Bijlage 2.2 Regels bestemmingsplan
Tekst van het document
Buitengebied, Hoogspanningsstation Veenoord
Bestem Zuid G
Regels gemeente Emmen
Regels gemeen
TenneT TSO B.V. en Enexis Netbeheer B.V.
TenneT TSO B.V
16 december 2022
29 oktober 2021
Project Opdrachtgever
Document Status Datum Referentie
Projectcode Projectleider Projectdirecteur
Auteur(s) Gecontroleerd door Goedgekeurd door
Buitengebied, Hoogspanningsstation Veenoord TenneT TSO B.V. en Enexis Netbeheer B.V.
Regels gemeente Emmen Definitief 16 december 2022 125549/22-018.255
125549 Ing. I.J.M de Beer K.A. Haans MSc
R. de Jong MSc Mr. E.J. Overbosch-de Graaf, ing. I.J.M. de Beer Ing. I.J.M de Beer
Paraaf
Adres
V.O.F. ACT TWB Postbus 133 7400 AC Deventer
Het kwaliteitsmanagementsysteem is gecertificeerd op basis van ISO 9001. Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming, noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Geen aansprakelijkheid wordt aanvaardt voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het geleverde document.
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDENDE REGELS
5
Artikel 1 Begrippen
5
Artikel 2 Wijze van meten
7
2
BESTEMMINGSREGELS
8
Artikel 3 Bedrijf - Hoogspanningsstation
8
Artikel 4 Bedrijf - Opstijgpunt
9
Artikel 5 Groen
10
Artikel 6 Leiding - Hoogspanning
11
Artikel 7 Leiding - Hoogspanningsverbinding 1
13
Artikel 8 Leiding - Hoogspanningsverbinding te vervallen 1
15
Artikel 9 Leiding - Hoogspanningsverbinding te vervallen 2
15
Artikel 10 Leiding - Middenspanning
15
Artikel 11 Waarde - Archeologie
17
3
18
ALGEMENE REGELS
Artikel 12 Anti-dubbeltelregel
18
Artikel 13 Algemene gebruiksregels
18
Artikel 14 Algemene aanduidingsregels
18
Artikel 15 Overige regels
19
4
20
OVERGANGS- EN SLOTREGELS
Artikel 16 Overgangsrecht
20
Artikel 17 Slotregel
20
Laatste pagina
Bijlage(n) l
Landschapsplan
20
Aantal pagina's 28
1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1 Begrippen In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 Plan Het bestemmingsplan Buitengebied, Hoogspanningsstation Veenoord met identificatienummer IMRO-code NL.IMRO.0114.2021035-B701 van de gemeente Emmen. 1.2 Bestemmingsplan De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 Aanduiding Een geometrisch bepaald vlak of een figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 Afspanportaal Een portaal welke geplaatst kan worden tussen de laatste hoogspanningsmast van een lijn en de onderdelen op een station of een opstijgpunt. 1.5 Belemmeringenstrook Een strook grond ter plaatse van en ter weerszijden van een hoogspanningsverbinding of middenspanningsnet die dient om de veiligheid, de bereikbaarheid en het ongestoord functioneren van de hoogspanningsverbinding of het middenspanningsnet te kunnen garanderen. 1.6 Bestaand a. het bestaand gebruik dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig is en/of bebouwing die op dat tijdstip aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning; b.
het onder a bedoelde geldt niet voor zover sprake was van strijd met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder mede begrepen het overgangsrecht van het bestemmingsplan of een andere planologische toestemming. 1.7 Bliksempiek Een constructie die voorkomt dat onderdelen op het station geraakt worden door de bliksem. 1.8 Bouwen Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.9 Bouwwerk Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.
5 | 20
ACT TWB | 125549/22-018.255 | Definitief
1.10 Extensieve archeologische begeleiding: Regelmatige archeologische inspectie van de gegraven vlakken bij werken en/of werkzaamheden. 1.11 Gebouw Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.12 Geluidbelasting in dB(A) De etmaalwaarde van het equivalente geluidsniveau in dB(A) op een bepaalde plaats. 1.13 Geluidzone Een op grond van de artikelen 40 en 52 van de Wet geluidhinder in het bestemmingsplan vastgelegd gebied rond een hoogspanningsstation waarbuiten de geluidbelasting ten gevolge van dat hoogspanningsstation niet meer mag bedragen dan 50 dB(A) met toeslag van 5 dB voor tonaal geluid. 1.14 Hoogspanningsstation Een bouwwerk waar hoogspanningsverbindingen op elkaar worden aangesloten, waar een middenspanningsnet wordt gekoppeld aan hoogspanningsverbindingen en waar elektrische energie wordt getransporteerd, verdeeld en getransformeerd. 1.15 Hoogspanningsverbinding Ondergrondse of bovengrondse leidingen met een spanningsniveau van 110 kV of hoger, inclusief bijbehorende masten, mantelbuizen en bijbehorende voorzieningen en datakabels. 1.16 Maaiveld De hoogte waarop het omliggende terrein aansluit op het gebouw, bouwwerk of afgewerkte terrein. 1.17 Mantelbuis Een buis (omhulsel) die dient ter bescherming van één of meerdere kabels behorende tot een hoogspanningsverbinding of middenspanningsnet.
1.18 Middenspanningsnet Ee8n netwerk van ondergrondse kabels met een spanningsniveau van minimaal 10 kV en maximaal 20 kV die aansluiten op een transformatorstation en in beheer zijn bij een regionale netbeheerder, inclusief de bij de kabels behorende mantelbuizen en bijbehorende voorzieningen en datakabels. 1.19 Mofput Een put met een verbindingsgreep ter bescherming van de kabeluiteinden-, aftakkingen en/of verbindingen. 1.20 Nutsvoorzieningen Voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie. 1.21 Opstijgpunt Een plek waar een ondergrondse hoogspanningsverbinding boven de grond komt en naar een bovengrondse hoogspanningsverbinding wordt geleid. 1.22 Overkluizing Een constructie waarmee kabels en leidingen worden beschermd tegen de (extra) belasting op de grond, zoals tegels en asfalt.
6 | 20
ACT TWB | 125549/22-018.255 | Definitief
1.23 Peil a. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan een weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld. 1.24 Railsysteem Een systeem bestaande uit 1, 2 of 3 sets van parallelle geleiders op ondersteuningen als onderdeel van een hoogspanningsstation waarover grote elektrische vermogens kunnen worden getransporteerd en verdeeld over de verschillende aansluitingen (waaronder lijnvelden).
Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 De bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.2 De oppervlakte van een bouwwerk Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. Ondergrondse bouwwerken die meer dan 1 m buiten het buitenwerk van het bovengronds gelegen gebouw worden gerealiseerd tellen mee in de oppervlakteregeling voor bebouwing.
7 | 20
ACT TWB | 125549/22-018.255 | Definitief
2 BESTEMMINGSREGELS Artikel 3 Bedrijf - Hoogspanningsstation 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf - Hoogspanningsstation' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een hoogspanningsstation voor het transporteren, verdelen en transformeren van elektrische energie met de daarbij behorende voorzieningen; b. voorzieningen ten behoeve van een aansluiting op een hoogspanningsnet en middenspanningsnet; c. hoogspannings- en middenspanningskabels en leidingen, railsystemen, mofputten en bijbehorende (aansluit)voorzieningen; d. landschappelijke inpassing van het hoogspanningsstation conform het als bijlage I bij dit plan opgenomen landschapsplan. Met de daarbij behorende: e. gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde; f. erven en terreinen; g. parkeervoorzieningen; h. nutsvoorzieningen; i. groenvoorzieningen; j. watergangen en -partijen en andere waterhuishoudkundige voorzieningen; k. (toegangs-)wegen, paden en verhardingen. 3.2
Bouwregels
3.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen mogen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' worden gebouwd; b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 10 m. 3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen met uitzondering van erf- en terreinafscheidingen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' worden gebouwd; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 3 m; c. de bouwhoogte van afspanportalen en bliksempieken mag niet meer bedragen dan 30 m; d. de bouwhoogte van hoogspanningsmasten mag niet meer bedragen dan 55 m, uitsluitend ter plaatse van de dubbelbestemming ‘Leiding - Hoogspanningsverbinding 1’; e. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 20 m.
8 | 20
ACT TWB | 125549/22-018.255 | Definitief
3.3
Specifieke gebruiksregels
3.3.1 Voorwaardelijke verplichting De landschappelijke inpassing dient uiterlijk twee jaar na het in bedrijf nemen van het hoogspanningsstation te zijn gerealiseerd en dient in stand te worden gehouden. 3.4 Afwijken van de gebruiksregels In afwijking van het bepaalde in lid 3.3 kan gemotiveerd worden afgeweken van het landschapsplan dat is opgenomen in bijlage I bij deze regels, indien: a. blijkt dat niet alle maatregelen uit het landschapsplan op alle punten uitvoerbaar zijn er een minimaal gelijk te stellen maatregel wordt getroffen om te komen tot een goede landschappelijke inpassing; b. door bevoegd gezag hiertoe schriftelijke toestemming is verleend.
Artikel 4 Bedrijf - Opstijgpunt 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf - Opstijgpunt' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. installaties ten behoeve van de overgang tussen een ondergrondse en een bovengrondse 110kVhoogspanningsverbinding; b. een bovengrondse 380/110kV-hoogspanningsverbinding. Met de daarbij behorende: c. (hoogspannings)kabels en leidingen; d. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; e. mofputten; f. erven en terreinen; g. parkeervoorzieningen; h. nutsvoorzieningen; i. groenvoorzieningen; j. watergangen en -partijen en andere waterhuishoudkundige voorzieningen; k. wegen, paden en verhardingen. 4.2
Bouwregels
4.2.1 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 3 m; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 62 m. 4.3
Specifieke gebruiksregels
4.3.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruiken van bouwwerken als drager van reclame-uitingen; b. het gebruik van gronden voor het permanent opslaan van goederen, (brandbare) stoffen en/of materialen.
9 | 20
ACT TWB | 125549/22-018.255 | Definitief
Artikel 5 Groen 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. bermen en beplanting; c. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; d. fiets- en voetpaden; e. nutsvoorzieningen en mofputten. Met de daarbij behorende: f. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 5.2
Bouwregels
5.2.1
Gebouwen
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 5.3
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
5.3.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen van hoogopgaande en/of diepwortelende beplanting en bomen, alsmede het rooien van beplantingen en bomen; b. het veranderen van het huidige maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen of afgraven; c. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen in de bodem; d. diepploegen; e. het verrichten van grondroeractiviteiten anders dan normaal spit- en ploegwerk; f. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; g. het aanleggen van watergangen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen, alsmede het verhogen of verlagen van het waterpeil; h. het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de bestemmingsomschrijving aangegeven, en daarmee verband houdende constructies. 5.3.2 Uitzonderingen De in lid 5.3.1 bedoelde vergunning is niet vereist voor werken en werkzaamheden: a. die verband houden met de bouw en landschappelijke inpassing van het in artikel 3 bedoelde hoogspanningsstation; b. die de aanleg, het beheer en de instandhouding betreffen van ondergrondse hoogspannings- en middenspanningsverbindingen, als bedoeld in dit bestemmingsplan; c.
die reeds in uitvoering zijn op het moment van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; d. die het normale onderhoud tot doel hebben. 5.3.3 Voorwaarden Indien de omgevingsvergunning gevolgen kan hebben voor de waterhuishouding, wordt de aanvraag voor de vergunning voorgelegd aan het betreffende waterschap met het verzoek de aanvraag te voorzien van een deskundigenadvies.
10 | 20
ACT TWB | 125549/22-018.255 | Definitief
Artikel 6 Leiding - Hoogspanning 6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Hoogspanning' bestemde gronden zijn, behalve voor de andere daar geldende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg, het beheer en de instandhouding van een ondergrondse 110 kV-hoogspanningsverbinding, met de daarbij behorende: a. belemmeringenstrook; b. voorzieningen ten behoeve van de bestemming, zoals glasvezel, kabels, (buis)leidingen, overkluizingen, mantelbuizen en mofputten. 6.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op of in de in dit artikel bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken met een bouwhoogte van maximaal 3 m ten dienste van de in lid 6.1 bedoelde bestemming worden gebouwd; b. de maximale oppervlakte van bebouwing m ten dienste van de in lid 6.1 bedoelde bestemming bedraagt 25 m² per gebouw; c. behoudens het gestelde onder a zijn op of in de in dit artikel bedoelde gronden geen gebouwen en bouwwerken toegestaan, met uitzondering van bestaande (vergunde) gebouwen en bouwwerken; d. indien bestaande gebouwen en/of bouwwerken worden vervangen, vernieuwd of veranderd is dit toegestaan indien de oppervlakte en hoogte niet worden vergroot en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.
6.3 Afwijken van de bouwregels Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 6.2 onder b en c en worden toegestaan dat wordt gebouwd overeenkomstig de andere aan de gronden toegekende bestemming(en), mits: a. de belangen en de veiligheid van de betrokken hoogspanningsverbinding niet worden geschaad; b. uit vooraf ingewonnen advies bij de betreffende leidingbeheerder van de 110 kVhoogspanningsverbinding is gebleken dat hiertegen uit oogpunt van doelmatig leidingbeheer geen bezwaar bestaat. 6.4 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden voor het permanent opslaan van goederen, (brandbare) stoffen en/of materialen. 6.5 Afwijken van de specifieke gebruiksregels Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 6.4 en worden toegestaan dat permanente opslag plaatsvindt van goederen, (brandbare) stoffen en/of materialen overeenkomstig de andere aan de gronden toegekende bestemming(en), mits: a. de belangen en de veiligheid van de betrokken hoogspanningsverbinding niet worden geschaad; b. uit vooraf ingewonnen advies bij de betreffende leidingbeheerder van de 110 kVhoogspanningsverbinding is gebleken dat hiertegen uit oogpunt van doelmatig leidingbeheer geen bezwaar bestaat; c.
in de afweging omtrent verlening van afwijking in ieder geval rekening wordt gehouden met belangen uit agrarische bedrijfsvoering, ruimtelijk-, landschappelijk-, cultuurhistorisch, verkeerstechnisch-, milieuhygiënisch, archeologisch- en ecologisch oogpunt, het functioneren van het watersysteem, de woonsituatie, het straat- en bebouwingsbeeld, mogelijke onevenredige aantasting van de leefbaarheid en gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken.
11 | 20
ACT TWB | 125549/22-018.255 | Definitief
6.6
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
6.6.1 Verbod In het belang van de hoogspanningsverbinding als bedoeld in lid 6.1 is het, behoudens het bepaalde in lid 6.6.2, verboden op en in de in lid 6.1 bedoelde gronden zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen van hoogopgaande en/of diepwortelende beplanting en bomen, alsmede het rooien van beplantingen en bomen; b. het veranderen van het huidige maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen of afgraven; c. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen in de bodem; d. diepploegen; e. het verrichten van grondroeractiviteiten anders dan normaal spit- en ploegwerk; f. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; g. het aanleggen van watergangen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen, alsmede het verhogen of verlagen van het waterpeil; h. het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de bestemmingsomschrijving aangegeven, en daarmee verband houdende constructies. 6.6.2 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in lid 6.6.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. verband houden met de aanleg van de desbetreffende ondergrondse hoogspanningsverbinding, zoals bedoeld in lid 6.1 en de daarbij horende voorzieningen; b.
betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer van de hoogspanningsverbinding, zoals bedoeld in lid 6.1, en de belemmeringenstrook; c. betrekking hebben op de aanleg van de bovengrondse hoogspanningsverbinding zoals bedoeld in artikel 7; d. betrekking hebben op de aanleg van het ondergrondse middenspanningsnet zoals bedoeld in artikel 10; e. die verband houden met de bouw en landschappelijke inpassing van het in artikel 3 bedoelde hoogspanningsstation; f. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan en in overeenstemming zijn met de op dat moment geldende toepasselijke regelgeving dan wel mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; g. graafwerkzaamheden betreffen als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken. 6.6.3 Toelaatbaarheid De vergunning als bedoeld in lid 6.6.1 wordt slechts verleend indien: a. is aangetoond dat de desbetreffende werken en/of werkzaamheden niet strijdig zijn met de belangen en de veiligheid van de hoogspanningsverbinding; b. uit vooraf ingewonnen advies bij de betreffende leidingbeheerder van de 110 kVhoogspanningsverbinding is gebleken dat hiertegen uit oogpunt van doelmatig leidingbeheer geen bezwaar bestaat.
12 | 20
ACT TWB | 125549/22-018.255 | Definitief
Artikel 7 Leiding - Hoogspanningsverbinding 1 7.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Leiding - Hoogspanningsverbinding 1’ bestemde gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. de aanleg, het beheer en de instandhouding van een bovengrondse 380 kV-hoogspanningsverbinding; b. een belemmeringenstrook. Met de daarbij behorende: c. voorzieningen ten behoeve van de bestemming, zoals (veiligheids)voorzieningen; d. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 7.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op of in de in dit artikel bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd ten dienste van de in lid 7.1 bedoelde bestemming die voldoen aan de volgende criteria: 1 de bouwhoogte van een hoogspanningsmast mag niet meer bedragen dan 62 m; 2 de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3,5 m; b. ten behoeve van de andere aan deze gronden toegekende bestemmingen mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemmingen geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte en hoogte niet worden vergroot en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.
7.3 Afwijken van de bouwregels Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 7.2 onder b en worden toegestaan dat wordt gebouwd overeenkomstig de andere aan de gronden toegekende bestemming(en), mits: a. de belangen en de veiligheid van de betrokken hoogspanningsverbinding niet worden geschaad; b. uit vooraf ingewonnen advies bij de betreffende leidingbeheerder van de bovengrondse 380 kVhoogspanningsverbinding is gebleken dat hiertegen uit oogpunt van doelmatig leidingbeheer geen bezwaar bestaat. 7.4
Specifieke gebruiksregels
7.4.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruiken van bouwwerken als drager van reclame-uitingen; b. het gebruik van gronden voor het permanent opslaan van goederen, (brandbare) stoffen en/of materialen. 7.5 Afwijken van de specifieke gebruiksregels Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 7.4.1 en worden toegestaan dat permanente opslag plaatsvindt van goederen, (brandbare) stoffen en/of materialen overeenkomstig de andere aan de gronden toegekende bestemming(en), mits: a. de belangen en de veiligheid van de betrokken hoogspanningsverbinding niet worden geschaad; b. uit vooraf ingewonnen advies bij de betreffende leidingbeheerder van de bovengrondse 380 kVhoogspanningsverbinding is gebleken dat hiertegen uit oogpunt van doelmatig leidingbeheer geen bezwaar bestaat.
13 | 20
ACT TWB | 125549/22-018.255 | Definitief
7.6
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
7.6.1 Verbod Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Leiding - Hoogspanningsverbinding 1' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen van hoogopgaande en/of diepwortelende beplanting en bomen, alsmede het rooien van beplantingen en bomen; b. het veranderen van het huidige maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen of afgraven; c. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen dieper dan 0,5 m onder maaiveld; d. het verrichten van grondroeractiviteiten dieper dan 0,5 m onder maaiveld anders dan normaal spit- en ploegwerk voor zover dit geen diepploegen dieper dan 1 m onder maaiveld is; e. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; f. het aanleggen van watergangen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen, alsmede het verhogen of verlagen van het waterpeil; g. het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de bestemmingsomschrijving aangegeven, en daarmee verband houdende constructies. 7.6.2 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in lid 7.6.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a.
verband houden met de aanleg van de desbetreffende bovengrondse hoogspanningsverbinding, zoals bedoeld in lid 7.1 en de daarbij horende voorzieningen; b. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer van de hoogspanningsverbinding, zoals bedoeld in lid 7.1, en de belemmeringenstrook als ook het normaal onderhoud en beheer hetgeen krachtens de onderliggende bestemmingen is toegestaan; c. betrekking hebben op de aanleg van de ondergrondse hoogspanningsverbinding zoals bedoeld in artikel 6; d. betrekking hebben op de aanleg van het ondergrondse middenspanningsnet zoals bedoeld in artikel 10; e. die verband houden met de bouw en landschappelijke inpassing van het in artikel 3 bedoelde hoogspanningsstation; f. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan en in overeenstemming zijn met de op dat moment geldende toepasselijke regelgeving dan wel mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; g. graafwerkzaamheden betreffen als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken. 7.6.3 Toelaatbaarheid De vergunning als bedoeld in lid 7.6.1 wordt slechts verleend indien: a. is aangetoond dat de desbetreffende werken en/of werkzaamheden niet strijdig zijn met de belangen en de veiligheid van de hoogspanningsverbinding; b.
uit vooraf ingewonnen advies bij de betreffende leidingbeheerder van de bovengrondse 380 kVhoogspanningsverbinding is gebleken dat hiertegen uit oogpunt van doelmatig leidingbeheer geen bezwaar bestaat.
14 | 20
ACT TWB | 125549/22-018.255 | Definitief
Artikel 8 Leiding - Hoogspanningsverbinding te vervallen 1 Ter plaatse van de bestemming ‘Leiding - Hoogspanningsverbinding te vervallen 1’ komt de onderliggende dubbelbestemming 'Leiding - Hoogspanningsverbinding 1' ten behoeve van een bovengrondse 380 kVhoogspanningsverbinding met bijbehorende voorzieningen, zoals opgenomen in het bestemming ‘Buitengebied 2011’ met IMRO-code NL.IMRO.0114.2009072-0710, te vervallen vanaf twee jaar nadat het hoogspanningsstation, zoals bedoeld in artikel 3 van dit plan, in gebruik is genomen. Binnen twee jaar na het volledig in bedrijf nemen van het hoogspanningsstation dient de te vervallen hoogspanningsverbinding uit bedrijf genomen te zijn en dient te zijn begonnen met de verwijdering van deze verbinding. Tot het moment van het vervallen van de bestemming blijft de dubbelbestemming 'Leiding Hoogspanningsverbinding 1' ten behoeve van een bovengrondse 380 kV-hoogspanningsverbinding met bijbehorende voorzieningen, zoals opgenomen in het bestemmingplan ‘Buitengebied 2011’ met IMRO-code NL.IMRO.0114.2009072-0710 in werking.
Artikel 9 Leiding - Hoogspanningsverbinding te vervallen 2 Ter plaatse van de bestemming ‘Leiding - Hoogspanningsverbinding te vervallen 2’ komt de onderliggende dubbelbestemming ‘Leiding - Hoogspanningsverbinding 2' ten behoeve van een bovengrondse 110 kVhoogspanningsverbinding met bijbehorende voorzieningen, zoals opgenomen in het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2011’ met IMRO-code NL.IMRO.0114.2009072-0710, te vervallen nadat dit bestemmingsplan is vastgesteld. Tot het moment van het vervallen van de bestemming blijft de dubbelbestemming 'Leiding Hoogspanningsverbinding 2' ten behoeve van een bovengrondse 110 kV-hoogspanningsverbinding met bijbehorende voorzieningen, zoals opgenomen in het bestemmingplan ‘Buitengebied 2011’ met IMRO-code NL.IMRO.0114.2009072-0710 in werking.
Artikel 10 Leiding - Middenspanning 10.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Middenspanning' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar geldende bestemming(en), mede bestemd voor een ondergronds middenspanningsnet alsmede voor de hierbij behorende belemmeringenstrook, mofputten en voorzieningen ten behoeve van de bestemming. 10.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op of in de in dit artikel bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken met een bouwhoogte van maximaal 2 m ten dienste van de in lid 10.1 bedoelde bestemming worden gebouwd; b. behoudens het gestelde onder a zijn op of in de in dit artikel bedoelde gronden geen gebouwen en bouwwerken toegestaan, met uitzondering van bestaande (vergunde) gebouwen en bouwwerken; c. indien bestaande gebouwen en/of bouwwerken worden vervangen, vernieuwd of veranderd is dit toegestaan indien de oppervlakte en hoogte niet worden vergroot en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 10.3 Afwijken van de bouwregels Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 10.2 onder b en c en worden toegestaan dat wordt gebouwd overeenkomstig de andere aan de gronden toegekende bestemming(en), mits: a. de belangen en de veiligheid van het betrokken middenspanningsnet niet worden geschaad; b.
uit vooraf ingewonnen advies bij de betreffende leidingbeheerder van het middenspanningsnet is gebleken dat hiertegen uit oogpunt van doelmatig leidingbeheer geen bezwaar bestaat.
15 | 20
ACT TWB | 125549/22-018.255 | Definitief
10.4 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval begrepen het gebruik van gronden voor het permanent opslaan van goederen, (brandbare) stoffen en/of materialen. 10.5 Afwijken van de specifieke gebruiksregels Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 10.4 en worden toegestaan dat permanente opslag plaatsvindt van goederen, (brandbare) stoffen en/of materialen overeenkomstig de andere aan de gronden toegekende bestemming(en), mits: a. de belangen en de veiligheid van het betrokken middenspanningsnet niet worden geschaad; b. uit vooraf ingewonnen advies bij de betreffende leidingbeheerder van het middenspanningsnet is gebleken dat hiertegen uit oogpunt van doelmatig leidingbeheer geen bezwaar bestaat. 10.6
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
10.6.1 Verbod In het belang van het middenspanningsnet als bedoeld in lid 10.1 is het, behoudens het bepaalde in lid 10.6.2, verboden op en in de in lid 10.1 bedoelde gronden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen van hoogopgaande en/of diepwortelende beplanting en bomen, alsmede het rooien van beplantingen en bomen; b. het veranderen van het huidige maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen of afgraven; c. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen dieper dan 0,5 m onder maaiveld; d. het verrichten van grondroeractiviteiten dieper dan 0,5 m onder maaiveld anders dan normaal spit- en ploegwerk voor zover dit geen diepploegen dieper dan 1 m onder maaiveld is; e. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; f. het aanleggen van watergangen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen, alsmede het verhogen of verlagen van het waterpeil; g. het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de bestemmingsomschrijving aangegeven, en daarmee verband houdende constructies. 10.6.2 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in lid 10.6.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a.
verband houden met de aanleg van het desbetreffende middenspanningsnet, zoals bedoeld in lid 10.1 en de daarbij behorende voorzieningen; b. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer van het middenspanningsnet, zoals bedoeld in lid 10.1, en de belemmeringenstrook; c. betrekking hebben op de aanleg van de ondergrondse hoogspanningsverbinding zoals bedoeld in artikel 6; d. betrekking hebben op de aanleg van de bovengrondse hoogspanningsverbinding zoals bedoeld in artikel 7; e. die verband houden met de bouw en landschappelijke inpassing van het in artikel 3 bedoelde hoogspanningsstation; f. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van inwerkingtreding van dit plan en in overeenstemming zijn met de op dat moment geldende toepasselijke regelgeving dan wel mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; g. graafwerkzaamheden betreffen als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken. 10.6.3 Toelaatbaarheid De vergunning als bedoeld in lid 10.5.1 wordt slechts verleend indien: a. is aangetoond dat de desbetreffende werken en/of werkzaamheden niet strijdig zijn met de belangen en de veiligheid van het middenspanningsnet; b. uit vooraf ingewonnen advies bij de betreffende leidingbeheerder van het middenspanningsnet is gebleken dat hiertegen uit oogpunt van doelmatig leidingbeheer geen bezwaar bestaat.
16 | 20
ACT TWB | 125549/22-018.255 | Definitief
Artikel 11 Waarde - Archeologie 11.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de archeologische waarden in het gebied. 11.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. bij een verstoring die dieper gaat dan 15 cm dient de aanvrager de bouwwerkzaamheden onder extensieve archeologische begeleiding uit te voeren en een door het bevoegd gezag goed te keuren Programma van Eisen op te stellen. 11.3
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
11.3.1 Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde en/of werkzaamheden uit te voeren die de archeologische waarden verstoren, indien bij het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, de verstoring van de gronden dieper gaat dan 15 cm: a. het verwijderen van de bovenste bodemlaag/bodemlagen (afgraven); b. het verwijderen van een of meer bodemlagen en het daarna weer opbrengen van grond, bestaand uit de oorspronkelijke toplaag en/ of grond van elders (vergraven); c. het vermengen, keren van (alle) lagen in het bodemprofiel met een diepte van minimaal 15 cm (gemeten vanaf het oorspronkelijke maaiveld) ten behoeve van agrarisch gebruik (diepploegen- en woelen); d. het verwijderen van het microreliëf in de toplaag (egaliseren); e. het diep in de grond indrijven van heipalen of andere voorwerpen; f. het aanbrengen van leidingen en daarna weer terugbrengen van de grond, bestaande uit de oorspronkelijke toplaag en/of grond van elders; g. het aanbrengen van drainagebuizen in de grond; h. het bemalen van een of meerdere percelen (aanbrengen onderbemaling); i. het aanleggen van sloten of greppels, verbreden en/of uitdiepen van bestaande sloten of greppels; j. het aanplanten van gewassen of jonge bomen (ten behoeve van boomkwekerij of sierteelt).
11.3.2 Uitzonderingen Het in artikel 11.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud betreffen; b. onder extensieve archeologische begeleiding plaatsvinden. 11.3.3 Toelaatbaarheid Een in artikel 11.3.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien door de werken en/of werkzaamheden of door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen de archeologische waarden van deze gronden, zoals omschreven in de bestemmingsomschrijving van onderhavige bestemming, niet onevenredig (kunnen) worden geschaad.
17 | 20
ACT TWB | 125549/22-018.255 | Definitief
3 ALGEMENE REGELS
Artikel 12 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 13 Algemene gebruiksregels 13.1 Strijdig gebruik Onder een gebruik strijdig met de bestemming wordt in ieder geval verstaan: a. het niet na graafwerkzaamheden bij de aanleg, het beheer en het onderhoud van de ondergrondse hoogspanningsverbinding en het middenspanningsnet zoveel als redelijkerwijs mogelijk in de oorspronkelijke staat terugbrengen van de aardkundige en ecologische waarden en verkavelingspatronen.
Artikel 14 Algemene aanduidingsregels 14.1
Geluidzone - industrie
14.1.1 Algemeen De gronden ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en instandhouding van de geluidsruimte voor een hoogspanningsstation. 14.1.2 Bouwregels a. voor het bouwen geldt dat geen nieuwe bouwwerken mogen worden gebouwd ten behoeve van geluidsgevoelige functies, met uitzondering van: ver-/nieuwbouw van bestaande gebouwen waarbij de bestaande oppervlakte van het gebouw, in generlei opzicht wordt vergroot of veranderd. 14.1.3 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met deze gebiedsaanduiding wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van niet-geluidsgevoelige objecten als geluidsgevoelig object; b. de nieuwvestiging van geluidsgevoelige gebouwen en terreinen. 14.1.4 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en de aanduiding wijzigen in die zin dat de zone wordt aangepast indien daartoe als gevolg van wijziging in gebruik, bedrijfsvoering, regelgeving of vergunningverlening aanleiding bestaat.
18 | 20
ACT TWB | 125549/22-018.255 | Definitief
Artikel 15 Overige regels 15.1 Van toepassing verklaring Voor zover in dit plan aan gronden geen enkelbestemming is toegekend, blijven de volgende bestemmingsplannen van toepassing met inachtneming van de aanvullingen die in dit plan voor de gronden zijn opgenomen:
Plan
IMRO
Bevoegd gezag
Nieuw-Amsterdam-Veenoord, Bedrijventerrein de Tweeling
NL.IMRO.011413002005069-
gemeente Emmen
Buitengebied 2011
NL.IMRO.0114.2009072-0710
gemeente Emmen
Parapluplan Parkeernormen gemeente Emmen
NL.IMRO.0114.2017025-P701
gemeente Emmen
Parapluplan Standplaatsen
NL.IMRO.0114.2017011-P701
gemeente Emmen
Buitengebied Emmen, facetregeling geitenhouderijen
NL.IMRO.0114.2020020-B501
gemeente Emmen
Emmen, Archeologie
NL.IMRO.0114.2020032-B501
gemeente Emmen
15.1.1 Werking wettelijke regelingen De wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan. 15.2
Voorrangsregels
15.2.1 Voorrang dubbelbestemming In het geval van strijdigheid van belangen tussen een enkelbestemming en een dubbelbestemming, gaat het belang van de dubbelbestemming voor. 15.2.2 Onderlinge relatie dubbelbestemmingen Voor zover op gronden meerdere dubbelbestemmingen zoals bedoeld in de artikelen 6, 7 en 10 gelden, wordt, voor zover de voor die dubbelbestemmingen geldende regels ten aanzien van bebouwing of gebruik niet met elkaar verenigbaar zijn, in afnemende mate prioriteit verleend aan de dubbelbestemming: a. leiding – hoogspanningsverbinding 1; b. leiding - hoogspanning; c. leiding - middenspanning. 15.2.3 Verhouding met onderliggende bestemmingsplannen Voor zover de dubbelbestemmingen ‘Leiding - Hoogspanning’, ‘Leiding - Hoogspanningsverbinding 1’, ‘Leiding - Middenspanning’ en ‘Waarde - Archeologie’, als bedoeld in artikel 6, 7, 10 en 11 van dit plan samenvallen met de bestemmingen die gelden volgens de onderliggende bestemmingsplannen, gaan de dubbelbestemmingen van dit plan voor, waarbij geldt dat deze dubbelbestemmingen ten opzichte van de onderliggende dubbelbestemming 'Leiding - Gas’ van ondergeschikte betekenis zijn.
19 | 20
ACT TWB | 125549/22-018.255 | Definitief
4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 16 Overgangsrecht 16.1 Overgangsrecht bouwwerken a. een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1 geheel of gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2 na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan; b. het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk met maximaal 10 %; c. het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 16.2 Overgangsrecht gebruik a. het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b.
het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in dit lid onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. indien het gebruik, bedoeld in dit lid onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 17 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Buitengebied, Hoogspanningsstation Veenoord.
20 | 20
ACT TWB | 125549/22-018.255 | Definitief
Bijlage(n)
I BIJLAGE: LANDSCHAPSPLAN
ACT TWB | 125549/22-013.358 | Bijlage I | Ontwerp
V.O.F. ACT TWB