Wel is duidelijk dat er waarschijnlijk delen van bosschages moeten wijken om tot realisatie te komen. In dat geval wordt een gedeelte van het leefgebied van grote bosmuis inclusief voortplantings- en rustplaatsen vernield en is er sprake van een overtreding van de Wet natuurbescherming, artikel 3.10, lid 1b en mogelijk van artikel 3.10 lid 1a als het doden van de grote bosmuis niet voorkomen kan worden. Hiervoor dient een ontheffing van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden. Na de realisatiefase is onder de nieuwe hoogspanningslijnen ruimte voor lage opgaande vegetatie. Hierdoor zal het leefgebied niet permanent verdwijnen, maar anders vormgeven worden. Daarnaast zal op de locatie van de oude hoogspanningslijnen ruimte ontstaan voor bosontwikkeling, waardoor op die locaties leefgebied van grote bosmuis geoptimaliseerd wordt. Veldspitsmuis is niet aanwezig in het plangebied. Hierdoor zijn negatieve effecten door de beoogde ontwikkeling op veldspitsmuis uitgesloten.
Aangaande veldspitsmuis is geen ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig.
4 Vervolgstappen In dit hoofdstuk is ingegaan op de vervolgstappen die nodig zijn om de beoogde ontwikkeling tot uitvoering te brengen. Door het voornemen gaat leefgebied van grote bosmuis inclusief voortplantings- en rustplaatsen verloren. Hierdoor is het voornemen in strijd met de Wet natuurbescherming. Er dient een ontheffing van de Wet natuurbescherming, artikel 3.10, lid 1b en lid 1a aangevraagd te worden bij het bevoegd gezag. Zowel het ministerie van LNV als de provincies kunnen bevoegd gezag zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen en het verlenen van ontheffingen. Afhankelijk van het type ruimtelijke ontwikkeling is ofwel het ministerie ofwel de provincie waarin de ontwikkeling plaatsvindt het bevoegd gezag. Gelet op artikel 1.3, lid 5a van de Wet natuurbescherming en daarmee samenhangend artikel 1.3, lid 1a, sub 6 van het Besluit natuurbescherming is het bevoegd gezag van de beoogde ontwikkeling het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. De uitvoerende dienst voor het ministerie betreft Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.
11/14
Kenmerk
R005-1280309VSX-V02-evm-NL
De beoogde ontwikkeling betreft namelijk, gelet op art 3.1, lid 1a, sub 6 (Besluit natuurbescherming), een project met betrekking tot ‘hoogspanningsverbindingen met een spanning van ten minste 220 kV en daarmee verbonden schakel- en transformatorstations en andere hulpmiddelen’. De beoogde ontwikkeling betreft het realiseren van een hoogspanningsstation dat een koppeling tussen midden- en hoogspanningsnet vormt. Hierdoor kan lokaal opgewekte energie via het landelijke 380kV-netwerk verder getransporteerd worden. Hoewel de lokaal opgewekte energie geen hoogspanning, maar eerder midden- of laagspanning betreft, voorziet het nieuwe hoogspanningsstation wel in het gebruik van het 380kV-netwerk. Hierdoor valt de ontwikkeling binnen de beschrijving van artikel 3.1, lid 1a, sub 6 van het Besluit natuurbescherming. De ontheffingsaanvraag moet ingediend worden voor de te overtreden verbodsbepalingen. Om een ontheffing aan te vragen moet een activiteitenplan opgesteld worden.
In dit activiteitenplan moet ingegaan worden op de volgende onderdelen: • De beoogde ontwikkeling en de planning hiervan • De te overtreden verbodsbepalingen • De mitigerende en compenserende maatregelen • Het wettelijk belang van de ontwikkeling • De staat van instandhouding van de soort • Een alternatievenafweging Als het bevoegd gezag akkoord gaat met de alternatievenafweging, het wettelijk belang en de maatregelen verleent het bevoegd gezag een ontheffing. In dat geval zijn er vaak in de verleende ontheffing voorwaarden beschreven. Meestal is één van die voorwaarden het opstellen van een werkprotocol waarin de mitigerende en compenserende maatregelen uitgewerkt worden. Daarbij moeten de werkzaamheden op een ecologisch verantwoorde wijze uitgevoerd worden en wordt de aanwezigheid van ecologische begeleiding vereist. Bij formele ontheffingsaanvragen dient rekening gehouden te worden met een proceduretijd. De wettelijk vastgestelde proceduretermijn voor de behandeling van een ontheffingsaanvraag bedraagt 13 weken. Het bevoegd gezag kan deze eenmalig met 7 weken verlengen tot een maximale proceduretermijn van 20 weken.
5 Conclusie 5.1
Aanleiding
TenneT is voornemens om samen met de regionale netbeheerder Enexis het elektriciteitsnetwerk in Drenthe en Groningen te versterken door de aanleg van een hoogspanningsstation. TAUW heeft het voornemen getoetst aan de Wet natuurbescherming (TAUW, 2021). Hieruit bleek dat negatieve effecten op grote bosmuis en veldspitsmuis niet uitgesloten kunnen worden. TAUW heeft in het najaar van 2021 ecologisch onderzoek uitgevoerd om de functie van het plangebied voor grote bosmuis en veldspitsmuis te bepalen. Deze rapportage doet verslag van de onderzoeksresultaten en de gevolgen voor het voornemen.
12/14
Kenmerk
5.2
R005-1280309VSX-V02-evm-NL
Resultaten en toetsing
In het plangebied zijn beschermde functies aanwezig van grote bosmuis. In alle bosschages in het plangebied zijn grote bosmuizen aangetroffen, waardoor de bosschages als leefgebied van de soort worden aangemerkt. Op het moment van schrijven is nog onduidelijk welke delen van bosschages moeten wijken voor het realiseren van de beoogde ontwikkeling. Een exacte effectbeoordeling is daardoor niet te maken. Wanneer het plan definitief is vastgesteld kan bepaald worden in welke mate de beoogde ontwikkeling effect heeft op de lokale populatie grote bosmuis. Wel is duidelijk dat er waarschijnlijk delen van bosschages moeten wijken om tot realisatie te komen. In dat geval wordt een gedeelte van het leefgebied van grote bosmuis inclusief voortplantings- en rustplaatsen vernield en is er sprake van een overtreding van de Wet natuurbescherming, artikel 3.10, lid 1b en van artikel 3.10 lid 1a als het doden van de grote bosmuis niet voorkomen kan worden. Veldspitsmuis is niet aanwezig in het plangebied. Hierdoor zijn negatieve effecten door de beoogde ontwikkeling op veldspitsmuis uitgesloten. Aangaande veldspitsmuis is geen ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig.
5.3
Vervolgstappen
Aangaande het vernielen van leefgebied van grote bosmuis dient bij het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit een ontheffing van de Wet natuurbescherming, artikel 3.10, lid 1b en lid 1a aangevraagd te worden. Voor een ontheffingsaanvraag is het noodzakelijk een activiteitenplan op te stellen. Hierin staat alle informatie over het voornemen, de onderzoeksresultaten en effecten op populaties. Een belangrijk onderdeel zijn de maatregelen die genomen moeten worden om effecten op beschermde soorten te mitigeren en te compenseren. Daarnaast is het noodzakelijk het wettelijk belang aan te tonen van het voornemen. Ook moet aangetoond worden dat er geen reële alternatieven zijn om hetzelfde te bereiken, die gunstiger uitpakken voor de betreffende soorten. Bij formele ontheffingsaanvragen dient rekening gehouden te worden met een proceduretijd. De wettelijk vastgestelde proceduretermijn voor de behandeling van een ontheffingsaanvraag bedraagt 13 weken. Het bevoegd gezag kan deze eenmalig met 7 weken verlengen tot een maximale proceduretermijn van 20 weken. Naast bovenstaande vervolgstappen is een broedvogelcontrole voor de start van de werkzaamheden nodig en dienen maatregelen genomen worden om te voldoen aan de zorgplicht. Deze zijn reeds beschreven in de quickscan (TAUW, 2021).
13/14
Kenmerk
R005-1280309VSX-V02-evm-NL
6 Literatuur Sanders, V., Quickscan Hoogspanningsstation Veenoord-Boerdijk, TAUW 31 augustus 2021. Rapportage met kenmerk R004-1280309VSX-V03-hgm-NL. Bergers, P., La Haye, M., De Levende Natuur 1001 (2): 52-58 (2000). Kleine zoogdieren betrouwbaarder en efficiënter inventariseren. https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/grote-bosmuis
14/14