Bijlage 2.23 XX - Reactienota vooroverleg
Tekst van het document
Gemeente Emmen
Nota van beantwoording behorende bij bestemmingsplan Buitengebied, Hoogspanningsstation Veenoord met dossiernummer NL.IMRO.0114.2021035-
Gemeente Emmen
Overleg ex. artikel 3.1.1 Bro In het kader van het artikel 3.1.1. Bro overleg is het voorontwerpbestemmingsplan Buitengebied, Hoogspanningsstation Veenoord naar de wettelijk verplichte en andere door de gemeente erkende overlegpartner verzonden. Van 2 mei tot en met 13 juni 2022 was gelegenheid om te reageren op het voorontwerp. Reacties op het vooroverleg zijn openbaar. Maar op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) moeten de namen en adressen van indieners, als het geen bedrijven of instellingen zijn, in vrij toegankelijke digitale documenten worden geanonimiseerd. Tabel indieners van een reactie op het vooroverleg (geanonimiseerd): In het kader van het overleg hebben wij reacties terug ontvangen van de volgende overlegpartners:
1
Provincie Drenthe
Postbus 122 9400 AC Assen
2
Waterschap Vechtstromen
Postbus 5006 7600 GA Almelo
3
Veiligheidsregio Drenthe
Postbus 402 9400 AK Assen
4
RUD
Postbus 1017 9400 BA Assen
5
Gasunie
Postbus 181 9700 AD Groningen
6
Tennet
Postbus 718 6800 AS Arnhem
7
EOP Loeksham/Ermerveen
loeksham@live.nl
In deze Nota van beantwoording zijn de zienswijzen per indiener genummerd en samengevat weergegeven (A). Daarna is op de zienswijze ingegaan (B). Vervolgens is aangegeven of de zienswijze wel of niet heeft geleid tot een aanpassing van het voorontwerpbestemmingsplan (C).
1
Provincie Drenthe
A1. De Provincie geeft aan dat het plan het Provinciaal belang “hernieuwbare energie/netwerkcapaciteit, Landschap, Cultuurhistorie, Water (ligging in beekdal)” raakt en geeft advies. Landschap; Het landschapsplan is zorgvuldig opgezet. Het idee van “dijkjes van vloeivelden” is bruikbaar als ruimtelijk middel. Wel zijn de getekende profielen nog schematisch en moeten nog verder worden gedetailleerd. Wij vragen het landschapsplan op één punt aan te vullen. Aan de oostzijde van het terrein is een groenwal geprojecteerd met de bedoeling voor bewoners geluid te dempen en het zicht op de installatie te verminderen. Die wal is nu 4 m hoog. De wal dient beter landschappelijk te worden ingepast. Wij adviseren om de grondwal onder een bredere bosstrook van ca. 25m breed te leggen. De beplantingsstrook wordt dan onderdeel van een landschapsopbouw die uitgaat van bospercelen die Noord-Zuid gericht zijn, zoals die in de omgeving al aanwezig zijn. De wal dient ruime afstand te houden van de Boerdijk. Aanvullend kan de boswal mogelijk een grasachtig “tussentalud” met wandelmogelijkheid aan de oostzijde krijgen zodat het beter in de omgeving gaat passen en het ruimtelijk middel van de lagere vloeivelddijkjes ook hier zichtbaar wordt. Wij hebben inmiddels ambtelijk detailopmerkingen aan u toegezonden en gesproken over de landschappelijke inpassing.
Vanuit u is dit punt inmiddels ambtelijk ingebracht in uw vervolgbespreking met Tennet/Movares. B1. Het landschapsplan is aangepast en wordt verwerkt in het bestemmingsplan en toegevoegd als bijlage bij de Nota van beantwoording Bestemmingsplan Buitengebied, Hoogspanningsstation Veenoord met dossiernummer NL.IMRO. 0114.2021035
3
Gemeente Emmen
planregels. C1. De ingediende reactie leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. A2. Cultuurhistorie; De cultuurhistorische waarden zijn geïnventariseerd, zowel op provinciaal als op gemeentelijk niveau en hebben duidelijk inspiratie geboden aan de landschappelijke inpassing. In de toelichting ontbreekt nog het duidelijk benoemen van de desbetreffende provinciale ambities omtrent cultuurhistorie. Onder het kopje ‘Cultuurhistorisch Kompas Drenthe (CHK)’ en het erop volgende kopje ‘Resultaten’ worden aardkundige waarden, archeologie en landschap samengevoegd (pag. 57 en verder). Aangezien het plangebied grotendeels in de Cultuurhistorische Hoofdstructuur valt, zouden de relevante cultuurhistorische ambities op pagina 157 van het CHK beter en duidelijker beschreven kunnen worden in de toelichting. B2. In paragraaf 4.12.1 zijn de twee doelstellingen (behoud en versterken) toegevoegd. Daarnaast zijn de ambities voor deelgebied 10 ‘Emmen en haar venen - planmatige ontwikkeling’ opgenomen in paragraaf 4.12.1 (overeenkomstig met hetgeen op pagina 157 benoemd). C2. De ingediende reactie leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. A3. Water, ligging in beekdal; De aanleg van het hoogspanningsstation ligt buiten de beekdalaanduiding. De “Nee, tenzij” regelgeving uit de Provinciale Omgevingsverordening is hier niet van toepassing.
De aanleg van lijnverbinding en hoogspanningsmasten, wel binnen de aanduiding beekdal, worden door ons niet als een kapitaal intensieve functie beschouwd die de bergingsmogelijkheden van het beekdal in de toekomst beperken. Ten aanzien van de inrichting van het gebied wordt rekening gehouden met extra berging en het voorkomen van verontreiniging. De watertoets van het waterschap wordt opgevolgd. Het provinciaal belang wordt hiermee goed meegenomen. B3. De gemeente heeft kennis genomen van de opmerking en bedankt voor de reactie. C3. De ingediende reactie leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. A4. Natuur (aanvullende ambtelijke reactie); De provincie heeft begrepen dat vanwege de aanwezigheid van een dassenburcht de plannen zijn aangepast. Daarnaast zijn wat aanvullende maatregelen benoemd. Zijn de maatregelen mbt het voorkomen van het verstoren van de das vastgelegd in het bestemmingsplan of in een rechtsgeldig contract, om te waarborgen dat de maatregelen worden getroffen. Het staat wel genoemd in de toelichting van het bestemmingsplan. Daarbij lezen wij ook dat voor enkele beschermde soorten nog aanvullend onderzoek moet gebeuren en eventuele maatregelen later worden opgevolgd. Ook hier weer de vraag of dit voldoende wordt geborgd? B4. In de conclusie is toegevoegd dat de RVO het bevoegd gezag is t.a.v.
de vergunning: “RVO is het bevoegd gezag in het kader van de vergunning voor de Wet natuurbescherming. Hiermee is voldoende geborgd dat de mitigerende maartregelen worden uitgevoerd en de ontheffing wordt aangevraagd.” C4. De ingediende reactie leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. A5. Wegen (aanvullende ambtelijke reactie); Er is kennelijk een hoogteverschil tussen het fietspad en de weg. Mogelijk kan dit in de bouwfase wat lastig zijn wanneer er zaken met een dieplader moeten worden vervoerd. De ligging van de inrit en afstand tot de (provinciale) weg zijn prima. B5. In het advies voor het bouw- en woonrijpmaken wordt de oplossing voor het hoogteverschil nader uitgewerkt. C5. De ingediende reactie leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
2
Waterschap Vechtstromen
A1. Het waterschap geeft aan dat de (ruimtelijk) relevante wateraspecten van dit plan voldoende zijn belicht in bijlage VII. Echter: de beschrijving van de wateraspecten in de waterparagraaf van de Toelichting is onvoldoende. Zonder de bijlage is deze niet te beoordelen. De waterparagraaf herhaalt algemene beleidsuitgangspunten (niet planspecifieke beschrijving) zonder aan te geven of het plan daarmee in lijn is of afwijkt. Alleen de compensatie van de toename van verhard oppervlak is voldoende overgenomen in de waterparagraaf. Dit had gemoeten voor alle relevante watertoets thema’s, zoals par 3.2 Waterveiligheid. In bijlage VII staan veel zaken die een relatie hebben met de Keur en informatie die relevant zijn voor het aanvragen van betreffende vergunning. Dat is prima maar zijn niet (ruimtelijk) relevant voor de waterparagraaf. (Deze staan er nu niet in en dat hoort ook zo)
Nota van beantwoording Bestemmingsplan Buitengebied, Hoogspanningsstation Veenoord met dossiernummer NL.IMRO. 0114.2021035
4
Gemeente Emmen
B1. Nadere toelichting van relevante aspecten uit de watertoets opgenomen in de waterparagraaf. Voor de volledigheid wordt in de toelichting wel verwezen naar de bijlage. C1. De ingediende reactie leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
3
Veiligheidsregio Drenthe
A1. - De Veiligheidsregio Drenthe heeft een uitgebreide reactie gezonden. Samenvattend adviseert zij onderstaande maatregelen; Een afweging van het bevoegd gezag of ze het hoogspanningsstation als beperkt kwetsbaar object wil beschouwen conform Bevi art. 1 lid b sub i. - Afhankelijk van de afweging een nadere beoordeling i.h.k.v. verantwoording groepsrisico. - Een motivering en besluit te nemen over de verantwoording van het groepsrisico met het (indicatieve) advies van de VRD zoals in de bijlage gegeven. B1. Aan het bestemmingsplan is de volgende tekst toegevoegd: “Aan de noordoostzijde van het nieuwe hoogspanningsstation ligt een hogedruk aardgastransportleiding van de Gasunie. Het nieuwe hoogspanningsstation ligt binnen het invloedsgebied van deze hogedruk aardgastransportleiding, maar is voor externe veiligheid verder niet relevant. Het nieuwe hoogspanningsstation is namelijk geen verblijfsobject voor personen, waardoor het groepsrisico niet hoeft te worden verantwoord. Wel dient er voldaan te worden aan de NEN 3654 “wederzijdse beïnvloeding van buisleidingen en hoogspanningssystemen”. Dit onderdeel wordt door TenneT en Enexis afgestemd met de leidingbeheerder.” C1. De ingediende reactie leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. A2. - Initiatief voorleggen aan de RUD i.h.k.v. externe veiligheid. B2. Hartelijk bedankt voor uw reactie.
Met betrekking tot het voorontwerp is advies gevraagd bij de RUD. C2. De ingediende reactie leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. A3. - Brandveiligheidsmaatregelen paragraaf 3.1.7 uit vormvrije MER overnemen in planregels met de toevoeging deze nader af te stemmen met de Veiligheidsregio Drenthe / Brandweer. B3. De brandveiligheidsmaatregelen worden onderdeel van de benodigde omgevingsvergunning (bouwen). Het is niet gebruikelijk een dergelijk detailniveau op te nemen in planregels van een bestemmingsplan. C3. De ingediende reactie leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. A4. - Aanwezigheid van de Gasunie buisleiding nader beschouwen. B4. Er is gesproken met de Gasunie. Tussen TenneT, Enexis en GasUnie is afgesproken dat de benodigde gegevens/berekeningen later worden aangeleverd. Het gaat dat om beïnvloedingsberekeningen voor het station maar ook de kabels die kruisen met de gasleiding. Er moet in de toekomst toestemming worden gevraagd aan de Gasunie (o.a. bij de aanlegvergunning) [zie ook reactie hier boven]. Eventuele noodzakelijke maatregelen aan de gasleiding kunnen niet worden opgenomen in de regels van het BP. Dit is ook niet nodig omdat het afgedekt is met de vergunningplicht. Ten aanzien van de planregels geldt dat in artikel 15 de verhouding met onderliggende bestemmingsplannen is geregeld.
Artikel 15.2.3 stelt: Voor zover de dubbelbestemmingen ‘Leiding - Hoogspanning’, ‘Leiding - Hoogspanningsverbinding 1’, ‘Leiding - Middenspanning’ en ‘Waarde - Archeologie’, als bedoeld in artikel 6, 7, 10 en 11 van dit plan samenvallen met de bestemmingen die gelden volgens de onderliggende bestemmingsplannen, gaan de dubbelbestemmingen van dit plan voor, waarbij geldt dat deze dubbelbestemmingen ten opzichte van de onderliggende dubbelbestemming 'Leiding - Gas’ van ondergeschikte betekenis zijn. De dubbelbestemming van de gasleiding gaat dus voor de nieuwe dubbelbestemming. Hiermee is de buisleiding voldoende geborgd. C4. De ingediende reactie leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. A5. - Overleg met de VRD aangaande de bereikbaarheid van de locatie. - Ontvluchtingsroute aan noordzijde realiseren.
Nota van beantwoording Bestemmingsplan Buitengebied, Hoogspanningsstation Veenoord met dossiernummer NL.IMRO. 0114.2021035
5
Gemeente Emmen
B5. Op 4-8-22 is er overleg geweest met VRD. De vluchtroutes zijn voldoende geborgd. Er is op dit onderdeel geen aanpassing van het bestemmingsplan noodzakelijk. C5. De ingediende reactie leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
4
RUD
A1. De RUD is door de gemeente advies gevraagd met betrekking tot plan. De RUD heeft de gemeente een integraal advies toegezonden De volgende opmerkingen worden gemaakt; Geluid; het akoestisch onderzoek (rapportnummer FA 21881-2-RA-001 van 22 maart) is beoordeeld. Naar aanleiding van het rapport zijn er de volgende bevindingen/opmerkingen: Tijdens de bijeenkomst werd door de omwonenden aangegeven dat de woningen hoger liggen dan het transformatorstation. Is dit correct meegenomen in het akoestisch onderzoek? B1. In het rekenmodel zijn de woningen op dezelfde hoogte gelegen als het transformatorstation. Er kan worden uitgesloten dat een andere modellering tot relevante wijzigingen in de rekenresultaten en de conclusies zou leiden. Dit komt omdat er zich in het rekenmodel geen afschermende objecten bevinden tussen de transformatoren en de woningen, en omdat het maaiveld met de woningen hoger zou moeten worden gelegd waardoor de bodemdemping niet zou wijzigen. Desondanks is het akoestisch model in de eindversie wel aangepast en zijn de lokale maaiveldhoogtes meegenomen in de berekening. C1. De ingediende reactie leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. A2. De uitgangspunten van de transformatoren en de gehanteerde geluidvermogensniveaus zullen taakstellend worden vastgelegd in de vergunning. B2. De gemeente neemt kennis van de opmerking. C2.
De ingediende reactie leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. A3. De piekgeluiden van het verkeer op de toegangsweg naar de maatgevende woning toe ontbreekt in het akoestisch onderzoek. B3. Deze piekgeluiden en hun effecten op de omgeving zijn meegenomen in de aangepaste versie van het geluidonderzoek. C3. De ingediende reactie leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. A4. De inrichting wordt vergunningplichtig. Voor de meeste woningen is sprake van een gebiedstypering ‘landelijk gebied’. In het akoestisch onderzoek wordt te makkelijk aansluiting gezocht bij de gebiedstypering ‘rustige woonwijk’. Dit is niet juist. Het uitgangspunt moet voor de meeste woningen ‘landelijk gebied’ zijn. Slecht bij 2 woningen zou o.b.v. het verkeer – 10 dB een hoger niveau acceptabel zijn, waarbij ‘rustige woonwijk’ acceptabel is. B4. Er heeft overleg geplaats gevonden tussen RUDD, TenneT en Peutz. Op basis van het overleg is de onderbouwing in het rapport uitgebreid. C4. De ingediende reactie leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. A5. Er is ter plaatse van de 50 dB(A) (zonegrens) rekening gehouden met de toeslag van 5 dB voor het tonaal geluid. Dit moet dan ook in de regels van het bestemmingsplan worden vastgelegd. Indien dit niet wenselijk is dan moet de 50 dB(A) exclusief 5 dB worden berekend. B5. De planregels zijn op dit punt aangepast. C5.
De ingediende reactie leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. A6. Graag ook de Vercammen-curve toevoegen in het akoestisch onderzoek. Duidelijk aangeven (en in het akoestisch onderzoek opnemen) waar de waarden zoals genoemd bij paragraaf 3.3 vandaan komen. En cumulatie toevoegen in het akoestisch onderzoek. Van de A37 en De Tweeling. Miedema methode (en tabel) kan je gebruiken. B6. De toetsing aan de Vercammen curve is opgenomen in het akoestisch onderzoek. C6. De ingediende reactie leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. A7. Graag cumulatie toevoegen in het akoestisch onderzoek. Van de A37 en De Tweeling. Miedema methode (en tabel)
Nota van beantwoording Bestemmingsplan Buitengebied, Hoogspanningsstation Veenoord met dossiernummer NL.IMRO. 0114.2021035
6
Gemeente Emmen
kan je gebruiken. B7. Een berekening van het cumulatieve geluid en de toetsing conform de methode Miedema is opgenomen in het akoestisch onderzoek. C7. De ingediende reactie leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. A8. Stikstofdepositie; De berekeningen dienen geüpdatet te worden en bijgevoegd te worden als losse bestanden bij de voortoets. Overlegd moet worden of de RUD het onderzoek gaat beoordelen of dat de Provincie Drenthe de beoordeling gaat uitvoeren. B8. De Aerius-berekening is geupdate voor de meest recente versie. De beoordeling vindt plaats door het ministerie van LNV. C8. De ingediende reactie leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. A9. Asbestonderzoek; Indien er geen aanvullend asbestonderzoek is uitgevoerd zal een nader asbestonderzoek uitgevoerd moeten worden en de resultaten hiervan zullen moeten worden meegenomen in het bestemmingsplan. B9. Het asbestonderzoek is nog niet gereed voor het ontwerp bestemmingsplan. Voor aanvang van de werkzaamheden wordt nader onderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van asbest in de bodem ter plaatse van boring 578 en dam 3163 t/m 3165. De resultaten worden ofwel verwerkt in het bestemmingsplan ter vaststelling (zoals beschreven in de toelichting) of het onderzoek geldt als voorwaarde voor de vergunning (i.h.k.v. van de Wet bodembescherming). C9.
De ingediende reactie leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. A10. Luchtkwaliteit; Verwezen wordt naar het Luchtadvies (bijlage 3) behorende bij dit integrale advies. Uit het advies kan worden geconcludeerd dat zowel de aanlegfase als de gebruiksfase niet zal leiden tot het overschrijden van de grenswaarden voor de relevante componenten stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5). In de toelichting op het bestemmingsplan is juist geconcludeerd dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. B10. In de toelichting is het advies t.a.v. NO2, PM10 en PM2,5 verwerkt. C10. De ingediende reactie leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. A11. Onderbouwing toetsing aan Wet luchtkwaliteit ontbreekt met berekeningen zoals de NIBM-tool. Nadere onderbouwing m.b.t. gebruik diesel NSA ontbreekt en dat installatie dient te voldoen aan de luchtvoorschriften van het Activiteitenbesluit. Er is een noodstroomaggregaat aanwezig die NOx uitstoot. Deze dient te voldoen aan de luchtemissie eisen van het Activiteitenbesluit. B11. Onderbouwing aan de hand van de NIBM-tool en noodstroomaggregaat (NSA) is toegevoegd. C11. De ingediende reactie leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. A12. SF 6 emissie: nadere onderbouwing over de luchtemissie-eisen, e-PRTR en monitoring ontbreekt. B12.
In de toelichting is een onderbouwing opgenomen ten aanzien van SF6-emissie. C12. De ingediende reactie leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. A13. Externe veiligheid; Paragraaf 4.6 Externe veiligheid. Van de hoge druk aardgastransportleiding moet de belemmeringenstrook op de verbeelding (plankkaart) worden gezet. De belemmeringenstrook bedraagt 5 meter aan weerszijden van de leiding. Het transformatorstation wordt niet aangemerkt als een risicobron. Een trafostation is voor externe veiligheid niet relevant. Voor dergelijke stations gelden geen EV-eisen en zijn er dan ook geen veiligheidsafstanden voor vastgelegd. B13. Zie ook reactie B4 bij 3 VRD. De belemmeringenstrook is geborgd in de bestaande dubbelbestemming en de voorrangsregels in artikel 15.2 en hoeft niet opnieuw door middel van deze plankaart te worden vastgelegd. C13. De ingediende reactie leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. A14. Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling; Pg. 18: Onder 3.1.2 Magneetvelden: M.b.t. (tijdelijke) 380 kVlijnverbinding staat een afstand van 280 m en 450 m tot dichtstbijzijnde woning genoemd en in toelichting 4.7.2 staan andere afstanden zoals 140 m. Nagaan of deze afstanden wel kloppen en eventueel aanpassen. Door middel van een
Nota van beantwoording Bestemmingsplan Buitengebied, Hoogspanningsstation Veenoord met dossiernummer NL.IMRO. 0114.2021035
7
Gemeente Emmen
kaartje aangeven welke woningen het betreffen. B14. De aanmeldnotitie is aangepast en bijgevoegd als bijlage bij de toelichting. De afstanden zijn gecontroleerd en aangepast. C14. De ingediende reactie leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. A15. Pg. 21: onder Stikstofdepositie: Zie opmerking voortoets stikstofdepositie (paragraaf 4.8) bijlage 3, dit is nog niet akkoord, moet geüpdatet worden. B15. Zie de reactie hierboven bij A8. C15. De ingediende reactie leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. A16. Pg. 22: onder 3.1.4. Bodem: Er ontbreekt een aanvullend asbestonderzoek, dat uitgevoerd dient te worden zoals aangegeven in het bodemadvies. Er zal dus nog een nader asbestonderzoek uitgevoerd moeten worden en de resultaten hiervan zullen moeten worden meegenomen in het bestemmingsplan. B16. Zie de reactie hierboven bij A9. C16. De ingediende reactie leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
5
Gasunie
A1. De Gasunie geeft aan; zoals summier aangegeven in de toelichting van het plan ligt er in het plangebied een aardgastransportleiding van ons bedrijf. Het aanleggen van een hoogspanningsstation en kabelverbindingen over en in de nabijheid van onze leiding is wel/niet zondermeer toelaatbaar. Er dient in ieder geval voldaan te worden aan de NEN 3654 “wederzijdse beïnvloeding van buisleidingen en hoogspanningssystemen” Dit dient aantoonbaar te worden gemaakt en te worden gecontroleerd door onze tracébeheerder. Ook ten aanzien van de landschappelijke inpassing dient met onze leiding rekening te worden gehouden. Het lijkt ons derhalve zinvol dat er (voor)overleg plaats vindt B1. Het vooroverleg heeft plaatsgevonden en er zijn afspraken gemaakt over de aanlevering van aanvullende gegevens. Zie ook reactie B4 bij 3 VRD. C1. De ingediende reactie leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
6
Tennet
A1. Tennet heeft een reactie gezonden naar aanleiding van het voorontwerp, dat er mogelijk opmerkingen op het plan zijn, op de regels als de verbeelding, vanuit de beheerkant. B1. De opmerkingen zijn intern besproken en naar aanleiding hiervan zijn enkele kleine tekstuele aanpassingen doorgevoerd C1. De ingediende reactie leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
7
EOP Loeksham/Ermerveen
A1. De EOP Loeksham/Ermerveen geeft aan het beheer en onderhoud van het inrichtingsplan in het "voorontwerp bestemmingsplan" te missen. Hieronder moet worden verstaan: Taken die nodig zijn om de Grondstrook in stand te houden. In het geval van beheer moet in ieder geval gedacht worden aan het periodiek maaien en snoeien. In het geval van onderhoud moet in ieder geval gedacht worden aan het te allen tijde waarborgen van: 1. Het tijdig verwijderen en verwijderd houden van voor mens en dier giftige planten en struiken 2. Een goede doorstroming van sloten en greppels. B1. Volgende tekst is toegevoegd aan het bestemmingsplan t.a.v. het beheerplan en onderhoud: “De initiatiefnemers zijn verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de landschappelijke inpassing. Doel van het groenbeheer is om de installaties op het nieuwe hoogspanningsstation veilig te stellen en goed eigenaarschap te vertonen richting de omgeving. Als perceeleigenaar heeft TenneT de verplichting om watergangen op haar percelen vrij te houden. Indien onverhoopt het toch voorkomt dat omwonenden en/of grondgebruikers in de directe omgeving overlast ervaren van een watergang die te ver is dichtgegroeid, dan kan hiervan melding worden gedaan direct bij TenneT of via het bevoegd gezag. In dit geval is dat het Waterschap.
Nota van beantwoording Bestemmingsplan Buitengebied, Hoogspanningsstation Veenoord met dossiernummer NL.IMRO. 0114.2021035
8
Gemeente Emmen
Zodra het landschappelijk inpassingsplan definitief is, zal ook een beheerplan worden opgesteld. Daarin zal het beheer nader worden uitgewerkt en vastgelegd. Zo weten de beheerders van het nieuwe hoogspanningsstations hoe, wat en wanneer zij moeten gaan beheren.” C1. De ingediende reactie leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. A2. Beheer en Onderhoud Grondstrook; Tennet draagt de volledige zorg voor het Beheer en Onderhoud van de Grondstrook. Bovengenoemde zien we ook graag terug in het bestemmingsplan of een overeenkomst zodat het beheer en onderhoud ook daadwerkelijk nagekomen gaat worden en afdwingbaar is. B2. Zie ook de reactie bij B1. Geen aanpassing in het bestemmingsplan noodzakelijk. Het beheer en onderhoud wordt in het beheerplan vastgelegd. C2. De ingediende reactie leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. A3. Als het gaat om het landschappelijk inpassingsplan zien we graag dat gebruik gemaakt wordt van streekeigen, voor mens en dier niet giftige bomen en heesters. B3. Dit is opgenomen in de rapportage van het ontwerp van de landschappelijke inpassing en in het beheerplan worden maatregelen opgenomen om verspreiding van giftige soorten te voorkomen. C3. De ingediende reactie leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
Nota van beantwoording Bestemmingsplan Buitengebied, Hoogspanningsstation Veenoord met dossiernummer NL.IMRO. 0114.2021035
9