Bijlage 2.7 IV - Dassenonderzoek
Tekst van het document
Compensatieplan dassenburcht bij Hoogspanningsstation 380 kV Veenoord TenneT Plan van aanpak om dassenburcht te kunnen behouden bij realiseren van hoogspanningsstation
Rapport opgesteld door stichting Das&Boom in opdracht van TenneT Beek-Ubbergen, maart 2022
Foto voorpagina: plangebied en foto belopen pijp van de dassenburcht in het plangebied
1
Inhoudsopgave 1. Inleiding
3
2. Beleidskader
4
3. Gebiedsbeschrijving
5
4. Werkwijze
6
5. Resultaten veldonderzoek
8
6. Ecologische en juridische randvoorwaarden planning werkzaamheden en inrichting plangebied met betrekking tot de das 6.1. Algemene voorwaarden 6.2. Specifieke voorwaarden aan de hand van genoemde ecologische functies. 6.2.1. Voldoende rust 6.2.2. Voldoende dekking op de burcht 6.3. Andere (algemene) mitigerende maatregelen
12 13 13 13 15 15
7. Aanvullende mitigerende maatregelen 7.1 Aanpassingen tracé hoogspanningsleiding en de locatie van de nieuwe masten 7.2 Aanpassingen locatie tijdelijke bouwwegen 7.3 Kunstburcht als tijdelijk alternatief tijdens de werkzaamheden 7.4 Voldoende voedselaanbod aanwezig nabij de dassenburcht 7.5 Uitwisselingsmogelijkheden met nabijgelegen dassenfamilies
15 16
8. Aanvraag ontheffing verboden handelingen Wet natuurbescherming
23
16 17 19 22
2
1. Inleiding
Voor betere aan- en afvoer van elektriciteit in Noordoost-Nederland is een nieuw hoogspanningsstation nodig. Hoogspanningsnetbeheerder TenneT heeft daarom een nieuw station gepland ten noorden van de afrit Veenoord van de A37 (Boerdijk, gemeente Emmen op de grens van de gemeente Coevorden). Omdat uit eerder ecologisch onderzoek is gebleken, dat zich nabij dat plangebied een dassenburcht bevindt, heeft TenneT de Stichting Das&Boom benaderd met de vraag hoe rekening gehouden kan worden met de aanwezigheid van de das, of de dassenburcht in het plangebied behouden kan blijven of dat er mogelijk dassen verhuisd zouden moeten worden.
Na een eerste video-overleg met TenneT, Staatsbosbeheer en Das&Boom op 31 augustus 2021 is afgesproken dat Das&Boom nader onderzoek gaat doen naar het terreingebruik van de das, de ecologische functies van het plangebied voor de das en aanbevelingen gaat doen om de plannen dusdanig uit te voeren, dat de ecologische functionaliteit van de dassenburcht behouden kan blijven. Nadat dit eerste onderzoek was afgerond, heeft Tennet een aantal aanpassingen doorgevoerd met betrekking tot de afstand van de geplande nieuwe masten tot de dassenburcht en de situering en het gebruik van de tijdelijke bouwwegen. In dit plan van aanpak worden de randvoorwaarden aangegeven om de aanwezige dassenburcht zo goed mogelijk te beschermen, de geplande aanpassingen van TenneT om dit te bereiken en de geadviseerde mitigerende maatregelen, om de bestaande dassenburcht tijdens de aanleg van het Trafostation zoveel mogelijk te ontzien en dat de burcht na voltooiing van die werkzaamheden in de nieuwe situatie zo goed mogelijk ecologisch kan blijven functioneren.
3
2. Beleidskader Juridische bescherming das: Op 1 januari 2017 is de Wet Natuurbescherming ingevoerd, waarbij zowel de das als zijn burcht beschermd zijn. Dassen mogen niet gevangen of gedood worden en de voortplantings- en rustplaatsen mogen niet beschadigd of vernietigd worden (art 3.10). Deze bescherming moet worden opgevat als een waarborg dat de ecologische functionaliteit van deze plaatsen gegarandeerd wordt (bron: Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, Ministerie van EZ dec. 2016) Bovendien geldt er een zorgplicht (art 1.11) die inhoudt dat eenieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor dassen, dergelijke handelingen achterwege laat dan wel noodzakelijke maatregelen treft. Aangezien de aanleg van het 380 kV-hoogspanningsstation bij Veenoord aangemerkt wordt als een project van landelijk belang (artikel 1.3 lid 1, onderdeel a, punt 6 van het Besluit Natuurbescherming), is het Rijk (Rijksinstituut voor Ondernemend Nederland) nog steeds bevoegd gezag. Zij kan ontheffing verlenen van één of meer van de bovengenoemde verboden.
Zo’n ontheffing wordt uitsluitend verleend indien is voldaan aan de volgende drie eisen: er bestaat geen andere bevredigende oplossing er is sprake van een wettelijk belang er wordt geen afbreuk gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de (lokale) populatie
4
3. Gebiedsbeschrijving
Afb. 1 Overzichtskaart plangebied met locatie dassenburcht
Het toekomstige hoogspanningsstation van TenneT, Veenoord-Boerdijk, wordt aangelegd in agrarische gebied, genaamd ‘de Kuilen’, met voornamelijk weilanden en een aantal akkers, inclusief een aantal bosstroken, gelegen ten noorden van de A37 bij Knooppunt Veenoord. Het plangebied bevindt zich in de gemeente Emmen en de gemeente Coevorden. Een deel van het bosgebied is in eigendom van Staat Bosbeheer een gedeelte van de bosstrook waarin de dassenburcht zich bevindt is van de Provincie Drenthe. Die dassenburcht bevindt zich in het bosgebiedje ten westen van de locatie van het gepland hoogspanningsstation, zie afb.1, rode stip.
5
4. Werkwijze Deze locatie van de dassenburcht bij Veenoord (RD 252.39 / 527.75) was niet bekend bij de Dassenwerkgroep Drenthe, hetgeen waarschijnlijk deels te verklaren is door de afgelegen en lastig te bereiken locatie. Er zijn geen verkeerslachtoffers bekend rond deze plek in de database verkeersslachtoffers van Das&Boom, waardoor er ook niet eerder gericht gezocht is naar een mogelijke burcht. De dichtstbij gelegen bekende burcht ligt op ca 2,5 km hemelsbreed ten zuiden van de dassenburcht Veenoord, ten zuiden van de spoorlijn.
Afb. 2 Deel van de verspreidingskaart rond Veenoord van dassenburchten in de provincie Drenthe, gegevens van de Dassenwerkgroep Drenthe, 2019
De dassenburcht is ontdekt tijdens ecologisch onderzoek medio 2021 rond het plangebied. Omdat de exacte locatie van de verschillende onderdelen van het hoogspanningsstation nog niet vastlag, was de eerste vraag van TenneT, hoe bij het vaststellen van de definitieve plannen rekening gehouden kan met worden de aanwezigheid van die dassenburcht en op welke manier de ecologische functionaliteit van die burcht het best gegarandeerd kan worden. Het uitgangspunt is dat de dassenburcht behouden moet blijven. Het plangebied is op 9 september 2021 bezocht door dhr. B. Hesse van Stichting Das&Boom, nadat mevr. P. Arends van de Dassenwerkgroep Drenthe en Staatbosbeheer de locatie al een paar dagen eerder had bezocht. Opzet was inzicht te krijgen in de locatie van de hoofddassenburcht (in verband met mogelijke aanpassingen van de locatie van de geplande masten) van de en het terreingebruik van de das. Ook is een status onderzocht van een faunatunnel onder de A37. Na onderzoek door mevr. P. Arends is al vast komen te staan dat het gaat om een grote bewoonde dassenburcht, die het jaar rond bewoond is, daar al jaren aanwezig is en veel activiteit vertoont. Omdat cameraonderzoek dan weinig meerwaarde heeft, is besloten daarvan af te zien.
6
5. Resultaten van het veldonderzoek De dassenburcht binnen het plangebied bevindt zich op de locatie, die al uit eerder ecologisch onderzoek medio 2021 aan het licht is gekomen, RD 252.39 / 527.75. Het gaat om een actief belopen burchtgedeelte met 9 pijpen, waarvan 2 belopen zijn en 2 intensief worden belopen (zie afb. 5). Ca 30 meter naar het zuiden ligt een momenteel verlaten gedeelte van de burcht met 4 pijpen.
Afb. 3 Dassenpijpen binnen het burchtcomplex met geschatte fysieke (ondergrondse) afmeting
Afb. 4 Locatie van het burchtcomplex
Afb. 5 Twee intensief belopen wissels op de stortbergen die naar de pijpen lopen
De burcht bestaat dus in totaal uit 13 pijpen, waarvan er 4 uitkomen in het talud van de sloot. Uit praktische overwegingen (bepalen te beschermen gebied) wordt ervan uitgegaan, dat gangen van een dassenburcht tot 20 meter vanuit elke pijp onder de grond door kunnen lopen. Dat bekent dat de geschatte fysieke omvang van de burcht zich binnen die 20 meter grens vanaf elke pijp bevindt. Omdat dassen niet onder het grondwaterniveau graven, bepaald de sloot een westelijke grens van de burcht (zie afbeelding 3). De geschatte fysieke afmetingen zijn ca 100 bij 45 meter. 7
Afb. 6 Grote stortberg bij een van de twee meest belopen pijpen, met veel dassensporen
Afb.7 Het momenteel verlaten gedeelte van de burcht, met op de achtergrond de stortberg van de actieve pijpen
Afb.8 Een van de pijpen in het talud van de sloot, net boven de waterlijn
8
Afb.8 Overzicht van alle bevindingen van het veldonderzoek.
Naast de hiervoor besproken hoofdlocatie is er nog een verlaten bijburcht aangetroffen ten oosten van de hoofdburcht aan de rand van het bosgebied. Ook zijn op diverse plaatsen aan de oost- en westzijde van het bosgebied sporen gevonden van (mogelijke) dassen oversteek plaatsen (zie afb 8, blauwe stippen en foto’s afb 9). De dassen kunnen de omliggende weilanden alleen bereiken via de sloot die om het bosgebied heen loopt.
Afb.9 Sporen (wissels) van mogelijke plaatsen waar dassen de sloot gepasseerd hebben
Onder de hoogspanningsleiding bevindt zich aan de oostzijde een plank over de sloot, waarvan niet duidelijk is of deze door de das gebruikt wordt (zie afb 8). 9
Helaas konden door maaiwerkzaamheden op 9 september 2021 lastig sporen/wissels worden onderzocht in de aangelegen weilanden. Ook de tunnel onder de A37, in het verlengde van de bosstrook is onderzocht. Deze is helaas voor de das alleen via een sloot bereikbaar. De tunnel is functioneel, bestaat uit een betonnen buis met een diameter van ca 30 cm en is open tot de zuidelijke uitgang. De tunnel vertoonde echter geen sporen van recent gebruik.
Afb.10 Foto’s van de tunnelbuis onder de A37; op 92021 niet in gebruik. De tunnelbuis is verscholen achter gras, echter wel functioneel voor gebruik door de das, tunnelbuis loopt door tot de andere kant van de weg (lichtpuntje op de foto van de tunnelbuis)
De actieve dassenburcht bevindt zich op een relatief open en hoger gelegen gedeelte van de bosstrook (zie afb.8, geel gemarkeerd). Halverwege het bosgebied bevindt zich ook nog een meer open gedeelte, de rest is dicht begroeid en tamelijk ondoordringbaar. Een gedeelte van dit bosgebied functioneert als foerageergebied voor de das; in het meer open gedeelte van loofbos-gebiedje is veel ondergroei aanwezig met mos, varens, bramen e.d. Aan de westzijde van de bosstrook bevindt zich een talud, grenzend aan de sloot, die vanuit het noorden een meter of twintig voor de dassenburcht begint, oplopend van 1,5 tot 2,5 meter boven het waterniveau van de sloot. Deze aarden wal loopt door tot het eind van de bos-strook in het zuiden (zie ook afb. 8, groene lijn, aarden wal). De dassen hebben voor hun burcht gebruik gemaakt in het noordelijk gedeelte van deze wal. De aarden wal loopt ook door tot de noordgrens van de bosstrook, het laatste stuk is echter lager.
10
Samenvattend konden aan de hand van de resultaten van dit eerste veldonderzoek de volgende voorlopige conclusies worden verbonden:
In de bosstrook in het plangebied bevindt zich een actieve dassenburcht met 13 pijpen, waarvan 4 pijpen belopen zijn en 2 veel activiteit vertonen, zoals veel dassenprenten en sleepsporen met nestmateriaal. De dassen foerageren deels in het bosgebied; om de aanliggende weilanden te bereiken moeten ze sloten passeren (door het water). Er zijn zowel aan de oost als aan de westzijde mogelijke sporen gevonden van plekken (o.a. wissels vanuit het bos naar de sloot, plekken waar de slootvegetatie verstoord was) waar de das vanuit het bosgebied het weilanden zou kunnen betreden. Omdat er net gemaaid is konden eventuele aansluitende wissels in de weilanden niet met zekerheid worden vastgesteld. Het is echter aannemelijk dat de dassen van deze burcht foerageren in zowel de westelijke als oostelijk gelegen weilanden, omdat de voedselopbrengst in het bosgebied alleen te klein is (ruwe schatting ca 1 ha). De dassen zouden de bestaande faunatunnel onder de A37 kunnen gebruiken om ten zuiden van de A37 te foerageren, maar maken daar op 9-2021 geen gebruik van. Omdat de A37 geheel is ingerasterd en er geen slachtoffergegevens bekend zijn bij Das&Boom op dit traject, is zeer aannemelijk dat de dassen dus momenteel geen gebruik maken van het gebied ten zuiden van de A37.
Omdat de burcht vanuit de weilanden lastig is terug te vinden is op afbeelding 8 een markeringspunt toegevoegd, zichtbaar vanuit het weiland, namelijk een kale boomstronk boven op de aarden wal. Precies ter hoogte van de meest actieve pijpen van de dassenburcht.
Afb.11 herkenningspunt locatie dassenburcht vanuit naast gelegen weiland, zie ook afb. 8
11
6. Ecologische en juridische randvoorwaarden planning werkzaamheden en inrichting plangebied met betrekking tot de das. 6.1. Algemene voorwaarden Dassenburchten zijn wettelijk beschermd: In art 3.10 van de Wet natuurbescherming wordt bepaald dat de vaste voorplanting- en verblijfsplaats van beschermde dieren (o.a.) das, niet beschadigd mag worden. Dit betekent dat de ecologische functionaliteit van de dassenburcht tijdens de werkzaamheden en na het realiseren van de plannen behouden moet blijven1. Alle functies, die noodzakelijk is om een dassenburcht duurzaam ecologisch te kunnen laten voorbestaan, moeten dus behouden blijven, of als dat niet kan, worden gecompenseerd of gemitigeerd. De belangrijkste functies in verband met de geplande werkzaamheden in Veenoord zijn: 1. Voldoende rust op en rond de burcht is; overdag (vanaf 7.00 u.) geen incidentele verstorende activiteiten binnen 50 meter van de bucht, s’ nachts (vanaf 19.00 u.) binnen 200 meter. 2. Voldoende dekking aanwezig is op de burcht; 3. Jaarrond voldoende gevarieerd voedselaanbod aanwezig 4. Uitwisselingsmogelijkheden zijn met nabijgelegen dassenfamilies
1
In de uitgave ‘Soortbescherming bij ruimtelijke ingrepen’, die het Ministerie van EZ eind 2016 heeft uitgegeven naar aanleiding van de Wet natuurbescherming staat te lezen, dat ‘de bescherming van voortplantings- en rustplaatsen tegen beschadiging en vernieling moet worden opgevat als een waarborg dat de ecologische functionaliteit van deze plaatsen gegarandeerd wordt’.
12
6.2. Specifieke voorwaarden aan de hand van genoemde ecologische functies. Hieronder worden punt 1 en 2 (voldoende rust en voldoende dekking) van de in par. 6.1. genoemde algemene voorwaarden uitgewerkt voor de dassenburcht in het plangebied Veenoord. In par. 7 worden de aanvullende mitigerende maatregelen besproken, punt 3 en 4 (voldoende voedselaanbod en uitwisselmogelijkheden) om zo te voldoen aan de voorwaarden van de Wet natuurbescherming, art 1.11
6.2.1. Voldoende rust Voldoende rust kan worden verkregen door verstorende activiteiten op voldoende afstand van de dassenburcht te laten plaatsvinden en te kiezen voor de minst verstorende tijdstippen
Afb.12 Dassenburcht en dassensporen en beschermingszones rond de burcht
Binnen een zone van 20 meter (rode cirkel afb.12) vanaf de dichtstbijzijnde (ook tijdelijk onbewoonde) dassenpijp mag niet met zwaar materieel gewerkt worden, om instortingsgevaar van de ondergrondse pijpen te vormen (beschadigend van de dassenburcht), Tijdens de kwetsbare periode van 1 dec t/m 31 juni moeten (tijdelijke) werkzaamheden binnen deze zone zoveel mogelijk vermeden worden. o Binnen deze zone kunnen geen bouwwegen, lierplaatsen en werkterreinen (gele vakken of afbeelding 1) worden aangelegd. o Betreden van dit gebied, met name de burchten en wissels, moet zoveel mogelijk worden voorkomen. o Er mag geen kaalkap plaatsvinden. 13
o
Het gebied wordt in het veld gemarkeerd, bijvoorbeeld met rood/wit lint.
Activiteiten in de zone van 50 meter (blauwe cirkel afb.12) hebben overdag, tussen zonsopgang en zonsondergang (of later dan 19.00 uur als de zon later onder gaat), invloed op de ecologische functionaliteit van de burcht. Activiteiten binnen deze zone moeten zoveel mogelijk gemeden worden. Als dat onontkoombaar is moeten deze werkzaamheden zo ver mogelijk verwijderd van de burcht en zo kort mogelijk plaats vinden, bij voorkeur in een aaneengesloten periode, en met zo weinig mogelijk verstorende activiteiten (o.a. geluidsoverlast, trillingen). o De aanleg van bouwwegen, lierplaatsen en werkterreinen zouden zoveel mogelijk buiten de 50 meter zone rond de dassenburcht moeten liggen. o Geen kaalkap in de houtopstand. Als dit onontkoombaar is kappen gefaseerd in ruimte en tijd. Schade aan de ondergroei zoveel mogelijk voorkomen, indien onvermijdelijk, dan meteen herplanten. o Dassenwissels moeten voor zonsondergang weer vrijgemaakt worden. o Er moeten maatregelen genomen worden om tijdelijke obstakels, zoals (diepe) greppels, te kunnen passeren.
Activiteiten in de zone van 200 meter (paarse cirkel afb.12) hebben ‘s nachts tussen zonsondergang (of later dan 19.00 uur als de zon later onder gaat) en zonsopgang (wanneer de das boven de grond actief is) invloed op de ecologische functionaliteit van de burcht. Activiteiten of werkzaamheden binnen deze zone moeten bij voorkeur zo ver mogelijk van de dassenburcht verwijderd, en/of overdag plaats vinden. Als dat onontkoombaar is moeten die werkzaamheden of activiteiten binnen die cirkel en in een aaneengesloten periode en met zo weinig mogelijk verstorende activiteiten (o.a. geluidsoverlast, trillingen, lichtverstoring) o Binnen deze zone hebben de aanleg van bouwwegen, lierplaatsen en werkterreinen minder effect op de ecologische functionaliteit, zo lang die werkzaamheden/activiteiten overdag plaatsvinden. o Activiteiten binnen deze zone zo veel mogelijk gefaseerd in ruimte en tijd laten plaatsvinden, zodat de das te allen tijde voldoende foerageergebied ter beschikking heeft. o Er moeten maatregelen genomen worden om tijdelijke obstakels, zoals (diepe) greppels, te kunnen passeren.
14
6.2.2. Voldoende dekking op de burcht Dekking (begroeiing) op en rond de dassenburcht is belang voor de das om zich veilig te voelen en zich te kunnen oriënteren. Voor deze dekking is de ondergroei het belangrijkst, maar, zeker bij de meer open gedeeltes ook de kruinen van hogere bomen.
Bij het situeren van de masten en het tracé van de hoofspanningslijnen wordt daarom aanbevolen deze buiten de 50 meter zone rond de burcht te situeren, om te voorkomen dat de daarvoor noodzakelijke strook te toppen bomen te dicht bij de dassenburcht komt te liggen. Deze boswerkzaamheden moeten buiten de kwetsbare periode worden uitgevoerd.
. 6.3. Andere (algemene) mitigerende maatregelen
7.
Zoveel mogelijk verstorende werkzaamheden uitvoeren buiten de kwetsbare periode van 1 december tot 31 juni. Hoe dichter de werkzaamheden bij de burcht plaatsvinden, des te belangrijker deze richtlijn wordt. Kies indien mogelijk voor de minst voor dassen verstorende werkwijze, voorkom indien mogelijk geluid en trillingen (bijvoorbeeld bij funderen van de masten)
Aanvullende mitigerende maatregelen Naast de deels preventieve maatregelen, zoals in par. 6 omschreven, om de overlast voor de dassenburcht in het plangebied tot een minimum te beperken, worden er ook een aantal specifieke mitigerende maatregelen uitgevoerd om de onvermijdelijke overlast te mitigeren en de dassen alternatieven te bieden, om de ecologische functionaliteit van de dassenburcht tijdens en na afloop van de werkzaamheden te kunnen behouden.
15
7.1. Aanpassingen tracé van de hoogspanningsleiding en de locatie van de nieuwe masten
Afb.13 Oorspronklijk trace van de hoogspanningsleiding, waarbij twee bouwplaatsen (oranje) vlak naast de dassenburcht zou uitkomen
Afb.14 Aangepast trace van de hoogspanningleiding, waarbij het bouwen van een mast binnen 50 meter (blauwe cirkel) van de dassenburcht voorkomen wordt
Na overleg tussen Das&Boom en Tennet is het oorspronkelijk tracé van de hoogspanningsleiding aangepast, zodat verstoring binnen de 50 meter grens voorkomen wordt (zie afb. 13 en 14).
7.2. Aanpassing locatie tijdelijke bouwwegen In het plangebied worden tijdelijke bouwwegen aangelegd om de constructielocaties, waar de masten worden gebouwd, te kunnen bereiken. Ook de route van deze bouwwegen, is aangepast, om de dassenburcht te ontzien. De bouwweg in het weiland, die ten westen van de bosstrook pal langs de dassenburcht en de nieuwe route van de das naar het noorden zou komen te liggen, is verlegd naar de andere kant van het weiland. Zodoende wordt de dassenburcht zoveel mogelijk gevrijwaard van overlast en trillingen overdag. De bouwweg, die de route kruist van de dassenburcht naar de kunstburcht en foerageermogelijkheden in het noorden, wordt niet of zo weinig mogelijk gebruikt tussen zonsondergang en zonsopgang (afb. 14a)
Afb.14a Nieuwe tracé van de bouwwegen nabij de dassenburcht, waarbij zoveel mogelijk afstand gehouden wordt van de dassenburcht
16
7.3. Kunstburcht als alternatief tijdens de werkzaamheden Omdat de verstorende werkzaamheden ten zuiden van de hoofdburcht, ondanks de in acht genomen afstand van 50 meter, in combinatie met de overige onvermijdelijke verstorende activiteiten, voor de dassen toch een reden kunnen zijn om te vertrekken, is er een kunstburcht gepland ten noorden van de bestaande burcht, die de dassen kunnen gebruiken als alternatief. De locatie van de kunstburcht sluit aan op de overige geplande mitigerende maatgelen (zie hierna) en is afgestemd met Staats Bosbeheer, de eigenaar de strook bosschage, waarin de kunstburcht zal worden aangelegd.
Afb.15 Locatie van de geplande kunstburcht, aan de noordkant van de bosstrook, RD 252.31/528.08
Afb.16 Foto van Locatie van de geplande kunstburcht, een open plek, waarin vrijwel alle bestaande bomen kunnen blijven staan
17
Afb.16 Plattegrond van de kunstburcht, een compacte uitvoering, die past op de bestaande open locatie, waarvoor geen komen of struiken hoeven worden gekapt en dus zo snel mogelijk kan weorden aangelegd
De kunstburcht zal zo snel mogelijk worden aangelegd, zodat de das ruimschoots de tijd heeft deze te ontdekken, waardoor deze als het nodig is ook daadwerkelijk kan dienen als tijdelijk (gedurende de werkzaamheden) alternatief voor de hoofdburcht.
18
7.4. Voldoende voedselaanbod aanwezig nabij de dassenburcht Er moet het jaar rond voldoende voedselaanbod zijn op bereikbare afstand van de dassenburcht en bovendien er moet voldoende gebied zijn waarin de moederdieren van december t/m juni op korte afstand (500 meter2) van de kraamburcht ongestoord kunnen foerageren.
Afb.17 Foerageermogelijkheden in een straal van 500 meter rond de dassenburcht , bron ‘boer&bunder.nl’
Volgens het kennisdocument Das opgesteld door BIJ12 (Versie 1.0 Juli 2017), dient 120% van het verloren primair leefgebied en 50% van het verloren secundair leefgebied gecompenseerd te worden. Primair foerageergebied is foerageergebied waar de das voor het grootste deel van het jaar zijn voedsel vandaan haalt (graslanden en oude loofbossen). In secundair foergaeergebied haalt de das maar een deel van het jaar zijn voedsel (akkers, ruigtes) De geplande werkzaamheden gaan voornamelijk plaatsvinden in de foerageergebieden ten oosten van de burcht en in een deel van het foerageergebied (weiland) ten westen van de burcht. Binnen de cirkel van 500 meter gaat foerageergebied tijdelijk (gedurende de werkzaamheden) of permanent verloren (oppervlakte locatie Trafostation). Het gaat om primair foerageergebied, weiland en bosgebied, waarbij het bosgebied rond de burcht voor een deel bestaat uit primair foerageergebied, sommige gedeelten zijn moeilijk toegankelijk zijn (zie afb.17).
2
Deze norm wordt onderbouwd in Hoogerwerf, Drs. G., Methodiek Natuurcompensatie Limburg, en is terug te vinden in overheidsbesluiten, zoals ANW in advies 30-9-2016: “Wanneer voedsel limiterend wordt (globaal in de kraam- en zoogperiode vanaf december to medio juni) dan zijn de graslanden van belang. Omdat het een kraamburcht betreft moeten die graslanden op relatief korte afstand (maximaal 500 m) van de burcht gelegen zijn” , en RVO Aanvraagnummer FF/75C/2013/0248 .toek.jb: “Deze hoofdburcht fungeert ook als kraamburcht voor de das en ligt op 500 meter van het plangebied. “ “Voor het functioneren van de burchtlocatie is het van belang dat er jaarrond binnen circa 500 m een grote variatie aan voedsel en beschutting aanwezig is.”
19
Veldonderzoek op 17 september 2021 en 1 februari 2022 wees uit, dat er weinig foerageersporen in, en/of wissels naar (via sloten) de graslanden te vinden zijn, die grenzen aan het plangebied. Op 1 februari is één dassenprent aangetroffen aan de rand van de sloot, bij een loopplank tussen het plangebied en het oostelijk gelegen grasland (afb 18, 19 en 21). Op 9 februari 2021 bleek de faunatunnel (dassentunnel) onder de A37 onbelopen, op 1 februari 2022 liep er een wissel vanuit het plangebied naar die tunnel (afb. 25). Op 1 februari 2022 bleek er ook een intensief gebruikte wissel te lopen vanaf de hoofdburcht, via (gedeeltelijk op) het dijkje in het plangebied naast de sloot. Deze wissel boog na ca 130 meter in noordelijke richting af richting een schapenweide (zie afb. 21 en 22). Zoals te zien is op afb. 17, is de dassenburcht in het plangebied omringd met primair foerageergebied in de vorm van graslanden en bosgebied. Afgezien van een aaneensluitend gebied van ca 17 ha, grenzend aan de Boerdijk en de Deutlanden, ten NO van het plangebied en enkele maïspercelen aan de zuidzijde van de A37, bereikbaar via een faunatunnel, bestaan vrijwel alle omringende percelen uit grasland. Dat betekent, dat het compenseren van verloren gegaan Afb.18 en 19 dassenprent foerageergebied op het te bebouwen grasland ten oosten van de burcht bij loopplank vanuit weinig zinvol is.
Er is voldoende alternatief foerageergebied aanwezig, plangebied naar oostelijk gelegen grasland alleen de bereikbaarheid is lastig. Het hele bosgebied, waarin de dassenburcht zich bevindt, is omringd door een sloot en de weilanden worden ook onderling gescheiden door sloten. Opvallend is, dat er geen wissels lopen vanuit de belopen pijpen in het talud van de sloot naar het vlakbij gelegen grasland, en ook, dat de enige aangetroffen dassenprent is gevonden bij de enige (smalle) plank, die over deze sloten ligt vanuit de bosstrook (afb.18, 19 en 21). Het is bekend dat dassen niet van water houden, maar ook vaak juist geen moeite hebben met het oversteken van sloten. Blijkbaar vormen de sloten voor deze dassen in ieder geval wel Afb.20 Geen dassensporen op de Afb.21 wissel vanuit de dassenburcht een barrière. graslanden tegenover de naar het noorden dassenburcht. dassenburcht naar het noorden
20
De dassen in het plangebied zijn dus meer gebaad bij het beter toegankelijk maken van de bestaande voedselgebieden, dan met het creëren van nieuw voedselgebied. Dat is in dit geval betrekkelijk eenvoudig te realiseren door het plaatsen van loopplanken voor de das (minimaal 30 cm breed) op plaatsen waar de dassen hoogst waarschijnlijk zullen willen oversteken. Er moeten o.a. planken komen over de sloot bij de holen van de das naar de graslanden ten westen van de burcht, maar deze moeten pas aangelegd worden na het beëindigen van de werkzaamheden. Tijdens de werkzaamheden zal de das zoveel mogelijk geleid worden naar de voedselgebieden ten noorden van de dassenburcht. De das heeft zelf al een flink belopen wissel gemaakt (afb.22) vanaf de burcht, ca 130 meter naar het noorden, die afbuigt naar het daar aanwezige schapenweide (particulier bezit, kon verder niet onderzocht worden)
Afb.22 Deel van de belopen wisselen vanuit de dassenburcht naar het noorden. dassenburcht naar het noorden, op en langs het bestaande dijkje naast de sloot
Afb.23 nieuwe route naar het noorden
Afb.24 Nieuw aan te leggen routenaarhet noorden inclusief planken
De route naar het noorden, aansluitend op de bestaande route kan gerealiseerd worden door een strook van 1 meter dichte begroeiing (struikgewas) naast de bestaande dijk te verwijderen, zie afb. 23 en 24. Deze nieuwe route leidt via nieuw aan te brengen planken naar de geplande kunstburcht, en vandaaruit via planken naar de noordelijk gelegen foerageermogelijkheden. Deze route inclusief planken de kunstburcht zouden zo snel mogelijk moeten worden aangelegd, om de dassen gelegenheid te geven deze route in gebruik te nemen en de kunstburcht te ontdekken en verkennen, ruim voordat de verstorende activiteiten plaats vinden. 21
7.5. Uitwisselingsmogelijkheden met nabijgelegen dassenfamilies Uitwisselingsmogelijkheden met andere dassenfamilies zijn een belangrijke voorwaarde voor een dassenburcht om ecologisch te kunnen functioneren.
De dassenburcht bij Veenoord ligt in een tamelijk dunbevolkt dassenleefgebied. De dichtstbijzijnde burchten binden zich op 2,5 km (Emmerveen, RD 251.72/525.27) naar het zuiden, 4 km (Oshaarse Ruimsloot, RD 253.13/523.48) in het zuid-oosten en op 4,5 km ( dassenburcht Haarburcht, RD 248.51/528.82) in het noord westen. In de driehoek A37, N34 en N376 is het de enige bij de Dassenwerkgroep Drenthe bekende burcht. Daarmee wordt de locatie een belangrijke ‘stepping stone’ naar andere gebieden, te meer daar er in dit gebied niet veel geschikte vestigingsplekken zijn.
Tijdens de werkzaamheden zal het lastig worden de uitwisselingsmogelijkheden in zuidelijke richting functioneel te houden, wat het realiseren van een goede uitwisselingsmogelijkheid naar het noorden des te belangrijker maakt. Die wordt verbeterd met het aanleggen van de verbinding middels loopplanken. Na afloop van de werkzaamheden kan de bestaande route via de tunnel verbeterd worden.
De bestaande route naar het zuiden, via de faunatunnel onder de A37 was in februari 2022 wel in gebruik. Er was een matig belopen wissel te zien tussen de bosstrook en de tunnel (afb 25). De route in het bosgebied naar het zuiden was niet duidelijk te vinden, in tegenstelling tot de eerdergenoemde intensief belopen wissel naar het noorden. Het is voorlopig niet zinvol een plank over de sloot tussen het bosgebied en het talud van de A37 naar de tunnel aan te leggen, omdat die route tijdens de werkzaamheden ten zuiden van de A37 onderbroken wordt door de werkzaamheden die verband houden met het ingraven van een hoogspanningsleiding aldaar. Omdat de foerageermogelijkheden na de werkzaamheden waarschijnlijk verminderd worden door de aanleg van een bedrijventerrein, zal er in de Afb.25 Wissel vanuit de sloot naar directe omgeving van de tunnel onder de A37 weinig de tunnel onder de A37. foerageermogelijkheden overblijven. Om de uitwisselingsmogelijkheden van de burcht in het plangebied met andere dassenpopulaties te verbeteren te verbeteren wordt er na het beëindigen van de werkzaamheden daar wel een plank aangelegd.
22
8.0 Aanvraag ontheffing verboden handelingen Wet natuurbescherming. De aanleg van het trafostation en de nieuwe masten beïnvloedt de ecologische functionaliteit van de bestaande dassenburcht in het plangebied. Ook de na het voltooien van die werkzaamheden ontstane nieuwe situatie in het leefgebied van de das, met de aanwezigheid van een nieuw trafostation en nieuwe hoogspanning masten, beïnvloed die functionaliteit.
Door het uitvoeren van de hiervoor vermelde maatregelen worden die effecten zoveel mogelijk gemitigeerd en gecompenseerd. Door het verleggen van het tracé van de hoogspanningsleidingen om de dassenburcht heen (50 meter afstand) , het verbeteren van een veilige route voor de dassen naar het noorden, het aanbieden van een alternatief in de vorm van een kunstburcht en het naleven van alle in par. 6 genoemde voorzorgsmaatregelen zal de aantasting van de ecologische functionaliteit zoveel mogelijk voorkomen worden. Daarmee wordt een overtreding voorkomen van art 3.10 van de Wet natuurbescherming en tegemoetgekomen aan de voorzorg bepalingen van art 1.11 van de Wnb.
Voor het ontmoedigen en ongeschikt maken van aangetroffen ongebruikte (t.m. febr 2022) holen zal wel een ontheffing moeten worden aangevraagd
Er zijn op 1 februari 2022 nog drie ongebruikte dassenpijpen aangetroffen ten zuiden van de bestaande hoofdburcht (zie afb. 24), twee in het verlengde van het talud (dijkje) van de hoofdburcht op ca 50 meter afstand van de pijpen van de hoofburcht, en één op een aantal meters afstand van de sloot en ca 50 meter van de zuidgrens van de bosstrook
Afb.26 Een van de twee onbelopen pijpen in de dijk, ca 50 meter ten zuiden van de pijpen van de hoofburcht
Afb.27 Een zuidelijker gelegen opbelopen pijp
Na het verlopen van de kwetsbare periode en zodra daarvoor een ontheffing is verkregen, zullen deze pijpen onder ecologisch toezicht ontmoedigd moeten worden, door ze, indien onbewoond, voor ¾ dicht te scheppen. Wanneer ze wel 23
bewoond worden of indien daar twijfel over bestaat zullen ze eerst met subtielere middelen ontmoedigd moeten worden, zoals verstoren met stokjes in de opening en/of geurmiddelen. Wanneer de pijpen daarna gedurende een week geen graafsporen of andere tekenen van gebruik vertonen, kunnen ze geheel dichtgegooid worden, bij voorkeur vlak voor de aanleg van de bouwplaats voor het bouwen van de mast aldaar. Nadat die werkzaamheden zijn aangevangen zullen de locaties tijdelijk door de verstorende activiteiten niet meer aantrekkelijk zijn voor hervestiging. Na afloop van de werkzaamheden kan de das deze locaties, zover ze niet verdwenen zijn, desgewenst weer in gebruik nemen, doordat de das ze opnieuw kan open te graven.
Beek-Ubbergen, 17 maart 2022 Bert Hesse projectmedewerker Das&Boom | 024 6842294 | 0655 794141 | bhesse@dasenboom.nl
24