Bijlage 2.11 VIII - Historisch vooronderzoek bodem
Tekst van het document
Historisch vooronderzoek (water)bodem NNON Locatie Veenoord Boerdijk 3 mei 2021
Kenmerk
R001-1280309DKI-V02-evm-NL
Verantwoording Titel
Historisch vooronderzoek (water)bodem NNON Locatie Veenoord Boerdijk
Opdrachtgever
Tennet TSO.
Projectleider
Willem Hulsen
Auteur(s)
Dieneke Kroeze - van Veen
Tweede lezer
Arno Velthorst
Projectnummer
1280309
Aantal pagina’s
38
Datum
3 mei 2021
Handtekening
Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.
Colofon TAUW bv W.A. Scholtenstraat 3a Postbus 722 9400 AS Assen T +31 59 23 91 30 0 E info.assen@tauw.com
2/38
Kenmerk
R001-1280309DKI-V02-evm-NL
Inhoud 1
2
3
Inleiding ..................................................................................................................................... 5 1.1
Aanleiding........................................................................................................................... 5
1.2
Voornemen ......................................................................................................................... 5
1.3
Doel en scope .................................................................................................................... 6
1.4
Leeswijzer .......................................................................................................................... 9
Vooronderzoek landbodem en waterbodem ........................................................................... 10 2.1
Algemeen ......................................................................................................................... 10
2.2
Archeologie ...................................................................................................................... 11
2.3
Explosieven ...................................................................................................................... 11
2.4
Regionale bodemopbouw en geohydrologie .................................................................... 11
2.5
Geraadpleegde informatiebronnen .................................................................................. 12
2.6
Overzicht verdachte deellocaties ..................................................................................... 12
2.7
Uitgevoerde bodemonderzoeken en verontreinigingssituatie .......................................... 16
2.8
(Asbest)verdachtheid van de bodem ............................................................................... 24
2.9
PFAS-verdachtheid van de bodem .................................................................................. 26
2.10
Uitgevoerde waterbodemonderzoeken en verontreinigingssituatie ................................. 26
Conclusie vooronderzoek landbodem ..................................................................................... 27
inclusief aanbevolen strategie ........................................................................................................ 27 3.1
Algemeen ......................................................................................................................... 27
3.2
Verdachte deellocaties ..................................................................................................... 30
3.2.1
Slootdempingen (geen lettercode, maar oranje stippellijn en cijfercode) ................. 30
3.2.2
Dammen (lettercode A) ............................................................................................. 30
3.2.3
Veenoord KL Zuid ..................................................................................................... 31
3.2.4
Veenoord Gebied Noord ........................................................................................... 33
3.2.5
Veenoord Gebied Midden ......................................................................................... 35
3.2.6
Veenoord Gebied Zuid .............................................................................................. 36
4
Conclusie vooronderzoek waterbodem inclusief aanbevolen strategie ................................... 37
5
Terreinverkenning ................................................................................................................... 38
3/38
Kenmerk
R001-1280309DKI-V02-evm-NL
Bijlage 1
Regionale ligging van de onderzoekslocatie
Bijlage 2
Afbakening onderzoekslocatie
Bijlage 3
Kaart met bevindingen vooronderzoek en kaarten met watergangen
Bijlage 4
Contouren locaties verdachte strategie
Bijlage 5
Verontreinigingscontour grondwater De Velden Veenoord
Bijlage 6
Onderzoeksinspanning verdachte locaties landbodem
Bijlage 7
Resultaten vooronderzoek NEN 5717
4/38
Kenmerk
R001-1280309DKI-V02-evm-NL
1 Inleiding 1.1
Aanleiding
TenneT werkt samen met de regionale netbeheerders aan het versterken van het elektriciteitsnet in Drenthe en Groningen. Dat is nodig om de energietransitie mogelijk te maken en het sterk stijgende aanbod van duurzame elektriciteitsproductie, zoals zonne- en windenergie mogelijk te maken. En op termijn ook de verwachte groei van de vraag naar elektriciteit. De versterking van het netwerk vindt onder meer plaats door nieuwe 380/110 kV en 220/110 kV hoogspanningsstations te bouwen en bestaande hoogspanningsstations uit te breiden. De verschillende deelprojecten vallen onder de 'Netversterking Noord-Oost Nederland' (NNON). De geplande uitbreidingen zijn in de onderstaande afbeelding schematisch weergegeven. Voorafgaand aan dit onderzoek is een locatiestudie uitgevoerd. Op basis van deze locatiestudie is de locatie Veenoord-Boerdijk, ten noordwesten van Veenoord, als voorkeurslocatie geselecteerd. Afbeelding 1.1 Geplande uitbreidingen in Noordoost Nederland van TenneT en Enexis
1.2
Voornemen
TenneT en Enexis willen het nieuwe 380/110/20kV-hoogspanningsstation ‘Veenoord-Boerdijk’ realiseren in het zuidoosten Drenthe om overbelasting van het 110kV hoogspanningsnet in de regio te voorkomen. Overbelasting wordt voorkomen door met het nieuwe station te zorgen voor: • Een koppeling tussen het 110 kV- en 380 kV hoogspanningsnet, waardoor lokaal opgewekte energie via het landelijk 380kV net verder kan worden getransporteerd • Nieuwe aansluitpunten voor duurzame initiatieven. Onderdeel van het station is een middenspanningsstation (20 kV) van de regionale netbeheerder Enexis.
5/38
Kenmerk
R001-1280309DKI-V02-evm-NL
Het grootste deel van de duurzame initiatieven wordt aangesloten op het laag- en middenspanningsnet van Enexis. Via het nieuw te realiseren middenspanningsstation komt de energie op het hoogspanningsnet (110 kV- en 380 kV), waar het verder wordt getransporteerd Het projectgebied ligt ten noorden van de A37 bij afrit 4 en sluit aan op het bedrijvenpark De Tweeling. De toekomstige stationslocatie ligt ten noordwesten van Veenoord en ten zuidwesten van Emmen, in de gemeente Emmen. De bijbehorende verbindingen komen deels in de gemeente Coevorden te liggen. Het nieuwe hoogspanningsstation wordt gerealiseerd direct ten zuiden van de bestaande gecombineerde TenneT 380/110kV-hoogspanningsverbinding van Meeden naar Zwolle.
1.3
Doel en scope
Het doel van het project is het realiseren van: • Een 380/110/20kV-transformatorstation Veenoord-Boerdijk (deels TenneT, deels Enexis). De precieze indeling van het station is momenteel nog niet bekend • Toegangsweg naar het nieuwe station • Ruimtereservering voor toekomstige kabelstroken voor TenneT en Enexis (20kV) • Verwijdering van mast 119 en 220 • Aanpassing van mast 116 (moflocatie) • Nieuwe mastlocaties 119A, 119B, 120A, 120B en 120C • Realisatie van ondergrondse 110kV-verbinding voor aansluiting van mast 121 en 116 op station Veenoord-Boerdijk • Tijdelijke bovengrondse 380kV-lijnverbinding tijdens de bouwfase (8 tijdelijke mastlocaties) • Reconstructie bestaande 380kV-lijnverbinding Daarnaast zijn er werkstroken en enkele gebieden voor tijdelijke opslag tijdens de bouwfase gereserveerd. Opgemerkt dient te worden dat deze aangeduide tijdelijke opslaglocaties, de kabelstrook van Enexis en de kabelstrook van TenneT (gesitueerd op het noordoostelijke gedeelte van het onderzoeksgebied, zie figuur 1.3) niet worden meegenomen in het bodemonderzoek.
Om bovenstaande punten planologisch mogelijk te maken, worden de volgende werkzaamheden uitgevoerd: • Opstellen van een m.e.r.-aanmeldingsnotitie voor het project; • Herziening van het bestemmingsplan (in de gemeenten Emmen en Coevorden); • Uitvoeren benodigde bureau- en veldonderzoeken voor de bestemmingsplanwijzigingen, noodzakelijke vergunningen en m.e.r.-aanmeldingsnotitie. Voorliggend onderzoek, het Historisch Vooronderzoek NNON Locatie Veenoord Boerdijk, betreft een onderdeel van de bureaustudies en is door TAUW bv uitgevoerd als onderdeel van de samenwerkende partijen binnen de combinatie ACT TWB. Het historisch vooronderzoek heeft als doel om inzicht te verkrijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie voor zowel landbodem als waterbodem.
6/38
Kenmerk
R001-1280309DKI-V02-evm-NL
Op basis hiervan wordt advies gegeven in hoeverre verkennend (water)bodemonderzoek benodigd is en welke strategie hiervoor wordt geadviseerd. Op basis van de voorgenomen grondroerende werkzaamheden is in eerste instantie de locatie Veenoord Boerdijk ingedeeld in zes deelgebieden (exclusief een optioneel deelgebied) bestaande uit vijf onderzoeksvakken en de te onderzoeken watergangen en -plassen, te weten: •
Veenoord KL Noord (geel)
• • • • •
Veenoord KL Zuid (oranje) Veenoord Gebied Noord (lichtblauw) Veenoord Gebied Midden (groen) Veenoord Gebied Zuid (rood) Watergangen en waterplassen
Het historisch vooronderzoek is in eerste instantie toegespitst op de bovenstaande onderzoeksvakken en watergangen en -plassen. Op 10 februari 2021 is het onderzoeksgebied door de opdrachtgever aangepast. Dit heeft tot gevolg dat (delen van) gebieden waarvoor reeds historisch vooronderzoek is uitgevoerd afvallen, maar dat het onderzoeksgebied ook op een aantal plaatsen is uitgebreid. In voorliggende rapportage zijn alleen de binnen de meest recente contour gelegen locaties opgenomen. Deelgebied Veenoord KL Noord valt in het geheel af en is om deze reden dan ook niet verder opgenomen in deze rapportage. Op aangeven van de opdrachtgever zijn beide versies van het onderzoeksgebied (de in eerste instantie aangeduide onderzoeksvakken (geel, oranje, lichtblauw, groen en rood) en het aangepaste onderzoeksgebied (roze contour)) weergegeven in figuur 1.2, zodat inzichtelijk is waar deze elkaar overlappen, waar gedeelten zijn toegevoegd en waar gedeelten zijn afgevallen. Deze naamgeving van de onderzoeksvakken is voor het historisch vooronderzoek aangehouden. In figuur 1.3 is de meest recente contour van het onderzoeksgebied opgenomen.
7/38
Kenmerk
R001-1280309DKI-V02-evm-NL
Figuur 1.2 Studiegebied en Indeling onderzoekslocatie Veenoord Boerdijk in deelgebieden (roze contouren)
8/38
Kenmerk
R001-1280309DKI-V02-evm-NL
Afbeelding 1.3 Meest recente contour onderzoeksgebied Veenoord-Boerdijk
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt voor het volledige studiegebied (oude en nieuwe onderzoeksgebied) voor zowel landbodem als waterbodem een overzicht gegeven van de bij ons bekende bodembedreigende activiteiten, verdachte deellocaties en uitgevoerde bodemonderzoeken. Op basis daarvan wordt inzicht gegeven in de (te verwachten) verontreinigingssituatie binnen het studiegebied (oude en nieuwe onderzoeksgebied).
9/38
Kenmerk
R001-1280309DKI-V02-evm-NL
Dit is ook aangeduid op kaartmateriaal in bijlage 3. In hoofdstuk 3 wordt voor landbodem per onderzoeksvak waar grondroerende werkzaamheden zijn gepland, aangegeven wat de uit hoofdstuk 2 naar voren komende informatie betekent voor de verdachtheid op het voorkomen van een verontreiniging van de bodem. Dit wordt gedaan voor zowel het oude als het nieuwe onderzoeksgebied, zodat deze informatie alsnog beschikbaar is, mocht het onderzoeksgebied in de toekomst nogmaals worden herzien. Vanzelfsprekend wordt duidelijk aangegeven welke delen nog wel en welke delen niet meer relevant zijn voor het meest recente onderzoeksgebied. Hierbij is alsnog gebruik gemaakt van de in eerste instantie aangegeven onderzoeksvakken. Tevens wordt een strategie geadviseerd voor uit te voeren bodemonderzoek. In hoofdstuk 4 wordt ditzelfde aangegeven, maar dan gericht op de te onderzoeken watergangen en -plassen.
2 Vooronderzoek landbodem en waterbodem 2.1
Algemeen
Er is een vooronderzoek conform de NEN 5725 1 en de NEN 5717 2 uitgevoerd. Gezien de aanleiding van het onderzoek is, voor het vooronderzoek landbodem, gekozen om de onderzoeksvragen te beantwoorden behorend bij aanleiding A uit de NEN 5725. In hoofdstuk 3 is per onderzoeksvak een conclusie van het vooronderzoek voor landbodem opgenomen. Voor het vooronderzoek waterbodem zijn de onderwerpen uit tabel A.1 uit de NEN 5717 beoordeeld. In hoofdstuk 4 is hiervan een conclusie opgenomen. Een kaart met de afbakening van de onderzoekslocatie is opgenomen in bijlage 1. Tabel 2.1 Algemene gegevens onderzoekslocatie
Adres
Veenoord Boerdijk nabij Veenoord
Kadastrale gegevens (www.kadaster.nl)
Gemeente: Sleen Sectie: S Percelen: 210, 221, 228, 264, 265, 271, 389, 497, 498, 499, 500, 539, 541, 542, 594, 598, 599, , 615, 616, 671, 722, 731, 749, 754, 756, 758, 759, 760, 761, 762, 764, 765, 795 Sectie: L Percelen: 130, 200, 288, 349, 512, 513, 547, 586, 595, 636, 709, 710, 738
Gemeente: Emmen Sectie: X Percelen: 937, 938, 941, 942, 946, 948, 950, 951, 952, 953, 954, 957, 958, 962, 963, 969, 1420, 1421, 1422, 1424, 1425, 1432, 1574, 1699 Sectie: D
1
2
NEN 5725: Bodem - Strategie bij het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, oktober 2017 NEN 5717, Bodem — Waterbodem — Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, december 2017
10/38
Kenmerk
R001-1280309DKI-V02-evm-NL
Percelen: 11684, 12259, 12301, 12303, 12305, 12306, 12336, 12337, 12367, 12368, 12370, 12376, 12377, 12453 RD-coördinaten (X/Y)
X: 252.646, Y: 527.838
Bevoegd gezag Wbb
RUD Drenthe
Oppervlakte (ha)
Veenoord KL Noord: 4,5 Veenoord KL Zuid: 3,3 Veenoord Gebied Noord: 34,0 Veenoord Midden: 8,2 Veenoord Gebied Zuid: 1,3 2
Verhardingssituatie (m )
Grotendeels onverhard, deels asfalt, deels klinkers
Bodemkwaliteitsklasse bovengrond1 Bodemkwaliteitsklasse bovengrond
Deels wonen, deels achtergrondwaarde
2
Achtergrondwaarde
1
Bodemkwaliteitskaart Drenthe 2019, Ontgravingskwaliteit bovengrond (0 - 0,5 m-mv), kenmerk BE1656 kaart 1 d.d. 01-05-2019
2
Bodemkwaliteitskaart Drenthe 2019, Ontgravingskwaliteit ondergrond (0,5 – 2,0 m-mv), kenmerk BE1656 kaart 1 d.d. 01-05-2019
2.2
Archeologie
De archeologische verwachting en de bijbehorende aanbevolen onderzoeksmethode worden in een separate rapportage beschreven.
2.3
Explosieven
Een RisicoAnalyse CE en bijbehorende OCE-verdachtheid worden in een separate rapportage beschreven.
2.4
Regionale bodemopbouw en geohydrologie
Lokale omstandigheden zoals waterlopen, drainagesystemen, (lekke) rioleringen en dergelijke kunnen de regionale stromingsrichting van het freatisch grondwater beïnvloeden. In tabel 2.2 zijn de regionale geohydrologische gegevens en bodemopbouw weergegeven. Tabel 2.2 Regionale geohydrologische gegevens en bodemopbouw Onderdeel
Bevinding
Regionale bodemopbouw1
Veengronden met een veenkoloniaal dek op zand zonder humuspodzol, beginnend ondieper dan 1,2 m
Maaiveld hoogte2
11,2 m +NAP
Stijghoogte freatische grondwater
3
12,28 m +NAP
Verwachte regionale grondwaterstromingsrichting van het eerste watervoerend pakket
In een grondwaterbeschermingsgebied?4 Onttrekkingen binnen de onderzoekslocatie?
Nee 5
Kwel / infiltratie (tussen deklaag en watervoerende laag)6 1)
Zuid West
3
Nee kwel (1-2 mm/dag)
Bodemkaart van Nederland, WUR, 2) AHN, 3) NAGROM, 4) INSPIRE View, 5) wkotool.nl, 6) Klimaateffectatlas
11/38
Kenmerk
2.5
R001-1280309DKI-V02-evm-NL
Geraadpleegde informatiebronnen
Voor het inventariseren van de verdachte deellocaties (voormalige of huidige bedrijfsactiviteiten, dempingen, tanks, incidenten et cetera) en uitgevoerde bodemonderzoeken zijn de volgende informatiebronnen geraadpleegd: • • •
Gemeente Coevorden, contactpersoon de heer P. Drent Gemeente Emmen, gegevens via RUD Drenthe RUD Drenthe, contactpersoon de heer R. Nijhoff
• • • • • •
Waterschap Vechtstromen, contactpersonen de heren E. Ruinemans en A. Piersma Bodemloket (www.bodemloket.nl) Topotijdreis (www.topotijdreis.nl) Diverse GIS-bronnen Recente luchtfoto’s van Cyclomedia Street Smart Recente streetview foto’s van Cyclomedia Street Smart
De door TAUW bv voor het historisch onderzoek geraadpleegde bronnen zijn niet altijd zonder fouten en volledig. Voor het verkrijgen van historische informatie is TAUW bv hier wel van afhankelijk, waardoor TAUW bv niet kan instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie
2.6
Overzicht verdachte deellocaties
Uit raadpleging van de in paragraaf 2.5 opgegeven informatiebronnen kwamen de in tabel 2.3 vermelde verdachte deellocaties naar voren.
12/38
Kenmerk
R001-1280309DKI-V02-evm-NL
Tabel 2.3 Overzicht verdachte deellocaties Referentie
Activiteit/deellocatie
001
Stoomtramlijn Klazienaveen-Ter Apel, deel Emmer Compascuum – binnen studiegebied Stoomtramlijn
002
Start
Onbekend
Eind
1947/1948
Informatiebron
Verdachte stoffen
Historisch onderzoek, ReGister, kenmerk 05004
Arseen, benzo(a)pyreen, fluorantheen,
nr. 4701 d.d. 16-03-2005
koper, n-decaan, xyleen, zink
Historisch onderzoek, ReGister, kenmerk 04051
Standaardpakket grond, asbest
Veenoord Boerdijk II, Veenoord – binnen studiegebied Demping met grond
Onbekend
Onbekend
nr. 4227 d.d. 15-02-2005 003
Trekkenweg I (achter Trekkenweg 11), Veenoord – binnen studiegebied Demping met grond
Onbekend
Onbekend
Historisch onderzoek, ReGister, kenmerk 04051
Standaardpakket grond, asbest
nr. 3261 004
Rijksweg tracé Holsloot – Erica Rijksweg
Onbekend
Onbekend
TAUW bv, kenmerk 4441836 d.d. 15-03-2006 bv
Standaardpakket grond, asbest
(beoordeling RUD Drenthe) 005
Weilandpercelen nabij Trekkenweg te Veenoord – deels binnen studiegebied Agrarische percelen, opbrengen van
Onbekend
Onbekend
tarragrond 006
Royal Haskoning, kenmerk
Standaardpakket grond, OCB’s
9P0114/R00003/RLIN/Gron d.d. 05-07-2004
Vml. vloeivelden AVEBE en deels industrieterrein De Velden – deels binnen studiegebied Vloeivelden AVEBE
Onbekend
Onbekend
Bodemonderzoeken met referentie 006
Standaardpakket grond, OCB’s
Grondwaterverontreiniging met nikkel en
Onbekend
Onbekend
Idem
Zink en nikkel in grondwater
Onbekend
Onbekend
Idem
Standaardpakket grond en vluchtige
zink Verontreiniging met brandstofproducten in grond
aromaten
008
De Velden 21 – Defra Beilen BV (Truckservice) – buiten studiegebied
008
Vrachtwagenreparatiebedrijf
1997
Onbekend
Opslag van alifatische koolwaterstoffen
1997
Onbekend
13/38
Kenmerk
Referentie
009
R001-1280309DKI-V02-evm-NL
Activiteit/deellocatie
Start
Eind
Brandstoftank (ondergronds)
1998
Onbekend
Brandstoftank (bovengronds, 4x)
1998
Onbekend
Afgewerkte olietank (bovengronds)
1998
Onbekend
Informatiebron
Verdachte stoffen
Historisch onderzoek, ReGister, kenmerk 04051
Standaardpakket grond, asbest
Trekkenweg III (achter Trekkenweg 12/12A), Veenoord – afstand ca. 85 m Demping met grond
Onbekend
Onbekend
nr. 3261 010
Ermerveen 18, Emmen – afstand ca. 385 m Bestrijdingsmiddelenopslag
Onbekend
Onbekend
ReGister kenmerk 05012 nr. 4495 d.d. 01-07-
Standaardpakket grond, OCB’s, glyfosaat
2005 Bovengrondse gasolietank 1200L
1972
Onbekend
Standaardpakket grond, benzeen, ndecaan, n-octaan, naftaleen, tolueen, xyleen
Werkplaats (landbouwmachinereparatie)
1972
Onbekend
Standaardpakket grond, asbest, fluorantheen, molybdeen, PCB, tolueen, trichloorethaan, trichlooretheen, vinylchloride
Jongveestal annex werktuigenberging Voormalige schuur (afgebrand) 011
Standaardpakket grond, PFAS, asbest 1961
1984
Standaardpakket grond, PFAS, asbest
Ommuurde gasolietank met pomp 1200 L
1991
Onbekend
Opslag van olie 60 L
1991
Onbekend
Idem
Standaardpakket grond, vluchtige aromaten
Berging van landbouwwerktuigen en
1991
Onbekend
RUD Drenthe, beoordeling locatie
Asbest
Ermerveen 1, Veenoord – afstand ca. 230 m ReGister kenmerk 05012 nr. 4315 d.d. 04-10-
Standaardpakket grond, vluchtige aromaten
2005
producten
14/38
Kenmerk
Referentie
013
R001-1280309DKI-V02-evm-NL
Activiteit/deellocatie
Start
Eind
Informatiebron
Verdachte stoffen
Ligboxenstal (veehouderij)
2002
Onbekend
RUD Drenthe, beoordeling locatie
Asbest
ReGister kenmerk HO erf/4223 d.d. 20-06-2005
Standaardpakket grond en asbest
Onbekend
ReGister kenmerk HO erf/4223 d.d. 20-06-2005
Standaardpakket grond en asbest
Onbekend
RUD Drenthe
Boerdijk, Veenoord, erfverharding 1744 – afstand ca. 100m en 155 m Boerderij gesloopt
014
Boerderij gesloopt vanwege aanleg N37 015
1962
Onbekend
Boerdijk, Veenoord, erfverharding 1804 – afstand ca. 190 m en 200 m 1962
Schoolstraat 15, Holsloot – afstand ca. 30 – 70 m HBO-tank (ondergronds, 1m3)
Onbekend
Onder actie tankslag afgevuld met zand. Minerale olie, benzeen, Fluorantheen, ndecaan, n-octaan, naftaleen, tolueen, xyleen
016
Schoolstraat 16, Holsloot – binnen 25 m HBO-tank (ondergronds, 1m3)
Onbekend
Onbekend
RUD Drenthe
Onder actie tankslag afgevuld met zand. Minerale olie, benzeen, Fluorantheen, ndecaan, n-octaan, naftaleen, tolueen, xyleen
017
Schoolstraat 18, Holsloot afstand ca. 100 m Gebreide en gehaakte stoffenfabriek (tricot)
1946
Onbekend
Het Bodemloket
Fluorantheen, xyleen
Vml. varkensstallen
1967
Onbekend
FUGRO Milieu Consult B.V. kenmerk
Standaardpakket grond en asbest
018
Asfaltverharding nabij Fabriekssloot
Onbekend
Onbekend
CycloMedia Streetsmart
019
Woonerf Verl. Wilhelmsweg 133, Nieuw-
Onbekend
Onbekend
CycloMedia Streetsmart
Standaardpakket grond
81990146.110 d.d. 11-05-1999 Teerhoudendheid asfalt, standaardpakket grond
Amsterdam Geen
Slootdempingen
Onbekend
Onbekend
Topotijdreis
Standaardpakket grond
Geen
Toegangsdammen agrarische percelen
Onbekend
Onbekend
CycloMedia Streetsmart
Standaardpakket grond en asbest
15/38
Kenmerk
2.7
R001-1280309DKI-V02-evm-NL
Uitgevoerde bodemonderzoeken en verontreinigingssituatie
Op basis van de informatie op Het Bodemloket is bij de gemeenten Coevorden en Emmen bodeminformatie opgevraagd betreffende het studiegebied en verzocht alle bekende bodeminformatie binnen het studiegebied te verstrekken. De bij de gemeente Emmen bekende informatie is via de RUD Drenthe verstrekt, de bij de gemeente Coevorden is deels via de RUD Drenthe verstrekt en deels rechtstreeks vanuit de gemeente Coevorden. Ter plaatse en in de nabijheid (< 25m) van de onderzoekslocatie zijn bij de gemeente Coevorden en RUD Drenthe diverse bodemonderzoeken bekend. In tabel 2.4 is een overzicht opgenomen van de door de gemeenten aangeleverde, relevante bodemonderzoeken. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de bij de gemeente Emmen bekende bodemonderzoeken en een deel van de bij de gemeente Coevorden bekende onderzoeken het rapport zelf niet is toegestuurd, maar dat een beoordeling van het bodemonderzoek door de RUD Drenthe is verstrekt. Onder de tabel is een samenvatting opgenomen van de verontreinigingssituatie. Dit is ook weergegeven op kaartmateriaal in bijlage 3. Een aantal bodemonderzoeken heeft betrekking op een deel van of juist meer dan één onderzoeksvak. In hoofdstuk 3 is dan ook voor landbodem per onderzoeksvak een algehele conclusie opgenomen van het vooronderzoek waarbij een daarop gebaseerde onderzoeksstrategie voor bodemonderzoek wordt geadviseerd.
In hoofdstuk 4 is een algehele conclusie opgenomen voor waterbodem inclusief geadviseerde strategieën. Tabel 2.4 Uitgevoerde bodemonderzoeken Referentie
Naam onderzoek
001
Stoomtramlijn Veenoord-Nieuw-Amsterdam – binnen studiegebied
Onderzoeksbureau
001B
Historisch onderzoek
ReGister
Kenmerk
HO 05004 nr. 4701
Datum
16-03-2005
(beoordeling RUD Drenthe) 002
Veenoord Boerdijk II, Veenoord – binnen studiegebied Historisch onderzoek
ReGister
HO 04051 nr. 4227
15-02-2005
(beoordeling RUD Drenthe) 003
Trekkenweg I (achter Trekkenweg 11), Veenoord – binnen studiegebied Historisch onderzoek
ReGister
HO 04051 nr. 3261
15-02-2005
(beoordeling RUD Drenthe) 004
Rijksweg 37, tracé Holsloot – Erica – binnen studiegebied Verkennend
TAUW bv
bodemonderzoek
(beoordeling RUD Drenthe)
4441836
15-03-2006
NEN 5740 Rijksweg 37, tracé HolslootErica 005
Weilandpercelen nabij Trekkenweg te Veenoord – deels binnen studiegebied
005A
Nader onderzoek
Royal Haskoning
9P0114/R00003/RLIN/Gron
05-07-2004
Trekkenweg te Veenoord
16/38
Kenmerk
R001-1280309DKI-V02-evm-NL
Referentie
Naam onderzoek
Onderzoeksbureau
Kenmerk
Datum
005B
Verkennend
Iwaco
2250470
25-06-1999
bodemonderzoek percelen weiland nabij Trekkenweg te Veenoord 006
Bedrijventerrein De Velden / De Velden nr. 21 / vml. Vloeivelden Aardappelmeelfabriek AVEBE – De uitgevoerde bodemonderzoeken bevinden zich buiten het studiegebied
006A
Saneringsonderzoek
DHV Noord Nederland BV
K0365
12-02-1996
DHV
3575
September
Grontmij
88 1101-57
industrieterrein Veenoord 006B
Aanvullend NO vml. vloeivelden AVEBE
006C
Aanvullend
1991 Juli 1991
onderzoek vml. vloeivelden AVEBE 007
Bedrijventerrein Veenoord/Nieuw-Amsterdam – deels binnen studiegebied Bijzonder
Tebodin B.V.
27323-00/3315001
27-07-2001
inventariserend onderzoek Bedrijventerrein Veenoord/NieuwAmsterdam 008
De Velden 21 – afstand ca. 450 m, maar ca. 100 m tot S-contour zink in grondwater
008A
Eindsituatie / Nader
FMA Nillesen
BO20150049
09-06-2015
Aveco De Bondt
06.1102.05 / R-JWI/190
27-06-2006
Grontmij Drenthe
122502-1DR
06-03-2002
Grontmij Drenthe
01 7270.1
27-10-1997
Grontmij Drenthe
01/7193-1
01-08-1997
bodemonderzoek ‘’De Tweeling’ aan De Velden 21 te Veenoord 008B
Verkennend bodemonderzoek De Velden 21 Veenoord
008C
Verkennend bodemonderzoek De Velden 21 Veenoord
008D
Nader bodemonderzoek Bedrijventerrein De Tweeling Veenoord
008E
Verkennend bodemonderzoek De Velden, Truckservice.
17/38
Kenmerk
R001-1280309DKI-V02-evm-NL
Referentie
Naam onderzoek
Onderzoeksbureau
Kenmerk
Datum
Bedrijventerrein De Tweeling Veenoord 009
Trekkenweg III (achter Trekkenweg 12/12A), Veenoord – afstand ca. 85 m Historisch onderzoek
ReGister
HO 04051 nr. 4275
15-02-2005
HO 05012 nr. 4495
01-07-2005
05012 / 4315
04-10-2005
(beoordeling RUD Drenthe) 010
Ermerveen 18, Emmen – afstand ca. 385 m Historisch onderzoek
ReGister (incl. beoordeling RUD Drenthe)
011
Ermerveen 1, Veenoord – afstand ca. 230 m Historisch onderzoek
ReGister (incl. beoordeling RUD Drenthe)
012
Verlengde Wilhelmsweg 138, Nieuw Amsterdam – afstand ca. 30 m Verkennend
Sigma Bouw en Milieu
bodemonderzoek
(beoordeling RUD Drenthe)
06-M3374
30-08-2006
NEN 5740 013
014
017
Boerdijk, Veenoord, erfverharding 1744 – afstand ca. 100m en 155 m Pre-Historisch
ReGister
onderzoek
(beoordeling RUD Drenthe)
HO erf / 4223
20-06-2005
Boerdijk, Veenoord, erfverharding 1804 – afstand ca. 190 m en 200 m Pre-Historisch
ReGister
onderzoek
(beoordeling RUD Drenthe)
HO erf / 4295
20-06-2005
81990146.110
11-05-1999
Schoolstraat 18, Holsloot – afstand ca. 100 m Verkennend
FUGRO Milieu Consult B.V.
milieukundige bodemonderzoek op het terrein aan de Schoolstraat 18 te Holsloot
001 – Stoomtramlijn Veenoord-Nieuw-Amsterdam – binnen studiegebied Uit historisch onderzoek door ReGister in 2005 blijkt dat ter plaatse van de voormalige stoomtramlijn, die is opgeheven en waarvan de rails in 1947/1948 zijn verwijderd, een gemengde verharding aanwezig is. Het gebruik in 2005 betreft infrastructuur / verkeer. Uit het historisch onderzoek is gebleken dat op de locatie mogelijk sprake is van bodemverontreiniging. Het betreft vermoedelijk een homogene bodemverontreiniging ter plaatse van de Stoomtramlijn Klazienaveen-Ter Apel, gedeelte Emmer Compascuum. Op de locatie is voor zover bekend nog geen bodemonderzoek uitgevoerd. Het is niet bekend of op de locatie asbest is verwerkt of toegepast.
18/38
Kenmerk
R001-1280309DKI-V02-evm-NL
002 - Veenoord Boerdijk II – binnen studiegebied Deze demping is in 2005 onderzocht door ReGister (002) in het kader van een historisch onderzoek. Het betreft een demping die gedempt is met grond, maar mogelijk potentieel verontreinigd is. De conclusie van het bevoegd gezag luidt dat er geen zintuiglijk of analytisch onderzoek heeft plaatsgevonden en dat de locatie voldoende is onderzocht. Echter gezien het ontbreken van informatie over de betreffende bodemkwaliteit wordt de demping echter alsnog als potentieel verontreinigd beschouwd. 003 - Trekkenweg I (achter Trekkenweg 11), Veenoord – binnen studiegebied Deze demping is in 2005 onderzocht door ReGister (003) in het kader van een historisch onderzoek. Het betreft een demping die gedempt is met grond, maar mogelijk potentieel verontreinigd is. De conclusie van het bevoegd gezag luidt dat de locatie voldoende is onderzocht en/of gesaneerd. Echter gezien het ontbreken van informatie over de betreffende bodemkwaliteit wordt de demping echter alsnog als potentieel verontreinigd beschouwd. 004 – Rijksweg 37, tracé Holsloot – Erica – binnen studiegebied Voorafgaand aan civieltechnische werkzaamheden is de locatie in 2006 door TAUW onderzocht (004).
Op basis van de verstrekte informatie door de RUD Drenthe kan worden geconcludeerd dat uit analyseresultaten blijkt dat de grond licht verontreinigd is met zink en PAK en licht met EOX door humuszuren. Het grondwater is niet onderzocht. Er heeft geen onderzoek naar het voorkomen van asbest plaatsgevonden. Ook blijkt uit de informatie verstrekt door de RUD Drenthe dat de Rijksweg is verhard met puin. De locatie is daardoor niet voldoende onderzocht voor wat betreft asbest. Daarnaast zijn de bekende gegevens over de milieuhygiënische kwaliteit van de grond inmiddels niet meer actueel. 005 - Weilandpercelen nabij Trekkenweg te Veenoord – binnen studiegebied In opdracht van de gemeente Emmen heeft IWACO B.V. verkennend milieukundig bodemonderzoek (005B) verricht op een aantal percelen weiland\bouwland gelegen aan de Trekkenweg nabij Veenoord. De aanleiding voor het uitvoeren van het bodemonderzoek wordt gevormd door de voorgenomen koop van de betreffende percelen door de gemeente Emmen. Doel van het verkennend onderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond, het slib in de omliggende sloten en het ondiepe grondwater vast te leggen. Dit rapport bevat het onderzoek van de te kopen percelen kadastraal bekend onder Veenoord sectie X percelen 923, 925, 937, 938, 939, 940 (excl. woonerf), 941, 942 en 943.
Tijdens het onderzoek zijn plaatselijk zure geuren te relateren aan aardappelresten waargenomen (B12, B37). Ook is plaatselijk een oliegeur waargenomen. Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond licht verontreinigd is met zink, minerale olie en PAK. De ondergrond is licht verontreinigd met koper, zink en minerale olie. Het grondwater is plaatselijk sterk verontreinigd met minerale olie, chroom, nikkel en zink, matig met lood, kwik en cis 1,2-dichlooretheen en licht met arseen, nikkel, koper, benzeen, ethylbenzeen, xylenen en dichloormethaan. De kwaliteit van het slib betreft klasse 0; alleen in vak 2 betreft de kwaliteit klasse 2.
19/38
Kenmerk
R001-1280309DKI-V02-evm-NL
In 2004 heeft Royal Haskoning een nader bodemonderzoek (005A) uitgevoerd ter plaatse van kadastraal perceel X943 als aanvulling op het verkennend bodemonderzoek. De aanleiding hiervoor betrof de matig tot sterke verontreinigingen in het grondwater. De zure, rottende geur die is waargenomen wordt toegeschreven aan de natuurlijk afbraak van tarraresten dan wel zetmeelproducten van de voormalige aardappelmeelfabriek. Ook blijkt uit mondelinge informatie van een oud werknemer van AVEBE dat het vermoeden bestaat dat in het verleden tarragaten op aangrenzend perceel zijn gedicht met oliehoudende grond. Ter plaatse van de onderzoekslocatie voor het nader onderzoek zijn echter slechts licht verhoogde gehalten aan minerale olie gemeten in grondwater en geen verhogingen in de grond. Uit het nader onderzoek blijkt dat het grondwater ter plaatse van alle vier de peilbuizen uit het verkennend bodemonderzoek matig tot sterk verontreinigd is met enkele organische verbindingen en/of zware metalen. In peilbuis 6, die zich nabij de onderzoekslocatie bevond, is een matige concentratie aan arseen aangetoond. Ter plaatse van peilbuis 37 is de sterke verontreiniging afgeperkt. Deze verontreiniging is geen gevolg van het aanbrengen van (met olie)verontreinigde grond, maar is toe te schrijven aan in het verleden aangebrachte aardappelresten.
De grond waar zich tarra bevindt is maximaal licht verontreinigd met EOX en/of minerale olie en plaatselijk kwik. Het wordt aanbevolen in de toekomst geen freatisch grondwater op te pompen nabij peilbuis 37. De peilbuizen waarin matig of sterk verhoogde concentraties zijn aangetoond, bevinden zich met uitzondering van peilbuis 6, op de oostzijde (kadastraal perceel X 943) van de toenmalige onderzoekslocatie en daarmee op een afstand verder dan 500 m ten opzichte van het huidige studiegebied. Het betreft echter een geval van ernstige bodemverontreiniging. Door het gebruik als vloeiveld komen metalen in oplossing als gevolg van de aanwezigheid van organische zuren. De opmerking van bevoegd gezag luidt dat het mogelijk is dat door natuurlijke processen de verontreiniging weer afneemt. Aanbeveling is monitoring om dit te controleren. Deze monitoring heeft, echter niet meer plaatsgevonden als gevolg van ‘interne problemen’. 006 – Bedrijventerrein De Velden nr. 21 / vml. Vloeivelden Aardappelmeelfabriek AVEBE – de uitgevoerde bodemonderzoeken bevinden zich buiten het studiegebied Op basis van tijdens indicatief uitgevoerd onderzoek aangetoonde verontreinigingen (rapport niet verstrekt), zijn deze in juli 1991 door Grontmij aanvullend onderzocht (006C). In september 1991 heeft aanvullend daarop nog een extra aanvullend onderzoek plaatsgevonden door DHV (006B).
Uit de uitgevoerde bodemonderzoeken blijkt samengevat (006A) dat drie gevallen van bodemverontreiniging zijn aangetroffen. Het gaat om licht tot sterke verontreinigingen met metalen in het grondwater, behorend tot aanwezige geval van bodemverontreiniging ‘Zincoat’. Het is door veranderen van regelgeving tijdens het bodemonderzoek onduidelijk wie de verontreiniging dient te saneren. Ten zuidwesten van het terrein (Truckservice Beilen, De Velden nummer 21) is een lichte tot sterke verontreiniging met brandstofproducten aanwezig in grond en grondwater. Deze verontreiniging is niet buiten het industrieterrein gedeelte van De Velden afgeperkt. Voor sanering dient te worden aangesloten bij bovenstaand geval van Zincoat.
20/38
Kenmerk
R001-1280309DKI-V02-evm-NL
Ten derde worden op het zuidelijke deel van het terrein lichte verontreinigingen met brandstofproducten aangetroffen, vermoedelijk afkomstig van zuidelijk aangrenzend perceel. Hoewel op de locatie nadien bouwwerkzaamheden hebben plaatsgevonden, is het is niet bekend of de verontreinigingen daadwerkelijk zijn gesaneerd. De verontreinigingscontouren zijn bij benadering ingetekend op de kaart in bijlage 3. 007 - Bedrijventerrein Veenoord/Nieuw-Amsterdam – deels binnen studiegebied In 2001 heeft Tebodin B.V. een onderzoek uitgevoerd ter plaatse van het (voorgenomen en deels gerealiseerde) Bedrijventerrein Veenoord/Amsterdam (007). Deze locatie omvat ook beide bovenstaande onderzoek referenties 005 en 006. Tebodin heeft geconstateerd dat op delen van het terrein reeds bodemonderzoeken zijn uitgevoerd, maar dat ter plaatse van elf locaties het onderzoek nog niet is afgerond of dat er niet bekend is of er aanvullend onderzoek moet plaatsvinden.
Voor het huidige studiegebied kan het volgende worden geconcludeerd: • Nabij (op ongeveer 25 m afstand) van het huidige studiegebied ten zuiden van de N37 en ten westen van de Boerdijk zijn in de bovengrond en de ondergrond tot 2,0 m -mv maximaal streefwaarde overschrijdingen aangetroffen met uitzondering van een tussenwaarde overschrijding ter plaatse van bedrijfsterrein De Velden (op een afstand van circa 500 m) • In het grondwater nabij het huidige studiegebied zijn binnen 25 m maximaal licht verhoogde concentraties gemeten. De meest dichtbij zijnde aangetoonde matig verhoogde concentraties bevindt zich op een afstand van circa 300 m ten opzichte van het studiegebied. • In het grondwater ter plaatse van Truckservice Beilen aan De Velden zijn sterke verontreinigingen in het grondwater aangetroffen met zware metalen en vluchtige aromaten en bij Zincoat aan de Boerdijk 32 zijn sterke verontreinigingen aangetroffen in het grondwater met zware metalen. Deze contouren zijn op basis van het bodemonderzoek door DHV (referentie 006A) globaal weergegeven op kaartmateriaal in bijlage 3. 008 – De Velden 21 / Defra Beilen BV (Truck Service) – afstand ca. 450 m, maar ca. 100 m tot S-contour zink in grondwater Ter plaatse van de onderzoekslocatie aan De Velden 21 zijn diverse bodemonderzoeken uitgevoerd, zie ook referenties 006 en 007.
In 2002 heeft Grontmij Drenthe (008C) een nader bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse, echter deze is door de RUD Drenthe aangemerkt als niet representatief, omdat niet alle verdachte deellocaties zijn onderzocht en het onderzoek niet geheel dekkend is. In 1997 zijn door Grontmij (008D en 008E) sterke verontreinigingen in grond en grondwater aangetoond met mogelijk verspreidingsrisico’s. In het grondwater (verontreinigde kern) zijn sterk verhoogde concentraties aan diverse zware metalen, minerale olie (vluchtig), en andere vluchtige aromaten gemeten. In een opmerking geeft de RUD Drenthe aan dat op het perceel twee verschillende verontreinigingen aanwezig zijn en dat de verontreiniging met benzeen geschat wordt op ca 2.000m³. In 2006 is de locatie onderzocht door Aveco De Bondt (008B). Hieruit blijkt dat de toplaag licht is verontreinigd met minerale olie en PAK.. Het grondwater in de verontreinigde kern is sterk verontreinigd met zink, nikkel, chroom, minerale olie (vluchtig). Benzeen, tolueen en xylenen zijn licht verhoogd gemeten. Er dient een nader onderzoek te worden uitgevoerd in verband met (reeds bekende) verontreiniging onder bebouwing.
21/38
Kenmerk
R001-1280309DKI-V02-evm-NL
In 2015 heeft FMA Nillesen een eindsituatie en nader bodemonderzoek uitgevoerd. FMA Nillesen geeft aan dat de puinhoudende ophooglaag licht verontreinigd is met minerale olie en PAK. Hierin is geen asbest aangetoond. De ondergrond is niet verontreinigd. Bevestigd is dat de grondwaterverontreiniging afkomstig van het bedrijf Zincoat (referentie 007) ook op het terrein aan De Velden 21 aanwezig is. De verontreiniging met minerale olie (vluchtig) en vluchtige aromaten is eveneens bevestigd. Over de oorzaak van de verontreiniging zijn geen gegevens bekend. Wel is deze verontreiniging reeds in de jaren ’90 aangetoond en moet de locatie aan De Velden 21 als bronlocatie worden beschouwd. Mogelijk leidt dit naast beperkingen in de toekomst tot verplichtingen in het kader van de Wet bodembescherming. 009 - Trekkenweg III (achter Trekkenweg 12/12A), Veenoord – afstand ca. 85 m Deze demping is in 2005 onderzocht door ReGister (005) in het kader van een historisch onderzoek. Het betreft een demping die gedempt is met grond, maar mogelijk potentieel verontreinigd is. De conclusie van het bevoegd gezag luidt dat de locatie voldoende is onderzocht en/of gesaneerd. Echter gezien het ontbreken van informatie over de betreffende bodemkwaliteit wordt de demping echter alsnog als potentieel verontreinigd beschouwd. 010 – Ermerveen 18, Emmen – afstand ca.
385 m Uit historisch onderzoek door ReGister in 2005 (007B) is gebleken dat op de locatie mogelijk sprake is van bodemverontreiniging. Het betreft vermoedelijk een heterogene bodemverontreiniging. Tijdens het onderzoek zijn de volgende verdachte deellocaties aangetroffen: bestrijdingsmiddelenkast (exacte locatie onbekend), bovengrondse gasolietank 1.200 L, werkplaats (landbouwmachinereparatie). De verontreinigingsstatus van de locatie is potentieel ernstig en urgent. Aanbevolen wordt om op de locatie een oriënterend onderzoek uit te voeren. Mogelijke risico's op de locatie: gezien de uitgevoerde activiteiten is het mogelijk dat mobiele stoffen in de grond en het grondwater zijn terechtgekomen. Uit het historisch onderzoek blijkt dat asbesthoudende dakbedekking is toegepast op de jongveestal annex wagenberging, een schuur en een in 1961 gebouwde en in 1984 afgebrande schuur. Vanwege de brand is de locatie ook verdacht op het voorkomen van PFAS. Voor zover bekend is op de locatie geen bodemonderzoek uitgevoerd. De conclusie van het locatiebezoek uit de beoordeling door de RUD Drenthe luidt dat de locatie deels verhard en deels onverhard is. Er is geen vloeistofdichte vloer aanwezig. Aanbevolen wordt een oriënterend onderzoek uit te voeren. 011 – Ermerveen 1, Veenoord – afstand ca.
230 m Uit historisch onderzoek door ReGister in 2005 (007B) is gebleken dat op de locatie mogelijk sprake is van bodemverontreiniging. Het betreft vermoedelijk een heterogene bodemverontreiniging. Tijdens het onderzoek zijn de volgende verdachte deellocaties aangetroffen: ommuurde gasolietank met pomp 1200 l en opslag van olie 60 l. De verontreiniging status van de locatie is potentieel ernstig en urgent. Aanbevolen wordt om op de locatie een oriënterend onderzoek uit te voeren.
22/38
Kenmerk
R001-1280309DKI-V02-evm-NL
Mogelijke risico's op de locatie: gezien de uitgevoerde activiteiten is het mogelijk dat mobiele stoffen in de grond en het grondwater zijn terechtgekomen. Het is niet bekend of op de locatie asbest is verwerkt of toegepast. Voor zover bekend is op de locatie geen bodemonderzoek uitgevoerd. De conclusie van het locatiebezoek uit de beoordeling door de RUD Drenthe luidt dat de locatie deels verhard en deels onverhard is. Er is geen vloeistofdichte vloer aanwezig. Aanbevolen wordt een oriënterend onderzoek uit te voeren. 012 - Verlengde Wilhelmsweg 138, Nieuw Amsterdam – afstand ca. 30 m De locatie is in 2006 door Sigma onderzocht in het kader van een bouwvergunning. Het rapport zelf is niet aangeleverd. Uit de verstrekte bodeminformatie door de RUD Drenthe blijkt dat de conclusie van het bevoegd gezag luidt dat de bovengrond licht verontreinigd is met PAK. De ondergrond is licht verontreinigd met zink en PAK. Het grondwater is licht verontreinigd met chroom, koper en zink. De opmerking die is toegevoegd betreft: ‘bovengrond en ondergrond zijn aangemerkt als schoon. Eindoordeel betreft onverdacht/niet verontreinigd’. De locatie is niet onderzocht op het voorkomen van asbest. 013 – Boerdijk, erfverharding 1744 -afstand ca. 190 m en 200 m In 2005 is door ReGister een pre-historisch onderzoek uitgevoerd op locatie (009).
Uit de door de RUD Drenthe verstrekte beoordeling van deze locatie blijkt dat er een boerderij is gesloopt. Het aangegeven startjaar betreft 1962. Het is niet bekend of dat het bouw- of sloopjaar van de boerderij betreft. Er zijn bij ons geen nadere gegevens bekend over bodemonderzoeken op locatie. De locatie is daarmee niet voldoende onderzocht, potentieel verontreinigd en verdacht op het voorkomen van asbest. 014 – Boerdijk, erfverharding 1804 – afstand ca. 100 m en 155 m In 2005 is door ReGister een pre-historisch onderzoek uitgevoerd op locatie (009). Uit de door de RUD Drenthe verstrekte beoordeling van deze locatie blijkt dat er een boerderij is gesloopt. Het aangegeven startjaar betreft 1992. Het is niet bekend of dat het bouw- of sloopjaar van de boerderij betreft. Er zijn bij ons geen nadere gegevens bekend over bodemonderzoeken op locatie. De locatie is daarmee niet voldoende onderzocht, potentieel verontreinigd en verdacht op het voorkomen van asbest. 017 - Schoolstraat 18, Holsloot – afstand ca. 100 m In het kader van een bouwvergunning is door FUGRO een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Ter plaatse van de locatie zijn varkensstallen aanwezig die niet meer als zodanig in gebruik zijn. Het voornemen is deze te verbouwen tot groepsaccommodatie. Rondom de gebouwen is verharding aanwezig bestaande uit beton, gebroken asfalt en puin.
De locatie ligt mogelijk aan de rand van een potentieel kwelgebied (Grondwaterplan 1985, Fugro). De grond rondom de stallen is onderzocht.
23/38
Kenmerk
R001-1280309DKI-V02-evm-NL
De bovengrond is licht verontreinigd met PAK en EOX, de ondergrond is niet verontreinigd. Het grondwater is licht verontreinigd met chroom, arseen, tolueen, naftaleen en fenolen. De stallen dateren uit een asbestverdachte periode (1967).
2.8
(Asbest)verdachtheid van de bodem
Op kaartmateriaal en luchtfoto’s is in het studiegebied een aantal toegangs-/kavelpaden aanwezig. Deze zijn vrijwel allemaal onverhard en vallen daarnaast vrijwel allemaal buiten de onderzoeksvakken. Uitzondering hierop is een gedeelte asfaltweg nabij de Fabriekssloot. Hier is mogelijk een puinfundering aanwezig. Doordat dit gedeelte reeds in de jaren ’70 van de vorige eeuw op topografische kaarten zichtbaar is, is dit gedeelte verdacht op het voorkomen van een verontreiniging met parameters uit het standaardpakket grond en asbest. Omstreeks 1970 zijn binnen het gebied nog diverse (kleine) watergangen aanwezig. Deze lijken rond 1980 deels niet meer aanwezig te zijn en omstreeks 2000 is het grootste gedeelte van de west-oost georiënteerde watergangen niet meer aanwezig. Een drietal van de gedempte watergangen is in beeld gebracht door historisch onderzoek, echter analytisch zijn deze niet onderzocht. Het wordt aanbevolen dit alsnog te doen. Bij ons is verder geen ander kaartmateriaal of informatie bekend over dempingen in het gebied. Het is daardoor niet bekend met welk materiaal de watergangen zijn gedempt, hierdoor zijn deze dempingen potentieel verontreinigd en het is mogelijk dat ze zijn gedempt met asbesthoudend materiaal. Uit bestudering van historische topografische kaarten blijkt dat de Stoomtramlijn naar NieuwAmsterdam omstreeks 1905 al aanwezig is.
Deze stroomtrambaan is in de jaren ’40 van de vorige eeuw opgeheven en de rails zijn verwijderd. De Boerdijk is aangelegd ter plaatse van de voormalige stoomtrambaan. In de periode voor 1955 werden asbest en asbesthoudende materialen over het algemeen op geringe schaal verwerkt, geproduceerd en toegepast. Er zijn geen gegevens bekend of er sinds 1955 werkzaamheden aan de verharding zijn verricht. Het is niet volledig uit te sluiten dat er asbesthoudend fundatiemateriaal in 1955, danwel na 1955 nieuw verhardings-/fundatiemateriaal is toegepast. Om deze reden wordt dit gedeelte van de onderzoekslocatie verdacht op het voorkomen van asbest in de bodem. Uit bestudering van historische topografische kaarten van Topotijdreis blijkt verder dat de Rijksweg halverwege de jaren ’80 van de vorige eeuw is aangelegd. Tijdens de uitgevoerde bodemonderzoeken ter plaatse zijn licht verhoogde gehalten aan parameters uit het standaardpakket grond gemeten. Daarnaast is gebleken dat onder de weg een puinfundering aanwezig is. Derhalve is deze locatie verdacht op het voorkomen van asbest in zowel puinfundering als in de bodem. Op basis van BAG-gegevens (datering van bebouwing) en reeds uitgevoerde onderzoeken is binnen het studiegebied een aantal erven verdacht op het voorkomen van asbest.
Het betreft de erven ter plaatse van Ermerveen 1 en 18 in Veenoord, Verlengde Wilhelmsweg 133 en 138 in Nieuw-Amsterdam en Schoolstraat 15, 16 en 18 in Holsloot.
24/38
Kenmerk
R001-1280309DKI-V02-evm-NL
Op basis van reeds uitgevoerd historisch onderzoek zijn de locaties waar voorheen een boerderij aanwezig was, Boerdijk, erfverharding 1744 en Boerdijk, erfverharding 1804 eveneens verdacht op het voorkomen van asbest. Niet alle adressen vallen echter binnen een van de onderzoeksvakken. De adressen waarvoor dit wel geldt zijn opgenomen in de conclusie van het vooronderzoek.
2020
2000
1985
1980
1970
1920
Figuur 2.3 Ontwikkeling onderzoekslocatie op basis van topografische kaarten (bron: www. topotijdreis.nl)
25/38
Kenmerk
R001-1280309DKI-V02-evm-NL
Uit bestudering van luchtfoto’s blijkt dat ter plaatse van de meest recente contour van het onderzoeksgebied op een 30-tal plaatsen een toegangsdam aanwezig is om een agrarisch perceel te betreden. Deze toegangsdammen zijn verdacht op het voorkomen van een bodemverontreiniging met parameters uit het standaardpakket grond, aangezien hier grond is toegepast van onbekende herkomst. Daarnaast zijn deze dammen verdacht op het voorkomen van asbest, omdat er vaak puin is toegepast ter versteviging.
2.9
PFAS-verdachtheid van de bodem
Op/nabij de onderzoeksvakken zijn geen terreindelen aanwezig die de bodem verdacht maken voor PFAS verbindingen als gevolg van puntbronnen 3. De kans op aanwezigheid van PFAS in de bodem als gevolg van aanwezigheid van puntbronnen wordt verwaarloosbaar geacht. De bovengrond en diepere geroerde bodemlagen zijn op basis van de kamerbrief van 8 juli 2019 bij het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS 4 als gevolg van atmosferische depositie. Daarom wordt geconcludeerd dat de bodem ter plaatse van alle onderzoeksvakken diffuus verdacht is voor PFAS met uitzondering van GenX.
2.10
Uitgevoerde waterbodemonderzoeken en verontreinigingssituatie
Binnen het studiegebied bevinden zich op basis van de leggerkaart van het Waterschap Vechtstromen geen schouwsloten die momenteel door het Waterschap in onderhoud zijn. Op de website van het Waterschap Vechtstromen wordt aangegeven dat het bestuur van Vechtstromen in april 2017 het nieuwe onderhoudsbeleid (OOWS) heeft vastgesteld waardoor het onderhoud van 460 km (van de 5000) kleine sloten door de grondeigenaar uitgevoerd zal worden. Na overleg met gemeenten, LTO (land en tuinbouw organisatie) en andere grondeigenaren is besloten om vanaf 1 januari 2018 een overgangsregeling van drie jaar in te stellen voor betrokken grondeigenaren, maar dat de waterlopen tot 1 januari 2021 op de legger (kaart met watergangen, afmetingen en onderhoudsafspraken die hoort bij de keur) blijven staan. Na 1 januari 2021 worden de betreffende sloten van de legger verwijderd. Dit houdt in dat de watergangen binnen het studiegebied in onderhoud zijn bij de betreffende grondeigenaren. Uit informatie van de heer E. Ruinemans, contactpersoon bij Waterschap Vechtstromen, op 16 februari 2021 blijkt dat binnen het gebied watergangen aanwezig zijn die voor het in werking treden van bovenstaande regeling (onderhoud door aangrenzende eigenaren) in onderhoud waren van het Waterschap en dat deze door het Waterschap zijn gebaggerd. Deze baggerwerkzaamheden hebben echter zo’n 20 jaar geleden plaatsgevonden.
Indien destijds onderzoek is gedaan naar de verspreidbaarheid van de baggerspecie, dan zijn deze rapporten mogelijk in het archief aanwezig. Echter vanwege de huidige maatregelen omtrent COVID-19 behoort het niet tot de mogelijkheden deze rapporten voor ons in te zien. Er zijn hierdoor geen gegevens bekend over eventueel uitgevoerd waterbodemonderzoek en de waterbodemkwaliteit. Op basis van de informatie van de heer Ruinemans blijkt dat binnen het gebied geen riool overstorten aanwezig zijn.
3
Op basis van tabel 1 handelingskader PFAS, handelingskader PFAS, Expertisecentrum PFAS, 25 juni 2018 Kamerbrief bij Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, 8 juli 2019 4
26/38
Kenmerk
R001-1280309DKI-V02-evm-NL
Binnen het gebied ter plaatse van de Verlengde Hoogeveensevaart zijn op basis van de Leggerkaart keringen aanwezigen die vallen binnen de categorie ‘overig’. Het betreffen echter watergangen die zich niet binnen het een onderzoeksvak bevinden of worden aangeduid als te onderzoeken. Deze keringen zijn aangeduid in figuur 2.4.
Figuur 2.4 Legger waterkeringen Waterschap Vechtstromen (bron: https://vechtstromen.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=157236e98867443696757e2091ebc25a)
3 Conclusie vooronderzoek landbodem inclusief aanbevolen strategie 3.1
Algemeen
Onderstaand is een samenvatting opgenomen van het vooronderzoek wat zowel het oude onderzoeksgebied als het meest recente onderzoeksgebied omvat. Hierbij geldt dat als uitgangspunt is genomen dat het onderzoeksgebied onverdacht is op het voorkomen van een bodemverontreiniging, tenzij anders is aangetoond. Voor het gehele onderzoeksgebied geldt dan ook de strategie voor een onverdachte, niet-lijnvormige locatie: Strategie voor een onverdachte, niet-lijnvormige locatie (ONV-NL) Het doel van de strategie voor een onverdachte, niet-lijnvormige locatie (ONV-NL) is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of in het grondwater. Volgens deze strategie wordt een aantal handboringen uitgevoerd waarbij zowel de bovengrond als plaatselijk de ondergrond wordt bemonsterd. Het aantal boringen en het bijbehorende aantal analyses is afhankelijk van de oppervlakte van de te onderzoeken locatie. Deze strategie heeft als uitgangspunt dat mengmonsters worden samengesteld op basis van ruimtelijke verdeling over de onderzoekslocatie. Hierbij worden tot maximaal tien deelmonsters samengevoegd tot een mengmonster.
27/38
Kenmerk
R001-1280309DKI-V02-evm-NL
Indien een locatie op basis van het vooronderzoek als verdacht is aangemerkt, dan is hiervoor een intensievere onderzoeksinspanning noodzakelijk. De als verdacht aangemerkte locaties zijn in de paragraaf 3.2 verder uitgewerkt, er wordt een te hanteren strategie en bijbehorende onderzoeksinspanning benoemd. De locaties zijn met een contour en een lettercode weergegeven op kaartmateriaal in bijlage 4. Slootdempingen zijn in deze bijlage weergegeven door middel van een oranje stippellijn en een cijfercode. Waar mogelijk worden onderzoeksinspanningen met elkaar gecombineerd. Om inzichtelijk te maken wat met de gehanteerde strategieën zal worden bereikt, is onderstaand per strategie een overzicht opgenomen van de doelstelling. Deze doelstellingen worden verder niet nogmaals benoemd. Strategie voor een diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof (VED-HE-NL, NEN 5740) Het doel van de strategie voor een diffuus belaste, niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof (VED-HE-NL) is het bepalen van de aard van de heterogeen verdeelde verontreinigende stof. Tevens wordt vastgesteld of de concentraties van de vermoede verontreinigende stof in de grond en het grondwater verhoogd worden aangetroffen ten opzichte van respectievelijk de achtergrondwaarde (grond) of de streefwaarde (grondwater).
Volgens de gehanteerde strategie VED-HE-NL worden handboringen uitgevoerd waarbij de verdachte bodemlaag wordt bemonsterd. Het aantal boringen en het bijbehorende aantal analyses is afhankelijk van de oppervlakte van de te onderzoeken locatie. Deze strategie heeft als uitgangspunt dat in eerste instantie mengmonsters worden samengesteld van de meest verdachte bodemlagen. Dit betreft over het algemeen de bovengrond tot 0,5 m -mv. Strategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP, NEN 5740) Het doel van de strategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP) is het vaststellen of de vooronderstelde verontreinigingskernen ook daadwerkelijk op de vermoede plaats aanwezig is en in hoeverre de verontreinigende stoffen hebben geleid tot een verontreiniging van de grond en het grondwater. Hierbij worden (meng)monsters samengesteld van de verontreinigingskern. Aanvullende onderzoeksinspanning ter plaatse van het ZRO-kabels tracé Ter plaatse van een deel van het onderzoeksgebied zullen kabels worden gelegd in de ondergrond. Dit betreft het zogeheten ‘ZRO kabels-tracé’. Dit tracé doorkruist zowel locaties die door middel van een onverdachte strategie als locaties die door middel van een verdachte strategie worden onderzocht.
Ter plaatse van dit tracé zullen ofwel op een diepte van 1,8 m -mv ofwel op een diepte van 2,1 m -mv kabels worden aangebracht. Voor dit gedeelte van het onderzoeksgebied geldt een aanvullende onderzoeksinspanning, omdat hier gericht onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van de ondergrond noodzakelijk is om de indicatieve bodemkwaliteitsklassen en arboveiligheidsklassen te bepalen.
28/38
Kenmerk
R001-1280309DKI-V02-evm-NL
De geplande boringen zullen hier tot 2,4 m -mv worden verricht en worden waar mogelijk gecombineerd met de reeds voorgenomen onderzoeksstrategieën. Verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld (NEN 5707) Deze strategie voor asbestonderzoek is afgeleid van de strategie voor een diffuus belaste nietlijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof (VED-HE-NL) uit de NEN 5740. Het doel van deze strategie is het bepalen of de aanwezigheid van asbest heeft geleid tot een verontreiniging van de bodem. Strategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (NEN 5707) Deze strategie voor asbestonderzoek is afgeleid van de strategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP) uit de NEN 5740. Het doel is het vaststellen of de vooronderstelde verontreinigingskernen ook daadwerkelijk op de vermoede plaats aanwezig is en in hoeverre de aanwezigheid van asbest heeft geleid tot een verontreiniging van de grond. Hierbij worden (meng)monsters samengesteld van de verontreinigingskern. Gestuurde boringen Ter plaatse van een viertal locaties binnen het studiegebied zijn gestuurde boringen (HDDboringen) voorzien, omdat open ontgraving niet mogelijk is. Een HDD-boring start met een pilotboring.
Met de pilotboring ontstaat een doorgaans klein boorgat waarbij grond hoofdzakelijk wordt verdrongen. In het boorgat wordt boorvloeistof (bentoniet) aangebracht. Dit heeft een dubbelfunctie: smeermiddel voor de nog aan te brengen boorbuizen en tegendruk ter voorkoming van instorting van het boorgat door gronddruk. Tevens dient het bentoniet in een latere fase als afvoermedium voor vrijgekomen grond. Nadat de pilotboring het uittredepunt heeft bereikt kan het boorgat indien gewenst verruimd worden door een ruimer van de ene zijde naar de andere zijde van het boorgat te trekken. Als laatste stap geldt het intrekken van de aan te leggen kabel door het boorgat richting het uittredepunt. Bij het intrekken wordt tegelijkertijd ook de boorspoeling uit het boorgat afgevoerd, met daarin vrijgekomen grond. Deze vrijgekomen grond is vermengd met boorspoeling en daardoor niet representatief voor de kwaliteit van de grond ter plaatse. Om deze reden is het wenselijk om zowel bij het intredepunt als bij het uittredepunt vooraf onderzoek te doen naar de kwaliteit van de aanwezige grond. Het bij een gestuurde boring vrijkomende bentoniet-grondmengsel moet op een verantwoorde wijze en naar een erkende afvalverwerking worden afgevoerd. Mocht hierbij eventueel verontreinigde grond worden meegevoerd, dan wordt dit daarmee ook direct afgevoerd.
PFAS verdachtheid Voor wat betreft de parameter PFAS geldt op basis van het vooronderzoek dat de bodem ter plaatse van alle onderzoeksvakken diffuus verdacht is voor PFAS op basis van atmosferische depositie of toepassing van PFAS houdende grond met uitzondering van GenX. Derhalve wordt geadviseerd ter plaatse van alle onderzoeksvakken de bovengrond aanvullend te onderzoeken op het voorkomen van PFAS.
29/38
Kenmerk
3.2
R001-1280309DKI-V02-evm-NL
Verdachte deellocaties
Onderstaand zijn de op basis van het vooronderzoek als verdacht aangemerkte locaties binnen het onderzoeksgebied verder uitgewerkt. Er wordt een te hanteren strategie benoemd en een onderzoeksinspanning opgesteld. 3.2.1 Slootdempingen (geen lettercode, maar oranje stippellijn en cijfercode) Om inzicht te verkrijgen in de eventuele aanwezigheid van slootdempingen binnen het onderzoeksgebied, is gebruikt gemaakt van historisch topografische kaarten van Topotijdreis. Historisch gezien werden kavels namelijk voornamelijk door sloten afgebakend. Hieruit blijkt dat op een aantal kaartbladen (1955, 1975, 1988) lijnvormige objecten (greppels/watergangen) zichtbaar zijn die op recentere kaarten niet meer zichtbaar zijn. Op basis hiervan wordt aangenomen dat indien deze greppels/watergangen niet meer zichtbaar zijn, deze zijn gedempt. Watergangen die na 1993 zijn gedempt, zijn niet meegenomen in het onderzoek, omdat sindsdien demping van watergangen sindsdien aan strikte regelgeving is gebonden. Het is op bestudering van de topografische kaarten, mogelijk dat dempingen binnen het onderzoeksgebied gemist zijn, omdat deze kaarten niet altijd volledig zijn en interpretatie van het kaartmateriaal mogelijk niet volledig is. Deze slootdempingen zijn bij benadering gelokaliseerd en door middel van een oranje stippellijn ingetekend in bijlage 4.
De slootdempingen dienen per 100 m1 te worden onderzocht door het plaatsen van een dwarsraai van 3 boringen tot 2 m -mv. Per drie raaien wordt een aantal van twee analyses (vml slootbodem en dempingsmateriaal ) gehanteerd voor het standaardpakket grond en één analyse voor asbest in grond (dempingsmateriaal). 3.2.2 Dammen (lettercode A) Ter plaatse en grenzend aan het onderzoeksgebied bevinden zich dammen die verdacht zijn op het voorkomen van een verontreiniging van de bodem door het toepassen van grond met onbekende herkomst. Daarnaast is mogelijk puin gebruikt voor versteviging van de dam. Deze dammen zijn daardoor verdacht op het voorkomen van een bodemverontreiniging met parameters uit het standaardpakket grond en asbest. Op basis van lucht- en streetview foto’s zijn binnen of grenzend aan het onderzoeksgebied 31 aanwezige dammen te onderscheiden. Deze dammen worden onderstaand per onderzoeksvak niet nogmaals benoemd. Indien de onderzoekscontour nog wijzigt dan dient voor aanvang van veldwerk bodemonderzoek een check te worden uitgevoerd of de onderzoeksinspanning (aantal dammen) nog dekkend is.